CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1.Kolhornerweg 3_Toelichting

Raad 23 maart 2023, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Kolhornerweg 3, Middenmeer24.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Verblijfplaats

Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).

Vliegroute

Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.

Voorbijvliegend

Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.

Zwermen

Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.

Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en

temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.

3. VOORWAARDEN

Adviesbureau Mertens BV (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09110429) richt zich op de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en de eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Vaak wordt daarom getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Dieren en planten kunnen zich vestigen na onderzoek en ook is er een mogelijkheid, dat ondanks onderzoek dieren zich verborgen houden of dat planten niet zijn opgekomen in een bepaald jaar doordat het bijvoorbeeld een droog of koud voorjaar is. Ook komt het zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen in bepaalde situaties zoals op plaatsen waar veel mensen komen, waar veel geluid is of veel lichtverstrooiing. Daarom heeft Adviesbureau Mertens BV een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting bij inventarisaties. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor het zich verborgen houden, nadien vestigen of verplaatsen van soorten. Zoals bovenstaand weergegeven wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Een plan of project wordt met de grootste zorg getoetst door Adviesbureau Mertens BV. De geldende interpretatie van de wet- en regelgeving is aan verandering onderhevig en sinds de decentralisatie van bevoegde gezagen treden er ook regionale verschillen op. Adviesbureau Mertens BV is niet verantwoordelijk voor veranderde interpretatie van de wet- en regelgeving.

Na verrichtte werkzaamheden worden projecten soms overgedragen of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, of schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Adviesbureau Mertens BV. De opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau Mertens BV voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen. Omdat dieren en planten zich verplaatsen, zich kunnen vestigen na onderzoek en de geldende interpretatie van wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is, is een onderzoek twee jaar geldig. Na twee jaar dient een onderzoek en/of advies geactualiseerd te worden. De opdrachtgever is hiervoor zelf verantwoordelijk. De interpretatie van wet- en regelging kan zijn gewijzigd na advies, de situatie kan veranderd zijn en daarnaast dient voldaan te worden aan de Zorgplicht van bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming. Tijdig maar in ieder geval voorafgaand van start van eventueel fysieke werkzaamheden dient de initiatiefnemer / uitvoerder zich daarom opnieuw op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond een plangebied en hoe hiermee moet worden omgegaan.

Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden en dient nagegaan te worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en schade als gevolg van bedrijfstagnatie. Inzake schadevergoeding geldt bij een toerekenbare tekortkoming van Adviesbureau Mertens BV een aansprakelijkheidsbedrag van maximaal drie maal de opdrachtwaarde.

Bijlage 2 Aanvullende natuurtoets

Kolhornerweg 3

71

Natuurtoets “Kolhornerweg 3 ” Gemeente Hollands Kroon (NH)

• Aanvullend onderzoek

Rapport 01/355 AFO Advisering & Onderzoek Titel en subtitel Natuurtoets “Kolhornerweg 3” Gemeente Hollands Kroon •

Aanvullend onderzoek

Auteur(s) drs. A. H. Swaan Opdrachtgever: Stichting Jonkerszorg Herenweg 105 1718 AD Hoogwoud Opdrachtnemer AFO Advisering & Flora- en faunaOnderzoek Limmerweg 46 1935 AM Egmond-Binnen www.afo-onderzoek.nl e-mail: info@afo-onderzoek.nl Datum publicatie: 8 november 2022

© AFO Advisering & Flora- en fauna Onderzoek, 2022 Niets uit deze rapportage mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van AFO en de opdrachtgever openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, websites etc..

Natuurtoets “Kolhornerweg 3 ” Gemeente Hollands Kroon (NH)

• Aanvullend onderzoek

Rapportage: A. H. Swaan

AFO Advisering & Onderzoek Rapport 01/355

Heiloo, 8 november 2022

Inhoudsopgave: SAMENVATTING

3

1

5

INLEIDING

LEESWIJZER

5

2

6

3

4

GLOBALE BESCHRIJVING LOCATIE & VOORGENOMEN ONTWIKKELING 2.1 2.2

INLEIDING BESCHRIJVING LOCATIE

6 7

2.3

VOORGENOMEN ONTWIKKELING

7

AANVULLEND ONDERZOEK 3.1 INLEIDING 3.2 HUISMUS 3.2.1 Inleiding & Methode 3.2.2 Resultaten 3.2.3 Conclusie & Discussie 3.3 GIERZWALUW 3.3.1 Methode 3.3.2 Resultaten 3.3.3 Conclusie 3.4 VLEERMUIZEN 3.4.1 Inleiding 3.4.2 Materiaal & methoden 3.4.3 Resultaten 3.4.4 Conclusie & Discussie

8 8 8 8 8 9 9 9 9 10 10 10 11 12

EFFECTBEOORDELING

14

4.1 4.2 4.3 5

8

INLEIDING GEWONE DWERGVLEERMUIS CONCLUSIE

14 14 14

CONCLUSIE NATUURWET- EN REGELGEVING 5.1

15

WET NATUURBESCHERMING

15

6

PREVENTIEVE MAATREGELEN & ADVIES

16

7

LITERATUUR/BRONNEN

17

Natuurtoets Kolhornerweg 3

2

Aanvullend Onderzoek

Samenvatting ➢ -

-

Inleiding Voor een planlocatie nabij de plaats Middenmeer werd in het kader van een Natuurtoets een aanvullend onderzoek uitgevoerd voor het onderdeel soortbescherming Wet natuurbescherming. De opdrachtgever voor dit onderzoek was de Stichting Jonkerszorg gevestigd in Hoogwoud. Op de planlocatie staat een woonhuis met een hier aan gekoppelde grote schuur. Het voornemen is beide gebouwen geschikt te maken voor een zorgfunctie, de kerntaak van de stichting. Aan de buitenzijde wordt het dak van beide gebouwen gerenoveerd en geïsoleerd. Voor deze ontwikkeling werd eerder een QuickScan Natuurtoets verricht, waarbij één van de conclusies was dat nader onderzoek naar het gebruik van de locatie door vleermuizen, Huismus en Gierzwaluw noodzakelijk was. Zonder aanvullende informatie over deze soortgroep/soorten kon onvoldoende beoordeeld worden of de Wet natuurbescherming mogelijk overtreden zou kunnen worden bij de voorgenomen ontwikkeling.

➢

Aanvullend onderzoek

• -

Uitvoering & methode Het aanvullende veldonderzoek vond plaats van april t/m eind september 2022. Bij het onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen vormde het zogeheten vleermuisprotocol 2021 de leidraad bij de toegepaste onderzoeksmethode. Huismus en Gierzwaluw werden volgens een standaardmethode geïnventariseerd o.a. vermeld in het Kennisdocument over deze soorten (BIJ12).

