1. Integraal beheerplan openbare ruimte 2022-2025
Tekst van het document
Ca. 85 % van de lichtmasten zijn voorzien van led.
•
Er zijn ca. 500 st. lichtmasten vervangen.
•
Alle masten zijn voorzien van een nieuw nummer.
•
Alle schakelkasten zijn geïnspecteerd en waar nodig gerepareerd.
•
Alle schakelkasten zijn voorzien van een astronomische klok (noodzakelijk vanwege verdwijnen schakelsignaal Liander).
•
Er is openbare verlichting aangelegd langs de Noorderdijkweg tussen Marina Den Oever en de Stontelerweg. Dit betreft ook een proef met lichtmasten op zonne-energie.
In de periode 2022-2025 is het doel om de volgende resultaten te behalen: •
Het aantal lichtmasten met LED wordt uitgebreid van 85% naar 98%.
•
Er is openbare verlichting aangelegd langs het buiten de bebouwde kom gelegen deel van Agriport, het Wagenpad en de Tussenweg
•
De installatieverantwoordelijkheid is belegd bij een externe partij.
7.3
Kaders
7.3.1
Wettelijk kader
Burgerlijk Wetboek In de wet staat niet dat een weg of openbare ruimte verlicht moet worden. Toch kan het ontbreken hiervan worden aangemerkt als het plegen van een onrechtmatige daad. De rechter kan besluiten dat hiervan sprake is wanneer verlichting ontbreekt of misleidend is en vervolgens tot gevaarlijke situaties leidt. De sociale veiligheid en ruimtelijke kwaliteit vallen buiten deze wetgeving, waardoor de aansprakelijkheid alleen betrekking heeft op de verkeersveiligheidsfunctie van de openbare verlichting. Dit neemt niet weg dat de gemeente openbare verlichting meestal als een maatschappelijke verplichting beschouwt.
Pagina 65 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 Aansprakelijkstelling De wegbeheerder kan aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan door een verkeersongeval ten gevolge van de gebrekkige of gevaarlijke toestand van de weg. Hierbij is het niet noodzakelijk dat de weggebruiker de schuld van de wegbeheerder aantoont. Hij dient de gevaarlijke toestand van de weg en/of weguitrusting en/of de gevaarlijke situatie die daardoor ontstaat aan te tonen. Elektriciteitswet De elektriciteitswet omvat onder meer het beheer en instandhouding van het kabelnet. De netbeheerder is belast met het in stand houden van het kabelnet. De gemeente is netbeheerder voor het eigen net en moet dus niet alleen oog hebben voor de lichtmasten, maar ook voor het ondergrondse deel. WIBON De WIBON (voorheen WION) is in het leven geroepen om geen schade aan kabels te veroorzaken door graafwerkzaamheden. Diegene die graafwerkzaamheden wil verrichten dient een KLIC-melding te doen om de locatie van de voorgenomen werkzaamheden te melden. De gemeente is verplicht om alle bij haar in beheer zijnde kabels en leidingen op een digitale tekening bij te houden en deze via een landelijke voorziening te ontsluiten. 7.3.2
Beleidskader
Omgevingsvisie De omgevingsvisie benoemt het huidige Beleidsplan Openbare Verlichting als geldend kader tot 2025. De ambitie is dat op het gebied van de openbare verlichting in 2020 het energieverbruik met 15% is gedaald ten opzichte van 2015. Daarnaast bestaat in 2030 100% van de verlichting uit LED of een opvolger daarvan. Het energieverbruik is dan met 60% gedaald ten opzichte van 2015. Beleidsplan Openbare Verlichting 2016-2025 Uitgangspunt is dat Hollands Kroon haar openbare ruimte duurzaam, bewust en doelmatig wil verlichten. Bij elke situatie wordt daarom gekeken of openbare verlichting écht noodzakelijk is om de veiligheid van de inwoners van Hollands Kroon te waarborgen en of het van toegevoegde waarde is voor de ruimtelijke kwaliteit. In het kader van duurzaamheid worden de volgende doelen nagestreefd: •
Beperken van CO2-uitstoot.
•
Kostenbesparing.
•
Beperken van (licht)hinder.
Bij de uitwerking van de visie naar beleidsregels zijn de volgende uitgangspunten van belang: •
Niet verlichten, tenzij…
•
Duurzame en energiezuinige verlichting.
•
Doelmatig en kwalitatief goede verlichting die bijdraagt aan verkeers- en sociale veiligheid.
•
Verlichting die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt.
Pagina 66 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 Voorts zijn in het beleidsplan voor de verschillende gebiedstypen in de openbare ruimte (woonkernen, bijzondere locaties, hoofdwegen, bedrijventerreinen en buitengebieden) aparte uitgangspunten opgenomen waar de openbare verlichting aan moet voldoen.
7.4
Normen en richtlijnen
7.4.1
De Arbowet en NEN
De Arbowet stelt strenge eisen aan het werken aan en met elektrische installaties. Zo moet veilig gebruik van elektriciteit gewaarborgd zijn. Zij geeft hiervoor geen praktische invulling, maar verwijst naar de Nederlandse Normen (NEN). In het werkveld van de verlichting wordt vooral verwezen naar het veilig werken (NEN 3140) en die van een veilige installatie (NEN 1010). Deze NEN-normen zijn van belang bij het veilig beheren van de elektrische installatie. 7.4.2
Installatie-verantwoordelijkheid
Volgens de Arbowet en NEN is de gemeente als eigenaar van de openbare verlichtingsinstallatie ook ‘installatieverantwoordelijke’. Dit betekent dat de gemeente op de hoogte is van de geldende wet- en regelgeving en dat zij zorgt voor een veilige en goede installatie. Alleen deskundige, goed onderrichte en bevoegde werknemers mogen elektrotechnische en bedieningswerkzaamheden uitvoeren. Binnen de gemeentelijke organisatie dient een installatieverantwoordelijke aangesteld en opgeleid te zijn. Op dit moment is binnen de gemeente nog geen installatieverantwoordelijke aangesteld. Bij wet is de gemeentesecretaris hoofdelijk verantwoordelijk voor de installatie. Een middel om ervoor te zorgen dat een installatie tijdens gebruik veilig blijft is een periodieke inspectie van de elektrische installatie. 7.4.3
Richtlijn Openbare Verlichting
Er is een landelijk gehanteerde richtlijn voor de verlichtingskwaliteit van de openbare verlichting. De meest recente versie hiervan is de NPR 13201+A1: 2018 . Deze richtlijn is het product van een samenwerking tussen NEN en NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde). De richtlijnen geven een handreiking aan beheerders om goede verlichting te realiseren die bijdraagt aan de verkeers- en sociale veiligheid.
Pagina 67 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
7.5
Kwantiteit en kwaliteit
7.5.1
Kwantiteit
In de onderstaande tabel is het areaal aan met betrekking tot openbare verlichting weergegeven. Openbare Verlichting
2017
2021
Toename
Lichtmasten
10.400 st.
11.470 st.
10 %
Stroomkasten
70 st.
111 st.
59 %
120 km.
122 km.
2%
Kabels
Van de 11.470 lichtmasten zijn er momenteel ongeveer 9.750 uitgevoerd in LED. 7.5.2
Kwaliteit
De kwaliteit van de lichtmasten, armaturen en stroomkasten is redelijk op orde. De kwaliteit van de ondergrondse bekabeling is onbekend en is daarom niet gekwantificeerd. Kwaliteit openbare verlichting
2017
2021
2017
2021
2017
2021
Lichtmasten
80 %
78
12 %
15
8%
7
Armaturen
30 %
70
40 %
20
30 %
10
Stroomkasten
30 %
30
67 %
67
3%
3
7.6
Onderhoud
7.6.1
Schoon
Om de lichtopbrengst op peil te houden moeten vervuilde armaturen schoongemaakt worden. Bij conventionele lampen wordt het schoonmaken gecombineerd met lampvervanging. Bij LED-armaturen wordt dit apart ingepland. Decoratieve armaturen vervuilen snel (o.a. spinnenwebben) en worden vaker schoongemaakt (ca. eens per twee jaar). 7.6.2
Heel
Onderhoud lampen In de afgelopen jaren zijn alle lampen in armaturen met een restlevensduur van meer dan vijf jaar vervangen. Bij een restlevensduur van meer dan zeven jaar zijn ledlampen met een levensduur van 10 jaar gemonteerd. Als gevolg van deze grootscheepse vervangingen zijn er nu geen straten meer waar alle lampen preventief vervangen moeten worden. De komende jaren worden defecte lampen vervangen nadat ze gemeld zijn.
