CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Bijlagen bij de regels bestemmingsplan Veeg II.pdf

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan buitengebied Hof van Twente, Veegplan 202323.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor zover bekend is er verder op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Voor zover bekend is de onderzoekslocatie, met uitzondering van de dieseltank, nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Op het dak van de kapschuur zijn asbestverdachte golfplaten aanwezig. Er is sprake van een asbestverdachte druppelzone (deellocatie B). - Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 3 van 22

De locatie is gelegen aan een voormalige asbestweg. Ter plekke van de toegangsweg heeft een asbestonderzoek plaatsgevonden (Technisch onderzoek asbestwegen 2e fase, cluster 3, Inrit Hoffmeijerweg 3 te Ambt Delden, G110 van 4 juli 2005 met documentnummer 3315001). Op het maaiveld is visueel asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit de analyseresultaten bleek dat er analytisch geen asbest is aangetoond in de toegangsweg. Voor zover bekend bevinden er zich geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie; - De bovengrond wordt als gevolg van de ligging op een voormalig erf en het aanwezige asbestverdachte dak beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. - Volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) vallen de boven- en ondergrond in functieklasse AW2000. Volgens de Nota bodembeheer Regio Twente (Twents beleid veur oale groond) wordt geen correctie toegepast voor minerale olie tot maximaal 100 mg/kg d.s.. - Er hebben, met uitzondering van het asbestonderzoek van de toegangsweg (zie hiervoor), niet eerder bodemonderzoeken op of nabij de huidige onderzoekslocatie plaatsgevonden. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron

Specificatie

Opdrachtgever

Huidig/voormalig en toekomstig gebruik en bodemonderzoeken

Ja

Milieuhygiënische en historische bodeminformatie, milieuvergunningen, Gemeente Hof van Twente tanksaneringscertificaat, eerdere bodemonderzoeken en onderzoeksrapport sanering asbestwegen

Ja

Omgevingsrapportage

https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/

Ja

Archief Kruse Milieu BV

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Ja

Google Maps

https://www.google.nl/maps

Ja

Topotijdreis

https://www.topotijdreis.nl/

Ja

BAG-viewer

https://bagviewer.kadaster.nl/

Ja

Perceelloep

https://perceelloep.nl/

Ja

Ruimtelijke plannen

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/

Ja

Grondwatertools

https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/

Ja

DINO-loket

https://www.dinoloket.nl/

Ja

AHN-viewer

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

Ja

Bodemkwaliteitskaart

Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020

Ja

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Relevante informatie

Pagina 4 van 22

Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 12 meter boven NAP; - de deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket; - tot circa 11 meter diepte is matig fijn zand aanwezig van de formaties Boxtel en Drente. Het doorlatend vermogen bedraagt circa 5 - 250 m² /dag; - met daaronder een ondoorlatende kleibasis van de formaties van Breda, Rupel en van Dongen; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in noordwestelijke richting met een gering verhang; - de onderzoekslocatie ligt niet in of nabij een grondwaterbeschermingsgebied of grondwaterwingebied; - op circa 660 meter ten westen van de onderzoekslocatie stroomt het Zijkanaal naar Almelo en op circa 2.5 kilometer stroomt ten zuiden het Kanaal Zutphen - Enschede; - op circa 4 kilometer ten zuidwesten van de onderzoekslocatie liggen de grondwaterbeschermingsgebieden Goor en Herikerberg; - de invloed van de genoemde oppervlaktewateren en de grondwaterbeschermingsgebieden op het freatische grondwater is bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 5 van 22

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Terrein kapschuur (410 m2) De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese "onverdacht" uit de norm NEN5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL) als NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE). Er worden op een terreindeel met een oppervlakte van circa 410 m² in totaal 4 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld.

Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Twee inspectie-gaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie wordt één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld en gecodeerd als gaten 1 tot en met 4. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank (circa 15 m2) De locatie van de bovengrondse dieseltank wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de grond en van minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen in het grondwater. De hypothese “verdacht” uit NEN5740 wordt gebruikt. Ter plaatse van de dieseltank worden 3 boringen verricht tot 1.0 meter minus maaiveld. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis (PB A1). Deellocatie B: Druppelzone (circa 18 m2) De druppelzone wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN5707 wordt voor de druppelzones gebruikt.

De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN5707, paragraaf 6.4.4: verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). Bij een druppelzone van 10 - 100 m2 dienen 3 inspectiegaten gegraven te worden. De inspectiegaten hebben een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Alleen de toplaag (0 tot 0.1 m-mv) wordt bemonsterd. De inspectiegaten worden gecodeerd als B1, B2 en B3. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 6 van 22

In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden.

Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA in Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennende (asbest)onderzoek van deze omvang 6 grond(meng)monsters (waarvan 2 mengmonsters van de fijne fractie) worden samengesteld en er worden 2 grondwatermonsters genomen.

De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 7 van 22

Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket Terrein kapschuur (410 m2)

Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (1x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank (circa 15 m2) Bovengrond (A - BG)

Minerale olie, organische stof en droge stof

Grondwater (PB A1)

Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, pH, EC en troebelheid. Deellocatie B: Druppelzone (circa 18 m2)

Bovengrond (1x)

Asbest

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 8 van 22

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van de eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest.

Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 9 van 22

Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 10 van 22

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en besproken in paragraaf 4.6. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in maart 2023 uitgevoerd door de heer N. Pepping. Deze veldwerker is conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09) en geassisteerd door de heer K. Löwik. Terrein kapschuur Er is op 6 maart 2023, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis, een boring verricht met behulp van een Edelmanboor (peilbuis 1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A). Op 13 maart 2023 is een inspectiegat verricht naast inspectiegat 1 (1A) en zijn er in totaal 4 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop: inspectiegaten 1A tot en met 4). De inspectiegaten 1A en 2 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot circa 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau.

Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank Er zijn op 6 maart 2023 in totaal 3 boringen tot circa 1.0 meter m-mv verricht, waarvan één boring is doorgezet tot 3.10 m-mv en is afgewerkt met een peilbuis (PB A1). Er is zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). Deellocatie B: Druppelzone Op 3 februari 2023 zijn in totaal 3 inspectiegaten tot 0.5 m-mv in de druppelzone gegraven. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van de klinkers, puin, opgeslagen materialen en gras niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw bestaat globaal uit matig fijn, zwak siltig zand met in de ondergrond vanaf circa 2.30 m-mv zwak tot sterk zandige leemlagen.

In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn in tabel 3 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem.

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 11 van 22

Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming Terrein kapschuur

1 en 1A

0.45 - 0.60

Zwak ijzerertshoudend

2

0.35 - 1.15

Sporen puin

3

0 - 0.12

Sporen puin

4

0 - 0.25

Sporen puin Deellocatie B: Druppelzone

B1

0 - 0.50

Sporen puin

B2

0 - 0.50

Sporen puin

B3

0 - 0.60

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Terrein kapschuur BG I (sporen puin)

2 3 4

0.35 - 0.70 0 - 0.12 0 - 0.25

NEN5740standaardpakket

OG (zintuiglijk schoon)

1A 1A 2

0.85 - 1.10 1.10 - 1.40 1.15 - 1.50

NEN5740standaardpakket

2 3 4

0.35 - 0.70 0 - 0.12 0 - 0.25

Asbest

MM FF - 01

Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank A - BG (zintuiglijk schoon)

A1, A2 en A3

0 - 0.50

Minerale olie

Deellocatie B: Druppelzone MM FF - B

B1, B2 en B3

0 - 0.1

Asbest

De boringen 1 en A1 zijn doorgezet tot circa 3.10 m-mv en 2.60 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 12 van 22

Op 13 maart 2023 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 1

1.40 - 2.40

0.65

6.7

390

9.0

Goed

PB A1

1.60 - 2.60

0.65

6.8

280

8.7

Goed

De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid worden als normaal beschouwd. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG) en in het grondwater (PB 1) zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de bovengrond (A - BG), de ondergrond (OG) en het grondwater (PB A1) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. en μg/l).

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of streefwaarde

Interventiewaarde

Bovengrond BG

Minerale olie

140

298 *

190

5000

Peilbuis PB 1

Barium

69

69 *

50

625

AW2000

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 13 van 22

Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Terrein kapschuur Bovengrond - BG - Minerale olie Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. De oorzaak voor het zeer licht verhoogde gehalte wordt gezocht in mogelijke morsverliezen tijdens het tanken of lekverliezen van voertuigen. Aangezien het gemeten gehalte de tussenwaarde niet overschrijdt, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB 1 - Barium Het zeer licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank In de bovengrond (A- BG) en in het grondwater (PB A1) zijn geen verontreinigingen aangetoond. De voormalige bovengrondse dieseltank heeft geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Resultaten asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen.

In de mengmonsters van de fijne fractie is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 7 weergegeven. Tabel 7: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

MM FF - 01

Asbest

87

50

MM FF - B

Asbest

1500 *

50

Monster

* de zeeffractie < 0.5 mm bevat asbestverdachte vezels

In de derde kolom van tabel 7 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Bespreking resultaten asbestanalyses Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er in mengmonster MM FF - 01 asbest aangetoond en is het gewogen asbestgehalte hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Een nader asbestonderzoek geeft inzicht in de mate van verontreiniging en is beschreven in hoofdstuk 5. In mengmonster MM FF -B is asbest aangetoond en is het gewogen asbestgehalte ruim hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 14 van 22

In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - B zijn losse asbestvezels aangetroffen in de fijne fractie kleiner dan 0.5 mm. Om de aanwezigheid van respirabele vezels vast te stellen c.q. uit te sluiten is mengmonster MM FF - B aanvullend geanalyseerd met behulp van een elektronenmicroscoop (SEM). Het analyserapport van het SEM-onderzoek is opgenomen in bijlage IV. Hieruit blijkt dat ter plekke van deellocatie B de hoeveelheid respirabele vezels (1.0 mg/kg d.s.) lager is dan de risico-norm van maximaal 10 mg/kg d.s. Het gewogen asbestgehalte (inclusief respirabele vezels) is in tabel 8 weergegeven. Tabel 8: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Monster MM FF - B

Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

Asbest

1501 *

100

* inclusief 1.0 mg/kg d.s. gewogen asbestgehalte respirabele vezels

In de derde kolom van tabel 8 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het gewogen asbestgehalte is hoger dan de interventiewaarde. Geconcludeerd kan worden dat de toplaag van druppelzone B verontreinigd is met asbest. Een asbestsanering is noodzakelijk. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de omvang van de verontreiniging met asbest in druppelzone B geschat op circa 4 m3 (18 meter lang x 1.0 meter breed x 0.2 meter diep). Voorafgaande aan een sanering dient een plan van aanpak of BUS-melding te worden opgesteld en ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. Het saneren van verontreinigde grond met asbest mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. De verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag.