• -

➢ -

-

➢

Resultaten Huismus & Gierzwaluw Er werden geen indicaties verkregen die duiden op de aanwezigheid van broedlocaties van deze soorten op de planlocatiel. Vleermuizen - Algemeen Op en nabij de planlocatie werden in totaal vier soorten vleermuizen waargenomen. Gewone dwergvleermuis was hierbij veruit het talrijkst aanwezig. De andere soorten: Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis en Gewone grootoorvleermuis werden waargenomen maar waren kortdurend aanwezig. - Verblijflocaties Op de planlocatie (woongebouw/schuur) is een verblijflocatie aanwezig van een Gewone dwergvleermuis - Paarterritorium Een deel van de buitenruimte grenzend aan het woongebouw/schuur doet dienst als paarterritorium van een Gewone dwergvleermuis. Effectbeoordeling Een nadere beschouwing van mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling was noodzakelijk voor wat betreft het geconstateerde paarterritorium en de aanwezige verblijfplaats van de Gewone dwergvleermuis. Beiden hebben een beschermde status binnen de Wet natuurbescherming. De voorgenomen ontwikkeling leidt naar verwachting tot, in ieder geval tijdelijk, verdwijnen van de verblijfplaats van een Gewone dwergvleermuis. Een negatief effect op de het aanwezigheid van een paarterritorium als gevolg van verlichting is mogelijk, maar lijkt te kunnen worden voorkomen. Andere in dit kader relevante negatieve effecten op vleermuizen worden niet verwacht.

Natuurwet- en regelgeving Overtreding van de Wet natuurbescherming als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal afgaande op de verkregen resultaten optreden in het kader van soortbescherming. Wat betreft het paarterritorium kan dit worden voorkomen als de in deze rapportage beschreven preventieve maatregelen worden opgevolgd en nageleefd. Dit geldt niet voor de geconstateerde aanwezigheid van een verblijfplaats van een Gewone dwergvleermuis. Een ontheffingsaanvraag dan wel verklaring van geen bedenkingen is hier aan de orde. Deze kan in het kader van de voorgenomen werkzaamheden worden verkregen, en hoeft daarmee geen blijvende beperking te zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

3

Aanvullend Onderzoek

➢

Preventieve maatregelen. Dit betreft het voorkomen van verstoring van broedende vogels (soorten waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn), en verder het beperken van uitstralend (bouw)licht in de periode juli-oktober (paarperiode Gewone dwergvleermuis). Ook bij de verdere inrichting van het perceel (gebruiksfase) dienen negatieve effecten door lichtuitstraling te worden voorkomen. In deze rapportage worden de preventieve maatregelen nader beschreven.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

4

Aanvullend Onderzoek

1 Inleiding In opdracht van Jonkerszorg werd door AFO een aanvullend onderzoek verricht in het kader van een Natuurtoets. In 2021 werd voor deze locatie reeds een QuickScan Natuurtoets verricht (Mertens, 2021). Eén van de conclusies van de QuickScan was dat een nadere aanvullende toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk was om effecten van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden afdoende te kunnen beoordelen. Hiervoor diende eerst aanvullend veldonderzoek uitgevoerd te worden naar het gebruik van de planlocatie door Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen. Op basis van alleen een QuickScan-onderzoek kon de aan- of afwezigheid van deze soorten, en daarmee de mogelijke effecten op deze soorten, onvoldoende worden bepaald. AFO heeft het aanvullende veldonderzoek uitgevoerd in de periode april 2022 t/m september 2022. De resultaten hiervan worden in deze rapportage beschreven, gevolgd door een nadere toetsing van de verzamelde gegevens aan de Wet natuurbescherming.

Natuurtoets natuurwet- en regelgeving. Het primaire doel van een Natuurtoets is; de invloed van een project of ontwikkeling op aanwezige beschermde natuurwaarden te beoordelen. De natuurwet- en regelgeving kent hierbij zowel bescherming van soorten als van gebieden. Als eerste stap wordt veelal een QuickScan-onderzoek verricht om een duidelijk beeld te verkrijgen van de aanwezige of mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna en de aanwezigheid van beschermde leefgebied van soorten. Hierbij wordt de projectlocatie kort onderzocht en mogelijke effecten van het project op aanwezige of mogelijk aanwezige natuurwaarden worden beoordeeld. Op basis hiervan kan reeds worden vastgesteld in hoeverre een project of ruimtelijke inrichting in strijd is, of mogelijk kan zijn, met de natuurwet- of regelgeving. Bij een QuickScan-onderzoek dient daarnaast duidelijk te worden of meer informatie noodzakelijk is om dit correct te kunnen beoordelen. Dit kan zijn aanvullend onderzoek in het kader van de Natuurtoets, uitgaande van het voorgenomen project of de ruimtelijke ingreep. Maar, de resultaten van de QuickScan kunnen ook aanleiding zijn het project of de ruimtelijke ontwikkeling bij te stellen. Waarbij gedacht kan worden aan de wijze uitvoering, het ontwerp, en/of andere activiteiten die hiermee samenhangen, zoals de planning van de uitvoering.

Indien voldoende informatie verkregen is voor de beoordeling dient een Natuurtoets uiteindelijk ook te bepalen of vergunningverlening/ontheffing in het kader van de natuurwet- en regelgeving aan de orde is.

Leeswijzer In deze rapportage worden achtereenvolgend behandeld: A. B. C. D. E.

Beschrijving van de planlocatie en van de voorgenomen ontwikkeling. Beschrijving van het aanvullende onderzoek (Methode en verkregen resultaten) Effectbeoordeling Conclusie met betrekking tot de Natuurwet- en regelgeving Aanvullende preventieve maatregelen & advies

Natuurtoets Kolhornerweg 3

5

Aanvullend Onderzoek

2 Globale beschrijving locatie & voorgenomen ontwikkeling 2.1 Inleiding In de QuickScan die voor de voorgenomen ontwikkeling verricht is (Mertens B.V., 2021), werd de planlocatie reeds beschreven, voor een belangrijk deel in relatie tot de te verwachten beschermde natuurwaarden. Voor de inzichtelijkheid bij de hier verkregen onderzoeksresultaten en de interpretatie van de mogelijke effecten, is in deze rapportage eveneens een korte beschrijving van de planlocatie en directe omgeving opgenomen, inclusief een kaart van de geografische ligging. Deze aanvullende rapportage wordt daarmee tevens beter bruikbaar als zelfstandige rapportage.

