CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bestemmingsplan Gemeenelandsweg 24 Hippolytushoef

Raad 18 april 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Gemeenelandsweg 24 Hippolytushoef10.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

BESTEMMINGSPLAN ONTWERP 5 OKTOBER 2023

Gemeente Hollands Kroon Bestemmingsplan Hippolytushoef, Gemeenelandsweg 24 Status Datum IMRO

: Ontwerp : 5 oktober 2023 : NL.IMRO.1911.BPBGWr2002hz0002-on01

COLOFON Opdrachtgever Contactpersoon

: De heer T. Kager :-

Auteur Projectnummer

: De heer E. Venema / T 06 308 434 38 : 21 - 771

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel Ligging plangebied Planologische regeling Leeswijzer

1 1 1 2 2

2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie

3 3 3

3 3.1 3.2 3.3

4 4 5 6

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Mer-beoordeling 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Spuitzonering 4.4 Geluid (wet geluidhinder) 4.5 Externe veiligheid 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Ecologie 4.8 Bodemkwaliteit 4.9 Watertoets 4.10 Archeologie 4.11 Cultuurhistorie 4.12 Luchtkwaliteit 4.13 Planologische zones

7 7 7 7 13 13 14 14 15 15 16 16 17 17

5 Juridische regeling 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de regels

18 18 18

6 6.1 6.2 6.3

19 19 19 19

Uitvoerbaarheid Algemeen Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied, op 100 meter ten noordoosten van het woongebied van Hippolytushoef. De begrenzing is afgestemd op de kadastrale perceelsgrenzen en tevens de huidige bestemmingsgrens. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1

De ligging van het plangebied

1

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Aan de Gemeenlandsweg, net buiten Hippolytushoef, ligt een ruim opgezet bebouwingslint. Dit bestaat hoofdzakelijk uit woonhuizen. Het perceel Gemeenelandsweg 24 wordt ook gebruikt als woonperceel, maar heeft in de geldende planologisch regeling een bedrijfsbestemming (zie paragraaf 1.3). Hoewel het gebruik voor wonen niet is uitgesloten, is het in verband met een grondtransactie gewenst dat het perceel een woonbestemming krijgt. Daarvoor is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.3 Planologische regeling

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Het plangebied is geregeld in de beheerverordening Buitengebied Wieringen, die is vastgesteld op 5 november 2013. Hierin is bepaald dat (voor het plangebied) het Bestemmingsplan Buitengebied Wieringen 2002 indirect als toetsingskader dient. Hierin is het perceel bestemd als ‘Bedrijf’ en ‘Bedrijfserf’. Een fragment van de plankaart van het bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2.

Figuur 1.2

Fragment geldend bestemmingsplan

In de bestemming ‘Bedrijf’ wordt voorzien in verschillende bedrijfsactiviteiten, alsmede woondoeleinden. Er is één woning, in de vorm van een bedrijfswoning, toegestaan. De voor ‘Bedrijfserf’ bestemde gronden zijn bedoeld voor de onbebouwde gronden bij een bedrijf en voor tuinen. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming te wijzigen naar wonen en erf. Van deze bevoegdheid kan onder de beheersverordening geen gebruik meer worden gemaakt. Om de bestemming te wijzigen is daarom een nieuw bestemmingsplan nodig.

1.4 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan en de vertaling naar uitgangspunten voor het plan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het plan relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt het juridische systeem toegelicht. Ten slotte worden in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het plan besproken.

2

2 Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie

De percelen rondom het plangebied worden gebruikt als agrarische grond, met name grasland. Achter het perceel ligt een akkerbouwperceel waarop aardappelen worden geteeld (bron: Boer & Bunder). Een luchtfoto van het plangebied en de omgeving is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1

Luchtfoto plangebied

2.2 Nieuwe situatie Dit bestemmingsplan maakt uitsluitend een functiewijziging mogelijk, waarbij het feitelijk gebruik van het perceel niet veranderd. De mogelijkheden voor bedrijfsactiviteiten op het perceel komen te vervallen. De (bedrijfs)woning blijft in gebruik als woning. De gebouwen op het perceel hebben geen negatieve uitstraling naar de omgeving en worden gehandhaafd als bijgebouwen bij de woning.

3

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Het plangebied van dit bestemmingsplan heeft betrekking op een voormalig bedrijfsperceel. Het perceel ligt tussen twee woonpercelen in een verder open landelijk gebied. Voorop het perceel staat een vrijstaande woning uit de jaren ’30. Daarachter is een bijgebouw en een bescheiden bedrijfsgebouw aanwezig. Het cluster van drie percelen is aan de linker- en achterzijde ingepast in een stevige boomsingel.

