CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan Markelo-Noord.pdf

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 19: Vaststelling bestemmingsplan Markelo Noord29.539 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.8.1.2

Situatie plangebied De gemeente Hof van Twente heeft archeologiebeleid vastgelegd in een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn ter plaatse van het plangebied gedeeltelijk de archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2' opgenomen. In afbeelding 5.3 is een uitsnede van de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Hof van Twente opgenomen. Hierin is het plangebied indicatief aangegeven met een blauwe omlijning. Zoals te zien geldt ter plaatse van het plangebied een middelhoge en hoge archeologische verwachting en gedeeltelijk een hoge verwachting in een zone om een historisch element.

50

vastgesteld

Markelo-Noord

Afbeelding 5.3: Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart (Bron: gemeente Hof van Twente) Omdat binnen het plangebied bodemingrepen zullen plaatsvinden dieper dan 40 cm en met een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 en 5.000 m2, is in het kader van voorliggend bestemmingsplan een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het gehele onderzoek is opgenomen in Bijlage 8 van deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. Het plangebied bevat waarschijnlijk archeologische resten. De kans dat die door de voorgenomen ingrepen worden verstoord is aanzienlijk, ondanks dat deze resten hoofdzakelijk onder een plaggendek van minimaal circa 55 cm te verwachten zijn. Op basis van de geïnventariseerde gegevens zijn er geen redenen om aan te nemen dat de natuurlijke ondergrond en ook het onderste deel van het plaggendek is verstoord. Wel is er een kans dat in het centrale deel van het plangebied enige egalisatie heeft plaatsgevonden. Zo ja, dan is deze vermoedelijk beperkt gebleven tot het plaggendek. Aangezien het plangebied aldoor onbebouwd is gebleven is de bodemverstoring waarschijnlijk beperkt gebleven tot het plaggendek. Dit was ook het geval direct ten zuiden van het plangebied. Verkennend booronderzoek - normaliter de vervolgstap na een bureauonderzoek zal hier zeer waarschijnlijk niets aan toevoegen.

Geadviseerd wordt daarom vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven, waarbij het zwaartepunt op deel ten westen van de Noordachtereschweg ligt. Voor het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek is een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen benodigd. De resultaten zijn overlegd met de regio archeoloog en er is besloten om vervolgonderzoek uit te voeren nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Ter bescherming van eventuele archeologische waarden zijn de geldende archeologische

vastgesteld

51

Markelo-Noord

dubbelbestemmingen overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. 5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1

Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.

5.8.2.2

Situatie plangebied Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden waar voorliggend plan invloed op heeft. Geconcludeerd wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan.

5.8.3

Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Ter bescherming van eventuele archeologische waarden zijn de geldende archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2' overgenomen in voorliggend bestemmingsplan waardoor vervolgonderzoek noodzakelijk is alvorens de woningbouwontwikkeling wordt uitgevoerd.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie

52

vastgesteld

Markelo-Noord

van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 5.9.2

Situatie plangebied

5.9.2.1

Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Borkeld' ligt op circa 2,5 kilometer afstand van het plangebied. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is door BJZ.nu een AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het voornemen. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 6 van deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de resultaten. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat voor de toekomstige gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Voor de aanlegfase zijn wel stikstofdeposities gemeten. In geval van voorgenomen ontwikkeling is hiertoe gebruik gemaakt van het intern salderen. Hierbij wordt de bestaande op te heffen situatie (bemesting van de gronden) vergeleken met de aanlegfase en de toekomstige gebruiksfase. Geconcludeerd wordt dat er voor zowel de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van een meetbare toename van de stikstofdeposities. Daarmee is de voorgenomen ontwikkeling, ten aanzien van stikstof, niet vergunningsplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming.

5.9.2.2

Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in een directe eindbestemming waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake kan zijn van een m.e.r.-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier sprake van is, dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden (2.000 woningen of meer) wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.

Voor deze ontwikkeling is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De conclusie van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een milieueffectrapportage noodzakelijk

vastgesteld

53

Markelo-Noord

maakt. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in Bijlage 9 bij deze toelichting. 5.9.3

Conclusie Voorliggend plan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit plan.

54

vastgesteld

Markelo-Noord

Hoofdstuk 6 6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Europees beleid

Wateraspecten

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet.

6.1.3

Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied.

