CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport BOPA met bijlage 24AF287 - 14-02-2025.pdf

Gemeenteraad 27 mei 2025, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 13: Bindend adviesrecht van de raad op het verbouwen van een kantoorpand tot 8 appartementen Goor25.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de bijlage bij artikel 1.1. van de Ow wordt het begrip Milieubelastende activiteit (Mba) als volgt gedefinieerd: 'activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringstechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit'.

Dit heeft betrekking op alle activiteiten die mogelijk een negatief effect op het milieu kunnen hebben. Om te bepalen of er sprake is van een Mba moet een check worden gedaan of er instructieregels uit het Bkl, Bal of Bbl van toepassing zijn op het project. Hieronder vallen ook niet-bedrijfsmatige activiteiten, niet-plaatsgebonden activiteiten en tijdelijke activiteiten, dit kunnen ook beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn. De instructieregels in het Bkl zijn bijvoorbeeld niet van toepassing op het wonen zelf, maar wel op beroepen en bedrijven aan huis.

Naast de instructieregels hebben gemeenten zelf de beleidsvrijheid om in het omgevingsplan aanvullende milieuregels en/of voorwaarden te stellen voor Mba's. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het houden van huisdieren of het gebruik van kachels en openhaarden. Met het oog op een veilige en gezonde leefomgeving is het uitgangspunt: het aanhouden van voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige gebouwen en locaties.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBIcode gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft

richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen

29

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

enerzijds het werkingsgebied van de functie die de milieubelastende activiteiten toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het omgevingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

FIGUUR 4.1 – RICHTAFSTANDEN VNG-UITGAVE BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING

Toets Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In voorliggend geval dienen de woningen aangemerkt te worden als milieugevoelig object. In onderstaande tabel worden de activiteiten/functies benoemd welke zijn gelegen in de nabijheid van het plangebied. Tevens is aangeven tot welke milieucategorie deze activiteit of functies wordt gerekend, welke richtafstand aangehouden moet worden tussen de gevel van de woning en de planlocatie van de betreffende milieubelastende functie en wat de daadwerkelijke afstand bedraagt. In voorliggende geval wordt uitgegaan van de richtafstanden bij 'gemengd gebied'. Functie

Milieucategorie

Richtafstand gemengd

Daadwerkelijke afstand

gebied Hengevelderstraat 41

1

0 meter

Circa 4 meter

2

10 meter

Circa 11 meter

1

0 meter

Circa 9 meter

Detailhandel, met uitzondering van perifere detailhandel, detailhandel in vuurwerk

Hengevelderstraat 32 Horeca van categorie 2 Hengevelderstraat 51 Horeca van categorie 1

30

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

en supermarkten

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

De bedrijvigheid gevestigd aan de Hengevelderstraat 41, 32 en 51 vormen geen belemmering, er is voldoende afstand tussen de bedrijven en de toekomstige appartementen.

Aan de Hengevelderstraat 23 is ook bedrijvigheid toegestaan. Ten aanzien van Hengevelderstraat 23 het volgende: in het vigerende bestemmingsplan is aangegeven dat de gronden aan de Hengevelderstraat 23 bestemd zijn voor een bedrijf, die op het moment van het van kracht worden van het vigerende bestemmingsplan al ter plaatse aanwezig waren. Aan de Hengevelderstraat 23 vonden kleinschalige smederij (hoefsmid) werkzaamheden plaats, deze smederij is niet meer aanwezig. Wanneer er alternatieve bedrijvigheid gaat plaatsvinden aan de Hengevelderstraat 23 dan is de maximale milieucategorie 2, waarbij de richtafstand 10 meter bedraagt. Aan deze richtafstand wordt voldaan, het plangebied ligt op circa 82 meter.

Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een situatie, die vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Binnen het plangebied worden woningen gerealiseerd. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit in de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. Daarnaast leidt voorgenomen ontwikkeling niet tot extra hinder of belemmeringen van de gebruiksmogelijkheden van omliggende bedrijven.

