Bijlage 1 - Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo Toelichting.pdf
Tekst van het document
30
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de realisatie van een nieuwe werkplaatsen mogelijk mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is.
Voor deze ontwikkeling kan aansluiting worden gemaakt bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden, waar het onderhavige project ruimschoots onder blijft. Het plan is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving, waardoor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Per 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer sprake is van een vormvrijem.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij ontwikkeling van onderhavig plan. Het plan maakt de uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel (bouwvlak) mogelijk inclusief een toename van de bouwmogelijkheden tot 1250 m2 aan bedrijfsgebouwen
vastgesteld
31
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
met een optie om om 1500 m2 aan bedrijfsgebouwen te realiseren. Daarmee voorziet het plan in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject volgens het Besluit m.e.r.. Een aanmeldnotitie m.e.r. is noodzakelijk om negatieve effecten op het milieu op voorhand uit te sluiten. Voor onderhavige ontwikkeling is daarom een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld. De aanmeldnotitie m.e.r. is als Bijlage 3 Aanmeldnotitie m.e.r. van dit bestemmingsplan opgenomen. Gelet op de uitkomsten van deze aanmeldnotitie, waaruit blijkt dat er als gevolg van het bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden is het niet noodzakelijk om een milieueffectrapport op te stellen.
4.2
Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
32
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Het plangebied ligt aan de Luttekeveldweg in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. In de nabijheid van de planlocatie liggen enkele woningen, ook ligt er een drukke doorgaande provinciale weg, een zandwinning en overige bedrijvigheid. De Raad van State heeft in haar uitspraak (ECLI:NL:RVS:2021:1607) overwogen dat het bestaande karakter van de omgeving bepalend is voor de typering van het gebied. Daarbij kijkt de Afdeling naar de feitelijke en planologische situatie. In die uitspraak zijn nabij woningen ook andere bedrijven aanwezig, waardoor de Afdeling tot de conclusie kwam dat er sprake was van een gemengd gebied, waardoor de richtafstanden met één afstandsstap verlaagd mochten worden. Gelet op de ruimtelijke en functionele situatie kan het gebied aan de Luttekelveldweg 9 aangemerkt worden als ''gemengd gebied''. Bij de realisatie van een nieuwe functie wordt gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol. Enerzijds is belangrijk of de nieuwe functie in de omgeving past (externe werking) en anderzijds is het van belang of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking).
Externe werking: past de nieuwe functie in de omgeving? In het plangebied wordt het bestemmingsvlak 'Bedrijf' vergroot, hierdoor kan de realisatie van de nieuwe bedrijfshal mogelijk worden gemaakt en ruimtelijk beter worden ingepast. Het bedrijf is een milieubelastende functie, dus er dient te worden nagegaan of er sprake is van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Het huidige bedrijfsoppervlak (bedrijfsperceel, bestemming Bedrijf) bedraagt circa 4.200 m2. Daarmee wordt het op basis van bedrijven en milieuzonering al aangemerkt 'bouwbedrijven algemeen b.o. > dan 2000 m2 'waarvoor een richtafstand geldt van 100 meter. Omdat hier sprake is van gemengd gebied kan de richtafstand worden teruggebracht tot 50 meter. De omliggende woonbestemmingen bevinden zich op meer dan 50 meter van de planlocatie. De gevel van de dichtsbijzijnde woning (Luttekeveldweg 3) bevindt zich op circa 65 meter afstand van de bedrijfsbestemming. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden. Interne werking: laat de omgeving de nieuwe functie toe? Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten.
Het voornemen voorziet niet in het toevoegen van een nieuwe gevoelige functie, maar in de uitbreiding van een bedrijfslocatie waarna een nieuwe bedrijfshal wordt gerealiseerd. Geconcludeerd kan worden dat omliggende bedrijven als gevolg van het bestemmingsplan niet in hun functioneren worden beperkt. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
vastgesteld
33
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
4.3
Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Quickscan natuurwaarden Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden (uitgevoerd door Sjors van Wouden op 1 november 2023 (versie: V1.0), zie ook Bijlage 4. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die tot het NNN behoren liggen op minimaal 1,4 km afstand van het plangebied. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde.