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De planologische wijziging in het plangebied raakt geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste opgenomen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Dit bestemmingsplan stelt slechts een functiewijziging van een bestaande stedelijk functie voor. Er is daarom geen afweging over de mogelijkheden om de ontwikkeling binnen stedelijk gebied te realiseren nodig. Ook is het plan op basis van vaste jurisprudentie niet aan te wijzen als een nieuwe verstedelijking, waarvoor een onderbouwing van de behoefte gemaakt moet worden. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het rijksbeleid.

4

3.2 Provinciaal beleid

Omgevingsverordening NH2020 De provincie heeft het ruimtelijke beleid vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen in de Omgevingsverordening. NH2020. Er is getoetst aan de geconsolideerde versie van 15 juni 2022. Voor de omgeving van het plan zijn een aantal werkingsgebieden relevant, namelijk: Landelijk gebied; Bijzonder provinciaal landschap (Wieringen); Terreinen in de kritische afstand (van 2 kilometer) van Natura 2000-gebieden; Stiltegebieden. Datacenter clustering toegestaan; Agrarische bedrijven. Voor het landelijk gebied zijn vooral de regels uit paragraaf 6.1.2. van belang. De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het zoveel mogelijk binnenstedelijk of aansluitend aan verstedelijking bouwen van nieuwe woningen en het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit door het slopen of van functie wijzigen van voormalige bedrijfsbebouwing. In dit geval is er geen sprake van het toevoegen van woningen, maar enkel een functiewijziging van een bedrijf met woning, naar een woonbestemming. Voor de aanwijzing voor het bijzonder provinciaal landschap gelden de regels uit artikel 6.46. Deze stellen dat een ruimtelijk plan regels bevat ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. Hier mogen in principe geen stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

De kernkwaliteiten voor Wieringen gaan over aardkundige waarden en de verkavelingspatronen van het eiland Wieringen en het glooiende stuwwallenlandschap. Verder gaat het over openheid en ruimtebeleving en het beschermen van de ruimtelijke dragers, waarvan de (kronkelige) Gemeenelandsweg er één is. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk en is uitsluitend gericht op een functiewijziging. De kernkwaliteiten van Wieringen zijn in de omgeving aanwezig op een groter schaalniveau. Deze zijn met dit plan niet in het geding, omdat de ruimtelijke uitstraling van het perceel in de huidige situatie niet negatief is en niet wijzigt. De voormalige bedrijfsgebouwen binnen het plangebied zijn beperkt in omvang en goed ingepast binnen een boomsingel. Deze hebben geen nadelig effect op de ruimtelijke kwaliteit. Het is daarom aanvaardbaar deze te behouden als bijgebouwen.

5

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Omgevingsvisie NH2050 Het ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Holland is beschreven in de Omgevingsvisie NH2050. De leidende hoofdambitie in deze visie is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Voor dit plan is relevant dat de visie inzet op duurzaam gebruik van het landelijk gebied. Het wijzigen van de functie van een bedrijfsperceel naar een woonperceel past goed binnen deze ambitie.

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Artikelen 4.3 en 4.4 bevatten regels ter bescherming van Natura 2000-gebieden. De functiewijziging heeft geen potentieel effect op Natura 2000-gebieden, omdat er geen functies worden toegevoegd ten opzichte van de bestaande en legale situatie. Ten aanzien van stiltegebieden gelden artikelen 4.19 tot en met 4.27. Deze stellen beperkingen ter bescherming van de heersende natuurlijke rust in dat gebied. Ten aanzien van wonen worden geen beperkingen gesteld. Omdat er met dit bestemmingsplan geen agrarisch bedrijf of datacenter wordt geregeld, wordt niet getoetst aan de regels ten aanzien van deze werkingsgebieden. Conclusie Het bestemmingsplan voldoet hiermee aan de regels van de omgevingsverordening.

3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Hollands Kroon Op 19 januari 2021 heeft de gemeente de Omgevingsvisie Hollands Kroon vastgesteld. Hierin staat het ontwikkelen van de fysieke leefomgeving voor op de lange termijn beschreven. In de omgevingsvisie is onder meer op het thema wonen ingegaan. Hiervoor geldt dat de gemeente de focus verlegt naar kwaliteit in plaats van kwantiteit. Specifieke uitspraken ten aanzien van de voorgestelde functiewijziging worden niet gedaan. Alleen wordt benoemd dat de gemeente functiewijziging naar wonen voor leegstaande bebouwing, indien mogelijk, wil faciliteren. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

6

4 Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Mer-beoordeling

Toetsing Met dit project wordt een functiewijziging voorgesteld. Omdat er geen nieuwe bouwmogelijkheden worden geboden en er ook geen nieuwe functies mogelijk worden gemaakt, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het bestemmingsplan voorziet daarmee niet in een m.e.r.-(beoordelings)plichtige ontwikkeling.