Conclusie Het aspect ‘Milieubelastende activiteiten' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit project. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

04.3

Bodem

Wanneer ontwikkelingen plaatsvinden m.b.t. de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie en/of activiteit. De bodemkwaliteit mag geen gezondheidsrisico opleveren voor gebruikers van de bodem. In deze paragraaf wordt omschreven hoe bij voorliggend project rekening

Voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie moet worden getoetst aan paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Deze paragraaf bevat regels voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. De instructieregels zijn mede gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en van het milieu, in het bijzonder van de bodemkwaliteit. Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een

31

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

zal worden gehouden met het aspect bodem.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw.

Uit artikel 5.89g van het Bkl volgt dat deze paragraaf van toepassing is op o.a. een bodemgevoelig gebouw en definieert het als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Deze paragraaf is niet van toepassing op bijbehorende bouwwerken tot 50 m².

Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.

Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).

Toets Met dit project wordt de realisatie van 8 appartementen mogelijk gemaakt. Hiermee is sprake van het mogelijk maken van een bodemgevoelige functie. Volgens artikel 5.89g van het Bkl wordt een bodemgevoelig gebouw gedefinieert als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Bij appartementen ten behoeve van wonen is het aannemelijk dat personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Om aan te tonen dat er wel sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat is er verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Kruse Milieu BV, zaaknummer 24013916. Hieruit blijkt dat er lichte verontreiniging is aangetoond, in de ondergrond en in het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Daarnaast is in het mengmonster geen asbest aangetoond. Uit een milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen plannen, gezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico voor de volksgezondheid opleveren. Het hele rapport is te lezen in bijlage 2.

Conclusie

04.4

Geluid

Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en

32

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Het aspect ‘Bodem’ vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid.

Geluidsgevoelige gebouwen In artikel 3.21 van het Bkl zijn de geluidsgevoelige gebouwen aangewezen. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond de woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel.

Onder geluidgevoelige gebouwen wordt verstaan: •

woningen

•

Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal).

•

Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc.

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl gaat over het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw bij wegen, spoorwegen en industrieterreinen alsook het geluid veroorzaakt door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen gelegen binnen een geluidaandachtsgebied.

Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde zoals opgenomen in de tabel in artikel 5.78t van het Bkl.

In het Bkl zijn eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig

FIGUUR 3.2 – TABEL 5.78T/5.78U: STANDAARDWAARDE EN GRENSWAARDE GELUIDGEVOELIGE GEBOUWEN (BRON: BKL)

33

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

gebouw. In figuur 4.2 zijn de standaardwaarden en grenswaarden weergegeven.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

Een nieuw geluidgevoelig gebouw kan zonder meer worden toegelaten als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarden. Meer geluid dan de standaardwaarde kan echter als aanvaardbaar beoordeeld worden (artikel 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). Een grenswaarde is een uiterste grens waar niet van mag worden afgeweken.

Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde zal beschouwd moeten worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting te verlagen tot de standaardwaarden. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als ze: 1.

geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk zijn;

2.

de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk beperkt zijn door het treffen van geluidbeperkende maatregelen;

3.

bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overwogen zijn die financieel doelmatig en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan;

4.

het gecumuleerd geluid de grenswaarde niet overschrijdt;

5.

het gezamenlijke geluid is bepaald en de grenswaarde niet overschrijdt;

6.

besluit tot het treffen van geluidwerende maatregelen.

Er zal bij de voorbereiding van een omgevingsplan of omgevingsvergunning, onderzoek moeten worden gedaan naar de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten, wanneer deze zich binnen het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen bevinden.

Geluid door activiteiten In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder paragraaf 5.1.4.2.1 zijn regels voor het aspect geluid opgenomen die gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Deze instructieregels zijn van toepassing op het moment dat een BOPA op een locatie een geluidbelastende activiteit of een geluidgevoelig gebouw planologisch mogelijk maakt. Daarmee gelden de instructieregels zowel bij het toestaan van de activiteit, als bij het toestaan van geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van de activiteit.

Met uitzondering van het geluid van woonactiviteiten, zijn de instructieregels van deze paragraaf van toepassing op het geluid van alle denkbare activiteiten. Het gaat hierbij niet alleen om geluid van

voorzieningen zijn voorzien, zoals groen of speeltuinen. De instructieregels zijn ook van toepassing op geluid afkomstig van een locatie waar woningen met een bedrijf aan huis zijn toegelaten. Dat betekent dat het geluid dat afkomstig is van het wonen niet wordt beoordeeld, maar het geluid van de bedrijfsmatige activiteiten wel. In artikel 5.65 van het Bkl zijn standaardwaarden opgenomen die aan de eis van aanvaardbaarheid voldoen. Overigens kan een gemeente gemotiveerd afwijken van de standaardwaarden, mits aan

34

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

bedrijven en/of instellingen, maar bijvoorbeeld ook geluid afkomstig van locaties waar openbare

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

de aanvaarbaarheid eis kan worden voldaan. In afdeling 8.5 van het Bkl staan beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning milieubelastende activiteit. Ten slotte voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Bal.