6.1.4

Waterschap Rijn en IJssel Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta, Vechtstromen en Rijn en IJssel. Het waterschap Rijn en IJssel heeft de doelen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Het waterbeheerprogramma is een belangrijk instrument, waarmee het waterschap aangeeft welke beleidsdoelen het nastreeft, welke inspanningen het pleegt om dat beleid te realiseren en welke financiële middelen daarmee gemoeid zijn. De sturende werking ervan wordt mede bepaald door de mate waarin doelen en maatregelen geconcretiseerd worden. Voor het overgrote deel zijn de lange termijn doelen voor de

vastgesteld

55

Markelo-Noord

beleidsthema's al vastgesteld; het waterbeheerprogramma 2022-2027 geeft aan hoe het waterschap in de planperiode met deze doelen aan de gang gaat en waar het waterschap in 2027 denkt te staan. 6.1.5

Waterplan Hof van Twente Het waterplan is een overkoepelend beleidsstuk over het waterbeheer in de gemeente Hof van Twente dat ook door de waterbeheerders – de waterschappen Vechtstromen (voorheen Regge en Dinkel) en Rijn en IJssel en drinkwaterleidingbedrijf Vitens is vastgesteld. Het waterplan geeft een visie hoe het watersysteem binnen de gemeente over ongeveer 25 jaar er uit ziet en welke maatregelen er op korte en lange termijn daarvoor nodig zijn. De visie wordt op basis van drie invalshoeken beschreven, te weten: Twents landschap: Water speelt een belangrijke rol in het gevarieerde en kleinschalige landschap. Het water is zo ingericht dat meerdere functies tegelijk kunnen vervullen. Het waterbeheer sluit zoveel mogelijk aan bij de natuurlijke omstandigheden, zoals hoogteligging, grondwaterstroming en bodemsoort. Ruimte voor water: De visie is gericht op het ontwikkelen van een robuust en veerkrachtig watersysteem met als doel wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. Om dit te bereiken is er voldoende ruimte nodig voor het vasthouden en tijdelijk bergen van water. Voor de verbetering van de waterkwaliteit dienen de vervuilende lozingen te worden beperkt. Door het afkoppelen van schoon hemelwater van de riolering wordt de emissie door lozingen vanuit riooloverstorten en rioolwaterzuiveringen gereduceerd.

Beleving van water: In de woon- en werkomgeving is water zichtbaar, bereikbaar en veilig voor bijvoorbeeld vissers en wandelaars. Zichtbaar water dat beleefd wordt, is er niet alleen om van te genieten, maar ook er van bewust van te zijn. Om dit te bereiken wordt het hemelwater bij voorkeur met bovengrondse voorzieningen ingezameld en geïnfiltreerd.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.2.2

Waterhuishoudkundig plan In het kader van voorliggend bestemmingsplan is door Smit Civiele Techniek een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Het volledige waterhuishoudkundig plan is opgenomen in Bijlage 10. Hierna wordt aangegeven op welke wijze vormgegeven kan worden om een duurzaam gescheiden watersysteem ter plaatse van het plangebied te realiseren.

56

vastgesteld

Markelo-Noord

6.2.2.1

Bouwpeil Het bouwpeil voor Markelo Noord wordt geadviseerd 0,30 meter hoger dan kruin van de weg. Voor woningen met een kruipruimte en minimaal 1,00 meter boven de gemiddelde hoogst grondwaterstand (GHG).

6.2.2.2

Vuilwater Het vuilwater wordt afgevoerd middels een VWA-riool. Het vuilwaterriool van Markelo-Noord dient op de Noordachtereschweg aangesloten te worden. Vanaf hier stroomt het equivalent af naar gemaal Markelo aan de Roosdomsweg. Het is mogelijk om het vuilwater van het gehele plangebied onder vrij verval aan te bieden bij de rotonde Holterweg. Echter het riool(gemaal) aldaar zit aan de maximale capaciteit. Daarom wordt aangesloten op het riool in de Noordachtereschweg. Om dit onder vrij verval mogelijk te maken dient het riool in de Noordachtereschweg tot de kruising Tolweg vervangen te worden door een dieper gelegen riool. In dit ontwerp zijn de kritische put- en leidinghoogtes weergegeven. Het vuilwaterriool heeft overal in het plangebied een diameter van 250 mm en voldoet aan de uitgangspunten zoals onderstaand weergegeven. Het ontwerp voldoet aan de eisen gesteld in de module C2100 van de Kennisbank Riolering, met daarbij de volgende specifieke eisen: 1. Het bodemverhang van een vuilwaterriool helt in de richting van de afvoerlocatie; 2. Voor het afschot in de hoofdstrengen van het vuilwaterriool worden uitgangspunten gehanteerd zoals weergegeven in de onderstaande opsomming:

