CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Memo advies Tanger Blue Food Centrum Wieringen

Raad 19 december 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Oprichting organisatie Blue Food Centrum Wieringen16.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Advies Van: Aan: Datum: Betreft:

Tanger Advocaten, F.W. Horstman, M. de Waal, N.J. Stephan Gemeente Hollands Kroon, P. Beumer 25 november 2024 Rechtsvorm Blue Food Center en staatssteun- en mededingingsregels

1. AANLEIDING EN UITGANGSPUNTEN De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft als steunmaatregel 30 miljoen euro beschikbaar gesteld voor (publiek- en private) voorzieningen aan wal die aan visserij zijn gerelateerd en voor gemeenschappen die worden geraakt door de ingrijpende veranderingen in de Noordzeevisserij. Het aantal schepen van de kottervloot neemt af en nieuwe, duurzamere visserijvormen komen juist op. Dit heeft gevolgen voor de bedrijven aan de wal. Met de steunmaatregel moeten visclusters, zoals visafslagen en -verwerkers, scheepwerven en visserijcoöperaties, zich kunnen aanpassen aan de transitie. De minister van LVVN heeft vijf visserijregio’s (Noord Nederland, kop van Noord-Holland, Urk, Hollandse Haringkust en zuidwest Nederland) die samenwerken in het Bestuurlijk Platform Visserij (BPV) gevraagd een nader landelijk Visserij Ontwikkel Plan (VOP) op te stellen in het kader van maatregelen voor de visserijketens en gemeenschappen.

Daarbij gelden een tweetal doelstellingen: (i) behoud en ontwikkeling van toekomstbestendige landzijdige visclusters (waaronder visafslagen) voor een kleinere, duurzamer en meer diverse aanvoersector, en (ii) andere sociaaleconomische activiteiten ontplooien die qua karakter aansluiten bij de identiteit en bijdragen aan het behoud van het sociaal-cultureel erfgoed en de werkgelegenheid van de betreffende visserijgemeenschappen. Het definitieve en door de minister van LVVN vastgestelde VOP is nader uitgewerkt in kavels die uiteindelijk zijn vastgelegd in een convenant tussen het ministerie van LVVN en de betreffende visserijregio’s. Het VOP is samengesteld uit 5 regionale deelplannen en heeft een looptijd van 2024 tot 2031. Het ministerie van LVVN zegt maximaal € 30 miljoen toe voor het VOP, onder te verdelen voor de vijf visserijregio’s (deelplannen) en onder voorwaarde van een bekostiging van minimaal 50% vanuit regionale middelen, fondsen, organisaties en bedrijven (cofinanciering). In de kaderbrief van LNNV aan BPV is opgenomen dat de middelen ingezet zullen worden naar rato van de mate waarin visserijregio’s worden geraakt door de krimp van de Noordzeekottervisserij overeenkomstig de sociaaleconomische impactanalyse en op de kwaliteit en perspectieven van de voorstellen.

Deelplan voor Kop van Noord-Holland (VOP-KNH) en convenant In geen enkele andere regio in Nederland is de krimp van de Noordzeekottervloot de afgelopen twee decennia zo ingrijpend geweest als in de Kop van Noord-Holland (Texel, Den Helder en Hollands Kroon) (krimp 60%) met een grote impact op de ondersteunende activiteiten in de Kop van Noord-Holland. In het deelplan voor Kop van Noord-Holland (VOP-KNH) ligt de focus hoofdzakelijk op de transitie van het visserijcluster en de visserijgemeenschappen, zodat ze klaar staan voor een toekomst met nieuwe visserij en aquacultures die ervoor zorgen dat er werk kan worden gemaakt van het aanbod van diverse, verse vis aan de visliefhebbers in de regio, in de Metropool Regio Amsterdam en zelfs verder weg. Het VOP-KNH bestaat uit drie kavels met samenhangende percelen (projecten) per kavel: Kavel 1: Blue Food Centrum in een levendige haven op Wieringen. Kavel 2: Nieuwe cluster van viscultuur op land op Texel. Kavel 3: Ankerplaats van de historie van visserij(gemeenschappen) in Den Helder

1

Voor de realisatie van het BFCW (zijnde kavel 1), als onderdeel van het VOP-KNH, stelt LVVN de navolgende financiële bijdrage ter beschikking:

Op 24 september 2024 heeft het College besloten om het convenant met LVVN op 11 oktober 2024 aan te gaan en de samenwerkingsovereenkomst op onderling nader te bepalen datum te ondertekenen. De VOPopgave voor de gemeente Hollands Kroon (zie de 1e bijlage) is een publieke opgave: ten faveure van visserijgemeenschappen met daarbinnen economische visclusters en aanpalende bedrijvigheid (industrieel, maar ook horeca en middenstand). Het BFCW moet de motor worden achter de transformatie van het havengebied. Oprichting en rol BFCW Ter uitvoering van de bovengenoemde publieke opgave, is de gemeente Hollands Kroon voornemens om een organisatie op te richten die op armlengte afstand van de gemeente staat en als taak heeft het VOP (met mogelijke spin-offs) qua uitvoering te realiseren. De beoogde taakomschrijving van het BFCW wordt door de gemeente als volgt samengevat.

De organisatie: - heeft geen winstoogmerk, maar moet wel kostendekkend draaien; - staat in principe los van de visafslag (het is een goede buurman); - faciliteert de korte keten; - levert zeeverse vis aan Metropool Regio Amsterdam (MRA) vanuit Den Oever; - draagt ervoor zorg dat zeevers Blue Food vis beschikbaar is voor handelspartijen die de korte keten bedienen zonder daarbij een commercieel oogmerk te hebben (kwaliteitsbewaking is essentieel, de inkoper (het BFCW) heeft enkel tot doel om vis van goede kwaliteit in te kopen en af te zetten als streekproduct); - zal circa 10% van de zeeproducten die worden aangevoerd in Den Oever van de afslag afnemen; - gaat ingekochte vis deels verstrekken aan partijen in de MRA regio; - moet een netwerk van korte keten afnemers opbouwen (de organisatie heeft daar 6 jaar tijd voor); - zal een toeristische, economische, spin off realiseren, die ook gericht is om havengebonden bedrijven om de vloot ten behoeve van Blue Food te laten innoveren. Met uiteindelijk het verwezenlijken van een aantrekkelijker havengebied), en - zal een deel van het visafslaggebouw beheren en exploiteren. De positie van het Blue Food Centrum Wieringen ten opzichte van de visafslag is in het onderstaande schema weergegeven.

2

Het BFCW moet een infrastructurele, gemeenschappelijke voorziening worden waar een breed scala aan bedrijvigheid (van visserijbedrijven en toeleverende sector tot aan horeca ondernemingen en middenstand) betere condities wordt geboden voor een vitale toekomst rond visserij. Het gaat om het creëren van toegevoegde waarde voor het regionale viscluster (visserijbedrijven, handelaars/transporteurs, onderwijs) en lokale visserijgemeenschap (sociaal economisch: middenstand, horeca en overig MKB; en sociaal cultureel: levendige visserijhaven met vitaal visserijdorp dat bijdraagt aan identiteit en sociale cohesie). Het BFCW vormt een kwaliteitsketen met eerstelijns bewerking van aangevoerde vis. In kader van VOP zal de BFCW organisatie in de eerste 6 jaar vooral gericht zijn op de ontwikkeling van BFCW conform de maatschappelijke VOP doelstellingen en dus geen winstoogmerk per se. Tijdens de ontwikkelingsfase moet gemeente voldoende zeggenschap hebben om dat resultaat te borgen, maar moet aan de organisatie voldoende ondernemingsruimte te worden gelaten om er een toekomstbestendige investering van te maken. Na deze ontwikkelingsfase kan de BFCW organisatie (of onderdelen daarvan) in de markt worden gezet, als aan het beoogde resultaat van de VOP is voldaan.