De instructieregels zijn niet van toepassing op tijdelijk gebouwen (minder dan 10 jaar) en op geluid afkomstig van doorgaand verkeer op wegen en spoorwegen.

Toets Wegverkeerslawaai en spoorwegen Met dit project wordt het realiseren van 8 appartementen mogelijk gemaakt. Het projectgebied bevindt zich in het geluidaandachtsgebied van de Hengevelderstraat. Onderstaande weergave van de geluidszoneringskaart van de

FIGUUR 4.3 UITSNEDE WEGVERKEERGELUID. PLANLOCATIE ONDER DE BLAUWE ICON (BRON: ATLAS LEEFOMGEVING)

Het gaat om een gemeentelijke weg waar een maximumsnelheid geldt van 30 km/h.

35

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Atlas Leefomgeving brengt dit duidelijk in beeld.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

Binnen het projectgebied vindt mogelijk een overschrijding van de standaardwaarden plaats op de gevel(s) van de nieuw in te richten bebouwing. Echter vind er geen overschrijding van de grenswaarden. De hoogste belasting op de gevels is 66 dB. Geluid door belastende activiteiten Met de uitvoering van dit project wordt een nieuw geluidgevoelig object mogelijk gemaakt. Uit paragraaf 4.2 blijkt dat er voldoende afstand tussen het geluidgevoelige object en de milieubelastende activiteiten. Gezien het vorenstaande zijn eventuele negatieve milieugevolgen als gevolg van dit plan uitgesloten. Nader onderzoek is hierom niet noodzakelijk.

04.5

Geur

In paragraaf 5.1.4.6.1 Bkl zijn de instructieregels opgenomen die geurbelastende activiteiten en/of geurgevoelige gebouwen in elkaars nabijheid mogelijk maken. Het gaat hierbij om drie geurbronnen waarvoor regels zijn gesteld, namelijk: •

Zuiveringstechnische werken (subparagraaf 5.1.4.6.2)

•

Het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (subparagraaf 5.1.4.6.3)

•

Andere agrarische activiteiten zoals het opslaan van vaste mest, compost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (paragraaf 22.3.6.4 bruidsschat).

In artikel 5.92 Bkl staat vastgelegd dat in een omgevingsplan rekening gehouden wordt met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen en dat het omgevingsplan erin voorziet dat dit aanvaardbaar is, Hierbij moet rekening worden gehouden met de lokale specifieke omstandigheden en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten. De specifieke plaatselijke situatie kan mede bepalend zijn voor wat aanvaardbaar is en per geval verschillen. Afhankelijk van de gemeente kan lokaal beleid van toepassing zijn voor het aspect geur. Dit wordt dan vastgelegd in een Geurgebiedsvisie en Geurverordening.

Naast het toetsen van de geurbelasting door activiteiten op geurgevoelige functies, moet bij het toelaten van een nieuwe geurgevoelige functies ook worden getoetst of bedrijven in de omgeving worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Wanneer hier sprake van is moet getoetst worden aan de geldende normen waar het bedrijf aan moet voldoen. Een nieuwe geurgevoelige functie is alleen aanvaardbaar als dit er niet toe leidt dat het bedrijf

beperking in de bedrijfsmogelijkheden.