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 15 van 22

5

Onderzoeksstrategie nader asbestonderzoek

De onderzoeksopzet gaat uit van NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. Het doel van het nader onderzoek is inzicht te krijgen in de asbestconcentratie van de asbesthoudende bodemlagen en in de (eventuele) omvang van de asbestverontreiniging. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de norm NEN5707, paragraaf 7.2: Vaststellen gemiddeld gehalte per RE. De ruimtelijke eenheid (RE) heeft een oppervlakte van circa 410 m2 en conform NEN5707 (tabel 6 in paragraaf 6.4.4) dienen minimaal 3 inspectiesleuven gegraven te worden met een lengte van minimaal 2.0 meter. De sleuven worden met behulp van een kraan gegraven (minimaal 2.0 meter lengte en 0.3 meter breed). Alle ontgraven grond wordt gezeefd over 20 mm, waarna de grove fractie visueel wordt geïnspecteerd op asbestverdacht materiaal. Per sleuf wordt de opgegraven grond gezeefd over 20 mm en wordt de grove fractie visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. Per sleuf wordt een monster van de fijne fractie (<20 mm) samengesteld en wordt eventueel een materiaalverzamelmonster samengesteld. Ter plekke van de inspectiegaten 1, 2, 3, 4 en 5 (opgenomen in het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01) worden in totaal 5 inspectiesleuven gegraven, gecodeerd als sleuf S1, S2, S3, S4 en S5.

Asbestanalyses De asbestanalyses worden verricht door Eurofins ACMAA te Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Indien asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per inspectiesleuf een materiaal(verzamel)monster samengesteld. Per inspectiesleuf wordt het gewogen asbestgehalte bepaald. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn op 8 mei 2023 uitgevoerd door de heer N. Pepping. De veldwerker is conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). De veldwerker is geassisteerd door de heren B. Oude Hengel en M. Klos. In totaal zijn er 5 inspectiesleuven gegraven met behulp van een kraan. Het opgraven materiaal is gezeefd over 20 mm en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Inspectiesleuf S2 is vanwege het opgeslagen materiaal in de schuur enkele meters ten noorden van inspectiegat 2 gegraven. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen, deze zijn weergegeven in tabel 9. In de sleuven S3, S4 en S5 zijn visueel asbestverdachte materialen aangetroffen. Op het maaiveld en in de overige sleuven en gaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 16 van 22

Tabel 9: Weergave bodemvreemde materialen. Sleuf

Diepte (m-mv)

Waarneming

S1

0.07 - 0.5

Sporen puin

S2

0.85 - 1.10

Sporen puin

S3

0 - 0.12

Sporen puin, asfalt en asbest (20.8 gram golfplaat)

S4

0 - 0.25 0.25 - 0.50 0.50 - 1.40

Sporen puin en matig asfalthoudend Matig puinhoudend en sporen asbest (37.2 gram golfplaat) Sporen puin en asbest (49.6 gram golfplaat)

S5

0 - 0.55 0.55 - 0.70

Sporen puin en asbest (14.3 gram golfplaat) Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 10 staat omschreven. Ter plekke van de sleuven S3, S4 en S5 zijn in de bodem asbestverdachte materialen aangetroffen. Van de asbesthoudende bodemlagen zijn mengmonsters van de fijne fractie en materiaalverzamelmonsters geanalyseerd op asbest. Tabel 10: Geanalyseerde asbestmonsters. Inspectiesleuf

Traject (m-mv)

Motivatie

FF - Sleuf S1

S1

0.07 - 0.45

Bepaling asbestgehalte sleuf 1

FF - Sleuf S2

S2

0.85 - 1.10

Bepaling asbestgehalte sleuf 2

FF - Sleuf S3 MVM - Sleuf S3

S3

0 - 0.12

Bepaling asbestgehalte sleuf 3

FF - Sleuf S4 MVM - Sleuf S4

S4

0.25 - 0.50

Bepaling asbestgehalte sleuf 4

FF - Sleuf S5 MVM - Sleuf S5

S5

0 - 0.55

Bepaling asbestgehalte sleuf 5

Monster

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 17 van 22

Resultaten van de asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten en zijn de concentratieberekeningen van het asbestonderzoek opgenomen. In de materiaalverzamelmonsters en in de mengmonsters van de fijne fractie van de sleuven S3, S4 en S5 is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 11 weergegeven. Tabel 12: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Monster

Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

S1

Asbest

n.a.

100

S2

Asbest

n.a.

