Bijlage 4 - Bijlagen bij de regels bestemmingsplan Veeg II.pdf
Tekst van het document
Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023
Bijlage 32 Erfinrichtingsplan Enkelaarsweg 9 M arkelo
250
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023
Bijlage 33 Erfinrichtingsplan Hofmeijerweg 3 Ambt Delden
252
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023
Bijlage 34 Erfinrichtingsplan Enterweg 3 M arkelo
254
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023
Bijlage 35 Erfinrichtingsplan Leusmanweg 14
256
vastgesteld
1726-eip-1.vwx
bestand
1726 a3
schaal
1 : 500 1.0
6. Centraal erf
versie
5. Nieuw bijgebouw
1 (3)
4. Her te bouwen schuurwoning met inpandig bijgebouw
formaat
datum
9
tekeningno
3. Oorspronkelijke boerderij behouden als mogelijke uitbreiding woning in doorrijschuur
herbert
2. Te slopen woning
door
8
13 mei 2019
1. Bestaande doorrijschuur verbouwen naar woning
project
Legenda
7. Zicht op boerderij 4
8. Nieuw aan te planten gesloten wilde haag
5 9
1
3
7
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
10
dé Erfontwikkelaar laat plannen groeien
2
10. Zonnepanelenweide
landschapsmaatrgelen leusmanweg 14 markelo
6
9. Aanplant gebiedseigen boom als linde
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
dé Erfontwikkelaar laat plannen groeien
landschapsmaatrgelen leusmanweg 14 markelo
formaat
a3 schaal
1 : 500
tekeningno
1 (3) versie
1.0
herbert
door
13 mei 2019
datum
1726-eip-1.vwx
bestand
1726
project
Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023
Bijlage 36 Erfinrichtingsplan Gorsveldweg 32B Bentelo
vastgesteld
259
Onderstaand is enkel een suggetstie, definitieve materialen en beplanting in overleg met hovenier! Verharding Keiformaat, betonklinkers, lichtgrijs (evt. rood genuanceerd) Dikformaat, gebakken klinkers, bruin genuanceerd Keramische tegel, 100x100, lichtgrijs Schellevis tegel, 200x50, grijs
N
Grind, 16/32mm Parkeerplaats, Grasbetontegels
W
Hagen Acer campestre Fagus sylvatica Prunus Laurocerasus 'Otto Luyken'
Beplanting
O Z
Bloemrijk grasland Gazon Heestergroep Rhododendron Inheemse soorten houtwal zie bestaande beplantingsplan Hoge siergrassen, Miscanthus sinensis Heestergroep, Hydrangea, 'boerenhortensia' Lage siergrassen, Carex morrowii 'Irish Green'
Constructie Pergola, 15x15x240cm Eiken Landhek Fietsen overkapping 4.00x2.50m Bijgebouw kap opp. +/- 150m2
Bomen / Sollitaire beplanting Prominent aanwezige bomen
Meerstammige Osmanthus heterophyllus
Fruitboomgaard, Malus / Pyrus
Zuilvorm Carpinus Betulus
Tilia Cordata
Her te planten boom
Quercus robur
Aanbouw
Liquidambar styraciflua
Ruimte voor kippenren etc.
Opdrachtgever: Project: Fase: Tekening: Datum: Formaat: Schaal:
Tom, Ellen & Alfons Jannink Ontwerp rondom wonen / werken Aangepaste tekening Werktekening 03-06-2023 A0 1:200
Alle maten en hoeveelheden dienen in het werk te worden gecontroleerd. Hoeveelheden zijn exclusief snij- en breukverlies.
Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023
Bijlage 37 Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 Diepenheim
vastgesteld
261
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim
projectnummer
230676
Pagina 2 van 26
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim 230676 De heer M. Vos De heer M. Pinxterhuis Versienummer: Datum: Reden vervallen: 1.0 27 juni 2023 Vigerende versie
Paraaf vrijgave
OPDRACHTGEVER Contactpersoon Adres
Mevrouw M. Holtslag Deldensestraat 12, 7478 PG DIEPENHEIM
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Hoogeveen Elbe 2 7908 HB Hoogeveen
Kantoor Almere Landdrostdreef 124 1314 SK Almere
Kantoor Groningen Friesestraatweg 213 A-D 9743 AD Groningen
0528 373 982
036 82 00 397
0596 633 355
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties en sloopbegeleiding. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Deldensestraat 12 te Diepenheim, in opdracht van Holtslag. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2023 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2023 Diepenheim_230676_Deldensestraat 12_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 3 van 26
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en doel......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen ................................................................................ 5
2.
INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................... 8
2.1 2.2 2.3
Bronnenonderzoek ........................................................................................................................ 8 Veldinspectie ................................................................................................................................. 8 Toetsing ........................................................................................................................................ 8
3.
EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING .............................................................. 9
3.1 3.2 3.3
Natura 2000 .................................................................................................................................. 9 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 10 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................... 11
4.
EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING .......................................................... 13
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Flora ............................................................................................................................................ 13 Broedvogels ................................................................................................................................ 13 Vleermuizen ................................................................................................................................ 15 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 16 Overige soorten ........................................................................................................................... 17 Rode Lijst soorten........................................................................................................................ 17
5.
CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 18
5.1 5.2 5.3 5.4
Gebiedsbescherming ................................................................................................................... 18 Soortenbescherming ................................................................................................................... 18 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 19 Verantwoording .......................................................................................................................... 20
GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................... 21 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Overijssel 2 Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten 3 Uittreksel NDFF 4 Uittreksel NDFF Rode Lijst
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 4 van 26
1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen functiewijziging van de bestaande karakteristieke schöppe naar ‘wonen’ ter plaatse van Deldensestraat 12 te Diepenheim. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.
1.2
Wettelijk kader
Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Aangezien voor voorliggend plan geen bomen worden gekapt, is het aspect beschermde houtopstanden niet relevant. De quickscan gaat uitsluitend in op de onderdelen gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN) en soortenbescherming. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig.
Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen. Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 5 van 26
Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Overijssel is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1). Rode lijst soorten Met de ingang van de te verwachten Omgevingswet (ingangsdatum 1 januari 2024) dient aandacht besteed te worden aan activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Deze regels gaan gelden in artikel 11.27 van de Omgevingswet (specifieke zorgplicht soorten).
Hierbij dient voorafgaand van de activiteit nagegaan te worden of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van rode lijst soorten, genoemd in bijlage IX of in rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19 van de Omgevingswet.
1.3
Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen
Huidige situatie plangebied Het plangebied is gelegen ter plaatse van Deldensestraat 12 te Diepenheim (figuur 1.1). Het betreft een karakteristieke schöppe dat gebruikt wordt voor het opslaan van stro, als werkplaats en het houden van paarden. Naast het gebouw is een woning aanwezig. Het overige gedeelte van het terrein bestaat uit een paardenbak en tuinen. Het plangebied ligt ten oosten van de Buurserbeek en langs de N740. Figuur 1.2 tot en met 1.5 geven een impressie van het plangebied.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 6 van 26
Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS).
Figuur 1.2 Te renoveren schöppe gezien vanaf noordwestzijde.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 7 van 26
Figuur 1.3 Te renoveren schöppe gezien vanaf zuidoostzijde.
Figuur 1.4 Te renoveren schöppe gezien vanaf zuidwestzijde.
Voorgenomen ontwikkelingen De opdrachtgever is voornemens om het karakteristieke schöppe een woningfunctie te geven. Daarbij blijft de schuur haar schuuruitstraling behouden en wordt de oppervlakte of inhoud niet vergroot. De inhoud wordt veranderd van schöppe naar ‘wonen’. Aan de buitenzijde blijven dakpannen en gevels behouden, echter worden gaten en kieren wel gedicht en zullen er schilderwerkzaamheden plaatsvinden. Wanneer de werkzaamheden plaatsvinden is nog niet bekend. Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 8 van 26
2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaan uit het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied.
2.1
Bronnenonderzoek
Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 7 juni opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2022) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van 500 meter rond het plangebied. Zie voor het volledige overzicht bijlage 3: Uittreksel NDFF. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens en verspreidingsatlassen (Broekhuizen et al., 2016; Dietz et al., 2011; ravon.nl en verspreidingsatlas NDFF). Uit het bronnenonderzoek komen de volgende onder Wet natuurbescherming beschermde diersoorten naar voren: boommarter, boomkikker en levendbarende hagedis. Daarnaast zijn waarnemingen van diverse vogelsoorten met een jaarrond beschermde nest/rustplaats bekend, waaronder de gebouwgebonden boerenzwaluw (zie bijlage 3). Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.