Als thuisbasis voor de activiteiten is het huidige gebouw van de visafslag in beeld dat door de gemeente Hollands Kroon zal worden verworven, verbouwd en anders ingericht gaat worden. Het gebouw en de directe omgeving moeten optimaal commercieel worden benut. Het idee is dat de visafslag het ene deel van het pand gebruikt en het BFCW het andere deel. De organisatie zal samenwerkingen aangaan met gebruikers van de ruimten en faciliteiten die in het afslaggebouw worden ontwikkeld, met de Coöperatieve Visafslag Den Oever, de Vereniging Industriegroep Haven Den Oever en de Stichting Onderdak Nautisch Erfgoed Wieringen en de Stichting Visserij Belevingscentrum Wieringen i.o. In het begin is een kleine startende onderneming rond een (commerciële) ontwikkelingsdirecteur en in ieder geval een visinkoopfunctie, een logistiek manager, een innovatiemanager en een promotieofficier. Rol van de gemeente Deze organisatie zal veel met de gemeente Hollands Kroon te maken krijgen. Het is de uitvoeringsorganisatie van de VOP-kavel (opdrachtnemer) van de gemeente Hollands Kroon. De gemeente Hollands Kroon zal de kosten van de nieuwe organisatie voorfinancieren vanuit de VOP middelen en de gemeentelijke reserves. De gemeente Hollands Kroon zal, om de doelstelling van het VOP te realiseren, in regelmatig en nauw contact staan met de nieuwe organisatie.

De BFCW organisatie zal als uitvoeringsorganisatie van het VOP kavel van de gemeente Hollands Kroon, de gemeente concreet tegenkomen als: Medefinancier. Met middelen uit de VOP subsidie en reservering van gemeentelijke middelen voor cofinanciering, moet de ontwikkeling van het BFCW in de basis worden bekostigd. Er ligt een gezamenlijke opgave om cofinanciering van derden te verwerven. Dat geldt óók voor de financiering van spin-out zaken. Vastgoed. De gemeente heeft de intentie het gebouw van de visafslag te verwerven zodat het BFCW vanuit dat gebouw, naast de Visafslag, kan opereren. De gemeente Hollands Kroon heeft de intentie om het beheer (inclusief verbouwing en onderhoud) en de exploitatie (inclusief verhuur van ruimten) van het gebouw bij het BFCW te beleggen. Vergunningverlener. Vanuit de publieke rol verleent de gemeente Hollands Kroon vergunningen voor verbouwingsopgaven en activiteiten van BFCW. Haveneigenaar. De gemeente is als haveneigenaar verantwoordelijk voor exploitatie en ontwikkeling van het havengebied, waarbinnen BFCW acteert. In het kader van de realisatie van de voornoemde plannen, zijn er (juridische) vragen gerezen bij de gemeente Hollands Kroon. De gemeente Hollands Kroon heeft Tanger Advocaten verzocht om juridisch advies omtrent deze vragen. In dit advies zal worden ingegaan op deze vragen.

3

2. RECHTSVRAGEN De rechtsvragen die in dit advies zullen worden beantwoord luiden als volgt: a. Geef een advies over de meest geëigende rechtsvorm voor de nieuwe organisatie BFCW.1 b. Is het een goede overweging om de visafslag ook in het Overleg van bestuurders te laten plaatsnemen?2 c. Welke contracten en overleggen passen om de relatie tussen gemeente en nieuwe organisatie BFCW vorm te geven?3 d. Toets de hierboven geschetste uiteenzetting over organisatie en de governance van de organisatie rond BFCW op onder andere artikel 160 lid 2 Gemeentewet en het Europese staatssteun- en aanbestedingskader.4 e. Is er vanuit de wettelijke rol van beheerder nog wat te adviseren over deze ontwikkeling?5 f. Welke overige aanbevelingen zijn er te geven aangaande de governance van de nieuwe organisatie BFCW?6 De vragen zullen hieronder puntsgewijs door ons worden behandeld en beantwoord. Het verzoek van de gemeente is om de door ons geadviseerde rechtsvorm te motiveren en dit te koppelen aan een staatssteunanalyse, waarbij gekeken moet worden naar de activiteiten van de organisatie. Belangrijk hierbij te melden is dat de eerste jaren de nieuwe organisatie een (opstart)financiering krijgt die ruim boven de deminimis grenzen zal liggen.

Er is behoefte aan een onderbouwing (motivatie) voor de keuze van de rechtsvorm; een duidelijker toepassen van de staatssteunanalyse in het advies over de rechtsvorm en een duidelijker duiding van het openbaar belang. Voor dit advies baseren wij ons op de volgende informatie die wij van de gemeente hebben ontvangen: - Het document ‘Start notitie ontwikkel-organisatie Blue Food Centrum Wieringen’; - Het document ‘Memo projectgroep uitvraag Tanger’; - Het document ‘240819-narratief-Blue-Food-Centrum-Wieringen’; - Het document ‘Startakkoord Blue Food Centrum Wieringen definitief’; - Het document ‘Advies aanvraag governance BFCW 2 augustus 2024’; - De opmerkingen in het document ‘Advies BFC_1-10-23 (003) PTB’, en - De mondelinge toelichting van de gemeente tijdens de bespreking van 6 november 2024. Buiten de scope van dit advies In de nadere mondelinge toelichting van de gemeente van 6 november 2024, is aangegeven dat de adviesvraag niet ziet op de verwerving en renovatie van het pand en/of de opstallen. Het pand is niet het doel van BFCW, het pand is een middel. Indien de activiteiten niet in het huidige gebouw van de visafslag kunnen plaatsvinden, dan zal het plan in kader van het VOP elders gerealiseerd moeten gaan worden. De VOP middelen zijn niet bedoeld om afslaggebouwen te renoveren. De uitvraag ziet ook niet op mogelijke erfpacht- of huurconstructies.

De erfpacht-, eigendoms- en verhuuraspecten (waaronder de mogelijke toepasselijkheid in implicaties van het Didam-arrest) blijven in dit advies derhalve buiten beschouwing.

3. BEOORDELING INZAKE RECHTSVORM Tanger Advocaten is gevraagd om te adviseren over de juridische organisatievorm die het meest geschikt is om invulling te geven aan de door de gemeente Hollands Kroon beoogde BFCW organisatie. Daartoe is 1 Zie voor de beantwoording pagina 13 t/m 15. 2 Zie voor de beantwoording pagina 12. 3 Zie voor de beantwoording pagina 12. 4 Zie voor de beantwoording pagina 15 e.v. 5 Zie voor de beantwoording pagina 15. 6 Zie voor de beantwoording pagina 15.

4

van belang welke uitganspunten en taakomschrijvingen de gemeente Hollands Kroon met betrekking tot de BFCW organisatie heeft geformuleerd. De gemeente Hollands Kroon heeft aangegeven dat het doel is om ten behoeve van de BFCW een nieuwe organisatie met rechtspersoonlijkheid op te richten die onder de verantwoording en op armlengte van de gemeente Hollands Kroon opereert, maar wel als een aparte en autonome entiteit zal worden gepositioneerd met een eigen en autonoom bestuur. De gemeente Hollands Kroon moet voldoende zeggenschap hebben om het beoogde resultaat te borgen, maar de organisatie moet tegelijkertijd voldoende ruimte krijgen om er een toekomstbestendige investering van te maken. De rechtspersoonlijkheid is van belang om als volwaardig en handelingsbekwaam persoon in het rechtsverkeer te kunnen optreden, schulden en bezittingen te hebben en overeenkomsten aan te gaan. In dat kader is het de bedoeling dat de BFCW organisatie de ruimte in het gebouw huurt van de gemeente Hollands Kroon, zeeproducten inkoopt bij de visafslag (buurman) en een netwerk van korte keten afnemers in de MRA regio gaat opbouwen. Daarnaast gaat de BFCW organisatie de beleving van vis en visserij arrangeren in de haven van Den Oever zelf, onder andere door samenwerkingen aan te gaan met gebruikers van de ruimten en faciliteiten die in het gebouw worden ontwikkeld.

