Meerjarenbegroting 2026-2030 OPO Hof van Twente.pdf
Tekst van het document
25
De totale overige lasten zijn € 55.900 hoger ten opzichte van de begroting 2025. De meeste leveranciers voeren een inflatiecorrectie door van 5%. De totale overige lasten bedragen € 739.900 en daardoor wordt het verschil veroorzaakt.
7.1.3 Financiële baten en lasten OPO Hof van Twente is al enkele jaren aangesloten bij Schatkistbankieren. Deze keuze had destijds te maken met het feit dat er boeterente werd geheven bij de huisbankier. Deze boeterente hebben de grote banken inmiddels gelukkig achterwege gelaten. OPO Hof van Twente is echter nog steeds bij Schatkistbankieren aangesloten. Op dit moment (november 2025) ontvangt de stichting slechts 1,9% (2025: 3,1%) aan creditrente via het Schatkistbankieren. Gezien de gestalde liquiditeiten en de inschatting dat de rente nog verder zal dalen, verwacht de stichting de komende jaren een rentebate van € 30.000. Aan rentelasten is totaal € 26.500 opgenomen. Een groot deel (€ 20.000) betreft de lening die bij het Energiefonds Overijssel B.V. is afgesloten. Ook wordt€ 5.000 rente aan de gemeente betaald betreffende leningen IKC Stedeke en IKC Markelo. De overige € 1.500 zijn de reguliere bankkosten.
26
8.
Continuïteitsparagraaf
De continuïteitsparagraaf is een wettelijk verplicht onderdeel van het jaarverslag en geeft inzicht in de meerjarenbegroting en de risicobeheersing. Met de continuïteitsparagraaf wordt inzicht gegeven in de (financiële) consequenties van voorgenomen beleid en als afgeleide de exploitatieresultaten. In het jaarverslag dient gerapporteerd te worden over het financiële beleid en de verwachte effecten daarvan in de drie verslagjaren volgend op het verslagjaar. Bij majeure investeringen na het derde jaar dienen ook de jaren 4 en 5 meegenomen te worden. De stichting gaat niet uit van investeringen in die periode. Onder een majeure investering wordt verstaan elke investering die een aanzienlijke invloed heeft op de bedrijfsvoering dan wel de vermogenspositie van de betrokken instelling. Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de instelling gelijk is of groter dan 15%. Op basis van de meerjarenbegroting is er geen sprake van majeure investeringen. Onderdelen betreffen: a. Balansramingen b. Raming van staat van baten en lasten c. Kengetallen (financiële kengetallen, personeel per categorie en leerlingaantallen) Ad a. Balansramingen Naar aanleiding van de meerjarenbegroting en de prognose van de balans per 31 december 2025 is de verwachting dat de meerjarenbalans er als volgt uit komt te zien:
De ontwikkeling van materiele vaste activa is gebaseerd op de voorgenomen investeringen en de daaruit voortvloeiende afschrijvingslasten zoals opgenomen in de begroting. De boekwaarde van de materiële vaste activa is de laatste jaren fors toegenomen door allerlei investeringen. Dit wordt ook veroorzaakt door de keuze om kosten voor groot onderhoud te activeren en af te schrijven. De investeringen groot onderhoud voor de kleine scholen is uitgegaan van een totale beschikking vanuit de gemeente van € 62.500. De mutaties van het eigen vermogen in de komende jaren zijn het gevolg van de gepresenteerde exploitatieresultaten 2026-2030. De post voorzieningen blijft de komende jaren op een constant niveau waarbij is uitgegaan van lagere inzet en hogere loonkosten. De langlopende schuld (Energiefonds Overijssel) is in 2022 volledig benut en zal door de jaarlijkse aflossing met € 50.000 afnemen. Daarnaast heeft de stichting nog twee leningen bij de Gemeente Hof van Twente. Dit betreffen leningen voor duurzaamheidsinvesteringen bij obs Stedeke en obs de Zwaluw. Ook deze zullen jaarlijks afnemen als gevolg de jaarlijkse aflossingsverplichtingen. Uiteindelijk fungeert de post liquide middelen als sluitpost.
27
Stand leningen per 31 december 2025: Energiefonds Overijssel € 737.000 (Starthoogte lening € 1.000.000) IKC Stedeke € 253.000 (Starthoogte lening € 331.000) Kindcentrum Markelo € 149.000 (Starthoogte lening € 218.000) Ad. b. Raming van staat van baten en lasten Zie hoofdstuk 6 voor de uitwerking en de toelichting op de meerjarenbegroting. Ad. c. Kengetallen Onderstaand worden de kengetallen gepresenteerd zoals die volgen uit de hierboven opgenomen meerjarenbegroting en meerjarenbalans zoals die volgt uit de eindejaar prognose 2025 en meerjarenbegroting 2026-2030.
