CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Goor, herziening Wijnkamp 26_Rozenstraat_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 9: Vaststellen bestemmingsplan Wijnkamp 26 / Rozenstraat Goor14.296 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.GOxWijn26Rozenstr-VG01

BESTEMMINGSPLAN

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

4 4 4 6 8 8

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie

9 9 10

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid

15 15 17 25

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieuzonering Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

29 29 30 32 32 34 35 37 39 41 44 46

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4

Juridische toelichting Planopzet en systematiek Algemene toelichting op de verbeelding Algemene toelichting op de regels Toelichting regels bestemmingsplan

47 47 47 47 47

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

49

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Participatie

50 50 50

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Toelichting

vastgesteld

3

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voor het gebied liggend tussen de Wijnkamp en de Rozenstraat in Goor is een plan ontwikkeld. Initiatiefnemer wenst dit gebied te herontwikkelen voor 20 appartementen bestaande uit twee appartementengebouwen, waarbij er één is gesitueerd aan de Wijnkamp en de andere aan de Rozenstraat. Deze planlocatie is aan de Rozenstraat onbebouwd en aan de zijde van de Wijnkamp, ter plekke van Wijnkamp 26-28, betreft het een voormalige winkelruimte. Het adres Wijnkamp 28 wordt nog bewoond, Wijnkamp 26 niet meer. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze herontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied ligt in de kern Goor en bestaat uit de percelen Wijnkamp 26 en 28 en tevens een onbebouwde locatie aan de Rozenstraat (naast nummer 1). Het plangebied ligt dichtbij het centrum, aan de oostzijde van de kern Goor. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Goor nummers 5470, 5471 (gedeeltelijk) , 5812 en 6598. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

4

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: GoogleMaps) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood kader). Op deze luchtfoto zijn de kadastrale grenzen weergegeven. Op de verbeelding is de exacte begrenzing van het plangebied aangegeven.

vastgesteld

5

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: PDOKviewer)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan "Goor", dat door de gemeenteraad van de Hof van Twente is vastgesteld op 30-10-2018. In figuur 1.3 is een uitsnede uit het geldende bestemmingsplan weergegeven.

6

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan "Goor" (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Detailhandel' toegekend met, voor bijna het gehele plangebied, de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Een kleiner gedeelte heeft de bestemming "Woongebied" en "Maatschappelijk". De gronden zijn daarmee bestemd voor detailhandel, dienstverlenende bedrijven, webwinkels, bestaande aantal woningen op de verdieping van de gebouwen, groenvoorzieningen, water, verkeers- en verblijfsdoeleinden, parkeervoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen. Het gedeelte dat de woonbestemming heeft, is bedoeld voor het bestaande aantal woningen. Op dat gedeelte dat binnen het plangebied valt, bevindt zich geen woning en biedt dus geen mogelijkheid om woningen te realiseren. De gronden met de maatschappelijke bestemming zijn bedoeld voor maatschappelijke voorzieningen, wonen t.b.v. verzorging en verpleging, groenvoorzieningen, water, verkeers- en verblijfsdoeleinden, parkeervoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen.

Daarnaast geldt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie verwachting 2" waarin is bepaald dat er geen bouwwerken mogen worden gebouwd waarbij de bodem dieper dan 40 cm wordt geroerd, met uitzondering van bouwwerken ter vervanging van de bestaande bouwwerken en niet worden uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut en bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 5.000 m² ten behoeve van andere voor deze gronden geldene bestemmingen. Tevens ligt het plangebied in de 'milieuzone - intrekgebied', hetgeen betekent dat de gronden mede bestemd zijn voor de bescherming van de bodem- en de (grond)waterkwaliteit voor de drinkwatervoorziening. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om 20 appartementen te realiseren op deze locatie. Een herziening van het geldende

vastgesteld

7

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

bestemmingsplan is noodzakelijk. In het plangebied is tevens de bestaande woning Wijnkamp 30a meegenomen, omdat van de helft van het perceel de bestemming gewijzigd wordt naar een woonbestemming. Het gehele perceel wordt meegenomen in het plan.

1.4

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.GOxWijn26Rozenstr-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

8

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie In de huidige situatie is er aan de Wijnkamp in Goor sprake van een leegstaand pand waarin winkelruimte was gevestigd (zie figuur 2.1). Een pand bestaande uit drie bouwlagen.

