CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting VVGB.pdf

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 9: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Grondhuttenweg 14a, Bentelo17.127 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In Nederland wordt het stikstof- en fosfaatgehalte van het veevoer geregistreerd op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Dit systeem zorgt ervoor dat de Nederlandse veehouderijen de voerstrategieën uit de BREF toepassen om binnen de verliesnormen van de Meststoffenwet te blijven. Dit aspect is voldoende geïmplementeerd in het Nederlandse mestbeleid en hoeft verder niet in deze milieuvergunning te worden meegenomen. Huisvestingssystemen. 3. Op 1 april 2008 is het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting) in werking getreden. Dit besluit stelt voor de huisvesting van verschillende diercategorieën maximale emissiewaarden voor de ammoniakemissie per dierplaats en geeft aan wanneer hieraan uiterlijk moet zijn voldaan. In Nederland wordt op deze wijze invulling gegeven aan artikel 9, lid 8 van de IPPC-richtlijn om voorschriften ten aanzien van de emissie van ammoniak vast te stellen in een algemene maatregel van bestuur. Dit betekent dat een veehouderij die BBT voor huisvesting van pluimvee toepast, voldoet aan de maximale emissiewaarden van het Besluit huisvesting. Omgekeerd geldt niet automatisch dat een huisvestingssysteem dat aan de maximale emissiewaarden van het Besluit huisvesting voldoet altijd tot de BBT gerekend wordt; er kunnen immers andere milieuaspecten dan de emissie van ammoniak een rol spelen.

In de vigerende vergunning is vergunning verleend voor het houden van (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok, jonger dan 19 weken. Voor deze diercategorie bevat de BREF geen technieken en is in het Besluit huisvesting geen maximale emissiewaarde opgenomen. Omdat er onvoldoende alternatieven beschikbaar zijn, kan geen enkel systeem worden uitgesloten van BB T. Het vergunde systeem kan dus als BBT worden aangemerkt. 4. Water in de pluimvee- en varkenshouderij. De BREF geeft een aantal concrete waterbesparende maatregelen die onder BBT vallen. Waterbesparing is een aspect dat in Nederland in het preventiebeleid wordt meegenomen. De maatregelen die volgens het BREF-document tot BBT worden gerekend zijn al gangbaar in de Nederlandse veehouderijen en sluiten aan bij de uitgangspunten van het preventiebeleid. Het BREF-document geeft aan dat voor afvalwater meer inzicht nodig is om generiek vast te stellen wat BBT is. Het bevoegd gezag zal dus voor de verwijdering van afvalwater individueel moeten bezien welke verwijderingsopties BBT zijn. In de milieuvergunning moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden van waterbesparing, zoals genoemd in hoofdstuk 5.2.3 van de BREF. BBT voor de verwijdering van afvalwater moet individueel worden beoordeeld. Het Lozingenbesluit bodembescherming is van toepassing voor het uitrijden van afvalwater.

Voor afvalwaterlozingen vanuit de inrichting geldt de Wvo-vergunningplicht, waarbij aangesloten kan worden bij de eisen uit het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Energie in de varkens- en pluimveehouderij 5. De BREF geeft een aantal energiebesparende maatregelen die onder BBT vallen. De energiebesparende maatregelen die overeenkomstig het BREF-document tot BBT gerekend worden krijgen voldoende aandacht als in de milieuvergunning voldoende rekening wordt gehouden met de Circulaire energie in milieuvergunningen en het Infomil informatieblad El 1 "Energiebesparing bij veehouderijen, herziene versie november 2004".

4

6. Opslag van varkens- en pluimveemest. De BREF geeft een aantal aanbevelingen voor de opslag van vaste en vloeibare mest. Voor de opslag van mest in een bassin is het Besluit mestbassins milieubeheer van toepassing. Voor opslagen die niet onder dit besluit vallen, worden aan de milieuvergunning voorschriften verbonden die overeenkomen met de voorschriften uit het Besluit mestbassins milieubeheer. Voor de opslag van vaste mest, worden in de vergunning soortgelijke voorschriften opgenomen als het Besluit landbouw milieubeheer aan de opslag van vast mest stelt. In de BREF komt ook de capaciteit van de mestopslag aan de orde. Deze wordt als BBT beschouwd als de capaciteit voldoende is om de tijd te overbruggen dat de mest niet mag worden uitgereden of tot het moment dat de mest verder kan worden verwerkt. Aan de opslag van mest is het besluit mestbassins milieubeheer van toepassing danwel worden voorschriften aan de opslag verbonden. De capaciteit van de mestopslag is afdoende geregeld in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en behoeft daarom bij de milieuvergunning geen aandacht meer. 7. Behandeling van varkens- en pluimveemest op bedrijfsniveau. Binnen de inrichting aan de Grondhuttenweg 14 vindt geen behandeling van mest plaats. 8. Het uitrijden van varkens- en pluimveemest. De BREF bevat technieken om belasting van het milieu bij het uitrijden van mest te voorkomen.

In Nederland zijn de regels voor het uitrijden van mest opgenomen in het Besluit gebruik meststoffen op grond van de Wet bodembescherming. Door deze regels is de toepassing van BBT volgens de BREF gewaarborgd. Het Besluit gebruik meststoffen is voldoende om toepassing van BBT bij het uitrijden van mest te waarborgen. In de milieuvergunning hoeft aan dit aspect verder geen aandacht te worden besteed. Onvoorziene gebeurtenis In Hoofdstuk 17 van de Wm is geregeld hoe de vergunninghouder dient te handelen indien zich in de inrichting een onvoorziene gebeurtenis, zoals een bedrijfsstoornis heeft voorgedaan of voordoet, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan. Samengevat houdt dit in, dat de vergunninghouder onmiddellijk maatregelen moet treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd, om de gevolgen van die gebeurtenis te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken. Van een dergelijke onvoorziene gebeurtenis moet terstond kennis worden gegeven aan het College van burgemeester en wethouders en de afdeling Vergunningen en handhaving van de gemeente Hof van Twente.

5

Conclusie De bij de vergunning behorende voorschriften worden geactualiseerd. De mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden voorkomen dan wel tot een acceptabel niveau worden beperkt door aan de vergunning voorschriften te verbinden. Gelet op de desbetreffende bepalingen in de Wm en de Awb, hebben wij besloten: de milieuvergunning te wijzigen ex. art. 8.22 Wm; de voorschriften 2 en 4 tot en met 16 verbonden aan de vergunning d.d. 23 december 1986 in te trekken; aan de milieuvergunning bijgaande gewaarmerkte voorschriften te verbinden. Burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente, Namens hen,

(JI /1L .

