Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden (1).pdf
Tekst van het document
Maximale geluidniveaus (L Amax ) - uit de rekenresultaten blijkt dat het maximale geluidsniveau (L Amax ) op de omliggende woningen ten hoogste 45 en 49 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag- en avondperiode. Hiermee wordt er voldaan aan het gestelde toetsingskader van 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag,avond- en nachtperiode, zoals weergegeven in hoofdstuk 3. Gesteld kan worden dat het beoordelen van maximale geluidniveaus bij muziek- en installatiegeluid als niet relevant aangemerkt kan worden. De maximale geluidniveaus worden veroorzaakt door het dichtslaan van een autoportier. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen. De ontwikkeling voldoet daarmee aan een goede ruimtelijke ordening. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
28
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
4.6
Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Met de realisatie van een opslagruimte ten behoeve van werkplaats met kantoor en een personal sportstudio zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting slechts beperkt toenemen.
Uitgaande van de categorie 'Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)' gaat het om een toename van maximaal 10,9 verkeersbewegingen in het buitengebied per 100 m² (worst-case scenario). Uitgaande van 150 m² komt dat neer op afgerond 16 verkeersbewegingen. Uitgaande van de categorie 'fitnessstudio/sportschool' gaat het om een toename van 7,0 verkeersbewegingen in het buitengebied per 100 m² (worst-case scenario). Uitgaande van 60 m² komt dat neer op afgerond 4 verkeersbewegingen. Er zal nauwelijks sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 0% gezet kan worden. In totaal gaat het derhalve om 20 verkeersbewegingen. In figuur 4.1 is de worst-case berekening weergegeven met 20 extra voertuigbewegingen.
vastgesteld
29
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Figuur 4.2: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
4.7
Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.
Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen
30
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets
Figuur 4.3: uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van circa 200 meter van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen. De dichtstbijzijnde risicobron bevindt zich op een afstand van 200 meter en betreft de Rijksweg A1 aangemerkt als Basisnet-wegtraject met PAG-indicatie. Voor deze weg geldt een groepsrisico-plafond van 74 meter. Gelet op de afstand van het plangebied tot aan de
vastgesteld
31
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
dichtstbijzijnde risicobron geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.
4.8
Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.
De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2028 gaat werken aan haar opgaves. In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Totdat het beheerprogramma is uitgewerkt, gelden nog de beleidskaders van rijk en provincie die nader zijn uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem
32
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.
Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Watertoetsproces Op 20-10-2021 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 3. Op grond van de digitale watertoets bijkt dat er geen waterschapsbelang is. Het waterschap heeft op voorhand geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een Quickscan Wet Natuurbescherming en soortenbescherming, zie ook Bijlage 4 Quickscan natuurwaardenonderzoek. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Het onderzoek is uitgevoerd door het uitvoeren van meerdere locatiebezoeken en een bureauonderzoek. Het locatiebezoek is uitgevoerd door de heer Kruse. Tijdens het locatieonderzoek is het plangebied, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Er is zoveel mogelijk informatie verzameld om aan-of afwezigheid van beschermde soorten te kunnen vaststellen. Hiervoor is gekeken of er visuele waarnemingen konden worden gedaan of dat geluiden van soorten konden worden waargenomen. Tijdens het bezoek is gekeken naar nesten, pootafdrukken, krabsporen uitwerpselen en dergelijke.
Op basis van het locatieonderzoek is een goed beeld ontstaan van welke beschermde flora en fauna in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. De quickscan is echter geen volwaardig (soorten) onderzoek of ecologische inventarisatie.
vastgesteld
33
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Er hebben 8 veldbezoeken op de planlocatie en de naaste omgeving plaatsgevonden vanaf 12 april telkens om de 2 weken. Er werd op verschillende tijdstippen in de vroege ochtend gewerkt om zoveel mogelijk zangvogels te kunnen waarnemen. Beoordeling Wet natuurbescherming Vogels: Er zijn geen effecten op jaarrond beschermde vogelsoorten te verwachten. Effecten op jaarrond beschermde soorten (Cat. 1 t/m 4) zijn uitgesloten. De omgeving stimuleert het gebruik door vogels. De houtwallen zijn talrijk en goed onderhouden. Verder wordt met kunstnesten en de vorming van plas drasgebieden de vogelstand ondersteund. Periode werkzaamheden zullen beginnen buiten het broedseizoen en hebben daarmee geen invloed op de broedmogelijkheden. Vleermuizen: Er zijn geen verblijfplaatsen in het plangebied. De voorgenomen ingreep zal niet voor aantasting van het fourageergebied of vliegroutes zorgen. Effecten op vleermuizen zijn uitgesloten. Overige grondgebonden zoogdieren: Er zijn geen verblijfplaatsen in het plangebied van grondgebonden zoogdieren. Ook na de ingreep zal de omgeving geschikt blijven voor genoemde soorten. Effecten op zoogdieren zijn uitgesloten. Reptielen, amfibieën en vissen: 1. Reptielen: Er zijn geen reptielen waargenomen. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. 2. Amfibieën: Effecten zijn vanwege de afstand tot de geschikte habitat in het plangebied uitgesloten. 3.
