Goor, herziening Wijnkamp 26_Rozenstraat_Toelichting.pdf
Tekst van het document
15-10-2021, projectnummer 21.035) zie Bijlage 3 Akoestisch onderzoek. In dit onderzoek is een berekening gemaakt voor de geluidbelasting als gevolg het wegverkeerslawaai van de Wijnkamp en de Rozenstraat en het geluid afkomstig van de spelende kinderen op de schoolplein. Uit het onderzoek blijkt dat: m.b.t. wegverkeerslawaai: De geluidbelasting op de zuid- en westgevel van de appartementen aan de
34
vastgesteld
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Rozenstraat overschrijden de 53 dB; De geluidbelasting op de noordwestgevel van de appartementen aan de Wijnkamp overschrijdt de 53 dB; Voor deze gevels moeten extra geluidwerende voorzieningen bepaald worden om aan het maximale binnenniveau van 33 dB te voldoen. Dit zal in een gevelweringonderzoek moeten worden aangetoond. m.b.t. geluid afkomstig van de school: Ten gevolge van spelende kinderen ter plaatse van de toekomstige appartementen aan de overzijde het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 50 dB(A) in de dagperiode bedraagt. De norm van 50 dB(A) wordt niet overschreden ter plaatse van de appartementen. Ten gevolge van piekgeluiden van spelende kinderen ter plaatse van de toekomstige appartementen het maximale geluidniveau maximaal 66 dB(A) in de dagperiode bedraagt. Er wordt voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) voor het maximale geluidniveau. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning zal de binnenwaarde van de appartementen worden aangetoond. Conclusie Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor het realiseren van dit bestemmingsplan. De spoorlijn van Hengelo - Zutphen ligt op afstand van minimaal 340 meter en dat levert geen problemen op. De aspecten railverkeerslawaai en industrielawaai vormen geen belemmering voor het realiseren van dit bestemmingsplan.
4.6
Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan
vastgesteld
35
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Op basis van deze ontwikkeling worden er 20 appartementen gerealiseerd. Dit valt ruim onder de genoemde aantallen. Voor dit plan is een worst-case berekening gemaakt, zie figuur 4.3.
Figuur 4.3: NIBM-berekening (bron: In de berekening is uitgegaan van een toename van 20 appartementen met de bijbehorende verkeersbewegingen. Hieruit blijkt dat de bijdrage niet in betekenende mate is en er geen nader onderzoek nodig is. In de bestaande situatie is er een bestaand pand met winkelruimte (ca. 1200 m²), dat gesloopt gaat worden, hetgeen ook verkeersbewegingen met zich meebrengt. De bestaande aantallen zijn in deze berekening niet meegenomen. Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot hetgeen er nu aanwezig is, kan worden gesteld dat dit plan voor de realisatie van 20 appartementen 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
36
vastgesteld
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
4.7
Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.
Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.
Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets Hieronder is een uitsnede uit de risicokaart weergegeven. Het plangebied is met een blauwe contour aangeduid. In de directe omgeving bevinden zich geen risico's.
vastgesteld
37
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Figuur 4.2: uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl). Uit de inventarisatie blijkt dat het dichtstbijzijnde risico, de spoorlijn is (traject Hengelo - Zutphen) op een afstand van minimaal 340 meter. De spoorlijn is opgenomen in het basisnet. Op een afstand van circa 700 m bevindt zich een fabriek (dakspecialist) en produceert golfplaten voor de landbouwsector. Ten noorden van het plangebied bevindt zich op circa 750 meter afstand een aardgasleiding (40 bar). Voor elk van deze risciobronnen geldt dat de afstand tot het plangebied dermate groot is dat zij geen gevaar vormen voor de te realiseren kwetsbare objecten. Conclusie Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.
38
vastgesteld
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
4.8
Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld.
In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: - de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; - de waterkwaliteit die onder druk staat: - de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2028 gaat werken aan haar opgaves. In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Totdat het beheerprogramma is uitgewerkt, gelden nog de beleidskaders van rijk en provincie die nader zijn uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd.
Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten
vastgesteld
39
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2024 (GRP) De gemeentelijke watertaken komen met name voort uit de Waterwet en Wet Milieubeheer. Deze taken hebben betrekking op de gemeentelijke zorgplicht voor - inzameling en transport van stedelijk afvalwater; - het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater; - grondwater(maatregelen). Het GRP beschrijft de beleidskaders (ambities) en de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater, hemel- en grondwater.
Het GRP gaat uit van de trits: vasthouden -> bergen -> afvoeren. De gedachte daarachter is dat water zoveel mogelijk wordt geïnfiltreerd. Als dit niet mogelijk is, dan dient het afstromende regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in laatste instantie kan worden overwogen het water (zo traag mogelijk) af te voeren naar de omgeving. De trits “schoonhouden --> scheiden --> zuiveren" omvat ten eerste het niet toelaten dat de kwaliteit van water verslechtert (schoon houden), vervolgens het gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. Door water schoon te houden en vuile waterstromen zoveel mogelijk gescheiden te houden kan de omvang van te zuiveren water worden beperkt en tevens het zuiveringsrendement worden verhoogd. Ontvlechting vindt in principe plaats als dat doelmatig en kosteneffectief is. Bij nieuwbouw is de aanleg van een gemeentelijk hemelwaterstelsel (riool of watergang) gebruikelijk, waar de particulier het hemelwater naartoe kan afvoeren. De infrastructuur wordt in principe zodanig ingericht dat de particulier in staat wordt gesteld het hemelwater (voor een deel) op eigen terrein te verwerken (lozen op aangrenzende sloot en/of infiltratie in de bodem).
Is verwerking op eigen terrein niet mogelijk dan kan de particulier het hemelwater bovengronds afvoeren naar het gemeentelijk hemelwaterstelsel. Bij de grondwaterzorgplicht hebben perceeleigenaren een eigen verantwoordelijkheid bij het voorkomen van grondwaterproblemen. Als de grondwaterstand echter te zeer wordt bepaald door factoren buiten het perceel van de grondeigenaar dan zal de gemeente, in samenspraak met waterbeheerder en provincie, maatregelen treffen om structurele grondwaterproblemen te voorkomen of te beperken. Ten aanzien van de verwerking van grondwater bij nieuwbouw kan worden gesteld dat dit voldoende wordt ondervangen in het “watertoets proces”. Hierbij worden vooraf de waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze meegewogen bij de ontwikkeling van nieuwbouwlocaties. Toetsing Over de waterparagraaf heeft overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer en de gemeente Hof van Twente. Initiatiefnemer heeft een onderbouwing opgesteld waarbij wordt ingegaan op de uitgangspuntennotitie van het Waterschap Vechtstromen. Deze onderbouwing is bijgevoegd, zie Bijlage 4 Onderbouwing beleidsregels waterschap Vechtstromen.
40
vastgesteld
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Het afvalwater zal worden aangesloten op het gemeenteriool, volgens de voorschriften van de gemeente. Voor dit plan wordt de voorkeur gegeven aan het onzichtbaar afvoeren van hemelwater. Er is geen sprake van toename van het verhard oppervlak, er is geringe afname. Dat is gerekend zonder de eventuele grasbetontegels. Met betrekking tot hemelwater kan worden gesteld dat aan de waterbergingseis van 55 liter/m² kan worden voldaan door de aanleg van een IT-buis op eigen terrein. Afvoer van het overtollig hemelwater vindt plaats via het infiltratieriool in de Rozenstraat. In het plan wordt rekening gehouden met realisatie van groene zones. Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling. Watertoetsproces Op 10 december 2021 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 5 Uitgangspunten waterparagraaf. Daaruit volgt dat de normale procedure gevolgd moet worden.