De beoogde BFCW organisatie zal volgens de gemeente Hollands Kroon in de eerste 6 jaar vooral gericht zijn op de ontwikkeling van BFCW conform de maatschappelijke VOP doelstellingen en geen winstoogmerk hebben. Maar uiteindelijk is de bedoeling dat de organisatie op den duur kostendekkend zal opereren. In principe is het de bedoeling dat de organisatie na circa 6 jaar zelfvoorzienend zal zijn. Mocht de onderneming in de toekomst meer dan kostendekkend zal opereren, dan wil de gemeente Hollands Kroon het surplus kunnen herinvesteren in het verder aantrekkelijk maken van de haven. De eerste jaren zal de BFCW organisatie een (opstart)financiering krijgen van de gemeente Hollands Kroon die ruim boven de toepasselijke de-minimis grenzen liggen. De gemeente Hollands Kroon wil de BFCW organisatie zelfstandig vormgeven, dus initieel niet met andere partijen. Vooral tijdens de opstart en ontwikkelingsfase wil de gemeente Hollands Kroon zelf de regie houden en voldoende zeggenschap hebben om het door haar beoogde resultaat te borgen. Het is voor de gemeente Hollands Kroon belangrijk dat zij dichtbij de organisatie staat om de BFCW organisatie een goede start te geven en door te kunnen ontwikkelen. Na afronding van de ontwikkelingsfase kan de organisatie verzelfstandigen indien aan het beoogde resultaat van de VOP is voldaan.

De Nederlandse wet kent zes verschillende typen privaatrechtelijke rechtspersonen, namelijk: de vereniging, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de naamloze vennootschap, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en de stichting. Gelet op de uitgangspunten van de gemeente Hollands Kroon bij de beoogde BFCW organisatie zijn de privaatrechtelijke vormen van een stichting en besloten/naamloze vennootschap het meest voor de hand liggend. De coöperatie en vereniging vallen af omdat dit samenwerkingsverbanden zijn die in de basis uitgaan van ten minste twee samenwerkende partijen als eigenaar. Wij zullen allereerst de belangrijkste eigenschappen van zowel de besloten vennootschap als de stichting, alsmede de belangrijkste verschillen, uiteenzetten. Daarna zullen we de uitgangspunten en taakomschrijvingen van de gemeente Hollands Kroon langs deze eigenschappen leggen. Wij merken op dat het, voor de vraag of financiële ondersteuning door de gemeente Hollands Kroon staatssteun oplevert, niet relevant is of de gemeente Hollands Kroon kiest voor een stichting of besloten vennootschap. Vanuit de projectgroep is aangegeven: ‘’Ik kan me voorstellen dat juist de staatssteun uitwerking een goede reden voor de BV zou kunnen zijn. Ook de beslissingsbevoegdheden zijn beter geborgd’’.

Wij merken ten aanzien hiervan op dat het staatssteunkader op alle ondernemingen ziet, ongeacht de rechtsvorm. Er is sprake van een onderneming wanneer de entiteit een economische activiteit verricht. Dit kan zowel bij een stichting als bij een besloten vennootschap het geval zijn. In zoverre is de keuze voor de rechtsvorm niet afhankelijk van de staatssteunregels. Deze keuze voor de juiste rechtsvorm is afhankelijk van de uitgangspunten en taakomschrijvingen van de gemeente Hollands Kroon. In het kader

5

van dit hoofdstuk, laten wij ons derhalve bij de advisering omtrent de rechtsvorm, niet leiden door de staatsteunregels, maar door de uitgangspunten en taakomschrijvingen van de gemeente Hollands Kroon.

Besloten vennootschap (BV) De BV is een rechtspersoon met een in één of meer overdraagbare aandelen verdeeld kapitaal waarbij de aandelen op naam zijn gesteld. Oprichting De BV wordt opgericht bij notariële akte, met daarin opgenomen de statuten van de BV. Bij de oprichting van een BV worden aandelen uitgegeven aan de oprichters (eigenaren). De aandelen moeten worden volgestort in geld of in natura. Voor de oprichting is geen minimum kapitaal vereist. In de statuten staat welke regels en manier van werken er gelden voor de BV, zoals: • de wijze van benoeming van het bestuur (en indien van toepassing de benoeming van de leden van de raad van commissarissen); • de bevoegdheid van de organen van de vennootschap; • eventueel een blokkerings- en aanbiedingsregeling; • de plaats van vestiging; • regels met betrekking tot de uitgifte van aandelen In de statuten van de BV kunnen (kwalitatieve) eisen worden verbonden aan het aandeelhouderschap, bijvoorbeeld dat een aandeelhouder een publieke entiteit moet zijn. Doelomschrijving Het is verplicht om het doel van de BV in de statuten op te nemen en te omschrijven. Dit doel dient aldus aan te sluiten op de beoogde activiteiten van de BFCW organisatie. Het is daarbij van belang om het doel zo ruim mogelijk te omschrijven, aangezien rechtshandelingen die zijn verricht in strijd met het statutaire doel vernietigbaar zijn.

Aandeelhouders Er bestaan verschillende soorten aandelen. Gewone aandelen geven het recht op zowel medezeggenschap als op winstdeling. Deze rechten zijn ook te splitsen door gebruik te maken van stemrechtloze aandelen, die recht geven op winstdeling, en winstrechtloze aandelen, die recht geven op medezeggenschap. Een andere variant is (cumulatief) preferente aandelen, die de aandeelhouder een aantal voorkeursrechten bieden, zoals een vaststaand jaarlijks dividend en voorrang bij de verdeling van dividend. Ook kunnen preferente aandelen extra stemrecht geven. Prioriteitsaandelen zijn kort gezegd aandelen met meer medezeggenschap over specifieke onderwerpen. De aandelen kunnen worden overgedragen door middel van een notariële akte. Met het overdragen van alle aandelen gaat de hele onderneming over naar de nieuwe aandeelhouder. Daarmee gaan alle bezittingen en schulden, rechten en verplichtingen, personeel, contracten, vergunningen en het hele verleden over. De algemene vergadering van aandeelhouders is een belangrijk orgaan binnen de BV. In de algemene vergadering kan de gemeente Hollands Kroon als aandeelhouder zeggenschap binnen de BV uitoefenen door middel van besluitvorming. Het is verplicht om minstens eenmaal per jaar een algemene vergadering te houden. Naast deze verplichte jaarvergadering kunnen andere vergaderingen worden gehouden.

De algemene vergadering wordt gehouden op de plaats die in de statuten staat vermeld of anders in de gemeente waar de besloten vennootschap is gevestigd. Bij een BV is de gemeente Hollands Kroon, als aandeelhouder, de eigenaar van de BV.

6

Aan de algemene vergadering van aandeelhouders komen alle bevoegdheden toe, die niet aan het bestuur of aan anderen is toegekend. Aan de algemene vergadering van aandeelhouders komen de volgende bevoegdheden toe: • Wijzigen van de statuten • Uitgeven van aandelen • Verminderen van kapitaal • Benoeming, (opheffen van) schorsing en ontslag bestuurders en commissarissen • Vaststellen jaarrekening en verlengen van de termijn voor opmaken jaarrekening • Uitkeren van de winst • Vaststellen bezoldiging van bestuurders en commissarissen • Omzetting, fusie en splitsing • Ontbinden van de vennootschap • Verlangen van inlichtingen van het bestuur en de Raad van Commissarissen Beperkte aansprakelijkheid De ‘beperkte aansprakelijkheid’ betekent dat de gemeente Hollands Kroon in beginsel niet aansprakelijk is voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht en niet gehouden is boven het bedrag dat op de aandelen behoort te worden gestort in de verliezen van de vennootschap bij te dragen. Bestuur De wettelijke taak van het bestuur wordt omschreven als “het besturen van de BV”. Kerntaak van het bestuur is het bepalen en uitzetten van het beleid en de strategie van de BV. De eerste benoeming van het bestuur vindt plaats in de oprichtingsakte bij oprichting. Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen tot bestuurder van een BV worden benoemd.