Figuur 2.1: Huidig straatbeeld vanaf de Wijnkamp (bron: Googlestreetview) Het gedeelte van de planlocatie aan de Rozenstraat is een onbebouwd, verhard terrein.

vastgesteld

9

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 2.2: Huidig straatbeeld vanaf de Rozenstraat (bron: GoogleStreetview) Aan weerszijden van het voormalige winkelpand aan de Wijnkamp bevinden zich woningen. Ook aan de overzijde zijn woningen gelegen. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich verder een basisschool, logopediepratijk, een dienstverlenend bedrijf, dagbestedingslocatie en een aantal kantoorruimtes.

2.2

Toekomstige situatie Het voornemen is om in het plangebied twee appartementengebouwen te realiseren met in beide gebouwen 10 appartementen. Eén gebouw is georiënteerd op de Wijnkamp ("Het Wijnhof") en het andere appartementengebouw op de Rozenstraat ("Het Roosenhof"). In het gebied tussen de beide gebouwen is ruimte voor groen en parkeren ten behoeve van de appartementen. In dit gebied worden tevens de buitenbergingen voor de appartementen gerealiseerd. Het betreft 16 middendure koopappartementen en 4 dure koopappartementen.

10

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 2.3: Nieuwe situatie Wijnkamp / Rozenstraat (ten Dam architecten) De beide gebouwen kennen drie bouwlagen, waarbij de derde bouwlaag compacter is en verder terug ligt dan de beide onderliggende bouwlagen en geeft daarmee een accent aan het gebouw. Op de eerste en de tweede bouwlaag worden 4 appartementen gerealiseerd en op de derde bouwlaag 2 appartementen. In de gebouwen zijn liften aanwezig, waardoor de appartementen levensloopgeschikt kunnen worden gemaakt. De hoogte van de appartementengebouwen zijn maximaal 11 meter daar waar het gebouw een derde bouwlaag heeft. In figuur 2.4 is een impressie gegeven van het toekomstige straatbeeld aan de Wijnkamp. De voorgevelrooilijn van het appartementengebouw ligt in één lijn met de bestaande bebouwing aan weerszijden van het nieuwe gebouw. Op twee plekken springt de voorgevel ter plaatse van de entree terug. Daardoor ontstaat er een parcellering en is het appartementengebouw meer passend in het bestaande straatbeeld. De appartementen hebben het balkon c.q. terras aan de achterzijde.

vastgesteld

11

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 2.4: impressie toekomstig straatbeeld Wijnkamp (bron: Ten Dam architecten) In figuur 2.5 is een impressie gegeven van het toekomstige straatbeeld vanaf de Rozenstraat. Het Roosenhof aan de Rozenstraat krijgt een voorgevelrooilijn die verder oostwaarts terug springt en daardoor aansluit bij de voorgevelrooilijn van de naastgelegen basisschool. De appartementen van het Roosenhof hebben een balkon c.q. terras aan de voorzijde.

12

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 2.5: Impressie toekomstig straatbeeld Rozenstraat (bron: Ten Dam architecten) Voor de beide appartementengebouwen worden buitenbergingen gerealiseerd. Deze zijn gepland in de tussenliggende openbare ruimte. In de openbare ruimte tussen de beide gebouwen worden 30 parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van de appartementen. Op twee plekken komt een

vastgesteld

13

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

overkapping boven parkeerplaatsen. In deze openbare ruimte is ook ruimte voor groen aan de achterzijde van de beide gebouwen. Bomen maken ook deel uit van de inrichting van de openbare ruimte. Langs de Rozenstraat worden vier extra langsparkeerplaatsen aangelegd. Aan de zuidzijde van deze straat verdwijnt een gehandicaptenparkeerplaats vanwege verhuizing van een welzijnsinstelling. Daarmee zijn er voldoende parkeerplaatsen.

14

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie

vastgesteld

15

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van 20 appartementen in de kern van Goor, nabij het centrum. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeente en de provincie.

