Bijlage 2 - Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Bijlagen bij de toelichting
vastgesteld
57
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Bijlage 1 Bedrijfsplan
58
vastgesteld
Bedrijfsplan Bouwbedrijf Welmer, Firma J.W. Welmer en zonen
Adres: Luttekeveldweg 9 7475 RX Markelo Datum: 21-11-2023
Aanleiding Bouwbedrijf Welmer, Firma J.W. Welmer en zonen, is voornemens te investeren in het toekomstbestendig maken van haar bedrijfspanden, op de locatie waar zij hun bedrijfsactiviteiten altijd al hebben uitgeoefend. Hiertoe dient zij het verzoek in tot het uitbreiden van het bestemmingsvlak van de bedrijfsbestemming op de locatie Luttekeveldweg 9 te Markelo. Op de planlocatie is een maximum oppervlakte van 1000 m2 aan bedrijfsgebouwen toegestaan. De bouwplannen zijn nog niet concreet, daarom is het nog niet duidelijk of het maximale oppervlakte van 1000 m2 dat is toegestaan binnen de huidige bestemming wordt overschreden. Bouwbedrijf Welmer, Firma J.W. Welmer en zonen wil daarom alvast de mogelijkheid om het maximum oppervlakte aan bedrijfsgebouwen te vergroten tot 1500 m2 juridisch laten borgen. De bedrijfslocatie ligt in het buitengebied van Hof van Twente. Het voorgaande kan daarom mogelijk worden gemaakt door gebruik te maken van de KGO-regeling. Daarbij wordt er voor de uitbreiding een basisinspanning gedaan (over de eerste 250 m2). Voor niet agrarische bedrijven geldt dat ze éénmalig een uitbreiding van maximaal 250 m 2 zonder sloopcompensatie kunnen krijgen. Wel geldt voor deze kleine uitbreidingen een goede landschappelijke inpassing. Daarnaast dient in het kader van de KGO regeling een bedrijfsplan te worden opgesteld.
Om aan de voorwaarden van de KGO regeling te voldoen is voorliggend bedrijfsplan opgesteld. In dit plan wordt aangetoond dat de bedrijfsactiviteiten gebiedseigen zijn, wat de schaal en impact is van de uitbreiding en welk maatschappelijk belang de firma behartigd.
Huidige situatie Bouwbedrijf Welmer is een klein bedrijf, actief in de aannemerij, dat zich richt op meerdere facetten van het bouwproces te weten nieuwbouw, verbouw, renovatie, onderhoud en machinale houtbewerking. De locatie aan de Luttekeveldweg bevindt zich in het buitengebied van Markelo, aan de provinciale weg naar Holten. Het betreft een gebied met meerdere kleinschalige bedrijven in een soort lintbebouwing langs de Holterweg.
De oorsprong van Bouwbedrijf Welmer stamt al uit het einde van 1800. De vader van de oprichter van bouwbedrijf Welmer was timmerman van beroep en gaf zijn beroep door op zijn zoon: Jan Willem Welmer. Jan Willem Welmer startte als zoon van de timmerman in 1928 het bouwbedrijf aan de Holterweg zoals deze nu nog actief is. In de eerste helft van de twintigste eeuw zijn, zijn twee zonen mede-eigenaars geworden van het bedrijf en zo is de huidige naam ontstaan. Anno nu is het bedrijf alweer op twee nieuwe generaties overgedragen en is de jongste generatie dagelijks actief binnen het bedrijf waarmee zijn betovergrootvader ooit is begonnen.
Toekomstige situatie Gezien de lange geschiedenis van het bedrijf zijn er diverse goede en slechte tijden doorgemaakt. De laatste jaren is de bouwsector meer en meer gaan inzetten op prefabricage om zo minder afhankelijk te zijn van weersomstandigheden, de beperkingen van krappe bouwplaatsen en eventuele overlast in bestaande woonwijken zo veel mogelijk te beperken. De huidige bebouwing aan de Luttekeveldweg is verouderd en voldoet niet meer aan de behoeftes voor een efficiënte bedrijfsvoering. Bouwbedrijf Welmer beschikt op dit moment over twee machinale werkplaatsen en diverse
bijgebouwen
voor
opslag
van
materiaal
en
materieel.
De
huidige
bedrijfsactiviteiten bestaan grotendeels uit het machinaal vervaardigen van houten deuren en kozijnen. De wens bestaat om op korte termijn te investeren in machines voor de productie van hout skelet bouw elementen (wanden, vloeren en daken). Met oog op CO2-uitstoot ligt de toekomst meer bij houtbouw dan bij betonbouw. De huidige opstallen lenen zich er niet meer voor om deze nieuwe machines in te installeren. De behoefte bestaat daarom uit het slopen van de huidige opstallen, waarbij de asbestdaken tevens worden gesaneerd, en het bouwen van twee grotere nieuwe werkplaatsen, zodat bewerking en opslag nabij elkaar kunnen plaatsvinden Met deze ideeën in het hoofd ontstond het gesprek met collega aannemer Oonk Noteboom, tevens gevestigd in Markelo. Oonk Noteboom liep op haar locatie aan de Goorseweg ook tegen het feit aan dat de huidige bebouwing verouderd was, echter leent die locatie zich niet voor nieuwbouw van een passende huisvesting voor het bedrijf. Daartoe zijn zij op zoek gegaan naar een alternatieve locatie. Helaas leidde deze zoektocht tot op heden niet tot het gewenste resultaat. Op dit moment werken bouwbedrijf Welmer en Oonk Noteboom al veel samen. In gesprekken ontstond de gedachte om naast de beoogde nieuwbouw voor bouwbedrijf Welmer op hun eigen terrein, ook de nieuwe
huisvesting van Oonk Noteboom op te nemen. Op die manier kan dubbelgebruik plaatsvinden van machines en opslag als de omstandigheden hierom vragen, kunnen transporten van bouwmaterialen gecombineerd worden en worden twee afzonderlijke locaties
van
verouderde
bedrijfspanden
samengevoegd
op
één
locatie
met
toekomstgerichte nieuwbouw.
