CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan Markelo-Noord.pdf

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 19: Vaststelling bestemmingsplan Markelo Noord29.539 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

6.4

Specifieke gebruiksregels Het gebruik van de gronden en bouwwerken, met de bestemming 'Recreatie' is aan een aantal beperkingen gebonden.

6.4.1

Algemeen De gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt voor: permanente bewoning van recreatiewoningen.

vastgesteld

15

Markelo-Noord

Artikel 7 7.1

Wonen Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal één woning per bestemmingsvlak, waarbij inwoning is toegestaan, dan wel ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aangegeven aantal woningen; b. aan huis verbonden beroepen; c. bed & breakfast; d. ontsluitingsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen bestemmingen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen a. Op de voor 'Wonen' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 7.1; b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten geurgevoelige objecten' zijn geen geurgevoelige objecten toegestaan.

7.2.2

Woningen Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a. goothoogte is maximaal 4 m: b. bouwhoogte is maximaal 10 m; c. inhoud per woning is maximaal 750 m3; d. de dakhelling bedraagt minimaal 18º.

7.2.3

Bijgebouwen Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 25 m; b. oppervlakte per woning, niet zijnde een gesplitste woning, maximaal 150 m2; c. goothoogte maximaal 3 m; d. bouwhoogte maximaal 6 m; e. de dakhelling bedraagt minimaal 18º met uitzondering ondergeschikte aan en uitbouwen.

7.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m.

16

7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Geurgevoelige objecten a. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2.1, sub b voor het toestaan van geurgevoelige objecten, indien aan de Bolinkweg 2 te Markelo (7475 SC) geen veehouderij, zoals bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij, meer aanwezig is en diens vergunning voor het houden van vee is

vastgesteld

Markelo-Noord

ingetrokken. b. De onder a bedoelde omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 2. het bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4. stedenbouwkundige karakteristieke gebouwen; 5. woonsituatie. 7.3.2

Afwijking vergroten woningen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2.2, sub c voor het verhogen van de maximale toegestane inhoudsmaat van een woning: tot een inhoud van 900 m3, met dien verstande dat de gebouwen landschappelijk worden ingepast, wat blijkt uit een in te dienen en door het bevoegd gezag goed te keuren beplantingsplan/inrichtingsplan.

vastgesteld

17

Markelo-Noord

Artikel 8 8.1

Woongebied - 1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, waaronder ook het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep valt en een bed & breakfast-voorziening; b. groenvoorzieningen; c. speelvoorzieningen; d. water, afvoer van water, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater; e. verkeers- en verblijfsdoeleinden; f. parkeervoorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen.

8.2

Bouwregels Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Woongebied - 1' is aan een aantal regels gebonden.

8.2.1

Gebouwen ten behoeve van het wonen a. de gebouwen en overkappingen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' wordt de voorgevel van de woningen in of maximaal 2 m achter de aangeduide 'gevellijn' gebouwd; c. het gezamenlijk aantal woningen bedraagt maximaal 107, waarbij ter plaatse van de aanduidingen ‘aaneengebouwd’ in totaal minimaal 41 woningen van het type ‘aaneengebouwd’ gerealiseerd worden; d. woningen mogen vrijstaand en/of twee-aaneen worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' ook aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd; e. de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de hoogten zoals ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; f. de dakhelling bedraagt minimaal 40°, met dien verstande dat architectonisch ondergeschikte delen van de woning wel mogen worden voorzien van een plat dak; g. het bebouwingspercentage van het erf bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage, waarvan de bebouwde oppervlakte van het achtererf maximaal 150 m2 bedraagt; h. de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 3 m; i.

in afwijking van het gestelde onder h geldt dat op een afstand van minder dan 3 m van de zijdelingse perceelgrens het bouwen van gebouwen is toegestaan, mits: 1. de goot- en bouwhoogte maximaal de toegestane goot- en bouwhoogte van het bijbehorende achtererf bedragen; 2. de afstand tot de voorgevelbouwgrens minimaal 2,5 m bedraagt; j. het bepaalde onder h en i geldt niet voor de aangebouwde zijden van aaneen gebouwde gebouwen.