C.W. Kuijper Hoofd afdeling Vergunningen en handhaving.

1.1

Hof van \ 0Twente 000

VOORSCHRIFTEN behorende bij de beschikking betreffende De heerA.J.S. Fluttert gelegen aan de Grondhuttenweg 14 7496 NE Bentelo

Behoort bij besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente, d. d. 10 februari 2009, Namens hen,

0 J~ C.W. Kuijper Hoofd afdeling Vergunningen en handhaving.

VERNIEUWEND DENKEN, VERNIEUWEND DOEN

INHOUD 1 BEGRIPPENLIJST VOORSCHRIFTEN......................................... ................... .. ....................... ............................................. 4 ALGEMEEN ....................................................................................................................................4 1. Elektrischeinstallatie ..........................................................................................................4 2. GELUID ...........................................................................................................................................4 BRANDPREVENTIE EN BRANDBESTRIJDING ............................................................................ 5 3. AFVALSTOFFEN ............................................................................................................................5 4. BODEMBESCHERMING... . ..................................................................................................................... 5 Algemeen...........................................................................................................................5 Stallingvan machines ............ . ....................................... . ................................................ . ...

5 HET HOUDEN VAN DIEREN .........................................................................................................6 5. Veehouderijen: dieren, afvalwater, mest, voer, luchtverontreiniging .... ................................ 6 Opslagvan voer .................................................................................................................6 Kadaverplaats....... . ............... . ..................... . ................. .. ........ . ............................. . ....... ... ... 6 Luchtverontreiniging en stankhinder... ... .................................... - .............. ........................ 6 Mest, algemeen ..................................................................................................................7 Pluimveemest.....................................................................................................................7 BOVENGRONDSE TANK VOOR DE OPSLAG VAN (DIESEL)OLIE ............................................7 6. Algemeen...........................................................................................................................7 Constructie, installatie, gebruik, inspectie en onderhoud .......... . ...... . .......................... . ........ 7 AFLEVERPOMP VOOR DIESELOLIE............................................................................................7 7.

Afleverenvan brandstof .................... . .................. . ............................... ............................... 8 GASGESTOOKTE STRALINGSTOESTELLEN ............................................................................. 9 8. MILIEUZORG ....................................................... . .......................................................... . ............... 9 9. Afvalscheiding....................................................................................................................9 Waterbesparing................................................................................................................10 Energiebesparing algemeen .............................................................................................10 Milieulogboek................ . ....................... . ................................................. .......................... 10 NAZORG .............................................. ..................................................................................... 10 10. .

BEGRIPPENLIJST BEVOEGD GEZAG Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit. CPR De "Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen", welke richtlijnen met betrekking tot gevaarlijke stoffen opstelt. Deze richtlijnen worden uitgegeven door het Directoraat Generaal van de Arbeid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. DUNNE MEST Dierlijke mest die verpompbaar is en bestaat uit faeces en urine of uitsluitend urine, al dan niet vermengd met mors-, spoel-, reinigings- of regenwater. EMBALLAGE Glazen flessen tot 5 1, kunststof flessen en vaten tot 601, metalen bussen tot 25 1, stalen vaten en kunststof drums tot 300 1, papieren en kunststof zakken en laadketels. FOLIE Folie dat is vervaardigd van al dan niet versterkte kunststof, rubber of versterkte bitumen. GELUIDSNIVEAU IN dB(A) Het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in dB(A), overeenkomstig de NEN-EN-IEC 61672 en de door de Internationale Electrotechnische Commissie (IEC) ter zake opgestelde regels, zoals neergelegd in de IEC-publicatie no. 651, uitgave 1979. GEVAARLIJKE STOFFEN stoffen zoals gedefinieerd in het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten.

LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU (LAr,LT) Het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de afzonderlijke geluidsbijdragen tijdens de verschillende bedrijfstoestanden van de inrichting, alsmede het karakter van het geluid (impulsachtig, tonaal, muziek) en variaties van het im m issieniveau als gevolg van verschillende weersomstandigheden (meteocorrectie), vastgesteld overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai, 1999" LEKBAK Een voorziening waarvan de bodembeschermende werking door de daarop afgestemde bodembeschermende maatregelen is gewaarborgd, en die zich rondom of onder een bodembedreigende activiteit bevindt en in staat is de bij normale bedrijfsvoering gemorste of wegspattende vloeistoffen op te vangen. MAXIMAAL GELUIDSNIVEAU (LAmax) Maximaal geluidsniveau, gemeten in de meterstand "F" of "fast". MESTKELDER Een beneden het maaiveld gelegen reservoir van beton of metselwerk bestemd voor de opslag van dunne mest. NEN Een door het Nederlandse Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm. In deze beschikking wordt onder de genoemde norm verstaan de versie zoals deze ten tijde van het verlenen van deze vergunning, inclusief eventuele correctiebladen, van kracht is.

NEN 1010 De Nederlandse norm NEN 1010, getiteld: "Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties". NEN 2920:1997 ni De Nederlandse norm NEN 2920:1997 nl, getiteld: "Eisen voor huishoudelijke gasverbruiksinstallaties en vergelijkbare installaties in midden- en kleinbedrijf van handel, horeca en nijverheid bedreven met handelsbutaan, handelspropaan en butaan/propaan (B/P)-mengsels". NEN-EN-IEC 61672 Een door het Comitée Européen de Normalisation opgestelde en door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) als Nederlandse norm aanvaarde en uitgegeven norm, betreffende Elektro-akoestiek Geluidniveaumeters. -

NEN-EN Een door het Comitée Européen de Normalisation opgestelde en door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNl) als Nederlandse norm aanvaarde en uitgegeven norm. In deze beschikking wordt onder de genoemde norm verstaan de versie zoals deze ten tijde van het verlenen van deze vergunning, inclusief eventuele correctiebladen, van kracht is. ONTVLAMBARE STOF Een stof die in vloeibare toestand een vlampunt van ten minste 21°C en ten hoogste 55°C heeft. PGS Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen; richtlijnen voor opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen, uitgegeven door de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen. PGS 30 Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 30, Vloeibare aardolieproducten, Buiten opslag in kleine installaties, juni 2005. SCHADELIJKE STOF Een stof die door inademing of door binnendringing via de mond of door de huid gevaren van beperkte aard kan opleveren. VASTE MEST Dierlijke mest die niet verpompbaar is. VERPAKKING Een verpakking die is toegelaten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. VLAMPUNT De laagste temperatuur van een vloeistof, waarbij de damp daarvan met lucht een ontvlambaar mengsel vormt. VLOEISTOFKERENDE VLOER OF VOORZIENING Een vloer of voorziening die niet volledig vloeistofdicht is maar voldoende dicht om bij calamiteiten te voorkomen dat de vloeistoffen direct aan de niet met vloeistofbelaste zijde van die voorziening of de bodem kunnen komen.