KGO beleid 2023 -2028 In het buitengebied zijn diverse niet-agrarische bedrijven gevestigd Een groot aantal van deze bedrijven hebben zich vanuit een voormalig agrarisch bedrijf geleidelijk ontwikkeld. Dit vloeit voort uit de sterke ondernemersgeest die in het gebied aanwezig is en die gekoesterd wordt. Op enkele plekken in het landelijk gebied bevindt zich een grootschalig niet-agrarisch bedrijf. De bedrijvigheid wordt positief gewaardeerd vanwege de bijdrage aan
een
sterke
plattelandseconomie
en
de
werkgelegenheid.
Vanwege
hun
sponsoractiviteiten dragen ze bij aan het lokale verenigingsleven. Er wordt evenwichtig omgegaan met uitbreiding van niet-agrarische bedrijvigheid in het landelijk gebied. Bij de afweging of uitbreidingsmogelijkheden kunnen worden geboden wordt maatwerk toegepast. De toename van bebouwing en activiteiten moet namelijk blijven passen bij de schaal van het erf en het omliggende landschap en bij de draagkracht van de aanwezige infrastructuur. Bij een eventuele uitbreiding wordt met het bedrijf ook gesproken over het lange termijn perspectief. Voor iedere uitbreiding geldt dat als basis inspanning het terrein zorgvuldig landschappelijk dient te worden ingepast, waarbij aansluiting wordt gezocht met de identiteit van het omringende landschap. Daarnaast moet afhankelijk van de omvang en impact van de uitbreidingsplannen aanvullend geïnvesteerd worden in de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij moet uit een (bedrijfs)plan blijken: ▪
of de bedrijfsactiviteiten gebiedseigen/gebiedsvreemd is;
▪
wat de schaal en impact is van de uitbreiding
▪
is het eigenbelang/ maatschappelijk belang.
Daarbij is belangrijk om te kijken naar hoe de ontwikkeling bijdraagt of kan gaan bijdragen aan de kernkwaliteiten zoals die in de Structuurvisie Landelijk gebied Hof van Twente zijn benoemd.
(Sterke agrarische structuur, Grote mate van ondernemerschap, Breed scala aan landelijke woonmilieus, Gevarieerd en aantrekkelijk landschap, Robuust ecologisch netwerk, Sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur Regionale infrastructuur). Duurzaamheid is een aanvullende kernkwaliteit die benoemd wordt. Ook moet inzichtelijk worden gemaakt wat de toename is van de bedrijfsbebouwing en bedrijfsbestemming ten opzichte van de huidige situatie, of de ontwikkeling een verkeer aantrekkende werking heeft en of buitenopslag noodzakelijk is. Daarnaast te worden aangegeven of de ontwikkeling plaats vindt op een zichtlocatie, of de ontwikkeling bijdraagt aan werkgelegenheid en of de ontwikkeling bijdraagt aan maatschappelijke doelen van de gemeente.
Gebiedseigen bedrijfsactiviteiten Gebiedseigen Zoals reeds aangegeven is de firma sinds lange tijd gevestigd op de huidige locatie. Van oorsprong werd voornamelijk gebouwd voor particulieren en bedrijven in de regio. Die binding met de regio is er nog steeds. Het klantenbestand van de firma bestaat voor circa 90% uit klanten die zich in en om Markelo bevinden. Een deel van haar klanten bedraagt onderneming uit de agrarische sector. Het bedrijf is dus sterk verwant met de regio dit blijkt uit de sterke banden met de agrarische sector. Werkgelegenheid Het bedrijf is altijd van kleine omvang geweest, met een personeelsbestand variërend tussen de 2 en 15 werknemers. Op dit moment zijn 5 werknemers in dienst en wordt veel gebruik gemaakt van een flexibele schil van ZZP’ers en andere lokale aannemers op het moment dat dit nodig is. Het ligt niet in lijn der verwachting dat bouwbedrijf Welmer zal uitgroeien tot middelgrote of grote organisatie. Maatschappelijk belang Bouwbedrijf Welmer zet zich in voor sponsoring van lokale initiatieven en het Markelose verenigingsleven. Zo is zij al jaren sponsor van de Auto Sport Vereniging (ASVM), de plaatselijke voetbalclub SC Markelo en sponsoren ze diverse lokale evenementen zoals de jaarlijkse uitvoering van de Gymnastiek vereniging.
De lokale betrokkenheid beperkt zich niet tot financiële bijdrages, maar uit zich ook door het beschikbaar stellen van materiaal en materieel voor onder andere de bouw van optochtwagens voor het dorpsfeest en de opbouw van de diverse plaatselijke paasvuren van het dorp Markelo. De lokale
betrokkenheid is terug te zien in het feit dat 90% van het klantenbestand zich in en om Markelo bevindt.
