Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden (1).pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxProodsweg7-VS10
BESTEMMINGSPLAN
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer
6 6 6 7 8 8
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie
9 9 9
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid
12 12 14 19
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieuzonering Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
22 22 23 25 25 27 29 30 32 33 35 37
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische toelichting Planopzet en systematiek Toelichting op de regels
39 39 39
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
42
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen
43 43 43
Bijlagen bij de toelichting
45
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
46
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
144
Bijlage 3
Watertoets
176
Bijlage 4
Quickscan natuurwaardenonderzoek
180
Bijlage 5
Zienswijzennotitie
204
Regels Hoofdstuk 1
2
211 Inleidende regels
212
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
vastgesteld
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
212 217
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Wonen - Vab Waarde - Archeologische verwachting 1 Waarde - Archeologische verwachting 3
218 218 220 222
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Regels in verband met vrijkomende agrarische bebouwing Strekking algemene regels
224 224 225 227 228 229 232 233 234 238
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
239 239 240
3
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
4
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Toelichting
vastgesteld
5
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Voor de locatie Proodsweg 7 in Ambt Delden is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemer wenst een (kleinschalige) opslagruimte en een personal sportstudio op het perceel te realiseren. De opslagruimte is bedoeld ten behoeve van een technisch adviesbureau dat reeds op deze locatie gevestigd is. Momenteel vinden de uitvoerende werkzaamheden (bijna) allemaal elders plaats. De initiatiefnemer wenst de opslag te realiseren om efficienter te werken en om kleinschalige werkzaamheden voor te bereiden. Daarnaast zal er een personal trainingsstudio worden gerealiseerd. In de trainingsstudio worden individuele trainingen gegeven of in klein groepsverband (maximaal 12 personen). Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet de bestemming 'Wonen' worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen-Vab' (Vrijstaande Agrarische Bebouwing). Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Ligging De planlocatie ligt aan de Proodsweg 7 in Ambt Delden. De locatie bestaat uit een voormalig agrarisch erf met een woonhuis en een aantal schuren. Het plangebied ligt ten zuiden van de Rijksweg A1 en ten westen van het Twentekanaal. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ambt Delden, sectie P, perceelnummers 75 en 76. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOK Viewer; bewerking Ad Fontem)
6
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). Voor de begrenzing is de grens van de huidige enkelbestemming 'Wonen' aangehouden. Zie de verbeelding van het bestemmingsplan voor de exacte begrenzing van het plangebied.
Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Vigerend bestemmingsplan Voor de Proodsweg 7 in Ambt Delden geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019'. Met dit veegplan is het bestemingsplan 'Buitengebied (vastgesteld op 16 december 2014) inclusief herziening 2015 (vastgesteld op 9 december 2015), herziening regels beleid KGO (vastgesteld op 7 maart 2017) en Veegplan 2018 (vastgesteld op 10 juli 2018), gedeeltelijk herzien. Niet alle gronden zijn voorzien van bestemmingen en aanduidingen: op deze gronden wijzigen de bestemmingen en aanduidingen uit het moederplan en/of het reparatieplan niet. Alleen de gewijzigde aanduidingen of bestemmingen zijn in dit veegplan opnieuw vastgesteld. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.
vastgesteld
7
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de enkelbestemming 'Wonen' toegekend met een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde Arcehologische verwachting 3'. Op het perceel liggen ook een drietal gebiedaaanduidingen, te weten: 'luchtvaartverkeerzone', 'reconstructiewetzone verwevingsgebied' en 'vrijwaringszone - radar'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor maximaal één woning per bestemmingsvak waarbij inwoning is toegestaan. Bewoners van de Proodsweg 7 wensen een deel van de schuren te gebruiken als opslag en een personal sportstudio. Deze functies passen niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Om de functies te kunnen toevoegen is een bestemmingsplanwijziging nodig, waarbij de bestemming 'Wonen' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen - Vab'. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.4
De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BGxProodsweg7-VS10); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5
Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
8
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie In de huidige situatie is er aan de Proodsweg 7 in Ambt Delden sprake van een woonerf met woonhuis en meerdere schuren. De ontsluiting van het perceel vindt plaats via de Proodsweg, een rustige erfontsluitingsweg (60 km/u) met voornamelijk bestemmingsverkeer in het buitengebied. Parkeren vindt momenteel plaats op eigen terrein. In de directe omgeving van de planlocatie liggen voornamelijk agrarische bedrijven. Ten zuiden van de planlocatie, op circa 30 meter afstand, ligt een intensieve veehouderij. Ten noorden van de planlocatie, op circa 170 meter afstand, ligt de Rijksweg A1.