100

S3

Asbest

13

100

S4

Asbest

34061 *

100

S5

Asbest

67 *

100

* asbestverdachte vezels aangetroffen

In de derde kolom van tabel 12 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de interventiewaarde. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. Bespreking resultaten asbestanalyses Zoals in paragraaf 5.3 is weergegeven, is er in de sleuven S1 en S2 geen asbest aangetoond. In de materiaalverzamelmonsters en in de fijne fractie van de sleuven S3 en S5 is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten in de inspectiesleuven S3 en S5 is lager dan de interventiewaarde. In het materiaalverzamelmonster en in de fijne fractie van sleuf S4 is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte in inspectiesleuf S4 is ruim hoger dan de interventiewaarde. In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van het terrein is sanering van de sterke asbestverontreiniging noodzakelijk. Een nader asbestonderzoek geeft meer duidelijkheid omtrent de omvang van de verontreiniging. Voorafgaande aan een sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld en ter goedkeuring aan het bevoegd te worden voorgelegd. Het saneren van verontreinigde grond met asbest mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. De verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. In de inspectiesleuven S4 en S5 zijn in de fijne fractie <0.5 mm enkele losse vezels aangetroffen.

Derhalve kan niet uitgesloten worden dat respirabele vezels in de bodem en mogelijke (humane) risico’s aanwezig zijn. Om de aanwezigheid van respirabele vezels vast te stellen c.q. uit te sluiten wordt een aanvullende analyse met behulp van een elektronenmicroscoop (SEM) geadviseerd.

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 18 van 22

6

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Eelerwoude is in een verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 410 m² aan de Hoffmeijerweg 3 in Ambt Delden. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande verbouwing van de kapschuur tot B&B. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een voormalige tanklocatie en een druppelzone op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Deze worden beschouwd als verdachte deellocaties. De bovengrond van het voormalige erf wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. Verder wordt de ondergrond en het grondwater op de onderzoekslocatie beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er in totaal 8 inspectiegaten gegraven en 3 boringen verricht, waarvan 2 diepe boringen zijn afgewerkt met een peilbuis (PB 1 en PB A1). Ten behoeve van het nader asbestonderzoek zijn 5 sleuven met een kraan gegraven. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand met in de ondergrond matig tot sterk zandige leemlagen.

In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen (puin en ijzererts). Door de veldwerkers zijn visueel asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Het freatische grondwater in de peilbuizen is gemiddeld aangetroffen op 0.65 meter min maaiveld. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Terrein kapschuur (410 m2) - de bovengrond (BG) is zeer licht verontreinigd met minerale olie; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium; - mengmonster MM FF - 01 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank (circa 15 m2) - de bovengrond (A - BG) is niet verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd met minerale olie en of vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen. De voormalige bovengrondse tanklocatie heeft geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Deellocatie B: Druppelzone (circa 18 m2) - mengmonster MM FF - B is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is ruim hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek (inclusief het gehalte aan respirabele vezels).

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 19 van 22

Nader asbestonderzoek - Sleuf S1 is niet verontreinigd met asbest; - Sleuf S2 is niet verontreinigd met asbest; - Sleuf S3 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is lager dan de interventiewaarde; - Sleuf S4 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is ruim hoger dan de interventiewaarde. Er zijn asbestverdachte vezels aangetroffen; - Sleuf S5 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is lager dan de interventiewaarde. Er zijn asbestverdachte vezels aangetroffen. Hypothese De hypothese "onverdacht" ten aanzien van chemische componenten dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdacht" voor de aanwezigheid van asbest ter plekke van het erf en druppelzone B dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. De hypothese "verdacht" ter plekke van deellocatie A (voormalige bovengrondse dieseltank) kan worden verworpen, aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG) en in het grondwater (PB 1) zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (A - BG), de ondergrond (OG) en het grondwater (PB A1) zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

Asbest MM FF - 01 In mengmonster MM FF - 01 is asbest aangetoond en is het gewogen asbestgehalte hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Uit het nader asbestonderzoek blijkt dat de sleuven S1 en S2 niet verontreinigd zijn met asbest. In de materiaalverzamelmonsters en in de fijne fractie van de sleuven S3 en S5 is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten in de inspectiesleuven S3 en S5 is lager dan de interventiewaarde. In het materiaalverzamelmonster en in de fijne fractie van sleuf S4 is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte in inspectiesleuf S4 is ruim hoger dan de interventiewaarde. In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van het terrein is sanering van de sterke asbestverontreiniging noodzakelijk. Een nader asbestonderzoek geeft meer duidelijkheid omtrent de omvang van de verontreiniging. Voorafgaande aan een sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld en ter goedkeuring aan het bevoegd te worden voorgelegd. Het saneren van verontreinigde grond met asbest mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. De verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. In de inspectiesleuven S4 en S5 zijn in de fijne fractie <0.5 mm enkele losse vezels aangetroffen.