8.2.2

Overkappingen ten behoeve van het wonen a. overkappingen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. overkappingen worden op minimaal 1 m achter de voorgevelbouwgrens gebouwd; c. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 m

8.2.3 Gebouwen en overkappingen voor verkeers- of verblijfsdoeleinden of voor openbare nutsdoeleinden a. de inhoud bedraagt per gebouw maximaal 50 m³; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m.

18

vastgesteld

Markelo-Noord

8.2.4

Overige bouwwerk en a. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 m en daarachter maximaal 2,2 m; b. de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbare weg (niet zijnde een brandgang tussen twee gebouwen) of openbaar groengebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens bedraagt maximaal 1 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden, openbare nutsvoorzieningen bedraagt maximaal 6 m; d. per erf of terrein mag maximaal één vlaggenmast worden geplaatst met een bouwhoogte van maximaal 6 m; e. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt maximaal 3 m.

8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1

Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.2.1, sub f voor het toestaan van een gehele of gedeeltelijk platte afdekking, dan wel een andere dakhelling.

8.3.2

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. stedenbouwkundige karakteristieke gebouwen; e. woonsituatie.

8.4

Specifieke gebruiksregels Het gebruik van de gronden en bouwwerken, met de bestemming 'Woongebied - 1' is aan een aantal beperkingen gebonden.

8.4.1

Aan huis verbonden beroep Het gebruik van (bijgebouwen bij) de eigen woning voor een aan huis verbonden beroep is toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden; a. de woonfunctie moet in ruimtelijke en visuele zin primair blijven; b. maximaal 25% van de bestaande oppervlakte van de woning inclusief (bij)gebouwen mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep, met een maximum van 50 m2; c. degene die de gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die het aan huis verbonden beroep, al dan niet met medewerkers, uitoefent; d. de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten moet qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar zijn met de omringende woonomgeving; e. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse; ten aanzien van het laatste geldt dat er dient te worden geparkeerd op eigen terrein.

8.4.2

Bed & breakfastvoorziening Het gebruik van de hoofdgebouwen voor een bed & breakfastvoorziening is toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden; a. er mogen maximaal vier bedden gebruikt worden voor bed & breakfast; b. de vestiging van een bed & breakfast wordt gerealiseerd binnen het bestaande hoofdgebouw; c. een bed & breakfast mag geen tekenen van een wooneenheid vertonen, zoals een keuken;

vastgesteld

19

Markelo-Noord

d. de woonfunctie moet in ruimtelijke en visuele zin primair blijven; e. maximaal 30% van de bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen mag worden gebruikt voor de bed & breakfastvoorziening, met een maximum van 50 m2; f. degene die de gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die de bed & breakfast uitoefent; g. de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten moet qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar zijn met de omringende woonomgeving; h. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse; ten aanzien van het laatste geldt dat er dient te worden geparkeerd op eigen terrein. 8.4.3

Voorwaardelijke verplichting Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden zonder de aanleg en instandhouding van een ontsluitingsweg ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied ontsluitingsweg'.

20

vastgesteld

Markelo-Noord

Artikel 9 9.1

Waarde - Archeologische verwachting 1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden.

9.2

Bouwregels Op de gronden bedoeld in lid 9.1 mogen geen bouwwerken worden gebouwd waarbij de bodem dieper dan 40 cm wordt geroerd.

9.3

Afwijken van de bouwregels

9.3.1

Afwijken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.2 ten behoeve van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

9.3.2

Uitzondering Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 is niet vereist, indien: a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande en legale fundering wordt benut; c. de, voor het bouwen benodigde, grondbewerkingen niet dieper zijn dan 40 cm vanaf maaiveld of het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m2.

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken en werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm is een omgevingsvergunning vereist: 1. het graven (inclusief het leggen van funderingen), ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en ophogen; 2. het graven of dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het verlagen van het waterpeil in gebieden; 5. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder 9.4, sub a wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Alvorens het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent, winnen zij advies in bij een daarvoor deskundige en onafhankelijke instantie. c. De onder 9.4, sub a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

vastgesteld

21

Markelo-Noord

1. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden te verwachten zijn; 2. al in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het plan; 3. het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht; 6. plaatsvinden in of op een begraafplaats ten behoeve van het delven van graven. 9.5

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1', deze bestemming wordt ontnomen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

22

vastgesteld

Markelo-Noord

Artikel 10 10.1

Waarde - Archeologische verwachting 2 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden.