Figuur 2.1: huidige situatie Proodsweg 7 Ambt Delden (bron: Cyclomedia)
2.2
Toekomstige situatie De initiatiefnemers zijn momenteel woonachtig op het perceel aan de Proodsweg 7 in Ambt Delden. Op het perceel hebben de initiatiefnemers ook een eigen onderneming, namelijk een klein technisch adviesbureau gericht op engineering, maintenance en projectmanagement. Het werkgebied richt zich op bouwstoffen, agro-industrie, bio-industrie en de levensmiddelen industrie. Ten behoeve hiervan wensen de initiatiefnemers een deel van de aanwezige schuren op het terrein om te bouwen. Het gaat om een ruimte ten behoeve van opslag ten behoeve van de kleinschalige werkplaats met kantoor. De opslag is voorzien in één van de schuren (zie figuur 2.2 ). Een deel van deze schuur wordt vervangen (blauw omlijnd in figuur 2.2). De oppervlakte van de schuur blijft gelijk (150 m²).
vastgesteld
9
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
In een andere schuur wordt een kleinschalige personal sportstudio (60 m²) gerealiseerd. Deze is voorzien in een gedeelte van de schuur aangegegeven in onderstaande figuur. Een deel van deze schuur (rood omlijnd in figuur 2.2) wordt vervangen. Hierdoor zal de oppervlakte toenemen met 20 m². Om dit te compenseren is de initiatiefnemer bereid om twee andere opstallen met een gezamenlijke oppervlakte van 50 m² te slopen. De te slopen opstallen zijn weergegeven met nummers 3 en 4 (geel omlijnd). Door het saneren van twee gebouwen en het herbouwen van twee andere gebouwen, zal het bebouwingsoppervlakte in de eindsituatie met circa 30 m² afnemen. Daarnaast verbeterd de ruimtelijke kwaliteit en wordt de erfbebouwing verfraaid doordat onsamenhangende gebouwen worden vervangen. Voor wat betreft landschappelijke inpassing is er in het voorjaar van 2020 een bloemenweide en wandelpad aangelegd aan de zuidzijde van het erf.
Figuur 2.2: plannen voor de Proodsweg 7 in Ambt Delden (bron: initiatiefnemer)
10
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Figuur 2.3: landschappelijke inpassing Proodsweg 7 in Ambt Delden (bron: initiatiefnemer)
vastgesteld
11
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de vestiging van nieuwe economische functies (opslag en personal sportstudio) in het buitengebied (landelijk gebied) van de gemeente Hof van Twente. Daarmee is de vierde pijler "toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied" relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. In de Novi wordt voor het landelijk gebied aangegeven dat een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied vraagt om een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit.
Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied moet cultureel erfgoed en unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en versterkt worden. Waar mogelijk en gewenst dienen nieuwe kwaliteiten toegevoegd te worden. Voor een landelijk gebied dat zich toekomstbestendig kan ontwikkelen, is nodig dat de bereikbaarheid, de economische kracht en de beschikbaarheid van voorzieningen ook voldoende worden meegenomen in het Nationaal Programma Landelijk gebied. Vrijkomende agrarische bebouwing kan gebruikt worden voor het
12
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
ontwikkelen van nieuwe functies en woonconcepten. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden voormalige agrarische opstallen gebruikt door nieuwe economische functies (opslag en personal sportstudio). De voorgenomen ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het erf verbeterd. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling binnen de prioriteiten van de NOVI past. Er wordt een bijdrage geleverd aan de toekomst van het landelijk gebied. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Onderhavig plan betreft een bestemmingswijziging van 'Wonen' naar 'Wonen - Vab'.