Vissen: Effecten zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het plangebied uitgesloten. Vlinders, libellen en juffers: 1. Dagvlinder: Effecten zijn vanwege de afstand tot de geschikte habitat in het plangebied uitgesloten. 2. Libellen en juffers: Effecten zijn vanwege de afstand tot de geschikte habitat in het plangebied uitgesloten. Vaatplanten: In het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. Effecten op beschermde soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Overige diersoorten: Effecten zijn vanwege de afstand tot de geschikte habitat in het plangebied uitgesloten. Conclusie Als de werkzaamheden buiten het broedseizoen aanvangen en de aanbevelingen uit tabel 8 worden uitgevoerd, dan kunnen effecten op broedvogels voorkomen worden en is er voor vogels geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is ook voor de overige natuurwaarden geen ontheffing noodzakelijk. In de tabel zijn de effecten samengevat
34
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Figuur 4.4: overzicht conclusies (bron: Quickscan wet natuurbescherming, 19 oktober 2020)
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Het plangebied ligt op basis van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart in een gebied met een hoge- en lage archeologische verwachtingswaarde, zoals weergegeven is in figuur 4.5. Het plangebied kent op basis hiervan dan ook deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1'. Een ander deel van het plangebied kent de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 3'.
vastgesteld
35
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Figuur 4.5: uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: BAAC en gemeente Hof van Twente) Op basis van de archeologische verwachtingskaart kent het plangebied, rood omkaderd, een hoge- en lage archeoligsche verwachting. Voor het gebied met een hoge verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2500 m². Voor het gebied met een lage verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 10 hectare. Toets Er vinden in het plangebied geen bodemingrepen plaats over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm, archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Het aspect 'archeologie' vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets
36
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Figuur 4.4: uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (bron: provincie Overijssel) Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat er binnen het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle structuren en elementen bevinden. Op korte afstand bevindt zich wel de grens van een landgoedzone en enkele bos percelen. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.
4.11
Verkeer / parkeren Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Proodsweg. De Proodsweg is een rustige weg in het buitengebied met een maximale snelheid van 60 km/h. Om de verkeersgeneratie als gevolg van het plan te bepalen wordt aangesloten bij de CROW-normen die zijn opgenomen in CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' (december 2018). Voor de twee functies zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: Uitgaande van de categorie 'Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)' gaat het om een toename van maximaal 10,9 verkeersbewegingen in het buitengebied per 100 m² (worst-case scenario). Uitgaande van 150 m² kom dat neer op afgerond 16 verkeersbewegingen. Uitgaande van de categorie 'fitnessstudio/sportschool' gaat het om een toename van 7,0 verkeersbewegingen in het buitengebied per 100 m² (worst-case scenario). Uitgaande van 60 m² komt dat neer op afgerond 4 verkeersbewegingen. Er zal nauwelijks sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 0% gezet kan worden. In totaal gaat het derhalve om 20 verkeersbewegingen. Gelet op de huidige infrastructuur (Proodsweg) kan deze toename aan verkeersbewegingen eenvoudig via de bestaande infrastructuur worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan.
Parkeren Om het aantal parkeerplaatsen als gevolg van het plan te bepalen wordt aangesloten bij de CROW-normen die zijn opgenomen in CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig
vastgesteld
37
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
parkeren' (december 2018). De volgende uitgangspunten zijn aangehouden: Uitgaande van de categorie 'Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)' gaat het om 2,6 parkeerplaatsen in het buitengebied per 100 m². Uitgaande van 150 m² komt dat neer op afgerond 4 parkeerplaatsen. Uitgaande van de categorie 'fitnessstudio/sportschool' gaat het om 7,9 parkeerplaatsen in het buitengebied per 100 m². Uitgaande van 60 m² komt dat neer op afgerond 5 parkeerplaatsen. De totale parkeerbehoefte bedraagt derhalve afgerond 9 parkeerplaatsen. Op het erf is voldoende ruimte om in de benodigde parkeerbehoefte te voorzien. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het aspect 'parkeren' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
38
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
Toelichting op de regels
5.2.1
Opbouw In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de
vastgesteld
39
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.