10.2

Bouwregels Op de gronden bedoeld in lid 10.1 mogen geen bouwwerken worden gebouwd waarbij de bodem dieper dan 40 cm wordt geroerd.

10.3

Afwijken van de bouwregels

10.3.1

Afwijken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 10.2 ten behoeve van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

10.3.2

Uitzondering Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.3.1 is niet vereist, indien: a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande en legale fundering wordt benut; c. de, voor het bouwen benodigde, grondbewerkingen niet dieper zijn dan 40 cm vanaf maaiveld of het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 5.000 m2.

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken en werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m2 en dieper dan 40 cm is een omgevingsvergunning vereist: 1. het graven (inclusief het leggen van funderingen), ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en ophogen; 2. het graven of dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het verlagen van het waterpeil in gebieden; 5. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder 10.4, sub a wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Alvorens het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent, winnen zij advies in bij een daarvoor deskundige en onafhankelijke instantie. c. De onder 10.4, sub a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

vastgesteld

23

Markelo-Noord

1. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden te verwachten zijn; 2. al in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het plan; 3. het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht; 6. plaatsvinden in of op een begraafplaats ten behoeve van het delven van graven. 10.5

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2', deze bestemming wordt ontnomen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

24

vastgesteld

Markelo-Noord

Artikel 11 11.1

Waarde - Boom Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Boom' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de levensvatbaarheid en ruimtelijke, monumentale en ecologische betekenis van bomen met dien verstande dat bij de beoordeling van het behoud van de bomen ook rekening wordt gehouden met de gemeentelijke Bomenverordening. Bestaande gebouwen en bouwwerken zijn binnen de bestemming toegestaan.

11.2

Bouwregels a. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, daarop uitgezonderd de herbouw van bestaande gebouwen en bouwwerken. b. Op deze gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, daarop uitgezonderd de herbouw van bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 1. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; 2. het leggen van drainagebuizen; 3. het aanleggen en verharden van wegen, paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 4. het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem en/of gronden; 5. het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of op andere wijze; 6. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond. b. Het onder 11.3, sub a vervatte verbod gelden niet voor werken of werkzaamheden: 1. betreffende het normale onderhoud en beheer van de gronden; 2. welke op het moment van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; mits het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden niet de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de boom tot gevolg (kunnen) hebben. c. De onder 11.3, sub a genoemde werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien wordt aangetoond dat het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden de conditie, levensverwachting, groeiplaats en (beeld)kwaliteit van de boom niet worden aangetast. d.

Ten behoeve van het verlenen van de onder a genoemde omgevingsvergunning dient een bomeneffectanalyse te worden uitgevoerd. De vergunning kan alleen worden afgegeven respectievelijk uitgevoerd indien uit de bomeneffectanalyse blijkt dat de bomen, eventueel na het treffen van maatregelen, duurzaam kunnen worden gehandhaafd. Het bevoegd gezag is tevens bevoegd bij het verlenen van de omgevingsvergunning nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, afmetingen en aard van de verhardingen.

vastgesteld

25

Markelo-Noord

Hoofdstuk 3 Artikel 12

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

26

vastgesteld

Markelo-Noord

Artikel 13 13.1

Algemene bouwregels Bestaande maatvoering In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, dakhelling, bebouwingspercentage, inhoud en/of afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van met vergunning tot stand gekomen bouwwerken, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, dakhelling, bebouwingspercentage, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

vastgesteld

27

Markelo-Noord

Artikel 14

Algemene gebruiksregels Het gebruik van de gronden en bouwwerken van de bestemmingen van het bestemmingsplan "Markelo-Noord" is aan een aantal beperkingen gebonden.

14.1

Strijdig gebruik De gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt voor: a. het (zelfstandig) bewonen van vrijstaande gebouwen, niet zijnde woningen; b. seksinrichtingen; c. handelsdoeleinden en reparatiedoeleinden in garageboxen.

28

vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4061/documents/57657