Figuur 4.2: Afstand plangebied tot NNN (bron: Atlas Leefomgeving)
34
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Natura 2000-gebied Het plangebied behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op minimaal 1,6 km afstand (Borkeld). Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is tevens Borkeld en ligt op 1,8 km van het plangebied. Door de onderlinge afstand en de bufferende werking van wegen, woningen en agrarisch percelen is geen rechtstreekse aantasting (door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) aanwezig op soorten die voor het genoemde Natura2000-gebied zijn aangewezen. Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten op deze Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland gebieden. Er hoeft geen ontheffing van de Omgevingsverordening Overijssel of Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.
Figuur 4.3: afstand plangebied met dichtsbijzijnde Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator2023) De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden, daarom is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden(WNB-rekenpunten). Het onderzoek is uitgevoerd door Ad Fontem op 6 oktober 2023, zie ook Bijlage 5. Hierbij zijn alle vergaarde gegevens in de AERIUS Calculator ingevoerd. Dit heeft geleid tot de volgende rekenresultaten voor de aanlegfase en gebruiksfase. Referentiesituatie De totale NOx-emissie als gevolg van het gebruik van de bedrijfsgebouwen en woningen in de referentiesituatie (huidige legale feitelijke situatie) bedraagt in totaal 21,3 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,4 kg/j. De hoogste bijdrage bedraagt 0,01 mol/ha/j ter plaatse van het Natura 2000-gebied 'Borkeld'. Aanlegfase
vastgesteld
35
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
De totale NOx-emissie bedraagt in totaal 16,6 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,5 kg/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Gebruiksfase De totale NOx-emissie bedraagt 31,6 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,8 kg/j. De hoogste bijdrage bedraagt 0,01 mol/ha/j ter plaatse van het Natura 2000-gebied 'Borkeld'. Aangezien in de gebruiksfase sprake is van een nadelige depositie, is er voor deze situatie een verschilberekening uitgevoerd waarin de stikstofdepositie van voorliggende plan tijdens de gebruiksfase is afgezet tegenover de huidige legale feitelijke situatie van de woningen en bedrijfsgebouwen (referentiesituatie). Per saldo komt dit neer op een effect vanuit de projectberekening van 0,0 mol/ha/j. Dit betekent dat de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling, ondanks dat er sprake is van een nadelige depositie, geen nadelige effecten heeft voor het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Borkeld'. Soortenbescherming In onderhavige quickscan is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie overdag bezocht op 1 November 2023.
Er is tijdens het veldonderzoek zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Voor het bronnenonderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens van NDFF. Er is met name gekeken naar jaarrond beschermde nesten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten (niet vrijgestelde soorten Overijssel). Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen relevante waarnemingen aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn slechts algemene soorten, die zijn te vinden op verstoorde en voedselrijke bodems, en aangeplante planten aanwezig. Tevens zijn er tijdens het bronnenonderzoek geen waarnemingen van beschermde soorten aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied en in de omgeving enkele vogelsoorten waargenomen, zoals kraai, huiszwaluw, boerenzwaluw, huismus, merel, koolmees, gekraagde roodstaart en pimpelmees. Het plangebied is onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest.
De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus wordt in onderhavige situatie niet verwacht. Er zijn geen geschikte openingen in het dak aanwezig De gronden in het plangebied waarop de uitbreiding van de gebouwen is beoogd bestaat uit agrarische grond die regelmatig wordt onderhouden. Gelet op de terreingesteldheid van de gronden is het locatie ongeschikt voor beschermde flora en/of fauna. Op basis hiervan lijkt van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna geen sprake, daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling lokaal. Op basis van deze gegevens wordt nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht. Er zijn binnen het plangebied geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid
36
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
van een steenmarter. Ook is de woning te gesloten en de overige opstallen hebben geen geschikte wegkruipplekken. Het ontbreekt het plangebied aan bosschages, dichte struwelen en dergelijke. Aanwezigheid van verblijfplaatsen of significant leefgebied van overige marterachtigen (das, wezel, hermelijn, bunzing en boommarter) is derhalve uit te sluiten op de locatie. Binnen het plangebied zijn geen nesten/ verblijfplaatsen van eekhoorn te verwachten. Deze zijn, evenals sporen, dan ook niet aangetroffen in de bomen. Er zijn geen plekken, zoals takkenhopen, dichte groenstructuren, bladerhopen en dergelijk waar egel in of onder kan verblijven De daken/ zolders van de woning kunnen door vleermuizen gebruikt worden om er te verblijven of voort te planten. In de woning kan een soort als gewone grootoorvleermuis een plek op de zolder hebben. Bij de schuren zijn er voor kleine soorten als de gewone dwergvleermuis wegkruipplekken tussen de dakplaten en het beschot. Deze opstallen kunnen dienen als zomer- en paarverblijf en mogelijk als kraamverblijf. De aanwezigheid van een massawinterverblijf is uitgesloten. De schuur en de tuinkas bieden geen verblijfplaatsen voor vleermuizen.