De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
40
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
5.2.2
Bestemmingen Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels en gebruiksregels ) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Wonen - Vab De gronden in dit bestemmingsplan met de bestemming wonen zijn bestemd voor maximaal één woning per bestemmingsvlak, waarbij inwoning is toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'personal sportstudio' is een personal sportstudio als nevenactiviteit toegestaan. De maximale oppervlakte van bebouwing die in gebruik mag zijn voor een personal sportstudio mag maximaal 60 m² bedragen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van - opslag' is tevens opslag ten behoeve van een werkplaats en kantoor toegestaan. Deze mag maximaal 150 m² bedragen. In de bouwregels zijn de voor alle bouwwerken van toepassing zijnde bouwregels opgenomen. In de regels is onderscheid gemaakt in de bouwregels voor hoofdgebouwen en ondergeschikte gebouwen. Waarde - Archeologische verwachting 1 De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
Waarde - Archeologische verwachting 3 De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
vastgesteld
41
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
42
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Hoofdstuk 7 7.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B onder 5, waardoor vooroverleg niet nodig is. Waterschap Vechtstromen Op 29-01-2020 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
7.2
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 6 januari 2022 tot en met 17 februari 2022 ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging is één zienswijze binnengekomen. Op grond van de bevindingen naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De reactie op de zienswijze is opgenomen in Bijlage 5.
vastgesteld
43
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
44
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Bijlagen bij de toelichting
vastgesteld
45
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
46
vastgesteld
Oostzeestraat 2, 7411 MD Deventer
Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt Delden Gemeente, Ambt-Delden, sectie P, nr. 76
Opdrachtgever Kemp B.V. De heer J.F.K. Kruse Proodsweg 7 7495 SR AMBT DELDEN Projectnummer
Autorisatie
BO720KE01
Redactie: dhr. G.J. Pijpker
Bodemportaal B.V. Delden.doc
paraaf
Datum
status
3 juni 2020
Definitief
BO720KE01 Proodsweg 7 te Ambt
Oostzeestraat 2, 7411 MD Deventer
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
3
1.1
Voorwaarden en uitgangspunten
3
1.2
Indeling rapportage
3
2
VOORONDERZOEK
4
2.1
Algemeen
4
2.2
Bekende gegevens
4
2.3
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese
5
3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
6
3.1
Algemeen
6
3.2
Veldwerkzaamheden
6
3.3
Chemisch-analytisch onderzoek
7
3.4
Toetsingskader
7
4
RESULTATEN
9
4.1
Zintuiglijke waarnemingen
9
4.2
Analyseresultaten grond reguliere parameters
9
4.3
Analyseresultaten asbest in grond
10
4.4
Toetsing analyseresultaten asbest in grond
10
4.5
Analyseresultaten grondwater
11
4.6
Toetsing hypothese
11
5
CONCLUSIES EN ADVIES
12
BIJLAGEN: 1.
Regionale ligging onderzoekslocatie
2.
Overzicht locatie met situering monsternamepunten
3.
Boorprofielen en peilbuisgegevens
4.
Analysecertificaten
5.
Toetsing analyseresultaten
6.
Resultaten historisch onderzoek
7.
Topografische kaarten (diverse jaartallen)
8.
Bodemopbouw dinoloket
Bodemportaal B.V. Delden.doc
BO720KE01 Proodsweg 7 te Ambt
1
INLEIDING In opdracht van Kemp B.V. is door Bodemportaal B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Proodsweg 7 te Ambt-Delden. De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen sloop en herbouw van enkele opstallen op het terrein. Vanuit de gewijzigde functie en bestemming van het terrein is door de gemeente Hof van Twente een verkennend bodemonderzoek voorgeschreven. Het onderzoek heeft als doel, inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de te slopen en herbouwen opstallen, teneinde vast te kunnen stellen of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde nieuwbouw. In de door de gemeente Hof van Twente opgestelde anterieure overeenkomst is aangegeven dat het verkennend bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5725, 5740 en 5707. De gekozen onderzoeksopzet is op voorhand met de gemeente afgestemd, waarbij is overeengekomen dat de twee nieuwbouwlocaties gezamenlijk, als zijnde één locatie, mogen worden onderzocht.
