CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo (04-04-23).pdf

Gemeenteraad 11 juli 2023, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 8: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo24.504 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Fase: Planid:

ontwerp NL.IMRO.1735.BGxGoorswg45-OP10

BESTEMMINGSPLAN

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Inhoudsopgave

Toelichting

2

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Huidig planologisch regime Leeswijzer

6 6 6 7 7 10

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2

Planbeschrijving Gewenste situatie Verkeer en parkeren

13 13 14

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

16 16 18 27

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Milieu- en omgevingsaspecten Geluid Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & Cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage

31 31 32 33 34 36 39 40 43 44

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Wateraspecten Vigerend beleid Waterparagraaf

47 47 48

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Juridische planopzet Inleiding Opbouw van de regels Bestemmingen

50 50 50 52

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

54

Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3

Vooroverleg, inspraak & zienswijzen Vooroverleg Inspraak Zienswijzen

55 55 55 56

Bijlagen bij toelichting

57

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

58

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

61

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

63

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Bijlage 4

Bodemonderzoek

101

Bijlage 5

AERIUS-berekening

170

Bijlage 6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

187

Bijlage 7

Watertoets

202

Regels

ontwerp

213

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

214 214 221

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Tuin Wonen Leiding - Water Waarde - Archeologische verwachting 1 Waarde - Archeologische verwachting 3

222 222 223 226 228 230

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels

232 232 233 235 236 239 241 242

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

243 243 244

Bijlagen regels

245

Bijlage 1

Grond voor gebruik

246

Bijlage 2

Sloopverplichting

273

Bijlage 3

Erfinrichtingsplan

276

3

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

4

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Toelichting

ontwerp

5

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Goorseweg 45 te Markelo, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Ter plaatse is een bedrijfsperceel aanwezig met bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning (hierna plangebied). Het voornemen bestaat om het plangebied te herontwikkelen naar een woonerf met in totaal drie woningen. Hiervoor worden de bestaande aanwezige bedrijfsgebouwen gesloopt. De bedrijfswoning blijft behouden en wordt herbestemd van een bedrijfsbestemming naar een reguliere woonbestemming. Het voornemen is om achter de bestaande (bedrijfs)woning twee extra woningen toe te voegen. Eén extra woning kan worden gebouwd als compensatie voor het opheffen van het bedrijf ter plaatse. De tweede extra woning kan worden gebouwd middels de Rood voor Rood-regeling zoals verwoord in de beleidsnota 'Grond voor gebruik' van de gemeente Hof van Twente. Op basis van de Rood voor Rood-regeling kan in ruil voor het slopen van minimaal 1.000 m2 aan landschapsontsierende bedrijfsbebouwing het recht op een compensatiewoning worden verkregen. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is het minimale sloopoppervlak voor de compensatiewoning nog niet verkregen. In het geval het benodigde aantal sloopmeters is verkregen, kan via een afwijkingsbevoegdheid een compensatiewoning worden gebouwd.

De slooplocatie valt buiten de scope van het voorliggende bestemmingsplan. Het voornemen is op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk, omdat het plangebied een bedrijfsbestemming heeft. Om voorliggend initiatief mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. Opgemerkt wordt dat voorliggend bestemmingsplan voorziet in een bestemmingswijziging van de bestemming 'Bedrijf' en 'Agrarisch met waarden' naar 'Wonen' waarbij één woning (de te herbouwen bedrijfswoning) bij recht wordt toegestaan. Voor de twee extra woningen zijn in voorliggend bestemmingsplan afwijkingsbepalingen opgenomen. In het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' worden ook de voorgenoemde twee extra woningen betrokken in de toetsing van het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten.

1.2

Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, aan de Goorseweg 45 ten oosten van de kern Markelo. De indicatieve ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Markelo (rode ster) en de directe omgeving (rood omlijning) wordt weergegeven in afbeelding 1.1. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding

6

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Markelo en de directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1735.BGxGoorswg45-OP10) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen Het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" dat is vastgesteld op 18 december 2012. Daarna is dit plan nog meerdere keren herzien en vastgesteld; het meest recent op 9 december 2015. Vervolgens zijn meerdere veegplannen voor het buitengebied vastgesteld; het meest recent op 9 december 2015. Ten aanzien van de planologische situatie zijn bij voorliggend initiatief de regels en de verbeelding van de meest recentste versie van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente' van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierin aangegeven met de rode contour.