Pagina 68 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 Controle lampen In de donkere periode van oktober tot en met februari wordt drie keer gecontroleerd welke lampen het niet doen. Defecte lampen worden binnen twee weken gerepareerd. Als er een storing in de kabel zit kan de reparatie langer duren. Vervanging masten en armaturen Verlichtingsobjecten worden in principe na het verstrijken van de economische levensduur vervangen. Bij lichtmasten is dat bij een leeftijd van 45 jaar en bij armaturen bij een leeftijd van 25 jaar. Er zijn ook uitzonderingen. Zo worden armaturen met lampen die veel energie verbruiken eerder vervangen omdat de energiebesparing zo groot is dat de versnelde afschrijving makkelijk wordt terugverdiend. Ook is het zo dat armaturen per straat of wijk vervangen worden. Er zijn dan altijd wel een aantal armaturen die nog niet zo oud zijn als de rest. De armaturen die een restlevensduur hebben van 10 jaar of meer worden bewaard voor hergebruik elders. Voor eind 2025 worden ca. 700 lichtmasten en 1700 armaturen vervangen. Vervanging van lichtmasten wordt ook altijd gekoppeld aan integrale projecten op gebied van riolering en infrastructuur. Bij dergelijke renovatieplannen worden alle noodzakelijke lichtmasten vervangen die een restlevensduur hebben van minder dan tien jaar. 7.6.3
Veilig
Door snel en tijdig lampen, lichtmasten en armaturen te vervangen en te voldoen aan de beoogde lichtkwaliteit en -kwantiteit blijft de situatie in theorie veilig. In geval van aanrijdschade en vandalisme wordt dit op de dag van melding veiliggesteld. Als een nieuwe lichtmast of nieuw armatuur geplaatst moet worden, dan gebeurt dat binnen twee weken. 7.6.4
Meldingen
Het Meldingenteam Openbare Ruimte (MOR) heeft de taak om meldingen binnen twee werkdagen af te handelen. Op het gebied van openbare verlichting worden deze meldingen doorgestuurd naar een gespecialiseerd bedrijf die vervolgens het probleem binnen twee weken moet verhelpen. Via onderstaand overzicht is zichtbaar hoeveel meldingen er sinds 2016 op het gebied van openbare verlichting zijn binnen gekomen. Jaartal
Aantal meldingen
2017
1024 st.
2018
1201 st.
2019
1084 st.
2020
1019 st.
2021 (t/m 3 dec.)
1107 st.
Pagina 69 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
Nieuwe lichtmast op zonne-energie langs de Noorderdijkweg bij Den Oever
Pagina 70 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
7.7
Financiën
7.7.1
Budget
De budgetten voor onderhoud, vervanging evenals voor energie zijn gebaseerd op de begroting van 2022. In onderstaande tabel zijn de budgetten voor de komende vier jaar weergegeven (voor energie zie hoofdstuk 16). De plankosten en kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT kosten) zijn niet verder opgenomen in dit onderdeel. Openbare Verlichting
2022
2023
2024
2025
Onderhoud
€ 141.000
€ 141.000
€ 141.000
€ 141.000
Investeringen (vervanging)
€ 251.000
€ 170.000
€ 170.000
€ 170.000
De kapitaallasten, overheadkosten en personeelslasten zijn hierin buiten beschouwing gelaten. 7.7.2
Afschrijvingstermijnen
In de beleidsnota activeren en afschrijven gemeente Hollands Kroon 2018 worden de volgende afschrijftermijnen gehanteerd voor openbare verlichting en bekabeling. Omschrijving
Termijn
Openbare verlichting
15 jaar
Bekabeling
10 jaar
7.8
Knelpunten en risico’s
Het enige knelpunt bij het onderdeel openbare verlichting is het niet volledig hebben van data met betrekking tot het ondergrondse netwerk. Van een bepaalde periode ontbreken gegevens en die zijn ook niet meer te achterhalen. Dit kan bij storingen problemen opleveren doordat niet duidelijk is waar kabels liggen. Ook is er een risico op storingen als gevolg van kabelschade bij graafwerkzaamheden. Doordat deze gegevens ontbreken, zijn ze ook niet beschikbaar voor Klic-meldingen.
7.9
Ontwikkelingen
De technologische ontwikkelingen op het gebied van de openbare verlichting staan niet stil. Naast de opkomst van de ledverlichting zijn er ook verschillende slimme systemen om de verlichting te dimmen en/of te schakelen op ieder gewenst tijdstip en bestaat de mogelijkheid om verlichtingsinstallaties op afstand te bedienen en bijvoorbeeld storingen automatisch terugkoppeling te laten geven. De meeste nieuwe ontwikkelingen bieden vooral voordelen m.b.t. energiebesparing en/of minder licht(hinder). Ze zijn echter alleen te realiseren als er eerst flink wordt geïnvesteerd. Gezien de snelle ontwikkelingen is het de vraag of die investering ooit terugverdiend kan worden.
Pagina 71 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
Beweegbare brug Nieuwesluizerweg / Waardkanaal
Pagina 72 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
8
Civiele kunstwerken
8.1
Algemeen
Het waterrijke Hollands Kroon telt vele civiele kunstwerken zoals bruggen, beschoeiingen en damwanden. In dit hoofdstuk gaat het voornamelijk over bruggen. Beschoeiingen zijn ondergebracht bij het hoofdstuk water en de damwanden bij de havens.
8.2
Resultaat
In de periode 2018-2021 zijn de volgende resultaten behaald: •
Begin 2018 is een 5-jaarlijkse instandhoudingsinspectie uitgevoerd.
•
Op basis van de inspectie het noodzakelijke (groot) onderhoud aan diverse bruggen uitgevoerd.
•
Ieder jaar hebben twee collega’s van het beheerteam alle bruggen (visueel) gecontroleerd en het noodzakelijke (klein) onderhoud uitgevoerd.
•
Ieder jaar zijn de beweegbare bruggen 2 keer geïnspecteerd en onderhouden.
•
Elke 2 jaar zijn alle vaste bruggen schoongemaakt.
•
In 2019 is de Kerkwegbrug vervangen.
In de periode 2022-2025 is het doel om de volgende resultaten te behalen: •
Bevindingen uit de instandhoudingsinspectie 2021 zijn, voor zover nodig, aangepakt.
•
Er zijn in totaal minimaal 8 vaste bruggen vervangen.
•
De Westfriese Sluisbrug is gerenoveerd of vervangen.
8.3
Kaders
8.3.1
Wettelijk kader
Wegenwet In de wegenwet (1930) is vastgelegd dat wegen, vaarwegen en bruggen “in een goede staat” moeten worden gehouden. Er is sprake van een onderhoudsverplichting zonder dat er een kwaliteitsniveau is vastgelegd. Woningwet In de woningwet (1991) staat vermeld dat een brug wettelijk wordt gezien als een bouwwerk en is vastgelegd dat bruggen zo gebouwd moeten worden dat er geen gevaar voor de gezondheid is en dat de veiligheid geborgd moet zijn. Onder de woningwet valt ook het Bouwbesluit (2012). Hierin staat dat een brug moet voldoen aan bepaalde voorschriften op gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. De minimaal gewenste kwaliteit en veiligheid wordt zo gewaarborgd. Burgerlijk wetboek Zoals eerder aangegeven heeft de overheid, waaronder de gemeente Hollands Kroon, de plicht zijn eigendommen op een juiste wijze te onderhouden. Dit is beschreven in het Burgerlijk Wetboek. Als
Pagina 73 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 eigenaar en beheerder van de openbare ruimte en de daarin voorkomende voorzieningen, zoals bruggen, is het bestuur van de gemeente civielrechtelijk verantwoordelijk voor de veiligheid en instandhouding van deze voorzieningen. De eigenaar is aansprakelijk als er door gebreken schade of letsel ontstaat bij derden. Een brug moet voor de gebruikers veilig zijn. Als niet wordt voldaan aan de zorg voor instandhouding kan het bestuur op grond van het Burgerlijk Wetboek verantwoordelijk worden gesteld voor alle daaruit voortvloeiende schades. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid in twee artikelen geregeld: •
Artikel 6:174 Risicoaansprakelijkheid
•
Artikel 6:162 Schuldaansprakelijkheid
Er is sprake van risicoaansprakelijkheid als er een gebrek ontstaat aan een brug en een weggebruiker hierdoor schade oploopt. Er is sprake van schuldaansprakelijkheid als de schade ontstaat als gevolg van een onrechtmatige daad. Hieronder valt het laten voortbestaan van gevaarlijke situaties. 8.3.2
Beleidskader
Omgevingsvisie Hollands Kroon De omgevingsvisie is het vertrekpunt voor dit integraal beheerplan. Op gebied van civieltechnische kunstwerken (bruggen) gelden de volgende hoofddoelstellingen: •
Een brug blijft beweegbaar of voldoende doorvaarbaar als deze onderdeel uitmaakt of uit gaat maken van een vaarroute. Bruggen buiten deze vaarroutes worden vaste bruggen of vaarduikers.