1.1
Voorwaarden en uitgangspunten Bij een verkennend bodemonderzoek dienen de volgende normen te worden gevolgd. -
Voorafgaand aan het bodemonderzoek dient een vooronderzoek conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5725 (2017): “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” te worden verricht.
-
Het verkennend bodemonderzoek dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5740+A1 2016: “Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek”.
-
Het verkennend en aanvullend asbestonderzoek dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5707: Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond.
Volledigheidshalve merken wij op dat Bodemportaal B.V. een onafhankelijk opererend adviesbureau is, welke op geen enkele wijze verbonden is met de opdrachtgever voor het onderzoek of de eigenaar van de onderzoekslocatie.
1.2
Indeling rapportage In het onderhavige rapport wordt eerst ingegaan op de locatiegegevens en het vooronderzoek. Vervolgens komen de veldwerkgegevens, het laboratoriumonderzoek en de analyseresultaten aan bod. De rapportage wordt afgesloten met een bespreking van de analyseresultaten en de bijbehorende conclusies en aanbevelingen.
Project
: Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt-Delden
Projectnummer
: BO720KE01 3 van 13
2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725:2017. Onderstaand zijn de typen vooronderzoek opgenomen: Onderzoeksaspecten
1. Locatiegegevens
Aanleidingen tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A
B
O
O
C
D
E
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en
Bodemopbouw
✓
✓
geohydrologie
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
3. Verwachting t.a.v. de
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
bodemkwaliteit
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
O
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding
Voormalig
✓
O
✓
✓
✓
✓
van de locatie, verdachte
Huidig
✓
✓
✓
✓
situatie, activiteiten, ongewoon Toekomst voorval
Asbestverdacht?
✓ ✓
✓
O ✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning A. bodemonderzoek, par. 6.2.1 B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2 C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3 D. partijkeuring, par. 6.2.4 E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5 F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6 G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7
✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd O Optioneel
In het kader van het vooronderzoek (standaard vooronderzoek A) is informatie ingewonnen uit de volgende bronnen:
2.2
-
informatie van de opdrachtgever;
-
informatie uit eerdere bodemonderzoeken;
-
informatie vanuit de omgevingsrapportage Provincie Overijssel;
-
informatie van het kadaster;
-
informatie bodemloket (www.bodemloket.nl);
-
topografische kaarten (www.topotijdreis.nl);
-
interpreteren van geohydrologische kaarten;
-
een locatie-inspectie (voorafgaand aan veldwerk)
Bekende gegevens De locatie is gelegen aan de Proodsweg 7 te Ambt Delden. Het perceel heeft een totale oppervlakte van 26.780 m2. In verband met de verbouw van diverse opstallen op het terrein zal het bodemonderzoek zich alleen op de twee bouwlocaties richten. Dit te onderzoeken terreindeel heeft een oppervlakte van 500 m2 en betreft de locaties waar een berging/werkplaats en een sportstudio worden gerealiseerd.
Project
: Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt-Delden
Projectnummer
: BO720KE01 4 van 13
Op een deel van het perceel is in 2006 bodemonderzoek verricht (Verkennend bodemonderzoek woonhuis Proodsweg 7 te Ambt Delden, Oranjewoud, projectnummer: 151592, 10 augustus 2006). Het onderzoek betrof de locatie rondom de woning en de toenmalige stal, welke later tot woonhuis is verbouwd. Met het bodemonderzoek zijn in de grond geen verhoogde gehalten van de onderzochte stoffen aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalte chroom, koper en nikkel vastgesteld. Deze gehalten waren destijds geen aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek. Uit historische kaarten vanuit topotijdreis.nl zijn de eerste contouren van het perceel rond 1850 zichtbaar. In 1891 zijn de eerste gebouwen in de omgeving ingetekend. De eerste zichtbare bebouwing op het perceel is op de kaart van 1955 zichtbaar, waarna in 1965 ook de bijgebouwen zijn ingetekend. Deze situatie is tot op heden vrijwel ongewijzigd gebleven. In bijlage 6 zijn de resultaten van het historisch onderzoek opgenomen. Voor de topografische kaarten (diverse jaartallen) wordt verwezen naar bijlage 7. Op basis van dinoloket blijkt de bodemopbouw tot circa 15 meter (onderzijde boring) uit diverse gradaties zand
te
bestaan.
Voor
het
bodemprofiel
wordt
verwezen
naar
bijlage
8.