2.2
Veldinspectie
Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het plangebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn. Het plangebied en de directe omgeving zijn onderzocht door een ecoloog van Eco Reest. Het veldbezoek vond overdag plaats op 7 juni 2023. Tijdens de inventarisatie waren de omstandigheden als volgt: (droog, half bewolkt, windkracht 3 Bft, temperatuur 13°C).
2.3
Toetsing
Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 9 van 26
3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING 3.1
Natura 2000
Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreffen Stelkampsveld en Buurserzand & Haaksbergerveen, op respectievelijk 10 en 10,8 kilometer afstand (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode stip) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Bron: RIVM, 2022 - AERIUS Calculator).
Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de categorie woningbouw in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Effectbeoordeling Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, is er geen sprake van direct negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten. De mogelijke effecten beperken zich zodoende tot externe werking. Op basis van bekende verstoringsafstanden tot maximaal 1.500 meter (Vegte et al., 2014; Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al., 2008) en de afstanden tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (circa tien kilometer), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring op Natura 2000gebieden. Ook ontbreken ecologische relaties tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden. De aangewezen doelsoorten (kamsalamander) van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gebonden aan specifieke biotopen (Min LNV, 2022).
De doelsoorten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Stelkampsveld) zijn voornamelijk gebonden aan open water, (riet)moerassen en open Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 10 van 26
(heischrale)landschappen. Dergelijke biotopen zijn niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Gezien de habitateisen van de doelsoorten en de terreinkenmerken van het plangebied (nabij verstoringsbronnen bebouwing/wegen/opgaand groen) worden de doelsoorten niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied verwacht. Er is zodoende geen sprake van (tijdelijke) verstoring op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Eventuele trillingen hebben gezien het geringe trillingseffect van circa 50 meter (Gemeente Utrecht, 2003) geen effect op de verder gelegen Natura 2000-gebieden. De tijdelijke realisatiefase en het toekomstig gebruik kunnen zorgen voor extra stikstofdepositie. De overige effecten verontreiniging en verdroging zijn gezien de uitvoeringswijze (wo. milieueisen machinerie) niet aan de orde. Effecten stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de realisatie- en/of de gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Emissie van stikstofoxiden ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij stook van cv-installaties, in het verkeer of door inzet van mobiele machines. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Toetsingskader Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor de te beschermen soorten en habitats. Natura 2000-gebieden zijn onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en de bescherming ervan is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb (art. 2.7) verplicht vooraf te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden (significant) negatieve effecten kunnen hebben. Voor het stikstofaspect wordt het rekenmiddel AERIUS Calculator gebruikt om de te verwachten stikstofdepositie (NOx) te berekenen. Voor het betreffende plan is gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot het dichtstbijzijnde N2000-gebied (>10 kilometer) geen berekening nodig van de gewijzigde gebruiksfase en realisatiefase om te bepalen of er sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000gebied(en).
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ‘Diepenheim’ ligt op circa honderd meter afstand. Effectbeoordeling Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Daarnaast hanteert de provincie Overijssel ook geen externe werking ten aanzien van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 11 van 26
Figuur 3.2 Ligging plangebied (rode omlijnd) ten opzichte van het NNN (groen) (Bron: Provincie Overijssel).
3.3
Natuur buiten het NNN
In het Overijsselse ruimtelijk beleid is naast bescherming van natuur binnen het NNN ook aandacht voor bescherming van natuur buiten het NNN, namelijk in de leefgebieden agrarisch natuurbeheer (inclusief weidevogelgebieden). Er zijn drie typen leefgebieden aangewezen: een leefgebied open grasland met voornamelijk weidevogelbeheer, een leefgebied open akker en een leefgebied droge dooradering. Deze leefgebieden zijn onderscheiden op basis van voorkomen van soorten en kansrijkheid voor beheer. In deze leefgebieden wordt ingezet op een efficiënt en effectief agrarisch natuurbeheer. Voor het beheer van weidevogels is een passend peilbeheer in het leefgebied open grasland en open akkerland noodzakelijk. In figuur 3.3 is te zien dat het plangebied niet binnen een aangewezen leefgebied ligt. Het dichtstbijzijnde deel ligt op circa honderd meter afstand. De voorgenomen plannen hebben gezien de afstand en de aard en omvang van de plannen geen effect op de leefgebieden. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 12 van 26
Figuur 3.3 Ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van de leefgebieden agrarisch natuurbeheer (Bron: Provincie Overijssel).