•
Het soort brug komt overeen met het gebruik en de functie.
•
Bij vervanging loopt Hollands Kroon voorop in het gebruikmaken van de nieuwste technieken.
•
Een brug wordt zo onderhoudsarm mogelijk gebouwd
8.4
Normen en richtlijnen
Voor alle onderdelen waar een brug uit is opgebouwd (fundering, landhoofd, brugdek, damwanden) gelden diverse normeringen. Hieronder worden de belangrijkste kort toegelicht. NEN 2767-4 Deze norm is opgesteld om op een uniforme en objectieve wijze de conditie per bouwdeel van een bouwkundig object, zoals een brug, vast te leggen. NEN 8700 NEN 8700 is een norm om te kijken of een brug voldoet aan de wettelijke bouwkundige eisen. Dit dient zowel in de ontwerpfase te gebeuren als bij een controle van een oudere brug. Op deze wijze wordt gecontroleerd of de brug voldoet aan het vereiste prestatieniveau. NEN 3140 en NEN 1010 In deze norm wordt beschreven aan welke eisen het werken met of aan elektrotechnische installaties moet voldoen. Dit geldt in dit kader louter voor beweegbare bruggen. Hierbij speelt ook de Arbowet een belangrijke rol in het kader van veilig werken (NEN 3140) en een veilige installatie (NEN 1010). Een
Pagina 74 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 belangrijk hulpmiddel om ervoor zorg te dragen dat een installatie tijdens gebruik veilig blijft is om deze iedere vijf jaar te inspecteren. Sterkteberekeningen Om te bepalen of een brug nog voldoet aan de sterkte zoals bij aanleg is bedoeld wordt momenteel gebruik gemaakt van de Eurocode (NEN-EN 1992). Nieuwe bouwaanvragen voor bruggen moeten altijd worden ingediend op basis van deze Eurocode. Er wordt hierbij gewerkt met een fictief lastenstelsel welke niet altijd overeenkomt met de praktijk. Daarom wordt er ook nog vaak gewerkt met de ‘oude’ verkeersklassen volgens NEN 6723. Door het gebruik van deze normering kan worden vastgesteld aan welke verkeersklasse de brug nog voldoet en welke maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de brug niet zwaarder zal worden belast.
8.5
Kwantiteit en kwaliteit
8.5.1
Kwantiteit
In de onderstaande tabel is het areaal aan civieltechnische kunstwerken weergegeven (peiljaar 2021). Civieltechnische kunstwerken
2017
2021
Toe-/afname
Beweegbare bruggen
9 st.
8 st.
-1 st.
Vaste verkeersbruggen
113 st.
124 st.
+ 11 st.
Fiets-/voetgangersbruggen
71 st.
75 st.
+ 4 st.
207 st.
+ 14 st.
Totaal 193 st. NB. Westfriesesluisbrug is sinds 2013 niet meer beweegbaar.
8.5.2
Kwaliteit
Op basis van de laatste instandhoudingsinspectie is in de onderstaande tabel is een aanname gedaan naar de kwaliteit van de bruggen (groen = goed, geel = redelijk, oranje = matig/slecht). Civieltechnische kunstwerken
2017
2021
2017
2021
2017
2021
Beweegbare bruggen
1 st.
1 st.
7 st.
7 st.
1 st.
0 st.
Vaste verkeersbruggen
50 st.
53 st.
58 st.
64 st.
5 st.
7 st.
Fiets-/voetgangersbruggen
35 st.
37 st.
36 st.
36 st.
0 st.
2 st.
Totaal
86 st.
91 st.
101 st.
107 st.
6 st.
9 st.
Pagina 75 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
Te vervangen vaste verkeersbrug Hippolytushoeverweg (bron: Cyclomedia Technology B.V.)
Pagina 76 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
8.6
Onderhoud
8.6.1
Strategie
De basis van het onderhoud komt voort uit de 5-jaarlijkse instandhoudingsinspectie. De informatie die hieruit volgt wordt uitgezet in een planning voor het onderhoud. Het (technische) onderhoud is er vooral erop gericht om de theoretische levensduur van de brug te bereiken. Kleine schades komen voor zonder dat de bedrijfszekerheid of de veiligheid in het geding is. 8.6.2
Schoon
Bruggen worden eens per twee jaar schoongemaakt door Progroen & Milieu of een gespecialiseerd bedrijf. Daarnaast wordt ook de begroeiing direct rondom de brug twee keer per jaar gemaaid. Bruggen worden, indien nodig, eens in de vijf á zeven jaar geschilderd. 8.6.3
Heel
Zoals gezegd worden alle bruggen iedere vijf jaar onderworpen aan een instandhoudingsinspectie. Op basis van deze inspectiegegevens vindt er groot onderhoud en vervanging plaats. Dit wordt uitgevoerd door gespecialiseerde bedrijven en er is meestal sprake van maatwerk. Beweegbare bruggen worden daarnaast ook nog eens halfjaarlijks geïnspecteerd en onderhouden. Klein onderhoud aan bruggen wordt uitgevoerd door collega's van het beheerteam. Zij inspecteren de bruggen visueel en voeren, indien nodig, ook meteen het noodzakelijke onderhoud uit of schakelen daarvoor een gespecialiseerd bedrijf in. 8.6.4
Veilig
Als blijkt dat een brug onveilig is worden er direct maatregelen genomen. Dit kan zijn een aslastbeperking, het aanleggen van een noodbrug of zelfs het compleet afsluiten van een brug. Minder urgente problemen worden in de loop der tijd opgelost. De beweegbare bruggen worden halfjaarlijks gecontroleerd op mogelijke gebreken. Hierbij gaat het dan vooral om de mechanische, hydraulische en elektronische onderdelen die een rol spelen bij het open en dichtgaan van de brug (NEN 3140). Een uitbreiding met een sterkteberekening (NEN 8700) is mogelijk. 8.6.5
Vervanging
De afgelopen jaren is een grote inhaalslag gemaakt met het vervangen van diverse bruggen in de Wieringermeerpolder waarbij er in totaal 18 slechte bruggen zijn vervangen. De huidige planning is dat er jaarlijks 2 tot 4 bruggen moeten worden vervangen om aan de technische eisen te voldoen. 8.6.6
Brugbediening
De beweegbare bruggen moeten regelmatig worden bediend om het scheepvaartverkeer te laten passeren. Dit wordt momenteel gedaan door opgeleide medewerkers van Progroen & Milieu.
Pagina 77 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
Voet-/fietsbrug van kunststof bij NS-station Anna Paulowna
Pagina 78 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
8.7
Financiën
8.7.1
Budget
De budgetten voor klein en groot onderhoud evenals de investeringsbudgetten zijn gebaseerd op de begroting van 2022. In onderstaande tabel zijn de budgetten voor de komende vier jaar weergegeven. De plankosten en kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT kosten) zijn niet verder opgenomen in dit onderdeel. Civieltechnische kunstwerken Klein & groot onderhoud Vervanging Investeringen
2022
2023
2024
2025
€ 412.000
€ 412.000
€ 412.000
€ 412.000
€0
€0
€0
€0
€ 1.600.000
€ 1.600.000
€ 1.600.000
€ 1.600.000
De kapitaallasten, overheadkosten en personeelslasten zijn hierin buiten beschouwing gelaten. 8.7.2
Afschrijvingstermijnen
In de beleidsnota activeren en afschrijven gemeente Hollands Kroon 2018 worden de volgende afschrijftermijnen gehanteerd voor civieltechnische kunstwerken. Omschrijving
Termijn
Fiets-/voetbrug hout
35 jaar
Fiets-/voetbrug beton / composiet
60 jaar
Vaste verkeersbrug
100 jaar
Beweegbare brug
60 jaar
8.8
Knelpunten en risico’s
De belangrijkste knelpunten zijn de sterk stijgende bouwkosten en de lange levertijd van diverse materialen. Dit komt vooral door de coronapandemie. Daarnaast worden de veiligheidseisen ook steeds strenger. Ook dit zorgt voor een toename in bouw- en onderhoudskosten.
