CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting BP Herziening Traasweg 5 Markelo.pdf

Gemeenteraad 21 januari 2025, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 10: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo"17.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxTraasweg5-VS10

BESTEMMINGSPLAN

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Huidig planologisch regime Leeswijzer

4 4 4 5 5 7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Huidige situatie Landschappelijke aspecten Situatie plangebied

9 9 9

Hoofdstuk 3 3.1 3.2

Planbeschrijving Gewenste situatie Verkeer en parkeren

11 11 12

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

14 14 17 26

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Milieu- en omgevingsaspecten Geluid Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & Cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage

31 31 32 33 34 36 38 39 41 42

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Wateraspecten Vigerend beleid Waterparagraaf

45 45 46

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Juridische planopzet Inleiding Opbouw van de regels Bestemmingen

48 48 48 50

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

51

Hoofdstuk 9 9.1 9.2

Vooroverleg, inspraak & zienswijzen Vooroverleg Zienswijzen

52 52 52

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Toelichting

vastgesteld

3

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op camping Landgoed de Kattenbergse Hoeve. De camping bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, aan de Traasweg 5 in Markelo. Om de recreant ook in de toekomst passend te bedienen, en om de camping een duurzaam toekomstperspectief te bieden, bestaat het voornemen om de camping uit te breiden met 10 lodges. De voorgenomen uitbreiding is ten noorden van het bestaande recreatieterrein beoogd. Doordat de uitbreiding is geprojecteerd op gronden die zijn voorzien van een agrarische bestemming dient de voorgenomen ontwikkeling door middel van een bestemmingsplanherziening planologisch ingepast te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. Opgemerkt wordt dat door middel van voorliggend bestemmingsplan tevens een reeds vergunde activiteit planologisch wordt ingepast. In het verleden is aan de Hogedijk 8 (zuidzijde van het plangebied) een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een opslagruimte. Deze opslagruimte staat voor een klein deel buiten het ter plaatse geldende bouwvlak.

Met voorliggend bestemmingsplan wordt het bouwvlak beperkt aangepast om tegemoet te komen aan de vergunde situatie. Doordat deze wijziging beperkt en reeds vergund is, wordt dit onderdeel van het bestemmingsplan verder aangehaald.

1.2

Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Traasweg 5 in Markelo, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, ten zuidwesten van de kern Markelo. De indicatieve ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Markelo en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

4

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Afbeelding 1.1 Plattekaart.nl)

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van Markelo en de directe omgeving (Bron:

De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1735.BGxTraasweg5-VS10) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen "Buitengebied Hof van Twente" (vastgesteld 9 december 2015), "Buitengebied Hof van Twente Veegplan 2018" (vastgesteld 10 juli 2018), "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019" (vastgesteld 15 oktober 2019). "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2020" (vastgesteld 29 maart 2021) en ''Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2021'' (vastgesteld op 4 oktober 2022). Ten aanzien van de planologische situatie zijn bij voorliggend initiatief de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" opgenomen. Het plangebied is hierin aangegeven met de rode contour. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

vastgesteld

5

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" (Bron: ruimtelijk eplannen.nl) 1.4.2

Beschrijving bestemmingen De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan bestemd met de enkelbestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. Deze enkelbestemming bevat één bouwvlak. Tevens gelden de aanduidingen 'bedrijfswoning', 'verblijfsrecreatie' en 'horeca'. Daarnaast geldt de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden'. Verder gelden voor het gehele plangebied de dubbel bestemmingen 'Waarde Archeologische verwachting 1', 'Waarde - Archeologische verwachting 2', 'Waarde Archeologische verwachting 3', de 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Hierna wordt nader ingegaan op de geldende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen: 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' Gronden met de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' zijn met name bestemd voor de bedrijfsmatige exploitatie van een recreatieterrein ten behoeve van verblijfsrecreatie en maximaal 7 trekkershutten per recreatieterrein ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie'. Ter plaatse van de aanduiding 'horeca' zijn bestaande en legale zelfstandige horecavoorzieningen toegestaan.