Voorafgaand aan dit onderzoek is dit voorjaar en begin september door de ecologisch deskundige onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van vleermuizen doormiddel van een batdetector en sporenonderzoek.In dit geval was dit niet aan de orde. In het kader van de Wet natuurbescherming dient nader onderzoek te worden gedaan naar vleermuizen, waarbij onderzoek dient te worden verricht in de periode 15 mei – 15 juli (kraam-/zomerverblijf) en in de periode 15 augustus – 1 oktober (paarverblijf). Resumerend Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Daarnaast dient voorafgaande aan de bouwwerkzaamheden een vleermuisonderzoek te worden uitegevoerd. Dit is middels een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend plan.Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen plannen.
4.4
Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen
vastgesteld
37
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
dan 14 odour units per kubieke meter lucht. Toets In dit geval is in het plangebied geen sprake van het toevoegen van een extra geurgevoelig object. Het betreft hier immers een uitbreiding van een bedrijfslocatie.
4.5
Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707, uitgevoerd door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. op 21-9-2023, (projectnummer MT-230256) om ter plaatse het van het plangebied de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen.
Het bodemonderzoek is als Bijlage 6 toegevoegd. Bij het verkennende bodemonderzoek is de onderzoekslocatie als niet-verdacht beschouwd, daarom wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. In totaal zijn er in het plangebied 18 boringen verricht. Naar aanleiding van het onderzoek dient de hypothese 'onverdachte locatie' te grotendeels te worden aangenomen aangezien slechts een licht verhoogd gehalte in het grondwater is aangetoond. De hypothese voor het asbestonderzoek “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt verworpen. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Het is bekend dat in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. In de grond(meng)monsters zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrond- of streefwaarde van de desbetreffende stof. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Het dak van de noordoostelijke schuur/loods is bedekt met asbestverdachte dakplaten. Aan de oostzijde (loopt schuin af naar het oosten) is geen dakgoot aanwezig. Het maaiveld is onverhard. Dit maakt het terrein aan deze zijde van het pand verdacht op het voorkomen van asbest.
Derhalve wordt een asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd. Bij het asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Zintuiglijk is er geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. Conclusie
38
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. Uit het vooronderzoek zijn een aantal deellocaties naar voren gekomen. Vanwege niet tijdig ontvangen van het voorgaande bodemonderzoek wordt gerapporteerd met een open einde. Bij het asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten is op grond van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen bezwaar het onderzochte terrein goed te keuren voor bestemmingsplanwijziging. Voor het aspect 'bodem' ter plaatse van het plangebied kan gesteld worden dat dat de bodem geschikt is voor het toekomstige gebruik.
4.6
Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.
in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Voorliggend plan voorziet niet in de realisatie van een nieuw geluidgevoelig object zoals een woning binnen het plangebied. Toetsing aan de Wet geluidhinder kan dan ook achterwege blijven.
vastgesteld
39
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Railverkeerslawaai Het plangebied is niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn. Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhindergezoneerd industrieterrein.
4.7
Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Het voorliggende initiatief maakt een wijziging van het bestemmingsvlak mogelijk en een uitbreiding van het maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen.
Hierdoor wordt in de toekomst de mogelijke realisatie van twee nieuwe werkplaatsen mogelijk met een maximale oppervlakte van 1500 m2 aan bedrijfsgebouwen. De NIMB rekentool is gebruikt om de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan de luchtverontreining te beoordelen.