Figuur 1. Ligging van de planlocatie. De planlocatie is blauw omkaderd aangegeven op de meest gedetailleerde inzet. Bewerkte topografische kaart © 2022 Topografische Dienst Emmen/PDOK.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

6

Aanvullend Onderzoek

2.2 Beschrijving locatie De planlocatie ligt in het agrarische gebied van de Wieringermeer, op ruim een kilometer ten westen van de plaats Middenmeer. De planlocatie heeft in het verleden een functie gehad als agrarisch bedrijf. De belangrijkste opstallen op de planlocatie zijn: een woonhuis gekoppeld aan een grote schuur en een voormalige hooiberg/schuur. Verder staat er een klein gebouw van metalen plaatmaterialen aan de oostzijde van het perceel. Verspreid langs de Kolhornerweg liggen soortgelijke boerenerven, waarvan er meerderen nog een agrarische bestemming hebben. De Kolhornerweg loopt parallel aan de Wesfriesche vaart, een doorgaand breed en daarmee voor scheepvaart geschikt kanaal. Langs deze vaart loopt, tussen dit kanaal en de Kolhornerweg, een relatief brede groenzone (~15 m.). Deze zone is voor het belangrijkste deel beplant met bomen. Het overige gebied in de directe omgeving van de planlocatie bestaat uit geheel open landschap, dat voor namelijk gebruikt wordt voor akkerbouw. Alleen op de aanwezige erven langs de weg is hoger opgaande vegetatie te vinden (bomen en struiken). Ook op de planlocatie is dit het geval, er zijn meerdere boomsoorten aanwezig, deels als solitaire bomen op een grasgazon, deels als een aaneengesloten houtopstand.

2.3 Voorgenomen ontwikkeling De Stichting Jonkerszorg heeft het voornemen het woonhuis en de gekoppelde grote schuur op de planlocatie geschikt te maken voor gebruik als huisvesting van haar doelgroep: mensen met een dagelijkse zorgbehoefte. Dit betreft veelal mensen met geheugenproblemen (dagbesteding en woonfunctie). Hiervoor dienen er aanpassing plaats te vinden aan de gebouwen. Aan de buitenzijde betreft dit het renoveren en isoleren van de het dak.

Foto 1. Het woonhuis met de hieraan verbonden grote schuur. Foto genomen in noordoostelijke richting.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

7

Aanvullend Onderzoek

3

Aanvullend onderzoek

3.1 Inleiding Het veldonderzoek richtte zich op de vogelsoorten Huismus en Gierzwaluw, en de soortgroep vleermuizen. Het bestaande woonhuis en de grote schuur werden geschikt geacht voor mogelijk aanwezigheid van respectievelijk broed- en vaste verblijfplaatsen (Mertens, 2021). Van deze onderzochte soorten zijn de broed- of vaste verblijfplaatsen jaarrond beschermd, en daarmee is er een extra grote relevantie in het licht van de Wet natuurbescherming. Er kunnen op de planlocatie meerdere soorten vleermuizen verwacht worden. Het meest waarschijnlijk is de aanwezigheid van Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger, maar er dient altijd rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van andere minder algemene soorten die eveneens(woon)huizen kunnen gebruiken als verblijfslocaties.

3.2 Huismus 3.2.1 Inleiding & Methode Er werden twee bezoeken gebracht aan de locatie om mogelijke (nest-indicatieve) waarnemingen van Huismus te kunnen verkrijgen (ochtend 28 april & 13 mei 2022). De bezoeken vonden plaats bij voor inventarisatie geschikte weersomstandigheden. Daarbij werd de planlocatie en de zeer nabije omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van Huismus. Er werd per inventarisatie circa een uur op het perceel en de directe omgeving doorgebracht.

3.2.2 Resultaten Er werd op beide dagen geen Huismus waargenomen op het planperceel. Op 28 april werden Houtduif, Turkse tortel en Kauw kort waargenomen op het dak de grote schuur. In de randzone van het planperceel, of daar net buiten, werden Zwartkop, Roodborst, Merel, Vink en Tjiftjaf waargenomen. Op 13 mei werden naast wederom Kauw, Zwartkop en Merel waargenomen maar ook Grote Bonte Specht, Koolmees en Pimpelmees.

3.2.3 Conclusie & Discussie Op basis van de verkregen gegevens kan worden geconcludeerd dat Huismus niet op het planperceel broedt. Ook tijdens de later verrichte inventarisaties werd geen Huismus waargenomen.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

8

Aanvullend Onderzoek

Tabel 1. Overzicht veldbezoeken en omstandigheden.

Datum

Tijd

Doel

28 april 2022

10:35 -11:15

Huismus*/Gierzwaluw

13 mei 2022

10:40 -11:30

Huismus*/Gierzwaluw

14 juni 2022

20:55 - 00:15

Gierzwaluw*/vleermuizen*

4 juli 2022

21:00 - 23:50

Gierzwaluw*/vleermuizen*

14 juli 2022

20:55 - 23:30

Gierzwaluw*/vleermuizen*

24 augustus 2022

21:05 - 23:05

vleermuizen*

20 september 2022

21:01 - 22:50

vleermuizen*

Bewolking 100 %, wind: 0-1 Bft. Temp. 12 0 C, Bewolking 20 %, wind: 2/3 Bft. Temp. 17 0 C Bewolking 0 %,wind: 0-1 Bft, Temp. start 16 0C Bewolking 80 %,wind: 0-1 Bft, Temp. 17 0C Bewolking 40-10 %,wind: 1-3 Bft, Temp (start). 17 0C Bewolking 30-90 %,wind: 0-1 bft, Temp. (start) 22 0C Bewolking 80-10 %,wind: 0-1 Bft, Temp. (start) 14 0C

* Inventarisatie specifiek gericht op deze soort(groep)

3.3 Gierzwaluw 3.3.1 Methode Er werden drie specifieke inventarisaties verricht specifiek gericht op het waarnemen van Gierzwaluw (14 juni, 4 juli en 14 juli). Deze inventarisaties vonden plaats in de avonduren van (bij benadering) zonsondergang tot laat in de schemering.

3.3.2 Resultaten Er werden geen nest-indicatieve waarnemingen gedaan van Gierzwaluw. De soort werd alleen 14 juli waargenomen, toen een viertal exemplaren kortstondig hoog in de lucht over de planlocatie vloog. Ook tijdens de inventarisaties van Huismus, die in de ochtend plaatsvonden, werd geen Gierzwaluw waargenomen.

3.3.3 Conclusie De gebouwen op de planlocatie fungeerden niet als broedlocatie voor Gierzwaluw

Natuurtoets Kolhornerweg 3

9

Aanvullend Onderzoek

3.4 Vleermuizen 3.4.1 Inleiding Het onderzoek naar vleermuizen richtte zich met name op de mogelijk aanwezigheid van (vaste) verblijfplaatsen van vleermuizen, hier relevant omdat de werkzaamheden specifiek aan de gebouwen plaatsvinden. In de QuickScan werd het woonhuis en de grote schuur op het planperceel als potentieel geschikt beoordeeld voor verblijfplaatsen van vleermuizen.