In de paragrafen 3.2.3 en 3.3.2 wordt de realisatie van de appartementen getoetst aan het provinciale beleid en aan het gemeentelijke beleid. Daarin wordt aangetoond dat het plan past binnen zowel het provinciale als het gemeentelijke woonbeleid. Daarmee past deze ontwikkeling binnen de prioriteiten van de NOVI en kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Voor woningbouw ligt de grens of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, tussen de 11 en 12 woningen. Bij de ontwikkeling van 11 woningen is er geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Als er 12 woningen worden gerealiseerd dan is er wel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Toets Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 20 appartementen mogelijk, op een locatie waar nu een winkelpand is gevestigd en het andere deel onbebouwd verhard terrein betreft. Het aantal van 20 appartementen wordt gezien de uitspraak over de aantallen, gezien

16

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

als een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld bij de Ladder van duurzame verstedelijking. Conform de de vereisten van de Ladder dient een ontwikkeling aan een behoefte te voldoen, zowel kwantitatief (woningbouwaantallen) als kwalitatief (doelgroep, type woning etc). Bestaand stedelijk gebied Zoals is beschreven, voldoet een ontwikkeling aan de Ladder als de behoefte is aangetoond en de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt. In artikel 1.1.1. onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied bevindt zich in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt aan de rand van het centrum van Goor, met rondom bebouwing. In de bestaande situatie staat in het plangebied reeds bebouwing. In de nieuwe situatie wordt meer bebouwing mogelijk gemaakt. De bebouwing beperkt zich tot de perceelsgrenzen. Er vindt daarnaast een functiewijziging plaats. De bestemmingen 'detailhandel' en 'maatschappelijk' worden gewijzigd in een woonbestemming.

Wanneer de behoefte aan de ontwikkeling wordt aangetoond wordt er voldaan aan de Ladder en hoeft er niet naar de beschikbaarheid en geschiktheid van andere locaties gekeken te worden. Behoefte Voor de totale gemeente Hof van Twente is een behoefte van 675 - 730 woningen. Daarvan is er voor 20-30% behoefte aan appartementen. Binnen de kern Goor is voor de periode 2021 - 2025 behoefte aan 240 - 245 woningen. In paragraaf 3.3 wordt de behoefte nader toegelicht. Deze herontwikkeling op een inbreidingslocatie voldoet daaraan en daarmee aan de Ladder voor duurzame ontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor

vastgesteld

17

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

18

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De volgende artikelen zijn relevant: artikel 2.1.2 Principe van concentratie lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2

vastgesteld

19

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijk heid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Het gaat in dit bestemmingsplan om een herontwikkeling van een locatie in de bebouwde kom. Het betreft dus een inbreidingslocatie. Het bestaande winkelpand wordt gesloopt en een nieuw appartementengebouw wordt op dezelfde locatie gerealiseerd. Het andere appartementengebouw wordt gerealiseerd op een onbebouwd, verhard terrein. Echter gezien de ligging nabij het centrum van de kern Goor, is het realiseren van een gebouw op deze locatie een logische plek. In het gemeentelijk beleid heeft inbreiding de voorkeur boven uitbreiding van de bebouwde kom. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: De nieuwe appartementengebouwen worden ingepast in de omgeving.

Het ontwerp (de uitstraling) van het gebouw en de bouwhoogte sluiten aan op de directe omgeving, waarin de gebouwen bestaan uit twee bouwlagen, met een compactere, derde bouwlaag. De Wijnkamp en de Rozenstraat zijn twee straten die aansluiten op het centrum/winkelgebied van de kern. Door de herontwikkeling van deze locatie verdwijnt een detailhandelsbestemming op een locatie net buiten het centrum. Een leegstaand pand dat wordt herontwikkeld en woningbouw voor terug komt. Dat is een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in de buurt. artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artik el 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. lid 4 De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voor dit plan: De gemeente Hof van Twente heeft in december 2021 de "Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025" vastgesteld.

De visie raakt bestaande beleidskaders, waaronder Regionale Woonagenda Twente, waarin de gezamenlijke uitgangspunten voor het regionale woonbeleid zijn vastgelegd. Op basis daarvan is de kwantitatieve programmering bepaald in prestatieafspraken tussen de provincie Overijssel en de Twentse gemeenten. De kwalitatieve programmering betreft echter lokaal maatwerk, waar gemeenten zelf invulling aan kunnen geven binnen de gezamenlijke contouren van de Regionale Woonvisie. De Woonvisie geeft daar invulling aan. Er wordt geconcludeerd dat het voornemen voldoet aan de principes van artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. In paragraaf 3.3.2 wordt het voornemen tevens getoetst aan de woonvisie van de gemeente Hof van Twente.