WONING Een gebouw of deel van een gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe is bestemd.

Naam inrichting: Grondhuttenweg 14, De heer A.J.S. Fluttert

Pagina 2

Voor zover een DIN-, NVN-, NEN-, NEN-EN- of NEN-ISO-norm of richtlijn, waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van gebouwen, constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de voor de datum waarop deze vergunning van kracht is geworden, laatst uitgegeven norm of richtlijn met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen, dan wel voorzover het op voornoemde datum reeds bestaande gebouwen, constructies, toestellen en apparaten betreft de norm of richtlijn die bij de aanleg en/of installatie van die gebouwen, constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald. -

Adressen NVN-, NEN-, NEN-EN-, NEN-lSO-normen zijn te verkrijgen bij het NEN, Vlinderweg 6 te Delft, Postbus 5059, 2600 GB te Delft, tel. 015-2690390, (www.nen.nl) CUR/PBV-Aanbeveling 44 is te verkrijgen bij Stichting civieltechnisch centrum uitvoering, research en regelgeving/Projectbureau Plan Bodembeschermende Voorzieningen, Postbus 420, 2800 AK Gouda, tel. 0182-540600, fax 0182-540601. (www.cur.nl) PGS-richtlijnen zijn te downloaden van de website van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). (www.vrom.nl dossier Externe Veiligheid, Publicaties). De PGS-bladen zijn niet te bestellen. ,

Stichting Bouwresearch, Postbus 1819, 3000 BV ROTTERDAM, telefoon 0104117276/4123528, Telefax 010-4130175. -

BRL Richtlijnen (mbt bodembeheer) zijn te downloaden op de website van www.sikb.nl

Naam inrichting: Grondhuttenweg 14, De heerA.J.S. Fluttert

Pagina 3

VOORSCHRIFTEN 1.

ALGEMEEN

1.1.

De vergunninghouder is verplicht de in de inrichting werkzame personen te instrueren omtrent de voor hen van toepassing zijnde voorschriften van deze vergunning.

1.2.

De gehele inrichting, inclusief het buitenterrein, moet schoon en ordelijk worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren.

1.3.

Het aantrekken van insecten, knaagdieren en ander ongedierte moet worden voorkomen. Zo vaak de omstandigheden daartoe aanleiding geven, moet doelmatige bestrijding van insecten, knaagdieren en ander ongedierte plaatsvinden.

1.4.

De op een afvoerleiding bestemd voor de afvoer van lucht, gassen of dampen aangebrachte regenkap, moet zodanig zijn geconstrueerd dat de luchtstroom naar boven blijft gericht. Elektrische installatie

1.5.

De elektrische installatie moet voldoen aan de voorschriften, zoals aangegeven in de norm NEN 1010.

2.

GELUID

2.1.

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door dein de inrichting aanwezige toestellen en installaties, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en de daarin plaatsvindende activiteiten, mag ter plaatse van woningen van derden, niet meer bedragen dan: 40 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur (dagperiode); 35 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur (avondperiode); 30 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur (nachtperiode). -

-

-

2.2.

Onverminderd het gestelde in voorschrift 2.1. mag het maximale geluidsniveau (LAmax), voor zover deze een gevolg zijn van de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, alsmede van de in de inrichting verrichte werkzaamheden en de daarin plaatsvindende activiteiten, ter plaatse van dein voorschrift 2.1. genoemde vergunning punten, niet groter zijn dan: -50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur (dagperiode); 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur (avondperiode); 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur (nachtperiode). -

-

2.3.

De controle op, of berekening van de in de voorschriften 2.1. en 2.2. vastgelegde geluidsniveaus, moet geschieden overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai", uitgave 1999. Ook de beoordeling van de meetresultaten moet overeenkomstig deze handleiding plaatsvinden.

2.4.

Onverminderd het gestelde in de voorschriften 2.1. en 2.2. mogen radio's en andere geluids- of omroepinstallaties, inclusief die van auto's van bezoekers of bevoorradingsauto's, buiten de inrichting niet hoorbaar zijn.

2.5.

Voorschrift 2.2. is niet van toepassing op het laden en lossen van goederen en het ten behoeve hiervan manoeuvreren van motorvoertuigen, voor zover dit plaatsvindt tussen 07.00 en 19.00 uur, niet zijnde zondagen en algemeen erkende feestdagen.

2.6.

Gedurende het laden en lossen mogen de motoren van de voertuigen waarin wordt geladen of waaruit wordt gelost niet in werking zijn, tenzij dit noodzakelijk is ten behoeve van de laad- en losapparatuur.

Naam inrichting: Grondhuttenweg 14, De heerA.J.S. Fluttert

Pagina 4

2.7.

In de inrichting mogen slechts motorvoertuigen en andere apparaten, machines of installaties met een (verbrandings)motor in werking zijn, die zijn voorzien van een doelmatige en in goede staat verkerende geluiddemper en uitlaatsysteem.

3.

BRANDPREVENTIE EN BRANDBESTRIJDING

3.1.

Teneinde een begin van brand effectief te kunnen bestrijden moeten voldoende brandpreventieve maatregelen zijn getroffen.

4.

AFVALSTOFFEN

4.1.

Afvalstoffen mogen niet op of in de bodem worden gebracht of in de bodem terecht kunnen komen.

4.2.

Afvalstoffen mogen niet in de inrichting, met inbegrip van het bij de inrichting behorende open terrein, worden verbrand.

4.3.

Het bewaren en afvoeren van afvalstoffen moet zodanig geschieden dat zich geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden.

4.4.

Kadavers van dieren en afvalstoffen van dierlijke aard moeten, in afwachting van afvoer uit de inrichting naar een daartoe ingerichte verwerkingsinrichting, worden bewaard in een deugdelijke, waterdichte verpakking of in een goed gesloten speciaal daartoe bestemde ruimte.

4.5.

De verpakking of de ruimte waarin kadavers worden bewaard moet regelmatig worden schoongemaakt en ontsmet om stankverspreiding te voorkomen. BODEMBESCHERMING Algemeen

4.6.