3.4.2 Materiaal & methoden Materiaal. Waarnemingen werden verricht met behulp van batdetectoren waarmee digitale (time expansion) opnamen konden worden gemaakt, die vervolgens konden worden opgeslagen op een digitale recorder. Met deze digitaal geregistreerde geluidswaarnemingen kon later met behulp van computersoftware de waargenomen soort met meer zekerheid worden bepaald, dan wel worden geverifieerd (spectrogram). Soms werden zaklampen gebruikt om visuele waarnemingen te ondersteunen. Bij geschikte lichtomstandigheden leverden visuele waarnemingen zonder enig hulpmiddel bij het verrichte onderzoek eveneens belangrijke informatie op. Met name bij het onderzoek in de voorjaars/zomerperiode, waarbij zeker in het eerste deel van de waarnemingsperiode ook visueel uitvliegende vleermuizen kunnen worden waargenomen. Weersomstandigheden. Er werd uitsluitend geïnventariseerd indien de weersomstandigheden activiteiten van vleermuizen niet beperkten, dus niet bij harde wind (> 4 Bft) of (substantiële) regenval binnen een belangrijk deel van de onderzoeksperiode. Methode/werkwijze. De verrichte onderzoeksinspanning en de gehanteerde onderzoeksperioden vonden plaats volgens richtlijnen van “Het vleermuisprotocol 2021”. In een enkel geval is daarbij bewust afgeweken van de standaard werkwijze die hierin wordt aangegeven.

Indien dit het geval is zal dit hier volgend, of bij de desbetreffende waarnemingsdatum, worden vermeld. Om te bepalen of de gebouwen op de planlocatie door vleermuizen werden gebruikt als verblijfplaats, werd tijdens een waarnemingsavond in het voorjaar/zomeronderzoek door twee waarnemers aan weerszijde van het gebouw gepost gedurende de tijd dat vleermuizen “uitvliegen”. Op deze wijze was daarmee goed zicht (en oor!) op alle zijden, en kon zo met grote zekerheid bepaald worden of vleermuizen het woonhuis of schuur gebruikten als verblijfplaats. Tussen de waarnemers was contact met behulp van portofoons, zodat over verrichte waarnemingen direct kon worden gecommuniceerd. Daarmee kon vliegrichting en daarmee herkomst van waargenomen vleermuizen nog beter worden vastgesteld. Deze waarnemingsmethode maakt een controlebezoek in de ochtend/einde donkerperiode overbodig. Immers, als er met zekerheid gedurende de uitvliegperiode ’s avonds kan worden vastgesteld dat er geen dieren uitvliegen, kan gesteld worden dat er geen dagverblijfplaats aanwezig is. Indien tijdens de waarnemingen gedurende uitvliegperiode twijfel bestaat over de herkomst van waargenomen vleermuizen, wordt standaard overigens alsnog een vroege ochtend bezoek uitgevoerd.

Indien vleermuizen “uitvliegend” worden waargenomen kan het aantal dieren dat wordt waargenomen direct ook een beeld geven van de functie van de verblijfplaats. Wel kan het alsnog noodzakelijk worden het standaard veldonderzoek ook in dit opzicht uit te breiden met extra bezoeken om aanvullende informatie te verkrijgen over de omvang en aard een dergelijke verblijfplaats. De aanwezige bebouwing wordt niet beschouwd als een potentiële geschikt zogeheten massa winterverblijfplaats voor de Gewone dwergvleermuis. Een situatie waarbij tientallen tot enige honderden dieren samen overwinteren.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

10

Aanvullend Onderzoek

3.4.3 Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten van het vleermuisonderzoek per waarnemingsavond/nacht weergegeven. De paragraaf wordt afgesloten met een conclusie en discussie. 14 juni Tijd: 20:55*- 00:15. Waarnemers: 2 pers. Inventarisatie waarbij met twee personen op de diagonaal van het gebouw werd gepost. Om 22:46 werd aan de (noord)westzijde de eerste vleermuis waargenomen; een Gewone dwergvleermuis die kort langs deze zijde vloog. Aan de (zuid)oostzijde was dit om 22:45, zeer waarschijnlijk dat deze waarnemingen hetzelfde exemplaar betroffen. Aan de westzijde wordt daarna met enige regelmaat een langsvliegende Gewone dwergvleermuis gehoord. Het betrof een exemplaar dat aan deze zijde “heen en weer” vloog/foerageerde. Aan de oostzijde werd tot 23:15 nog slechts één keer een Gewone dwergvleermuis gehoord (kort), en er wordt kort overvliegende Laatvlieger gehoord (23:07). Om 23:15 wordt de bovenbeschreven positie van de waarnemers beëindigd en wordt er al lopend op meerdere posities rond de boerderij/schuur en op het open deel van het perceel waargenomen. Naast de nog steeds aanwezig Gewone dwergvleermuis werd een sociale roep gehoord van een vliegende Ruige dwergvleermuis. Daarna worden tot 00:05 nog meerdere korte waarnemingen gedaan van een Ruige dwergvleermuis. Om 23:30 werd eveneens kort een Laatvlieger gehoord. -

Resumé: Er werden geen waarnemingen gedaan van uitvliegende vleermuizen. Gelet op de binding die zowel de Gewone dwergvleermuis als de Ruige dwergvleermuis hadden met de westzijde van het gebouw lijkt, zeker wat betreft de Gewone dwergvleermuis een dagverblijfplaats een reële mogelijkheid. Verwacht werd dat deze ergens meer aan de west- voorzijde van het gebouw ligt (nabijheid woongebouw). *Vroege aanvangstijd i.v.m. combinatie met waarneming Gierzwaluw in de vooravond. - 4 juli. Tijd: 21:00- 23:50. Waarnemers: 2 pers. Gelet op de waarnemingen verkregen op 14 juni was dit keer de aandacht rond de uitvliegtijd speciaal gericht op het deel nabij het woonhuis aan de westzijde en werd de andere diagonaal gebruikt (zuidwest-noordoost) door de waarnemers. Om 22:35 wordt een Gewone dwergvleermuis waargenomen die voor enige tijd (circa 5 minuten) zichtbaar rondvloog zeer nabij de hoek tussen woonhuis en schuur aan de westzijde. Hierna werd “de” Gewone dwergvleermuis frequent waargenomen op wat grotere afstand vliegend/foeragerend langs de westzijde van schuur/woonhuis. Om 22:40 en 22:41 werd kort een overvliegende Laatvlieger waargenomen. Aan de noordoostzijde van het gebouw wordt slechts een enkele waarneming gedaan van een kort op grotere afstand overvliegende Gewone dwergvleermuis. Om 23:02 werd kort een Ruige dwergvleermuis waargenomen.