20

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is aangegeven (bron: provincie Overijssel) Aan het plangebied is het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocatie buiten de stedelijke netwerken' toegewezen. Steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid (mits onderbouwd en regionaal afgestemd). Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Daarnaast biedt dit kansen om te anticiperen op klimaatverandering en opwekken van duurzame energie. Doorwerking voor dit plan De plannen van initiatiefnemer doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor functies in de omgeving noch afbreuk aan de historische bebouwing in het centrum. Er wordt voorzien in een lokale behoefte in woningbouw. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

vastgesteld

21

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De kenmerken van deze aanduiding De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk zandlandschap achter, dat wordt gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. De ambitie is om deze natuurlijke verschillen meer sturend en beleefbaar te maken. Doorwerking voor dit plan Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, nabij het centrum, van Goor, tussen andere bebouwing. Er is geen sprake van waarneembare hoogteverschillen in deze buurt en is niet meer zodanig zichtbaar en beleefbaar. Het realiseren van dit bestemmingsplan heeft geen gevolgen voor dit kenmerk 'dekezandvlakte en ruggen'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude Hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

22

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het oude hoevenlanschap kenmerkt zich als een landschap met verspreide erven. Dit landschap ontwikkelde zich nadat de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Het landschap lijkt op het essenlandschap, alleen meer kleinschalig. De provincie stuurt erop dat ontwikkelingen plaatsvinden bijdragen aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van dit hoevenlandschap. Doorwerking voor dit plan Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, nabij het centrum, van Goor, tussen andere bebouwing. Er is geen sprake (meer) van hoevenlandschap in de omgeving. Het realiseren van de 20 appartementen heeft geen gevolgen voor dit landschap. Stedelijke laag Binnen de stedelijke laag valt het plangebied binnen het kenmerk "Historische centra, binnensteden en landstadjes" voor het appartementengebouw aan de Wijnkamp. Het andere gedeelte van het plangebied, het gebouw aan de Rozenstraat, ligt in het kenmerk de 'Bebouwingsschil 1950-1955'.

vastgesteld

23

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Figuur 3.5: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Kenmerkend voor de aanduiding de 'Historische centra binnensteden' vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling. De ambitie die hier bij hoort, is het versterken van het eigen karakter van het centrum, waarbij het patroon van straten, pleinen en andere openbare ruimten in stand wordt gehouden. Ter inspiratie wordt gestuurd bij nieuwe bebouwing dat het individueel is en afwisselend, voegt zich in de structuur van de omgeving. Kenmerkend voor de aanduiding "Bebouwingsschil 1900-1955" bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. De schil is op te delen in wijken met individuele panden, gekenmerkt door veel variatie in bebouwing en veel (openbaar) groen. Doorwerking voor dit plan De Wijnhof voegt zich in het straatbeeld van de Wijnkamp door de bestaande voorgevelrooilijn aan te houden, de uitvoering in bakstenen met accenten en in het metselwerk. Het gedeelte van het plangebied dat valt binnen de "Bebouwingsschil 1900-1955" wordt eveneens in baksteen uitgevoerd, maar heeft ook andere uitstraling door de balkons en de verspringende voorgevel, die past in het beeld van de Rozenstraat.

De individualiteit wordt in beeld gebracht door die verspringingen. Laag van de beleving De 'Laag van de beleving' heeft binnen het plangebied geen specifieke kenmerken. De Wijnkamp is wel onderdeel van de 'Historische infrastructuur'. Het bestaande pand heeft in de huidige situatie geen historische uitstraling. Het nieuwe gebouw is door de uitvoering in rode baksteen, passender in het historische straatbeeld. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