Daarnaast zijn de gronden bestemd voor het bestaande en legale aantal bedrijfswoningen waarbij inwoning is toegestaan,14 recreatiewoningen, een bed & breakfast, aan huis verbonden beroepen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen bestemmingen met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, detailhandel, horeca categorie 1, sanitaire voorzieningen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Een

6

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

bedrijfswoning mag binnen een bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd. Verder gelden in de bouwregels maatvoeringseisen ten aanzien van onder andere de maximale goot- en bouwhoogte. 'Agrarisch met waarden' De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor behoud van de aanwezige landschapswaarden zijnde: beeldbepalende landschapselementen, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, natuur en waterhuishouding. Veder zijn de gronden bestemd voor een grondgebonden agrarisch bedrijf en hobbymatig agrarisch gebruik. Doordat binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' ter plaatse van het plangebied geen bouwvlak is opgenomen, zijn de bouwmogelijkheden beperkt. 'Waarde - Archeologische verwachting 1' De archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' is opgenomen ter bescherming van daar te verwachten archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is benodigd bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm. 'Waarde - Archeologische verwachting 2' De archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' is opgenomen ter bescherming van daar te verwachten archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is benodigd bij bodemingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 40 cm.

'Waarde - Archeologische verwachting 3' De archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' is opgenomen ter bescherming van daar te verwachten archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is benodigd bij bodemingrepen groter dan 10 ha en dieper dan 40 cm. 'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied' Ter plaatse van de gronden die zijn voorzien van de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' gelden aanvullende regels binnen de aldaar geldende agrarische bestemmingen. Het gaat hierbij om aanvullende afwijkingsregels en wijzigingsbevoegdheden die binnen dit gebied toegepast mogen worden. 1.4.3

Strijdigheid Doordat de voorgenomen ontwikkeling toeziet op een uitbreiding van het recreatieterrein op gronden die zijn bestemd voor agrarische doeleinden, is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de geldende bouw- en gebruiksmogelijkheden. Er is dan ook een bestemmingsplanherziening benodigd om de ontwikkeling mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en vooroverleg.

vastgesteld

7

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

8

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Landschappelijke aspecten Het plangebied ligt tussen de Hogedijk, de Langeweg en de Traasweg in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, op circa een kilometer ten zuidwesten van de kern Markelo. Het plangebied ligt in een Jong heide- en broekontginningslandschap. Lange tijd was een uitgestrekt heidegebied aanwezig, met plaatselijk opgaande beplanting. Door natuurlijke omstandigheden, vooral arme en droge bodems, waren deze gronden in eerste instantie niet geschikt voor landbouwgrond. Vaak werden de gronden gebruikt voor het steken van plaggen voor de bemesting van akkers en het weiden van vee. Onder invloed van verschillende maatschappelijke en economische factoren, is het overgrote deel van de heidevelden in Nederland uiteindelijk tussen 1850 en 1960 ontgonnen. Belangrijke factoren waren de invoering van kunstmest en de verdeling van de gronden onder de markegenoten met bijbehorende aanleg van wegen en watervangen. De heideontginningen kenmerken zich door hun rationele opzet, de duidelijke lijnen in het landschap en de grote regelmatige verkaveling. Erven liggen vaak aan de weg of iets verder van de weg op een kleine zandkop. Doordat veel wegen en erven zijn beplant, wordt de van oudsher aanwezige openheid gebroken. Op sommige plekken zijn bosjes en restanten van heidevelden nog aanwezig.

In de omgeving van het plangebied liggen verspreid woonpercelen en agrarische percelen in een overwegend agrarisch landschap. Tevens liggen er verspreid bos/natuurpercelen.

2.2

Situatie plangebied Het plangebied zelf betreft het recreatiepark 'Landgoed Kattenbergse Hoeve'. Op het recreatiepark worden verschillende vormen van verblijfsrecreatie aangeboden. Zo bevinden zich ter plaatse recreatiewoningen, lodges en staanplaatsen voor tenten. Aan de zuidzijde van het recreatiepark bevinden zich de centrale voorzieningen. Hier staat een voorzieningengebouw met restaurant en is een buitenzwembad en speeltuin aanwezig. Aan de noordzijde staat een bedrijfswoning (Traasweg 5). Het recreatiepark is overwegend groen opgezet, waardoor de aan de noord- en oostzijde aangrenzende bospercelen overlopen in het recreatiepark. Het plangebied wordt globaal begrens door de Traasweg aan de zuidzijde, de Langeweg aan de oostzijde, de Hogedijk aan de zuidzijde en door agrarische gronden aan de westzijde. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen.