Verder worden tot het einde van de waarnemingsperiode meerdere korte waarnemingen gedaan van een Gewone dwergvleermuis. Resumé: Er werden wederom geen uitvliegende vleermuizen waargenomen, maar de waarnemingen van de Gewone dwergvleermuis en het gedrag wijzen nog steeds sterk op de aanwezigheid van een verblijfplaats van dit exemplaar. Er zijn geen waarnemingen meer die wijzen op de aanwezigheid van een verblijfplaats van een Ruige dwergvleermuis. - 14 juli Tijd: twee perioden: 20:55 - 23:30. Waarnemers: 2 pers. Met name om nogmaals een poging te doen de (dag)verblijfplaats van de eerder waargenomen Gewone dwergvleermuis vast te stellen, werd tot een “extra” voorjaarsbezoek besloten. Gekozen werd voor een avondbezoek en geen ochtendbezoek. Dit omdat bij het lokaliseren van een verblijfplaats van een enkel individu in de ochtend, de kans bestaat dat het dier geen

Natuurtoets Kolhornerweg 3

11

Aanvullend Onderzoek

“inzwermgedrag” vertoont, zoals bij kolonies van Gewone dwergvleermuis het geval is, maar rechtstreeks “invliegt” en dit mogelijk bovendien in de donkerperiode kan plaatsvinden. Er werd met twee waarnemers gepost aan de westzijde van het gebouw, het deel waar afgaande op de eerdere waarnemingen het meeste kans op de verblijflocatie was. Elk van de waarnemers nam een deel van het dak dan wel de kopzijde van de schuur voor zijn rekening bij het, met name ook visueel, waarnemen. Om 22:29 wordt een dwergvleermuis waargenomen. Beide waarnemers zagen het dier niet uitvliegen vanaf de delen die zij specifiek controleerden. Waarschijnlijk dezelfde Gewone dwergvleermuis blijft later langs de westzijde van het huis vliegen/foerageren zoals op de eerdere waarnemingsdata het geval was. Dat het hierbij om één vleermuis ging die zowel aan de zuidwestzijde als aan de noordwestzijde kon worden waargenomen werd bevestigd door tegelijkertijd op beide locaties waar te nemen. Rond 22:55 werd eenmalig een sociale/werfroep van een grootoorvleermuis waargenomen aan de zuidwestzijde. Gelet op het verspreidingsgebied van de twee in ons land voorkomende soorten betrof het hier een Gewone Grootoorvleermuis (Plecotus auritus). Rond deze tijd wordt, eveneens ook kort, een vliegsonar van een Ruige dwergvleermuis waargenomen. - 24 augustus Tijd: 21:05- 22:55. Waarnemer(s) 2 pers.

Aan de west en aan de noordzijde van het gebouw/schuur was vanaf het begin van de waarnemingsperiode tot aan het einde van de waarnemingsperiode een Gewone dwergvleermuis aanwezig die zeer frequent een werfroep liet horen. Het dier was met een enkele onderbreking op deze locaties aanwezig. De waarnemingen wezen uit dat het één exemplaar betrof dat de hier beschreven zone bestreek. Eén keer werd gelijktijdig vliegsonar van twee gewone dwergvleermuizen waargenomen. Rond 21:25 werden enkele korte waarnemingen gedaan van een Laatvlieger. Aan het einde van de waarnemingsperiode (22:58) werd eveneens kort nog een waarneming gedaan van een Laatvlieger. Rond 21:50 werd een waarneming gedaan van een sociale/werfroep van een Gewone grootoorvleermuis. Het bleef bij één enkele waarneming. - 20 september Tijd: 21:01- 22:50. Waarnemer(s) 2 pers. Aan het begin van de waarnemingsperiode werden zowel aan de noordzijde als aan de zuidwestzijde enkele korte waarnemingen gedaan van een langsvliegende Ruige dwergvleermuis. Werfroepen van deze soort werden niet gehoord. Wederom was gedurende vrijwel de gehele waarnemingsperiode een Gewone dwergvleermuis aanwezig aan de west- en noordzijde van het gebouw/schuur, waarvan regelmatig een werfroep waarneembaar was.

De eerste werfroep van deze soort werd 21:30 waargenomen, maar eerder werden al waarnemingen gedaan van een rondvliegend en foeragerend exemplaar. Er werden op deze waarnemingsavond geen andere soorten waargenomen.

3.4.4 Conclusie & Discussie • Gewone dwergvleermuis Verblijfplaats. De waarnemingen van de Gewone dwergvleermuis en het waargenomen gedrag in het voorjaar, maar met name in het najaar, wijst op de aanwezigheid van een vaste dagverblijfplaats in deze periode. De planlocatie ligt te geïsoleerd van andere bebouwing om te kunnen veronderstellen dat het dier van elders afkomstig is. Dat de exacte verblijfplaats ondanks drie bezoeken niet werd achterhaald, kan veroorzaakt zijn door de mogelijkheid dat gedurende de waarnemingsperiode meerdere plekken gebruikt werden. De twee gebouwen bieden hiertoe

Natuurtoets Kolhornerweg 3

12

Aanvullend Onderzoek

voldoende mogelijkheden. De waarnemingen wijzen er wel op dat dit aan dit aan de voorzijde is. Dus woonhuis of het direct aangrenzende deel van de grote schuur. Paarterritoria. Er is één paarterritorium aanwezig van een Gewone dwergvleermuis. • Laatvlieger Met uitzondering van de laatste waarnemingsavond, werden op alle andere avonden waarnemingen gedaan van Laatvlieger. De waarnemingen wijzen wel op de aanwezigheid van een verblijfplaats in de omgeving maar niet op een verblijfplaats op de planlocatie. Er werd altijd slechts één exemplaar waargenomen en de soort werd ook niet voor langere tijd op de planlocatie waargenomen hetgeen vaak het geval is bij de aanwezigheid van een kolonieverblijf. • Gewone Grootoorvleermuis De soort werd niet waargenomen rond de uitvliegtijd tijdens de voorjaar/zomerbezoeken. Hoewel de vliegsonar van deze soort niet ver reikt, hadden er bij een verblijfplaats ook visuele of waarnemingen van uitvliegende dieren met de batdetector moeten zijn gedaan. De gebruikte avonden waren zeer geschikt om, ook bij latere schemering, uitvliegende exemplaren visueel waar te kunnen nemen. De wel verkregen waarnemingen (sociale/werfroep) waren van te korte duur voor de aanwezigheid van een vaste paarlocatie.

De waargenomen sociale/werfroep, waargenomen zowel 14 juli als 24 augustus, lijkt wel te wijzen op de aanwezigheid van een verblijfplaats van deze soort in de nabije omgeving. Het biotoop is ook geschikt, met de doorlopende houtopstand langs het nabijgelegen kanaal. Mogelijk doet een holte in een boom in de nabijheid dienst als verblijfplaats, of - bij bewoning van gebouwen- , het ten zuidwesten gelegen aangrenzende erf. • Ruige dwergvleermuis De waarneming in het juni wekte de verwachting dat er een vaste verblijfplaats van deze soort aanwezig zou zijn. Maar op geen van de hierop volgende waarnemingsdata werden waarnemingen gedaan die wezen op de aanwezigheid van een vaste verblijfplaats. Er werden slechts korte waarnemingen gedaan van passerende exemplaren.