Toets In de omgeving van het projectgebied bevinden zich geen (agrarische) bedrijven die milieubelastende activiteiten uitoefenen. Er is dan ook geen sprake van eventuele geuroverlast

36

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

daardoor niet meer kan voldoen aan de voor het bedrijf geldende normen. Dit betekent dat er sprake is van een

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

04.6

Mobiliteit en parkeren

Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij moet ook in beeld worden gebracht of er sprake is van (extra) parkeerbehoefte. De activiteit die mogelijk wordt gemaakt moet getoetst worden aan het gemeentelijk beleid. Het gemeentelijk beleid omtrent mobiliteit en parkeren is opgenomen in ‘Parkeernormen Hof van Twente’. De verkeersgeneratie wordt bepaald aan de hand van de meest recente CROW-uitgave ‘Parkeercijfers 2024’ (uitgave 744). Verkeer Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten •

Weinig stedelijk gebied, centrum, functie wonen (huur, appartement, vrije sector, <75 m2 BVO)

Voor ‘Wonen’ geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 4 verkeersbewegingen per woning. De berekening voor dit project is als volgt: ((2,9 + 3,7)/2) = 3,3

Dit project brengt een totale verkeersgeneratie van 32 per etmaal met zich mee. Parkeren Voor het parkeren hanteert de gemeente ‘Parkeernormen Hof van Twente’. Hierin staat vastgelegd aan welke parkeernormen er moet worden voldaan bij verschillende functies. Met het ontwikkelen van 8 appartementen, zal de parkeerbehoefte toenemen. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd als onder het kopje verkeer is aangegeven. De parkeerbehoefte wordt als volgt berekend: ((0,2 + 1,0)/2) = 0,6 afgerond 1 per woning

In totaal ontstaat er met het ontwikkelen van 8 appartementen (vrije sector huur) een parkeerbehoefte van 8 parkeerplaatsen. Met voorliggend plan is er rekening gehouden met 1,6 parkeerplaatsen per woning. Het plan voorziet in 13 parkeerplaatsen voor de ontwikkeling, zie figuur 4.4. Voorliggend plan voorziet in voldoende

37

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

parkeerplaatsen.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

FIGUUR 4.4 SITUATIESCHETS PARKEERPLAATSEN + NIEUW AAN TE LEGGEN GROEN (BRON: BOUWBLOK BOUWKUNDIG BUREAU)

04.7

Luchtkwaliteit

Ter bescherming van de gezondheid zijn onder paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl instructieregels opgenomen voor de luchtkwaliteit. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in zogeheten aandachtsgebieden, dit zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide of fijnstof.

In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze

zulke gevallen om activiteiten die relatief veel luchtvervuiling veroorzaken en over een grotere afstand effect hebben (bijvoorbeeld verkeer of bedrijfsemissies). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

38

•

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;

•

het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Het gaat in

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

•

het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;

De vergunningverlener toetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten heeft het rijk beoordelingsregels over emissies naar de lucht en de beoordeling van de luchtkwaliteit opgenomen in het Bkl. De specifieke beoordelingsregels voor lucht staan in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze gaan over: •

beoordeling luchtkwaliteit en toetsing aan de rijksomgevingswaarden;

•

ammoniakemissies van veehouderijen;

•

geologische opslag van CO2.

Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. In artikel 5.54 staan standaardgevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg;

•

woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen;

•

kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen valt, is het alsnog mogelijk om via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Een andere manier om aannemelijk te maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt is een kwalitatieve berekening. Met de NIBMtool kan bekeken worden of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.

Soms heeft de gemeente in een eerdere fase (toelaten van bedrijven in het omgevingsplan) al getoetst of het omgevingsplan voldoet aan de luchtkwaliteitsregels. Een dergelijke ‘voortoets’ is

omgevingsvergunning moet het bevoegd gezag vervolgens beoordelen of deze aanvraag voldoet aan de luchtkwaliteitseisen.

Toets Verkeer

39

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

verplicht als het omgevingsplan in een aandachtsgebied ligt. Bij de daadwerkelijke aanvraag van een

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

Met dit project wordt het realiseren van 8 appartementen binnen bestaande bebouwing mogelijk gemaakt. Als gevolg hiervan zullen 32 extra verkeersbewegingen per etmaal plaatsvinden. Als wordt uitgegaan van een worstcase scenario kan het aantal verkeersbewegingen op 32 per dag gesteld worden. In figuur 4.5 is de worst-case berekening weergegeven met 32 extra voertuigbewegingen.

FIGUUR 4.5 WORST-CASE BEREKENING VOOR BIJDRAGE VAN EXTRA VERKEER (BRON: INFOMIL.NL)

Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.