vastgesteld

9

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK

10

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Hoofdstuk 3 3.1

Gewenste situatie

3.1.1

Algemeen

Planbeschrijving

De voorgenomen ontwikkeling ziet op de uitbreiding van het recreatiepark met 10 lodges. De uitbreiding vindt plaats aan de noordzijde van het recreatiepark. De situatie binnen het bestaande recreatiepark blijft ongewijzigd. Een belangrijk onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling, is de landschappelijke inpassing van het geheel. Hier wordt in de volgende paragraaf op ingegaan. 3.1.2

Landschappelijke inpassing In voorliggend geval is door BJZ.nu een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan is in Bijlage 1 van deze toelichting opgenomen. In afbeelding 2.3 is een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen. Aansluitend volgt een toelichting.

Afbeelding 2.3 Ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: BJZ.nu) Erven en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar en hoe een erf in het landschap ligt en hoe het eruit ziet, wordt bepaald door de bodem en het type landschap. Het voornemen is om tien lodges in te passen. De nieuwe lodges worden landschappelijk ingepast en gestrooid op het perceel gepositioneerd en omringd door groen. De nieuwe lodges worden in passende landschappelijke stijl uitgevoerd passend

vastgesteld

11

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

bij de bestaande bebouwing. Het recreatieterrein is van voldoende omvang om te voldoen aan de parkeernormen voor tien lodges. De keuze voor verharding en materialen moeten in gedekte kleurstelling sober worden toegepast en in afstemming met het huidige recreatiepark. Afscheidingen in de vorm van schuttingen en hekwerken zijn ongewenst. De ambitie is het behouden van de kenmerken van een jong heide- en broekontginningsland. Rondom het projectgebied komen op verschillende plekken bosjes en andere groenelementen voor. Het perceel heeft als huidige functie bos. Hierbij is het van belang dat van buitenaf dit het uiterlijk van een dicht bos betreft. De randen van het perceel houden hiervoor hun groene zone. De bosrijke omgeving blijft zoveel mogelijk behouden. Eventuele uitheemse soorten worden vervangen door inheemse planten/bomen soorten. Daarnaast wordt een kruidenrijke onderbegroeiing voor bosplantsoen ingezaaid. Hierdoor worden er meerdere natuurlijke lagen toegevoegd en bevordert dit de biodiversiteit. Met dit voorstel wordt het erf beter ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe. Winst voor natuur en landschap zit vooral in het behouden van de sterke groenstructuur. Hierdoor wordt niet alleen de uitstraling van het park behouden, en ontstaat ook ruimte voor flora en fauna waardoor de natuurwaarde behouden blijft en mogelijk vergroot.

Ook wordt de hoofdstructuur van het recreatieterrein zo beter herkenbaar en minder gevoelig voor de invulling van de staanplaatsen zelf. De groenstructuur vormt het raamwerk van het park, de speel- en waterpartijen vormen de open ruimten daartussen. De indeling op het terrein wordt gelang de ontwikkeling ingevuld. Initiatiefnemer is vrij om deze indeling en assortimentskeuze te bepalen. Gebiedsvreemde structuur dragende beplanting worden vermeden. Nieuw groen wordt welbewust en duurzaam aangeplant. De uiteindelijke beeldkwaliteit van het totale terrein zal hiermee in stand blijven. Voor het vervangen van uitheemse soorten met inheemse soorten kan gekozen worden aan de hand van de staalkaarten uit het ruimtelijk kwaliteitsplan. Enerzijds wordt hiermee de vrijheid niet beperkt, anderzijds wordt voorkomen dat het park een te divers beeld krijgt. Overige beplanting voor structuur dragende elementen is dan ook niet toegestaan. Aan de buitenranden van het plangebied (richting de Enkelaarsweg) wordt minimaal 10 meter groen ingericht (dus minimaal 10 meter diep) met aan de buitenzijde voldoende inheemse bladvaste beplanting zoals bijvoorbeeld hulst. Verder wordt er per lodge maximaal 1 (sensor) buitenlamp geplaatst.