N

50 m.

Figuur 2. De globale ligging van het paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis (oranje gearceerd). Het woongebouw en aangrenzende schuur zijn hier blauw aangegeven.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

13

Aanvullend Onderzoek

4 Effectbeoordeling 4.1 Inleiding Huismus en Gierzwaluw werden op de planlocatie niet aangetroffen, dit betekent dat de sloop voor deze soort geen negatieve effecten zal hebben. Uit het onderzoek komt naar voren dat de ruimte direct grenzend aan het woonhuis en grote schuur dienst doet als paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis. Verder is het vrijwel zeker dat er één of meerdere verblijfplaats van één exemplaar van deze soort aanwezig is/zijn in de schuur of het woonhuis. Het dak van het woonhuis en dak van de schuur komen hiervoor het meest in aanmerking. De waarnemingen wijzen op het gebruik van meerdere locaties. Een nadere beschouwing van de situatie is in het kader van een effectbeoordeling is vereist.

4.2 Gewone dwergvleermuis • Vaste verblijfplaats Bij de voorgenomen werkzaamheden aan het dak van de grote schuur en het woonhuis zullen één of meerdere vaste dagverblijfplaatsen van één Gewone dwergvleermuis, die tevens dienst doen als paarlocatie (meerdere exemplaren aanwezig) verdwijnen, dan wel tijdelijk niet functioneel zijn voor deze soort. • Paarterritorium Het aanwezige paarterritorium van een Gewone dwergvleermuis ligt in de zone direct grenzend aan het gebouw. De werkzaamheden op zich zullen hier geen negatieve invloed op hebben. Sterk uitstralende verlichting tijdens de werkzaamheden of tijdens de gebruiksfase nieuw aangebrachte buitenverlichting zou dit wel kunnen veroorzaken (kwetsbare periode: half juli – half oktober). De beschikbare open ruimte op het perceel is relatief groot. Met andere woorden alleen als de lichtverstoring ver reikt is het in dit geval reëel te veronderstellen dat het perceel tijdelijk of blijvend geen plaats meer biedt voor het paarterritorium. • Overig Het foerageergebied van de Gewone dwergvleermuis beslaat een veel groter gebied dan alleen de smalle zone rond de bebouwing. Ook indien lichtuitstraling enige inperking van de beschikbare ruimte op het planperceel teweeg brengt, zal dit niet leiden tot een ecologisch effect van enige betekenis.

4.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling tast in ieder geval tijdelijk de functionaliteit aan die de planlocatie heeft als verblijfslocatie voor de Gewone dwergvleermuis. De functionaliteit die het heeft als paarterritorium voor deze soort lijkt niet te worden aangetast, maar kan op de voorhand niet geheel worden uitgesloten als gevolg van gebuikt kunstlicht tijdens werkzaamheden of in de gebruiksfase.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

14

Aanvullend Onderzoek

5 Conclusie natuurwet- en regelgeving 5.1 Wet natuurbescherming Soortbescherming Een negatief effect op vogels waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn is uitgaande van de planontwikkeling niet te verwachten. Dat geldt niet voor wettelijk beschermde locaties van vleermuizen. In dit geval de aantasting van één of meerdere vaste verblijfplaatsen van één Gewone dwergvleermuis, en mogelijk voor de aantasting van een paarterritorium van dit exemplaar. Voor het tijdelijk dan wel blijvende verlies van een verblijfplaats van een Gewone dwergvleermuis is een ontheffing dan wel een verklaring geen bedenkingen (vvgb) noodzakelijk. Een ontheffing/vvgb voor het - tijdelijk - verdwijnen van één of meerdere vaste verblijfplaatsen van één Gewone dwergvleermuis kan in het kader van de voorgenomen werkzaamheden worden verleend door het bevoegd gezag. Dit vereist een hierop toegespitst plan van aanpak (activiteitenplan)*.

Preventieve maatregelen die, indien nodig, ingezet kunnen worden om een relevant negatief effect op het paarterritorium te voorkomen lijken relatief eenvoudig te kunnen worden toegepast. Indien deze preventieve maatregelen van toepassing zijn, maar niet gewenst zijn, of niet kunnen worden nagekomen, zal ook voor het effect op het paarterritorium een ontheffing/vvgb in het kader van soortbescherming uit de Wet natuurbescherming moeten worden aangevraagd. In paragraaf 6 worden preventieve maatregelen beschreven die overtreding van de Wet natuurbescherming wat betreft dit paarterritorium kunnen voorkomen, en daarmee een aanvraag ontheffing/vvgb voor het verstoren ervan niet noodzakelijk maken. •

Toen duidelijk werd dat een vaste verblijfplaats aanwezig was, werden vooruitlopend op deze vervolgstappen door AFO tijdens het onderzoek 4 vleermuiskasten opgehangen. Deze kunnen op deze locatie dienst doen als tijdelijk verblijfplaats voor de Gewone dwergvleermuis.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

15

Aanvullend Onderzoek

6 Preventieve maatregelen & advies In het kader van de natuurwetgeving -

Tijdens de paarperiode van de Gewone dwergvleermuis (half juli t/m begin oktober) dient uitstralende (bouw)verlichting richting het aanwezige paarterritorium (zie fig. 2) of hoog uitstralende verlichting op het perceel zelf te worden voorkomen. Dit zou een sterk negatief kunnen hebben op de geconstateerde aanwezigheid van het paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis. Dit geldt ook voor de gebruiksfase. Een ontheffingsaanvraag/vvgb wordt anders ook noodzakelijk ten aanzien van het aanwezige paarterritorium. De negatieve lichtuitstraling kan echter relatief eenvoudig voorkomen worden door geen verlichting aan te brengen hoger dan circa 3 meter, en deze naar de boven en zijwaarts af te schermen. Voor bouwlichten geldt deze afscherming/afstelling eveneens.

-

Geadviseerd wordt de hier beschreven beperking voor het gebruik van verlichting duidelijk over te brengen naar betrokken aannemers en toekomstige gebruikers. Deze preventieve maatregelen ten aanzien van verlichting is van toepassing op de periode juli t/m oktober, maar gelden nu tijdelijke alternatieve verblijfslocaties zijn aangebracht in de vorm van kasten feitelijk voor de gehele activiteitperiode van de Gewone dwergvleermuis (globaal maart t/m november).

-

Er dienen om te voldoen aan de Wet natuurbescherming blijvende/permanente verblijfplaatsen aanwezig te zijn voor de Gewone dwergvleermuis in het woongebouw/schuur. Geadviseerd wordt de mogelijkheden hiertoe zo snel mogelijk te verkennen en deze op te nemen in de uitvoering van de te verrichten werkzaamheden. De reeds opgehangen vleermuiskasten hebben in dit geval uitsluitend een functie als tijdelijke verblijfplaats (ter overbrugging tijdens de bouwwerkzaamheden).