Dit om opslagruimte ten behoeve van een werkplaats met kantoor en een personal sportstudio mogelijk te maken. Ter compensatie worden er twee kleine vrijstaande schuren gesloopt waardoor de bebouwingsoppervlakte in de eindsituatie met 30 m² zal afnemen. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van de uitspraak van de Raad van State van 20 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1075) geldt dat een bestemmingsplan dat ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan geen uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, tenzij die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Middels dit bestemmingsplan wordt een opslagruimte en een personal sportstudio gerealiseerd. De functies worden zoveel mogelijk binnen bestaande bebouwing mogelijk gemaakt. Bij een deel van de schuren vindt vervangende nieuwbouw plaats. Per saldo neemt het bebouwde oppervlakte op het perceel niet toe, aangezien er ook twee schuren gesloopt worden.
Daarnaast zijn de gevolgen voor het milieu zeer gering (zie hoofdstuk 4). Derhalve geldt dat het plan geen betrekking heeft op een functiewijziging van zodanige aard en omvang, waardoor geldt dat het plan niet kan worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro. De Ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing.
vastgesteld
13
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden.
Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
14
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes In het voorliggende geval dienen bij de afweging in de eerste fase, de 'generieke
vastgesteld
15
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
beleidskeuzes' de volgende artikelen te worden getoetst: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3) Ruimtelijke kwaliteit (art. 2.1.5). Hierna worden de artikelen nader getoetst. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Op grond van de Omgevingsverordening wordt onder stedelijke ontwikkelingen verstaan: het realiseren van stedelijke functies zoals woningbouw, bedrijventerreinen, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve en religieuze voorzieningen met de daarbij behorende infrastructuur met bijbehorend groen en water en het hiertoe bouwrijp maken van gronden; Op grond van het vigerende bestemmingsplan geldt reeds de bestemming Wonen waardoor stedelijke functies (o.a. woningbouw met bijbehorende infrastructuur en groen) reeds mogelijk zijn.
Als gevolg van het plan wijzigt de bestemming in feite niet, anders dat er op het bestaande erf voorzien wordt in nieuwe stedelijke functies (opslag en peronsal sportstudio). Ter compensatie worden twee schuren gesloopt. Met de voorliggende ontwikkeling zal het bebouwingsoppervlakte in de eindsituatie met 30 m² afnemen. Derhalve kan gesteld worden dat het voornemen voldoet aan de uitgangspunten van artikel 2.1.3 zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: De initiatiefnemer is voornemens om een tweetal schuren, ten zuiden van het erf, te slopen. De schuren hebben een gezamenlijke oppervlakte van 50 m². Hiervoor wenst de initiatiefnemer twee bestaande schuren beperkt uit te breiden (ca. 20 m²) ten behoeve van opslag en een personal sportstudio. Door het saneren van vier gebouwen en het herbouwen van twee gebouwen, zal de bebouwingsoppervlakte in de eindsituatie met circa 30 m² afnemen. Daarnaast verbetert de ruimtelijke kwaliteit en wordt de erfbebouwing verfraaid doordat onsamenhangende gebouwen worden vervangen.
Er ontstaat op deze manier meer samenhang tussen de bebouwing. Ook is in het voorjaar van 2020 een bloemenweide en wandelpad aangelegd aan de zuidzijde van het erf. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit ten goede. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. Het plangebied is deels gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie
16
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
weergegeven.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de vestiging van opslagruimte en een personal sportstudio. Dit betreft functies waar niet langdurig door mensen verbleven wordt.