Na de oprichting besluit de algemene vergadering van aandeelhouders over benoeming en ontslag van bestuurders. Deze bevoegdheid kan statutair ook aan andere organen van de BV worden toegewezen, zoals bijvoorbeeld een Raad van Commissarissen (RvC) indien van toepassing. Het bestuur is in belangrijke mate autonoom in de uitvoering van zijn taak. Bij de uitvoering van hun taak dienen bestuurders zich te richten naar het belang van de BV en de met haar verbonden onderneming of organisatie. De bevoegdheden van het bestuur worden daarnaast omlijnd door de wet, het doel van de BV en eventueel de bepalingen in de statuten. De algemene vergadering van aandeelhouders is bevoegd om het bestuur redelijke aanwijzingen te geven. Het bestuur is gehouden om redelijke aanwijzingen op te volgen, tenzij deze in strijd zijn met het belang van de vennootschap. In zijn algemeenheid geldt dat indien de belangen van de aandeelhouders niet parallel lopen met die van de vennootschap, de bestuurders moeten kiezen voor het belang van de vennootschap. Daarnaast kan afgesproken worden dat de autonomie van het bestuur, binnen de kaders van het vennootschappelijk belang, worden ingeperkt door middel van goedkeurings- of instructierechten van de algemene vergadering (de gemeente Hollands Kroon) en/of de RvC.

Dat wil zeggen dat voor bepaalde besluiten eerst de voorafgaande goedkeuring moet worden verkregen van de algemene vergadering (de gemeente Hollands Kroon) en/of RvC. Het bestuur als zodanig is (als collectief) bevoegd de BV te vertegenwoordigen, dus extern rechtshandelingen te verrichten. De statuten kunnen echter een andere vertegenwoordigingsregeling bevatten, zoals zelfstandige bevoegdheid om de BV te vertegenwoordigen.

7

Bestuurders zijn niet in privé aansprakelijk voor (de nakoming van) rechtshandelingen en schulden van de BV. Hierop geldt wel een uitzondering, namelijk indien er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Raad van Commissarissen Bij de statuten kan worden bepaald dat er een Raad van Commissarissen (RvC) zal zijn. Deze kan ook als raad van toezicht (RvT) worden aangeduid. De RvC heeft op basis van de wet tot algemene taak het houden van toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Het bestuur is dan ook verplicht de RvC te informeren en geïnformeerd te houden teneinde deze in de gelegenheid te stellen zijn toezichthoudende taak te vervullen. Een commissaris van een BV wordt in beginsel benoemd en ontslagen door de algemene vergadering. One-tier-board De wet biedt de mogelijkheid van een “one tier board”, ofwel het monistische bestuurssysteem. Om een one tier board in te stellen, is een statutaire bepaling nodig waarin wordt vastgelegd dat bestuurstaken worden verdeeld over één of meer uitvoerende bestuurders en één of meer niet-uitvoerende bestuurders (dagelijks bestuur en algemeen bestuur). Bij een one tier board zijn zowel de uitvoerende bestuurders als de niet-uitvoerende bestuurders, bestuurders in de zin van de wet.

De uitvoerende bestuurders zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. De rol van de niet-uitvoerende bestuurders is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met die van commissarissen, maar hun verantwoordelijkheid is groter. Resultaat Een kenmerk van de BV is verder dat een positief resultaat kan worden uitgekeerd aan de aandeelhouder (de gemeente Hollands Kroon). Bij de uitvoering van een publieke/maatschappelijke taak speelt het winstoogmerk echter vaak een ondergeschikte rol. Naamloze Vennootschap De BV en de NV hebben qua rechtsvorm veel overeenkomsten. De NV kent echter enkele nadelen ten opzichte van de BV. Het grootste verschil tussen een BV en een NV is dat de aandelen van een BV over het algemeen niet vrij overdraagbaar zijn. Dit betekent dat bij de verkoop van de aandelen deze eerst aan de andere aandeelhouders moeten worden aangeboden, zoals bepaald in de statuten van een BV. In tegenstelling hiermee kunnen de aandelen van een NV vrijelijk worden verhandeld, bijvoorbeeld op de beurs. Dit kan tot gevolg hebben dat onduidelijk is wie de aandeelhouder en dus eigenaar is van de NV indien de aandelen op termijn worden overgedragen aan een derde partij. Het andere grote verschil heeft te maken met het startkapitaal. Voor de NV is namelijk een startkapitaal nodig van € 45.000,-, terwijl er voor de BV slechts een startkapitaal nodig is van € 0,01.

Stichting Een stichting is een zelfstandige privaatrechtelijke rechtspersoon, gelijk de BV. Oprichting De stichting wordt opgericht bij notariële akte, met daarin opgenomen de statuten van de stichting. Ledenverbod Andere privaatrechtelijke rechtspersonen kennen leden, aandeelhouders of vennoten. Voor de stichting geldt een ledenverbod. De essentie van het ledenverbod is dat een stichting niet de dualistische opzet mag hebben van de andere gereguleerde rechtspersonen, waarbij sprake is van een bestuur en een algemene vergadering die de bevoegdheid heeft om bestuurders te benoemen en te ontslaan en het beleid van het bestuur te beïnvloeden. De stichting heeft aldus een onafhankelijkere positie tegenover de gemeente Hollands Kroon dan de BV en kan de uitvoering van taken en werkzaamheden van de BFCW organisatie zelf invullen.

8

Een nadeel van de stichting is dat de sturing vanuit de gemeente Hollands Kroon op de stichting en haar onderneming gebaseerd is op in de statuten toegekende bevoegdheden aan het college of andere hulpconstructies als contractuele afspraken. Omdat er geen leden mogen zijn die verplicht zijn om op te treden als financier, is de stichting afhankelijk van andere financiële externe bronnen, bijvoorbeeld subsidies en schenkingen. Doel van de Stichting De statuten vermelden het doel van de stichting. Het doel vormt het centrale element bij een stichting en bepaalt de bestemming van het vermogen van de stichting. Met andere woorden: het vermogen van de stichting staat ten dienste van het doel van de stichting, het zogenaamde ‘doelvermogen’. Het doel mag niet in strijd zijn met de openbare orde of met het uitkeringsverbod. Verder stelt de wet geen nadere eisen aan de nauwkeurigheid van de doelomschrijving en is men vrij in het vaststellen van het doel. Het doel van een stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen noch aan andere tenzij wat deze laatsten betreft de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben.

Van ‘uitkeringen’ is geen sprake als tegenover de betaling een gelijkwaardige tegenprestatie staat, zoals bij niet-bovenmatige onkostenvergoedingen aan bestuurders of honorering van hun werk, uitbetaling van loon of salaris aan personen in dienst van de stichting De ratio van het uitkeringsverbod is dat de stichting geen winstaanspraken aan derden mag geven en derden aldus ook niet in de gelegenheid mag stellen uitkeringen met het karakter van een winstaanspraak te bewerkstelligen. De stichting mag geen verkapte vennootschap (BV) zijn. De opbrengsten van de activiteiten die de stichting verricht mogen niet ten goede komen aan bij de stichting betrokken oprichters of leden van haar organen. Rechtshandelingen in strijd met het uitkeringsverbod zijn nietig, de verboden uitkeringen kunnen als onverschuldigd betaald worden teruggevorderd. De statuten kunnen bepalen dat een stichtingsorgaan bevoegd is om het statutaire doel te wijzigen. Er bestaat echter discussie in de literatuur over de vraag of het wijzigingsbevoegde orgaan gehouden is om een nieuw doel aan te wijzen dat verwant is aan het bestaande doel. Als het wijzigingsbevoegde orgaan zelf het vermogen heeft bijeengebracht, lijkt een wijziging minder snel ongeoorloofd dan wanneer het vermogen is gevormd door bijdragen van derden, zeker als deze derden niet met de wijziging (kunnen) instemmen.