4.2 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Toetsing De woning staat tussen twee andere woonpercelen en niet binnen de milieuzones van bedrijven. Het bestemmingsplan maakt het niet mogelijk om de woning te verplaatsen, waarmee er nergens een belemmering kan ontstaan voor bedrijfsfuncties. Er is daarmee sprake van een verantwoorde milieuzonering.

4.3 Spuitzonering Toetsingskader In de omgeving van het plangebied bevinden zich agrarische percelen die voornamelijk voor de volle grondteelt worden gebruikt en waar gebruik wordt gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen. Wanneer gewassen worden bespoten met gewasbeschermingsmiddelen, kunnen deze niet alleen op het gewas zelf neerdalen, maar ook in de (nabije) omgeving. Dit wordt drift genoemd.

7

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Toetsingskader Bij het doorlopen van een ruimtelijke procedure moet rekening worden gehouden met mogelijke verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is vastgelegd wanneer een milieueffectrapportage (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) moet plaatsvinden. Hierbij gelden drempelwaarden.

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Als een plan gevoelige functies1 mogelijk maakt, moet er beoordeeld worden of de gewasbeschermingsmiddelen een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en of gelet daarop, al dan niet uit voorzorg, een spuitvrije zone of ‘spuitzone’ aangehouden moet worden tussen de gevoelige functies en de percelen met open teelt. Bij de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening dient niet alleen rekening te worden gehouden met de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid. Ook de belangen van de (bestaande) telers bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moeten afgewogen worden. Met het ruimtelijke besluit - vaststelling bestemmingsplan - moet worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Er is in Nederland geen wettelijke regeling die minimaal aan te houden afstanden tussen gevoelige functies en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt beschrijft. In de praktijk is daarom een vuistregel ontstaan die uitgaat van een afstand van 50 m tussen de betreffende agrarische gronden en woningen. Deze vuistregel is ontstaan vanuit de professionele fruitteelt (appels en peren). Als die afstand wordt aangehouden wordt enerzijds het agrarische bedrijf niet belemmerd en anderzijds het woon- en leefklimaat bij de woningen gegarandeerd.

In de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State is deze afstand geaccepteerd. De richtafstand van 50 meter heeft zijn oorsprong in het Streekplan 1996 van de Provincie Gelderland en is dus al meer dan 25 jaar oud. In die tijd was de regelgeving met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beperkt en er was veel minder sprake van toepassing van bijvoorbeeld drift reducerende spuitmethoden. Ook de toelatingsprocedure van gewasbeschermingsmiddelen was veel minder streng en door minder regels omgeven dan thans het geval is. De afstand van 50 meter is daarmee een indicatieve afstand. Uit de jurisprudentie blijkt dat de Afdeling een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Onder omstandigheden en in een specifiek geval kan ervan worden afgeweken en dus een kortere afstand worden aangehouden. Toetsing Mogelijkheden Het plangebied betreft een bestaand woon/werk-perceel (dus gevoelige functie), dat ligt tussen twee woonpercelen. De drie percelen liggen omsloten met agrarische gronden welke conform het bestemmingsplan zijn bestemd voor de grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met inachtne-

1 Volgens de jurisprudentie is hiervan sprake, indien ter plaatse langdurig mensen verblijven. Voorbeelden van gevoelige

functies in de jurisprudentie zijn: burgerwoningen, bedrijfswoningen, bedrijfs- en kantoorruimten en bijbehorende erven van een landbouwmechanisatiebedrijf, kampeerplaatsen en bij gevoelige objecten behorende tuinen.

8

In de afgelopen jaren zijn op de percelen achter het plangebied en aan de oostzijde van het bebouwingscluster, aardappelen geteeld. Tegenover het perceel en aan de westzijde ligt grasland. De afstand tot deze percelen is weergegeven in figuur 4.1.

Figuur 4.1

Afstand tot agrarische percelen

Door de bestaande beperkingen op basis van het geldende bestemmingsplan en de bescherming van de Wieringerpolder kan uitgesloten worden dat binnen de planperiode het agrarisch grondgebruik niet ingrijpend te wijzigen. Het worst-case scenario is daarmee akkerbouw waarbij alleen neerwaarts wordt gespoten.