40
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op afgerond 224 per dag gesteld worden voor alle activiteiten binnen het plangebied. Hier is naast de extra verkeersbewegingen als gevolg van het plan ook de bestaande verkeersgeneratie meegenomen. Voor de berekening is uitgegaan van de kengetallen uit de publicatie CROW 381. In paragraaf 4.11 is uiteen gezet hoe tot dit aantal is gekomen. Gezien het om uitbreiding van een bedrijfslocatie gaat wordt uitgegaan van 20% vrachtverkeer. In figuur 4.3 is de worst-case berekening weergegeven.
Figuur 4.4: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.
4.8
Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing.
vastgesteld
41
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen.
Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld.
Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde.
42
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl) Toets Op circa 2.138 meter ten oosten van het plangebied is een vulpunt voor LPG gelegen (Rijssenseweg 16). Voor het vulpunt geldt een risicocontour van PR10-6 een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtgebied. Het plangebied valt ruim buiten de risicocontour en de aandachtsgebieden van dit vulpunt. Binnen een straal van 2.138 meter van het plangebied bevinden zich geen risico's op basis van de externe veiligheid, derhalve geldt dat het plangebied: Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 2.138 meter van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.
4.9
Water Waterbeleid Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige
vastgesteld
43
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nationale Omgevingsvisie en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal Nationaal Water Programma 2022-2027 (NW); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Deltaprogramma; Waterwet. Regionaal / lokaal Waterbeheerprogramma 2022-2027 Rijn en IJssel Het waterschap Rijn en IJssel zorgt voor het water in de omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving.
De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en stevige dijken. Dit wordt gedaan met diepgewortelde vak- en gebiedskennis en door het verbinden van beleid én uitvoering. Het waterschap werkt met een ondernemende houding, gericht op maatschappelijk toegevoegde waarde, in samenwerking met haar partners en inwoners in de Achterhoek, de Liemers en Overijssel, wendbaar en gebied-nabij. Ondanks dat er veel verandert in en rond het water, blijven de kerntaken van het waterschap in ieder geval: het peilbeheer van grond- en oppervlaktewater het onderhouden en beheren van de waterkeringen en watergangen het transporteren en zuiveren van afvalwater het verbeteren van de waterkwaliteit de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarbovenop ziet het waterschap voor de periode 2022-2027 als belangrijkste speerpunt de opgave om haar gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor wordt naar een andere belans van vasthouden-bergen-afvoeren (vooraadbeheer) toegewerkt, rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering.
Wij investeren gebiedsbreed in een toename van de veerkracht, anticiperend op de nieuwe inzichten over de snelheid van klimaatverandering richting 2050. Het waterschap Rijn en IJssel is dus primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied. Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt geadviseerd hoe om te gaan met hemelwater. De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van grondwaterproblemen. Water in het plangebied/waterparagraaf
44
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Waterschap Rijn en IJssel werkt hierbij vanuit het Waterbeheerprogramma 2022-2027 waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap tot en met 2027 voor ogen heeft, staan beschreven. Een kompas voor de langere termijn biedt de Watervisie 2030. Beide documenten bieden een samenwerkingsagenda voor ieder die op het gebied van water een belang of betrokkenheid heeft. Het waterschap laat in het waterbeheerprogramma zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten in de samenwerking met de partners belangrijk zijn.