De
regionale
grondwaterstromingsrichting is globaal noordwestelijk. De stromingsrichting van het ondiepe (freatisch) grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren en diverse sloten en vaarten in de omgeving van het perceel, waaronder het Twentekanaal. In de diverse opstallen zijn asbesthoudende materialen toegepast. Aan de buitenzijde van de opstallen is asbesthoudende dakbedekking, zonder dakgoten, waarneembaar.
2.3
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de beschikbare informatie is hierbij de onderzoeksstrategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) gehanteerd, waarbij de locatie op basis van de aanwezigheid van opstallen met asbesthoudende materialen als verdacht voor de aanwezigheid van asbest in de bodem wordt beschouwd. Vanuit de verdenking van de aanwezigheid van asbest in de bodem zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen boringen verricht, maar is de grond vanuit inspectiegaten van 30x30x50 cm bemonsterd. Hiermee is aangesloten op de richtlijnen van de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5707: Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. In verband met de asbesthoudende daken is er tijdens de veldwerkzaamheden ook specifiek gekeken naar de aanwezigheid van asbest onder deze asbesthoudende dakbedekkingen. NB: Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm NEN 5740 en 5707), die is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico.
Tevens wordt erop gewezen, dat onderhavig onderzoek een momentopname is.
Project
: Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt-Delden
Projectnummer
: BO720KE01 5 van 13
3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1
Algemeen De uit te voeren veldwerkzaamheden en het chemisch onderzoek van het actualiserend en aanvullend bodemonderzoek staat weergegeven in tabel 3.1. De veldwerkzaamheden (plaatsen sleuven, boringen en herbemonsteren bestaande peilbuizen) zijn uitbesteed aan Bodemvisie B.V. en uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018. De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 beschrijft de uitvoering van het veldwerk volgens de geldende NEN- en NPR normen. Voor deze protocollen is Bodemvisie B.V. in het bezit van een procescertificaat (certificaatnummer: VB-079/6). Bodemvisie B.V. is een onafhankelijk opererend adviesbureau dat op geen enkele wijze verbonden is met de opdrachtgever c.q. eigenaar van de onderzoekslocatie. De chemische analyses zijn uitgevoerd door het de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium van Al-West te Deventer. Tabel 3.1: beoogd onderzoeksprogramma Proodsweg 7 te Bodemlaag Ambt Delden
Te verrichten onderzoek
Aantal analyses
Analysepakket
Ambt Delden Sectie P, nr. 76
Bovengrond
3 x inspectiegat 0,3 x 0,3 x 0,5 m-mv
Ondergrond Grondwater
1 x boring 0,5 tot 2,0 m-mv 1 x boring met peilbuis
2 1 1 1
standaardpakket grond, asbest 5898 asbest verzamelmonster standaardpakket grond, asbest 5898 standaardpakket grondwater
Toelichting op tabel: Standaardpakket grond: Standaardpakket grondwater:
3.2
metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK (VROM 10), minerale olie, PCB’s; metalen, vluchtige aromaten (BTEXN en styreen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (18 verbindingen), minerale olie.
Veldwerkzaamheden Het veldwerk is uitgevoerd op 12 mei 2020 (verrichten inspectiegaten, doorzetten boringen en plaatsen peilbuis) door de heer D.P. Pilat van Bodemvisie B.V.. Het grondwater uit de geplaatste peilbuis op 20 mei 2020 door de heer W.J. Slouwerhof van Bodemvisie B.V. bemonsterd. De locaties van de inspectiegaten en de peilbuis staan weergegeven in bijlage 2. Het opgeboorde en/of ontgraven materiaal is beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, die zijn opgenomen als bijlage 3. De globale bodemopbouw en de relevante zintuiglijke waarnemingen zijn beschreven in paragraaf 4.1.
Project
: Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt-Delden
Projectnummer
: BO720KE01 6 van 13
Voor het vaststellen van een eventueel aanwezige olieverontreiniging is gebruik gemaakt van de olie-opwater-test. De grootte en de kleurschakering van de oliefilm op het werkwater geven een indicatie van de mate van verontreiniging. Voor het laboratoriumonderzoek zijn uit iedere boring, per halve meter, grondmonsters genomen. Bodemlagen met afwijkende kenmerken (textuur, kleur, aanwezigheid bodemvreemd materiaal, etc.) zijn apart bemonsterd.