04.8

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het (wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als

aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: •

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving;

•

40

Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor);

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

•

Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving;

•

Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat per jaar iemand die onbeschermd en continu op een plek verblijft komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Dit kan zijn: blootstelling aan hitte door brand, overdruk door een explosie of een concentratie giftige stoffen in de lucht. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl).

Groepsrisico Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de kans dat als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen een groep van tien of meer personen overlijdt (het groepsrisico). Bij een beoordeling van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van aandachtsgebieden. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl).

Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden

gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV).

Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden

41

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl).

Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen kunnen worden opgenomen in de omgevingsvergunning.

Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: •

Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl;

•

Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl;

•

Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl);

•

Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl).

Toets Aan de hand van de ‘Risicokaart Nederland’ is een inventarisatie verricht van de mogelijk aanwezige risicobronnen rond het plangebied. Op de risicokaar staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Figuur 4.6 toont een uitsnede van de

42

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

‘Risicokaart Nederland’ met het projectgebied is aangegeven met een blauwe icon.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

FIGUUR 4.6 UISTENDE RISICOKAART PLANLOCATIE AANGEGEVEN MIDDELS DE BLAUWE ICON (BRON: ATLAS LEEFOMGEVING)

Uit het raadplegen van de risicokaart blijkt dat er op een afstand van ca. 520 m ten noorden van het projectgebied een risicobron aanwezig is. Het gaat hier om een buisleiding. Ten zuiden van het plangebied ligt het gifwolkaandachtsgebied van het spoortraject Lochem – Hengelo. Deze ligt op een afstand van ca. 250 m van de planlocatie. De planlocatie bevindt zich dan ook op voldoende afstand.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘omgevingsveiligheid’ geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling van het appartementengebouw.

04.9

Natuurwaarden

Natuur maakt onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Dit volgt expliciet uit artikel 1.2 lid 2 onder h van de Omgevingswet. Dit houdt in dat beoordeeld moet worden wat de gevolgen van de met een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit mogelijke gemaakte ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelen van beschermde natuurgebieden die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Natura 2000-

43

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

04.9.1 Gebiedsbescherming

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

activiteiten zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. De Omgevingswet geeft regels over die activiteiten om de natuur te beschermen. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74b van het Bkl bevat beoordelingsregels voor Natura 2000-activiteit.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) In het Besluit kwaliteit leefomgeving is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven.

Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel.

Toets Natuurnetwerk Nederland De planlocatie is niet gelegen in een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op ca. 1,1 km van de

44

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

planlocatie, zie figuur 4.7.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

FIGUUR 4.7 UITSNEDE NNN-GEBIEDEN PLANGEBIED AANGEGEVEN MET BLAUWE ICON (BRON: ATLAS LEEFOMGEVING)

Voorliggend plan vormt gezien de afstand geen belemmering voor het dichtstbijzijnde NNN-gebied.

Natura 2000-gebieden Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een

Het Besluit activiteiten leefomgeving regelt in hoofdstuk 11 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: •

45

de leefgebieden van vogels;

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een Omgevingsvergunning noodzakelijk.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

•

de natuurlijke habitats of habitats van soorten;

De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op. In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt.

Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een 'voortoets'. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden.

Toets Natura 2000-gebieden De planlocatie is niet gelegen in of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de Borkeld, ligt op circa 6,1 km. Gelet op het voorliggende plan, waar geen nieuwbouw in gerealiseerd word, en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied worden er geen negatieve effecten verwacht. Nader onderzoek word niet nodig geacht.

Stikstofdepositie Het voorgenomen plan voorziet in de transformatie van een kantoorpand naar 8 appartementen. Als een bouwproject afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, is daarvoor, naast een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen (artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet) en een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit zelf, een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig.

Degene die bouw- en sloopwerkzaamheden verricht, moet altijd adequate maatregelen treffen (zoals

geldt alleen voor een van de volgende gevallen:

46

•

Voor het bouwen is een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig.

•

Voor het bouwen is een bouwmelding nodig.

•

Voor het slopen is een melding nodig omdat er meer dan 10 m3 aan afval vrijkomt.

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

werktuigen minder stationair laten draaien) om de stikstofemissie te beperken (artikel 7.19a, Bbl). Dat

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

•

Informatie over maatregelen die de stikstofemissie beperken, moet naar het bevoegd gezag toegestuurd worden met: o

de bouwmelding of sloopmelding (artikel 7.5c Bbl)

o

de vergunningaanvraag voor de technische bouwactiviteit (artikel 7.12a Omgevingsregeling).