Het is verboden (vloei)stoffen in de bodem te brengen. Van dit verbod is uitgezonderd oppervlaktewater, hemelwater of drinkwater, waaraan geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd, waarvan de concentratie verontreinigende stoffen niet door een bewerking van het water is toegenomen en waaraan geen warmte is toegevoegd.

4.7.

Vloeibare chemicaliën, oliën, afgewerkte olie en/of andere vloeibare gevaarlijke afvalstoffen moeten worden bewaard in goed gesloten emballage. Tenzij in deze vergunning anders bepaald is moet de emballage staan opgesteld boven een lekbakconstructie met een opvangcapaciteit van ten minste de inhoud van de grootste boven de lekbakconstructie opgeslagen emballage vermeerderd met 10% van de overige boven de lekbakconstructie opgeslagen vloeistoffen.

4.8.

Stoffen moeten zodanig worden bewaard en worden gebruikt dat geen verontreiniging van de bodem optreedt. Stalling van machines

4.9.

Stalling van tractoren en andere landbouwmachines en werktuigen die olie of chemicaliën bevatten, moet plaatsvinden op een vloeistofkerende voorziening. Indien lekkage wordt geconstateerd, moeten onder het voertuig of de machine direct opvangvoorzieningen met voldoende capaciteit worden geplaatst. Van dit voorschrift mag worden afgeweken wanneer oliën, vetten en chemicaliën zorgvuldig uit de tractoren, machines of werktuigen zijn verwijderd.

Naam inrichting: Grondhuttenweg 14, De heerA.J.S. Fluttert

Pagina 5

5.

HET HOUDEN VAN DIEREN Veehouderijen: dieren, afvalwater, mest, voer, luchtverontreiniging

5.1.

In de inrichting mogen ten hoogste de navolgende aantallen dieren aanwezig zijn: .

5.2.

51.000 (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken

Rav code E 3

Bewijzen dat de in vorig voorschrift bedoelde aantallen niet worden overschreden, zoals landbouwtellingen of boekhoudkundige gegevens, dienen op verzoek aan het bevoegd gezag te worden overlegd. Opslag van voer

5.3.

Het voer moet worden bewaard in uitsluitend voor dit doel gebruikte bewaarplaatsen, die rat- en muiswerend zijn ingericht. Kadaverplaats

5.4.

Kadavers moeten worden aangeboden aan de destructor op de kadaverplaats.

5.5.

Het reinigen en ontsmetten van de kadaverbak en/of kadaverton dient plaats te vinden boven een kadaverplaats of boven een reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens elders binnen de inrichting. Nadat de kadavers aan de destructor zijn aangeboden moet de mobiele kadaverbak en/of een kadaverton worden gereinigd en ontsmet.

5.6.

Behalve tijdens het ledigen moet de kadaverbak door middel van een verzwaarde en goed sluitende deksel of daaraan gelijkwaardige voorziening gesloten worden gehouden.

5.7.

Bij het reinigen en ontsmetten van de kadaverplaats en of kadaverton/-kap mag de bodem en het oppervlaktewater niet worden verontreinigd.

5.8.

Een kadaverplaats dan wel een mobiele kadaverbak, dient vloeistofkerend te zijn en dient bestand te zijn tegen de inwerking van het toe te passen reinigings- en of ontsmettingsmiddel.

5.9.

Een kadaverplaats dan wel een mobiele kadaverbak, dient afwaterend te zijn gelegd naar één punt, zodat het spoel- en ontsmettingswater via leidingen kan afwateren naar een, niet van een overstort voorziene opslagruimte, dan wel rechtstreeks naar de dichtstbijzijnde en binnen de inrichting gelegen mestkelder.

5.10.

Een mobiele kadaverbak dient zodanig te zijn geconstrueerd dat deze op een doelmatige wijze kan worden vervoerd zonder dat het afvalwater de omgeving (de bodem) verontreinigd. Luchtverontreiniging en stankhinder

5.11.

Ramen en deuren van de pluimveestallen moeten behoudens gedurende het doorlaten van personen, dieren of goederen gesloten worden gehouden.

5.12.

Op het terrein van de inrichting mag geen mest worden gedroogd of worden verbrand.

5.13.

Bij het vullen van voedersilo's moet stofverspreiding worden voorkomen door het via de ontluchting ontwijkende stof op doeltreffende wijze op te vangen, bijvoorbeeld door middel van een doekenfilter of een gelijkwaardige voorziening.

Naam inrichting: Grondhutteriweg 14, De heer A.J.S. Fluttert

Pagina 6

Mest, algemeen 5.14.

Het terrein van de inrichting mag niet worden bevloeid of op een andere wijze van een laag mest of gier worden voorzien. Deze bepaling is niet van toepassing op het bemesten van grond volgens de normale bemestingspraktijk.

5.15.

Vaste mest moet worden getransporteerd met behulp van daartoe geschikte transportmiddelen, die op correcte wijze zijn beladen. Pl uimveemest

5.16.

Mest van pluimvee, geen dunne mest zijnde, moet worden opgevangen en bewaard binnen de gebouwen van de inrichting.

5.17.

Indien het begin van een nieuwe startperiode in de herfst of de winter valt, of bij de ingebruikneming van de stal, of na verwijdering van de mest uit de stal dan wel nadat pluimvee is opgezet, moet op de vloer van de mestopslagruimte een laag turfstrooisel of ander materiaal met een gelijkwaardig vochtopnemend vermogen van ongeveer 5 cm cm dikte zijn aangebracht.

5.18.

Mest van pluimvee mag maximaal twee werkdagen buiten de gebouwen in afgedekte containers aanwezig zijn.

5.19.

In geval van calamiteiten mag de vaste mest achter de stallen, aangemerkt met stal A tot en met D op de bij de vergunning behorende tekening, afgedekt op de betonnen verharding worden opgeslagen.

6.

BOVENGRONDSE TANK VOOR DE OPSLAG VAN (DIESEL)OLIE Algemeen

6.1.

Voor de opslag in bovengrondse tanks van vloeibare aardolieproducten is de richtlijn PGS 30 uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, getiteld "Vloeibare aardolieproducten, buitenopslag in kleine installaties, Opslag tot 150 m3 van brandbare vloeistoffen met een vlampunt van 55 tot 100 °C in bovengrondse tanks", 10 juni 2005 van toepassing.

6.2.

De artikelen 4.1.2, 4.1.5, 4.2.6, 4.2.10 en 4.3.1 van dein voorschrift 6.1 genoemde PGS-richtlijn gelden niet voor een bovengrondse tank die reeds was opgericht voor 1 januari 2000. Constructie, installatie, gebruik, inspectie en onderhoud

6.3.