9

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

ming van landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden. Werken ten behoeve van opgaande houtgewassen (zoals voor fruitteelt) zijn niet zonder meer toegestaan (artikel 8, lid 5) en permanente bollenteelt is in de bestemming uitgesloten (artikel 8, lid 11). Voor fruitteelt en bosbouw geldt dat dit niet toegestaan indien direct of indirect te verwachten gevolgen de landschap, natuur en bodemkundige waarden in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast. Gezien de ligging van het plan in de Wieringerpolder, waarin de beleving van het landschap wordt beschermd en openheid en de glooiingen in het landschap belangrijke te behouden kernkwaliteiten zijn. Het is daarmee niet realistisch dat de percelen in gebruik worden genomen door deze teeltvormen, omdat deze de kernkwaliteiten van de Wieringenpolder per definitie zullen aantasten.

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Teler De eigenaar van de agrarische percelen gebruikt de gronden als grasland, maar verhuurd het tijdelijk voor de aardappelteelt. Na het seizoen zal het weer als grasland in gebruik worden genomen. Desondanks is het niet uit te sluiten dat de percelen worden gebruikt voor akkerbouw. Door een teler zal altijd gestreefd worden naar een goede bedekking van het gewas met beschermingsmiddelen. Het is namelijk in het belang van de teler dat de gespoten middelen op de gewassen terecht komen en niet van het gebied afwaaien naast de gezondheidsredenen en milieu ook vanwege de hoge kosten van arbeid (loonwerk) en van gewasbeschermingsmiddelen De teler of zijn uitvoerder is opgeleid voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen en zijn op de hoogte van de geldende wet- en regelgeving en de belangen van volksgezondheid en milieu. Er is altijd een optimum tussen spuitdop, spuitdruk, rijsnelheid en het chemisch effect van het middel waarbij zo min mogelijk middel verloren gaat. Er wordt daarom gespoten bij een zo laag mogelijke windsnelheid. Tevens wordt in de regel gespoten met doppen die afhankelijk van de weersomstandigheden (luchtvochtigheid) worden afgesteld. In de ochtend zijn windsnelheid en temperatuur vaak laag en is de relatieve luchtvochtigheid hoger dan gedurende de rest van de dag. Gewassen worden daarom zoveel mogelijk bespoten in de ochtenduren.

Onderzoek naar gezondheid Onderzoek naar de gezondheid van mensen die bij landbouwpercelen wonen heeft geen duidelijke verbanden opgeleverd tussen gezondheid en de nabijheid van landbouwpercelen. Mensen die dichter bij landbouwpercelen wonen leken over het algemeen zelfs wat gezonder te zijn dan mensen die daar verder vandaan wonen. Gezondheidsonderzoeken hebben geen bijzonderheden opgeleverd ten aanzien van ondergrondse teelt (in het geval van het onderzoek ging het om bollen). Onderzoek naar Drift Uit verschillende onderzoeken van de Wageningen Universiteit blijkt dat de gezondheidsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor omwonenden met name liggen bij de opname van stoffen door de huid (dermaal risico). De omvang van het risico wordt naast de toxiciteit van het middel gevormd door de mate van drift. De belangrijkste routes voor de blootstelling van omwonenden zijn verdamping van bestrijdingsmiddelen vanuit het agrarische perceel na de bespuiting (drift) en inname van bestrijdingsmiddelen via huisstof. Omdat de wind tijdens de bespuitingen in het OBOonderzoek niet gericht was op de huizen van omwonenden, werd in het veldonderzoek geen bijdrage via drift tijdens de bespuitingen waargenomen. Uit het OBO-onderzoek blijkt tevens dat de doorlaatbaarheid van een heg of schutting verschil kan maken voor de hoeveelheid drift die achter de barrière terecht komt.

Wat in welke situatie meest doelmatig is, is daarmee nog niet vastgesteld. Indicatoren Op 1 januari 2018 zijn enkele wijzigingen in het Activiteitenbesluit van kracht geworden die de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater verder moeten terugdringen. Zo moeten bedrijven met een open teelt bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, een spuittechniek toepassen die de verwaaiing (drift) van gewasbeschermingsmiddelen met ten minste

10

Voor het specifiek beoordelen van de ontwikkellocatie en haar omgeving is de website www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl geraadpleegd. In de uitsnede van de regiokaart is te zien dat de regio met name wordt gebruikt voor de teelt van gewassen ten behoeve van humane consumptie en dat op de meetpunten in dit gebied gemiddeld 1 tot 5 stoffen normoverschrijdingen zijn gemeten. Uit deze gegevens is niet af te leiden wat de (cor)relatie is met eventuele drift rondom het plangebied. Evenwel kunnen deze gegevens als een indicator worden gebruikt. Uit de gegevens van het gebied direct rondom het plangebied (vrijwel de hele Wieringerpolder) blijkt dat het agrarisch gebruik overwegend grasland is, waarmee geen risico’s ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen aan de orde zijn. Windrichting en drift In verband met mogelijke verwaaiing van spuitvloeistof is de overheersende windrichting van belang in combinatie met de situering van het perceel en de teelt van gewassen. De meest voorkomende windrichting is de zuidwestelijke richting. In die zijde liggen woonpercelen van derden en daarachter de bebouwde kom van Hippolytushoef. Dit is dus de richting vanaf waar geen spuitmogelijkheden zijn door de afwezigheid van landbouwgronden.