Registergoederen Slechts indien dit uit de statuten voortvloeit, is het bestuur bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De statuten kunnen deze bevoegdheid aan beperkingen en voorwaarden binden. Bestuur De wet bevat zelf geen regeling voor benoeming en ontslag van bestuurders en commissarissen. Veelal zal de akte van oprichting de eerste bestuurders, en als een raad van commissarissen is ingesteld, de eerste commissarissen, aanwijzen. De wet eist echter wel dat de statuten vermelden op welke wijze opvolgende bestuurders (en commissarissen) worden benoemd en ontslagen. Gelijk aan de BV is het bestuur in belangrijke mate autonoom in de uitvoering van zijn taak. Bij de uitvoering van hun taak dienen bestuurders zich te richten naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.

9

Teneinde controle te hebben en te houden op de invulling van het bestuur (en de raad van commissarissen) en daarmee op het beleid van de stichting, kan de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders en commissarissen in de statuten aan de gemeente Hollands Kroon worden toegekend. Ook bij de stichting bestaat de mogelijkheid van het instellen van een one-tier-board. Raad van Commissarissen Gelijk de BV kan bij de statuten worden bepaald dat er een RvC (RvT) wordt ingesteld. De raad bestaat uit een of meer natuurlijke personen. Aansprakelijkheid De aansprakelijkheid van stichtingsbestuurders is gelijk met die van bestuurders van de BV. Jaarrekening Stichtingen met een onderneming die in twee opeenvolgende boekjaren minimaal € 6 miljoen per jaar omzetten, zijn verplicht om een jaarrekening te deponeren.

Afwegingen Eigenaar en opdrachtgever Alhoewel de gemeente Hollands Kroon bij zowel de BV als de stichting op afstand staat, is zij wel in staat om de rollen van eigenaar en opdrachtgever van de BFCW organisatie in te vullen, zij het op een uiteenlopende wijze. Door invulling van deze rollen kan de gemeente Hollands Kroon zeggenschap uitoefenen over (onder andere) de doelstellingen (het beleid) en de uit te voeren taken van de BFCW organisatie, de instandhouding van de BFCW organisatie, en het bewaken van de duurzaamheid en continuïteit van de BFCW organisatie. Bij een BV is de gemeente Hollands Kroon zowel juridisch opdrachtgever als eigenaar (aandeelhouder/ aandeelhoudersvergadering) en kan zij vanuit die rollen concreet sturen op het bestuur (beleid) van de BFCW organisatie en het bestuur instructies geven. Er is in dat geval sprake van een zekere nabijheid bij de BFCW organisatie. Daar staat tegenover dat uiteindelijk het bestuur van de BV zelf over het besturen van de vennootschap gaat. In het uiterste geval kan de gemeente Hollands Kroon als aandeelhouder echter de bestuurder(s) en (indien van toepassing) leden van de RvC van de BV ontslaan, en op die wijze sturing geven. Bij een stichting is er wel sprake van juridisch opdrachtgever, maar is er juridisch gezien geen sprake van eigenaarschap.

Er is een hulpconstructie nodig om invulling te kunnen geven aan het eigenaarschap. Hierbij valt te denken aan de subsidierelatie of dienstverleningsovereenkomst om van daaruit sturen geven. Deze rolinvulling is echter minder vergaand en minder nabij dan de rol als aandeelhouder van een BV. Op basis van de opdracht kunnen overkoepelende afspraken tussen gemeente Hollands Kraan en de BFCW organisatie worden vastgelegd, zoals onder meer met betrekking tot de opdrachtbeschrijving, wederzijdse rolverdeling en verantwoordelijkheden, overleg- en rapportagestructuur, looptijd en opzegmogelijkheden. Door middel van het houden van periodieke overleggen tussen de gemeente Hollands Kroon en de BFCW organisatie, kan de gemeente zich op de hoogte laten stellen van de stand van zaken. Daarnaast kan in een overeenkomst (bijv. directiereglement) worden afgesproken dat het bestuur de gemeente Hollands Kroon van bepaalde (financiële) informatie voorziet. Maar van belang daarbij is dat het bestuur bij zowel de BV als de stichting in belangrijke mate autonoom is in de uitvoering van zijn taak. Zij dienen zich binnen de grenzen van de statuten en de wet te richten naar het belang van de BV/stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie, en niet per se naar het belang van de gemeente Hollands Kroon.

10

Wat betreft de aansprakelijkheid geldt voor zowel de BV als de stichting hetzelfde. De gemeente Hollands Kroon is in beginsel niet aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap of de stichting wordt verricht. De BV en de stichting nemen als zelfstandige rechtspersoon deel aan het handelsverkeer. Aanbesteding Bij zowel de stichting als de BV kan bij de opdrachtverlening aan de BFCW organisatie een beroep worden gedaan op quasi-inbesteding. Er wordt immers voldaan aan de eisen van quasi-inbesteding: de gemeente Hollands Kroon houdt toezicht op de BFCW organisatie zoals op haar eigen dienst(en) (‘toezichtcriterium’), de BFCW organisatie voert meer dan 80% van de activiteiten uit voor de gemeente Hollands Kroon (‘merendeelcriterium’) en er is geen directe participatie van privékapitaal in de BFCW organisatie. De BFCW organisatie kan binnen de kaders van het aanbestedingsrecht aldus opdrachten van de gemeente Hollands Kroon uitvoeren zonder aanbesteding. Meer over het kader van de aanbestedingsregels, volgt onder paragraaf 7. Autonomie Bestuurders van zowel een stichting als BV dienen zich bij de vervulling van hun taak te richten naar het belang van de stichting respectievelijk BV en de met haar verbonden organisatie of onderneming.

Het belang van de gemeente Hollands Kroon is dus wettelijk gezien niet per se gelijk aan belang van de BFCW organisatie als zelfstandige rechtspersoon. Bij zowel een stichting als een BV is er dan ook in de kern veel vrijheid en autonomie omdat het gaat om een zelfstandige rechtspersoon die op afstand van de gemeente Hollands Kroon staat. Het statutaire bestuur gaat zelf over het besturen van de organisatie, de uitvoering en de mate van flexibiliteit en wijze van het innovatief opereren. Er zal vanuit de stichting of BV wel afstemming met de gemeente Hollands Kroon nodig zijn over het budget/begroting, maar de keuzevrijheid om bijvoorbeeld personeel aan te nemen of overeenkomsten aan te gaan ligt volledig bij het bestuur van de stichting en/of BV. Toezicht Bij zowel de stichting als de BV is het mogelijk om formeel een toezichthoudend orgaan in te stellen. Een raad van toezicht (RvT) of raad van commissarissen (RvC) kan worden ingesteld die bestaat uit (professionele) toezichthouders met een statutaire (formele) taak om toezicht te houden op de stichting of BV en het bestuur met raad en daad terzijde staat.

Enerzijds heeft het bestuur van de stichting of de BV op die wijze een sparringpartner die dichtbij staat en vanuit het belang van de rechtspersoon kan meedenken, maar ook kan adviseren over bijvoorbeeld bedrijfsvoering aspecten of andere thema’s die voor de BFCW organisatie belangrijk zijn. Anderzijds kan de gemeente Hollands Kroon door middel van de in de statuten op te nemen bevoegdheid tot benoeming van leden van het toezichthoudende orgaan, feeling houden bij de organisatie en indirect een invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie. Door geen toezichthoudend orgaan in te stellen, wordt de BFCW organisatie meer op afstand geplaatst en wordt er (in het geval van een BV) een transparantere rolverdeling vanuit de aandeelhouders bewerkstelligd. Opbrengsten en overdracht De gemeente Hollands Kroon geeft aan dat het behalen en uitkeren van winst in principe geen aspect is dat van overwegende c.q. doorslaggevende betekenis is voor de keuze van een rechtsvorm. Wel houdt de gemeente Hollands Kroon de mogelijkheid open dat de organisatie (of onderdelen daarvan) in de markt kan verzelfstandigd nadat aan het beoogde resultaat van de VOP is voldaan. Bij een BV kunnen de positieve resultaten van de BFCW organisatie aan de gemeente Hollands Kroon als aandeelhouder worden uitgekeerd en door haar voor ieder ander doel dan de BFCW organisatie worden aangewend.