ontwerp

7

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" (Bron: ruimtelijk eplannen.nl) 1.4.2

Beschrijving bestemmingen De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan bestemd met de enkelbestemmingen 'Agrarisch met waarden' en 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - overige bedrijvigheid'. Verder kennen de gronden de dubbelbestemmingen 'Leiding - Water', 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologische verwachting 3'. Tevens zijn de volgende gebiedsaanduidingen van toepassing: 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied', 'milieuzone - intrekgebied', 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' en 'vrijwaringszone - radar'. 'Agrarisch met waarden' De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor behoud van de aanwezige landschapswaarden zijnde: beeldbepalende landschapselementen, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, natuur en waterhuishouding. Daarnaast zijn ze onder andere bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden en niet-grondgebonden agrarisch bedrijf. 'Bedrijf' Gronden met de bestemming 'Bedrijf' en de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - overige bedrijvigheid' zijn onder meer bestemd voor een aannemersbedrijf, een bedrijfswoning en ontsluitingsvoorzieningen.

Verder zijn bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven toegestaan. 'Leiding - Water' De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van een

8

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

ondergrondse hoofdwatertransportleiding en het beheer en onderhoud van de leiding. Op de gronden mag niet worden gebouwd met uitzondering van gebouwen ten behoeve van het leidingbeheer met per gebouw een maximaal bebouwde oppervlakte van 20 m2. 'Waarde - Archeologische verwachting 1' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op of in deze gronden mogen zonder archeologisch onderzoek geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld verstoord wordt of het nieuw te bebouwen oppervlak groter is dan 2.500 m2. 'Waarde - Archeologische verwachting 3' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 3' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op of in deze gronden mogen zonder archeologisch onderzoek geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld verstoord wordt of het nieuw te bebouwen oppervlak groter is dan 10 hectare.

'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 'Milieuzone - intrekgebied' De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - intrekgebied' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied' Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone verwevingsgebied', gelden de regels zoals opgenomen in de bestemming 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden' voor de afzonderlijke gebieden. 'Vrijwaringszone - radar' De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een radarverstoringsgebied. In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemmingen mag niet hoger worden gebouwd dan 45 m. 1.4.3

Strijdigheid Binnen het bestemmingsvlak 'Agrarisch met waarden' is een agrarisch bedrijf toegestaan. het bouwen van een reguliere woning is niet toegestaan. Binnen het bestemmingsvlak 'Bedrijf' is een aannemersbedrijf toegestaan met een bedrijfswoning. Het is niet toegestaan om binnen de bedrijfsbestemming woningen te bouwen, anders dan een bedrijfswoning. Voorliggend plan voorziet in de sloop van de bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning en het bouwen van drie woningen op een kleinschalig erf. Het plan is daarmee niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels uit het geldende bestemmingsplan. Derhalve is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

ontwerp

9

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

1.5

Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en vooroverleg.

10

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Goorseweg 45 in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, op circa 2 kilometer ten oosten van de kern Markelo. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden, natuur, verspreid liggende woonpercelen en agrarische bedrijfspercelen. Verder ligt aan de overzijde van de Goorseweg (N753) een maatschappelijke locatie voor mensen met een beperking. In het plangebied zelf is Bouwbedrijf Oonk-Noteboom B.V. gevestigd. Het bedrijf beschikt over een bedrijfskavel van circa 3.200 m2, waarop bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning zijn gevestigd. Verder is op het perceel een mantelzorgwoning aanwezig. In afbeelding 2.1 is middels een luchtfoto de huidige situatie van het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met rode contour. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 4.125 m2. Afbeelding 2.2 geeft het plangebied weer vanaf de Goorseweg. Aan de voorkant ligt de bedrijfswoning met daarachter de bedrijfsgebouwen. Het achterste gedeelte van het plangebied bestaat uit agrarische grond.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)

ontwerp

11

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Afbeelding 2.2 Vooraanzicht huidige situatie plangebied (Bron: Google Maps Streetview)