In de huidige situatie is reeds de woonfunctie toegestaan. Het verbreden van de gebruiksmogelijkheden op het perceel heeft geen negatieve effecten voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor de omliggende functies. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het voornemen in overeenstemming is met het geldende ontwikkelingsperspectief. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Beekdalen en natte laagtes' en 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).
vastgesteld
17
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Voor 'Beekdalen en natte laagtes' heeft de provincie Overijssel de ambitie de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. De laag 'Dekzandgronden en ruggen' beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. De provincie heeft de ambitie geformuleerd om de de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Gelet op de kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat het plan geen afbreuk doet aan de gebiedskenmerken ter plaatse. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude Hoevenlandschap' aan het gebied toe.
In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
18
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Kenmerken van het 'Oude hoevenlandschap' is een landschap met verspreide erven. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit deverspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen. Voorliggend plan voorziet in een investering in de ruimtelijke kwaliteit en past derhalve binnen de ambitie van het agrarisch cultuurlandschap. De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' hebben binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijven daarom verder buiten beschouwing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Strategische Visie 'Hof van Twente - Zicht op 2030" Doel van de toekomstvisie is het schetsen van de grote lijnen: wat kenmerkt de gemeente Hof van Twente nu en straks. Maar de visie geeft ook een mogelijk toekomstperspectief specifiek voor de gemeente, met vernieuwende ideeën en kansrijke oplossingsrichtingen. Een perspectief dat beoogt te boeien, te inspireren en richtinggevend te zijn bij het maken van keuzes. Alle kernen en buurtschappen hebben hun eigen sterke en zwakke punten. In 2030 wordt het onderscheid tussen de verschillende delen gerespecteerd en krijgt het de ruimte. In die verscheidenheid schuilt de kracht van Hof van Twente. Vanzelfsprekend houden kernen uiteenlopende functies, maar door bewust accenten te leggen kan
vastgesteld
19
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
iedere kern werken aan een herkenbaar profiel van de eigen sterke punten en zich hiermee profileren. Op basis van een schets van de identiteit van de gemeente en een analyse van trends is in de vorm van een wensbeeld een toekomstperspectief geschreven. Dit perspectief is geschreven in de vorm van een twintigtal streefbeelden voor 2030. In het kader van het onderhavig bestemmingsplan is vooral streefbeeld 15 van belang. Streefbeeld 15: Werkgelegenheid in kernen, concentraties technische en productiebedrijven in grotere kernen. Hof van Twente beschikt in 2030 over een uitstekende bereikbaarheid over spoor, weg en water. Dit zijn belangrijke voorwaarden voor het vestigen van bedrijven in de gemeente. Binnen de gemeente is een grote diversiteit aan locaties ten behoeve van bedrijven. Voor grotere bedrijven is er het bedrijventerrein Zenkeldamshoek in Goor. Wat de behoefte aan nieuwe bedrijfsterreinen betreft: door revitalisering en in hoogte bouwen (efficiënter ruimtegebruik) is de behoefte aan nieuwe terreinen beperkt. Bedrijventerreinen en bedrijfsverzamelgebouwen zullen in belangrijke mate centraal worden gecreëerd en gerevitaliseerd. Maar ook voor die centrale bedrijventerreinen geldt, dat ze voor lokale bedrijvigheid van binnen de gemeente bedoeld blijven en géén regionale functie bezitten. In de kleine kernen beperkt zich dit tot werkelijk lokaal gebonden bedrijvigheid.