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 13 van 26
4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1
Flora
De veldinspectie is uitgevoerd tijdens het bloeiseizoen van vele soorten planten. Gedurende de veldinspectie zijn geen beschermde soorten waargenomen. Binnen het plangebied zijn diverse soorten van voedselrijke omstandigheden aangetroffen, waaronder diverse cultivar en esdoorn. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.
4.2
Broedvogels
De veldinspectie is uitgevoerd tijdens het broedseizoen van veel soorten vogels. Nestlocaties van broedvogels zijn in deze periode goed waarneembaar. Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1-4) Binnen het gebouw zijn geen nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten waargenomen, zoals boerenzwaluwnesten. Het plangebied bestaat uit een gebouw met zadeldak bedekt met kruispannen. Dit type dak wordt veelal gebruikt door vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus en gierzwaluw. De huismus is een uitgesproken standvogel die meestal dichtbij de broedlocatie aanwezig blijft. De huismus komt veelal voor in landelijk gebied met menselijke activiteit. Het voorkeurshabitat bevindt zich op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met veel groenvoorzieningen. De geschikte habitat van de huismus bestaat uit een combinatie van factoren, waaronder plekken voor nestgelegenheid, voedsel, dekking (groenvoorzieningen) en plekken voor stofbaden en drinkwater (Vogelbescherming, 2023). Tijdens de veldinspectie zijn geen huismussen waargenomen. Binnen het plangebied is echter wel geschikt habitat aanwezig voor huismus. Het dak van het gebouw is toegankelijk en geschikt voor huismus, aangezien enkele dakpannen niet strak op elkaar liggen en openingen aanwezig zijn die toegang bieden tot potentiële nestlocaties van huismus (zie figuur 4.1).
Daarnaast is er ook ruimte onder de nokpannen. Indien bij de voorgenomen werkzaamheden deze toegangsmogelijkheden worden dichtgezet door het strak leggen van dakpannen, kan dit leiden tot een overtreding op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van huismus. Nader onderzoek is dan noodzakelijk om te bepalen of nestlocaties van huismus aanwezig of afwezig zijn.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 14 van 26
Figuur 4.1 Toegangsmogelijkheden bij het dak tot potentiële nestlocaties voor huismus (rood omlijnd).
Gierzwaluwen zijn heel plaatstrouw, jaren achtereen gebruiken ze dezelfde nestplaats. In de regel is de nestplaats gebonden aan bebouwing. Hij broed voornamelijk in steden en dorpen waar ze zich nestelen in ventilatieschachten, spleten in de muur of onder dakpannen. De voorkeur gaat uit naar wat oudere woonwijken. In de regel geldt dat de gierzwaluw niet instaat is om vanuit het nest op te stijgen. Hij moet zich eerste z’n drie meter naar beneden laten vallen om vervolgens weg te vliegen. Voor een geschikte nestlocatie mogen geen belemmerende elementen zoals bomen voor de in- en uitvliegroute staan (Vogelbescherming, 2023). Gezien de ligging van het plangebied buiten de bebouwde kom, wordt aanwezigheid van nestlocaties van gierzwaluw niet verwacht binnen het plangebied. Ook is het gebouw binnen het plangebied omringd door hoge bomen, waardoor vliegroutes van gierzwaluw onderbroken worden en er beperkte vrije vluchtroute aanwezig is. Vervolgstappen ten aanzien van gierzwaluw is bij de voorgenomen werkzaamheden niet nodig. Overige soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Voor de in de nabijheid bekende categorie 5 soorten, zoals koolmees, (zie bijlage 3) zijn in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieven aanwezig. Daarnaast blijft opgaand groen in de directe omgeving behouden en vinden werkzaamheden enkel plaats aan het gebouw.
Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Soorten zonder jaarrond beschermd nest Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels, zoals winterkoning in de gevelkokers (zie figuur 4.2) en opgaand groen tot broeden komen. De opdrachtgever heeft wel aangegeven dat de luchtkokers in de gevels in gebruik worden genomen als broedlocaties voor winterkoning. Tijdens het veldbezoek is een zingende tjiftjaf waargenomen in omringende bomen. Aangezien het om één individu gaat is er geen aanduiding dat het nest indicerend gedrag betreft. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Tijdens het broedseizoen zijn alle in gebruik zijnde nesten van vogels beschermd. Indien werkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen, kan dit leiden tot verstoring op aanwezige broedgevallen. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen vogels met nest indicerend gedrag waargenomen binnen de werksferen van het plangebied. Bij de voorgenomen werkzaamheden worden zodoende geen negatieve effecten verwacht op in gebruik zijnde nesten van vogels. Indien werkzaamheden uitgesteld worden tot het broedseizoen van 2024 kunnen nieuwe nesten gebouwd zijn.
Wanneer de werkzaamheden starten in het broedseizoen van vogels in het jaar 2024 is aanvullende nestencheck dan noodzakelijk om te bepalen of er verstoring kan plaatsvinden op in gebruik zijnde nesten van vogels. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 15 van 26
Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart en de locaties niet van tevoren dicht gezet kunnen worden, moet de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog (broedvogelcheck). Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moet een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is.
Figuur 4.2 Potentiële broedlocaties voor winterkoning (rood omlijnd).
4.3
Vleermuizen
Verblijfplaatsen Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet op voorhand worden uitgesloten. De gewone dwergvleermuis is een soort die veel in de bebouwde omgeving te vinden is. Jaarrond maken ze gebruik van gebouwen waarbij de verblijfplaatsen zich bevinden in spouwmuren, achter gevelbetimmering, daklijsten en vensterluiken, onder dakpannen, spleten en nissen in muren. Paarverblijfplaatsen en verblijfplaatsen van individuele dieren worden ook wel in bomen aangetroffen (Dietz et al., 2011). De gewone grootoorvleermuis leeft zowel binnen als buiten stedelijk gebied, in gebouwen en in boomholtes. Voor bebouwing geldt dat de gewone grootoorvleermuis vaak op zolders en achter daklijsten wordt aangetroffen. Foerageergebieden bevinden zich voornamelijk in bos en langs bosranden (Dietz et al., 2011). Tijdens het veldbezoek bleek dat diverse openingen bij de dakpannen, gevels en betimmering aanwezig zijn. De openingen bieden toegang tot de dakruimte en houten hanenbalken in de nok. Dit zijn geschikte locaties voor onder andere gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis om als vaste rust- en verblijfplaats te fungeren.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 16 van 26
Figuur 4.3 Toegangsmogelijkheden voor vleermuizen tot potentiële vaste rust- en verblijfplaatsen van onder andere gewone grootoorvleermuis.
Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen deze mogelijk aanwezige verblijfplaatsen aangetast en/of verstoord worden. Nader soortgericht onderzoek is noodzakelijk om eventuele verblijfplaatsen vast te stellen dan wel te kunnen uitsluiten. Vliegroute De bomenrijen in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving betreft het geen essentiële vliegroutes. Er worden geen vliegroutes aangetast bij de voorgenomen werkzaamheden. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn zodoende niet aan de orde. Foerageergebied Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen (NDFF, 2022). Aangezien de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.
4.4
Grondgebonden zoogdieren
Marterachtigen Voor de in de nabijheid bekende boommarter (NDFF, 2022) ontbreken geschikte verblijfplaatsen in de vorm van bomen met holten of takkenhopen. Bij het veldbezoek zijn eveneens geen sporen van uitwerpselen of resten van prooien van steenmarter waargenomen. Binnen het gebouw ontbreekt het ook aan voldoende beschutting en toegang tot onder het dak voor deze soort. Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden zijn zodoende uitgesloten. Het nemen van vervolgstappen is zodoende niet aan de orde. Overige beschermde grondgebonden zoogdieren Verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren (zonder provinciale vrijstelling) worden op basis van de habitateisen, de terreinkenmerken en het veldbezoek uitgesloten. Overige grondgebonden zoogdieren met een provinciale vrijstelling In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals huismuizen te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 17 van 26
4.5
Overige soorten
Boomkikker De boomkikker plant zich voort in visvrije, zonnig gelegen en matig voedselrijke wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie. Buiten de voortplantingstijd leven boomkikkers op het land en ook tijdens de voortplantingstijd zitten ze overdag vaak in de oevervegetatie of aangrenzend struweel. Ze overwinteren op het land. De boomkikker heeft een voorkeur voor het landschapstype ‘bos en struweel’ en stelt hoge eisen aan zijn leefgebied. Als landhabitat zijn vooral zonnig gelegen zoom- en mantelvegetaties, vegetaties van meerjarige kruiden en braamstruwelen van belang (Ravon, 2023). Gezien de terreinkenmerken (in gebruik zijnde gebouw) en de habitateisen van boomkikker, wordt deze soort niet verwacht binnen het plangebied. Het plangebied voldoet niet aan het biotoop voor boomkikker. Levendbarende hagedis Het voorkeurshabitat van de levendbarende hagedis bestaat uit heide en hoogveen. Daarnaast komt de soort voor in open bossen, ruige graslanden en in bermen van (spoor)wegen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oever en vochtige terreindelen. Verblijfplaatsen tijdens de winterslaap bevinden zich voornamelijk in grote graspollen, oude zoogdierenholen en onder boomstronken (Ravon, 2021).