12

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Gewenste situatie Bouwbedrijf Oonk-Noteboom B.V. is een groeiend bedrijf, waarbij op de huidige locatie (Goorseweg 45) een ruimtegebrek begint te ontstaan. Bovendien voldoet het huidige bedrijfsgebouw niet meer aan de hedendaagse eisen en (duurzaamheids)wensen. Het bouwbedrijf zal moeten groeien op de huidige locatie of verhuizen naar een nieuwe locatie. Diverse opties zijn onderzocht waaronder het veranderen en vergroten van het huidige bedrijfsgebouw. Gebleken is dat groeien op de huidige locatie niet gewenst is, mede ook in verband met de nabijgelegen woonpercelen van derden. De optie die overblijft is het verplaatsen van het bedrijf naar een nieuwe locatie en het herontwikkelen van het huidige bedrijfsperceel naar een woonperceel voor in totaal drie vrijstaande woningen. Mede omdat er vooralsnog geen passende nieuwe locatie is gevonden voor het bouwbedrijf, gaat de voorgenomen ontwikkeling in eerste instantie uit van de herbestemming van de bestemming 'Bedrijf' en 'Agrarisch met waarden' naar een passende woonbestemming. Hierbij wordt bij recht één woning toegestaan.Dit betreft de bestaande bedrijfswoning. De beoogde twee extra woningen ter plaatse van het bedrijfsperceel worden in het voorliggende bestemmingsplan mogelijk gemaakt op basis van afwijkingsbevoegdheden.

Eén van de woningen kan mogelijk worden gemaakt in ruil voor het beëindigen van de bedrijfsvoering en het slopen van het bedrijfsgebouw. De tweede extra woning kan mogelijk worden gemaakt middels de Rood voor Rood-regeling zoals verwoord in de beleidsnota 'Grond voor gebruik' van de gemeente Hof van Twente. Op basis van de Rood voor Rood-regeling kan in ruil voor het slopen van minimaal 1.000 m2 aan landschapsontsierende bedrijfsbebouwing het recht op een compensatiewoning worden verkregen. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is nog niet het minimale sloopoppervlak verkregen. Via een binnenplanse afwijking in dit bestemmingsplan is het mogelijk om een compensatiewoning te realiseren in het geval er voldoende sloopmeters zijn verkregen. Het eindbeeld binnen het plangebied is een woonperceel met drie woningen. Verder blijft de bestaande mantelzorgwoning gehandhaafd. Het geheel wordt landschappelijk ingepast middels een erfinrichtingsplan. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan opgenomen.

ontwerp

13

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Afbeelding 3.1 Erfinrichtingsplan Goorseweg 45 Markelo (Bron: De Erfontwikkelaar) Het plangebied bestaat uit drie separate woonerven waar op elk erf een woning (nr. 2, 3 en 5) gesitueerd is. De bestaande mantelzorgwoning is met nummer 6 aangeduid en het bestaande transformatorhuisje met nummer 7. Rondom de woningen komen verschillende bomen (nr. 9, 10, 11, 12, 14). Woning nr. 2 en 5 worden ontsloten door bestaande inritten. Voor woning nr. 3 wordt een nieuwe inrit aangelegd. Ten slotte wordt op de westelijke erfgrens een meidoornhaag geplant (nr. 13).

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Hof van Twente heeft eigen parkeernormen vastgesteld. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie worden berekeningen uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren', publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de

14

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

bereikbaarheidskenmerken van de locatie. 3.2.2

Uitgangspunten Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Hof van Twente); stedelijke zone: buitengebied; functie: 'woning koop vrijstaand'; parkeernorm: 2,4 parkeerplaatsen per woning; verkeersgeneratie: gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per woning per weekdagetmaal.

3.2.3

Parkeren Op basis van bovenstaande gegevens is er sprake van een parkeerbehoefte van (3 x 2,4 = 7,2) afgerond 8 parkeerplaatsen binnen het plangebied. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 3.1 wordt geconcludeerd dat hieraan kan worden voldaan.