3.3
Chemisch-analytisch onderzoek De samenstelling van de analysepakketten is als volgt: Standaardpakket grond: -
zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink;
-
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK);
-
PCB’s (Polychloorbifenyl);
-
minerale olie (GC).
Standaardpakket grondwater: -
zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink;
-
vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN);
-
vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen;
-
minerale olie (GC).
Standaardpakket asbest in grond: (NEN 5898)
3.4
Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Wet Bodembescherming. Een beschrijving van de toetsingswaarden is hieronder weergegeven: Achtergrondwaarden (AW) (alleen voor grond) De achtergrondwaarden geven de milieuhygiënische kwaliteit voor bodem, waarop geen locatie-specifieke bodembelasting is opgetreden. De achtergrondwaarden geven derhalve de gemiddelde gehalten van de parameters in gebieden, waarin geen antropogene beïnvloeding van de bodem heeft plaatsgevonden.
Streefwaarden (S) (alleen voor grondwater) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. Ook is er een risicobenadering in de streefwaarden geïntegreerd.
Tussenwaarden (T) De tussenwaarde ofwel het criterium voor nader onderzoek (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde) is vastgesteld om aan te geven dat een nader onderzoek nodig is. Voor stoffen waarvoor geen achtergrondwaarde is vastgesteld, dient ½ (interventiewaarde) gehanteerd te worden.
Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Indien de interventiewaarde voor grond een bodemvolume van 25 m³ of voor grondwater een bodemvolume van 100 m³ overschrijdt, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Project
: Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt-Delden
Projectnummer
: BO720KE01 7 van 13
Voor asbest geldt dit omvangscriterium niet en is er al sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, als de interventiewaarde in enig bodemvolume wordt overschreden. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem. De achtergrond- en interventiewaarden in de grond zijn gerelateerd aan het gehalte aan lutum en organische stof (humus) van de bodem. Wanneer een gehalte tussen de achtergrondwaarde/ streefwaarde en de tussenwaarde ligt, wordt dit in de tekst aangeduid als een licht verhoogd gehalte. Een gehalte tussen de tussenwaarde en de interventiewaarde
wordt
aangeduid
als
een
matig
verhoogd
gehalte.
Een
gehalte boven
de
interventiewaarde wordt aangeduid als een sterk verhoogd gehalte. Het toetsingskader bevat een aantal voorschriften voor toetsing in het geval het gehalte/ de concentratie van één parameter of de gehalten/ concentraties van één of meer stoffen behorend bij een somparameter beneden de detectiegrens liggen. In dit geval dient de detectiegrens met een factor 0,7 vermenigvuldigd te worden en vervolgens getoetst. In de onderhavige rapportage zijn overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden, die uitsluitend het gevolg van dergelijke statistische bewerkingen, genegeerd. Dergelijke toetsingsresultaten hebben ons inziens geen toegevoegde waarde. Uitsluitend, wanneer sprake is van significante overschrijding van de toetsingswaarden door de detectiegrenzen, worden waarden beneden detectiegrenzen behandeld.
Project
: Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt-Delden
Projectnummer
: BO720KE01 8 van 13
4
RESULTATEN
4.1
Zintuiglijke waarnemingen In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per te onderscheiden bodemlaag omschreven. In tabel 4.1 is de globale bodemopbouw weergegeven zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is aangetroffen. In tabel 4.2 zijn de resultaten van metingen tijdens de bemonstering van het grondwater weergegeven. Tabel 4.1: globaal overzicht bodemopbouw Diepte (m-mv)
Samenstelling
0,0 – 0,7
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
0,7 – 0,9
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal bruin
0.9 – 2,0
zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beige/creme
2,0 – 3,2*
zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
Toelichting tabel: m-mv: meter minus maaiveld *: maximale boordiepte
Ter plaatse van de boringen 1-02 en 1-03 (locatie beoogde sportstudio) zijn sterke bijmengingen met asbest in de bodem waargenomen. Van het visueel waargenomen asbestverdachte materiaal (> 20 mm) zijn in het veld verzamelmonsters samengesteld. Ter plaatse van de boringen op het terreindeel van de beoogde werkplaats zijn geen bijmengingen met asbest waargenomen. In tabel 4.2 zijn de resultaten van metingen tijdens de bemonstering van het grondwater weergegeven. Tabel 4.2: resultaten van metingen aan het grondwater Filterdiepte (m-mv) 2,2-3,2
Peilbuis nr. 2-01
Grondwaterstand (m-mv) 1,63
pH-waarde ( -/-) 6,94
EC (µS/cm) 428
Troebelheid (NTU) -
Toelichting tabel: m-mv: meter minus maaiveld
4.2
Analyseresultaten grond reguliere parameters De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 zijn de analyseresultaten getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. De resultaten van de toetsing zijn in tabel 4.3 opgesomd. Tabel 4.3: Getoetste analyseresultaten grond Monstersamenstelling
Traject (m-mv)
Analyses
>AW
>T
>I
mp 1-01, 1-02 en 2-01
0,0 – 0,5
NEN 5740
zink, minerale olie en PAK
-
-
mp 1-03, 2-02 en 2-03
0,0 – 0,5
NEN 5740
zink, minerale olie en PAK
-
-
mp 1-02 en 2-01
0,5 – 2,0
NEN 5740
-
-
-
Toelichting tabel: m-mv: meter minus maaiveld
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de beide mengmonsters van de bovengrond die zijn geanalyseerd op de standaard NEN bodemparameters, licht verhoogde gehaltes zink, minerale olie en PAK worden aangetoond. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes van de onderzochte stoffen aangetoond.