3. Het verloop is afhankelijk van de afstand en de belasting en is tevens afhankelijk van de schuifspanning, welke minimaal 1,0 N/m2 moet zijn; 4. De maximale vullingsgraad van de leidingen bedraagt 50%. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor de woningbouwlocatie: Woningbezetting van 2,5 inwoners per woning; Vuilwaterstroom bedraagt 10 l/inw/uur, gedurende 12 uur. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van circa 100 woningen, hiermee komt de maatgevende afvoercapaciteit van het vuilwaterriool op 2,5 m3 per uur (250 inw. x 0,01 m3). 6.2.2.3

Hemelwater Het afstromende hemelwater van daken en terreinverharding wordt in de openbare ruimte geborgen en geïnfiltreerd. Hemelwater van de woningen wordt aan de perceelsgrens aangeboden en zal via oppervlakkige afstroming naar de berging/infiltratievoorzieningen afgevoerd worden. In totaal dient 1892,8 m3 water geborgen te worden in het plangebied. De voorzieningen voor het bergen en infiltreren van het water bestaan voornamelijk uit wadi's, zaksloten en een ondergrondse voorziening. Het voornemen is om in het plangebied negen infiltratie-/bergingsvoorzieningen voor hemelwater te realiseren. Uit het waterhuishoudkundig plan volgt dat er (ruim) voldoende bergingscapaciteit is te realiseren. Een en ander is weergegeven in onderstaande tabel en afbeelding 6.1 en 6.2.

vastgesteld

57

Markelo-Noord

Afbeelding 6.1: Schematisch ontwerp Markelo-Noord oost

Afbeelding 6.2: Schematisch ontwerp Markelo-Noord west

6.2.3

Conclusie Het hemelwater wordt zo veel mogelijk bovengronds af gevoerd naar infiltratievoorzieningen. Het vuilwater dient separaat te worden aangeboden en kan -van het hele plangebied- onder vrij verval aangeboden worden in de Noordachtereschweg. Dit mits het riool daar opnieuw en verdiept aangelegd wordt tot de Tolweg.

58

vastgesteld

Markelo-Noord

Het verkennend bodemonderzoek ten grondslag ligt aan het in Bijlage 10 opgenomen waterhuishoudkundig plan laat zien dat op enkele plekken lagen in de bodem aanwezig zijn die de infiltratie van hemelwater kunnen bemoeilijken. Dit geeft onvoldoende informatie over de geohydrologische toestand ter plaatse van de toekomstige infiltratievoorzieningen. Ondanks dat de ontwateringsdiepte in het grootste gedeelte van het plangebied dieper is dan 2,5 meter, bestaat de kans dat de grondwaterstand langs de noordzijde van het westelijke deel van het plangebied niet voldoende laag is om hemelwater te kunnen infiltreren in een dergelijke voorziening. Geadviseerd wordt aanvullend geohydrologisch onderzoek te doen voorafgaand aan het civieltechnisch ontwerp. Dit aanvullend onderzoek moet bestaan uit minimaal drie zaken: Beschrijven bodemopbouw (boorprofiel beschrijving); Doorlatendheid onderzoek in de onverzadigde zone d.m.v. omgekeerde boorgatmethode; Meerjarige grondwatermonitoring (met telemetrische dataloggers) om inzicht te krijgen in de lokaal optredende grondwaterstanden. Indachtig voorgenoemde adviezen vormt het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

vastgesteld

59

Markelo-Noord

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische planopzet

Inleiding De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

7.2

Opbouw van de regels

7.2.1

Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. Dit bestemmingplan is opgesteld conform de normen van de SVBP 2012 (Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012). De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.

7.2.2

Inleidende regels

7.2.2.1

Begrippen In Artikel 1 zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

7.2.2.2

Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten (Artikel 2) uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt de digitale verbeelding.

60

vastgesteld

Markelo-Noord

7.2.3

Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in onder andere: Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Afwijken van de bouwregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan. Specifieke gebruiksregels: In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of wordt toegestaan binnen deze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd. Afwijken van de gebruiksregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van functies die in eerste aanleg strijdig zijn met de bestemmingsomschrijving of de specifieke gebruiksregels;

7.2.4

Algemene regels Anti-dubbeltelregel (Artikel 12): deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels (Artikel 13): in de algemene bouwregels is opgenomen dat de bestaande maatvoering van gebouwen in afwijking van de regels geldt als minimale of maximale maatvoering; Algemene gebruiksregels (Artikel 14): in deze regel is aangegeven wat onder verboden gebruik wordt verstaan. Deze regel gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming; Algemene aanduidingsregels (Artikel 15): in de algemene aanduidingsregels is de algemene aanduiding 'milieuzone - intrekgebied' beschreven; Algemene afwijkingsregels (Artikel 16): in deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels (Artikel 17): in dit artikel zijn regels in verband met parkeren opgenomen.