Niet sociaal economisch gebonden bedrijven zijn aangewezen op de centrale kernen. Toets Op de locatie aan de Proodsweg 7 in Ambt Delden is momenteel reeds een technisch adviesbureau gevestigd. De wens is om de bedrijfsvoering uit te breiden op de huidige locatie. Behoefte aan een nieuwe andere locatie, elders binnen de gemeente Hof van Twente, is er niet. De initiatiefnemers hebben juist de wens om de bedrijfigheid te concentreren op één locatie. Daarbij zal het plangebied specifiek worden ingericht op de wensen van het adviesbureau en zal de ruimte efficienter gebruikt gaan worden. Daarmee wordt op een bestaande locatie in Ambt Delden voorzien in een specifieke wens. Tot slot zal de bedrijvigheid op de locatie worden uitgebereid met een personal sportstudio. Beide functies dragen bij bij aan de lokaal gebonden bedrijvigheid, wat ook als pijler is aangeveven door de gemeente in de structuurvisie. 3.3.2
VAB-beleid Hof van Twente Het VAB-beleid maakt het mogelijk om diverse niet-agrarische activiteiten te ontwikkelen invoormalige agrarische bebouwing. Belangrijkste wijziging die voor het VAB-beleid wordt doorgevoerd is dat de Landbouwontwikkelingsgebieden gelijk gesteld worden met de verwevingsgebieden voor wat betreft ontwikkeling van nevenactiviteiten. De beperkingen van het landbouwontwikkelingsgebied voor VAB’s worden opgeheven, zonder dat dit ten koste gaat van de ontwikkeling van de agrarisch bedrijven. Het hoofddoel van het Vab-beleid is sociaal- economisch van aard, met andere woorden: het leveren van een bijdrage aan de versterking van de vitaliteit van het platteland; het behouden van de sociale structuren; het realiseren van nieuwe economische dragers in het landelijk gebied; het benutten van de resterende economische waarde van Vab voor andere bedrijvigheid Tevens voorkomt hergebruik kapitaalsvernietiging en worden startende bedrijven gestimuleerd. Het buitengebied wordt daardoor een streekgebonden werkgebied in plaats van woongebied voor niet streekgebonden forensen. De terugloop in de landbouw maakt het voor de leefbaarheid en de economische vitaliteit van het landelijk gebied noodzakelijk dat zich in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen hierna te noemen Vab’s andere functies kunnen vestigen.
Een bijkomende doelstelling is het verbeteren van de omgevingskwaliteit eventueel in
20
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
combinatie met de regeling Rood voor Rood. Immers een blijvende landelijke uitstraling van de gebouwen en omgeving is gewenst. Nieuwe functies kunnen worden toegelaten afhankelijk van de situering in het landschap, aanwezige natuur- en landschapswaarden en bijvoorbeeld de ligging ten opzichte van een woonkern. Toetsingscriteria de activiteiten moeten binnen de gebouwen plaatsvinden; er mag geen buitenopslag plaatsvinden; de nieuwe functie moet leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en mag geen ongewenste verstedelijking of aantasting van de landschappelijke waarden veroorzaken. Dit kan eventueel gepaard gaan met sloop van een deel van de bestaande bebouwing. de nieuwe activiteit mag de bestaande agrarische bedrijven in de omgeving niet belemmeren in hun bedrijfsvoering; de nieuwe activiteit moet behoren tot de categorie 1 en 2 van de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” dan wel een daarmee gelijk te stellen activiteit; het milieu mag niet extra worden belast ten opzichte van de milieubelasting van het stoppende of gestopte (deel van het) bedrijf (stank, geluid, luchtkwaliteit, veiligheid etc.; de bestaande infrastructuur moet berekend zijn op de nieuwe activiteit, er mag geen sprake zijn van eenonevenredige verkeersaantrekkende werking; eventuele parkeerplaatsen worden ingepast in het groen c.q.
omgeving; er mag geen sprake zijn van een industriële uitstraling, dergelijke activiteiten behoren op een industrieterrein; er moet sprake zijn van een landschappelijke inpassing, waarvoor het noodzakelijk kan zijn dat een beeldkwaliteitplan voor het totale erf( en de directe omgeving) ingediend moet worden; er mag geen sprake zijn van detailhandel, anders dan ter plaatse vervaardigde producten, waarbij er geensprake is van enige tussenhandel. reclame-uitingen dienen in overeenstemming te zijn met de Welstandsnota. Toets Met voorliggende ontwikkeling worden twee nieuwe functies (opslag en een personal sportstudio) mogelijk gemaakt binnen (voormalig) agrarische bebouwing aan de Proodsweg 7 in Ambt Delden. Op deze manier worden nieuwe economische dragers in het landelijk gebied gerealiseerd. Ook levert het een bijdrage aan de versterking van de vitaliteit van het platteland. De activiteiten vinden binnen gebouwen plaats en er is geen sprake van buitenopslag. Ook belemmert de ontwikkeling de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijven niet. De ontwikkeling voldoet aan de toetingscriteria zoals de gemeente Hof van Twente deze in het VAB beleid stelt.
vastgesteld
21
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant.
Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een inpandige functiewijziging. De bebouwde oppervlakte op het perceel wordt per saldo niet vergroot, maar neemt juist af. Ten aanzien van de milieugevolgen wordt in de paragrafen 4.2 tot en met 4.10 aangetoond dat de milieugevolgen zeer beperkt zijn. Op basis van het feit dat de bebouwde oppervlakte als gevolg van het plan niet toeneemt, het plan geen negatieve milieugevolgen heeft en het plan leidt tot een verbetering van de opzet en vormgeving van het plangebied in de omgeving (onder andere door middel van de landschappelijke
22
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
inpassing wordt een bijdrage geleverd aan de versterking van de kenmerkende erfbeplanting), kan geconcludeerd worden dat het plan niet kan worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit m.e.r..
4.2
Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Voorliggende ontwikkeling ligt in het buitengebied van Hof van Twente. Hiervoor geldt omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied'. Het onderhavige plan voorziet in de realisatie van een werkplaats met kantoor en een sportstudio. Bij het realiseren van een
vastgesteld
23
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
dergelijke functie spelen in het kader van bedrijven en milieuzonering twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden onevenredig wordt aangetast. Voor de opslag behorende bij de werkplaats met kantoor is voorzichtigheidshalve, op basis van de VNG-uitgave, de categorie 'Overige metaalbewerkende industrie, inpandig < 200 m²' aangehouden. Voor deze categorie geldt een maximale richtafstand van 50 meter in verband met het aspect geluid (milieucategorie 3.1.). De meest nabijgelegen milieugevoelige functies betreffen de woningen behorende bij de intensieve veehouderij gelegen aan de Proodsweg 3 en 3a. Deze woningen bevinden zich op circa 60 meter afstand van het plangebied (gemeten tussen locatie van de werkplaatsen en het bouwvlak van het perceel Proodsweg 3/3a). Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden en wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd. Voor de realisatie van de personal sportstudio is, op basis van de VNG-uitgave, de categorie 'fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden' aangehouden.
Voor deze categorie geldt een maximale richtafstand van 30 meter in verband met aspect geluid (milieucategorie 2). Echter zal het geluidniveau door muziek binnen de inrichting meer bedragen dan 80 dB. Op basis van het Activiteitenbesluit moet er daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. Uit het akoestisch onderzoek moet blijken of er aan de geluidsgrenswaarden van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. Door De Geluidpraktijk is aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wordt behandeld in paragraaf 4.5 en is opgenomen in Bijlage 2. In het kort luidt de conclusie als volgt: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L AR,LT ) - uit de rekenresultaten blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L AR,LT ) op de omliggende woningen ten hoogste 31 en 34 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag- en avondperiode. Hiermee wordt er voldaan aan het gestelde toetsingskader van 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag,- avond- en nachtperiode. Maximale geluidniveaus (L Amax ) - uit de rekenresultaten blijkt dat het maximale geluidsniveau (L Amax ) op de omliggende woningen ten hoogste 45 en 49 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag- en avondperiode. Hiermee wordt er voldaan aan het gestelde toetsingskader van 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag,avond- en nachtperiode, zoals weergegeven in hoofdstuk 3.