Project
: Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt-Delden
Projectnummer
: BO720KE01 9 van 13
4.3
Analyseresultaten asbest in grond De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde interventiewaarde voor asbest in grond en/of puin. De interventiewaarde voor asbest is in de Circulaire bodemsanering 2013 vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Dit is gelijk aan de hergebruikswaarde volgens de Regeling bodemkwaliteit. Als triggerwaarde voor het uitvoeren van nader asbestonderzoek is gesteld op 0,5 x de interventiewaarde (50 mg/kg.ds. gewogen). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In de rekensheets in bijlage 5 zijn de analyseresultaten getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. De resultaten van de toetsing zijn in tabel 4.4 opgesomd. Tabel 4.4: Analyseresultaten grove fractie (> 20 mm) Deellocatie
Inspectiegat
Traject (m-mv)
Gewicht (gr)
Aantal stukken
Type
Hechtgebonden
Totaal (gr) (serpentijn+amfibool)
RE1
mp 1-02
0,1 – 0,5
49,4
2
chrysotiel
H
3,7
Toelichting H: goed hechtgebonden; NH: slecht hechtgebonden -: niet aantoonbaar.
Uit de bovenstaande analyseresultaten en uit de certificaten in bijlage 4 blijkt dat het bemonsterde (golf)plaatmateriaal uit de diverse monsterpunten en sleuven uit 7,5% goed hechtgebonden chrysotiel (serpentijnasbest) bestaat. De analysecertificaten van de grond- en/of puinmonsters (fijne fractie < 20 mm) zijn opgenomen in bijlage 4. De analyseresultaten zijn opgenomen in tabel 4.5. Tabel 4.5: Analyseresultaten fijne fractie (< 20 mm) Deellocatie
Inspectiegat
RE1
mp 1-02
RE1
mp 2-01 t/m 2-03
Traject (m-mv)
Zintuiglijk
Hechtgebonden
Gewogen gehalte asbest fijne fractie <20 mm (mg/kg)
0,1-0,5
Sterke bijmengingen met asbest
H
150
0,0-0,1
Geen bijmengingen met asbest
NH
11
Toelichting tabel m-mv: meter beneden maaiveld; na: niet aantoonbaar; H: goed hechtgebonden; NH: slecht hechtgebonden *: monster bevat niet hechtgebonden asbesthoudend materiaal.
4.4
Toetsing analyseresultaten asbest in grond In tabel 4.6 zijn de gewogen gehalten asbest (grove en fijne fractie) in grond weergegeven. Indien er sprake is van asbesthoudend materiaal in de fractie >20 mm, dient het gewogen gemiddelde van de fractie <20 mm en de fractie >20 mm te worden berekend. Deze berekening is opgenomen in bijlage 5. In de berekening is rekening gehouden met in totaal 20 stukjes asbest die zijn aangetroffen, met een totaal gewicht van 1,2 kg. Van het aangetroffen asbest zijn twee stukjes met een gewicht van 49,4 gram bij het laboratorium aangeleverd.
Project
: Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt-Delden
Projectnummer
: BO720KE01 10 van 13
Tabel 4.6: Analyseresultaten gewogen gemiddelde Deellocatie
inspectiegat
Traject (m-mv)
Totaal gewogen gehalte asbest fijne + grove fractie mg/kg.ds (incl. correctie)
RE1
mp 1-02
0,10-0,50
2.050,7
Toelichting tabel m-mv: meter beneden maaiveld; -: niet aangetoond.