4.9
Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Lycens B.V. heeft een quickscan ecologisch onderzoek voor deze locatie uitgevoerd (22 november 2021, projectnummer 2021-0063), zie Bijlage 6 Quickscan ecologisch onderzoek De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) Het plangebied ligt op minimaal 1,08 km afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.
vastgesteld
41
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Figuur 4.3: Ligging plangebied t.o.v. NNN-gebied (www.ruimtelijkeplannen.nl) Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. De bescherming van Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking in Overijssel. Uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Overijssel. Natura 2000-gebied Het plangebied ligt op minimaal 6,23 km afstand van het dichtstbijziijnde Natura2000-gebied (De Borkeld).
Figuur 4.4: Afstand plangebied t.o.v. Natura 2000 (bron: pdokviewer.nl) Conclusie Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Een negatief effect van stikstof op Natura2000-gebied als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan niet worden uitgesloten. Een stikstofberekening is daarom noodzakelijk. Stikstofdepositie Voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling zullen er werkvoertuigen ingezet worden die gebruik maken van fossiele brandstoffen. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen wordt er stikstof in verbindingen uitgestoten welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Ook voertuigen van en naar de planlocatie die gebruik maken van fossiele brandstoffen stoten stikstof uit. De effecten van deze emissie op kwetsbare natuur in Natura2000-gebieden zijn onderzocht, via een AERIUS-berekening. De rapportage is als g van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten van de AERIUS-berekening weergegeven. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2021. Voor de beoogde situatie is gerekend voor het rekenjaar 2022.
Als bijlagen bij deze rapportage behoren AERIUS projectbestanden met rekenresultaten (bronnen, rekenpunten en resultaten) van de gebruiksfase Voor de rekenresultaten en invoergegevens wordt verwezen naar Bijlage 8 Stikstofonderzoek
42
vastgesteld
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Gebruiksfase Uit de berekening volgt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Conclusie Als gevolg van het gebruik van de appartementen aan de Wijnkamp - Rozenstraat komt er NOx en NH3 vrij. Door uitvoering van de AERIUS berekening is aangetoond dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof of ammoniak. In gebruiksfase ligt de emissie niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. De AERIUS Calculator 2021 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. De Wet natuurbescherming vormt voor het aspect stikstof en ammoniak geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. Wettelijke consequenties m.b.t. soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten.
Beschermde diersoorten benutten het plangebied mogelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren en vleermuizen er een vast (winter)rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Amfibieën bezetten geen voortplantingsplaats in het plangebied. Verblijfsplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd en mogen alleen met een onthefffing beschadigd of vernield worden en vleermuizen mogen alleen verstoord worden indien daarvoor een ontheffing is verkregen. Het bestaande pand aan de Wijnkamp is mogelijk geschikt als verblijfsplaats voor vleermuizen omdat achter de kantpannen kieren zitten, die kunnen dienen als invliegopening. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen, is specifiek vervolgonderzoek vereist. Het te slopen pand aan de Wijnkamp is gedekt met dakpannen en dakbeschot. Tussen de dakpannen en dakgoot zitten kieren die huismussen kunnen benutten om er een nestplaats onder te bezetten. De nokpannen sluiten niet naadloos aan op de gevel waardoor nesten van gierzwaluwen in het gebouw niet uitgesloten kunnen worden. Het nest van een huismus en gierzwaluw is jaarrond beschermd en alleen met een ontheffing beschadigd of vernield worden en huismussen mogen alleen verstoord worden indien daarvoor een ontheffing is verkregen.
Om nesten van huismussen en gierzwaluwen in de bebouwing in het plangebied te kunnen vaststellen, is specifiek vervolgonderzoek vereist. Voor de overige nestelende vogelsoorten in het plangebied, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Het plangebied is mogelijk geschikt voor de egel doordat er heggen en struiken aanwezig zijn. De egel en de vaste rust- en voorplantingsplaats van de egel zijn beschermd. De egel mag niet gedood worden en de vaste rust- en voortplantingsplaats mag niet zonder ontheffing beschadigd of vernield worden of er dient gewerkt te worden volgens een door de minister goedgekeurde en toepasbare Gedragscode. Voor het mogen uitvoeren van activiteiten, met negatieve gevolgen voor de egel, is een ontheffing van de verbodsbepalingen nodig.