Een tank, opvangvoorziening, leidingen en appendages moeten zijn uitgevoerd, geïnstalleerd, in gebruik zijn, geïnspecteerd, gecontroleerd, gekeurd, beproefd, beoordeeld, onderhouden, gerepareerd en buiten gebruik gesteld overeenkomstig de paragrafen 4.1, 4.2, 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.7 en 4.8 van PGS 30, van welke paragrafen de artikelen 4.5.10, 4.7.4 en 4.7.5 zijn uitgezonderd.

6.4.

Daar waar in PGS 30 is bepaald dat door of namens KIWA beproevingen en keuringen worden uitgevoerd of certificaten, bewijzen, keuren en dergelijke aan het bevoegde gezag worden overgelegd, moeten mede zijn inbegrepen andere, door de Raad voor de Accreditatie erkende, certificeringinstellingen.

7.

AFLEVERPOMP VOOR DIESELOLIE

7.1.

De dieselolie mag slechts worden overgetapt in vaatwerk, reservoirs of tanks, welke geschikt zijn voor dit product.

7.2.

Bij het af- en overtappen met behulp van een slang, moet de slang bestand zijn tegen dieselolie.

Naam inrichting: Grondhuttenweg 14, De heerA.J.S. Fluttert

Pagina 7

7.3.

Een slang moet tijdens het gebruik zodanig worden ondersteund en beschermd, dat beschadiging wordt voorkomen.

7.4.

Wanneer de afleverslang niet in gebruik is, moet deze knikvrij boven een lekbakconstructie hangen.

7.5.

Bij het plotseling sluiten van de vulafsluiter moet een eventueel optredende drukstoot kunnen worden opgevangen.

7.6.

De vulafsluiter moet van het drupvrije type zijn waarbij zich meteen achter de uitstroomopening een klep bevindt.

7.7.

Het afleveren van vloeistof is verboden, indien daarbij wordt gerookt of enigerlei vuur of open kunstlicht aanwezig is, of de motor van het voertuig, waaraan de brandstof wordt afgeleverd, in werking is.

7.8.

De pomp moet zodanig zijn ingericht, dat slechts gedurende een daartoe strekkende opzettelijke bediening, vloeistof uit de pomp kan stromen, hetzij de aflevering van vloeistof automatisch stopt als het reservoir waaraan wordt afgeleverd, vrijwel gevuld is. In het laatste geval moeten aan de vulafsluiter voorzieningen zijn getroffen, waardoor deze sluit door een lichte schok, bijvoorbeeld ten gevolge van vallen.

7.9.

Nabij een pomp moet een draagbare poederblusser aanwezig zijn met een inhoud van ten minste 6 kg of een ander geschikt blusmiddel met eenzelfde bluscapaciteit. Afleveren van brandstof

7.10.

Het afleveren van brandstof dient zonder morsen te geschieden.

7.11.

Indiende tank dient voor het kleinschalig afleveren van brandstoffen aan motorvoertuigen, dan moet de afleverslang zijn voorzien van een vulpistool met een automatische afslagkraan. Ook indien een handpomp wordt gebruikt moet het vulpistool van een automatische afslag zijn voorzien. Indien het vulpistool buiten gebruik niet hoger is opgehangen dan het hoogste vloeistofniveau in de tank, moet een hevelbreker in de afleverleiding zijn aangebracht. Het vulpistool moet goed weggehangen kunnen worden.

7.12.

Er is conform de CPR 9-6 sprake van kleinschalige aflevering indien wordt voldaan aan de volgende drie voorschriften: aflevering vindt uitsluitend plaats aan voertuigen die niet bestemd zijn voor wegvervoer en die bestemd zijn voor eigen bedrijfsmatig gebruik zoals bijvoorbeeld tractoren en landbouwwerktuigen, waarbij een jaaromzet van ten hoogste 25.000 liter wordt bereikt.

7.13.

Een automatische afslagkraan van een vulpistool mag niet in geopende stand worden vastgezet. Een vulpistool dient na gebruik met de opening naar boven gericht te worden geplaatst op een daarvoor bestemde en geschikte plaats boven de opvangbak.

7.14.

Ter plaatse van het afleverpunt moet de opstelplaats van de voertuigen over een oppervlakte van ten minste 3 x 5 meter voorzien zijn van een aaneengesloten verharding, waarmee gedurende beperkte tijd het doordringen van gemorst product in de bodem wordt verhinderd. De aaneengesloten verharding dient aangrenzend te zijn aan de opvangbak van de tank. Gemorst product moet met behulp van absorptiemateriaal zo spoedig mogelijk worden verwijderd, tenzij de verharding vloeistofdicht is uitgevoerd en een voorziening is getroffen waarbij het hemelwater via een olie-afscheider wordt afgevoerd. In de nabijheid van het afleverpunt moet een daarop afgestemde hoeveelheid absorptiemateriaal in voorraad worden gehouden.

Naam inrichting: Grondhuttenweg 14, De heerA.J.S. Fluttert

Pagina 8

8.

GASGESTOOKTE STRALINGSTOESTELLEN

8.1.

De stralingstoestellen moeten zodanig zijn geplaatst, dat zij niet kunnen omvallen of gemakkelijk kunnen worden omgestoten en moeten tegen mechanische beschadiging zijn beschermd.

8.2.

De stralingstoestellen moeten zodanig zijn geplaatst en uitgevoerd en er moet zonodig een zodanige doelmatige bescherming zijn aangebracht, dat brandgevaar veroorzaakt door stralingstoestellen niet hoeft te worden gevreesd.

8.3.

Brandstofleidingen moeten tegen mechanische beschadiging zijn beschermd of zodanig zijn aangebracht, dat hiervoor niet behoeft te worden gevreesd.

8.4.

De ontsteking van een brander van een stralingstoestel moet rustig, zonder explosie, plaatsvinden.

8.5.

Om de goede werking te handhaven, moeten stralingstoestellen regelmatig en vakkundig worden onderhouden, afgesteld en zo vaak als dit nodig is, maar tenminste éénmaal per jaar worden gereinigd, zonder dat roet of ander vuil zich daarbij buiten de inrichting kan verspreiden.

8.6.

Stralingstoestellen moeten tegen uitstroming van onverbrand gas zijn beschermd.

8.7.

Stralingstoestellen die geen aansluiting op een verbrandingsgasafvoersysteem behoeven, moeten zodanig zijn opgesteld, dat de ontwijkende verbrandingsgassen geen brand kunnen veroorzaken. De verbrandingsgassen mogen de goede werking van de stralingstoestellen niet verhinderen en mogen buiten de inrichting geen overlast veroorzaken.