Toets stikstofdepositie Voorliggend plan voorziet in het transformeren van een bestaand kantoorpand naar appartementen. Hierbij word er geen pand gesloopt of gebouwd. Een AERIUS-berekening word niet nodig geacht. 04.9.2 Soortenbescherming In de Omgevingswet (Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: •

Soorten Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 Bal);

•

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal);

•

Andere soorten (artikel 11.54 Bal).

Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel dier- en plantsoorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Deze activiteit is vaak het gevolg van een andere activiteit zoals bouwactiviteit. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74j tot en met 8.74n bevat beoordelingsregels voor flora- en fauna-activiteit.

Tot slot geldt een algemene specifieke zorgplicht. Een flora- en fauna-activiteit kan nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming. Iemand die dat weet of kan weten, moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27, Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij

Toets soortenbescherming Voorliggend plan voorziet in de transformatie van bestaande bebouwing. Er word zo min mogelijk gesloopt, als dat al nodig is. Daarnaast worden er mitigerende maatregelen genomen en worden er vogelhuisjes geplaatst om de lokale biodiversiteit te ondersteunen. Daarmee wordt er een nestgelegenheid geboden voor vogels en word er

47

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

(inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

bijgedragen aan een ecologisch verantwoorde ontwikkeling van het gebied. Verder onderzoek word niet nodig geacht.

04.10 Archeologie en Cultuurhistorie De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap.

Cultureel erfgoed Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: •

Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten;

•

Verplaatsing van beschermde monumenten;

•

Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand;

•

Aantasting van de omgeving van een beschermd monument;

•

Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.

Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels opgesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Daarnaast zijn in het Bal instructieregels opgenomen aangaande rijksmonumenten (hoofdstuk 13).

Archeologische resten Het gemeentelijk beleid voor archeologie en cultuurhistorie staat veelal opgenomen in de archeologische beleidskaart en cultuurhistorische waardenkaart. Dit document schrijft per gebied voor welke onderzoekverplichtingen ter plaatse gelden. Wanneer een project binnen een archeologisch waardevol gebied ligt wordt hieraan getoetst.

Archeologie Uit de archeologische en cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Hof van Twente, blijkt dat er een middelhoge verwachting op het projectgebied ligt.

48

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Toets

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

FIGUUR 4.8 UITSNEDE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART GEMEENTE HOF VAN TWENTE, PLANGEBIED IN BLAUW OMCIRKELD (BRON: GEMEENTE HOF VAN TWENTE)

Volgens de beleidskaders van de gemeente Hof van Twente geldt voor een gebied met een middelhoge verwachting (zie figuur 4.8) geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen kleiner dan 5000 m2 of bij ingrepen dieper dan 40 cm. Binnen het projectgebied vinden geen (graaf)werkzaamheden plaats. Archeologisch onderzoek is hierom niet noodzakelijk, het aspect ‘archeologie’ vormt geen belemmering voor uitvoering van voorliggend plan. Cultuurhistorie Het projectgebied bevat geen rijks-, provinciale of gemeentelijke monumenten. Ook in de nabijheid van het plangebied zijn deze niet aanwezig. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

Conclusie

04.11 Gezondheid De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten - waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om:

49

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Het aspect ‘Archeologie en Cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

•

Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?);

•

Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid).

Toets Met dit project wordt het mogelijk gemaakt om 8 appartementen te realiseren. Dit kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden/bezoekers/inwoners van de gemeente. Het draagt bij aan de woningbehoefte in de dorpskern. De woningen die worden gebouwd zijn moderne woningen. Door het toevoegen van woningen word de kans vergroot op doorstroming van woningen binnen Hof van Twente. Hierdoor vinden meer personen een

50

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

geschikte woning die past bij zijn of haar leefomstandigheden/ levensfase. Dit komt de gezondheid ten goede.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

05 UITVOERBAARHEID

05.1

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal Afdeling 13.6 van de Omgevingswet bevat de regeling voor kostenverhaal. De wet geeft de uitgangspunten en vereisten op basis waarvan wordt bepaald of kostenverhaal verplicht is en hoe de kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald. De verplichting tot kostenverhaal geldt voor particuliere grondeigenaren die een bouwplan als bedoeld in artikel 13.11 Omgevingswet en artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit kunnen realiseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bouw van een of meerdere woningen of een nieuw hoofdgebouw.