3.2.4

Verkeersgeneratie Op basis van bovenstaande gegevens is er sprake van een verkeersgeneratie van circa (3 x 8,2 = 24,6) afgerond gemiddeld 25 verkeersbewegingen per weekdagetmaal voor de drie woningen binnen het plangebied. In de huidige situatie is er een bouwbedrijf gevestigd. Een bouwbedrijf valt in de categorie 'Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief'. Voor deze categorie geldt volgens de CROW-publicatie een verkeersgeneratie van gemiddeld 10 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per 100 m2 bvo. Het huidige bouwbedrijf heeft een bruto vloeroppervlak van circa 600 m2. Het aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal bedraagt hiermee gemiddeld 60 verkeersbewegingen ten aanzien van het bouwbedrijf. In de huidige situatie maakt ook een bedrijfswoning onderdeel uit van het plangebied. Hiervoor bedraagt de verkeersgeneratie gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het totaal aantal verkeersbewegingen voor het plangebied bedraagt in de huidige situatie dus (60 + 8,2) afgerond 69 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De verkeersgeneratie zal in de beoogde situatie afnemen ten opzichte van de huidige situatie met (69-25) gemiddeld 44 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Tevens wordt opgemerkt dat in de beoogde situatie er geen vrachtverkeer meer van en naar de locatie hoeft.

Daarmee zal er van mogelijke hinder van het bedrijf op omliggende woningen geen sprake meer zijn. Geconcludeerd wordt dat per saldo planologisch gezien sprake is van een afname van het aantal verkeersbewegingen. De woonpercelen worden ontsloten op de aftakking van de Goorseweg. De Goorseweg en overige omliggende infrastructuur is van voldoende capaciteit om de voorgenoemde verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen.

3.2.5

Conclusie De aspecten parkeren en verkeersgeneratie vormen geen belemmering voor het bestemmingsplan.

ontwerp

15

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1

Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

4.1.1.2

Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

Sterke en gezonde steden en regio's: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke

16

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3

Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

4.1.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (de voorloper van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de NOVI en Ladder voor duurzame verstedelijking De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' betreft wordt opgemerkt dat deze van

ontwerp

17

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

toepassing is bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling (artikel 3.1.6. Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Wat betreft het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. Voor de voorliggende ontwikkeling wordt dan ook geconcludeerd dat de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' niet van toepassing is, aangezien er sprake is van de toevoeging van slechts twee nieuwe woningen. Geconcludeerd wordt dat het rijksbeleid de uitvoerbaarheid van de gewenste ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. De laatste actualisaties van de visie en verordening zijn vastgesteld op 15 december 2021.

4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze worden benaderd vanuit de – overkoepelende – rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit, waarvoor – themaoverstijgende – kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Enkele belangrijke ambities zijn: Een klimaatbestendig Overijssel; Beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur; Natuur als ruggengraat; Een continu en beleefbaar watersysteem als dragende structuur van Overijssel; Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen; Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur; Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; Het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken.

4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.

18

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Aan de hand van deze drie stappen kan bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 4.2.3.1

Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouwen kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd

ontwerp

19

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2

Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. De Omgevingsvisie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

4.2.3.3

Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

4.2.4.1

Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.3 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:

20

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijk heid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In dit bestemmingsplan wordt het realiseren van drie woningen mogelijk gemaakt. Twee woningen zijn voorzien op gronden waar nu een bedrijfsbestemming geldt en wat reeds bebouwd en verhard is. Hier is dus per saldo geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden in de groene omgeving. Eén woning wordt mogelijk gemaakt op gronden waar nu een agrarische bestemming geldt. Op het bestaande erf is geen ruimte voor een derde woning. Het bestaande erf wordt in de beoogde situatie optimaal benut. Eén woning wordt mogelijk gemaakt middels herbouw na sloop van de bestaande bedrijfswoning. Hierdoor is er per saldo geen sprake van extra ruimtebeslag. Eén woning wordt mogelijk gemaakt na sloop van de bedrijfsgebouwen van circa 600 m2.

Hierdoor is er per saldo geen sprake van extra ruimtebeslag, juist van een positief effect aangezien er meer verharding wordt gesloopt dan er wordt teruggebouwd. Eén woning wordt mogelijk gemaakt door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling. Hierdoor kan door de sloop van 1.000 m2 aan landschapontsierende bebouwing binnen de gemeente Hof van Twente een woning worden toegevoegd. Doordat er 1.000 m2 aan landschapontsierende bebouwing wordt gesloopt ter compensatie van één woning is er per saldo geen sprake van extra ruimtebeslag, juist van een positief effect aangezien er meer verharding wordt gesloopt dan er wordt teruggebouwd. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 (lid 1, 2, 3 en 5): Principe van ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie

ontwerp

21

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1,2,3 en 5) van de Omgevingsverordening Overijssel Belangrijk uitgangspunt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is landschappelijke inpassing en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om daarin te voorzien worden zowel investeringen gedaan op het erf als in de omgeving. De investeringen op het erf hebben tot doel de situatie op het erf en de uitstraling te verbeteren. Deze investeringen voorzien op het erf in onderhoud van de streekeigen erfstructuur en -inrichting. Het huidige en nieuwe woonperceel worden landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting door middel van een erfinrichtingsplan (Bijlage 1). Deze landschappelijke inpassing wordt ook als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend bestemmingsplan.