Schaal en impact uitbreiding Duurzaamheid Naast dat de investering in nieuwe machines bijdraagt aan de productie mogelijkheden van duurzame bouwelementen, is de ambitie ook om de nieuwbouw all-electric uit te voeren waarbij gedacht wordt aan het gebruik van een warmtepomp en pv-panelen. Schaal en impact De aanvraag voor het wijzigen van het bouwblok en de bedrijfsbestemming leidt niet tot het vergroten van het schaalniveau waarop bedrijfsvoering plaatsvindt, echter zal het toevoegen
van
de
huisvesting
van
Oonk
Noteboom
wel
leiden
tot
meer
verkeersbewegingen. Wat betreft de nieuwbouw wordt de massa op een vergelijkbare locatie op het bouwblok gepositioneerd als waar nu de bestaande werkplaatsen en bijgebouwen staan. Het bouwblok loopt op dit moment tot voor de woonhuizen. Nieuwbouw van een bedrijfsgebouw op die positie is niet wenselijk, vandaar dat is gezocht naar het verplaatsen/uitbreiden van het bouwblok over een op dit moment agrarisch bestemd perceel. De reden voor het wijzigen van het bouwblok is dat dit leidt tot een meer heldere verdeling op het perceel tussen enerzijds de bedrijfsvoering en anderzijds het wonen op de positie van de huidige bedrijfswoning. Toename is van de bedrijfsbebouwing en bedrijfsbestemming Mogelijk worden in de toekomst de huidige verouderde werkplaatsen gesloopt ten behoeve van de (mogelijke) realisatie van twee nieuwe werkplaatsen. Een van de werkplaatsen zal worden gebruikt door Bouwbedrijf Welmer, Firma J.W. Welmer en zonen, de andere werkplaats zal worden gebruikt door het bedrijf Oonk Noteboom. Voor deze plannen dient het bouwblok gewijzigd te worden en het maximum oppervlakte aan bedrijfsgebouwen te worden vergroot van 1000 m2 naar 1250 m2 met nog een optie tot 1500 m2. Het huidige bedrijfsoppervlak (bedrijfsperceel, bestemming Bedrijf) bedraagt circa 4.200 m2. In de toekomstige situatie bedraagt de oppervlakte 6630 m2.
Verkeersgeneratie De uitbreiding van de bedrijfsbebouwing voor de firma Welmer en zonen zal naar verwachting niet leiden tot een grote toename in verkeersbewegingen. De uitbreiding is
vooral bedoeld om de werkplaatsen te verduurzamen en tevens efficiënter te kunnen gebruiken. De komst van Oonk Noteboom naar de Luttekeveldweg zal weliswaar leiden tot een toename aan verkeersbewegingen. Het betreft ook hier geen bedrijf met een grote verkeer aantrekkende werking. Beide bedrijven werken ook nu al samen. Dit leidt tot een bepaalde verkeersgeneratie tussen de bedrijven. Deze verkeersgeneratie vervalt wanneer Oonk Noteboom aan de Luttekeveldweg is gevestigd. Landschappelijke inpassing De locatie aan de Luttekeveldweg 9 bevindt zich naast de Holterweg en is vanaf de weg ook goed te zien. Om de nieuwe ontwikkeling zoveel mogelijk te ontdoen aan het zicht is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Bij de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met de typische kenmerken en kwaliteiten van het landschap o.a. door middel de aanplant van streekeigen beplanting.
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan
66
vastgesteld
A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K:
L:
M:
N: O: P: Q:
Bestaande bebouwing inclusief bedrijfswoning. Nieuw te bouwen werkplaats. Te slopen opstallen. Nieuw aan te leggen toegangsroute naar het erf omwille behoud bomen. Bestaande toegangsroute te veranderen naar ondergeschikt karrenspoor. Te vellen houtopstanden. Waaronder 4 Amerikaanse eiken, hierdoor krijgt het erf verbinding met de N755. Nieuw aan te leggen parkeren in grasbetontegels. Erfverharding Bestaande fruitboomgaard. Bestaande haagbeuk. Nieuw aan te planten scheerhaag met meidoorn, hulst, veldesdoorn, haagbeuk en/of wilde liguster in een gelijke verhouding. Aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters). Aan te planten met 5 stuks per strekkende meter, totaal 570 stuks aan te planten op een totale lengte van 114 meter. Aan te planten struweelheg. Aanplanten met de soorten meidoorn, hulst, veldesdoorn, wilde liguster en hondsroos in gelijke verhouding. Plantafstand 1,5 x 1,5 meter. Aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters). Totaal 44 stuks op een oppervlakte van 100 m2. Aan te vullen met 5 bomen in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters), soort; Zomereik en/of zomerlinde. Aan te planten houtopstand. Aan te planten met de soorten: meidoorn, hulst, veldesdoorn, wilde liguster en hondsroos in een gelijke verhouding. Plantafstand 1,5x1,5 meter. Aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters). Totaal 205 stuks op een oppervlakte van 460 m2.
Aan te vullen met 6 bomen in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters), soort; Zomereik en/of zomerlinde. Bouwblok. Parkeerplaatsen. Tuin/gazon. Bestaande houtopstanden.