Wettelijke en gebruikszones De uitgangssituatie is dat moet worden uitgegaan van de perceelsgrens van de agrarisch bestemde gronden daar het bestemmingsplan teelten toestaat tot aan het bestemmingsvlak hierbij mag rekeningen gehouden worden met andere omgevingsfactoren. Conform het Activiteitenbesluit is spuiten boven oppervlaktewater niet toegestaan en langs oppervlaktewater waar bollen worden geteeld dient een teeltvrije zone van 1,5 meter te worden gehanteerd. Binnen dit bestemmingsplan worden geen nieuwe gevoelige objecten of terreinen mogelijk gemaakt. Het gebruik waarin dit bestemmingsplan voorzien is bovendien niet uitgesloten in het geldende bestemmingsplan. De locatie voor een mogelijke woning en het gebruik van het gebied als erf is bovendien exact overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Het plan heeft daarmee ook geen invloed op de maximale gebruiksmogelijkheden van het perceel. Het plan heeft daarmee geen potentiële invloed op gezondheidsrisico’s of op de belangen van de gebruikers van de agrarische gronden.

11

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

75 procent vermindert. Bovendien is het verboden gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken bij een windsnelheid groten dan 5 meter per seconde. Deze verplichting en het verbod geldt voort het hele perceel, ongeacht de aanwezigheid van een sloot of de afstand tot een sloot. De waterbeheerders in Nederland verrichten metingen aan het voorkomen van te hoge waardes bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. Het doel van de metingen is het waarborgen van de kwaliteit van het oppervlaktewater. De metingen kunnen evenwel dienen ter indicatie van de mate van drift ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling.

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Maatregelen Omdat het plan de gebruiksmogelijkheden ten opzichte van het geldende bestemmingsplan niet worden vergroot, blijft het woon- en leefklimaat ongewijzigd. In een dergelijke situatie zet de gemeente in op het verbeteren van de bestaande situatie, zodat de bewoners(s) minder worden blootgesteld aan gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij kan gedacht worden aan het toevoegen van een drift reducerende haag, een sloot en/of een schutting. Het uitgangspunt daarbij is dat er een verbetering moet plaatsvinden. Er zijn geen maatregelen nodig als de situatie al goed is. Voor de onderhavige situatie geldt dat er aan de achterzijde al een forse beplantingsstrook met een haag aanwezig is. De heeft een behoorlijke breedte. Enkele foto’s hiervan zijn weergegeven in figuur 4.2. Deze haag schermt het verblijfsgebied in de achtertuin voldoende af. In de regels van dit bestemmingsplan is een gebruiksregel opgenomen dat deze afgeschermde beplanting niet verwijderd mag worden. De zijkanten van het perceel worden afgeschermd door de belendende woonpercelen.

Figuur 4.2

12

Foto’s achterliggende haag

Voor de voorzijde geldt dat deze grenst aan een openbare weg en het geheel dicht maken hier niet doelmatig is, omdat de voortuin in de regel niet wordt gebruikt als langdurig verblijfsgebied van mensen. Wel is langs het grasland aan de overzijde van de weg een bescheiden sloot aanwezig.

4.4 Geluid (wet geluidhinder) Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevel hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Toetsing De woning binnen het plangebied is een geluidgevoelig object binnen de geluidszone van de Gemeenelandseweg. Omdat het een bestaande woning is, die geen uitbreidingsmogelijkheden krijgt richting de weg, is het niet nodig deze te toetsen aan de Wgh.

4.5 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen.