24

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Toekomstvisie "Hof van Twente Zicht op 2030" De gemeente Hof van Twente heeft in juni 2010 de toekomstvisie 'Hof van Twente, zicht op 2030' vastgesteld. Het doel van deze toekomstvisie is het schetsen van de grote lijnen: wat kenmerkt de gemeente nu en straks. Globaal kan de gemeente Hof van Twente omschreven worden als een gemeente met meerdere kernen, die een eenheid in verscheidenheid vormt. De kernen zijn allen uniek en voor een groot deel zelfvoorzienend. Wonen, werken, voorzieningen, scholing, recreëren is vaak binnen de eigen of naburige kern mogelijk. Een landelijke trend is dat in de komende tientallen jaren de bevolking vergrijst en ontgroent. Om deze reden moeten er meerdere woningen gerealiseerd worden voor ouderen. Verder moeten er acties en maatregelen ondernomen worden om de gemeente weer aantrekkelijk te maken voor jongeren. Verder zal de gemeente zich richten op het verhogen van de kwaliteit van de nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad en het verhogen van het aandeel levensloopbestendige woningen. Herstructurering en nieuwbouw zal samengaan met investeringen in duurzaamheid van woningen. De toekomstvisie geeft een mogelijk toekomstperspectief voor de gemeente, met vernieuwende ideeën en kansrijke oplossingsrichtingen. In deze visie zijn 20 streefbeelden opgenomen.

Voor het plangebied, is het streefbeeld 14 van belang: 'kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners maar toch betaalbaar gebleven. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Toets Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van 20 appartementen, die voor meer doelgroepen geschikt zijn vanwege de differentiatie in oppervlakte van de appartementen en door de aanwezigheid van een lift. De lift makt het pand toegankelijk voor jong en oud. Het betreft 16 middendure koopappartementen en 4 dure koopappartementen. Door deze herontwikkeling verdwijnt een detailhandelsbestemming die aan de rand van het centrumgebied ligt en wordt voorzien in een woonbehoefte. Het plan geeft invulling aan de doelstellingen van de toekomstvisie.

3.3.2

Structuurvisie Goor 2025 De structuurvisie Goor 2025, vastgesteld in 2013, bevat de gemeentelijke visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de periode tot en met 2025 voor de kern Goor, met uitzondering van het centrum van Goor waarvoor een masterplan is opgesteld. De ambities ten aanzien van meerdere sectorale onderwerpen (zoals wonen, economie, verkeer en infrastructuur en cultuurhistorie) zijn hierin samengebracht, voor zover deze betrekking hebben op de ruimtelijke structuur van Goor. Daarnaast bevat de structuurvisie een visie op de ruimtelijke kwaliteit. De visie biedt hiermee één actueel ruimtelijk kader voor de verschillende beleidsterreinen. Nieuwe initiatieven worden in eerste instantie getoetst aan de structuurvisie, maar de gemeente staat ook open voor nieuwe initiatieven die niet direct in de visie staan omschreven. Belangrijke ambities zijn het realiseren van een duurzame woon- en werkomgeving voor iedereen en het realiseren van een robuust groen-blauw raamwerk. Bij beide componenten speelt ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol. Ruimtelijke kwaliteit, met name ten aanzien van de versterking van de elementen 'groen en water' en verbetering

vastgesteld

25

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

van de kwaliteit van de openbare ruimte staan dan ook hoog in het vaandel. Op de visiekaart staan de ambities afgebeeld, onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied op deze kaart en de bijhorende ambitie-onderdelen. De ambities worden in de structuurvisie categorisch toegelicht. In de volgende subparagraaf wordt het plan getoetst aan de ambities die gelden voor het plangebied overeenkomstig de visiekaart. In afbeelding 3.1 is een fragment van de visiekaart weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. In dit geval zijn hoofdzakelijk de thema's 'groen en water' en 'wonen' van belang.