vastgesteld
43
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Voor de egels is een ecologisch werkprotocol opgesteld, zie Bijlage 7 Egel werkprotocol. Dit protocol is opgesteld om mitigerende maatregelen te borgen en te voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het gaat in op mitigerende maatregelen die getroffen moeten worden ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden en wat te doen in geval van calamiteiten. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommigen beschermde dieren af. Echter leidt dit niet tot wettelijke consequenties. Conclusie Nader onderzoek naar de nestplaatsen van de gierzwaluw en huismus is noodzakelijk en tevens een nader onderzoek naar de verblijfsplaatsen van vleermuizen. Met daarnaast het advies de beplanting te verwijderen buiten het broedvogelseizoen, leidt de Wet natuurbescherming niet tot belemmeringen voor deze ontwikkeling, mits dit ook uit de nadere onderzoeken blijkt.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeenteraad van Hof van Twente heeft beleid voor archeologie vastgesteld (15 december 2009). Op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Hof van Twente staan archeologische rijksmonumenten en de kans op archeologische vondsten vermeld. Per gebied zijn criteria opgesteld wanneer een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Hieronder is een uitsnede opgenomen van de verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeente Hof van Twente.
44
vastgesteld
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Figuur 4.5: uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadviesk aart (bron: gemeente Hof van Twente) Toets Het plangebied ligt in een gebied met een middelhoge verwachting. Dat betekent dat er bij ingrepen dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 5.000 m² een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het plangebied is ruim 3.100 m². Dat is minder dan de aangegeven 5.000 m² en een archeologisch onderzoek is daarom niet vereist. In dit bestemmingsplan wordt de archeologische verwachtingswaarde conform het geldende bestemmingsplan (weer) opgenomen en wel als dubbelbestemming. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. De gemeente heeft een Erfgoednotitie 2018-2022 van de Erfgoedcommissie Hof van Twente. Hierin wordt onder andere het beleid en de visie van erfgoed binnen de gemeente uiteengezet.
Om te bepalen of het aspect cultuurhistorie van belang is voor het ontwikkelingsinitiatief is gebruik gemaakt van de rijks- en gemeentelijke monumentenlijst.
vastgesteld
45
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Toets Op basis van de erfgoedlijsten kan worden geconcludeerd dat het plangebied geen monumenten omvat. Aan de Rozenstraat, aan de overzijde, is een gemeentelijk monument gesitueerd. Bij de uitvoering van de bouwwerkzaamheden dient rekening te worden gehouden met deze locatie. Conclusie Gezien het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect 'cultuurhistorie' geen belemmering vormt voor deze planontwikkeling.
4.11
Verkeer / parkeren Eén appartementengebouw wordt gebouwd aan de Wijnkamp en de andere aan de Rozenstraat. De beide gebouwen krijgen een gezamenlijke ontsluiting via de Rozenstraat. Het parkeerterrein bevindt zich tussen de beide gebouwen en een aantal langsparkeerplekken langs de Rozenstraat en langs de Wijnkamp. Beide gebouwen hebben zowel een entree aan de voorzijde als aan de achterzijde. Verkeer Op basis van de gegevens van het CROW kunnen de complexen worden aangemerkt als 'koopappartementen, prijsklasse duur', in een gebied dat wordt aangemerkt als 'weinig stedelijk, centrum'. Uitgaande van de bijbehorende kencijfers betekent dat 144 verkeersbewegingen per etmaal voor deze appartementen. In het pand was een woonwinkel gevestigd met een oppervlakte van circa 800 m². Uitgaande van dezelfde indeling, hoort hier een gemiddelde bij van 6,5 verkeersbewegingen per 100 m². Dat betekent 52 verkeersbewegingen per etmaal. Dit alles betekent een toename van 92 verkeersbewegingen. Het verkeer wordt ontsloten via de Rozenstraat in de richitng van de Iependijk. Gelet op de inrichting van deze ontsluitingswegen gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld en vindt er geen overlast plaats. De auto's die langs de Wijnkamp worden geparkeerd, kunnen via deze weg naar de Hengevelderstraat/Deldensestraat, die extra verkeersbewegingen prima aan kunnen.
Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op. Parkeren In het Gemeentelijk Mobiliteitsplan 2016-2020 is aangegeven dat een nieuwe ontwikkeling niet mag leiden tot een toename van de parkeerdruk op de openbare parkeerplaatsen. Daarom wordt voor het bepalen van de benodigde parkeercapaciteit, de parkeerkencijfers gehanteerd zoals die zijn verwoord in de Parkeernormen Hof van Twente (zie Bijlage 9 Parkeernormen Hof van Twente). Er is bekeken welke parkeerbehoefte er is in de nieuwe situatie. Daaruit volgt dat er 27,2 parkeerplaatsen nodig zijn voor de 16 middeldure appartementen en 7,6 parkeerplaatsen voor de 4 dure appartementen. Dat zijn afgerond in totaal 35 parkeerplaatsen. Op eigen terrein worden 30 parkeerplaatsen gerealiseerd. Langs de Rozenstraat worden aan de noordzijde van de straat, vier extra parkeerplaatsen (langsparkeren) aangelegd. Aan de zuidzijde wordt een gehandicaptenparkeerplaats opgeheven in verband met het verdwijnen van de welzijnsinstelling die gaat verhuizen. Het plan kan daarmee voldoen aan de parkeernormen van de gemeente Hof van Twente. Conclusie Het aspect 'parkeren' levert geen belemmeringen op voor dit plan.
46
vastgesteld
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
Algemene toelichting op de verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien deze in de regels daaraan wordt gegeven. Op de verbeelding is informatie (topografische gegevens) opgenomen voor de leesbaarheid. Deze ondergrond heeft geen juridische status. Deze informatie is weergegeven bij de verklaring.
5.3
Algemene toelichting op de regels De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: hoofdstuk 1 (inleidende regels) met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) met daarin per bestemming onder een bestemmingsomschrijving, bouwregels, gebruiksregels en afwijkingsregels; hoofdstuk 3 (algemene regels) met daarin een anti-dubbeltelregel en algemene bouwregels, algemene wijzigingsregels en overige regels; hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) met daarin het overgangsrecht en een slotbepaling.
5.4
Toelichting regels bestemmingsplan In deze paragraaf wordt de bestemmingsplanregeling van dit plan nader toegelicht. In dit bestemmingsplan komt de hoofdbestemming 'Woongebied - 1' voor en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Bestemming 'Woongebied -1' (artikel 3) De voor woongebied-1 aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen. De gebouwen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak. het aantal woningen is op de verbeelding aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. De gooten bouwhoogtes zijn op de verbeelding aangegeven. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' (artikel 4) De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere
vastgesteld
47
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Ter bescherming van deze gronden zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier niet verder toegelicht.
48
vastgesteld
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
vastgesteld
49
Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat
Hoofdstuk 7 7.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. De provincie heeft in haar reactie van 1 september 2021 aangegeven dat het plan in het provinciaal ruimtelijk beleid past. Waterschap Vechtstromen Op 10 december 2021 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat de normale procedure van toepassing is.
Inmiddels is na een overleg met de gemeente over de uitgangspunten van het Waterschap in een onderbouwing (zie bijlage 3 toelichting) aangegeven hoe aan deze uitgangspunten kan worden voldaan.
7.2
Participatie Er is diverse keren overleg geweest met de buurtbewoners, zowel met enkele bewoners apart als met grotere groep buurtbewoners. Daarbij is gesproken over de plannen en de aandachtspunten van de omwonenden. Toegang tot de percelen, erfafscheidingen, maatvoering van de gebouwen en bezonning / inkijk in de tuinen zijn punten die naar voren komen. De buren zijn positief over de herontwikkeling van een leegstaand pand.
50
vastgesteld
Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Projectleider Plannaam Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat Opgesteld door Adres Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471DK Goor www.hofvantwente.nl