13

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe gevoelige functies mogelijk, maar fixeert de bestaande relevante functies. Door de bescherming van het landschap van de Wieringerpolder via het bestemmingsplan, waarin opgaande teelt en bollenteelt niet mogelijk is, de wijze waarop de omgeving van het plangebied is ingericht, de agrarische gronden en daarmee gepaard gaande gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, de planologische fixatie van de woning en andere onderdelen van het perceel, windrichting en er normwaardes die niet worden overschreden, wordt er recht gedaan aan de belangen van de telers en van de bewoners in het plangebied. Met andere woorden, er gaat vanwege de wijziging van de bestemming geen negatieve werking uit ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de aangrenzende agrarische gronden, noch treden er door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de directe omgeving van het plangebied negatieve effecten voor de volksgezondheid op. Hiermee is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat in of direct nabij het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Het plangebied ligt ook niet in het invloedgebied van risicobronnen die op grotere afstand liggen. Vanuit externe veiligheid bestaan er daarom geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

4.6 Verkeer en parkeren Toetsingskader Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat in het plan wordt beoordeeld dat de ontsluitende wegen voldoende capaciteit hebben om het verkeer van en naar het plangebied af te wikkelen. Daarnaast moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, om overlast van geparkeerde auto’s te voorkomen. Toetsing De verkeersafwikkeling vindt plaats op de Gemeenelandseweg, net als in de huidige situatie. Door het schrappen van de mogelijkheid voor een bedrijf, is er theoretische sprake van een afname van verkeer. Ten aanzien van parkeren geldt dat op het perceel ruim voldoende gelegenheid is voor het parkeren.

4.7 Ecologie Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Toetsing: gebiedsbescherming Natura 2000- gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur). Het plangebied ligt binnen een bebouwde omgeving en maakt geen deel uit van Natura-2000 gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden is de Waddenzee, die op ongeveer 900 meter afstand ligt. Dit plan maakt geen nieuwe functies mogelijk. Daarom zijn effecten op natura-2000 gebieden uitgesloten.

14

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Omdat geen ingrepen in de NNN worden voorgesteld, is van aantasting geen sprake en zijn er vanuit de NNN geen belemmeringen.

4.8 Bodemkwaliteit Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er op het perceel geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Omdat er geen nieuwe verblijfsruimten voor mensen worden gerealiseerd en het wonen reeds is toegestaan, is het niet nodig om voor de bestemmingswijziging een onderzoek uit te voeren. Het plan veroorzaakt geen risico’s voor de volksgezondheid.

4.9 Watertoets Toetsingskader Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Uit informatie van de digitale watertoets blijkt dat het plangebied niet in een aandachtsgebied voor waterbelangen ligt. Omdat er geen nieuwe bebouwing, verharding of functies mogelijk worden gemaakt, zijn er geen potentiële effecten op de waterhuishouding. Het de digitale watertoets blijkt dat basis van de locatie en de gegeven antwoorden geen waterschapsbelang bij de ruimtelijke activiteit aan de orde is. Hieruit volgt dat kan worden volstaan met het opnemen van de navolgende tekst, waarmee de watertoets is afgerond:

15

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Toetsing: soortenbescherming De Wet natuurbescherming verbiedt het aantasten van verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van beschermde soorten. Met de uitvoering van dit bestemmingsplan zijn geen fysieke ingrepen gemoeid, die mogelijk een negatief effect hebben op verblijfplaatsen of het leefgebied van beschermde soorten. Het is daarom niet nodig om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde soorten of een ontheffing aan te vragen. Wel moet voor eventuele activiteiten binnen het plangebied de zorgplicht worden nageleefd. Deze houdt in dat alles moet worden gedaan of gelaten om schade aan planten en dieren te voorkomen.

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

De initiatiefnemer heeft Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geïnformeerd over het onderhavige plan via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is niet nodig. Het hoogheemraadschap geeft een positief wateradvies.

4.10 Archeologie Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Uit de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) blijkt dat op vrijwel het gehele voormalige eiland Wieringen een hoge trefkans voor archeologisch resten geldt. Voor het plangebied gelden geen specifieke aanwijzingen, zoals een archeologisch monument.

Omdat het plan geen fysieke ingrepen in de bodem voorstelt en ook geen grote ontwikkeling mogelijk maakt, is het niet nodig om een archeologische bescherming op te nemen in dit bestemmingsplan. Wanneer bij ingrepen toch archeologisch resten worden aangetroffen geldt hiervoor een meldingsplicht.

4.11 Cultuurhistorie Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Toetsing Zoals beschreven onder het provinciaal beleid (paragraaf 3.2) zijn de ruimtelijke structuren van het voormalig eiland Wieringen aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. Het plan doet geen afbreuk aan deze structuren. Het is daarom niet nodig om beschermende regels op te nemen ter bescherming van de cultuurhistorische waarden.

16

4.12 Luchtkwaliteit Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd.

Toetsing In Fryslân zijn geen knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in de omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Met dit plan worden geen nieuwe functies voorgesteld. Daarmee geldt voor dit plan de NIBM-regeling. Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.13 Planologische zones Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan.

17

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1.500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling.