Het waterschap heeft de werkzaamheden voor het waterbeheerprogramma weergegeven in vier thema's: klimaatrobust gebied; Veilig gebied; Circulaire Economie en Energietransitie; Gezone leefomgeving. Het waterschap werkt met de gemeente samen aan een goede ruimtelijke ordening via het proces van de Watertoets. Toets Wateradvies De Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) is op 26 september 2023 uitgevoerd en het waterschap is geïnformeerd over het plan, zie Bijlage 7. Het plan betreft een uitbreiding van de bedrijfslocatie aan de Luttekeveldweg 9 in Markelo, waarbij mogelijk tot 1500 m2 aan bedrijfsgebouwen wordt gebouwd. Indien dit het geval is worden de oude bedrijfsgebouwen gesloopt (circa 760 m2). Op 6 oktober 2023 heeft het waterschap Rijn en IJssel geadviseerd ten aanzien van het plan. Waterneutraal bouwen Het belangrijkste uitgangspunt voor het waterbeheer bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen is 'waterneutraal ontwikkelen', dus dat een ontwikkeling zijn omgeving niet belast met meer of minder water. Zo wordt voorkomen dat verdroging of wateroverlast optreedt in het plangebied van de ontwikkeling en in zijn omgeving. Wateroverlast voorkomen Het waterschap wil zo veel mogelijk voorkomen dat inundatie vanuit watergangen leidt tot wateroverlast. De provincie heeft de acceptabele omvang van wateroverlast per waterschap vastgesteld in de provinciale waterverordening.
Het regionale watersysteem moet aan deze normen voldoen. Voor waterschap Rijn en IJssel is in het buitengebied de norm voor grasland van toepassing. De hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming in het buitengebied is gesteld op 1/10 jaar. Voor het stedelijk gebied is de norm vastgesteld op 1/100 jaar. Het waterschap spant zich in het watersysteem zo in de richten dat aan de normen voor wateroverlast voldaan wordt. Verdroging Langdurige droogte heeft negatieve effecten op natte natuur, landbouw en in stedelijk gebied slechte waterkwaliteit van stedelijk water met risico's voor volksgezondheid en
vastgesteld
45
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
ongewenste zettingen van gebouwen. Om verdroging tegen te gaan wil het waterschap regenwater zo lang mogelijk vasthouden waar het valt. Het waterschap stimuleert daarom het lokaal infiltreren en bergen van regenwater. Schoon water schoonhouden Een van de doelen van het waterbeleid is om water zo schoon mogelijk te houden. Het waterschap pleit er daarom voor om regenwater schoon te houden en gescheiden te houden van afvalwater. Door hemelwater af te koppelen van het vuilwaterriool kan het aantal vervuilende riooloverstorten verminderd worden en ook de effectiviteit van de rioolwaterzuivering verbeteren. Afgekoppeld schoon hemelwater kan vervolgens worden geïnfiltreerd in het gebied, of afgevoerd worden naar het oppervlaktewater. Dit komt ten goede aan de waterkwaliteit van het oppervlaktewater. Hemelwater dat afstroomt via daken en wegen kan vervuild raken, daarom wordt geadviseerd om dit water via een bodempassage, bijvoorbeeld via een berm of wadi te laten stromen, voordat het afstroomt naar het oppervlaktewater. In voorliggend geval is sprake van een herinrichtingsplan door middel van sloop en herbouw, waarbij het verhard oppervlak van het erf toe zal nemen met circa 2000 m2. Het verhard oppervlak waar de beoogde ontwikkeling plaats zal vinden bedraagt in de beoogde situatie ca. 4000 m² waarvan ca. 1.500 m² bebouwd is met bedrijfsgebouwen.
De bebouwing is onderdeel van de bedrijfslocatie aan de Luttekeveldweg 9 in het buitengebied van Markelo. De situatie voor kantoor, garage en de twee-onder-een-kapwoningen blijft ongewijzigd dit deel wordt hierom niet meegenomen in de bergingseis. De nieuwe inrit wordt welliswaar verhard, maar de oude inrit wordt een karrespoor waardoor er op dit gebied geen sprake is van een toename van verharding. De nieuwe inrit is daarom buiten beschouwing gelaten. In totaal bedraagt het plangebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt ca. 5.350m². Bij ontwikkelingen in een projectgebied met een totale oppervlakte groter dan 1500 m2 Moet waterneutraal en klimaatrobuust worden ontwikkeld, met een waterbergingseis van 80mm/m². Voor voorliggend plan betekent dit een bergingseis van 80/1000 (=0,08) x 5.350m² = 428m³ te compenseren waterberging. In het verleden is bij stedelijke ontwikkelingen niet altijd goed rekening gehouden met gevolgen voor het watersysteem. Ook is in het verleden niet altijd voldoende rekening gehouden met extreme neerslag (en de toename hiervan door klimaatverandering). Bij sloop en herbouw ontstaat de mogelijkheid om het plan nu wel klimaatrobuust te maken. Bijvoorbeeld door maatregelen te nemen om hemelwater te vast te houden. In de nieuwe situatie zullen er mogelijk 2 nieuwe werkplaatsen worden gebouwd met een oppervlakte van ten hoogste 1500 m2.