7.2.5

Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

vastgesteld

61

Markelo-Noord

7.3

Bestemmingen Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouwen gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Qua systematiek is aangesloten bij de bestemmingsplannen "Markelo" (vastgesteld op 4 oktober 2022) en "Buitengebied Hof van Twente" (vastgesteld 16 december 2014). Artikel 3 Bedrijf - Openbaar nut De bestemming 'Bedrijf - Openbaar nut' is toegekend aan de gronden ter plaatse van het bestaande nutsgebouw in het westen van het plangebied. De voor 'Bedrijf - Openbaar nut' bestemde gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor utilitaire voorzieningen, zoals transformatorstations, gemalen en gasdrukregel- en meetstations.

Artikel 4 Groen De bestemming 'Groen' is toegekend aan de gronden waar de belangrijkste groenstructuren aanwezig zijn en/of worden aangelegd. De voor 'Groen' bestemde gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor semi-agrarische doeleinden in de vorm van weide en grasland, dagrecreatief medegebruik, groenvoorzieningen en toegangspaden en inritten naar omliggende bestemmingen. Op deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van beheer en onderhoud van groen en water worden gebouwd. Artikel 5 Horeca Op basis van het bestemmingsplan "Markelo" zijn de gronden binnen het plangebied deels voorzien van de bestemming 'Horeca'. In het kader van voorliggend bestemmingsplan blijft een deel van de bestemming 'Horeca' behouden. Hierbij is het bestemmingsvlak en bouwvlak verkleind. Voor wat betreft de bouw- en gebruiksregels is aangesloten bij de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Markelo". De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor horeca categorie 1 en 2, bedrijfswoningen, terrassen en groenvoorzieningen. Gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Het aantal bedrijfswoningen bedraagt maximaal twee. De maximum bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 10 meter.

Artikel 6 Recreatie Op basis van het bestemmingsplan "Markelo" zijn de gronden binnen het plangebied deels voorzien van de bestemming 'Recreatie'. In het kader van voorliggend bestemmingsplan blijft een deel van de bestemming 'Recreatie' behouden. Hierbij is het bestemmingsvlak en bouwvlak verkleind. Voor wat betreft de bouw- en gebruiksregels is aangesloten bij de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Markelo".

62

vastgesteld

Markelo-Noord

De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor recreatiebungalows, bestaande bedrijfswoningen en groenvoorzieningen. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximum bouwhoogte bedraagt in voorliggend geval maximaal 10 meter, met dien verstande dat voor de recreatiebungalows geldt dat de goothoogte ten hoogste 3 m mag bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 6 m. Het aantal recreatiebungalows bedraagt maximaal 15. Daarnaast mag de inhoud van een recreatiebungalow niet meer dan 200 m3 bedragen. Verder mag het maximum bebouwingspercentage van het erf niet meer dan 5% bedragen. Artikel 7 Wonen Ter plaatse van het woonperceel aan de Holterweg 26 zijn de gronden overeenkomstig het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" voorzien van de bestemming 'Wonen'. Voor wat betreft de bouw- en gebruiksregels zijn de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" overgenomen. Wel is het maximaal toegestane aantal woningen verhoogd van één woning naar drie woningen. Daarnaast is in verband met het naastgelegen agrarisch bedrijfsperceel de aanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - geurgevoelige objecten' opgenomen op een deel van de woonbestemming. Ter plaatse van de gronden met voorgenoemde aanduiding zijn geurgevoelige objecten zoals bedoeld in de Wet geurhinder niet toegestaan.

Reden hiervoor is om de bestaande ontwikkelmogelijkheden van het naastgelegen agrarisch bedrijfsperceel in stand te houden. Bovendien wordt hiermee geborgd dat nieuwe geurgevoelige objecten uitsluitend op aanvaardbare afstand gerealiseerd mogen worden zonder dat sprake is van geurhinder ten gevolge van het naastgelegen agrarisch bedrijfsperceel. Artikel 8 Woongebied - 1 Ter plaatse van de beoogde woningen voor Markelo Noord en de bijbehorende gronden is de bestemming 'Woongebied - 1' toegekend. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het wonen. De gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. De voorgevel van de woningen wordt gebouwd in de aanduiding 'gevellijn'. Het aantal woningen bedraagt maximaal 107. De woningen mogen vrijstaand of twee-aaneen worden gebouwd, met dien verstande dat de woningen ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' tevens aaneengebouwd mogen worden gebouwd. De maximale goot- en bouwhoogte zijn aangeduid op de verbeelding door middel van maatvoeringsaanduidingen. Het maximale bebouwingspercentage van het erf is aangegeven door middel van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)'. Ook zijn regels opgenomen voor overkappingen ten behoeve van het wonen, gebouwen en overkappingen voor verkeers- of verblijfsdoeleinden of voor openbare nutsdoeleinden en overige bouwwerken.