Kaartbeeld uit 1920 (Bron: topotijdreis.nl)
Project: Landschappelijke inpassing (KGO)
Getekend:
BM
Status:
DO
Noord:
Adres:
Gecontroleerd:
NH
Formaat:
A3
Schaal: 1:1000
Datum:
20-09-2024
Luttekeveldweg 9a - Markelo
^
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Bijlage 3 aanmeldnotitie m.e.r.
68
vastgesteld
Aan: Gemeente Hof van Twente College Burgermeester en Wethouders Postbus 54 7470 AB Goor Borne, 6 oktober 2023 Ons kenmerk: 23AF151 Bijlagen: Geen
Betreft: Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Luttekeveldweg 9 Markelo
Geachte college, Hierbij doen wij u namens onze opdrachtgever een aanmeldnotitie voor een (vormvrije) m.e.r. beoordeling toekomen. Initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfsbestemming aan de Luttekevelweg 9 in Markelo uit te breiden, zodat in de toekomst twee nieuwe werkplaatsen mogelijk gemaakt kunnen worden Voor deze plannen dient het bouwblok gewijzigd te worden en het te bebouwen oppervlak aan bedrijfsgebouwen vergroot te worden van 1000 m2 naar 1250 m2 met nog een optie tot 1500 m2. De initiatiefnemer wenst daarom te waarborgen dat de gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen uitgebreid mag worden tot een oppervlakte van ten hoogste 1.500 m2. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een bestemmingsplanherziening. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: • •
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein; De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden, waar het onderhavige project ruimschoots onder blijft. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen en dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Het plan is niet direct binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen (maar wel aansluitend) en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving, waardoor de in het bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is.
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW Borne T 074 255 70 20 IBAN NL92RABO 0331 6534 27 BIC RABONL2U KvK Veluwe-Twente 08140851 Btw nr. NL 8151.28.939.B01 info@ad-fontem.nl www.ad-fontem.nl
Het begrip 'industrieterrein' is beperkter dan het begrip 'bedrijventerrein' dat voor de wijziging van het Besluit m.e.r. in 2011 in deze categorie was opgenomen. Voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2) kan volgens de voorzieningenrechter van de Afdeling (Vzr. ABRvS, ECLI:NL:RVS:2016:3279, d.d. 7 december 2016) aansluiting worden gezocht bij de definitie van het begrip 'stedelijke ontwikkeling' in art. 1.1.1, eerste lid onder i. van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze definitie luidt als volgt: "stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." De ontwikkeling van het bijbehorende bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: • • •
een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht aangezien de drempelwaarden niet worden overschreden. Echter, per 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij de ontwikkeling van onderhavig plan. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden beoordeeld of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: • • •
de kenmerken van het project; de plaats waar de activiteit plaatsvindt; de kenmerken van het potentiële effect.
Kenmerken van het betreffende project De initiatiefnemer is voornemens om zijn bedrijfslocatie aan de Luttekeveldweg 9 in Markelo, waar nu een timmerbedrijf is gevestigd, te voorzien van een toekomstbestendig planologisch regime. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt het bestemmingsvlak gewijzigd, zodat op het bedrijfsperceel de mogelijkheid wordt geboden om 1500 m2 aan bedrijfsbebouwing mogelijk te maken. Planologisch wordt mogelijk gemaakt dat op het perceel 1250 m2 aan bedrijfsbebouwing kan worden gerealiseerd, waarbij een binnenplanse afwijking wordt opgenomen om dit uit te breiden tot 1500 m2.
-2-
Figuur 1: Impressie toekomstige ontwikkeling
Plaats van het project Het plangebied is gelegen aan de Luttekeveldweg 9 ten noorden van de kern Markelo. De ontwikkeling heeft betrekking op het percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Markelo sectie O nummer 328, 725, 726, 727, 728, 729 en 730. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.500 m2. In figuur 2 is een luchtfoto opgenomen, waarop de ligging van het plangebied globaal ten opzichte van de omgeving wordt weergegeven. Ook is in figuur 3 een luchtfoto opgenomen. Daarop wordt de begrenzing van het plangebied van het bestemmingsplan (indicatief) weergegeven.
-3-
Figuur 2: Ligging plangebied (bron: PDOK)
Figuur 3: Begrenzing plangebied (Bron: PDOK)
-4-
Kenmerken van de potentiële effecten Voor wat betreft de potentiële milieueffecten van de planontwikkeling zijn de volgende aspecten van belang/relevant. Verkeerseffecten en luchtkwaliteit De bedrijfslocatie, waaronder de werkplaatsen, kantoor en woningen worden ontsloten via de Luttekeveldweg. De Luttekeveldweg is een erftoegangsweg waarvoor een 60 km/u snelheidsregime van toepassing is. Om de verkeersgeneratie te berekenen die de beoogde ontwikkeling te weeg brengt zijn als uitgangspunt de kengetallen van de 381e CROW uitgave aangehouden. Het plangebied ligt in het buitengebied van Markelo. Deze buurt kent een niet stedelijk stedelijkheidsgraad (<500 adressen per km2) en is en is gelegen in het gebiedstype buitengebied. In de huidige situatie staat er een gebouw met twee twee-onder-een-kapwoningen, bij de woningen behoren een kantoortje en een garage. Op de rest van het terrein staan een aantal bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van circa 760 m2. Deze zullen worden gesloopt en worden vervangen door twee nieuwe werkplaatsen. Voor een twee-onder-een-kapwoning geldt een verkeersgeneratie van dagelijks gemiddeld 7,8 verkeersbewegingen. Voor de twee woningen samen komt dit uit op afgerond 16 verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 7,8 * 2).