Een groot deel van de aanwezige verharding en bestaande bebouwing zal daarom worden verwijderd. Hiervoor zal nieuwe bebouwing en verharding voor in de plaats komen, waarvan een gedeelte zal bestaan uit half verharding om het water beter te kunnen infiltreren. Om te voorkomen dat het afstromende water in het plangebied leidt of kan leiden tot negatieve effecten worden er in het plangebied maatregelen getroffen om water in het plangebied op te vangen en om het hemelwater op eigen terrein te laten infiltreren. Het hemelwater afkomstig van de bedrijfsgebouwen wordt via een infiltratiesysteem opgevangen en afgevoerd naar het slootje dat is gesitueerd aan de westkant van het erf. Hier wordt ook in de huidige situatie zonder enige problemen op afgewaterd. Om te borgen dat er aan de verplichting voor de waterberging in het plangebied wordt voldaan is een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. Concreet betekent dit dat om de omgevingsvergunning te kunnen verlenen voldoende bergingscapaciteit gerealiseerd moet worden.
46
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Op grond van het geldende bestemmingsplan is het plangebied deels voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting 1' en deels de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting 2'. Voor gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' geldt dat een archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen dieper dan 0,40 meter over een oppervlakte groter dan 2.500 m2. Voor de gronden ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting 2' geldt dat een archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen dieper dan 0,40 meter over een oppervlakte groter dan 5.000 m2. Toets Aangezien het huidige bestemmingsvlak reeds voor een groot deel gebouwd is, is de grond reeds geroerd. De uitbreiding van het nieuwe bouwvlak en de mogelijke uitbreiding van bebouwing overschrijdt de drempelwaarden uit de dubbelbestemmingen niet. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.
De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.
vastgesteld
47
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat zich binnen, of in de nabijheid van het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten, of andere landschappelijke cultuurhistorische structuren of elementen bevinden. De planlocatie is aangegeven met een grijze cirkel. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.
4.11
Verkeer / parkeren Verkeer De bedrijfslocatie, waaronder de werkplaatsen, kantoor en woningen worden ontsloten via de Luttekeveldweg. De Luttekeveldweg is een erftoegangsweg waarvoor een 60 km/u snelheidsregime van toepassing is. Om de verkeersgeneratie te berekenen die de beoogde ontwikkeling te weeg brengt zijn als uitgangspunt de kengetallen van de 381e CROW uitgave aangehouden. Het plangebied ligt in het buitengebied van Markelo. Deze buurt kent een niet stedelijk stedelijkheidsgraad (<500 adressen per km2) en is en is gelegen in het gebiedstype buitengebied. In de huidige situatie staat er een gebouw met twee twee-onder-een-kapwoningen, bij de woningen behoren een kantoortje en een garage. Op de rest van het terrein staan een aantal bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van circa 760 m2. Deze zullen worden gesloopt en worden vervangen door twee nieuwe werkplaatsen. Voor een twee-onder-een-kapwoning geldt een verkeersgeneratie van dagelijks gemiddeld 7,8 verkeersbewegingen. Voor de twee woningen samen komt dit uit op afgerond 16 verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 7,8 * 2). Voor het kantoorgebouwtje met een oppervlakte van circa 65 meter geldt een verkeersgeneratie van dagelijks gemiddeld 8,8 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Dit komt neer op een totaal van afgerond 6 verkeersbewegingen (berekening: 65/100* 8,8).