11

Een stichting heeft geen aandeelhouders of leden en moet de winst inzetten om het doel van de stichting te verwezenlijken. De ratio van het uitkeringsverbod is dat de stichting geen winstaanspraken aan derden mag geven en derden aldus ook niet in de gelegenheid mag stellen uitkeringen met het karakter van een winstaanspraak te bewerkstelligen. De stichting mag geen verkapte BV zijn. De overdracht van de BFCW organisatie kan bij een BV door middel van een aandelenoverdracht of een activa/passiva transactie. De verkoop van de aandelen zelf kan via een onderhandse overeenkomst plaatsvinden. De levering van de aandelen moet daarentegen door middel van een notariële akte. Een overname van aandelen in een BV is relatief eenvoudig. Aan de onderneming van de BFCW organisatie en haar rechten en verplichtingen wijzigt niets. Alleen de eigenaar wijzigt, terwijl de onderneming in haar geheel blijft bestaan. Bij een activa-passiva transactie worden specifieke bezittingen (activa) en schulden (passiva) overgedragen. Een koper kan aldus selectief bepalen welke onderdelen van de BFCW organisatie hij wil en welke hij niet wil overnemen.

Een activa passiva transactie is daarentegen een stuk complexer dan een aandelenoverdracht en vereist meer maatwerk, omdat alle over te dragen zaken separaat en op de in de wet voorgeschreven wijze moeten worden overgedragen en ook specifiek in de koopovereenkomst omschreven moeten worden. Bij een stichting kan (kunnen onderdelen van) de BFCW organisatie uitsluitend door middel van een activa/passiva transactie plaatsvinden. Met betrekking tot de opbrengsten van een dergelijke transactie dient dan wel weer rekening te worden gehouden met het statutaire doel van de stichting. Samenwerking en opdrachtverlening De projectgroep heeft de volgende vragen gesteld: ‘Welke contracten en overleggen passen om de relatie tussen gemeente en nieuwe organisatie BFCW vorm te geven?’’ en ‘’Is het een goede overweging om de visafslag ook in het Overleg van bestuurders te laten plaatsnemen?. Ten aanzien hiervan merken wij het navolgende op. Zowel de BV als de stichting bezitten rechtspersoonlijkheid. Het aangaan van samenwerkingen met, en opdrachtverlening aan / van andere bedrijven en de gemeente Hollands Kroon is daarom bij zowel de stichting als de BV als rechtspersoon mogelijk. Bij zowel de stichting als BV loopt de samenwerking en de onderhandelingen via het statutaire bestuur van de organisatie en wordt een samenwerking c.q.

overeenkomst aangegaan tussen twee gelijkwaardige partijen die zelfstandig en zonder last kunnen opereren. Als beide partijen overeenstemming bereiken, kan daarna direct worden doorgepakt om de overeenkomst te implementeren en uit te voeren. Relatie Gemeente Hollands Kroon – BFCW: wijze van samenwerking/sturing geven De BFCW organisatie is de uitvoeringspartner van de gemeente Hollands Kroon voor van de ontwikkeling van BFCW conform de maatschappelijke VOP doelstellingen. De gemeente bij de oprichting van de entiteit de algemene doelstelling kunnen formuleren waarbinnen het BFCW moet opereren. De gemeente Hollands Kroon kan verder, door invulling van haar rol van oprichter en opdrachtgever sturing geven. In aanvulling daarop kan gemeente Hollands Kroon als opdrachtgever met BFCW nadere (samenwerkings)afspraken maken over de te realiseren doelstellingen en het daarbij behorende budget en kwaliteitsniveau, de wederzijdse rolverdeling en verantwoordelijkheden, werkafspraken, het afleggen van verantwoording, de overlegstructuur. Daarnaast kan de gemeente invloed uitoefenen via subsidievoorwaarden in een subsidiebeschikking en eventueel een subsidieuitvoeringsovereenkomst. De BFCW organisatie voert vervolgens uit en rapporteert periodiek over de voortgang, zodat de gemeente Hollands Kroon de voortgang tussentijds kan blijven monitoren en waar nodig kan bijsturen.

De terugkoppeling zou gelaagd kunnen zijn. BFCW rapporteert aan het college en het college rapporteert op zijn beurt weer aan de gemeenteraad. Na een bepaalde periode kan de gemeente effectiviteit van het project evalueren. De BFCW organisatie staat los van de visafslag, het is enkel een goede buurman. De visafslag heeft in de beoogde BFCW organisatie geen juridische of organisatorische rol.

12

Ten behoeve van de ontwikkeling van BFCW conform de maatschappelijke VOP doelstellingen zullen er wel samenwerkingsafspraken moeten worden gemaakt en vastgelegd met de visafslag over de samenwerking, waaronder de koop van zeeverse vis. Regelmatig en structureel overleg over de uitvoering van de afspraken (tussen bestuurders) is daarbij een must. Daarnaast zullen er afspraken moeten worden gemaakt en vastgelegd met de korte keten afnemers in de MRA regio en huur- en samenwerkingsovereenkomsten met gebruikers van de ruimten en faciliteiten die in het gebouw worden ontwikkeld. Wet Markt en Overheid Wanneer de gemeente Hollands Kroon economische activiteiten door overheidsbedrijven laten verrichten, moet rekening worden gehouden met de regels die zijn opgenomen in de Europese Concentratieverordening en het in de Nederlandse Mededingingswet uitgewerkte Europese mededingingsrecht. Hieronder valt ook de Wet Markt en Overheid. Voor de beantwoording van de vraag of de beoogde BFCW organisatie kwalificeert als overheidsbedrijf, is bij zowel de BV als de stichting doorslaggevend of de gemeente Hollands Kroon, al dan niet samen met één of meer andere publiekrechtelijke rechtspersoon, in staat is om het beleid van die BV of stichting te bepalen.

De wet geeft een nadere invulling van het begrip beleidsbepalende invloed, te weten indien de gemeente Hollands Kroon beschikt over de meerderheid van de stemrechten (BV) en/of de bevoegdheid heeft meer dan de helft van de bestuurders of toezichthouders (RVC) te benoemen (stichting). Voor zowel de BV als stichting geldt dat als zij kwalificeren als overheidsbedrijf de gemeente Hollands Kroon de BFCW organisatie op grond van de Wet Markt en Overheid (gedragsregel) niet mag bevoordelen boven andere ondernemingen waarmee de BFCW organisatie in concurrentie treedt. Ook mag de gemeente Hollands Kroon geen voordelen toekennen die verder gaan dan die in het normale handelsverkeer gebruikelijk zijn. Meer over het kader van de Wet Markt en Overheid, volgt onder paragraaf 6. Economische activiteit De staatssteunregels zijn alleen van toepassing als er sprake is van steun aan een onderneming die een economische activiteit verricht. Als een decentrale overheid steun verleent aan een entiteit die niet als een onderneming kan worden aangemerkt, kunnen de staatssteunregels buiten beschouwing worden gelaten. Volgens het Europees Hof van Justitie is een onderneming elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht haar rechtsvorm en wijze van financiering.