Voor het kantoorgebouwtje met een oppervlakte van circa 65 m2 geldt een verkeersgeneratie van dagelijks gemiddeld 8,8 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Dit komt neer op een totaal van afgerond 6 verkeersbewegingen (berekening: 65/100* 8,8). Omdat wordt uitgaan van werkdagen dient het aantal verkeersbewegingen vermenigvuldigd te worden met 1.33. Dit komt derhalve neer op afgerond 8 verkeersbewegingen (berekening: 6*1,33). Huidige situatie bedrijfsgebouwen Voor de bedrijfsgebouwen geldt een verkeersgeneratie van dagelijks gemiddeld 10 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Voor circa 760 m2 aan bedrijfsgebouwen bedraagt de verkeersgeneratie 76 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is inclusief vrachtwagenverkeer (berekening:760/100*10) Omdat we uitgaan van werkdagen dient het aantal verkeersbewegingen vermenigvuldigd te worden met 1.33. Dit komt derhalve neer op afgerond 102 verkeersbewegingen. Het totaal van de woningen, kantoor en bedrijfsgebouwen komt uit op 126 verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 16+8+102) Beoogde situatie bedrijfsgebouwen Er worden mogelijk twee nieuwe werkplaatsen gerealiseerd. Voor de werkplaatsen worden de kencijfers gehanteerd voor 'Bedrijf arbeidsextensief'. Voor een dergelijk bedrijf geldt een verkeersgeneratie van dagelijks gemiddeld 10 verkeersbewegingen per 100 m2. De werkplaatsen hebben samen een maximale oppervlakte van ca. 1.500 m².
Dit leidt tot een verkeersgeneratie van afgerond dagelijks 150 verkeersbewegingen ((1500/100)* 10).
-5-
Omdat we uitgaan van werkdagen dient het aantal verkeersbewegingen vermenigvuldigd te worden met 1.33. Dit komt derhalve neer op afgerond 200 verkeersbewegingen. Het totaal van de woningen, kantoor en bedrijfsgebouwen komt uit op gemiddeld 224 verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 16+8+200). De nieuwe situatie leidt tot een toename in verkeersgeneratie van 98 verkeersbewegingen per dag (berekening: 224-126) In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen van de gehele bedrijfslocatie op 224 verkeersbewegingen per dag gesteld worden. Gezien het om uitbreiding van een bedrijfslocatie gaat wordt uitgegaan van 20% vrachtverkeer. In onderstaande figuur is de berekening weergegeven.
-6-
Figuur 4: Berekening NIMB-tool
Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Gelet hierop wordt geacht dat de voorgenomen ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen zal hebben voor wat betreft de luchtkwaliteit. Archeologie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek.
Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
-7-
Archeologie Op grond van het geldende bestemmingsplan is het plangebied deels voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting 1' en deels de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting 2'. Voor gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' geldt dat een archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen dieper dan 0,40 meter over een oppervlakte groter dan 2.500 m2. Voor de gronden ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting 2' geldt dat een archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen dieper dan 0,40 meter over een oppervlakte groter dan 5.000 m2. Aangezien het huidige bestemmingsvlak reeds voor een groot deel gebouwd is, is de grond reeds geroerd. De uitbreiding van het nieuwe bouwvlak en de mogelijke uitbreiding van bebouwing overschrijdt de drempelwaarden uit de dubbelbestemmingen niet. Het plan leidt derhalve niet tot negatieve effecten voor wat betreft het aspect ‘archeologie’. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.
De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat zich binnen, of in de nabijheid van het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten, of andere landschappelijke cultuurhistorische structuren of elementen bevinden. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft voor wat betreft cultuurhistorie. Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: • • •
Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies.
-8-
Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: • voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; • voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. in buitenstedelijk gebied: • voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; • voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; • voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Voorliggend plan voorziet niet in de realisatie van een nieuw geluidgevoelig object binnen het plangebied. Toetsing aan de Wet geluidhinder kan dan ook achterwege blijven. Railverkeerslawaai Het plangebied is niet gelegen aan of in de nabijheid van een spoorlijn. Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een geluidhgezoneerd industrieterrein.
Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707, uitgevoerd door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. op 21-9-2023, -9-
(projectnummer MT-230256) om ter plaatse het van het plangebied de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen. Bij het verkennende bodemonderzoek is de onderzoekslocatie als niet-verdacht beschouwd, daarom wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. In totaal zijn er in het plangebied 18 boringen verricht. Naar aanleiding van het onderzoek dient de hypothese 'onverdachte locatie' te grotendeels te worden aangenomen aangezien slechts een licht verhoogd gehalte in het grondwater is aangetoond. De hypothese voor het asbestonderzoek “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt verworpen. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Het is bekend dat in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. In de grond(meng)monsters zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrond- of streefwaarde van de desbetreffende stof. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Het dak van de noordoostelijke schuur/loods is bedekt met asbestverdachte dakplaten. Aan de oostzijde (loopt schuin af naar het oosten) is geen dakgoot aanwezig. Het maaiveld is onverhard.