8.8.

Installaties waarbij propaan als brandstof wordt gebruikt, moeten ten minste voldoen aan de norm NEN 2920.

8.9.

De stralingstoestellen mogen niet in een ruimte zijn geplaatst waarvan de vloer lager dan het maaiveld is gelegen. In de vloer mogen geen verdiepte gedeelten zijn aangebracht. De ruimte waarin een stralingstoestel is geplaatst mag niet in direct verbinding met een kelder kunnen worden gebracht.

8.10.

De stralingstoestellen mogen niet in een ruimte zijn geplaatst waar wordt gewerkt met (licht) ontvlambare stoffen, dan wel ruimten waar (licht) ontvlambare stoffen zijn opgeslagen.

9.

MILIEUZORG Afvalscheiding

9.1.

De in de inrichting vrijkomende afvalstoffen moeten met het oog op hergebruik zoveel mogelijk naar soort worden gescheiden, verzameld, bewaard en afgevoerd. Dit geldt in ieder geval voor de volgende afvalstoffen: papier en karton; glas; GFT-afval; groenafval; metalen inclusief blik en aluminium; hout; polyetheen cq polyethyleen (o.a. landbouwfolie); overige bedrijfsafvalstoffen. Hiervan mag worden afgeweken als onvoldoende afzetmogelijkheden voorhanden zijn ofwel als afvoer alleen mogelijk is tegen onevenredig hoge kosten. Een en ander is ter beoordeling van het bevoegd gezag. -

-

-

-

-

-

-

-

Naam inrichting: Grondhuttenweg 14, De heerA.J.S. Fluttert

Pagina 9

9.2.

Grond- en hulpstoffen die, om welke reden dan ook, niet meer in de inrichting worden toegepast moeten zo spoedig mogelijk uit de inrichting worden verwijderd. Voor verwijdering van deze stoffen moet worden onderzocht of nuttige toepassing van deze stoffen elders nog mogelijk is. Waterbesparing

9.3.

Lekverliezen van water en inefficiënt watergebruik ten gevolge van niet optimaal gebruik van apparatuur moet worden voorkomen.

9.4.

Het waterverbruik (in m3) moet jaarlijks worden geregistreerd. Deze registraties moeten worden opgenomen in het in voorschrift 9.9. bedoelde milieulogboek.

9.5.

Binnen de inrichting dient voor schoonmaakdoeleinden zo min mogelijk drink- of grondwater te worden gebruikt. Energiebesparing algemeen

9.6.

Ten einde inzicht te krijgen in het aardgas- en elektriciteitsverbruik en de variatie daarin om daarmee onnodig verbruik te voorkomen, moet in de inrichting een jaarlijkse registratie worden bijgehouden van: het aardgasverbruik (of andere brandstoffen) in m3; het elektriciteitsverbruik in kWh. -

-

9.7.

De voornoemde registraties moeten worden opgenomen in het in voorschrift 8.9 bedoelde milieulogboek.

9.8.

De vergunninghouder besteedt aandacht aan de mogelijkheden van het terugdringen van het energieverbruik die zich onder meer voordoen bij het vervangen van elektrische apparaten. Energiebesparingen worden waar mogelijk doorgevoerd. Milieulogboek

9.9.

Er moet een milieulogboek worden bijgehouden, waarin vanaf het van kracht worden van de beschikking ten minste de volgende zaken worden opgenomen; deze beschikking, alsmede overige relevante (milieu)vergunningen; de resultaten van de in deze vergunning voorgeschreven keuringen en/of metingen en registraties; alle van belang zijnde gegevens (zoals datum, tijdstip, tijdsduur, aard, hoeveelheid, oorzaak, plaats en windrichting) van voorgevallen incidenten die van invloed zijn op het milieu, met vermelding van de genomen maatregelen. de registratie van de afvoer van gevaarlijke afvalstoffen; de registratie van diertelgegevens. -

-

-

-

-

9.10.

Bovengenoemde documenten dienen gedurende vijf kalenderjaren na dagtekening te worden bewaard in het genoemde milieulogboek.

9.11.

Het milieulogboek moet te allen tijde beschikbaar zijn voor inzage door een door het bevoegd gezag aangewezen toezichthoudend ambtenaar.

10.

NAZORG

10.1.

Uiterlijk drie maanden voordat de activiteiten van de inrichting worden beëindigd moet hiervan schriftelijk melding worden gedaan aan het bevoegd gezag. Bij deze melding moeten tevens de volgende gegevens worden overgelegd; de wijze waarop de in de inrichting aanwezige grond-, hulp- en afvalstoffen en overige milieuschadelijke stoffen zullen worden verwijderd; de toekomstige bestemming en gebruik van de gebouwen en het terrein van de inrichting, voor zover dit bij de vergunninghouder bekend is. -

-

Naam inrichting: Grondhuttenweg 14, De heerA.J.S. Fluttert

Pagina 10

Bijlage 3:

AERIUS verschilberekening 2022

Verzoek VVGB – Grondhuttenweg 14 te Bentelo

15

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Pluimveebedrijf Bentelo Grondhuttenweg 14, 7497 NE Bentelo Bedrijfsontwikkeling 2022 Pluimveebedrijf Bentelo vergund - gewenst 2020

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RhFze9tK7Mid 24 februari 2022, 10:51 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022 2022

Resultaten

Hoogste depositie Hexagon 2.648,73 mol/ha/j 5600540

Situatie 1 - Referentie Gewenst - Beoogd Situatie 1 - Referentie Gewenst - Beoogd

Emissie NH3 12,8 ton/j 11,9 ton/j

2.648,70 mol/ha/j 5600540 Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 10,89 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 1.997,56 ha Grootste toename van depositie 0,24 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,44 mol/ha/j

RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

Emissie NOx 57,0 kg/j 56,9 kg/j Gebied Springendal & Dal van de Mosbeek Springendal & Dal van de Mosbeek

2/12

Projectberekening

Gewenst (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | stal 1 2 Landbouw | Stalemissies | stal 2 3 Landbouw | Stalemissies | stal 3 4 Landbouw | Stalemissies | stal 4 5 Landbouw | Stalemissies | stal 5 werktuigen | Landbouw | Vervoersbewegingen erf / 7 Mobiele aardgasverbruik; Mobiele werktuigen en aardgasverbruik  Verkeersnetwerk

RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

Emissie Emissie NH3 NOx 3.654,6 kg/j 3.654,6 kg/j 3.654,6 kg/j 814,0 kg/j 123,0 kg/j - 48,4 kg/j 0,3 kg/j 8,5 kg/j