-

Ondanks dat er geen aanwezigheid werd vastgesteld van Huismus of Gierzwaluw als broedvogel, kan het gebouw wel door enkele andere vogelsoorten gebruikt worden als broedlocatie. Verstoring van nesten “in gebruik” is ook van deze vogels verboden. De aanvang van de werkzaamheden kan dus het beste plaatsvinden buiten de vogelbroedtijd (half maart – eind juli), tenzij door een ter zake kundige (erkend ecoloog) is vastgesteld dat er geen nesten aanwezig zijn.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

16

Aanvullend Onderzoek

-

7

Literatuur/Bronnen -

Kennisdocumenten Gewone dwergvleermuis & Gewone Grootoorvleermuis & Huismus BIJ12. Quick Scan Beschermde planten- en diersoorten Kolhornerweg 3 te Middenmeer, 2021. rapportnummer 2021.3945. Adviesbureau Mertens B.V. Renkum. Vleermuisprotocol 2021. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging.

Natuurtoets Kolhornerweg 3

17

Aanvullend Onderzoek

Bijlage 3 Notitie stikstofdepositie

Kolhornerweg 3

91

20-12-2022

Notitie stikstofdepositie Kolhornerweg 3, Middenmeer, gemeente Hollands Kroon 1.

Versie CONCEPT

Aanleiding

Op Kolhornerweg 3 in Middenmeer gaat een bestemmingsplanwijziging plaatsvinden. De bedrijf sbestemming wordt gewijzigd in een maatschappelijke bestemming. Op deze locatie was een dierenpension gevestigd. In de nieuwe situatie komen 18 zorgappartementen in de woonboerderij en wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd ten behoeve van dagbesteding. Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen aan te tonen is een onderzoek naar stikstof depositie benodigd. De locatie van het plangebied is te zien in Figuur 1. Een tekening van de begane grond van het gebouw na verbouwing is weergegeven in Figuur 2. In deze notitie is het onderzoek stikstof depositie beschreven. Hierbij is in het kader van de wet en regelgeving voor natuur nagegaan of er vanuit deze wet- en regelgeving mogelijke belemmeringen zijn voor de planontwikkeling. Als onderdeel hiervan dienen de ef f ecten van het plan op de stikstof depositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij dient te worden nagegaan of ten gevolge van het plan signif icante negatieve ef f ecten optreden in 1) stikstof gevoelige habitattypen en/of 2) stikstofgevoelige leef gebieden. In deze notitie zijn de uitgangspunten en resultaten vastgelegd van de berekeningen van de stikstof depositie als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling.

Hierbij is rekening gehouden met zowel de aanlegf ase als de gebruiksf ase. De aanlegf ase is meegenomen in lijn met de uitspraak van de Af deling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 2 november 2022, waarin de Af deling heef t geoordeeld dat de bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Figuur 3 toont een beslisboom voor de toestemmingsverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten conf orm de recente beleidslijnen. Deze notitie voorziet in stap 1 (AERIUS berekening stikstofuitstoot).

Sweco

De Holle Bilt 22

Sweco Nederland B.V.

T +31 (0) 88 811 6600

NL 3732 HM De Bilt

Handelsregister 30129769

www.sweco.nl

Netherlands

Statutair gevestigd te De Bilt

Document referentie SW-CoreFooter Corporate_All but BE and UK-20220426.docx

1/9

20-12-2022 Versie CONCEPT

Figuur 1: Ligging plangebied.

Figuur 2: Toekomstige situatie van de begane grond van het gebouw na verbouwing.

2/9

20-12-2022 Versie CONCEPT

Figuur 3: Stappenplan toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten

3/9

2.

Ligging t.o.v. Natura 2000-gebieden

Rondom het plangebied zijn de onderstaande Natura-2000 gebieden1 met stikstof gevoelige habitattypen en/of leef gebieden2 aanwezig. Zie ook f iguur 4. • • • • • • •

Waddenzee Zwanenwater & Pettermerduinen Duinen Den Helder – Callantsoog Schoorlse Duinen Noordhollands Duinreservaat Eilandspolder Duinen en Lage Land Texel

20-12-2022 Versie CONCEPT

(circa 10,7 kilometer van plangebied) (circa 17,8 kilometer van plangebied) (circa 19,0 kilometer van plangebied) (circa 22,4 kilometer van plangebied) (circa 23,1 kilometer van plangebied) (circa 23,9 kilometer van plangebied) (circa 25,0 kilometer van plangebied)

De nabijgelegen Natura 2000-gebieden IJsselmeer, Markermeer & IJmeer, Noordzeekustzone en Abtskolk & De Putten kennen geen stikstof gevoelige habitattypen en/of leef gebieden. De overige gebieden zijn wel stikstofgevoelig.

1 2

https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.bij12.nl/onderwerpen/programma-aanpak-stikstof/over-het-pas/

4/9

3.

Werkwijze

Voor de toetsing van de ef f ecten zijn stikstofberekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator (2021). De berekeningen zijn uitgevoerd voor zowel de gebruiksf ase als de aanlegf ase. Zie hieronder. De berekeningen zijn opgesteld conf orm de documenten ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021’ (versie 1.0) en ‘Handreiking rekenen met nieuwe habitatkartering in AERIUS Calculator 21’ van BIJ12.

20-12-2022 Versie CONCEPT

Gebruiksfase De gebruiksf ase leidt mogelijk tot extra ef f ecten van stikstof depositie omdat er sprake is van een verkeersaantrekkende werking. De verkeersaantrekkende werking is vastgesteld aan de hand van CROW-publicatie 381 ‘Toekomstigbestendig parkeren’. Aanlegfase Tijdens de aanlegf ase wordt materieel ingezet om het plangebied bouwrijp te maken, de gebouwen te bouwen en het plangebied woonrijp te maken. Voor de berekeningen voor de aanleg zijn de in te zetten voertuigen, mobiele werktuigen en werkuren als input gebruikt. Hierop gebaseerd zijn de stikstof emissies gedurende de aanlegf ase bepaald.

4.

Beoordeling effecten stikstofdepositie

4.1

Mogelijke effecten van stikstofdepositie

Stikstof depositie bestaat in gereduceerde vorm (NH 3, ammoniak) en geoxideerde vorm (stikstof oxide, NOx ). Beide vormen van stikstof kunnen worden omgezet tot de nutriënten ammonium (NH4) en nitraat (NO3). De extra aanvoer van deze voedingsstoffen kan vooral bedreigend zijn voor voedselarme habitattypen. Door de verrijking kan de vegetatie verruigen en kunnen kenmerkende soorten van schrale milieus verdwijnen. Daarnaast kan depositie van stikstof en dan vooral depositie van ammoniak, leiden tot een daling van de bodem -pH. Door verzuring verdwijnen gevoelige soorten en neemt de soortenrijkdom en kwaliteit van zuurgevoelige habitattypen af . Voor de toetsing van de ef f ecten is het van belang om vast te stellen of de kritische depositiewaarde (KDW) van de betref f ende habitattypen wordt overschreden. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat signif icant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosf erische stikstofdepositie. Een overschrijding van de KDW betekent niet direct dat dit leidt tot een daadwerkelijke verslechtering van de kwaliteit, dit is af hankelijk van lokale situatie, waarbij er sprake kan zijn van buf f ering ten aanzien verzuring of vermesting.