Dit maakt het terrein aan deze zijde van het pand verdacht op het voorkomen van asbest. Derhalve wordt een asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd. Bij het asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Zintuiglijk is er geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. De realisatie van de voorliggende ontwikkeling zal daarom geen nadelige gevolgen voor de bodem met zich mee brengen.
Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die tot het NNN behoren liggen op minimaal 1,4 km afstand van het plangebied. Natura 2000-gebied Het plangebied behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op minimaal 1,6 km afstand (Borkeld). Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is tevens Borkeld en ligt op 1,8 km van het plangebied. - 10 -
Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten op deze Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland gebieden. Er hoeft geen ontheffing van de Omgevingsverordening Overijssel of Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Daarnaast is in het kader van stikstof- en ammoniakdepositie een AERIUS-berekening gemaakt om te laten zien dat voorliggend plan voor dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden niet tot onevenredige nadelige gevolgen leidt. Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem. In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog. De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof. De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NOx (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak).
De depositie van NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw. Om de emissie/depositie van NOx, als gevolg van de beoogde situatie te berekenen wordt een onderscheid gemaakt in de aanleg- en gebruiksfase. Aanlegfase Betreft de daadwerkelijke bouw van een voorliggend project zoals het bouwrijp maken van gronden t.b.v. nieuwbouw (aanleg van kabels etc.), het bouwen van de beoogde nieuwbouw en het afwerken van de overige gronden binnen het plangebied. In de voorliggende AERIUS-berekening kan er in de aanlegfase op twee mogelijke manieren stikstof en ammoniak vrijkomen: Werkvoertuigen op de bouwlocatie: -
-
betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor het slopen van de bestaande bedrijfsgebouwen en het bouwrijp maken van het plangebied voor de realisatie van de beoogde werkplaatsen (voorbereidingsfase); betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor de realisatie van de beoogde werkplaatsen (realisatiefase); betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor de afwerking van gronden nadat de beoogde werkplaatsen zijn gerealiseerd (afrondingsfase).
Verkeersbewegingen naar het plangebied: -
dit betreft de verkeersbewegingen van- en naar het plangebied c.q. de bouwplaats. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 kilometer van de weg. Bij voorliggende ontwikkeling ligt het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied op circa 1801 meter afstand van het plangebied. Verkeersbewegingen van en naar het plangebied dienen derhalve meegenomen te worden. - 11 -
Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase kan er op twee mogelijke manieren stikstof vrijkomen: Gebruik van de werkplaatsen: -
in het voorliggende geval zullen er twee werkplaatsen worden gerealiseerd, waarin geen sprake zal zijn van een gasaansluiting. Hierdoor zal geen sprake zijn van uitstoot van stikstof of ammoniak als gevolg van het verwarmen, het koken en/of verwarmen van tapwater in de werkplaatsen. Daarmee zal in de gebruiksfase geen sprake zijn van de uitstoot van NOx. Er vindt geen emissie plaats als gevolg van het verwarmen en/of het verwarmen van tapwater in de werkplaatsen.
Gebruik van de twee-onder-een-kapwoningen: -
in het voorliggende geval zal er sprake zijn van bestaande woningen, waarin sprake zal zijn van een gasaansluiting. Hierdoor zal sprake zijn van uitstoot van stikstof of ammoniak als gevolg van het verwarmen, het koken en/of verwarmen van tapwater in de werkplaatsen. Daarmee zal in de gebruiksfase sprake zijn van de uitstoot van NOx. Er vindt emissie plaats als gevolg van het verwarmen en/of het verwarmen van tapwater in de woningen.
Verkeersbewegingen gebruiksfase: -
dit betreft de verkeersbewegingen van- en naar de planlocatie. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 kilometer van de weg. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is gelegen op circa 1801 meter afstand. Dit betekent dat de verkeersbewegingen in de berekening meegenomen dienen te worden.
Uitkomsten AERIUS Calculator 2023 De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2023. Voor de referentiesituatie is gerekend voor het rekenjaar 2023. Voor de beoogde situatie is gerekend voor het rekenjaar 2024, omdat uitgegaan wordt dat het plan in dit jaar wordt uitgevoerd. Voor de gebruiksfase is gerekend voor het rekenjaar 2025, omdat wordt geacht dat de bebouwing met een doorlooptijd van 1 jaar voor het bouwproject dan pas in gebruik kan worden genomen. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000gebieden is in alle gevallen berekend voor een vergunning Wet natuurbescherming. Als bijlage bij deze rapportage behoort het AERIUS analysebestand (pdf) met rekenresultaten (bronnen, rekenpunten en resultaten) van de aanleg- en gebruiksfase van de beoogde situatie. Referentiesituatie: De totale NOx-emissie als gevolg van het gebruik van de bedrijfsgebouwen en woningen in de referentiesituatie (huidige legale feitelijke situatie) bedraagt in totaal 21,3 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,4 kg/j. De hoogste bijdrage bedraagt 0,01 mol/ha/j ter plaatse van het Natura 2000-gebied 'Borkeld'. Aanlegfase: De totale NOx-emissie bedraagt in totaal 16,6 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,5 kg/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. - 12 -
Gebruiksfase: De totale NOx-emissie bedraagt 31,6 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,8 kg/j. De hoogste bijdrage bedraagt 0,01 mol/ha/j ter plaatse van het Natura 2000-gebied 'Borkeld'. Aangezien in de gebruiksfase sprake is van een nadelige depositie, is er voor deze situatie een verschilberekening uitgevoerd waarin de stikstofdepositie van voorliggende plan tijdens de gebruiksfase is afgezet tegenover de huidige legale feitelijke situatie van de woningen en bedrijfsgebouwen (referentiesituatie). Per saldo komt dit neer op een effect vanuit de projectberekening van 0,0 mol/ha/j. Dit betekent dat de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling, ondanks dat er sprake is van een nadelige depositie, geen nadelige effecten heeft voor het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Borkeld'. Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing.
Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit;
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: •
•
•
•
Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. - 13 -
Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. •
•
Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico.
Risicokaart
Figuur 5: Risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)
- 14 -
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Op circa 2.138 meter ten oosten van het plangebied is een vulpunt voor LPG gelegen (Rijssenseweg 16). Voor het vulpunt geldt een risicocontour van PR10-6 een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtgebied. Het plangebied valt ruim buiten de risicocontour en de aandachtsgebieden van dit vulpunt. Binnen een straal van 2.138 meter van het plangebied bevinden zich geen risico's op basis van de externe veiligheid, derhalve geldt dat het plangebied: -
Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van [afstand] van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied:
-
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
-
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.
Conclusie In de voorliggende aanmeldnotitie is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van onderhavig project die leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen negatief effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig. In dit geval is in het plangebied geen sprake van het toevoegen van een extra geurgevoelig object. Het betreft hier immers een uitbreiding van een bedrijfslocatie.
Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest.
Hoogachtend,
Ad Fontem BV, H. Visscher
- 15 -
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Bijlage 4 Natuurwaardenonderzoek
84
vastgesteld
Luttekeveldweg 9 Markelo - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming –
Opdrachtgever
De heer A. Welmer
Datum veldbezoek
1 november 2023
Datum rapport
5 november 2023
Versie
V1.0
Auteur
Sjors van Woudenberg
Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
1.2
Doelstelling
1.3
Volledigheid onderzoek
1.4
Geldigheidsduur rapport
2 ONDERZOEKSOPZET 2.1
Bronnenonderzoek
2.2
Veldbezoek
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1
Plangebied
3.2
Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen
4 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK EN TOETSING 4.1
Bevindingen en toetsing beschermde gebieden/ houtopstanden
4.2
Bevindingen bronnenonderzoek, veldonderzoek en toetsing soorten
5 CONCLUSIE 6 VRIJBLIJVEND ADVIES BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.
Waarnemingen NDFF Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen
1 INLEIDING In opdracht van de heer A. Welmer heeft Sjors van Woudenberg (ecologisch deskundige) aan de Luttekeveldweg 9 te Markelo (gemeente Hof van Twente) een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Markelo en betreft een agrarisch perceel met diverse opstallen en lage groenstructuren. 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens de opstallen te amoveren en een nieuwe loods en schuur te realiseren. Er zullen geen grote bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.
Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het NNN of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.
Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd nest dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied. 2 ONDERZOEKSOPZET
In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. 2.1 Bronnenonderzoek Voor het bronnenonderzoek zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen (waaronder de NDFF) geraadpleegd. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er relevante soorten voorkomen binnen of in de omgeving van het plangebied. De NDFF is op 2 november 2023 geraadpleegd. Diverse kaarten (waaronder NNN, Natura2000 en Natuurbeheerplan) van de provinciale site geo.overijssel.nl zijn geraadpleegd in november 2023. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 1 November 2023 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het zonnig bij een temperatuur van rond de 12°C. Het plangebied was ten tijde van het veldbezoek volledig toegankelijk/ te bekijken. De directe omgeving van het plangebied is tijdens het veldbezoek eveneens bekeken. Gedurende het onderzoek zijn de ouders van de initiatiefnemer geïnterviewd. Er is tijdens het veldonderzoek zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door ecologisch deskundige(wnb 1,2,3).
Door middel van jarenlange ervaring, kennis en onderzoeken. Tevens worden diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker zijn in het bezit van diverse certificaten, waaronder ‘Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, niveau 4, IPC Groene Ruimte (door Stadswerk erkend certificaat)’. 3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Markelo en betreft een agrarisch perceel met diverse opstallen en lage groenstructuren. De opstallen bestaan uit een woning, een kapschuur en twee werkplaatsen. De woning heeft een pannendak zonder beschot. De schuren zijn voorzien van dakplaten, maar dan met beschot. Er zijn geen spouwen aanwezig. De schuur heeft een golfplatendak zonder beschot. Verder zijn er lage groenstructuren/ tuin en een te behouden bomenrij aanwezig. De directe omgeving bestaat uit agrarische percelen, bos en de Luttekeveldweg.