In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Hier is tevens een voorwaardelijke verplichtingen opgenomen, ten behoeve van de realisatie van waterbergende voorzieningen.. Artikel 9 Waarde - Archeologische verwachting 1 Deze archeologische dubbelbestemming is opgenomen ter plaatse van de gronden met de bestaande archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1'. De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en

vastgesteld

63

Markelo-Noord

behoud van archeologische waarden. Ter bescherming van deze gronden zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Artikel 10 Waarde - Archeologische verwachting 2 Deze archeologische dubbelbestemming is opgenomen ter plaatse van de gronden met de bestaande archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden. Ter bescherming van deze gronden zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Artikel 11 Waarde - Boom Deze dubbelbestemming is opgenomen ter plaatse van de waardevolle bomen. Deze dubbelbestemming is overgenomen van het bestemmingsplan "Markelo". De voor 'Waarde - Boom' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de levensvatbaarheid en ruimtelijke, monumentale en ecologische betekenis van bomen met dien verstande dat bij de beoordeling van het behoud van de bomen ook rekening wordt gehouden met de gemeentelijke Bomenverordening. Bestaande gebouwen en bouwwerken zijn binnen de bestemming toegestaan.

64

vastgesteld

Markelo-Noord

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Het plangebied is voor wat betreft de economische uitvoerbaarheid op te delen in tweeën. Voor de twee noordelijke woonclusters is de gemeente initiatiefnemer. Hiervoor geldt dat er sprake is van een sluitende grondexploitatie. Voor alle kosten is dekking. Hiermee is het project financieel haalbaar. Voor de overige gronden binnen het plangebied geldt dat initiatiefnemer particulieren zijn.

Hiervoor wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels een anterieure overeenkomst en de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd.

vastgesteld

65

Markelo-Noord

Hoofdstuk 9

Vooroverleg, inspraak en zienswijzen

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

9.1

Vooroverleg

9.1.1

Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

9.1.2

Provincie Overijssel In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is het voorliggende bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Overijssel.

9.1.3

Waterschap Rijn en IJssel In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is het voorliggende bestemmingsplan voorgelegd aan waterschap Rijn en IJssel.

9.2

Inspraak Ten behoeve van de planvorming zijn er op 31 januari, 2 en 7 februari 2022 digitale informatiavonden geweest over het plan Markelo-Noord. Daarop zijn verschillende reacties binnengekomen, onder andere over verkeer, de stedenbouwkundige opzet, doelgroepen, etc. Ook zijn er met verschillende buren gesprekken geweest om de reacties door te spreken. Vervolgens is er op 6 juli 2022 een inloopbijeenkomst in Het Beaufort geweest om de opgehaalde reacties en aanpassingen aan het plan te bespreken. De opgehaalde reacties zijn waar mogelijk verwerkt in het plan en hebben geleid tot het ontwerpbestemmingsplan.

9.3

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening van 27 april 2023 tot en met 7 juni 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 14 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een zienswijzennotitie. De zienswijzennotitie is opgenomen in Bijlage 11 van deze plantoelichting. In de zienswijzennotitie is per onderdeel aangegeven of en welke aanpassingen zijn doorgevoerd in het bestemmingsplan. Omdat er op een aantal punten aanpassingen zijn doorgevoerd in de regels en verbeelding, is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

66

vastgesteld

Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Projectleider Plannaam Markelo-Noord Opgesteld door Adres Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471DK Goor www.hofvantwente.nl

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.MarkeloNoord-VS10

BESTEMMINGSPLAN

Markelo-Noord

Markelo-Noord

Markelo-Noord

Inhoudsopgave

Regels

2

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Bestemmingsregels Bedrijf - Openbaar nut Groen Horeca Recreatie Wonen Woongebied - 1 Waarde - Archeologische verwachting 1 Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Boom