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen Voor wat betreft de parkeernormering wordt aangesloten bij de gemeentelijke parkeernota. Voor wat betreft de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROW publicatie toekomstbestendig parkeren (publicatie 381), aangezien de gemeentelijke parkeernota hierover geen cijfers noemt. De CROW gaat uit van een minimale en maximale verkeersgeneratie. Dit is de bandbreedte. In dit geval is uitgegaan van het gemiddelde.

12

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

3.2.2

Uitgangspunten De gemeente Hof van Twente heeft eigen parkeernormen vastgesteld. De parkeernormen maken onderscheid in functie, verstedelijkingsgraad en stedelijke zone. Voor wat betreft verstedelijkingsgraad en stedelijke zone wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk; Stedelijke zone: buitengebied

3.2.3

Parkeren Voor een bungalowpark geldt op basis van de gemeentelijke parkeernota een parkeerbehoefte van 2,1 parkeerplaatsen per bungalow. Ten behoeve van de voorgenomen uitbreiding met 10 lodges dient hierdoor te worden voorzien in 21 parkeerplaatsen. Het parkeren vindt in voorliggend geval bij de lodges plaats. Per lodge is ruimte om circa twee auto's te kunnen parkeren. Gelet op het vorenstaande vormt het onderdeel 'parkeren' geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.2.4

Verkeersgeneratie Voor een bungalowpark geldt op basis van de CROW (publicatie 381) een verkeersgeneratie van 2,7 per bungalow per etmaal. De extra verkeersgeneratie van de gewenste ontwikkeling bedraagt 27 verkeersbewegingen per etmaal. De nieuwe lodges worden ontsloten via een bestaande ontsluiting op de Traasweg. Gelet op het beperkte aantal verkeersbewegingen, wordt er van uitgegaan dat de bestaande infrastructuur dit aantal verkeersbewegingen eenvoudig kan afwikkelen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

vastgesteld

13

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1

Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

4.1.1.2

Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor k limaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt

14

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3

Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties

4.1.1.4

Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling.

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1

Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

vastgesteld

15

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

4.1.2.2

Toetsing van het initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Op basis van diverse jurisprudentie is bepaald dat geen sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' indien sprake is van een ontwikkeling van minder dan 11 woningen. In voorliggend geval is sprake van het toevoegen van 10 lodges. In lijn met de jurisprudentie kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling niet als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' kan worden beschouwd. Echter, doordat geen sprake is van het toevoegen van reguliere woningen, maar lodges, en deze geprojecteerd zijn op gronden waar in de huidige situatie geen stedelijke functies zijn toegestaan, wordt hierna in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' nader getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling De gemeente Hof van Twente omschrijft in de nota 'Beleef Hoffelijkheid 2.0' (4.3.3) haar visie op de recreatieve sector. Met deze visie wil de gemeente ervoor zorgen dat de recreatiesector sterk blijft en waar dat mogelijk is willen we deze versterken. Uit onderzoek in 2021 blijkt dat na de coronajaren het aantal overnachtingen weer een forse stijging kent (15% meer t.o.v. 2019).

Campings en bungalowparkeren nemen qua aantal overnachtingen het grootste aandeel voor rekening met circa 229.500 overnachtingen per jaar. Met name wordt ingezet op versterken van kwaliteit van bestaande voorzieningen in plaats van het vergroten van het aanbod (kwantiteit). Specifiek wordt gericht op de groei van verblijfsaanbod voor de doelgroepen stijlzoekers (actief en luxe; millennials en gezin met jonge kinderen) en inzichtzoekers (cultuur en natuur; bovenmodaal vooral tweepersoonshuishoudens van 60+). De afgelopen jaren heeft het recreatieterrein al diverse veranderingen ondergaan. Zo is het aantal kampeermiddelen ter plaatse gereduceerd. De reductie was wenselijk en noodzakelijk om te kunnen voorzien in ruimere kampeermiddelen op ruimere plekken. Het recreatiebedrijf merkt dat hier tegenwoordig meer behoefte naar is. Dit wordt bevestigd door recent onderzoek door de gemeente (zie ook par 4.3.3). Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de moderne recreant gaat voor meer luxe en gemak Hierdoor maakt het kamperen steeds meer ruimte voor recreatie in lodges (met bijbehorende gemakken). Met de gewenste ontwikkeling wordt hierop ingespeeld door het plaatsen van 10 (kleinschalige) lodges. De lodges zijn geschikt voor maximaal 6 personen.