5 Juridische regeling

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

5.1 Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5.2 Toelichting op de regels Het perceel wordt met dit bestemmingsplan bestemd als ‘Wonen’. Op basis van de geldende regeling is, overeenkomstig de huidige indeling van het plangebied, het te bebouwen erf als zodanig aangeduid. Bijgebouwen mogen uitsluitend binnen deze aanduiding worden gebouwd. De woning is voorzien van een bouwvlak. Hoofdgebouwen mogen alleen hier worden gebouwd. Overeenkomstig de huidige regeling voor woningen in het buitengebied geldt een maximale goothoogte van 2,5 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter, een maximale oppervlakte van 150 m2 en een dakhelling tussen 25 en 55 graden, waarbij de nokrichting haaks op de weg gericht moet zijn. Bijgebouwen mogen in het bouwvlak of in de aanduiding ‘erf’ worden gebouwd, waarbij een maximale gezamenlijke oppervlakte van 150 m2 geldt, danwel de bestaande oppervlakte. De goot- en bouwhoogte is maximaal 3 en 6 meter. Naast het wonen is onder voorwaarden de mogelijkheid geboden voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf en hobbymatig gebruik voor bed & breakfast. Er is een specifieke gebruiksregel opgenomen die bepaald dat de drift reducerende beplantingsstrook aan de achterzijde behouden moet blijven. In geval van het verwijderen hiervan moet een nieuwe beplantingsingel worden teruggebracht.

18

6 Uitvoerbaarheid

6.1 Algemeen

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht is het verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het plan wordt, gelet op de geringe maatschappelijk impact, niet ter inzage gelegd voor inspraak. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens gedurende zes weken, ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. De zienswijzen worden meegewogen in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Indieners wordt hiervan op de hoogte gesteld. Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.3 Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Met dit plan zijn geen uitvoeringskosten gemoeid. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Omdat dit bestemmingsplan geen nieuwe hoofdgebouwen mogelijk maakt, is de exploitatieregeling niet van toepassing. Met de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten over het verhalen van eventuele planschade. Plankosten worden verhaald via leges.

19

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

REGELS

INHOUDSOPGAVE 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

1 1 6

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen

7 7

3 Algemene regels Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Artikel 5 Algemene bouwregels Artikel 6 Algemene gebruiksregels Artikel 7 Algemene afwijkingsregels

11 11 11 11 12

4 Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht Artikel 9 Slotregel

13 13 13

5 Bijlage 14 Bijlage 1 Lijst van aanvaardbare vormen van aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven

1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Hippolytushoef, Gemeenelandseweg 24 met identificatienummer NL.IMRO.1911.BPBGWr2002hz0002-on01 van de gemeente Hollands Kroon; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aan-huis-verbonden beroep: een in bijlage 1 genoemd dienstverlenend beroep of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bebouwingspercentage: een in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van

het deel van het bouwperceel dan wel bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

1

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

In deze regels wordt verstaan onder:

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

1.10 bed & breakfast: een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch recreatieve activiteit. Onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.11 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.12 bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een aan-huisverbonden beroep c.q. een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.13 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.14 bestaand de vergunde situatie op het moment ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en

met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.18 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.19 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.20 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

2

1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel;

1.24 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.25 dakoverstek: een dak over een ruimte bij een gebouw, welke ruimte niet zodanig door wanden is omgeven, dat deze ruimte als deel uitmakend van het gebouw is aan te merken; 1.26 dagrecreatie: een recreatieve activiteit waarvoor men ten minste twee uur van huis is, zonder dat daarbij een overnachting elders plaatsvindt; bezoeken aan familie of kennissen zijn daarin niet begrepen; 1.27 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.28 dienstverlening: een bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kunstgalerieën en expositieruimten, de beoefening van scheppende kunst en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven, met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.29 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.30 erker: een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw,

bouwkundig bestaande uit een ‘lichte’ constructie met een overwegend transparante uitstraling; 1.31 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

3

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

1.32 geluidszoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.33 hoofdgebouw: een of meer gebouwen, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.34 horecabedrijf: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.35 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of delen blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.36 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit: de in bijlage 1 genoemde bedrijvigheid, dan wel naar aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woning met

behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en waarbij: a. het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast; b. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; c. het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca; d. het parkeren op eigen erf plaatsvindt; e. de activiteiten niet vergunningplichtig zijn ingevolge de Wet milieubeheer; 1.37 mantelzorg: het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.38 overkapping: elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 1.39 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de bouwhoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de bouwhoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang voor aanvang van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd de hoogte van het Nieuw Amsterdams Peil;

4

1.40 risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

1.42 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, wel gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.43 verblijfsrecreatie: het verblijven van personen op plaatsen buiten hun normale omgeving en niet langer dan een (aaneengesloten) jaar, om redenen van vrijetijdsbesteding, zaken en andere doeleinden die niet zijn verbonden met het uitoefenen van activiteiten die worden beloond vanuit de plaats die wordt bezocht; 1.44 voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.45 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel(s) van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.46 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.47 zomerhuis: een gebouw dat dient als recreatieverblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;

5

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

1.41 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

Artikel 2 Wijze van meten

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de dakhelling van een bouwwerk: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel: vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel.