Derhalve kan niet uitgesloten worden dat respirabele vezels in de bodem en mogelijke (humane) risico’s aanwezig zijn. Om de aanwezigheid van respirabele vezels vast te stellen c.q. uit te sluiten wordt een aanvullende analyse met behulp van een elektronenmicroscoop (SEM) geadviseerd. Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 20 van 22

Asbest MM FF - B Aangenomen kan worden dat de druppelzone sterk verontreinigd is met asbest en dat een nader onderzoek om de omvang in kaart te brengen achterwege kan blijven. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de omvang van de verontreiniging met asbest in druppelzone B geschat op circa 4 m3 (18 meter lang x 1.0 meter breed x 0.2 meter diep). Voorafgaande aan een sanering dient een plan van aanpak of BUS-melding te worden opgesteld en ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden voorgelegd. Het saneren van verontreinigde grond met asbest mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. De verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er, na asbestsanering, geen bezwaar tegen de geplande herontwikkeling, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na asbestsanering, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 21 van 22

7

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Hof van Twente Gereed melding tanksanering BRL-K902 Wubben Noord van 5 oktober 2018 met registratienummer 181000337.0014 Technisch onderzoek asbestwegen 2e fase, cluster 3, Inrit Hoffmeijerweg 3 te Ambt Delden, G110 van 4 juli 2005 met documentnummer 3315001 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 D, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft

Kruse Milieu BV

Project: 23021116

Pagina 22 van 22

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2023 Boorplan nader asbestonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2023

Hoffmeijerweg 3 in Ambt Delden

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 23021116 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 G

Eelerwoude Hoffmeijerweg 3 7495 RZ Ambt Delden weiland

Verkennend (asbest)bodemonderzoek

braak weiland

1A 1

tuin

4 braak

B1

A1

A2

3

A3

B2

2 B3

tuin

3

weiland

12.5

0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

weiland

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: NP

Tekenaar: KL

Projectcode Schaal Datum

: 23021116 : 1:250 (A3-formaat) : Maart 2023

Eelerwoude Hoffmeijerweg 3 7495 RZ Ambt Delden weiland

Nader (asbest)bodemonderzoek

?

braak weiland

S1 S4

tuin

1A 1

4 ?

braak

B1

S3

S2

A1

3 A2

A3 B2

2 S5 B3

tuin

3

weiland

= Onderzoekslocatie = Geschatte interventiewaarde contour = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Inspectiesleuf 200x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

12.5

0 weiland

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: NP

Tekenaar: JL

Projectcode Schaal Datum

: 23021116 : 1:250 (A3-formaat) : Juni 2023

Bijlage II Boorstaten

1

1

klinker / cm t ov m aaiveld

0

3 0

0

braak / cm t ov m aaiveld 1

-7

31x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer

50

2

t ype dat um boorm eest er

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, zwak ert s Ijzert s

100

-60

in sp e ct ie g a t 1 3 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, bruin -110

2 50

-145

t ype dat um boorm eest er

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs 240

-180

250

t ype dat um boorm eest er

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige p e ilb u is m e t 1 f ilt e r leem , st erk zandig, neut raal grijs 0 6 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

1A

klinker / cm t ov m aaiveld 1 2

in sp e ct ie g a t 1 3 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

-50

braak / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, ow: geen, sporen oer

-260

0

-80

-7

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , ow: geen

100

31x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer

-115

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, ow: geen

-45

4

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, zwak ert s Ijzert s

5

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart

3 100

-25

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, bruin, sporen puin

A1

1 -240

0

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin

50

0

50

braak / cm t ov m aaiveld 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, zwart 200

-50

0

-85 150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, sporen oer

4

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart 140

-12

50 -45

0

30x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin

150 160 -60 200 -85

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, bruin

150

-230 -110

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, zwart 200 t ype dat um boorm eest er

260

-260

leem , zwak zandig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen,

-145

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs

in sp e ct ie g a t 1 3 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

300 -310 -180

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige -200

braak / cm t ov m aaiveld 1

0

100

2

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , sporen puin

3

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , sporen puin

4 150

braak / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer

50 -80

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, beige, sporen oer

-50 100

-110 -115

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige -150

in sp e ct ie g a t 1 3 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform project leider

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 6 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen veen -35

50

t ype dat um boorm eest er

A2

2 0

t ype dat um boorm eest er

leem , st erk zandig, neut raal grijs, ow: geen

250

H of f m e ije r w e g 3 - Am b t D e ld e n 23021116 N EN 5 1 0 4 Je r oe n La m m e r s

t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 6 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

A3

braak / cm t ov m aaiveld

0 1

S2 0

braak / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer

0

35x225cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen veen, graafm achine

50

50

-85 100 t ype dat um boorm eest er

-100

g r on d b or in g 0 6 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

B1

braak / cm t ov m aaiveld

0

t ype dat um boorm eest er

-50

B2

braak / cm t ov m aaiveld

0

t ype dat um boorm eest er

-125

braak / cm t ov m aaiveld FF-S3 MVM-S3

-30

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin

in sp e ct ie g a t 1 3 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

-12

0

S4

-10

50

sle u f 0 8 -0 5 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

braak / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, grijs, sporen puin

50 -30

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , sporen puin

B3

braak / cm t ov m aaiveld

t ype dat um boorm eest er

100

0

150

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

35x210cm , zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker grijs, bruin, sporen puin, sporen asbest , graafm achine, m inder als 1% puin. asbest golfplaat 49,6gram . -140