Om te bepalen of er sprake is van een onderneming, kunnen de volgende punten in ogenschouw worden genomen: • de status van de entiteit in het nationale recht is niet bepalend; • een winstoogmerk is niet vereist, concurrentie op de markt volstaat; • een entiteit die zowel economische als niet economische activiteiten verricht, dient alleen met betrekking tot de economische activiteiten te worden aangemerkt als onderneming; • twee rechtspersonen kunnen mogelijk als één onderneming worden beschouwd voor de toepassing van de staatssteunregels. Het Europees Hof van Justitie heeft in rechtspraak vastgelegd dat iedere activiteit waarbij goederen of diensten op een markt worden aangeboden, een economische activiteit is. Gelet op de beoogde activiteiten van de BFCW organisatie, moet deze als onderneming worden aangemerkt. Bij het verlenen van steunmaatregelen door de gemeente Hollands Kroon aan de BFCW organisatie maakt het aldus geen verschil of de organisatie is vormgegeven als BV of als stichting. Voorts wensen wij op te merken dat de (algemene) bovengrens van de-minimissteun niet kan worden omzeild door middel van (het storten van) aandelenkapitaal. Het Europees Hof van Justitie (Intermills C323/82) heeft bepaald dat de overdracht van staatsmiddelen via verschillende verschijningsvormen kan gebeuren.

Zo kan het gaan om een subsidie à fonds perdu, een lening, een garantie of via een deelneming in het kapitaal van ondernemingen.

13

Een aandelenparticipatie kan aldus net zo goed (staats)steun zijn als een lening of een bedrag à fonds perdu. Voor steun vervat in de vorm van investeringen van aandelenkapitaal of hybride kapitaal geldt dat naar het verstrekte kapitaal wordt gekeken. Het zogenaamde “bruto-subsidie-equivalent” van de steun. Meer over het staatssteunkader volgt onder paragraaf 5.

Advies inzake rechtsvorm Als we de beoogde uitgangspunten van de gemeente Hollands Kroon en de afwegingen langslopen, komen wij tot het navolgende advies. Op de punten eigenaarschap, nabijheid en overdraagbaarheid scoort de BV net iets beter dan de stichting. Op het gebied van flexibiliteit, autonomie, innovatief handelen, het samenwerken en het instellen van een statutair toezichthoudend orgaan scoren de BV en de stichting (nagenoeg) gelijk. Indachtig de uitgangspunten van de gemeente Hollands Kroon en de afwegingen ontlopen de BV en de stichting elkaar nauwelijks. De BV geeft de gemeente Hollands Kroon meer mogelijkheden om winst uit te keren en in de toekomst (onderdelen van) de BFCW organisatie te verkopen. De gemeente Hollands Kroon geeft daarentegen aan dat het behalen en uitkeren van winst in principe geen aspect is dat van overwegende c.q. doorslaggevende betekenis is voor de keuze van een rechtsvorm. Daardoor heeft de keuze voor de BV op dat punt als rechtsvorm op dit moment niet per se meerwaarde boven de keuze voor de stichting.

Bij zowel de BV als de stichting wordt de BFCW organisatie een zelfstandige en autonome onderneming die op afstand staat van de gemeente Hollands Kroon, maar waarbij de gemeente Hollands Kroon door invulling van haar rol van eigenaar (bij een BV meer dan een stichting) en opdrachtgever, feeling kan houden bij de organisatie en daar waar mogelijk sturing kan geven, bijvoorbeeld door de benoeming van bestuurders en toezichthouders alsmede door uitoefening van haar instructiemogelijkheden. De BFCW organisatie kan onafhankelijk van de gemeente Hollands Kroon werken aan het doorontwikkelen van de organisatie en daarnaast kunnen bedrijven op gelijkwaardige voet (als bedrijven onder elkaar) samenwerken met de BFCW organisatie. Bij de advisering omtrent de rechtsvorm spelen tevens de maatschappelijke VOP doelstellingen een wezenlijke rol van betekenis. De BFCW organisatie is gericht op de ontwikkeling conform de maatschappelijke VOP doelstellingen. Eén, en wellicht de belangrijkste, maatschappelijke doelstelling van de gemeente Hollands Kroon is het behoud en de promotie van de handel in Nederlandse vis in Den Oever, hetgeen bij moet dragen aan de brede welvaart in de regio, wat essentieel is voor de lokale economie en cultuur.

Door de handel in vis onder de aandacht te brengen, en een plek te bieden voor handel in de voor de markt ondergewaardeerde vissoorten ondersteund de BFCW organisatie niet alleen de lokale vissers, maar ook de gemeenschap bij duurzame visserijpraktijken en geven we maximaal bekendheid aan de waarde van lokale producten. Dit versterkt de verbinding tussen de regio en zijn rijke maritieme tradities. Het nadeel van de BV is dat deze rechtsvorm - anders dan de stichting - geen (h)erkenning biedt voor het nastreven van het maatschappelijke doel. Voor de buitenwereld heeft de BV veelal het stempel dat de onderneming enkel gericht is op zuiver commerciële doelstellingen en draait om het maken van winst. De maatschappelijke doelstelling is niet automatisch gewaarborgd en gelden kunnen worden aangewend voor de commerciële belangen van de onderneming. Derden, waaronder investeerders en donateurs, willen erop vertrouwen dat de BFCW organisatie daadwerkelijk de maatschappelijke impact centraal stelt en dat de missie ook na verloop van tijd niet uit beeld raakt. Dit knelpunt speelt meer bij ondernemingen die de rechtsvorm van een BV hebben dan bij stichtingen. Stichtingen verankeren immers hun maatschappelijk doel in de statuten en beschermen het kapitaal door een winstuitkeringsverbod. Winst mag alleen ten behoeve van het doel van de stichting worden ingezet.

Geldverstrekkers en donateurs hebben dan ook de garantie van een statutair maatschappelijk doel dat wordt nagestreefd en dat voorop moet staan bij de bestemming van de winst.

14

De BV biedt daarentegen meer mogelijkheden om (extern) kapitaal te verwerven dan de stichting doordat de BV in tegenstelling tot de stichting aandelen kan uitgeven, en verder ook het verkrijgen van financieringen kan eenvoudiger zijn. Financiers zijn terughoudend met het verstrekken van financiering aan een organisatie waar winst niet op de eerste plek staat. Gelet op de maatschappelijke belangen die de stichting zal vertegenwoordigen en gelet op de mogelijke beeldvorming voor de buitenwereld heeft het college de voorkeur uitgesproken voor een stichting. Gelet op de beoogde uitgangspunten van de gemeente Hollands Kroon en bovenstaande afwegingen, achten wij een BV de meest doelmatige keuze voor het behalen van de beoogde doelstellingen. Dat neemt niet weg dat wij mede gelet op de uitgesproken maatschappelijke doelstelling en de politieke beeldvorming ook de rechtsvorm van een stichting eveneens ondersteunen. Het is aan de gemeente Hollands Kroon om op basis van het voorgaande een uiteindelijke keuze te maken. Bij de keuze voor de rechtsvorm kan tevens in aanmerking worden genomen dat de wet de mogelijkheid biedt om de gekozen rechtsvorm om te zetten in een andere privaatrechtelijke persoon. Een stichting kan aldus op enig nader te bepalen moment worden omgezet in een BV, bijvoorbeeld als de gemeente Hollands Kroon (onderdelen van) de BFCW organisatie wenst te verkopen.

Het bijzondere kenmerk van een omzetting is dat het bestaan van de rechtspersoon door omzetting niet wordt beëindigd. Door omzetting verandert wel de rechtsvorm, maar niet de identiteit van een rechtspersoon. Rechtsvormwijziging betekent continuïteit in de rechtspersoon en discontinuïteit in de rechtsvorm. Voor omzetting van een stichting in een BV is rechterlijke machtiging vereist om de beoogde omzetting te bewerkstelligen. Daarnaast is van belang dat het uitkeringsverbod van de stichting na omzetting ook geldt ten aanzien van het omgezette stichtingvermogen. Indien een stichting na omzetting haar vermogen (en de vruchten daarvan) anders wil besteden, is daarvoor eveneens de goedkeuring van de rechter vereist. Vraag van projectgroep Vanuit de projectgroep is nog de volgende vraag gesteld: ‘’Is er vanuit de wettelijke rol van beheerder nog wat te adviseren over deze ontwikkeling?’’ Ten aanzien hiervan merken wij in zijn algemeenheid op dat artikel 2:9 BW een zorgplicht (behoorlijke taakuitoefening) meebrengt voor bestuurders van een rechtspersoon. Daarnaast zal de gemeente zijn verplichtingen als eigenaar en verhuurder va het pand moeten nakomen (d.w.z. ervoor zorgdragen dat het nodige onderhoud wordt verricht en dat gebreken worden verholpen etc.).