8.9
Ontwikkelingen
De komende 4 jaar worden er geen bijzondere ontwikkelingen verwacht ten aanzien van het beheer en onderhoud van de bruggen.
Pagina 79 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
Singelbeplanting op Wieringen langs de Klieverkruisweg (bron: Cyclomedia Technology B.V.)
Pagina 80 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
9
Openbaar groen
9.1
Algemeen
Openbaar groen speelt een belangrijke rol bij de waardering van de leefomgeving. Het maaien van gras, snoeien van heesters en verwijderen van onkruid houdt de gemoederen vaak bezig. Omdat het beheer ervan een grote kostenpost is, is het belangrijk het onderhoud efficiënt wordt uitgevoerd zodat het openbaar groen haar rol in de leefomgeving goed kan blijven vervullen en aansluit bij de behoefte en tevredenheid van de inwoners.
9.2
Resultaat
In de afgelopen beheerperiode (2018-2021) zijn de volgende resultaten behaald: •
Het openbaar groen is grotendeels onderhouden volgens de vastgestelde beeldkwaliteit.
•
Het aantal fixi-meldingen is gestabiliseerd.
•
Bijna het gehele bomenbestand is gecontroleerd op veiligheid.
•
Er zijn in totaal ongeveer 14.000 bomen gesnoeid in de openbare ruimte.
•
Er zijn in totaal ongeveer 1.400 bomen geplant in de openbare ruimte.
•
Er is vervolg gegeven aan inwonersparticipatie met team kernbeheer.
In de periode 2022-2025 is het doel om de volgende resultaten te behalen: •
Het openbaar groen voldoet voor minimaal 90% aan de beoogde beeldkwaliteit.
•
Het aantal fixi-meldingen door inwoners die zijn gerelateerd aan openbaar groen is afgenomen.
•
Het gehele bomenbestand is gecontroleerd op veiligheid.
•
Minder dan 10% van de bomen vertonen gebreken (risicobomen).
•
In de openbare ruimte zijn in totaal minimaal 1.900 nieuwe bomen geplant.
•
Er is uitvoering gegeven aan het groenstructuurplan en het deltaplan biodiversiteit.
9.3
Kaders
9.3.1
Wettelijke kaders
Hieronder wordt de, voor het openbaar groen, relevante wet- en regelgeving benoemd. Wet Natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (2017) heeft tot doel om de biodiversiteit in Nederland te beschermen. Beknopt betekent het dat bepaalde gebieden en bepaalde plant- en diersoorten extra bescherming genieten. Daarnaast geldt voor alle planten- en diersoorten een algemene zorgplicht. Hoe hier verder uitvoering aan wordt gegeven is vastgelegd in een goedgekeurde gedragscode. De gemeente Hollands Kroon gebruikt hiervoor de Gedragscode soortbescherming gemeenten van Stadswerk. Ook het behoud van bos en bomen (voorheen de boswet) is verankerd in de Wet Natuurbescherming. Het betekent concreet dat er onder bepaalde omstandigheden voor het verwijderen van beplanting en bomen in het buitengebied een meldings- en mogelijk een herplantingsplicht geldt.
Pagina 81 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 Veiligheid De gemeente heeft een zorgplicht voor het behoud van een veilige omgeving. Deze zorgplicht vindt haar oorsprong in artikel 6.162 van het Burgerlijk Wetboek welke beschrijft dat iemand aansprakelijk is voor eventueel geleden schade indien er sprake is van een onrechtmatige daad. Als de gemeente geen of onvoldoende onderhoud pleegt kan zij dus aansprakelijk worden gesteld bij eventuele schade. In het openbare groen is dit vooral van toepassing bij bomen. Mede door het uitvoeren van veiligheidsinspecties kan het juiste onderhoud worden uitgevoerd, waardoor het risico op schades en ongelukken afneemt en een eventuele schuldaansprakelijkheid kan worden weerlegd. 9.3.2
Beleidskaders
Omgevingsvisie Hollands Kroon De omgevingsvisie is het vertrekpunt voor dit integraal beheerplan. Op gebied van groen gelden de volgende hoofddoelstellingen: •
Duurzaam en eenduidig ingericht.
•
Doelmatig onderhouden.
•
Maximale ruimte voor zelfbeheer.
Naast deze hoofddoelstellingen wordt ook gestuurd op het breed inzetten van groen via de kaders: •
Groen dat siert: een rustige, eenduidige inrichting van het openbaar groen.
•
Groen dat leeft: het stimuleren van de biodiversiteit door toepassing van inheemse boomsoorten en bloemrijke grasbermen.
•
Groen dat werkt: het groen dat door de inwoners wordt beheerd waardoor kinderen en volwassenen meer in contact komen met het groen.
•
Groen dat meehelpt: toename van de bewustwording dat ‘natuurlijke’ groenontwikkeling in de omgeving een belangrijke bijdrage levert aan een beter (leef)klimaat.
Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Gemeentelijke regelgeving over het kappen van bomen is opgenomen in de APV. Kort gezegd houdt dit in dat er een vergunning nodig is voor het kappen van bomen die staan op de bomenlijst. Dit betreffen vooralsnog alleen gemeentelijke bomen met een stamdiameter van tenminste 30 cm op 1,30 m. hoogte. Naast het kappen van bomen is in de APV ook een artikel opgenomen over ongewenste begroeiing. Op dit moment staan o.a. de reuzenbereklauw en bepaalde distelsoorten op de ‘verboden’ lijst. Deze soorten dienen tijdig te worden verwijderd alvorens zij tot bloei komen of ander overlast veroorzaken. Het is mogelijk dat in de nieuwe verordening fysieke leefomgeving deze regels worden aangepast. Kwaliteit Voor het openbaar groen geldt op dit moment dat de basiskwaliteit binnen de woonkernen is vastgesteld op niveau B, met als uitzondering de centra en begraafplaatsen (niveau A) en de bedrijventerreinen en buitengebied (niveau C). Afhankelijk van de situatie en de aard van het werk worden sommige onderhoudsmaatregelen uitgevoerd op frequentie. Pagina 82 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 Inwonersparticipatie Alle wensen en verzoeken vanuit de inwoners van Hollands Kroon op het gebied van participatie in het groen worden door team Kernbeheer gefaciliteerd en worden in samenspraak met Areaalbeheer verder vormgegeven. Zo worden de inwoners betrokken bij de inrichting van hun leefomgeving en kunnen zij, indien gewenst, hun eigen omgeving zelf onderhouden. Team Kernbeheer heeft een eigen budget om zelfwerkzaamheid van de inwoners te stimuleren. De middelen kunnen ingezet worden om de kwaliteit van het openbaar groen lokaal te verhogen waarbij altijd sprake is van het principe ‘voor wat - hoort wat’. (Her)inrichting Bij herinrichtingsprojecten in de openbare ruimte worden informatieavonden georganiseerd. Inwoners worden dan in de gelegenheid gesteld hun wensen kenbaar te maken voordat de herinrichting van start gaat. Snippergroen Normaliter kunnen inwoners die interesse hebben in de aankoop van snippergroen dat aansluit op hun eigendom hiervoor een aanvraag indienen bij de gemeente. Regels voor de beoordeling van aanvragen zijn vastgesteld in de Nota Snippergroen. Momenteel wordt nagedacht in hoeverre het huidige snippergroenbeleid nog past binnen de huidige beleidsuitgangspunten ten aanzien van duurzaamheid en klimaatadaptatie in de leefomgeving.
9.4
Normen en richtlijnen
Normen en richtlijnen met betrekking tot het groen zijn opgenomen in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte. Hieronder zijn voor de volledigheid de belangrijkste zaken beknopt weergegeven. 9.4.1
Bomen
Bomen worden bij voorkeur geplant in gras of beplanting. Er wordt gewerkt volgens de eisen zoals vermeld in het Handboek bomen van het Norminstituut Bomen. 9.4.2
Sortiment
Er wordt hoofdzakelijk ingezet op inheemse (boom)soorten welke goed gedijen in de specifieke omstandigheden binnen Hollands Kroon. In bijzondere locaties is ruimte voor een uitgebreider sortiment. 9.4.3
Omvormen
De laatste jaren zijn een groot aantal intensieve en oudere heestervakken omgevormd naar gras of nieuw sierplantsoen. Dit proces wordt de komende jaren verder doorgezet waarbij met kernbeheer en de inwoners wordt gekeken naar de wensen en mogelijkheden.