Uit de analyseresultaten blijkt dat er in het grondmonsters afkomstig van mp 1-02 (beoogde sportstudio) sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest. Vanuit de visuele waarnemingen blijkt er ter plaatse van mp 1-03 ook sprake is van sterke visueel waarneembare bijmengingen met asbest, waarmee de ophooglaag/puinverharding ter plaatse van dit monsterpunt eveneens als sterk met asbest verontreinigd moet worden beschouwd. Vanuit de visuele waarnemingen en de analyseresultaten van het grondmengmonster afkomstig van de toplaag ter plaatse van de monsterpunten mp 2-01 t/m 2-03 (beoogde werkplaats) wordt geen sterke verontreiniging met asbest in de grond verwacht.
4.5
Analyseresultaten grondwater De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. In de tabellen in bijlage 5 zijn de analyseresultaten getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De resultaten van de toetsing zijn in tabel 4.8 opgesomd. Tabel 4.8: Getoetste analyseresultaten grondwater Watermonster
Filterdiepte (m-mv)
>S
>I
PB 2-01
2,2 - 3,2
barium
-
In het grondwatermonster, afkomstig uit peilbuis 2-01, is ten opzichte van de streefwaarden, een licht verhoogd gehalte barium aangetoond. Van de overig geanalyseerde parameters zijn geen gehalten boven de geldende streefwaarden aangetoond. Aangezien barium niet in een significant verhoogde gehalte in de grond is aangetroffen en er geen aanwijsbare bron bekend is die de aanwezigheid van deze stof zou kunnen verklaren, wordt aangenomen dat de verhoogde concentratie een natuurlijke oorsprong heeft. Ook zou sprake kunnen zijn van een (nog) niet volledig hersteld chemisch bodemevenwicht, na plaatsing van de peilbuis.
4.6
Toetsing hypothese Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese "onverdacht" voor de reguliere parameters op onderzoekslocatie, formeel gezien worden verworpen. Dit in verband met het aangetoonde licht verhoogde gehalte zink, minerale olie en PAK in de bovengrond en het licht verhoogde gehalte barium in het grondwater. De hypothese dat het perceel met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem “verdacht” is, wordt vanuit de onderzoeksresultaten bevestigd.
Project
: Verkennend bodemonderzoek Proodsweg 7 te Ambt-Delden
Projectnummer
: BO720KE01 11 van 13
5
CONCLUSIES EN ADVIES In opdracht van Kemp B.V. is door Bodemportaal B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Proodsweg 7 te Ambt-Delden. De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen sloop en herbouw van enkele opstallen op het terrein. Vanuit de gewijzigde functie en bestemming van het terrein is door de gemeente Hof van Twente een verkennend bodemonderzoek voorgeschreven. Het onderzoek heeft als doel, inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de te slopen en herbouwen opstallen, teneinde vast te kunnen stellen of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde nieuwbouw. In de door de gemeente Hof van Twente opgestelde anterieure overeenkomst is aangegeven dat het verkennend bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5725, 5740 en 5707. De gekozen onderzoeksopzet is op voorhand met de gemeente afgestemd, waarbij is overeengekomen dat de twee nieuwbouwlocaties gezamenlijk, als zijnde één locatie, mogen worden onderzocht. Het vooronderzoek is conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5725 (2017): “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” verricht.
Het aanvullend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NTA 5755: 2010 strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – onderzoek naar de ernst en omvang van bodemverontreiniging. Het verkennend en aanvullend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5707: Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de beide mengmonsters van de bovengrond die zijn geanalyseerd op de standaard NEN bodemparameters, licht verhoogde gehaltes zink, minerale olie en PAK worden aangetoond. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes van de onderzochte stoffen aangetoond. Uit de analyseresultaten blijkt dat er in het grondmonsters afkomstig van mp 1-02 (beoogde sportstudio) sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest. Vanuit de visuele waarnemingen blijkt er ter plaatse van mp 1-03 ook sprake is van sterke visueel waarneembare bijmengingen met asbest, waarmee de ophooglaag/puinverharding ter plaatse van dit monsterpunt eveneens als sterk met asbest verontreinigd moet worden beschouwd. Vanuit de visuele waarnemingen en de analyseresultaten van het grondmengmonster afkomstig van de toplaag ter plaatse van de monsterpunten mp 2-01 t/m 2-03 (beoogde werkplaats) wordt geen sterke verontreiniging met asbest in de grond verwacht.