Artikel 2.13.3: Grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden Bestemmingsplannen voorzien in een aanduiding voor grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden waarbij alleen functies worden toegestaan die harmoniëren met de functie voor de drinkwatervoorziening. Artikel 2.14.4: Niet risicovolle functies en grote risicovolle functies in intrekgebieden In afwijking van het bepaalde in artikel 2.13.3. kunnen in intrekgebieden ook nieuwe niet-risicovolle en grote risicovolle functies worden toegestaan, mits daarbij wordt voldaan aan het stand-stillprincipe. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.13.3 en 2.13.5 zijn hierna opgenomen: niet-risicovolle functies: alle functies behalve harmoniërende functies en grotere of grootschalige risicovolle functies. harmoniërende functies: functies die goed samengaan met de drinkwaterwinning. grote en grootschalige risicovolle functies: functies die gelet op de risico’s voor de grondwaterkwaliteit én als zodanig, ongewenst zijn in grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden. stand-stillprincipe: beginsel dat erop gericht is verslechtering van de grondwaterkwaliteit tegen te gaan en het vergroten van risico’s op verontreiniging van het grondwater te voorkomen.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.13.3 en 2.13.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt in een grondwaterbeschermingsgebied en een intrekgebied. Harmoniërende functies gaan goed samen met drinkwaterwinning en grondwaterbescherming. Deze worden aangeduid als toelaatbaar. Onder harmoniërende functies worden onder andere verstaan: extensieve landbouw, extensieve recreatie, kleinschalige verblijfsrecreatie, natuur, bosbouw (nieuwe) landgoederen en buitenplaatsen. De voorgenomen functies betreffen gezien vorenstaande omschrijving, harmoniërende functies voor de drinkwatervoorziening. Nieuwe niet-risicovolle functies en harmoniërende functies zijn toegestaan, mits wordt voldaan het stand-stillprincipe (beginsel dat gericht is om verslechtering van de grondwaterkwaliteit tegen te gaan en het vergroten van risico’s op verontreiniging te voorkomen). Er is sprake van een nieuwe niet-risicovolle functie waarbij, gezien de aard van de

22

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

ontwikkeling, wordt voldaan aan het stand-stillprincipe. Het realiseren van de woningen binnen het plangebied leidt namelijk niet tot verslechtering van de grondwaterkwaliteit. In de regels van het bestemmingsplan is ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater binnen het intrekgebied de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone - intrekgebied’ en ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’, conform geldend bestemmingsplan, opgenomen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.13.3 en 2.13.4 uit de Omgevingsverordening. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van twee nieuwe woningen op basis van de sloop van bedrijfsgebouwen op eigen erf en op basis van de Rood voor Rood-regeling.

De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Voor het overige zijn er in het kader van de 'generieke beleidskeuzes' geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven. 4.2.4.2

Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het plangebied is op de ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt met het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart opgenomen, waarbij het plangebied indicatief met een rode cirkel is aangegeven.

ontwerp

23

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Afbeelding 4.2 Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het concrete voornemen bestaat uit het beëindigen van een bouwbedrijf en slopen van de bedrijfsgebouwen, herbouwen van de bedrijfswoning in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente en het toevoegen van twee woningen. De functie wonen is passend binnen het ontwikkelingsperspectief mits de kenmerkende structuren van het landschap behouden blijven. Kortheidshalve wordt verwezen naar het erfinrichtingsplan in Bijlage 1, waarin wordt ingegaan op de inrichting van het erf. Hier wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een extra belemmering van het landschap en dat hiermee het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3

Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' kunnen in dit geval buiten beschouwing worden gelaten, aangezien voor de locatie en de aangrenzende gronden met betrekking tot deze ontwikkelingsperspectieven geen specifieke eigenschappen gelden. 1.

De Natuurlijke laag

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen.