Pagina 83 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 9.4.4
Vervanging
De afgelopen jaren is het bomenbestand in aantal en kwaliteit behoorlijk teruggelopen. De voornaamste oorzaken zijn de iepziekte, een aantal forse stormen en een beperkt budget voor herplanting en groot onderhoud. Om dit proces een halt toe te roepen is het doel om jaarlijks 300 'geboortebomen' en nog eens 175 bomen in het kader van het groenstructuurplan te planten in de openbare ruimte van Hollands Kroon. Daarmee komt het totaal aantal te planten bomen jaarlijks op 475 bomen. 9.4.5
Veiligheid
De veiligheid binnen openbaar groen kan verdeeld worden in drie categorieën. In de eerste plaats moet de conditie van de (boom)beplanting zodanig zijn dat het risico op onveilige situaties wordt geminimaliseerd. Daarnaast moet worden voorkomen dat groen zorgt voor onoverzichtelijke situaties op de weg, zoals bij kruispunten en in bochten. Ook speelt de sociale veiligheid een rol. Dicht en hoog groen kan bijvoorbeeld gevoelens van onveiligheid oproepen bij inwoners. 9.4.6
Biodiversiteit
De Wet Natuurbescherming zet in op het behoud en waar mogelijk vergroten van de biodiversiteit. In het programma duurzaamheid en het Deltaplan Biodiversiteit is dit verder uitgewerkt voor Hollands Kroon wat onder andere heeft geleid tot een groenstructuurplan. Dit plan heeft tot doel dat er tussen 2022 en 2030 jaarlijks 475 bomen worden geplant in de openbare ruimte van Hollands Kroon.
9.5
Kwantiteit en kwaliteit
9.5.1
Kwantiteit
In de onderstaande tabel is het areaal aan openbaar groen weergegeven van zowel 2017 als 2021. De voornaamste verschillen komen voort uit het feit dat de gemeente vanaf 1 januari 2020 de buitenwegen van het Hoogheemraadschap in voormalig Niedorp heeft overgenomen. Groen
Areaal 2017
Areaal 2021
Bomen
40.000 st.
49.500 st.
1.250.000 m2
1.380.000 m2
Siergroen
320.000 m2
286.000 m2
Ruw gras
3.700.000 m2
4.580.000 m2
Gazon
1.030.000 m2
1.107.000 m2
Bosplantsoen
Pagina 84 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 9.5.2
Beeldkwaliteit
Vanaf mei 2017 wordt er maandelijks bij 75 tot 100 locaties gecontroleerd of het onderhoud van het groen (gazon en heesters), onkruidbeheersing op verharding en zwerfafvalbeheersing voldoet aan de vastgestelde beeldkwaliteit. Via een dashboard zijn de resultaten zichtbaar gemaakt. Het doel is dat minimaal 90% van de gecontroleerde locaties voldoet aan de beeldkwaliteit. De gegevens hieronder moeten worden gezien als de som van de verschillende metingen per onderdeel. Beeldkwaliteit Groen
2017
2018
2019
2020
2021
% gazon op niveau
84 %
97 %
96 %
98 %
97 %
% heesters op niveau
90 %
96 %
95 %
95 %
94 %
% onkruidbeheersing op niveau
76 %
83 %
94 %
96 %
93 %
% zwerfafvalbeheersing op niveau
88 %
96 %
97 %
98 %
94 %
% gemiddelde niveau groen
86 %
91 %
96 %
97 %
97 %
9.5.3
Kwaliteit bomen
Bomen worden vooral op veiligheid gecontroleerd. Dat gebeurt via een zogenaamde boomveiligheidscontrole (BVC). Dit komt verder aan de orde in de volgende alinea bij het onderdeel veilig.
9.6
Onderhoud
9.6.1
Strategie
Het onderhoud van het openbaar groen is vooral gebaseerd om de afgesproken beeldkwaliteit te behalen. Bij contracten voor het maaien van gras, onkruidbeheersing en het snoeien van heesters geld het kwaliteitsniveau daarom als uitgangspunt voor het uit te voeren onderhoud. 9.6.2
Schoon
Onder schoon valt vooral het beheersen van onkruid en zwerfafval. In het bijzonder is onkruidbeheersing op verharding een hot item. Er waren aanloopproblemen na het verbod op glyfosaat ('Roundup') in 2016. Dat was het signaal om het onderhoud vanaf begin 2019 onder te brengen bij HVC. Sindsdien is de situatie redelijk onder controle al blijft het lastig om tijdens de groeizame maanden (juni-juli-augustus) het complete areaal op het gewenste niveau te houden. Onkruidbeheersing in de plantsoenen en zwerfafvalbeheersing wordt uitgevoerd door Progroen & Milieu, de uitvoerder van de Wet sociale werkvoorziening. 9.6.3
Heel
Om de kwaliteit van gras, heesters en bomen te waarborgen is een scala aan onderhoudsmaatregelen nodig. Het gaat te ver om deze allemaal te beschrijven. Het betreft vooral om het maaien van gras, het snoeien en het (her)planten van heesters en bomen. Hieronder zijn nog een aantal specifieke zaken toegelicht.
Pagina 85 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
Bloeiende berm in Nieuwesluis
Pagina 86 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 Ecologisch beheer Het deltaplan biodiversiteit heeft tot doel de biodiversiteit in de gemeente Hollands Kroon te verbeteren. Een van de uitgangspunten is om het ecologisch beheer uit te breiden met als voornaamste doelen: •
Uitbreiden van het ecologisch bermbeheer van 5% naar 20%.
•
Het omvormen van ca. 50.000 m2 gazon naar kruidenrijk gras.
•
Het creëren van meer natuurvriendelijke oevers.
•
Het creëren van meer zoom- en mantelvegetatie langs bosplantsoenvakken.
Bij het (ecologisch) groenbeheer dienen de uitvoerende partijen zich houden aan de Gedragscode soortbescherming gemeenten. Indien aantoonbaar volgens deze gedragscode wordt gewerkt, is er in principe altijd sprake van zorgvuldig handelen binnen de kaders van de natuurwetgeving. Maaibeheer Bij het onderhoud van gras wordt onderscheid gemaakt tussen gazon (frequent gemaaid) en ruw gras (weinig gemaaid). Het maaien van het gazon vindt plaats op beeldkwaliteit en het maaien van ruw gras vindt plaats op frequentie. Voor beide onderdelen geldt dat 'harde' obstakels (paaltjes, bankjes, speeltoestellen, bebording) en plekken waar de maaimachine niet bij kan komen, enkele keren per jaar met de hand worden bijgemaaid. Dit is verder afhankelijk van het object en de locatie. Omvormen Afgelopen jaren zijn er op diverse locaties (intensieve) heestervakken omgevormd naar gazon. Dit was vooral uit kostenoogpunt voordelig. De komende vier jaar wordt er bij eventuele omvorming vooral rekening gehouden met de wensen van de bewoners en met de kansen om de biodiversiteit te verbeteren. Verjonging Bepaalde onderhoudsmaatregelen hebben tot doel de bestaande beplanting te verjongen zodat het weer jaren mee kan. Dit gebeurt ongeveer eens per drie tot tien jaar. Een voorbeeld is het knotten van wilgen of het tot vlak boven de grond terugsnoeien van heesters.
Vervanging Of beplanting moet worden vervangen hangt in de eerste plaats af van de conditie van de betreffende beplanting. Verjongingsnoei kan de beplanting conditioneel weliswaar weer sterk maken, maar er zal altijd een afweging moeten worden gemaakt tussen kosten, veiligheid en de te verwachten levensduur. Binnen de bebouwde kom wordt gekeken of er kan worden meegelift met grotere integrale projecten, zoals bij de vervanging van het riool. Intensieve graafwerkzaamheden zijn vaak funest voor beplanting, dus is het zinvol om deze te vervangen zodat het ook beter past in het nieuwe plan. In het buitengebied geldt bij onveilige bomen of bomen die het einde van hun levensduur naderen wordt gekeken of langs een hele weg alle bomen in een keer kunnen worden vervangen, eventueel in combinatie met werkzaamheden aan de weg zelf. Uiteraard wordt er vooraf altijd goed gekeken naar de ecologische impact van een dergelijke ingreep.
Pagina 87 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 9.6.4
Veilig
Binnen het groen geldt op gebied van veilig vooral de veiligheid van de (grotere) bomen. Alle bomen zijn sinds 2021 allemaal officieel gecontroleerd via de boomveiligheidscontrole (BVC). In de onderstaande tabellen zijn deze resultaten weergegeven. Veiligheid bomen
2017*
2021
Geen afwijkingen
14.843 st.