Binnen het leefgebied volgt de levendbarende hagedis geen specifieke migratieroutes, maar volgt wel vegetatiegrenzen voor zijn oriëntatie. De homerange van de levendbarende hagedis is doorgaans beperkt tot enkele tientallen vierkante meters tot ruim 500 (BIJ12, 2017). Gezien de terreinkenmerken (in gebruik zijnde gebouw) en de habitateisen van levendbarende hagedis, wordt deze soort niet verwacht binnen het plangebied. Het plangebied voldoet niet aan het biotoop voor levendbarende hagedis. Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied worden vissen en voortplantingsbiotoop van amfibieën en libellen uitgesloten (zie ook paragraaf 4.1). Gelet op de terreinkenmerken en de habitateisen wordt het voorkomen van overige beschermde reptielen, vlinders en overige ongewervelden ter plaatse van het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn niet aan de orde.
4.6
Rode Lijst soorten
Bij ingang van de omgevingswet op 1 januari 2024, geldt ook voor Rode Lijst soorten een specifieke zorgplicht (artikel 11.27 Bal). Gedurende de veldinspectie zijn geen sporen (nesten of sporen daarvan) van zwaluwen (zoals in de omgeving bekende boerenzwaluw) waargenomen. Ook van in de omgeving bekende uilensoorten zoals steenuil en ransuil zijn geen sporen (braakballen, mestsporen) waargenomen en worden zodoende binnen het projectgebied uitgesloten. Soorten als koekoek, smient, draaihals en overige in de omgeving bekende rode lijst soorten worden niet verwacht. De tuinen rondom het plangebied zijn goed onderhouden en aangeplant. Rode lijst soorten flora en schimmels worden zodoende niet in tuinen rondom het gebouw verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van rode lijst soorten zijn niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 18 van 26
5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Gebiedsbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa tien kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten op voorhand uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen plan heeft gezien de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Daarnaast hanteert de provincie Overijssel ook geen externe werking ten aanzien van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
5.2
Soortenbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd:
Binnen het plangebied kunnen nestlocaties van huismus voorkomen onder het dak. Indien bij de werkzaamheden dergelijke toegangsmogelijkheden worden dichtgezet, kan dit leiden tot een overtreding op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van huismus. Nader onderzoek is nodig om te bepalen of nesten van huismus aanwezig of afwezig zijn. Overige jaarrond beschermde nesten van vogels kunnen worden uitgesloten binnen het plangebied. Wel zijn het gebouw en de directe omgeving geschikt voor vogels zonder jaarrond beschermd nest. Alle in gebruik zijnde nesten van vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd. Bij de voorgenomen werkzaamheden in het jaar 2023 worden geen negatieve effecten verwacht op broedvogels. Indien werkzaamheden worden uitgesteld en in het broedseizoen van 2024 plaatsvinden, kunnen nieuwe nestlocaties zijn ontstaan. Geadviseerd wordt om dan een nestencheck uit te voeren voorafgaand de werkzaamheden of werkzaamheden opstarten voorafgaand het broedseizoen. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. Binnen het plangebied kan niet worden uitgesloten dat vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn tussen houten balken en het dakgedeelte.
Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk om te bepalen of vervolgstappen nodig zijn. Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt te allen tijde de zorgplicht.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 19 van 26
5.3
Advies en vervolgstappen
Soortgericht nader onderzoek huismus en vleermuizen Om te bepalen of er nestplaatsen van huismussen en vleermuisverblijfplaatsen in de bebouwing aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Huismussen beginnen vroeger met broeden en kunnen met twee gerichte veldbezoeken in de optimale periode 1 april tot en met 15 mei of drie gerichte veldbezoeken tussen 10 maart en 20 juni in beeld worden gebracht (conform het Kennisdocument Huismus, BIJ12 2022). Er geldt een periode van minimaal tien dagen tussen de veldbezoeken. Huismussen worden geïnventariseerd op geschikte momenten op de dag wanneer de meeste activiteit is waar te nemen: vaak zijn dit enkele uren na zonsopkomst wanneer de temperatuur is opgelopen (huismus wordt dan actief aangezien het een warmteminnende soort is; er is daardoor sprake van een piek in de ochtend) en de laatste uren voor zonsondergang. Leidraad voor vleermuisonderzoek is het vleermuisprotocol van 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Voor een volledig vleermuisonderzoek zijn meerdere veldbezoeken nodig in de periode half mei - september. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn.
Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen van het jaar 2024 plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden.
Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 20 van 26
5.4
Verantwoording
De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven werkzaamheden en onder de voorwaarden en uitgangspunten genoemd in het document (en overige communicatie met de opdrachtgever). Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 21 van 26
GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. BIJ12 (2022). Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021. Versie 1.0, januari 2022. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Hoekstra, B. L. Verhees, A. Brouwer & R. Dröge (2018). Emissiekerntallen NOx en NH3 voor PAS / AERIUS, 2018. TAUW-rapport #R001-1265262BWH-V01-aqb-NL, 31 augustus 2018. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2022). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. RIVM (2022).
Handboek Werken met AERIUS Calculator Versie 2021, 20 januari 2022. Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. Internet Ministerie van LNV - Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 22 juni 2023, van https://www.natura2000.nl/ Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 22 juni 2023, van www.NDFF.nl1 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (2020). Invasieve exoten – Unielijst. Geraadpleegd op 22 juni 2023, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten Overheid (2021). Wetstekst Wet natuurbescherming, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01.
1
In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Pagina 22 van 26
Geraadpleegd op 22 juni 2023, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Provincie Overijssel (2019). Lijst vrijgestelde soorten, van https://overijssel.terceraro.nl/SiteData/9923/Publiek/BV00026/b_NL.IMRO.9923.Verordening2017-GV06_846.pdf Ruimtelijkeplannen (2022). Het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen. Geraadpleegd op 22 juni 2023, van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/index RIVM (2022). AERIUS Calculator, versie 2021. Geraadpleegd op 22 juni 2023, van https://calculator.aerius.nl/calculator/ RVO (2021). Indicatieve lijst jaarronde beschermde vogelnesten van, https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/04/Lijst-jaarrond-beschermde-vogelnesten.pdf Staatsblad (2021a). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering), van https://wetten.overheid.nl/BWBR0044970/2021-07-01 Staatsblad (2021b). Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering, van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021287.html#d17e1570
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE OVERIJSSEL Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) Provincie Overijssel o.b.v. bijlage actualisatie omgevingsverordening 2021 Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) Meerkikker (Pelophylax ridibundus) Middelste groene kikker/bastaard kikker (Pelophylax kl. Esculentus) Bron: Provincie Overijssel (2021). Omgevingsverordening 2021 - Bijlage 9 Natuurverordening.
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
BIJLAGE 2 LIJST VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN PROVINCIE OVERIJSSEL Nederlandse naam Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oehoe Ooievaar Raaf Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte wouw
Categorie* 3 4 3 4 2 3 4 2 2 3 3 3 4 4 2 3 4 1 4 4 4 3 4
Nederlandse naam Blauwe reiger Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Draaihals Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto IJsvogel Kleine bonte specht Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht Oeverzwaluw Ringmus Spreeuw Tapuit Tureluur Veldleeuwerik Wulp Zomertortel Zwarte mees Zwarte roodstaart
Categorie* 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
*Toelichting categorieën: Categorie 1: Nesten die gedurende het broedseizoen in gebruik zijn als nest en buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief Beschikbaar. Categorie 3: Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nesten die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen Vogels die jaarlijks terugkeert naar specifiek nest en die niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Bron: Provincie Overijssel, 2021 Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
BIJLAGE 3 UITTREKSEL NDFF Beschermde soorten* binnen vijfhonderd meter van het projectgebied.