Figuur 3.1 Fragment Structuurvisie Goor 2025 Groen en water In vergelijking met de andere kernen binnen de gemeente Hof van Twente beschikt Goor over opvallend weinig openbaar groen. Er is nauwelijks sprake van een groen netwerk, aangezien elementen als wegbegeleidend groen, knooppunten en groene ruimten onvoldoende ontwikkeld en verbonden zijn. De belangrijkste aanwezige groenelementen bevinden zich niet in de nabije omgeving van het plangebied. De ruimtelijke opgave op wijkniveau ligt op het benadrukken van de identiteit van de afzonderlijke wijken. Hierbij is een evenwichtige verdeling van het groen over de wijken van belang, waarbij per wijk een structurele keuze moet worden gemaakt tussen het groen verspreid aanbrengen langs meerdere wegen en het groen te concentreren op enkele groen 'pleinen' en in de overige straatbeelden het particuliere groen het beeld laten bepalen. Wonen Demografische ontwikkelingen als ontgroening en vergrijzing zorgen voor een druk op de woningmarkt in Goor. Door aanhoudende gezinsverdunning blijft er behoefte aan nieuwe woningen. In Goor is, net als in de rest van de gemeente Hof van Twente, een tekort aan seniorenwoningen. Het grootste aandeel senioren en zorgbehoevenden wil zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen en voldoende zorgmogelijkheden bij of nabij de woning hebben.

De woningen moeten drempelloos zijn en naar behoefte aangepast kunnen worden gedurende de levensloop (levensloopbestendige woningen). Ook de vraag naar goedkope eengezinskoopwoningen is groter dan het aanbod. Hier manifesteert zich de vraag van starters. Starters hebben vooral behoefte aan eengezinswoningen met enkele slaapkamers en een tuin. De gemeente zet primair in op inbreidingslocaties. Om te voorkomen dat buiten het centrum, met name bij eventuele toekomstige

26

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

concentratie van voorzieningen, te veel monotone woonwijken ontstaan is het wenselijk om (op kleine schaal) meer levendige wijken, met incidenteel niet-woonfuncties, te creëren. Hierdoor wordt de sociale samenhang versterkt en ontstaat meer contact tussen werkenden, ouderen en jongeren. Deze meer levendige wijken zijn met name geschikt als overgang tussen centrum en de hedendaagse woonwijken. Particuliere initiatieven, zoals een door de buurt geïnitieerde en beheerde wijk- of speeltuin moeten een sleutelrol spelen in het verlevendigen en differentiëren van wijken. Toets In de huidige situatie is er sprake van bestaande bebouwing aan de Wijnkamp en de bestaande verharding aan de Rozenstraat. Er is dus geen groen aanwezig. In de nieuwe situatie is de bebouwing aan de zijde van de Wijnkamp in oppervlakte aanzienlijk kleiner. Aan de zijde van de Rozenstraat komt het appartementengebouw op een deel van de bestaande verharding. In het tussenliggende gedeelte komt de openbare ruimte met parkeerplaatsen en groen. De appartementen van Roosenhof krijgt aan de voorzijde een tuin met een groene afschermende haag.

In de visie is onderdeel van het ruimtelijke programma op hoofdlijnen (paragraaf 4.3 van de visie) : het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en verblijfskwaliteit van de Pastoriestraat en omgeving, 't Schild, de Kerkstraat, de Hengevelderstraat en de Wijnkamp, waarbij in het laatste geval met name de aanpak en het voorkomen van leegstand aandachtspunt is. Het herontwikkelen van het perceel aan de Wijnkamp past daar prima binnen. De appartementen zijn levensloopgeschikt, dus voor senioren, maar ook geschikt voor kleinere huishoudens en starters. De appartementen bevinden zich aan de rand van het centrum, op een inbreidingslocatie. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd kan worden dat deze ontwikkeling voldoet aan de Structuurvisie. 3.3.3

Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025 Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad van Hof van Twente de "Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025" vastgesteld. De Woonvisie 2021-2025 heeft de volgende ambities: * versnellen van de woningbouw; * realiseren van betaalbare woningen; * de juiste woning, op de juiste plek; * bestaande voorraad toekomstbestendig maken; * waarborgen vitaliteit en leefbaarheid in alle kernen en in buitengebied: * bouwen aan inclusieve samenleving. De programmaruimte voor de hele Hof van Twente is 675-730 woningen tot 2030. Voor de kern Goor wordt uitgegaan van een ruimte van 240 - 245 woningen. Het streven is om circa 20 - 30% van de totale behoefte als appartementen te realiseren waarmee wordt ingespeeld op de toename van kleine huishoudens. Toets Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van 20 appartementen en daarvan zijn er 16 in de middendure koopsector en 4 in de dure koopsector. In de beide gebouwen zijn liften aanwezig en mede daardoor zijn de appartementen geschikt voor senioren. De appartementen zijn ook geschikt voor starters en kleinere huishoudens. Hiermee wordt ingespeeld op de behoefte aan meer appartementen. Daarnaast wordt op een inbreidingslocatie een leegstaand gebouw herontwikkeld voor woningbouw, nabij het centrum van de kern Goor. Dit is een impuls voor de leefbaarheid