25.368 st.
Attentieboom
267 st.
449 st.
Risicoboom
7.345 st.
15.762 st.
Nog niet gecontroleerd ca. 17.500 st. (*in 2017 alleen bomen binnen de bebouwde kom)
ca. 7.700 st.
Bomen worden, afhankelijk van grootte en standplaats, eens per drie tot vijf jaar gecontroleerd. Bij een risicoboom zijn er afwijkingen geconstateerd zoals dood hout of een losse tak. Afhankelijk van het risico worden deze afwijkingen binnen een bepaalde termijn verholpen om de veiligheid voldoende te garanderen. Bij een attentieboom zijn er afwijkingen aangetroffen waar in eerste instantie alleen extra controle nodig is (bepaalde ziektes, aantastingen e.d.). Als deze afwijkingen leiden tot extra risico’s worden er maatregelen getroffen. Vanaf 2019 worden er ieder jaar ongeveer 3.000 bomen gesnoeid zodat ze weer voldoen aan de richtlijnen. Deze actie loopt tot en met 2023 en heeft tot doel het achterstallig onderhoud in het bomenbestand grotendeels weg te werken. 9.6.5
Meldingen
Via onderstaand overzicht is zichtbaar hoeveel meldingen er sinds 2017 op het gebied van groen zijn binnen gekomen. In 2021 is het aantal meldingen met betrekking tot openbaar groen sterk gestegen. De oorzaak ligt hem vermoedelijk in de groeizame weersomstandigheden van dit jaar. Jaartal
Aantal meldingen
2017
1.932 st.
2018
2.019 st.
2019
1.999 st.
2020
1.986 st.
2021 (t/m 3 dec.)
2.343 st.
9.6.6
Parkmanagement
Parkmanagement is een vorm van onderhoud waarbij een private partij onder bepaalde voorwaarden een deel van de openbare ruimte beheerd, meestal een bedrijventerrein. In Hollands Kroon zijn twee bedrijventerreinen waar dit aan de orde is namelijk Agriport en Robbenplaat. Daarnaast wordt deze vorm van onderhoud ook min of meer toegepast in de Poldertuin (bloembollen) in Anna Paulowna waar het onderhoud door de Stichting Poldertuin wordt uitgevoerd.
Pagina 88 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
9.7
Financiën
9.7.1
Budget
De budgetten voor klein en groot onderhoud evenals voor vervangingen zijn gebaseerd op de huidige begroting. In onderstaande tabel zijn de budgetten voor vier jaar weergegeven (incl. kernbeheer). De kapitaallasten, overheadkosten, personeelslasten en VAT kosten zijn verder buiten beschouwing gelaten. Openbaar Groen Klein & groot onderhoud Kernbeheer
2022
2023
2024
2025
€ 2.912.000
€ 2.912.000
€ 2.912.000
€ 2.912.000
€ 230.000
€ 218.000
€ 218.000
€ 218.000
€0
€0
€0
€0
Investeringen
9.7.2
Afschrijvingstermijnen
Investeringen met betrekking tot openbaar groen worden in Hollands Kroon in principe niet gekapitaliseerd. Voor de volledigheid zijn in onderstaand overzicht de gehanteerde afschrijvingstermijnen weergegeven. Omschrijving
Termijn
Groenvoorziening (aanleg)
25 jaar
Groenvoorziening (reconstructie)
15 jaar
9.8
Knelpunten en risico’s
Door de iepziekte en de essentaksterfte zullen ook de komende jaren nog flink wat bomen verdwijnen. Daarbij is de kans aanwezig dat, in het kader van de wet natuurbescherming, een herplantingsplicht door het bevoegd gezag (Provincie / OD-NHN) kan worden opgelegd voor verwijderde bomen in het buitengebied. In het kader van klimaatsverandering zullen ook andere ziektes en plagen de komende jaren de kop opsteken. Een goed voorbeeld is de eikenprocessierups. Dit is momenteel echter nog geen groot probleem in Hollands Kroon. Andere problemen zijn de opkomst van invasieve exoten zoals de Reuzenberenklauw en de Japanse Duizendknoop. Ook hiervan is de verwachting dat deze soorten de komende jaren sterk in aantal zullen toenemen.
9.9
Ontwikkelingen
Nu en in de toekomst spelen vooral klimaatadaptatie en duurzaamheid een belangrijke rol. Door de verdere toename van extreme weersomstandigheden (piekbuien, hittestress) wordt het steeds belangrijker om hiermee rekening te houden bij de inrichting en het onderhoud van het openbaar groen om de woonomgeving leefbaar te houden. Ook de verdere uitrol naar een circulaire economie en het verhogen van de biodiversiteit speelt hierbij een grote rol, bijvoorbeeld door het hergebruik van vrijkomend groen (maaisel, snoeiafval) en het toepassen van ecologisch beheer.
Pagina 89 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
Nieuw speeltoestel bij Lutjestrand
Pagina 90 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
10
Speelplaatsen en terreinmeubilair
10.1
Algemeen
Functioneel en goed onderhoud van speelplaatsen en terreinmeubilair draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Onder speelplaatsen en terreinmeubilair wordt verstaan: •
Speelplaatsen (toestellen, valondergronden, skatebanen, trapveldjes).
•
Jongerenontmoetingsplekken.
•
Banken, picknicktafels en afvalbakken.
10.2
Resultaat
In de periode 2018-2021 zijn de volgende resultaten behaald: •
Het complete areaal is volgens de bijbehorende kaders en richtlijnen onderhouden.
•
Er is sinds 2019 jaarlijks een vervangingsbudget van € 50.000 voor speeltoestellen beschikbaar.
•
Er zijn 11 bestaande speelplekken gerenoveerd.
•
Er zijn 11 nieuwe speelplekken gerealiseerd.
•
Het aantal afvalbakken (incl. hondenpoepbakken) is met ca. 100 st. uitgebreid.
•
Er is nauw samengewerkt met de inwoners bij de realisatie en renovatie van de diverse speelplekken.
In de periode 2022-2025 is het doel om de volgende resultaten behalen: •
Het complete areaal is volgens de bijbehorende kaders en richtlijnen onderhouden.
•
Er zijn minimaal 8 bestaande speelplekken gerenoveerd.
•
De skatebanen in Nieuwe Niedorp en Anna Paulowna zijn gerenoveerd.
•
Er is samen met de inwoners invulling gegeven aan de realisatie van nieuwe speelplekken en de renovatie van bestaande speelplekken.
10.2.1 Aandachtspunten In Hollands Kroon is geen apart speelbeleid opgesteld. Er wordt vooral ingezet om de lokale wensen van inwoners te faciliteren. Uit praktisch oogpunt gelden er enkele kaders om een afweging te maken hoe een bepaald burgerinitiatief kan worden gefaciliteerd. Deze zijn hieronder beknopt weergeven.
10.3
Kaders
10.3.1 Wettelijk kader Attractiebesluit De wettelijke verplichting voor de veiligheid van speeltoestellen is in het bijzonder geregeld in het ’Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen’ en diverse Europese Normen. In het Attractiebesluit zijn de wettelijke bepalingen voor aansprakelijkheid en veiligheid vastgelegd. Bij een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel is de eigenaar van het speeltoestel altijd als eerste aansprakelijk. Deze verantwoordelijkheid is volgens en aanvullend op de risicoaansprakelijkheid die wordt omschreven in het Burgerlijk Wetboek.
Pagina 91 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 Aansprakelijkheid De eigenaar van een speeltoestel moet kunnen aantonen dat alles in het werk is gesteld om de veiligheid te waarborgen. Het Attractiebesluit zorgt hiermee voor een onderhoudskader en minimaal onderhoudsniveau. De veiligheid is geborgd, gezien het Attractiebesluit, als deze handelingen zo vaak als nodig worden uitgevoerd. Als een speeltoestel op gemeentelijke grond wordt geplaatst door bijvoorbeeld een particulier, school of speeltuinvereniging, wordt de gemeente juridisch eigenaar. De gemeente kan bij ongevallen met speeltoestellen in de openbare ruimte dus altijd (mede) aansprakelijk worden gesteld. 10.3.2 Beleidskader Omgevingsvisie Hollands Kroon In de omgevingsvisie wordt niet iets specifieks genoemd over speelplaatsen en terreinmeubilair. Over het algemeen kan aansluiting worden gezocht op de uitgangspunten met betrekking tot groen. Dit betekent dat speelplaatsen duurzaam en eenduidig worden ingericht, doelmatig worden onderhouden en er maximale ruimte is voor zelfbeheer. Dit betekent bijvoorbeeld dat de keuze voor materialen eenduidig en duurzaam moet zijn en dat verbinding moet worden gezocht bij de wensen van de directe bewoners.