4.2

Berekening effecten stikstofdepositie

4.2.1

Aanlegfase

De werkzaamheden starten in 2023 en worden uitgevoerd in 15 maanden. Als conservatieve aanname is echter uitgegaan van een aanlegf ase in één jaar. Gedurende het jaar 2023 wordt globaal de volgende werkzaamheden verricht: • • • •

De aanwezige boerderij wordt leeggehaald/ gestript; Er worden appartementen gebouwd in het gebouw; Het dak wordt vervangen; Er wordt een bijgebouw gerealiseerd.

Tijdens de aanlegf ase van de ontwikkeling wordt materieel ingezet voor het bouwrijp maken, de verbouwing / aanbouw, en het woonrijp maken van het plangebied. Om de stikstofuitstoot en depositie gedurende de aanlegf ase te berekenen zijn een aantal uitganspunten genomen. In

5/9

Bijlage 1 is een overzicht weergeven van de urenraming van de inzet van materieel en transport, en de daarop volgende berekeningen van emissies gedurende de aanlegf ase.

20-12-2022 Versie CONCEPT

Voor de bewegingen van het bouwverkeer is uitgegaan van de route vanaf het plangebied, via de Kolhornerweg richting het oosten en zuiden. Langs de N242 gaat de Kolhornerweg over in de Alkmaarseweg, welke uitkomt op de Prof essor Ter Veenweg. Bij de kruising Prof essor Ter Veenweg – Alkmaarseweg (N242) gaat het (bouw-)verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Op basis van deze gegevens zijn de mobiele werktuigen en vervoersbewegingen in het maatgevend jaar ingevoerd in de AERIUS Calculator 2021. De emissie van het wegverkeer worden door het rekenprogramma automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters. Er wordt daarbij uitgegaan van gemiddelde waarden voor het wagenpark in Nederland.

4.2.2

Gebruiksfase

Met het project worden 18 zorgappartementen gerealiseerd. De woningen worden niet aangesloten op het gasnet. Er wordt op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming van de woningen geen emissies van stikstof. Het jaar van de ingebruikname van de zorgboerderij is op 2023 ingesteld. Dit is een conservatieve aanname, omdat gedurende 2023 alle appartementen worden gerealiseerd. De verkeersgeneratie in de gebruiksf ase is berekend op bepaald op basis van het programma van 18 appartementen. De verkeersaantrekkende ef f ecten van de te realiseren woningen zijn bepaald op basis van de maximale kengetallen op basis van de CROW-richtlijnen (CROW publicatie 381), met locatie gemeente Hollands Kroon (stedelijkheidsgraad: niet stedelijk) en ligging ‘Buitengebied’. Dit levert een verdeling op zoals weergegeven in onderstaande tabellen. De planontwikkeling leidt in de gebruiksf ase tot een verkeersgeneratie van maximaal 81 voertuigbewegingen per etmaal. Er is bij de berekening gekeken naar de maximale verkeersgeneratie van de 18 appartementen. Dit wijkt af van de verkeersgeneratie van de verkeersanalyse t.b.v. het bestemmingsplan, waar uit is gegaan van de minimale verkeersgeneratie. Echter, voor de stikstofonderbouwing wordt conservatief gekeken naar de maximale waarden. Tabel 1: Stedelijkheidsgraad gemeente Dijk en Waard en ligging van het project binnen de gemeente

Locatie:

Gemeente Hollands Kroon

Stedelijkheidsgraad gemeente (2022):

Niet stedelijk (5)

Ligging binnen gemeente:

Buitengebied

Tabel 2: Berekening verkeersgeneratie in de gebruiksfase.

Categorie CROW

Aantal woningen

Kerngetal verkeersgeneratie per woning (max.) conform CROW-richtlijnen

Verkeersgeneratie totaal (max.) conform CROW-richtlijnen

Wonen

Stuks

Motorvoertuigen per etmaal

Motorvoertuigen per etmaal

Huur, appartement, midden/goedkoop

18

Totaal

18

4,5

81 81

Als route van en naar het plangebied is van eenzelf de route uitgegaan als in de aanlegf ase. Deze route is beschreven in paragraaf 4.2.1. De emissies van het wegverkeer worden door de

6/9

AERIUS Calculator 2021 automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters. Er wordt daarbij uitgegaan van gemiddelde waarden voor het wagenpark in Nederland.

4.2.3

20-12-2022 Versie CONCEPT

Berekening en resultaten

De emissies van de aanlegf ase en gebruiksf ase zijn gecumuleerd ingevoerd in de AERIUS Calculator 2021. Er zijn op basis van de gehanteerde uitgangspunten geen rekenresultaten in de AERIUS Calculator 2021 hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Voor de specif icering van de berekening wordt verwezen naar de export van de AERIUS-berekening (Bijlage 2).

5.

Conclusie

Voor de ontwikkeling te Kolhornerweg 3 in Middenmeer (gemeente Hollands Kroon) is een stikstof berekening gemaakt van de toename aan stikstof depositie op omliggende Natura 2000gebieden als gevolg van de ontwikkeling. Er is in zowel de gebruiksf ase als de aanlegf ase van de planontwikkeling geen toename van de stikstof depositie >0,00 mol/ha/jaar in de omliggende Natura 2000-gebieden, op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Ef f ecten van stikstof depositie op Natura 2000-gebieden in de aanlegf ase zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. In deze notitie is aangetoond dat het plan ‘Kolhornerweg 3 Middenmeer’ in gemeente Hollands Kroon uitvoerbaar is in relatie tot stikstofdepositie.

Eind januari is RIVM voornemens een nieuwe release van het AERIUS model (2022) uit te brengen. In het nieuwe model worden een aantal stikstofgevoelige habitattypen toegevoegd aan bestaande Natura 2000-gebieden. Het model bevat geen veranderingen in rekenmethodiek. Aan de hand van het document ‘Handreiking rekenen met nieuwe habitatkartering in AERIUS Calculator 21’ van BIJ12 zijn deze habitattypen handmatig ingevoerd in het huidige model en dus meegenomen in de berekeningen. Er wordt daarom niet verwacht dat het nieuwe model AERIUS Calculator 2022 een dermate grote verandering in de resultaten oplevert.

7/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=baf9376a-a705-440a-b335-998bc1513311