De lodges sluiten qua type accommodatie en vanwege de locatie (nabij natuur) aan bij de behoefte van de moderne recreant, in specifiek de doelgroepen stijlzoekers en inzichtzoekers. Omdat deze vorm van verblijfsrecreatie meer ruimte eist, is een uitbreiding van het recreatieterrein noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voorziet in de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied Onderdeel van de Ladder voor duurzame verstedelijking, is de vraag of de voorgenomen ontwikkeling kan plaatsvinden binnen het bestaand stedelijk gebied door een andere bestemming van een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden. Hierbij dient te worden gekeken naar de beschikbare ruimte en (financiële) haalbaarheid van het voornemen. Het bestaande recreatieterrein is reeds volledig ingevuld en wordt dan ook volledig benut. Het realiseren van het beoogde aantal lodges in de beoogde groene setting is dan ook niet mogelijk op het bestaande recreatieterrein. Met voorliggend plan wordt het bestaande recreatieterrein dan ook vergroot, op een logische plek aansluitend op het bestaande recreatieterrein. Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking

16

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Geconcludeerd wordt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg staat. 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan Rijksbeleid Geconcludeerd kan worden dat de in voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het Rijksbeleid

4.2

Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel.

4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: a. Of – generieke beleidskeuzes

vastgesteld

17

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

b. Waar – ontwikkelingsperspectieven c. Hoe – gebiedskenmerken Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1

Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.

4.2.3.2

Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.3.3

Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

18

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Toetsing van voorliggend initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld.

4.2.4.1

Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.3 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving), uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; b. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel

vastgesteld

19

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de uitbreiding van een bestaand recreatieterrein. De uitbreiding vindt plaats in de 'Groene Omgeving'. De voorgenomen uitbreiding kan niet worden opgevangen binnen bestaand bebouwd gebied of ruimtes die geschikt zijn voor verblijfsrecreatie. In voorliggend geval is namelijk sprake van een uitbreiding van een bestaand recreatieterrein. Om de beoogde recreatieve activiteiten geconcentreerd en efficiënt te exploiteren is het niet reëel om de beoogde uitbreiding elders op een bestaande recreatieve bestemming te realiseren. De beoogde uitbreidingslocatie is daarnaast weloverwegen gekozen. De voorgenomen uitbreiding sluit aan op het deel van het bestaande recreatieterrein waar ook al lodges aanwezig zijn. Daarnaast kunnen de nieuwe lodges worden ontsloten via de bestaande ontsluiting. Een nieuwe ontsluiting op de openbare weg is hierdoor niet noodzakelijk. Gezien het vorenstaande wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 (lid 1, 2, 3 en 5): Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1,2,3 en 5) van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling voorziet in een toename van de ruimtelijke kwaliteit, door de bijbehorende landschappelijke inpassing. Tevens wordt gesteld dat de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief, voldoet aan het uitvoeringsmodel en aan de provinciale vier-lagen benadering. In komende subparagrafen wordt daar nader op ingegaan. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.5.

Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel De gehele ontwikkeling wordt op een adequate wijze landschappelijk ingepast. De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding met de geboden ontwikkelingsruimte en zorgen voor een aanzienlijke kwaliteitsimpuls ter plaatse. Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen in

20

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

overeenstemming is met het artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening. 4.2.4.2

Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot de ontwikkelingsperspectieven ''Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'' en "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap''. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart opgenomen. Het plangebied is met de rode belijning weergegeven.

Afbeelding 4.2 Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Recreatieve functies worden als passend gezien in het mixlandschap. Dit zorgt voor het vitaal houden van het landelijk gebied. De functie zorgt niet voor een belemmering van omliggende functies, waarmee gesteld wordt dat het daarmee in harmonie wordt

vastgesteld

21

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

ontwikkeld. Tevens zorgt de landschappelijke inpassing dat de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt. Het voornemen is hiermee in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Hier staat de ambitie ‘voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen’ voorop en gelden tevens de ruimtelijke kwaliteitsambities: ‘zichtbaar en beleefbaar mooi landschap’, ‘sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel’ en ‘continu en beleefbaar watersysteem’. Verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming krijgen de ruimte, welke verdiend wordt door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe dan ook niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Met voorliggend initiatief wordt hoofdzakelijk een impuls gegeven aan het recreatieterrein. Het recreatieterrein wordt landschappelijk ingepast. In hoofdstuk 5 wordt nader onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw.