Gesteld kan worden dat het beoordelen van maximale geluidniveaus bij muziek- en installatiegeluid als niet relevant aangemerkt kan worden. De maximale geluidniveaus worden veroorzaakt door het dichtslaan van een autoportier. Geconcludeerd wordt dat voldaan wordt aan de richtafstanden en dat een goed woonen leefklimaat wordt gegarandeerd. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Momenteel is er reeds een woonfunctie mogelijk. Dit betekent dat omliggende functies in de huidige situatie reeds moeten voldoen aan een goed woon- en leefklimaat voor het perceel aan de Proodsweg 7 in Ambt Delden. Verdere toetsing aan interne werking kan derhalve achterwege blijven. De voorgenomen ontwikkeling past in de omgeving en vormt geen belemmering voor de huidige bedrijven in de omgeving. Er blijft sprake van een aanvaardbare situatie voor wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering en een goed woon- en leefklimaat. Geconcludeerd kan worden dat omliggende bedrijven als gevolg van de
24
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
gebruikswijziging niet in hun functioneren worden beperkt. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.3
Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Toets Het perceel aan de Proodsweg 7 is gelegen in het buitengebied van Hof van Twente. Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf ligt aan de Proodsweg 3-3a. Dit betreft een melkvee bedrijf. Het plangebied aan de Proodsweg 7 heeft reeds een woonbestemming. Het agararisch bedrijf aan de Proodsweg 3-3a moet derhalve reeds rekening houden met de woning aan de Proodsweg 7. Daarnaast liggen de twee toe te voegen functies (opslag en personal sportstudio) op meer dan 50 meter afstand van het agrarisch bedrijf aan de Proodsweg 3-3a. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geur' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.4
Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Door Bodem Portaal is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel
vastgesteld
25
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Proodsweg 7 in Ambt-Delden. Het bodemonderzoek is opgenomen in Bijlage 1. De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen sloop en herbouw van enkele opstallen op het terrein. Vanuit de gewijzigde functie en bestemming van het terrein is door de gemeente Hof van Twente een verkennend bodemonderzoek voorgeschreven. Het onderzoek heeft als doel, inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de te slopen en herbouwen opstallen, teneinde vast te kunnen stellen of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde nieuwbouw. In de door de gemeente Hof van Twente opgestelde anterieure overeenkomst is aangegeven dat het verkennend bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5725, 5740 en 5707. De gekozen onderzoeksopzet is op voorhand met de gemeente afgestemd, waarbij is overeengekomen dat de twee nieuwbouwlocaties gezamenlijk, als zijnde één locatie, mogen worden onderzocht. Het vooronderzoek is conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5725 (2017): “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” verricht. Het aanvullend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NTA 5755: 2010 strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – onderzoek naar de ernst en omvang van bodemverontreiniging.
Het verkennend en aanvullend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5707: Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. De uitkomsten zijn als volgt: Uit de analyseresultaten blijkt dat in de beide mengmonsters van de bovengrond die zijn geanalyseerd op de standaard NEN bodemparameters, licht verhoogde gehaltes zink, minerale olie en PAK worden aangetoond. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes van de onderzochte stoffen aangetoond. Uit de analyseresultaten blijkt dat er in het grondmonsters afkomstig van mp 1-02 (beoogde sportstudio) sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest. Vanuit de visuele waarnemingen blijkt er ter plaatse van mp 1-03 ook sprake is van sterke visueel waarneembare bijmengingen met asbest, waarmee de ophooglaag/puinverharding ter plaatse van dit monsterpunt eveneens als sterk met asbest verontreinigd moet worden beschouwd. Vanuit de visuele waarnemingen en de analyseresultaten van het grondmengmonster afkomstig van de toplaag ter plaatse van de monsterpunten mp 2-01 t/m 2-03 (beoogde werkplaats) wordt geen sterke verontreiniging met asbest in de grond verwacht. In het grondwatermonster, afkomstig uit peilbuis 2-01, is ten opzichte van de streefwaarden, een licht verhoogd gehalte barium aangetoond.