10 10 11 12 14 16 18 21 23 25

Hoofdstuk 3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

26 26 27 28 29 30 31

Hoofdstuk 4 Artikel 18 Artikel 19

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

32 32 33

vastgesteld

Markelo-Noord

Regels

vastgesteld

3

Markelo-Noord

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

plan: het bestemmingsplan 'Markelo-Noord' met identificatienummer NL.IMRO.1735.MarkeloNoord-VS10 van de gemeente Hof van Twente;

1.2

bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aan huis verbonden beroep: een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede nevenactiviteiten in de vorm van kappers, autorijscholen, assurantiekantoren, verzekeringskantoren, schoonheidsspecialistes, hondentrimsalons, kinderopvang, pedicures en naar de aard daarmee qua uitstraling op het woonmilieu vergelijkbare activiteiten en met uitzondering van detailhandel en webwinkels, maar inclusief internetverkoop, dat in (bijgebouwen bij) de woning wordt uitgeoefend;

1.6

aaneengebouwd: meer dan twee woningen waarvan ten minste 1 gevel van de hoofdgebouwen aaneen zijn gebouwd;

1.7

achtererf: het deel van het bouwperceel dat is gelegen achter de bouwstrook;

1.8

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.9

bebouwingspercentage: een in het plan aangeduid percentage, dat de grootte van het in de regels aangegeven bouwvlak of erf aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd;

4

vastgesteld

Markelo-Noord

1.10

bed and breakfast: een kleinschalige overnachtingaccommodatie bestaande uit maximaal vier bedden, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf in de bestaande en legale woning in combinatie met het serveren van ontbijt, waarbij de gezamenlijke oppervlakte ten behoeve van bed & breakfast maximaal 50 m² mag zijn;

1.11

bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen;

1.12

bedrijfswoning: een woning, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, van wie de huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;

1.13

bestaand en legaal: bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime, waarbij geldt dat voor zover het gebruik betrekking heeft op nevenactiviteiten, deze nevenactiviteiten mogen worden uitgeoefend in de vorm en omvang zoals toegestaan op grond van het voorheen geldend planologisch regime;

1.14

bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

1.15

bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.16

bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

1.17

bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.18

bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

1.19

bouwlaag: het geheel van op gelijke of nagenoeg gelijke vloerhoogte gelegen ruimten in een gebouw, uitgezonderd kelders;

vastgesteld

5

Markelo-Noord

1.20

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.21

bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel;

1.22

bouwstrook: het maatvoeringsvlak op het bouwperceel dat grenst aan de voorgevelbouwgrens;

1.23

bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.24

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.25

detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van uitsluitend afhaalmaaltijden en de bereiding daarvan;

1.26

dienstverlening: het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek en ondergeschikte detailhandel;

1.27

erf: de door kadastrale grenzen dan wel door herkenbare andere perceelsbegrenzing afgebakende gronden, die direct zijn gelegen bij een gebouw met een zelfde bestemming;

1.28

erker: een ondergeschikte uitbouw aan een gebouw met een beperkte omvang waardoor het aanzicht niet wezenlijk wordt beïnvloed;

1.29

gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.30

gebruik: het gebruiken, doen gebruiken en/of laten gebruiken;

6

vastgesteld

Markelo-Noord

1.31

geurgevoelige objecten: een object als bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij;

1.32

hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.33

horecabedrijf: een bedrijf waar hoofdzakelijk dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt (en) verstrekt, zoals een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. Het uitsluitend verstrekken van afhaalmaaltijden valt niet onder horeca;

1.34

horeca, categorie 1: een horecabedrijf, waar in hoofdzaak maaltijden worden verstrekt, zoals restaurants, hotels en pensions en een horecabedrijf dat vooral is gericht op het overdag en 's avonds verstrekken van in hoofdzaak alcoholvrije dranken en eenvoudige etenswaren, zoals ijssalons, croissanterieën, lunchrooms en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;

1.35

horeca, categorie 2: een horecabedrijf, waar meestal in hoofdzaak alcoholische dranken worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans overlast voor het leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals cafés, bars, snackbars en cafetaria's, inclusief het geven van feesten en partijen;

1.36

internetverkoop: het verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en er geen sprake is van voor publiek toegankelijke winkelruimte of showroom;

1.37

openbare ruimte: rijwegen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen en speelvoorzieningen;

1.38

overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.39

overkapping: een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven (hieronder mede begrepen carports). Een overkapping is geen overig bouwwerk;

vastgesteld

7

Markelo-Noord

1.40

paardenbak: een terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport;

1.41

seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.42

semi-agrarische doeleinden: vormen van extensief, niet-bedrijfsmatig agrarisch grondgebruik, al dan niet met een recreatief karakter;