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige

-60

-150

S1

klinker / cm t ov m aaiveld

0 FF-S1-1 50

35x210cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, bruin, m at ig FF-S4-3 MVM-S4-3 puin, sporen asbest , graafm achine, gf: m eer als 8% puin. asbest golfplaat 37,2gram . -50

-10

in sp e ct ie g a t 1 3 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

-25

-50

30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin 50

FF-S1-2

0

S5 0

35x200cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer, sporen puin, graafm achine, m inder als 1% puin.

braak / cm t ov m aaiveld

50 -45

t ype dat um boorm eest er

sle u f 0 8 -0 5 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

-60

t ype dat um boorm eest er

sle u f 0 8 -0 5 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen puin, graafm achine, m inder als 1% puin. -70

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak oer -100

-120

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform project leider

-55 100

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , graafm achine

0

35x215cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, S5-1 MVM-S5-1 donker bruin, grijs, sporen puin, sporen asbest , graafm achine, gf: m inder als 1%. asbest golfplaat FF-S5-2 14,3gram

-7

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, m at ig ert s Ijzert s, sporen puin, graafm achine, m inder als 1% puin.

100

0

35x210cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, FF-S4-2 MVM-S4-2 donker bruin, m at ig asfalt , sporen puin, graafm achine

FF-S4-1

-20

0

0

30x250cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen asfalt , sporen puin, sporen asbest , graafm achine, gf: m inder als 1% puin. asbest golfplaat 20,8gram . 35x250cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, sporen oer, graafm achine

30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin

t ype dat um boorm eest er

-110

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin

in sp e ct ie g a t 1 3 -0 3 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , beige, sporen puin, graafm achine, m inder als 1% puin. zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, graafm achine

-10

50 t ype dat um boorm eest er

sle u f 0 8 -0 5 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

S3

0

30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin

FF-S2

100

H of f m e ije r w e g 3 - Am b t D e ld e n 23021116 N EN 5 1 0 4 Je r oe n La m m e r s

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

—˜™ š›œžŸ¡ ¢£¤¥¦§¨©ª¥¤««¥¬­®¯°¬±²­³¬¯´¬¢µ¶µ¨¥µ¤°¬¥·µ¬¸µ¥·µ¤¹«¨©ª ºµ ¹»¬¼Ä¹½Å¬­Ä̈Æ ¾¿£ÀÁÇ« ±¿¹¬Â±Èµ ³³ª­¥­»¨¿¹°¬ÈÈÈ»«¹Âȵª¥»¨¹ µÂë

AB3C31D3 KXBNO3 YYZ3[\3]B

Õ«¤«¦µ¥µ¤ª¬§Ä¥Öµ¶£µ¤©¬©££¤¬ÍÑÂϵª¥¬¯Ì¬×ÄØ̈¬Öµ«ÓÓ¤µ©Ä¥µµ¤©¬¶£¹Öµ¨ª¬Ù¸¬ÐÚÛÎÐÙܬ­±¿ÒÁÅÒ¿­±»¬Í¹¹µµ¨¬¨Äµ¥ÂÖµ«ÓÓ¤µ©Ä¥µµ¤©µ¬µ¨Î£Æ¬§Ä¥Ýµª¥µ©µ¬Ê«¤«¦µ¥µ¤ª¬×ÄØ̈¬Öµ¦«¤Þµµ¤©¬¦µ¥¬·µ¥¬ªß¦Ý££¹¬à¬áÀ¬à»

‹ŒŽ‡Ž‘Š‡’“’Ž”•Ž–‡

   !"

     

01023456077869

#$%&'()*+++,-.,./.012 3435 6789:;<=>?@?9  3AB3C31D   3K2LLMNO33P3QR3 EFG9?H?9?I=J?   6789:;<=:;;?7=:=J? STIU=?9I?V?9  !"OW

]!"3"3̀W2N` KRM3^ 3NM333B3W3"32233OWO 3R222 ^2_3 3XBB3^M3̀^M3 B3W3̀OW232W_2BO32^3_O3W2233N_^"3 aQXB3W223"XObB!"3R2 2 ^2_a3W3"31B312 _N3 323O333^M3O"3N23O2 ! 35W3RMO3^M32 3W3"32 c32d333O3W22N3W3QcPeB3O 23RM33AWA33W3̀^M3W32BBO f 332O3WO3"L32L3W 3L23NB3̀W^2_3NM3323!2!323333 ABW! eM3W2N3233332O^2 3L23W3B33^M C3W M_3O2`

02ghijk0lmnm0opqm06rsti02iruiqtvwx09iym0z/,{.|}|~~,,y€vkivjiquti

¥µ§¤¤Ó¬¶«¨¬Ôµ¹©µ¤ É« Êʤ«µ»Ó¬Ã« ¸¤»¦µ ¬¿³¤­¬¶­«¿¨³¬ËÉ£ ³£Ê·«¨©µ¹ ¢Ä ¢¤»¬Õ«§¹¬ÏĦ¦µ¤ ÌͺÎ̄ºÏÂТ¸¤»Å ¸Ñ¬³­­­½ÒÁÁˬ¯¿­