vastgesteld

27

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

van de omgeving. Gezien de herontwikkeling op een inbreidingslocatie aan de rand van het centrum van Goor, is het realiseren van deze appartementengebouwen een invulling op deze locatie die voldoet aan het gemeentelijk beleid en voorziet in een behoefte.

28

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Er worden middels dit bestemmingsplan 20 appartementen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied is detailhandel en onbebouwd verhard terrein.

Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Per 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij de ontwikkeling van dit plan. Conclusie Voor de planontwikkeling is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld. De aanmeldnotitie m.e.r. is als Bijlage 1 Aanmeldnotitie m.e.r. bij de toelichting opgenomen. Gelet op de uitkomsten van deze aanmeldnotitie, waaruit blijkt dat er als gevolg van het

vastgesteld

29

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden, is het niet noodzakelijk een milieueffectrapport op te stellen.

4.2

Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Het plangebied ligt aan de rand van het centrum van Goor. Gezien de verscheidenheid aan functies in de omgeving van het plangebied, wordt voor de richtafstanden uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'.

30

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van dit plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' is geen milieubelastende functies voor de omgeving. Er is daarom geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden, maar juist een verbetering. De detailhandelsbestemming maakt namelijk plaats voor een woonbestemming. Interne werking Het gaat hierbij om de vraag of de nieuwe functie ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In de directe omgeving zijn de volgende functies aanwezig:

Figuur 4.2: Functies in de omgeving In de tabel van figuur 4.2 zijn de bedrijven in de omgeving opgenomen, met de bijbehorende richtafstanden conform de VNG-brochure en de werkelijke afstand tussen de grens van het bestemmingsvlak van het betreffende bedrijf en het dichtstbijzijnde nieuwe appartementengebouw. Uit de tabel blijkt dat de richtafstanden vanaf het plangebied tot de omliggende milieubelastende functies niet worden overschreden. Het plangebied bestaat momenteel uit een detailhandelsgebouw, een achtertuin en parkeerterrein, waarbij in de gewenste ontwikkeling het pand wordt gesloopt en twee appartementengebouwen worden gebouwd. De omliggende bedrijven worden ten opzichte van de huidige situatie niet extra belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling. In een bestemmingsplan moet onderbouwd worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In de nabije omgeving is een basisschool aanwezig waarbij het aspect geluid van de buitenspelende kinderen een rol kan spelen. Dit is mede aanleiding geweest om een akoestisch onderzoek uit te voeren. De naast het plangebied gelegen dagstedingscentrum is bedoeld voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. Dat heeft geen relevante geluidsemissie op naar de omgeving, zodat dit verder buiten beschouwing is gelaten. Het onderzoek is uitgevoerd door Munsterhuis geluidsadvies (d.d.

15-10-2021, projectnummer 21.035), zie Bijlage 3 Akoestisch onderzoek. Het onderdeel wegverkeerslawaai is tevens meegenomen in dit onderzoek. Dit onderdeel wordt toegelicht in paragraaf 4.5 Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat: Ten gevolge van spelende kinderen ter plaatse van de toekomstige appartementen aan de overzijde het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 50 dB(A) in de dagperiode bedraagt. De norm van 50 dB(A) wordt niet overschreden ter plaatse van de appartementen.

vastgesteld

31

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

Ten gevolge van piekgeluiden van spelende kinderen ter plaatse van de toekomstige appartementen het maximale geluidniveau maximaal 66 dB(A) in de dagperiode bedraagt. Er wordt voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) voor het maximale geluidniveau. Conclusie Gelet op het vorenstaande zijn er geen belemmeringen voor het aspect "bedrijven en milieuzonering". Daaraan wordt voldaan en daarmee is er sprake van dat er wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat.