Vraag van projectgroep Vanuit de projectgroep is nog de volgende vraag gesteld: “Welke overige aanbevelingen zijn er te geven aangaande de governance van de nieuwe organisatie BFCW” Ten aanzien hiervan merken wij op dat de gemeente Hollands Kroon door middel van benoeming van leden van een toezichthoudende orgaan (RvC of RvT) feeling kan houden bij de organisatie en indirect een invloed kan uitoefenen op het beleid van de organisatie. Echter door geen toezichthoudend orgaan in te stellen, wordt de BFCW organisatie meer op afstand geplaatst en wordt er (in het geval van een BV) een transparantere rolverdeling vanuit de aandeelhouders bewerkstelligd.

4. BEOORDELING INZAKE GEMEENTEWET De gemeente wil weten hoe het oprichten van het BFCW zich verhoudt tot artikel 160 lid 2 van de Gemeentewet. De gemeente verzoekt om uitgebreid in te gaan in hoeverre of bij het oprichten van het BFCW ook wordt voldaan aan het vereiste dat de onderneming moet worden opgericht in het openbaar belang, zoals dat vermeld is in artikel 160 lid 2 Gemeentewet. Behartiging openbaar belang Artikel 160 lid 2 van de Gemeentewet bepaalt dat het college slechts tot de oprichting van en de deelneming in zowel stichtingen als vennootschappen besluit, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden

15

geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Binnen te behartigen openbare belangen bestaan mogelijkheden voor ruimere (algemene) en beperkte (functionele) taakstelling. De vraag zou kunnen rijzen of de wetgever met de verwijzing naar het te dienen openbaar belang beoogd heeft een restrictie aan te brengen in die zin, dat voor andere dan openbare belangen de onderhavige regeling niet zou gelden. Naar het voorkomt, is een dergelijke benadering onjuist. De wetgever is er impliciet van uit gegaan dat alleen openbare belangen door overheidsorganisaties en in casu door gemeenten behartigd mogen worden. Andere dan openbare belangen gaan de besturende overheid niet aan, terwijl binnen te behartigen openbare belangen mogelijkheden bestaan voor ruimere (algemene) en beperkte taakstelling (functionele). Het gaat derhalve om de behartiging van het desbetreffende belang. Er had daarom volstaan kunnen worden met ‘belang’ in plaats van ‘openbaar belang’. De doelstelling van de organisatie Blue Food Centrum Wieringen is het operationeel realiseren van de gelijknamig kavel in het Visserij Ontwikkel Plan (VOP), inclusief de orkestrerende regie op de deelaspecten (zie onder) met derden en de initiatie van aanpalende projecten die een spin-out vormen in en rond de haven van Den Oever (ook ten behoeve van havengebonden ondernemingen).

Het VOP is voor de gemeente Hollands Kroon een publieke opgave. Zoals reeds aangehaald gelden voor het VOP twee doelstellingen, die hier voor de volledigheid worden herhaald: - Doelstelling 1: Behoud en ontwikkeling van toekomstbestendige landzijdige visclusters (waaronder visafslagen) voor een kleinere, duurzamer en meer diverse aanvoersector; - Doelstelling 2: Andere sociaaleconomische activiteiten ontplooien die qua karakter aansluiten bij de identiteit en bijdragen aan het behoud van het sociaal-cultureel erfgoed en de werkgelegenheid van de betreffende visserijgemeenschappen. Of meer technisch geformuleerd: het is een ontwikkelopgave met een publiek-private impuls-investering. Deze opgave correspondeert weliswaar niet direct met reguliere bedrijfsprocessen op het gemeentehuis, maar vindt wél plaats in het kader van een breder algemeen belang, te weten doelstelling 2 van het VOP. Onzes inziens is het college bevoegd om een privaatrechtelijke organisatie op te richten voor het behartigen van het bovengenoemde belang, nu het onzes inziens feitelijk gaat om het versterken van de lokale visserijgemeenschap (en daarmee de lokale economie) die momenteel onder druk staat. Het versterken van de lokale economie achten wij een breder algemeen belang dat de gemeente mag najagen.

Dat het hierbij gaat om een algemeen belang, maken wij onder meer op uit de kamerbrief van Minister Adema (LNV). Daarin heeft de minister aangegeven dat de gelden vanuit de rijksoverheid worden beschikbaar gesteld in het belang van voedselwinning uit zee. In de brief wordt benoemd dat het noodzakelijk is deze ook voor de toekomst te borgen, omdat in de keten en gemeenschappen de gevolgen van de visserijsector naar een meer duurzame, flexibelere en meer diverse vloot, voelbaar zijn. De minister spreekt over een sociaal en economische impact voor families en gemeenschappen, en de wens om in te zetten op een robuuste en duurzame keten die klaar is voor de toekomst, om ketenbedrijven aan wal en visserijgemeenschappen toekomstperspectief te geven. Het is onze inschatting dat met deze maatregel wordt beoogd kwetsbare visserijgemeenschappen en/of lokale economie en werkgelegenheid te beschermen. Dit achten wij een openbaar belang. De gemeente draagt met het oprichten van het BFCW bij aan de behartiging van dit bredere algemene openbare belang. De oprichting van het BFCW sluit daarop aan. Met het BFCW wordt beoogd de visserijhaven toekomstbestendig te maken, door in de spelen op huidige en toekomstige ontwikkelingen op de visserijmarkt. Het moet een versterking van de lokale visserijgemeenschap bewerkstelligen én de regio verlevendigen.

Gelet daarop, menen wij dat het college bevoegd is om een privaatrechtelijke organisatie op te richten voor het behartigen van het bovengenoemde belang (dat feitelijk ziet op het versterken van de lokale vishandel en daarmee de lokale economie en werkgelegenheid). Volledigheidshalve wijzen wij erop dat op dit punt weinig tot geen rechtspraak bestaat, zodat helaas niet wij ter onderbouwing kunnen verwijzen naar een precedent en zodoende (meer) kunnen garanderen dat het aanmerken van het BFCW als zijnde in het openbaar belang een rechterlijke toets zal doorstaan. Wél kunnen wij aangeven dat uit rechtspraak volgt dat de gemeente in principe een ruime beoordelingsruimte heeft om te bepalen of er sprake is van een economische activiteit in het algemeen belang. Dit betekent dat

16

de rechter de door het bestuur verrichte beoordeling en de in dat kader gemaakte afweging van belangen met enige terughoudendheid moet toetsen.7 Mede gelet op die ruimte beoordelingsruimte, achten wij dat gemeente zich op het standpunt kan stellen dat sprake is van een openbaar belang. Overigens is het wel de taak om dit uitgebreid in de besluitvorming te motiveren. 8 Het is raadzaam om in de motivering te benadrukken dat het initiatief een uitwerking betreft van de publieke opgave vanuit de rijksoverheid ter zake van de problematiek die kwetsbare visserijgemeenschappen als gevolg van de transitie in de vismarkt ervaren. Voorhangprocedure Vanuit de gemeente is gevraagd of uit artikel 160 gemeentewet voortvloeit dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure op grond van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is. Deze vraag moet ontkennend beantwoord worden. Artikel 160 vergt niet dat de uitgebreide procedure wordt gevolgd. Het vergt enkel dat een voornemen tot het oprichten van een organisatie door het college, eerst aan de gemeenteraad kenbaar wordt gemaakt, zodat deze eventuele bedenkingen kan geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=4fe91a05-1c3d-4b4f-8c92-382e49f07544