3/12

Projectberekening

Situatie 1 (Referentie), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | stal A 2 Landbouw | Stalemissies | stal B 3 Landbouw | Stalemissies | stal C 4 Landbouw | Stalemissies | stal D 5 Landbouw | Stalemissies | stal E 6 Landbouw | Stalemissies | stal F werktuigen | Landbouw | Vervoersbewegingen erf / 8 Mobiele aardgasverbruik; mobiele werktuigen en aardgasverbruik  Verkeersnetwerk

RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

Emissie Emissie NH3 NOx 2.625,0 kg/j 2.625,0 kg/j 2.625,0 kg/j 2.625,0 kg/j 437,5 kg/j 1.812,5 kg/j - 48,4 kg/j 0,3 kg/j 8,6 kg/j

4/12

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

10 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

5/12

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gewenst " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal Per gebied

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha toename (mol/ha/jr) gekarteerd) (mol/ha/jr)

Met afname Grootste (ha afname gekarteerd) (mol/ha/jr)

2.008,45

Korenburgerveen 57,47 (61) Sallandse Heuvelrug (42) 650,48 Buurserzand & Haaksbergerveen 524,63 (53) Wierdense Veld 384,25 (43) Landgoederen 115,64 Oldenzaal (50) Borkeld (44) 81,27 Achter de Voort, Agelerbroek & 74,86 Voltherbroek (47) Aamsveen (55) 47,89 Witte Veen (54) 29,97 Stelkampsveld 13,18 (60) Lonnekermeer 10,01 (51) Springendal & Dal van de 9,37 Mosbeek (45) Lemselermaten 8,10 (48) Dinkelland (49) 1,31 RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

2.648,16

10,89

0,24

1.997,56

0,44

2.171,36

10,89

0,24

46,59

0,02

2.530,38

0,00

0,00

650,48

0,05

2.181,91

0,00

0,00

524,63

0,24

2.139,04

0,00

0,00

384,25

0,02

2.256,79 2.122,68

0,00 0,00

0,00 0,00

115,64 81,27

0,07 0,08

2.116,38

0,00

0,00

74,86

0,44

1.872,46 2.221,58 1.995,73

0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00

47,89 29,97 13,18

0,04 0,08 0,04

1.997,59

0,00

0,00

10,01

0,15

2.648,16

0,00

0,00

9,37

0,33

2.018,97 1.899,45

0,00 0,00

0,00 0,00

8,10 1,31

0,05 0,05 6/12

Projectberekening

Gewenst , Rekenjaar 2022 1 Landbouw | Stalemissies Naam stal 1 Locatie 244877, 470005 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 8,9 m Uittreeddiameter 0,8 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

BWL-code

NH3

3.654,6 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie dieren (kg/dier/j)

E3.7 - stal met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag  (Kippen; (groot-)ouderdieren BWL2011.13 28330 NH3 0,129 van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

3.654,6 kg/j

2 Landbouw | Stalemissies Naam stal 2 Locatie 244846, 470013 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 8,9 m Uittreeddiameter 0,8 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

BWL-code

NH3

Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie dieren (kg/dier/j)

E3.7 - stal met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag  (Kippen; (groot-)ouderdieren BWL2011.13 28330 NH3 0,129 van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

3.654,6 kg/j

-

3.654,6 kg/j

7/12

Projectberekening

3 Landbouw | Stalemissies Naam stal 3 Locatie 244815, 470020 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 8,9 m Uittreeddiameter 0,8 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

BWL-code

NH3

3.654,6 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie dieren (kg/dier/j)

E3.7 - stal met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag  (Kippen; (groot-)ouderdieren BWL2011.13 28330 NH3 0,129 van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

3.654,6 kg/j

4 Landbouw | Stalemissies Naam stal 4 Locatie 244836, 470109 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 7,2 m Uittreeddiameter 0,5 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Horizontaal Uittreedsnelheid 0,4 m/s

BWL-code

NH3

814,0 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie dieren (kg/dier/j)

E3.3 - stal met mixluchtventilatie (Kippen; BWL2005.10 7140 NH3 0,114  (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

814,0 kg/j

5 Landbouw | Stalemissies Naam stal 5 Uittreedhoogte Locatie 244858, 470116 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

A2.100 - overige  huisvestingssystemen (Rundvee; zoogkoeien ouder dan 2 jaar)

RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

5,0 m 0,000 MW

NH3

123,0 kg/j

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

Overig 30 NH3 4,1

-

123,0 kg/j

8/12

Projectberekening

7 Mobiele werktuigen | Landbouw Naam

VervoersbewegingenUittreedhoogte erf / Warmteinhoud aardgasverbruik; Mobiele werktuigen en aardgasverbruik Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

3,5 m 0,000 MW

NOx

48,4 kg/j

9/12

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2022 1 Landbouw | Stalemissies Naam stal A Locatie 244886, 470040 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 6,0 m Uittreeddiameter 0,5 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

NH3

2.625,0 kg/j

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

E3.100 - overige huisvestingssystemen (Kippen; Overig 10500 NH3 0,25  (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

2.625,0 kg/j

2 Landbouw | Stalemissies Naam stal B Locatie 244863, 470046 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 6,0 m Uittreeddiameter 0,5 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

NH3

2.625,0 kg/j

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

E3.100 - overige huisvestingssystemen (Kippen; Overig 10500 NH3 0,25  (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

2.625,0 kg/j

3 Landbouw | Stalemissies Naam stal C Locatie 244841, 470050 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 6,0 m Uittreeddiameter 0,5 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

NH3

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

E3.100 - overige huisvestingssystemen (Kippen; Overig 10500 NH3 0,25  (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken) RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

2.625,0 kg/j

-

2.625,0 kg/j

10/12

Projectberekening

4 Landbouw | Stalemissies Naam stal D Locatie 244821, 470054 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 6,0 m Uittreeddiameter 0,5 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

NH3

2.625,0 kg/j

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

E3.100 - overige huisvestingssystemen (Kippen; Overig 10500 NH3 0,25  (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

2.625,0 kg/j

5 Landbouw | Stalemissies Naam stal E Locatie 244900, 470086 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 6,0 m Uittreeddiameter 0,5 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

NH3

437,5 kg/j

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

E3.100 - overige huisvestingssystemen (Kippen; Overig 1750 NH3 0,25  (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

437,5 kg/j

6 Landbouw | Stalemissies Naam stal F Locatie 244836, 470107 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 7,2 m Uittreeddiameter 0,5 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