1.43

voorgevel: de gevel van een gebouw die in architectonisch opzicht, dan wel gelet op de bestemming, als voorkant van dat gebouw kan worden aangemerkt;

1.44

voorgevelbouwgrens: het naar de weg gekeerde deel van de bouwgrens, voorzover niet in de verbeelding aangegeven als gevellijn;

1.45

voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die de voorgevels van gebouwen en indien (nog) geen gebouwen aanwezig zijn, de voorgevelbouwgrenzen verbindt;

1.46

vrijstaande woning: een woning waarvan het hoofdgebouw niet direct is verbonden met het hoofdgebouw van een andere woning;

1.47

webwinkel: het verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en er tevens sprake is van voor publiek toegankelijke winkelruimte of showroom;

1.48

woning: een complex van ruimten, als een zelfstandig gedeelte van een gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of bedrijf;

8

vastgesteld

Markelo-Noord

Artikel 2

Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3

de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.4

de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken van dakkapellen;

2.5

de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.6

de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: vanaf de zijdelingse grens van een bouwperceel tot enig punt van een gebouw;

2.7

peil: 1. Voor een bouwwerk in een bouwvlak, waar het peil ter plaatse is aangeduid: het niveau van 20 cm tot 35 cm boven de hoogte van de bij deze aanduiding gelegen aansluitende bestaande openbare ruimte; 2. Indien ter plaatse geen aanduiding in een bouwvlak is aangegeven: het niveau van 20 cm tot 35 cm boven de hoogte van de aansluitende bestaande openbare ruimte, dan wel de bestaande afwijking tot de mate waarin een bouwwerk van het in de aanhef genoemde niveau afwijkt.

2.8

Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- dan wel bestemmingsgrens met maximaal 1 m wordt overschreden.

vastgesteld

9

Markelo-Noord

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3

Bedrijf - Openbaar nut

3.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Openbaar nut' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. utilitaire voorzieningen, zoals transformatorstations, gemalen en gasdrukregel- en meetstations; met de daarbij behorende: b. terreinen; c. bouwwerken.

3.2

Bouwregels Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Bedrijf - Openbaar nut' is aan een aantal regels gebonden.

3.2.1

Gebouwen en overkappingen a. de gebouwen en overkappingen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de goothoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 3,5 m; c. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 5 m.

3.2.2

Overige bouwwerk en De bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 8 m.

10

vastgesteld

Markelo-Noord

Artikel 4 4.1

Groen Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. semi-agrarische doeleinden in de vorm van weide en grasland; c. voet- en fietspaden; d. toegangspaden en inritten naar omliggende bestemmingen; e. speelvoorzieningen; f. water, afvoer van water, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater; g. openbare nutsvoorzieningen; h. verblijfsdoeleinden.

4.2

Bouwregels Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Groen' is aan een aantal regels gebonden.

4.2.1

Gebouwen en overkappingen Op deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

4.2.2

Overige bouwwerk en De bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt maximaal 3 m.

4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 4.2.2 voor het toestaan van een bouwhoogte van maximaal 6 m.

4.3.2

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. ruimtelijke kwaliteit.

vastgesteld

11

Markelo-Noord

Artikel 5

5.1

Horeca

Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca, categorieën 1 en 2, ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2'; b. bedrijfswoningen; c. het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep; d. terrassen; e. groenvoorzieningen; f. water, afvoer van water, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater; g. verkeers- en verblijfsdoeleinden; h. parkeervoorzieningen; i. openbare nutsvoorzieningen.

5.2

Bouwregels Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Horeca' is aan een aantal regels gebonden.

5.2.1

Gebouwen en overkappingen, niet zijnde bedrijfswoningen a. de gebouwen en overkappingen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal zoals ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt.

5.2.2

Bedrijfswoningen a. de bedrijfswoning wordt gebouwd binnen het bouwvlak waarbij voor de voorgevelbouwgrens van een op de begane grond gelegen woning een erker is toegestaan, mits: 1. de bouwdiepte maximaal 1,2 m bedraagt; 2. de goothoogte maximaal 3 m bedraagt; 3. de breedte maximaal 60% bedraagt van de voorgevelbreedte van het gebouw waartoe hij behoort; 4. de afstand tot aan de weg gelegen bouwperceelgrens minimaal 3,5 m bedraagt; b. het aantal bedrijfswoningen bedraagt niet meer dan 2; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; d. de afstand van een bedrijfswoning tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt minimaal 4 m.