10.4
Normen en richtlijnen
De technische eisen die worden gesteld aan aanleg en onderhoud zijn vastgelegd in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Hieronder staan de belangrijkste eisen uit de HIOR: •
Alle toestellen moeten voldoen aan de geldende wetgeving.
•
Toestellen zonder keurmerk moeten apart gekeurd worden.
•
Toestellen met een brede leeftijdscategorie hebben de voorkeur.
•
Daarnaast moeten de speeltoestellen en de bijbehorende valondergronden voldoen aan bepaalde wettelijke normen zoals NEN-EN 1176 en 1177.
10.5
Kwantiteit en kwaliteit
10.5.1 Kwantiteit In onderstaande tabel is het areaal aan speelplaatsen en terreinmeubilair weergegeven. De verschillen tussen 2017 en 2021 zijn grotendeels te verklaren omdat het beheersysteem in 2017 nog niet volledig was bijgewerkt. De tabel laat overigens wel duidelijk zien dat het aantal objecten de afgelopen 4 jaar duidelijk is toegenomen. Speelplaatsen en terreinmeubilair
areaal 2017
areaal 2021
Speelplaatsen en JOP’s
142 st.
124 st.
Speeltoestellen
587 st.
758 st.
Banken
397 st.
413 st.
Afvalbakken (incl. hondenpoepbakken)
491 st.
579 st.
Pagina 92 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 10.5.2 Kwaliteit De tabel hieronder geeft een indicatie van de huidige kwaliteit van de speeltoestellen en het straatmeubilair. Speelplaatsen en terreinmeubilair
2017
2021
2017
2021
2017
2021
Speeltoestellen (incl. valondergr.)
20 %
45 %
50 %
40 %
30 %
15 %
Banken
25 %
40 %
50 %
45 %
25%.
15 %
Afvalbakken
80 %
80 %
15 %
15 %
5%
5%
10.6
Onderhoud
10.6.1 Schoon Speeltoestellen en banken worden één keer per jaar schoon gemaakt door Progroen & Milieu. 10.6.2 Heel en veilig De speeltoestellen worden jaarlijks geïnspecteerd door een gespecialiseerd bedrijf. Op basis van deze inspectie en door eigen visuele controles voeren twee gespecialiseerde collega’s van het beheerteam het noodzakelijke onderhoud uit of schakelen daarvoor een gespecialiseerd bedrijf in. Van iedere inspectie wordt een aantekening gemaakt in het beheersysteem. Als uit een inspectie blijkt dat een toestel onveilig is en niet meer kan worden gerepareerd wordt het toestel in principe vervangen of verwijderd. 10.6.3 Vervangingen Speeltoestellen, banken en afvalbakken hebben volgens ervaringscijfers een theoretische levensduur van vijftien jaar. Momenteel worden er ieder jaar 2 speelplaatsen gerenoveerd. Renovatie van speelplaatsen en het vervangen van oude (en afgeschreven) afzonderlijke speeltoestellen vindt in principe altijd plaats in overleg met de omgeving. 10.6.4 Meldingen Via onderstaand overzicht is zichtbaar hoeveel meldingen er sinds 2017 op het gebied van speelplaatsen en terreinmeubilair zijn binnen gekomen. Zoals eerder aangegeven is het doel minder meldingen omdat dit verband houdt met een mindere kwaliteitsbeleving van de inwoners. Vooralsnog blijft het aantal meldingen op gebied van speelplaatsen en terreinmeubilair redelijk stabiel. Jaartal
Aantal meldingen
2017
345 st.
2018
567 st.
2019
355 st.
2020
374 st.
2021 (t/m 3 dec.)
350 st.
Pagina 93 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
Nieuwe picknickbank langs de Hippolytushoeverweg (bron: Cyclomedia Technology B.V.)
Pagina 94 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
10.7
Financiën
10.7.1 Budget De budgetten voor klein en groot onderhoud evenals de investeringsbudgetten zijn gebaseerd op de begroting van 2022. In onderstaande tabel zijn de budgetten voor de komende vier jaar weergegeven. De plankosten en kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT kosten) zijn niet verder opgenomen in dit onderdeel. Speelplaatsen & terreinmeubilair Klein & groot onderhoud
2022
2023
2024
2025
€ 86.000
€ 86.000
€ 86.000
€ 86.000
Investeringen € 50.000 € 50.000 € 50.000 (De kapitaallasten, overheadkosten en personeelslasten zijn hierin buiten beschouwing gelaten)
€ 50.000
10.7.2 Afschrijvingstermijnen In de beleidsnota activeren en afschrijven gemeente Hollands Kroon 2018 worden de volgende afschrijftermijnen gehanteerd voor speeltoestellen en straatmeubilair. Omschrijving
Termijn
Speelterreinen (aanleg)
25 jaar
Speelwerktuigen (speeltoestellen / valondergronden)
20 jaar
Hekwerken
15 jaar
Straatmeubilair (banken en afvalbakken)
10 jaar
10.8
Knelpunten en risico’s
In de huidige begroting is een onderhoudsbudget van € 86.000 en een investeringsbudget van € 50.000 opgenomen voor het vervangen van speeltoestellen. Dit bedrag is gezien het aantal objecten in dit kader gering. Zeker nu duidelijk is dat de skatebanen in Niedorp en Anna Paulowna de komende periode aan groot onderhoud toe zijn. Voor de renovatie van deze skatebanen is in de begroting van 2022 voorlopig een investeringsbedrag van € 100.000,- opgenomen. Er is ook geen officieel budget voor het vervangen van banken en afvalbakken. Dit wordt nu vaak vanuit het onderhoudsbudget of het budget van kernbeheer bekostigd.
10.9
Ontwikkelingen
Het is op dit moment onduidelijk of het huidige aanbod aan speelplaatsen, banken en afvalbakken aansluit bij de wens van de inwoners. Daar ligt wellicht een taak bij kernbeheer om in groter verband per kern te kijken welke behoefte er op dit vlak is.
Pagina 95 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
Vervangen van een beschoeiing in Wieringerwerf
Pagina 96 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025
11
Water
11.1
Inleiding
Het beheer van het gemeentelijk oppervlaktewater speelt een belangrijke rol in het complete watersysteem in Hollands Kroon. Het goed kunnen aan- en afvoeren van water is essentieel voor een agrarisch gebied welke voor het grootste deel onder NAP ligt. Daarnaast speelt het oppervlaktewater ook een belangrijke rol bij de waardering van de leefomgeving. Water bestaat op hoofdlijnen uit oppervlaktewater (vijvers, watergangen, sloten en greppels) beschoeiingen en duikers.
11.2
Resultaat
In de periode 2018-2021 zijn de volgende resultaten behaalt: •
Het beheer van het stedelijk water is per 1-1-2020 overgedragen aan het HHNK.
•
Het reguliere onderhoud aan de sloten is uitgevoerd volgens de eisen van het HHNK.
•
De sloten in het buitengebied van Wieringen en Anna Paulowna zijn gebaggerd.
•
Er wordt uitvoering gegeven aan het vervangingsplan beschoeiingen.
•
Er wordt uitvoering gegeven aan het reduceren van blauwalg bij het Lutjestrand.
•
Het meerjarenonderhoudsplan baggeren is geactualiseerd.
In de periode 2022-2025 is het doel om de volgende resultaten behalen: •
Meerjarenonderhoudsplan baggeren is uitgevoerd volgens planning.
•
Meerjarenonderhoudsplan beschoeiingen is uitgevoerd volgens planning.
•
Alle (gemeentelijke) duikers zijn in het beheersysteem opgenomen.
•
Alle (gemeentelijke) beschoeiingen in het buitengebied zijn in het beheersysteem opgenomen.
11.3
Kaders
11.3.1 Wettelijk kader Waterwet Het kader voor gemeentelijk waterbeheer is vastgelegd in de Waterwet. In deze wet zijn zaken vastgelegd met betrekking tot waterkwaliteit, waterkwantiteit en de veiligheid. De zorg voor deze onderdelen ligt voornamelijk bij de Rijksoverheid, Provincie en het Hoogheemraadschap. Het reguliere beheer van gemeentelijke sloten en watergangen ligt bij de betreffende gemeente. Kaderrichtlijn Water De Europese Unie heeft schoon water hoog in het vaandel. Om deze reden heeft zij de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) opgesteld. De KRW is een milieurichtlijn. Uiterlijk 2027 moeten alle Europese lidstaten voldoen aan strengere normen met betrekking tot de kwaliteit van water. Het einddoel is om in 2027 de wateren nog schoner te hebben met een nog rijker planten- en dierenleven.