NH3

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

E3.100 - overige huisvestingssystemen (Kippen; Overig 7250 NH3 0,25  (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

1.812,5 kg/j

-

1.812,5 kg/j

11/12

Projectberekening

8 Mobiele werktuigen | Landbouw Naam

VervoersbewegingenUittreedhoogte erf / Warmteinhoud aardgasverbruik; mobiele werktuigen en aardgasverbruik Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

3,5 m 0,000 MW

NOx

48,4 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RhFze9tK7Mid (24 februari 2022)

12/12

Bijlage 4:

AERIUS berekening gewenste situatie (2022)

Verzoek VVGB – Grondhuttenweg 14 te Bentelo

16

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Pluimveebedrijf Bentelo Grondhuttenweg 14, 7497 NE Bentelo Bedrijfsontwikkeling 2022 Pluimveebedrijf Bentelo gewenst 2022

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RfBVC6Fs8MtX 24 februari 2022, 11:08 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022

Gewenst - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 11,9 ton/j

Hoogste depositie Hexagon Gewenst - Beoogd 2.648,70 mol/ha/j 5600540 Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 2.194,67 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 1,63 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RfBVC6Fs8MtX (24 februari 2022)

Emissie NOx 56,9 kg/j Gebied Springendal & Dal van de Mosbeek

2/8

Projectberekening

Gewenst (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Landbouw | Stalemissies | stal 1 2 Landbouw | Stalemissies | stal 2 3 Landbouw | Stalemissies | stal 3 4 Landbouw | Stalemissies | stal 4 5 Landbouw | Stalemissies | stal 5 werktuigen | Landbouw | Vervoersbewegingen erf / 7 Mobiele aardgasverbruik; Mobiele werktuigen en aardgasverbruik  Verkeersnetwerk

RfBVC6Fs8MtX (24 februari 2022)

Emissie Emissie NH3 NOx 3.654,6 kg/j 3.654,6 kg/j 3.654,6 kg/j 814,0 kg/j 123,0 kg/j - 48,4 kg/j 0,3 kg/j 8,5 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

10 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RfBVC6Fs8MtX (24 februari 2022)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gewenst " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal Per gebied

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha toename (mol/ha/jr) gekarteerd) (mol/ha/jr)

Met afname Grootste (ha afname gekarteerd) (mol/ha/jr)

2.194,67

Lonnekermeer 10,01 (51) Buurserzand & Haaksbergerveen 524,63 (53) Landgoederen 118,38 Oldenzaal (50) Lemselermaten 8,10 (48) Borkeld (44) 81,27 Witte Veen (54) 30,44 Achter de Voort, Agelerbroek & 74,86 Voltherbroek (47) Aamsveen (55) 49,51 Springendal & Dal van de 9,37 Mosbeek (45) Dinkelland (49) 1,31 Stelkampsveld 13,18 (60) Sallandse Heuvelrug (42) 830,30 Wierdense Veld 384,25 (43) Korenburgerveen 59,05 (61) RfBVC6Fs8MtX (24 februari 2022)

2.648,70

2.194,67

1,63

0,00

0,00

1.999,30

10,01

1,63

0,00

0,00

2.182,88

524,63

1,53

0,00

0,00

2.257,78

118,38

1,03

0,00

0,00

2.020,01 2.123,09 2.222,43

8,10 81,27 30,44

1,00 0,90 0,83

0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00

2.117,18

74,86

0,79

0,00

0,00

1.873,18

49,51

0,70

0,00

0,00

2.648,70

9,37

0,59

0,00

0,00

1.899,92 1.996,27

1,31 13,18

0,59 0,50

0,00 0,00

0,00 0,00

2.530,70

830,30

0,47

0,00

0,00

2.139,27

384,25

0,36

0,00

0,00

2.171,67

59,05

0,29

0,00

0,00 5/8

Projectberekening

Gewenst , Rekenjaar 2022 1 Landbouw | Stalemissies Naam stal 1 Locatie 244877, 470005 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 8,9 m Uittreeddiameter 0,8 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

BWL-code

NH3

3.654,6 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie dieren (kg/dier/j)

E3.7 - stal met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag  (Kippen; (groot-)ouderdieren BWL2011.13 28330 NH3 0,129 van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

3.654,6 kg/j

2 Landbouw | Stalemissies Naam stal 2 Locatie 244846, 470013 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 8,9 m Uittreeddiameter 0,8 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

BWL-code

NH3

Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie dieren (kg/dier/j)

E3.7 - stal met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag  (Kippen; (groot-)ouderdieren BWL2011.13 28330 NH3 0,129 van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

RfBVC6Fs8MtX (24 februari 2022)

3.654,6 kg/j

-

3.654,6 kg/j

6/8

Projectberekening

3 Landbouw | Stalemissies Naam stal 3 Locatie 244815, 470020 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 8,9 m Uittreeddiameter 0,8 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s

BWL-code

NH3

3.654,6 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie dieren (kg/dier/j)

E3.7 - stal met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag  (Kippen; (groot-)ouderdieren BWL2011.13 28330 NH3 0,129 van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

3.654,6 kg/j

4 Landbouw | Stalemissies Naam stal 4 Locatie 244836, 470109 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

Uittreedhoogte 7,2 m Uittreeddiameter 0,5 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Horizontaal Uittreedsnelheid 0,4 m/s

BWL-code

NH3

814,0 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie dieren (kg/dier/j)

E3.3 - stal met mixluchtventilatie (Kippen; BWL2005.10 7140 NH3 0,114  (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken)

-

814,0 kg/j

5 Landbouw | Stalemissies Naam stal 5 Uittreedhoogte Locatie 244858, 470116 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven

DiersoortRAV-code - Omschrijving

A2.100 - overige  huisvestingssystemen (Rundvee; zoogkoeien ouder dan 2 jaar)

RfBVC6Fs8MtX (24 februari 2022)

5,0 m 0,000 MW

NH3

123,0 kg/j

BWL- Aantal Stof Emissiefactor ReductieEmissie code dieren (kg/dier/j)

Overig 30 NH3 4,1

-

123,0 kg/j

7/8

Projectberekening

7 Mobiele werktuigen | Landbouw Naam

VervoersbewegingenUittreedhoogte erf / Warmteinhoud aardgasverbruik; Mobiele werktuigen en aardgasverbruik Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

3,5 m 0,000 MW

NOx

48,4 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RfBVC6Fs8MtX (24 februari 2022)

8/8

Bijlage 4:

Machtiging

Verzoek VVGB – Grondhuttenweg 14 te Bentelo

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3877/documents/53901