5.2.3 Gebouwen en overkappingen voor verkeers- en verblijfsdoeleinden of voor openbare nutsdoeleinden a. de inhoud bedraagt per gebouw maximaal 50 m3; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m. 5.2.4

12

Overige bouwwerk en a. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 m en daarachter maximaal 2,2 m; b. de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbare weg (niet zijnde een brandgang tussen twee gebouwen) of openbaar groengebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens bedraagt maximaal 1 m;

vastgesteld

Markelo-Noord

c. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en openbare nutsvoorzieningen bedraagt maximaal 6 m; d. per erf of terrein mag maximaal één vlaggenmast worden geplaatst met een bouwhoogte van maximaal 6 m; e. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt maximaal 3 m. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 5.2.4 sub d voor het plaatsen van meer dan 1 vlaggenmast per erf.

5.3.2

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid.

5.4

Specifieke gebruiksregels Het gebruik van de gronden en bouwwerken, met de bestemming 'Horeca' is aan een aantal beperkingen gebonden.

5.4.1

Aan huis verbonden beroep Het gebruik van (bijgebouwen bij) de eigen woning voor een aan huis verbonden beroep is toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden; a. de woonfunctie moet in ruimtelijke en visuele zin primair blijven; b. maximaal 25% van de bestaande oppervlakte van de woning inclusief (bij)gebouwen mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep, met een maximum van 50 m2; c. degene die de gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die het aan huis verbonden beroep, al dan niet met medewerkers, uitoefent; d. de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten moet qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar zijn met de omringende woonomgeving; e. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse; ten aanzien van het laatste geldt dat er dient te worden geparkeerd op eigen terrein.

vastgesteld

13

Markelo-Noord

Artikel 6 6.1

Recreatie Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatiebungalows, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - bungalows'; b. groenvoorzieningen; c. water, afvoer van water, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater; d. verkeers- en verblijfsdoeleinden; e. parkeervoorzieningen; f. openbare nutsvoorzieningen; g. semi-agrarische doeleinden in de vorm van weide en grasland; h. de bestaande en legale paardenbakken.

6.2

Bouwregels Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Recreatie' is aan een aantal regels gebonden.

6.2.1

Gebouwen en overkappingen a. de gebouwen en overkappingen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat voor de recreatiebungalows geldt dat de goothoogte ten hoogste 3 m mag bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 6 m; c. het aantal recreatiebungalows bedraagt maximaal 15; d. de inhoud van een recreatiebungalow bedraagt ten hoogste 200 m3; e. het maximum bebouwingspercentage van het erf dient ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' in acht te worden genomen.

6.2.2 Gebouwen en overkappingen voor verkeers- en verblijfsdoeleinden of voor openbare nutsdoeleinden a. de inhoud bedraagt per gebouw maximaal 50 m3; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m. 6.2.3

Overige bouwwerk en a. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 m en daarachter maximaal 2,2 m; b. de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbare weg (niet zijnde een brandgang tussen twee gebouwen) of openbaar groengebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens bedraagt maximaal 1 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en openbare nutsvoorzieningen bedraagt maximaal 6 m; d. per erf of terrein mag maximaal één vlaggenmast worden geplaatst met een bouwhoogte van maximaal 6 m; e. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt maximaal 8 m.

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 6.2.3 sub d voor het plaatsen van meer dan 1 vlaggenmast per erf.

14

vastgesteld

Markelo-Noord

6.3.2

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid.

6.3.3

Paardenbakken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 onder h voor het toestaan van paardenbakken, mits: a. direct aansluitend aan de bestemming 'Horeca' of in het bouwvlak, met inachtneming van de volgende maten: b. minimaal 30 m uit de as van de weg; c. minimaal 30 m vanaf woningen van derden; d. de paardenbak uitsluitend is toegestaan voor zover deze wordt gerealiseerd ten behoeve van de, op aangrenzende gronden gelegen, bedrijfswoningen in de bestemming Horeca; e. de oppervlakte maximaal 1.200 m2 mag bedragen; f. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd.

6.3.4

Zonnepanelen in veldopstelling Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van 6.1 voor het toestaan van zonnepanelen voor eigen gebruik aansluitend aan de bestemming 'Horeca' mits: a. onderbouwd is dat plaatsing van de zonnepanelen op het dak en binnen het bouwvlak of het bestemmingsvlak horende bij de bestemming Horeca niet de voorkeur van de eigenaar heeft; b. de afstand tot het bestemmingsvlak horende bij de bestemming 'Horeca', maximaal 25 meter is en de bouwhoogte van de zonnepanelen maximaal 1 meter is; c. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4061/documents/57657