48
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Omdat wordt uitgaan van werkdagen dient het aantal verkeersbewegingen vermenigvuldigd te worden met 1.33. Dit komt derhalve neer op afgerond 8 verkeersbewegingen (berekening: 6*1,33). Huidige situatie bedrijfsgebouwen Voor de bedrijfsgebouwen geldt een verkeersgeneratie van dagelijks gemiddeld 10 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Voor circa 760 m2 aan bedrijfsgebouwen bedraagt de verkeersgeneratie 76 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is inclusief vrachtwagenverkeer (berekening:760/100*10) Omdat we uitgaan van werkdagen dient het aantal verkeersbewegingen vermenigvuldigd te worden met 1.33. Dit komt derhalve neer op afgerond 102 verkeersbewegingen. Het totaal van de woningen, kantoor en bedrijfsgebouwen komt uit op 126 verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 16+8+102) Beoogde situatie bedrijfsgebouwen Er worden mogelijk twee nieuwe werkplaatsen gerealiseerd. Voor de werkplaatsen worden de kencijfers gehanteerd voor 'Bedrijf arbeidsextensief'. Voor een dergelijk bedrijf geldt een verkeersgeneratie van dagelijks gemiddeld 10 verkeersbewegingen per 100 m2. De werkplaatsen hebben samen een maximale oppervlakte van ca. 1.500 m². Dit leidt tot een verkeersgeneratie van afgerond dagelijks 150 verkeersbewegingen ((1500/100)* 10). Omdat we uitgaan van werkdagen dient het aantal verkeersbewegingen vermenigvuldigd te worden met 1.33.
Dit komt derhalve neer op afgerond 200 verkeersbewegingen. Het totaal van de woningen, kantoor en bedrijfsgebouwen komt uit op gemiddeld 224 verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 16+8+200). De nieuwe situatie leidt tot een toename in verkeersgeneratie van 98 verkeersbewegingen per dag (berekening: 224-126) De toename van verkeersbewegingen kan via de huidige infrastructuur worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Voor het bepalen van de benodigde parkeercapaciteit voor een bouwplan, wordt door de gemeente Hof van Twente een parkeertoets uitgevoerd. In het Gemeentelijk Mobiliteitsplan staat aangegeven dat hierbij de parkeerkencijfers worden gehanteerd zoals die door het CROW zijn gepubliceerd waarbij het midden van de bandbreedte wordt aangehouden en de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk. In de nieuwe situatie is er sprake van maximaal 1500 m2 aan bedrijfsgebouwen. De twee nieuwe werkplaatsen kunnen worden aangemerkt als 'Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersexntensief' hiervoor geldt een parkeerkencijfer van 2,4 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Dit komt neer op 36 parkeerplaatsen. (berekening:1500/100*2.4). Het bedrijf is echter altijd van kleine omvang geweest, met een personeelsbestand variërend tussen de 2 en 15 werknemers.
Op dit moment zijn 5 werknemers in dienst en wordt veel gebruik gemaakt van een flexibele schil van ZZP'ers en andere lokale aannemers op het moment dat dit nodig is. Het ligt niet in lijn der verwachting dat bouwbedrijf Welmer zal uitgroeien tot middelgrote of grote organisatie. De uitbreiding komt vooral ten goede aan de efficientie waarmee de werkzaamheden van het bedrijf uitgevoerd kunnen worden. Derhalve wordt ervanuit gegaan dat voor voorliggend plan 20 parkeerplaatsen volstaat om in de parkeerbehoefte te voldoen. In het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met 20 parkeerplaatsen. Hier is ruim voldoende parkeergelegenheid voor de parkeersbehoefte van het personeel
vastgesteld
49
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
dat momenteel werkzaam is voor het bedrijf (5 parkeerplaatsen) en wordt ingespeeld van eventuele groei en parkeerbehoefte van het personeel van bouwbedrijf. Voor de twee twee-onder-een-kapwoningen geldt een gemiddeld parkeercijfer van 2,2 paarkeerplaatsen per woning. Dit komt neer op 4,4 parkeerplaatsen voor de twee woningen samen. Voor de woningen is parkeergelegenheid voor 4 auto's, daarnaast kan er gebruik worden gemaakt van de garage. De parkeersituatie voor de woningen blijft ongewijzigd. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor het voorgenomen plan.
50
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
Toelichting op de regels
5.2.1
Opbouw In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de
vastgesteld
51
Buitengebied Hof van Twente, herziening Luttekeveldweg 9 Markelo
bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.