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het beoogde ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3

Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' kan in dit geval buiten beschouwing worden gelaten, aangezien voor de locatie en de aangrenzende gronden met betrekking tot deze ontwikkelingsperspectieven geen specifieke eigenschappen gelden. 1.

De Natuurlijke laag

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Stuwwallen'. In afbeelding 4.3 is dat weergegeven.

22

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Afbeelding 4.3 Uitsnede van de 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) "Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. “Stuwwallen” De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwallen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de 'ingangen' van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen.

Zo bestaan de Twentse stuwwallen voor een groot deel uit tertiaire (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Ook dienen ontwikkelingen bij te dragen aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de 'natte voet' van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken.

vastgesteld

23

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De ambitie van de provincie speelt in op het gebruik van passende natuurlijke beplanting, evenals het versterken en beleefbaar (zichtbaar) maken van de natuurlijke ondergrond en het reliëf. Bij de landschappelijke inpassing van de voorliggende ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten. Voorzover er nog sprake is van hoogteverschillen blijven deze behouden. Het één en ander blijkt ook uit het in Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan. Het initiatief is hiermee in overeenstemming met de natuurlijke laag. 2.

De laag van het agrarische cultuurlandschap

Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype “Jong heide- en broekontginningslandschap”. In afbeelding 4.4 is dat weergegeven. Het plangebied is hier aangegeven met een rode contour.

Afbeelding 4.4 Uitsnede van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel) “Jong heide- en broekontginningslandschap” De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge

24

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplexen. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van de voorliggende ontwikkeling aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Binnen de voorliggende ontwikkeling wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de ambities binnen de ontwikkelingsperspectief van het Jonge heide- en broekontginningslandschap. Middels het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) wordt zoveel mogelijk streekeigen beplanting, kenmerkend voor het jonge heide- en ontginningslandschap, te behouden en toe te voegen. 3.

Laag van de beleving

Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van de beleving” deels aangeduid met het gebiedstype “Gebieden voor verblijfsrecreatie”. In afbeelding 4.5 is dat weergegeven.

Afbeelding 4.5 Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) "Gebieden voor verblijfsrecreatie" Campings, complexen van zomerhuizen/ vakantiewoningen liggen veelal in of

vastgesteld

25

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

gekoppeld aan aantrekkelijke natuurlijke landschappen en/of agrarische cultuur landschappen. Soms voegen deze voorzieningen kwaliteit toe, meestal liften ze mee op bestaande landschappelijke kwaliteiten. De kwaliteit van het omliggende landschap bepaalt vaak de aantrekkelijkheid van de voorziening. Vaak zijn deze terreinen opgezet op basis van een planmatig basisstramien met een sterk door eindgebruikers gekleurde invulling. Ook komen grootschalige bungalow parken voor met een veel uniformer bebouwingstype en plan opzet. Iedere gebruikersgroep heeft een eigen kwaliteitsprofiel met bijbehorende kwaliteit voorzieningen. De ambitie is de verblijfsrecreatie sterker te verbinden met de kwaliteiten van de omgeving en onderdeel uit te laten maken van het hele recreatieve netwerk. Het aanbod wordt hierdoor specifieker en sterker verbonden met de Overijsselse kenmerken. Tegelijkertijd kan de kracht van de sector dan beter worden benut om de kwaliteit van de omgeving te ver sterken. Zo kan het aanbod van recreatieve verblijfsmogelijkheden verbreden: in NO-Twente verblijf je op een boeren erf, in het wilde hart midden in de bossen met de reeën voor je huisje. In de WiedenWeerribben vaar je, bij wijze van spreken, naar je lodge in het rietland. Hergebruik van vrijkomende gebouwen en kwaliteitsverbetering van bestaande terreinen zijn belangrijke strategieën.

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Het deel van het plangebied dat is aangewezen als "Gebieden voor verblijfsrecreatie" betreft het bestaande recreatieterrein. De voorgenomen uitbreiding grenst aan dit gebied. In de hiervoor opgenomen paragrafen is reeds beschreven dat de voorgenomen uitbreiding op een logische locatie is beoogd. De voorgenomen ontwikkeling verzet zich niet tegen de beleidsambities binnen de 'Laag van de beleving'. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorliggende ontwikkeling worden in dit hoofdstuk behandeld.