24

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Stuwwallen'. In afbeelding 4.3 is dat weergegeven.

Afbeelding 4.3 Uitsnede van de 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) "Stuwwallen" De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Tevens dienen ontwikkelingen bij te dragen aan versterking van de de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar te maken. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" Voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de hoofdlijnen van het huidige reliëf. Bij de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling worden inheemse soorten geplant in de structuren die passend zijn bij het landschap (zie Bijlage 1). Daarbij wordt beoogd om het reliëf beleefbaarder te maken. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling uitstekend aansluit bij de ambities binnen het ontwikkelingsperspectief van de 'Natuurlijke laag'. 2.

De laag van het agrarische cultuurlandschap

Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel is men het agrarisch cltuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als 'consumptielandschap' voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Jong heide- en broekontginningslandschap'. In afbeelding 4.4 is dit aangegeven.

ontwerp

25

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

Afbeelding 4.4 Uitsnede van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel) “Jong heide- en broekontginningslandschap” De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Ten opzichte van omliggend essen en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer terug te vinden is. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van de voorliggende ontwikkeling aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Binnen de voorliggende ontwikkeling wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de ambities binnen de ontwikkelingsperspectief van het jong heide- en broekontginningslandschap. De ambitie binnen het voornemen is om de dragende lineaire structuren te versterken.

Middels het erfinrichtingsplan (Bijlage 1) wordt getracht om zoveel mogelijk streekeigen beplanting, kenmerkend voor het jong heideen broekontginningslandschap, te behouden en toe te voegen. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten die behoren bij de ter plaatse van het plangebied geldende gebiedskenmerken.

26

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorliggende ontwikkeling worden in dit hoofdstuk behandeld.

4.3.1

Hof van Twente, zicht op 2030

4.3.1.1

Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 10 en 14 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld.

4.3.1.2 Streefbeeld: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap.

Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied.

ontwerp

27

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

4.3.1.3 Streefbeeld: Kwaliteit woningbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners, maar toch betaalbaar gebleven De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. In 2030 bestaat op het gebied van de volkshuisvesting de grootste opgave uit het vervangen van in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw gebouwde wijken/woningen. Dit gaat gepaard met een verduurzaming. Tegelijk komen als gevolg hiervan ruimtes in kernen vrij die niet direct weer voor woningbouw gebruikt worden. Dit biedt stedenbouwkundig nieuwe kansen. Hier is nadrukkelijk ingespeeld op de kansen van de demografische krimp.

De kwaliteit gaat in alles boven de kwantiteit in 2030. Waar vanaf 2020 in de nieuwbouw energieneutrale woningen de standaard zijn, zijn in 2030 ook enkele energiepositieve wijken ontstaan. Daarbij is een verschuiving van type wooneenheden opgetreden. Wooncomplexen met een diversiteit van wooneenheden zijn in de grotere kernen ontstaan. Combinaties met zorgaanbod passen in die opzet. De traditionele twee-onder-één kap woningen zijn geleidelijk wat teruggelopen in aandeel. Daarnaast wordt in 2030 gewerkt aan het energieneutraal maken van relatief nieuwe wijken. 4.3.1.4

Toetsing De gewenste ontwikkeling betekent een impuls in de ruimtelijke kwaliteit. Voor de mogelijkheid tot de bouw van één woning zal circa 600 m2 aan landschapsontsierende bedrijfsbebouwing op het eigen perceel worden gesloopt. Om de bouw van nog één woning mogelijk te maken zal 1.000 m2 aan landschapontsierende bebouwing worden gesloopt binnen de gemeente Hof van Twente. De nieuw te bouwen woningen zullen volgens de huidige duurzame voorwaarden gebouwd worden. In voorliggend geval wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. Verder wordt via de voorgenomen ontwikkeling ingezet om de verbinding van het erf met het omliggende landschap te verbeteren. Deze landschappelijke inpassing is vastgelegd middels een erfinrichtingsplan (Bijlage 1). Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als geformuleerd in 'Hof van Twente, zicht op 2030'.

4.3.2

Structuurvisie Landelijk Gebied

4.3.2.1

Algemeen In de 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied

28

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Goorseweg 45 Markelo

wordt uitgewerkt. De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur. De gemeente Hof van Twente wil mogelijk maken om in buurtschappen incidenteel een nieuwe woning toe te staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3971/documents/55232