Van de overig geanalyseerde parameters zijn geen gehalten boven de geldende streefwaarden aangetoond. De aangetoonde licht verhoogde gehaltes zink, minerale olie en PAK zijn representatief voor de bebouwde omgeving en vormen geen aanleiding voor het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Aangezien barium niet in een significant verhoogde gehalte in de grond is aangetroffen en er geen aanwijsbare bron bekend is die de aanwezigheid van deze stof zou kunnen verklaren, wordt aangenomen dat de verhoogde concentratie barium in het grondwater een natuurlijke oorsprong heeft. Ook zou sprake kunnen zijn van een (nog) niet volledig hersteld chemisch bodemevenwicht, na plaatsing van de peilbuis. Nader bodemonderzoek naar dit licht verhoogde gehalte barium wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. De sterk verhoogde gehaltes asbest in de bodem ter plaatse van de beoogde sportstudio moeten vanuit de geldende wet- en regelgeving (Wet bodembescherming), voorafgaand aan de realisatie van de sportstudio worden gesaneerd. De feitelijke beslissing hieromtrent ligt echter bij de gemeente Hof van Twente.
26
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
Volledigheidshalve wordt opgemerkt, dat rekening gehouden dient te worden gehouden met het gegeven, dat bij eventuele toekomstige grondwerkzaamheden mogelijk aanvullende analyses noodzakelijk zijn en de grond mogelijk niet zonder restricties buiten de locatie kan worden toegepast. Het Besluit Bodemkwaliteit zal dan van kracht kunnen worden. Bij het afvoeren van grond vanaf het perceel dient tevens rekening te worden gehouden met het tijdelijk handelingskader PFAS/PFOA, waardoor de bodem voorafgaand aan toepassing buiten de locatie aanvullend op deze parameters dient te worden onderzocht. Naar verwachting zijn de analyseresultaten van onderhavig bodemonderzoek wel afdoende voor de afvoer van de sterk met asbest verontreinigde grond naar een hiertoe erkend verwerker. Conclusie Na saneren is er vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na sanering, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.5
Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.
in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen
vastgesteld
27
Buitengebied Hof van Twente, herziening Proodsweg 7 Ambt Delden
rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). De initiatiefnemer is voornemens om in schuren bij de bestaande woning een opslagruimte voor de werkplaats met kantoor en een personal sportstudio te vestigen. Hoewel de bestaande woning op grond van de Wet geluidhinder wordt aangemerkt als een geluidsgevoelig object, geldt op grond van artikel 76, lid 3 Wgh dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan bestaande geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in de zone van bestaande wegen niet getoetst hoeven te worden. De nieuwe functies (opslag en sportstudio) worden niet aangemerkt als geluidsgevoelig objecten op grond van de Wet geluidhinder. Derhalve geldt dat het aspect 'wegverkeerslawaai' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Industrielawaai In voorliggend plan worden twee functies mogelijk gemaakt. Het betreft een opslagfunctie en een personal sportstudio. Voor de realisatie van opslagruimte ten behoeve van de werkplaats met kantoor is, op basis van de VNG-uitgave, de categorie 'Overige metaalbewerkende industrie, inpandig < 200 m²' aangehouden. Voor deze categorie geldt een maximale richtafstand van 50 meter in verband met het aspect geluid (milieucategorie 3.1.). De meest nabijgelegen milieugevoelige functies betreffen de woningen behorende bij de intensieve veehouderij gelegen aan de Proodsweg 3 en 3a.
Deze woningen bevinden zich op circa 60 meter afstand van het plangebied (gemeten tussen locatie van de werkplaatsen en het bouwvlak van het perceel Proodsweg 3/3a). Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden en wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd. Voor de realisatie van de personal sportstudio is een nader akoestisch onderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen in Bijlage 2. Aanleiding voor het onderzoek is aangezien het geluidniveau door muziek binnen de inrichting meer dan 80 dB(A) zal bedragen. Op basis van het Activiteitenbesluit moet er daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. Uit het akoestisch onderzoek moet blijken of er aan de geluidsgrenswaarden van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. Het onderzoek leidt bij een representatieve bedrijfssituatie tot de volgende conclusies, te weten: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L AR,LT ) - uit de rekenresultaten blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L AR,LT ) op de omliggende woningen ten hoogste 31 en 34 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag- en avondperiode. Hiermee wordt er voldaan aan het gestelde toetsingskader van 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag,- avond- en nachtperiode.