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 meter bedraagt.

6

2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Wonen

7

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met: 1. aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, mits:  niet meer dan 1/3 deel van het totale oppervlak van de woning, inclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, met een maximum van 120 m², voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf wordt gebruikt;  alleen activiteiten mogen worden uitgevoerd die niet meldingsplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving en die genoemd worden in bijlage 1 bij deze regels, dan wel naar aard en invloed daarmee gelijk te stellen zijn;  geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woonen leefmilieu;  geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;  het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken;  het parkeren op eigen erf plaatsvindt;  er geen reclame-uitingen groter dan 0,5 m² bij of aan de woning worden geplaatst met een maximum aantal van één, onder de voorwaarde dat deze niet verlicht mogen zijn;  degene die het aan-huis-verbonden beroep of de bedrijfsactiviteit uitoefent, tevens de bewoner van de woning is;  er geen activiteiten ten aanzien van een horecabedrijf of een seksinrichting worden

uitgeoefend;  er geen detailhandel plaatsvindt, anders dan ondergeschikte detailhandel;  buitenopslag ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf uitsluitend plaatsvindt binnen de grenzen van het achtererfgebied. 2. het hobbymatig gebruik voor bed & breakfast voor maximaal 4 personen, met dien verstande dat:  er geen eigen kookgelegenheid is toegestaan;  permanente bewoning niet is toegestaan;  geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woonen leefmilieu;  geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

BESTEMMINGSPLAN HIPPOLYTUSHOEF, GEMEENELANDSWEG 24

het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; het parkeren op eigen erf plaatsvindt;

met de daarbij behorende: b. openbare nutsvoorzieningen; c. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; d. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 3.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: 1. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 1 per bouwvlak; 3. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 3,5 zijn; 4. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 9 zijn; 5. de oppervlakte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 150 m² zijn; 6. de dakhelling van hoofdgebouwen mag niet minder dan 25 en niet meer dan 55 graden zijn; 7. de nokrichting van een hoofdgebouw dient haaks op de weg gericht te zijn. b. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: 1. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bouwvlak of binnen de aanduiding ‘erf’ te worden gebouwd; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1 mag één uitbouw vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels:  de diepte van de uitbouw mag ten hoogste 1,5 m bedragen;  de breedte van de uitbouw mag ten hoogste 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedragen;  de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd; 3.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 150 m²; 4. het bebouwingspercentage op een bouwperceel mag ten hoogste 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bedragen; 5. de goothoogte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en overkappingen mag ten hoogste 3 m bedragen, dan wel niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw voor zover het aan- en uitbouwen betreft; 6. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen mag ten hoogste 3 m bedragen; 7. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 6 m bedragen, waarbij de bouwhoogte in ieder geval 1 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 8. een dakoverstek mag ten hoogste 0,5 m bedragen;

8

c.

3.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van: a. het bepaalde in lid 3.2 sub a onder 3 voor een goothoogte tot 4,50 m; b. het bepaalde in lid 3.2 sub a onder 6 voor het plat afdekken van ondergeschikte delen van het dakvlak, zulks met een maximum van 15%; c. het bepaalde in lid 2.2 sub a onder 7 voor een andere nokrichting, indien de vormgeving van het perceel en de situering van de bebouwing daartoe aanleiding geeft; d. afwijken van het bepaalde in lid 4.2 sub b onder 7 en toestaan dat de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken ten hoogste 8 m mag bedragen, waarbij de bouwhoogte in ieder geval 1 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, mits: 1. de verhoging van de bouwhoogte niet leidt tot een onevenredige verslechtering van de bezonningssituatie van omliggende percelen; 2. de verhoging van de bouwhoogte niet zorgt voor een onevenredige inbreuk op de privacy bij omliggende percelen; 3. er vooraf een planschadeovereenkomst wordt ondertekend. 3.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, in strijd met de woonfunctie, wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruik van een woning voor recreatieve bewoning, met uitzondering van bestaande recreatieve bewoning; b. het gebruik van een bijbehorend bouwwerk voor zelfstandige bewoning; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=7ce1d1b1-5588-47a7-8cb1-b13dd6f4e74c