Uit artikel 13.11 Ow volgt dat het verhaal van kosten via een anterieure overeenkomst mag plaatsvinden. De initiatiefnemer heeft met de gemeente een anterieure overeenkomst afgesloten.

Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie heeft betrekking op vergoeding van schade veroorzaakte door rechtmatige besluiten en handelen van de overheid. Nadeelcompensatie binnen de Omgevingswet gaat over besluiten of maatregelen: •

die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten;

•

die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving.

De schadeoorzaken zijn limitatief opgesomd in artikel 15.1 van de Omgevingswet. Dit betekent dat de wet de schadeoorzaken uitputtend regelt. Er zijn dus geen andere schadeoorzaken mogelijk dan die in de Omgevingswet staan. Schadeoorzaken zijn onder meer: een omgevingsvergunning, een regel in het omgevingsplan met rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven of een maatwerkvoorschrift.

In de anterieure overeenkomst zijn afspraken vastgelegd over nadeelcompensatie.

05.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Besluit ruimtelijke ordening) vervallen. Echter is er wel een algemeen artikel opgenomen waarin staat dat bestuursorganen onderling moeten afstemmen (artikel 2.2 Ow). In dat kader wordt het vooroverleg door de verschillende bestuursorganen alsnog gehanteerd.

51

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het wettelijke vooroverleg (op basis van artikel 3.1.1

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

Vooroverleg Provincie Overijssel In het kader van vooroverleg met de provincie Overijssel zijn kaders opgesteld wanneer vooroverleg benodigd word. Bij realisatie van 8 appartementen is er volgens de uitzonderingenlijst van provincie Overijssel geen vooroverleg benodigd.

Waterschap Vechtstromen Via de digitale watertoets is het waterschap geïnformeerd in het kader van de ‘weging van het waterbelang’. Hieruit is gebleken dat er geen belangen worden geraakt van het waterschap.

Participatie Verslag omgevingscommunicatie Begin november hebben wij de omwonenden geïnformeerd over de voorgenomen verbouwing. De reacties waren enthousiast. Er is een goede relatie met de buurt, en de verstandhouding is positief. De omwonenden zijn verheugd dat de locatie eindelijk wordt opgewaardeerd.

Beslistermijn De beslistermijn voor aanvraag omgevingsvergunning is normaliter 8 weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn 1 maal verlengen met maximaal 6 weken (artikel 16.64 lid 1 en 2 van de Omgevingswet, en 4:14 Algemene wet bestuursrecht). Bezwaar De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Het bezwaar dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat

52

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

06 EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES

06.1

Belangenafweging en conclusie

Het college heeft bij het bepalen om wel of geen vergunning te verlenen om af te wijken van het omgevingsplan beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoeringen vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen.

Ondanks dat het project in strijd is met het omgevingsplan kan de omgevingsvergunning voor het project worden verleend, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl.

Uit hoofdstuk 3 blijkt dat het project geen belemmering vormt voor het beleidskader van het rijk, provincie en gemeente. In hoofdstuk 4 is getoetst aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. Hieruit blijkt dat met de beoogde ontwikkeling er nog steeds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de omgevingsvergunning geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het verlenen van de omgevingsvergunning is evenwichtig en

53

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

geschikt om het project te realiseren.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HENGEVELDERSTRAAT 45, GOOR

54

07.1

Bijlage 1: Watertoets

07.2

Bijlage 2: Verkennend (asbest)bodemonderzoek

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

07 BIJLAGEN

Het wateradvies

Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van hhelpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen vanet Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Geen belang procedure

Op basis van onderstaande locatie

04-02-2025 08:47

1

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Vragen en antwoorden uit de check 1 Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

ja

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?

nee

Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast?

nee

04-02-2025 08:47

2

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Details 1. Geen belang procedure Wateradvies Geen Waterschapsbelang

Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets van waterschap Rivierenland. Uit de gegevens die u heeft ingevoerd volgt dat het plan uitsluitend een functieverandering van bestaande bebouwing betreft. Er vindt geen aanpassing van bebouwing of ruimte plaats. Waterschap Vechtstromen heeft geen bezwaar tegen dit plan. Het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan Waterschap Vechtstromen.