3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de aanwezige opstallen te amoveren en een nieuwe woning en schuur te realiseren. Eerst zullen de schuren en oude woning worden geamoveerd. Ter plaatse van die opstallen zal de nieuwe loods komen. Er zullen geen grote bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt. Het plangebied zal landschappelijk ingepast worden. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
4 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK EN TOETSING Hieronder worden de bevindingen van het onderzoek weergegeven. Tevens vindt er een toetsing aan de Wet natuurbescherming plaats en zal er gekeken worden of er gevolgen kunnen zijn voor het Natuurnetwerk Nederland of overige beschermde natuurgebieden. 4.1 Bevindingen en toetsing beschermde gebieden/ houtopstanden In de database van de provincie Overijssel is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het meest nabije Natura2000-gebied ligt op ruim 4.000 meter afstand en betreft het gebied ‘Borkeld’. Door de onderlinge afstand en de bufferende werking van wegen, woningen en agrarisch percelen is geen rechtstreekse aantasting (door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) aanwezig op soorten die voor het genoemde Natura2000-gebied zijn aangewezen. Een Voortoets die soms noodzakelijk kan zijn bij ligging nabij een Natura2000-gebied is niet noodzakelijk. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Sinds 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking.
Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de neerslag (depositie) in de gebruiksfase een rol speelt. -Mogelijk wordt een Aerius-berekening noodzakelijk geacht door bevoegd gezag. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen kapvergunningsplichtige bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing. 4.2 Bevindingen bronnenonderzoek, veldonderzoek en toetsing soorten NDFF Voor het bronnenonderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens van NDFF (tot 5 jaar terug, geraadpleegd op 2 november 2023). Er is met name gekeken naar jaarrond beschermde nesten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten (niet vrijgestelde soorten Overijssel). Bijlage 1 geeft de resultaten weer van het NDFF-onderzoek. Het betreft hier ook waarnemingen van bijvoorbeeld foeragerende en overvliegende exemplaren. - Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen relevante waarnemingen aangetroffen. Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn slechts algemene soorten, die zijn te vinden op verstoorde en voedselrijke bodems, en aangeplante planten aanwezig.
Tevens zijn er tijdens het bronnenonderzoek geen waarnemingen van beschermde soorten aangetroffen. - Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep.
Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied en in de omgeving enkele vogelsoorten waargenomen, zoals kraai, huiszwaluw, boerenzwaluw, huismus, merel, koolmees, gekraagde roodstaart en pimpelmees. Het plangebied is onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus wordt in onderhavige situatie niet verwacht. Er zijn geen geschikte openingen in het dak aanwezig. De daken/ goten konden met een ladder goed worden onderzocht. De huismus komt wel veel voor in de omgeving. De soort is auditief waargenomen bij buurpercelen en visueel in de hagen langs de Luttekeveldweg. Deze elementen blijven behouden. Er zijn geen nesten (of resten van nesten) van huiszwaluw waargenomen. Ook broedt de boerenzwaluw niet binnen het plangebied. Beide soorten zijn niet foeragerend waargenomen boven de akkers. Voor gierzwaluw zijn geen geschikte openingen aanwezig. Tevens is de gierzwaluw meer een soort van steden en dorpen. In de opstallen zijn geen nest- en/ of roestlocaties van uilen aanwezig. Het ontbreekt dan ook aan sporen van deze soortgroep. In de bomen in en nabij het plangebied zijn geen horsten/ roestplekken waargenomen en rondom de boom zijn geen sporen (veren, braakballen, fecaliën) aangetroffen van roofvogels en uilen. De aanwezigheid van nesten/ of roestplekken zijn derhalve uitgesloten.
Mogelijk broeden vogelsoorten zonder een jaarrond beschermd nest in het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn er geen bezette nesten waargenomen. De ingrepen dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden of te starten (broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Het gaat erom of een broedgeval wordt verstoord/ vernietigd of niet. Indien dit niet mogelijk is, dient er voorafgaande aan de werkzaamheden vastgesteld te zijn dat er geen broedgevallen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Hiervoor wordt comform de nieuwe wetgeving alvast een ecologisch werkprotocol toegevoegd. Wanneer er broedgevallen aanwezig zijn dient dit toegevoegd te worden aan het protocol doormiddel van een quickscan voorafgaand aan de te starten werkzaamheden afhankelijk van het soortgebonden broedseizoen en beschermingsfactor van de aanwezige soorten zullen de verstorende werkzaamheden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Nesten van vogels zonder jaarrond beschermd nest, zoals van houtduiven, mogen geweerd worden. Grondgebonden zoogdieren Er zijn binnen het plangebied geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een steenmarter. Ook is de woning te gesloten en de overige opstallen hebben geen geschikte wegkruipplekken. Het ontbreekt het plangebied aan bosschages, dichte struwelen en dergelijke.
Aanwezigheid van verblijfplaatsen of significant leefgebied van overige marterachtigen (das, wezel, hermelijn, bunzing en boommarter) is derhalve uit te sluiten op de locatie. Binnen het plangebied zijn geen nesten/ verblijfplaatsen van eekhoorn te verwachten. Deze zijn, evenals sporen, dan ook niet aangetroffen in de bomen. Er zijn geen plekken, zoals takkenhopen, dichte groenstructuren, bladerhopen en dergelijk waar egel in of onder kan verblijven. Het plangebied was goed te onderzoeken op deze soort, er zijn geen exemplaren waargenomen. Mogelijk komen door de provincie vrijgestelde soorten zoals sommige muizen voor. Voor vrijgestelde soorten geldt een algehele vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. Wel geldt de zorgplicht. Vleermuizen De daken/ zolders van de woning kunnen door vleermuizen gebruikt worden om er te verblijven of voort te planten. In de woning kan een soort als gewone grootoorvleermuis een plek op de zolder hebben, bij de zijn er voor schuren kleine soorten als de gewone