4.3

Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Voor andere milieubelastende bedrijven die eventueel voor geuroverlast kunnen zorgen, geldt dit aspect onderdeel is van de richtafstanden zoals zijn genoemd in de brochure "Bedrijven en milieuzonering". In paragraaf 2 is deze beoordeling meegenomen. Toets Het plangebied ligt in de bebouwde kom op (ruim) meer dan 1,4 km afstand van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.

4.4

Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de

32

vastgesteld

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Lycens B.V. heeft een geohydrologisch en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (d.d. 21 maart 2022, projectnummer 2021-0063), zie Geohydrologisch en bodemonderzoek. Voor het bodemonderzoek zijn de NEN5740 en NEN 5707 gevolgd. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie beschouwd als 'verdacht'. Er bestaat geen direct verontreinigingsbeeld. De grond is (op verzoek opdrachtgever) aanvullend onderzocht op PFAS. In het kader van de NEN5707 is op basis van het vooronderzoek de locatie m.b.t. asbest beschouwd als 'verdacht'. Resultaten grond Chemisch-analytisch zijn de baksteen, kooldeel- en puinhoudende bovengrond licht verhoogde gehalten aan kwik, lood, zink, PAK en PCB aangetoond. Deze licht verhoogde gehalten zijn vermoedelijk te relateren aan de zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen. In de zintuiglijk schone bovengrond zijn geen parameters in verhoogde gehalten. In de baksteen- en kolengruishoudende ondergrond zijn eveneens licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PAK aangetoond. Deze gehalten zijn vermoedelijk ook te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen. Daarnaast blijkt uit de analyseresultaten van de separaat onderzochte sterk kooldeelhoudende laag in de ondergrond dat deze licht verhoogde gehalten aan een aantal zware metalen bevat.

Uit de aanvullende PFAS analyses blijkt dat zowel de boven- als ondergrond voldoen aan de kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur ten aanzien van de stoffengroep PFAS. Uit de asbest analyseresultaten blijkt dat de bovengrond op het noordelijk terreindeel een gewogen gehalte asbest van 14 mg/kg d.s. bevat. Hiermee is het gehalte asbest kleiner dan de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). In de bovengrond op het zuidelijk terreindeel is geen asbest aangetoond. Conclusies en aanbevelingen 'Uit de resultaten en rapportage van het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat over het algemeen sprake is van hooguit licht verhoogde gehalten in grond en licht verhoogde concentraties in het grondwater welke geen belemmeringen vormen voor de herontwikkeling van de locatie. Enkele VOCl componenten zijn echter matig tot sterk verhoogd gemeten in het grondwater. Deze concentraties vormen mogelijk wel belemmeringen waardoor nader onderzoek heeft plaatsgevonden. Voor het nader onderzoek zijn rondom de verontreinigde peilbuis in totaal vijf aanvullende peilbuizen geplaatst. Het grondwater ter plaatse van deze vijf peilbuizen is niet verontreinigd met betreffende parameters. De verticale verspreiding van de verontreiniging dient nog vastgesteld te worden.

Op basis van de momenteel bekende gegevens verwachten wij een verontreiniging van relatief beperkte omvang welke mogelijk wel belemmeringen vormt voor de herontwikkeling van de locatie maar niet zal leiden tot het onmogelijk maken van de herontwikkeling.' Conclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de geplande nieuwbouw, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en beoogd toekomstige gebruik (wonen met tuin).

vastgesteld

33

Goor, herziening Wijnkamp 26/Rozenstraat

4.5

Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). De Wijnkamp en de Rozenstraat zijn beide wegen waar een 30 k/u-regime geldt, waarvoor geen geluidzone geldt. Een akoestisch onderzoek is daarvoor niet noodzakelijk. Andere wegen die wel binnen 50 km/uur-regime vallen, bevinden zich verder weg (o.a. Hengevelderstraat/Deldensestraat) en daartussen is bestaande bebouwing aanwezig die het geluid afschermt. Daarnaast ligt de basisschool aan de Rozenstraat op een afstand van circa 20 m (tussen het schoolplein en het appartementengebouw). Deze afstand dient volgens de VNG-brochure "Bedrijven en miliezonering" minimaal 10 meter te zijn in dit type gebied (gemengd gebied). Daaraan wordt wel voldaan. Er moet er wel sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Munsterhuis heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd (d.d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3881/documents/54154