Wat moet ik doen? Overleg met het waterschap is niet nodig. Mochten er in de toekomst wijzigingen in het plan voordoen, dan kunt u de Digitale Watertoets nogmaals doen.

Waar moet ik op letten? Eventueel vereiste (water)vergunningen worden niet geregeld met deze Digitale Watertoets en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de meeste gevallen de gemeente bevoegd gezag is, dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.

04-02-2025 08:47

3

https://hetwateradvies.nl

RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Hengevelderstraat 45 - Goor

Opdrachtgever: Bouwbedrijf Van der Aa Locatie: Hengevelderstraat 45 7471 CG Goor April 2024

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 Bankgegevens: KvK: 06068751 ABN AMRO: BTW-nr: NL 8019.25.125.B01 NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Hengevelderstraat 45 - Goor

Opdrachtgever: Bouwbedrijf Van der Aa Hunenborgseweg 6 7634 PK Tilligte Locatie: Hengevelderstraat 45 7471 CG Goor Projectcode: 24013916 Rapportagedatum: 2 april 2024 Projectleider: De heer R. Munsterhuis Auteur: Mevrouw ing. H. Stevelink Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 5

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

6 6 7 7 8 9

4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses

10 10 10 12 13 13

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

14

6

Literatuur en bronvermelding

16

Bijlagen I

Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2005 Boorplan verkennend/nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu, december 2005 Boorplan asbestbodemonderzoek Hunneman, november 2011 Boorplan asbestbodemonderzoek Hunneman, januari 2012 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Tauw, juni 2019 Overzicht ontgravingen en onderzoeken BUS-melding Ortageo, februari 2020 Ontgravingscontouren evaluatie sanering Ortageo, juni 2020 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2024 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Bodeminformatie gemeente Hof van Twente VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 24013916

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Bouwbedrijf Van der Aa op een terreindeel aan de Hengevelderstraat 45 in Goor door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande aankoop en herontwikkeling van het terrein. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de aankoop en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem ten behoeve van de financiële waardering van het perceel. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond als heterogeen verdacht wordt beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater worden beschouwd als onverdacht voor de aanwezigheid van de chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket.

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch Vooronderzoek, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een verdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre asbest in de grond of in puin de normwaarden overschrijdt. Het veldwerk is uitgevoerd in maart 2024 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever.

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of hun persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 24013916

Pagina 1 van 16

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hengevelderstraat 45, in de bebouwde kom van Goor. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 237.181 en y = 472.606 en is kadastraal bekend als: gemeente Goor, sectie C, nummers 4985 en 4986. De Hengevelderstraat bevindt zich ten zuidwesten van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is bebouwd met een leegstaand kantoorpand. Inpandig zijn betonvloeren aanwezig. Het onbebouwde terreindeel is grotendeels verhard met klinkers en deels in gebruik als tuin en begroeid met bomen en struiken. Onderzoekslocatie In het kader van de geplande aankoop en herontwikkelingsplannen is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie in deels bebouwd en grotendeels verhard en omvat 901 m².

In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2005; - Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, december 2005; - Boorplan asbestbodemonderzoek Hunneman, november 2011; - Boorplan asbestbodemonderzoek Hunneman, januari 2012; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Tauw, juni 2019; - Overzicht ontgravingen en onderzoeken BUS-melding Ortageo, februari 2020; - Ontgravingscontouren evaluatie sanering Ortageo, juni 2020; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2024. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel kantoorbestemming. Het gebouw op de onderzoekslocatie dateert oorspronkelijk van 1910 (bron: BAG-viewer); - voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel.

Op het terrein direct ten oosten van de huidige onderzoekslocatie is een ondergrondse HBO-tank aanwezig (geweest). Deze tank aan de Hengevelderstraat 57 is in 1995 gesaneerd door Isotank (gereinigd en verwijderd). Ter plekke zijn geen verontreiniging in de bodem aangetroffen (bron: verkennend bodemonderzoek van Kruse Milieu BV, oktober 2005 met projectnummer 05039590). Ter plekke van Kloosterlaan 11, op minimaal 25 meter ten noordoosten van de huidige onderzoekslocatie, is eveneens een ondergrondse HBO-tank aanwezig (geweest); - de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; Kruse Milieu BV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4174/documents/58358