4.3.1

Strategische Visie 'Hof van Twente - Zicht op 2030'

4.3.1.1

Algemeen In de strategische visie 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 10 en 11 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld.

26

vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

4.3.1.2 Streefbeeld 10: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap.

Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. 4.3.1.3 Streefbeeld 11: Nieuw evenwicht in functies in het buitengebied is ontstaan met een nieuwe toeristisch-recreatieve publiekstrekker Hof van Twente kenmerkt zich door kleinschalige initiatieven en een hoge mate van vakmanschap. In deze combinatie zijn in 2030 veel kleine innovaties gemaakt. Denk aan knooperven waar eigenaren zorgdragen voor landschapselementen als paden en houtwallen. Of verschillende vormen van CO2 reductie bij agrarische bedrijven en hun toe- en afvoer. Of de kennis die we opbouwen in het toekomstbestendig maken van onze gemeente in het licht van vergrijzing en krimp. Het aandeel van recreatie en toerisme in de lokale economie is in 2030 onverminderd groot in Hof van Twente. De toeristisch-recreatieve infrastructuur is geoptimaliseerd. Het landschap is de belangrijkste drager voor recreatie en toerisme en is daarom sturend in de mogelijkheden die er zijn. Er is invulling gegeven aan de behoefte die er was aan de toevoeging van een attractie van bovenregionaal belang. Hierbij is actief gebruik gemaakt van de toeristisch-recreatieve potentie die het gebied de Domelaar in Markelo bood, na de afbouw van de zandwinningsactiviteiten.

Er zijn attracties voor gezinnen en er is een verbeterde verknoping van de bestaande attracties en verblijfaccommodaties in de regio in de vorm van arrangementen. 4.3.1.4

Toetsing De gewenste ontwikkeling betekent een impuls in de ruimtelijke kwaliteit. Het recreatieterrein wordt namelijk uitgebreid met lodges waar vraag naar is en er is sprake van een landschappelijk inpassing waarbij er een grote impuls wordt gegeven aan de landschappelijke kenmerken. In paragraaf 3.1.2 is hier uitgebreid op ingegaan. Hiermee past het initiatief in het streven van streefbeeld 10 om de structuur van het landschap te behouden en te versterken. Ten aanzien van streefbeeld 11 geldt dat het initiatief past binnen het streven om het landschap als belangrijkste drager te laten dienen voor recreatie en toerisme en daarmee als sturend in de mogelijkheden te laten zijn. Tevens is er sprake van concrete behoefte, waarmee de functie inspeelt op de vraag naar recreatieaccommodaties in het toeristische gebied rond Markelo.

vastgesteld

27

Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo

4.3.2

Structuurvisie Landelijk Gebied

4.3.2.1

Algemeen In de 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.

De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur.

4.3.2.2

Recreatie en toerisme Algemeen Recreatie en toerisme neemt een steeds belangrijkere plaats in het buitengebied van de Hof van Twente. Het bijzondere kleinschalige Twentse landschap met veel cultuurhistorisch waardevolle elementen vormt hiervoor een belangrijke drager. Fraaie landgoederen met eeuwenoude kastelen en karakteristieke boerderijen als Twickel en Weldam hebben een grote aantrekkingskracht op de recreant. Dit geldt ook voor natuurgebieden zoals de Borkeld. Ook de kernen, met elk een eigen karakter, zijn bezienswaardig. Dit geldt met name voor Delden en Diepenheim. Deze twee stadjes kennen een lange historie met veel monumentale bebouwing en hebben hun pittoreske aanzicht weten te behouden. Op ruim 100 locaties worden recreatieve en toeristische activiteiten uitgeoefend. Dit varieert van zeer kleinschalige activiteiten tot grote verblijfsrecreatieve voorzieningen als campings. Bungalowparken De gemeente kent ook bungalowparken. Een aantal bungalowparken wordt nagenoeg uitsluitend gebruikt voor permanente bewoning. Slechts twee tot drie parken kunnen als volledig toeristisch worden gekenmerkt. Bestaande bungalowparken mogen alleen uitbreiden als aan een aantal voorwaarden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4075/documents/57812