Pagina 97 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 Regelgeving Hoogheemraadschap Het Hoogheemraadschap Noord Hollands Noorderkwartier (HHNK) is hoofdverantwoordelijk voor het waterbeheer in de Kop van Noord-Holland. Zij heeft diverse regels opgesteld waaraan ook de gemeente Hollands Kroon aan moet voldoen. Deze regels zijn vastgelegd in de Keur. In de Keur staat beschreven wat wel en niet mag in, op en rond water. In de Keur is ook vastgelegd waarvoor een vergunning van het Hoogheemraadschap noodzakelijk is. Legger De legger van het HHNK geeft van alle wateren aan hoe breed en hoe diep de watergangen moeten zijn. Ook staat er in de legger wie voor welk onderhoud verantwoordelijk is. De gegevens worden onder andere gebruikt bij de schouw. Bij de jaarlijkse najaarsschouw medio oktober controleert het Hoogheemraadschap of de watergang voldoet aan de gestelde eisen door middel van een visuele inspectie. Ook vindt er eens in de vijf tot tien jaar een baggerschouw plaats om te kijken of de sloot nog voldoet aan de vereiste waterdiepte. 11.3.2 Beleidskader Omgevingsvisie Op het gebied van water wordt in de omgevingsvisie gestreefd naar een doelmatig beheer en naar een gezond en duurzaam watersysteem.
Bij het onderhoud van watergangen dient daarbij niet alleen rekening te worden gehouden met de waterhuishoudkundige taak (peilbeheer), maar ook met de waterkwaliteit en de ecologische functie. Daardoor kunnen de watergangen voldoende water blijven afvoeren en leidt de sliblaag niet tot lage zuurstofconcentraties in het water of tot te veel groei van waterplanten. In het kader van participatie is het streven dat inwoners zoveel mogelijk worden betrokken bij het schoonhouden van de watergangen, vooral met betrekking tot (zwerf)vuil. Afstemming met het HHNK vindt plaats op zowel de planvorming van projecten, de uitvoering van projecten, als het beheer en onderhoud. Meerjarenonderhoudsplan Baggeren 2021-2030 Zoals beschreven in de legger van het Hoogheemraadschap heeft de gemeente Hollands Kroon de verplichting om haar watergangen op de juiste diepte te houden. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen is in 2021 het meerjarenonderhoudsplan baggeren (2021-2030) geactualiseerd. In dit plan is opgenomen welke watergangen door de gemeente worden onderhouden en wat de kosten hiervan zijn van 2021 tot 2030. Deze kosten zijn ondergebracht in de egalisatiereserve baggeren. Overname stedelijk water Hoogheemraadschap Sinds 1 januari 2020 wordt het overgrote deel van het water binnen de bebouwde kom van de gemeente Hollands Kroon onderhouden door het Hoogheemraadschap.
Het gaat hierbij uitsluitend om het beheer en onderhoud van het stedelijk water en peil-regulerende kunstwerken. De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor de oeverbeschoeiing en de overige kunstwerken, zoals bruggen en duikers. De Pagina 98 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 sloten in het buitengebied, voornamelijk de sloten langs de gemeentelijke polderwegen, zijn en blijven voor rekening van Hollands Kroon.
11.4
Onderhoud
Het beleid is in eerste instantie puur gericht om te voldoen aan de wettelijke kaders en eisen van het HHNK. Hieruit komen de volgende beleidsuitgangspunten: •
De legger van het HHNK vormt de basis voor het uit te voeren onderhoud.
•
Alle gemeentelijke watergangen worden jaarlijks geschoond om te voldoen aan de najaarsschouw.
•
Knelpunten en calamiteiten worden zo snel mogelijk opgelost.
•
Gemeentelijke watergangen worden uitsluitend gebaggerd om te voldoen aan de legger.
•
Duikers worden in principe gelijktijdig gereinigd met baggerwerkzaamheden.
•
Beschoeiingen worden vervangen op basis van het vervangingsplan.
•
Bij voldoende ruimte heeft een natuurvriendelijke oever de voorkeur t.o.v. een beschoeiing.
11.5
Normen en richtlijnen
Normen en richtlijnen met betrekking tot het beheer en onderhoud van water zijn in principe vastgelegd in de Keur en de legger van het Hoogheemraadschap. Verdere eisen vanuit de gemeente zijn vastgelegd in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte. Hieronder zijn de belangrijkste punten opgesomd: •
Vrijkomende bagger in het buitengebied altijd ter plaatse verwerken.
•
Vrijkomende bagger niet in of over ecologische bermen verwerken.
•
Als er geen ruimte is en/of de bagger is verontreinigd; bagger afvoeren.
•
Vrijkomende bagger in het stedelijk gebied altijd afvoeren.
11.6
Kwantiteit en kwaliteit
11.6.1 Kwantiteit In de onderstaande tabel is het areaal met betrekking tot water weergegeven (peiljaar 2021) waarvoor de gemeente onderhoudsplichtig is. Water
2021
Water stedelijk gebied
13 km.
Water buitengebied*
477 km.
Beschoeiing stedelijk gebied
37 km.
Beschoeiing buitengebied (indicatief)
20 km.
Duikers onbekend * (incl. 47 km. aan dijksloten waarvan het baggeronderhoud hoort bij het HHNK)
11.6.2 Kwaliteit De doorstroming (najaar schouw - 1x per jaar) en waterdiepte (baggerschouw - 1x per 10 jaar) worden door het Hoogheemraadschap gecontroleerd. Dit zijn momentopnames waarbij geldt dat eventuele gebreken worden opgelost binnen de daarvoor gestelde termijn. Pagina 99 van 132
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2025 De kwaliteit van de gemeentelijke beschoeiing is in 2018 geïnventariseerd. De gemeente heeft binnen de bebouwde kom ongeveer 37 km. aan beschoeiing in beheer waarvan ongeveer de helft (18 km.) als slecht tot matig is geclassificeerd. In 2020 is hiervoor de komende 10 jaar geld beschikbaar gesteld om de slechte beschoeiingen te vervangen. Openbaar zwemwater In Hollands Kroon liggen een drietal openbare zwemplekken; het Zuiderstrand in Den Oever, het Lutjestrand in Westerland en de Lage Dijk in Anna Paulowna. Het water bij deze zwemplekken wordt gedurende het zwemseizoen gecontroleerd door het HHNK. Bij een eventuele verontreiniging (bijv. blauwalg) volgen er maatregelen, bijvoorbeeld een advies om niet meer te zwemmen.
11.7
Onderhoud
11.7.1 Strategie De basis van het slootonderhoud is gebaseerd op de eisen van het Hoogheemraadschap. Ook de gemeente Hollands Kroon heeft de plicht om haar sloten jaarlijks te laten voldoen aan de najaarsschouw. Daarnaast wordt er uitvoering gegeven aan het meerjarenonderhoudsplan baggeren en worden de slechte beschoeiingen vervangen op basis van het vervangingsplan beschoeiingen. Het onderhoud duikers vindt plaats op basis van meldingen. Of een duiker dan wel of niet moet worden vervangen is veelal maatwerk. 11.7.2 Schoon Op het gebied van schoon geldt eigenlijk vooral het verwijderen van (drijf)vuil, kadavers en dode vissen in de sloten. Binnen de bebouwde kom is dit een taak van het Hoogheemraadschap. Zij voeren een keer paar jaar een schoonmaakronde uit en komen ook in actie om grotere aantallen kadavers of dode vissen op te ruimen. Incidentele meldingen op dit vlak (een enkele dode vogel of grote vis) worden opgelost door het eigen meldingenteam. 11.7.3 Heel Onder heel vallen diverse maatregelen die hieronder kort zijn toegelicht. Klein onderhoud Het jaarlijkse onderhoud van watergangen betreft vooral de maaironde in oktober om te voldoen aan de eisen van de Keur. Tijdens de najaarsschouw controleert het HHNK of de gemeentelijke sloten voldoen aan de eisen. Een eventuele schouwovertreding dient binnen een bepaalde termijn te zijn opgelost.
Groot onderhoud Groot onderhoud vindt eens per zeven tot tien jaar plaats. Hieronder valt vooral het baggeren van de watergangen welke worden uitgevoerd op basis van het meerjarenonderhoudsplan baggeren.
Pagina 100 van 132