Op basis van de hierboven gepresenteerde financiële kengetallen kan geconcludeerd worden dat bij OPO Hof van Twente het kengetal weerstandsvermogen 1 onder de gewenste norm bevindt. Het weerstandsvermogen ligt namelijk fors onder de gewenste norm van 5% en dit wordt volledig veroorzaakt door de toename van de materiele vaste activa (groot onderhoud, meubilair, duurzaamheid, ICT etc.). De duurzaamheidsinvesteringen worden door middel van vreemd vermogen gefinancierd. OPO Hof van Twente heeft er bewust voor gekozen te investeren in de verduurzaming van haar gebouwen en accepteert dat dit kengetal ook de komende jaren onder de gewenste norm bivakkeert. 28
De door OPO Hof van Twente gedane duurzaamheidsinvesteringen zijn niet intern vanuit het eigen vermogen gefinancierd maar extern met vreemd vermogen in de vorm van de duurzaamheidslening bij het Energiefonds Overijssel. In de berekening van het weerstandsvermogen wordt daar echter geen rekening mee gehouden en dus wordt het totale bedrag van de materiële vaste activa in de berekening in mindering gebracht op het eigen vermogen. Het zou zuiverder zijn als in de berekening van het weerstandsvermogen het bedrag van de materiële vaste activa dat extern met vreemd vermogen gefinancierd is, niet in mindering gebracht zou worden. De uitkomst op deze wijze berekend zou meer recht doen aan de feitelijke situatie en is daarmee ook beter vergelijkbaar met sectorcijfers. De liquiditeit is voldoende maar is zeker niet aan de ruime kant. De liquiditeit is eveneens de komende jaren een punt van aandacht. Ook met inachtneming dat de cao (gestegen werkgeverslasten) door schoolbesturen de eerste acht maanden zelf voorgefinancierd moet worden. Het kengetal reservepositie laat zien dat OPO Hof van Twente geen bovenmatig publiek eigen vermogen bezitten. Door de forse duurzaamheidsinvesteringen geeft het kengetal reservepositie een wat vertekend beeld, echter geeft de risicoanalyse een buffervermogen van 1,5 keer het buffervermogen van € 820.000 aan.
Dus de stichting moet een minimale eigen vermogen hebben van € 1.230.000. Op basis van deze analyse zit OPO Hof van Twente boven het vereiste buffervermogen.
Toelichting Liquiditeit (current ratio): vlottende activa / kortlopende schulden Geeft aan in welke mate de instelling aan haar verplichtingen op korte termijn kan voldoen. Solvabiliteit 1: eigen vermogen / totaal passiva Geeft aan op welke wijze de bezittingen, op de actiefzijde van de balans, zijn gefinancierd. Solvabiliteit 2: (eigen vermogen + voorzieningen) / totaal passiva Geeft aan op welke wijze de bezittingen, op de actiefzijde van de balans, zijn gefinancierd. Rentabiliteit: resultaat / totale baten Geeft aan welk deel van de totale baten over blijft na aftrek van de lasten. Dit jaar is de signaleringsgrens niet van toepassing. Weerstandsvermogen 1: (eigen vermogen -/- materiële vaste activa) / Rijksbijdragen OCW Is de verhouding tussen het eigen vermogen minus de materiële vaste activa en de omvang van de Rijksbijdragen. Weerstandsvermogen 2: eigen vermogen/ Rijksbijdragen OCW Is de verhouding tussen het eigen vermogen en de omvang van de Rijksbijdragen. Dit kengetal is ten opzichte van voorgaande jaren nieuw aangezien deze ook in het accountantsrapport is opgenomen.
29
Signaleringswaarde publiek eigen vermogen Inspectie In 2020 heeft de Onderwijsinspectie de signaleringswaarde voor (publieke) reserves van onderwijsinstellingen geïntroduceerd. De signaleringswaarde is 1.0. Zodra het (publieke) eigen vermogen boven de signaleringswaarde uitkomt, is dit volgens de inspectie een indicatie dat het bestuur mogelijk te veel eigen vermogen ongebruikt laat. Onderstaand een overzicht met de berekeningen van het bovenmatig publiek eigen vermogen per ultimo 2023 en de prognoses 2025 tot en met 2030.
De verwachting is dat de signaleringswaarde per ultimo 2025 uitkomt op 0,6. Hiermee zit de stichting onder de signaleringswaarde van 1,0 zoals die gesteld is door de inspectie. Dit houdt in dat de stichting meer dan voldoende inzet ten gunste van het onderwijs. Zichtbaar is dat de signaleringswaarde de komende jaren onder de 1,0 blijft. Grotendeels wordt dit veroorzaakt door de forse duurzaamheidsinvesteringen en de keuze voor het activeren en afschrijven van groot onderhoud.
30