Soort Vogels Boerenzwaluw Buizerd Koolmees Sperwer Wespendief
Zoogdieren Boommarter Overig Boomkikker Levendbarende hagedis
*Habitatrichtlijnsoorten, soorten met jaarrond beschermde nesten en provinciaal beschermde soorten. (Bron: NDFF, 2023)
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
BIJLAGE 4 UITTREKSEL NDFF RODE LIJST SOORTEN Rode lijst soorten* binnen vijfhonderd meter van het projectgebied.
Soort Vogels Boerenzwaluw
*Rode Lijst soorten (Bron: NDFF, 2023)
Quickscan Wet natuurbescherming Deldensestraat 12 te Diepenheim (kenmerk: 230676 v1.0)
Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023
Bijlage 38 Verkennend en nader bodemonderzoek Hoffmeijerweg 3 Ambt Delden
288
vastgesteld
RAPPORT VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Hoffmeierweg 3 - Ambt Delden
Opdrachtgever Eelerwoude Locatie: Hoffmeierweg 3 Ambt-Delden
Juni 2023
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 Bankgegevens: KvK: 06068751 ABN AMRO: BTW-nr: NL 8019.25.125.B01 NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend en Nader (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Hoffmeierweg 3 – Ambt Delden
Opdrachtgever: Eelerwoude Mossendamsdwarsweg 3 7472 DB Goor
Locatie: Hoffmeierweg 3 Ambt Delden
Projectcode: 23021116 Rapportagedatum: 5 juni 2023 Projectleider: De heer ing. J. Lammers Auteur: Mevrouw ing. H. Stevelink
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
3 3 3 5
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
6 6 7 7 8 9
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses
11 11 11 13 14 14 14
5
Onderzoeksstrategie nader asbestonderzoek Veldwerkzaamheden Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses
16 16 18 18
6
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
19
7
Literatuur en bronvermelding
22
Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2023 Boorplan nader asbestonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2023 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Bodeminformatie gemeente Hof van Twente VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 23021116
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Eelerwoude op een terreindeel aan de Hoffmeijerweg 3 in Ambt Delden door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande verbouwing van de kapschuur tot landschapsappartementen (B&B). Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een voormalige tanklocatie en een druppelzone op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Deze worden beschouwd als verdachte deellocaties. De bovengrond van het voormalige erf wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. Verder wordt de ondergrond en het grondwater op de onderzoekslocatie beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een verdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.
De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in maart 2023 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden.
Kruse Milieu BV
Project: 23021116
Pagina 1 van 22
Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 23021116
Pagina 2 van 22
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hoffmeijerweg 3, op circa 2.8 kilometer ten westen van de bebouwde kom van Delden. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten x = 241.609 en y = 475.740. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente AmbtDelden, sectie G, nummer 30 (gedeeltelijk). De Hoffmeijerweg bevindt zich ten zuidoosten en de Barloseweg ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding Op het terrein is een voormalig agrarisch erf aanwezig. De te verbouwen kapschuur op de onderzoekslocatie is inpandig onverhard (zand). Het onbebouwde terreindeel van de onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers en puin of braakliggend (zand/gras). Onderzoekslocatie Er bevindt zich een voormalige tanklocatie (bovengrondse dieseltank) in de kapschuur. Deze locatie wordt als verdachte deellocatie beschouwd (deellocatie A). Het dak van de kapschuur is voorzien van asbestverdachte golfplaten. Er is sprake van een druppelzone wanneer hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. De druppelzone bevindt zich aan de zuidzijde van de schuur (zie boorplan). Deze druppelzone wordt als een verdachte deellocatie beschouwd (deellocatie B).
Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging, de geplande verbouwing van de kapschuur tot landschapsappartementen en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie is deels bebouwd, deels verhard en omvat circa 410 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de boorplannen van Kruse Milieu BV van maart en juni 2023 opgenomen. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft momenteel de agrarische bestemming. De bebouwing dateert oorspronkelijk van 1989 (bron: BAG-viewer). De overige bebouwing dateert van 1905, 1936 en 1980. - In de kapschuur heeft een 800 liter bovengrondse dieseltank gestaan (deellocatie A). Deze tank is in 2018 gesaneerd (bron: Gereedmelding tanksanering BRL-K902 Wubben Noord van 5 oktober 2018 met registratienummer 181000337.0014).