‚ƒ„ †‡†ˆ„‰†Š

¶·¸ ¹º»¼½¾¿À¿ ÁÂÃÄÅÆÇÈÉÄÃÊÊÄËÌÍÎÏËÐÑÌÒËÎÓËÁÔÕÔÇÄÔÃÏËÄÖÔË×ÔÄÖÔÃØÊÇÈÉ ÙÔ ØÚËÛãØÜäËÌãÇÝÞåÂßàæÊ ÐÞØËáÐçÔ ÒÒÉÌÄÌÚÇÞØÏËçççÚÊØáçÔÉÄÚÇØ ÔáâÊ

89:;<=>?@@@5!+5++ABCD&#(#EFGHHI šri€jolil šri€jolim›o šri€jolœo€nklyžŸyix “””XXŒ ŠT•UT•XUXT A–—#‹˜#U-X”—#T˜#U-ŠX—#X˜#T”-™U “””XTU ŠT•UT•XUXT Z–—#ŠR˜#“”-ŠŠU—#ŠR˜#ŠŠU-Š‹U—#X˜#ŠŠ”-Š”U

ôÊÃÊÅÔÄÔÃÉËÆãÄõÔÕÂÔÃÈËÈÂÂÃËìðáîÔÉÄËÎëËöã÷ÇËõÔÊòòÃÔÈãÄÔÔÃÈËÕÂØõÔÇÉËø×ËïùúíïøûËÌÐÞñàäñÞÌÐÚËìØØÔÔÇËÇãÔÄáõÔÊòòÃÔÈãÄÔÔÃÈÔËÔÇíÂåËÆãÄüÔÉÄÔÈÔËéÊÃÊÅÔÄÔÃÉËöã÷ÇËõÔÅÊÃýÔÔÃÈËÅÔÄËÖÔÄËÉþÅüÂÂØËÿË0ßËÿÚ

ª«¬­®¯­¦°¯©®±²±­³´­µ¦

.35 3 /01234!+1*3+45+!1!!3!,+4 701503*+4551*503+5+54!521!3 01234353475893 77 3 53152 S JBBKLDMHNCDFON'#PBNQBK&#RSTUUU " S $KB'D#%IBQ 938832 "#$% S VKHPIOD#W#X#Y& 1883 348 3051838 "#$% S ZK'HNO%PMD#%IBQ 77 3 531524391355183 S [BNON'%\HIDK#BNI%FGOION' 391350 &'()'#$% S AHKOG&#]AH^ &'()'#$% S _HC&OG&#]_C^ &'()'#$% S [BLHFI#]_B^ &'()'#$% S [B`DK#]_G^ &'()'#$% S [\O)#]a'^ &'()'#$% S bBBC#]cL^ &'()'#$% S dBFeLCDDN#]dB^ &'()'#$% S fO))DF#]fO^ &'()'#$% S gON)#]gN^ 00 &'()'#$% S hijklmnooi &'()'#$% S poiqrsmtmijklmnooi &'()'#$% S poiqrusmtuvwlooi &'()'#$% S poiqrsxkytzolw{ooi &'()'#$% S poiqrs|t}{~rlmijkooi &'()'#$% S klw€ooi &'()'#$% S oimijklooi &'()'#$% S {~rlmijkooi &'()'#$% S ‚iƒoirus„†‡unƒtzwlooi &'()'#$% S ˆm}jm{ooi 74 0  ‰7     9 7   1 6  &'()'#$% S 531371300! S [BBF\HIDK%IBQQKHPIOD#_ŠU-_‹U &'()'#$% [BBF\HIDK%IBQQKHPIOD#_ŠU-_ŠX &'()'#$% [BBF\HIDK%IBQQKHPIOD#_ŠX-_ŠŒ &'()'#$% ÄÔÆÃÃòËÕÊÇËóÔØÈÔà èÊ ééÃÊÔÚòËâÊ ×ÃÚÅÔ ËÞÒÃÌËÕÌÊÞÇÒËêè ÒÂéÖÊÇÈÔØ Áã ÁÃÚËôÊÆØËîãÅÅÔà ëìÙíÎÙîáïÁá×ÃÚä ×ðËÒÌÌÌÜñààêËÎÞÌ

6

55+45+

-*21--

-*21-5-

1-*-

‘51--

21-6-

51--###^

--

--

-2‘1!-‘1-’1-2‘1-+!-‘51-++1-6*-,-

‘!-‘1!-‘1-‘+1-‘1-+‘5-‘51-+‘21-‘!--

‘1+-1*-’15-!‘1+-‘1+-15-1*-’1!-515-5‘1+-1*’--###Ž^

‘1+-‘1+-‘1+-‘1+-‘1+-‘1+-‘1+-‘1+-‘1+-‘1+-1+--###Ž^

52-‘-- ^ ‘-- ^

‘-+‘-- ^ ‘-- ^

¡¢£¤¥¦¥§£¨¥©

¿ÀÁ ÂÃÄÅÆÇÈÉÈ ÊËÌÍÎÏÐÑÒÍÌÓÓÍÔÕÖרÔÙÚÕÛÔ×ÜÔÊÝÞÝÐÍÝÌØÔÍßÝÔàÝÍßÝÌáÓÐÑÒ âÝ áãÔäìáåíÔÕìÐæçîËèéïÓ ÙçáÔêÙðÝ ÛÛÒÕÍÕãÐçáØÔðððãÓáêðÝÒÍãÐá ÝêëÓ

hijklmnopppaa qrstuvwxxy "3231# Vd^efR^fRa^fR gd^a fRaa^afaaRae^f

ýÓÌÓÎÝÍÝÌÒÔÏìÍþÝÞËÝÌÑÔÑËËÌÔõùê÷ÝÒÍÔ×ôÔÿì0ÐÔþÝÓûûÌÝÑìÍÝÝÌÑÔÞËáþÝÐÒÔ1àÔø23öø14ÔÕÙçúéíúçÕÙãÔõááÝÝÐÔÐìÝÍêþÝÓûûÌÝÑìÍÝÝÌÑÝÔÝÐöËîÔÏìÍ5ÝÒÍÝÑÝÔòÓÌÓÎÝÍÝÌÒÔÿì0ÐÔþÝÎÓÌ6ÝÝÌÑÔÎÝÍÔßÝÍÔÒ7Î5ËËáÔ8Ô9èÔ8ã

³´µ¶·¯¶¸¹¯²·º»º¶¼½¶¾¯

0123456386139

 

‚rrvƒxyt„yr „x†y‡tˆ‰Š!ˆ‹Œ ‚rrvƒxyt„yr „x†y‡tˆ‹Œ!ˆ‹ ‚rrvƒxyt„yr „x†y‡tˆ‹!ˆ‹Ž ‚rrvƒxyt„yr „x†y‡tˆ‹Ž!ˆ‹ ‚rrvƒxyt„yr „x†y‡tˆ‹!ˆŠ ‚rrvƒxyt„yr „x†y‡tˆŠ!ˆŒ

     

8668841326329   – ;&N‘  – ;&’N  – ;&L@L  – ;&LL‘  – ;&LI‘  – ;&L’I  – ;&L‘@ 8“ ”V 9 b  V5 6 6 T  “1 U 3 4   9 •5  U 84  ^ b   –

$%&'()*+,(-&.(/(0(/&0(&1*2231,*4(41(/-&567/&/6(,&8((&6/.(41(2(/9 :%&;67&0(5(&-38&567/&1(-<+,*,(/&=>1*2231,*4(41(/-=&?(18(/64?<+0640&8(,&@AB9 C%&D1E(/0&?3+4(/-&FC&CGH;&I@@@

b

aaRa

!! —˜ a!a! —˜ !e! —˜ !! —˜ !›! —˜ !! —˜ š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! ^ e›!!™˜

š!e! —˜ š!! —˜ š!! —˜ š!! —˜ š!! —˜ š!! —˜ š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! š ^ a!! ^ e›!!™˜

z(1E+*16/4K=>=&3{&/9*9&.(,(E(/,&0*,&)(,&4()*+,(&?*/&0(&|3823/(/,&+*4(1&6-&0*/&0(&1*2231,*4(41(/-9 O(&2*1*8(,(1}-2(|6{6(E(&*/*+J,6-|)(&8((,3/5(E(1)(60&(/&6/{318*,6(&3?(1&0(&.(1(E(/6/4-8(,)30(&567/&32&**/?1**4&.(-|)6E.**1A&6/06(/&0(& 4(1*2231,((10(&1(-<+,*,(/&.3?(/&0(&2*1*8(,(1-2(|6{6(E(&1*2231,*4(41(/-&+644(/9&O(&86/68*+(&21(-,*,6(|16,(16*&?*/&0(&,3(4(2*-,(&8(,)30(/& 8(,&.(,1(EE6/4&,3,&0(&8((,3/5(E(1)(60&567/&6/&)(,&*+4(8((/&4(.*-((10&32&~6|),+67/&N@@€@€D'&?*/&0(&D<132(-(&3886--6(9

œtyxxvžt„twvyxxyŸxˆq‰Ž‡rtv‡¡rŸt„†¢xyŸxƒtt†r!tvwy‡ttyˆq‰Š œtyr„x‡†¢tyrt¢xvyt‡t†r„„‡tt„sty¢tyvwywt¢xvyt£‡s‡tttvwyw‡¤t¥xxvssx‡t†r„„‡tt„styttvwywt¢xvytŸx ¦£§¨ œtyr„x‡†¢tyrt¢xvyt‡‡tyt†r„„‡tt„sŸrr„¢tyŸ„‡¡‡¡©t„t¢xvyt£yt©‡¡s‡y¤t¥xxvs‡¨ ;(46/&?*/&0(&*/*+J-(-K&LM9@I9N@NI D6/0(&?*/&0(&*/*+J-(-K&&LB9@I9N@NI O(&1(-<+,*,(/&)(..(/&<6,-+<6,(/0&.(,1(EE6/4&32&0(&4(*/*+J-((10(&83/-,(1-9&G/&4(?*++(/&P**16/&)(,&,(-,+*.31*,316<8&/6(,&?(1*/,P3310(+67E&P*-& ?331&0(&.(83/-,(16/4A&4(+0(/&0(&4(1*2231,((10(&1(-<+,*,(/&?331&0(&83/-,(1-&53*+-&567&567/&3/,?*/4(/9&9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4104/documents/56740