CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 02 - Ruimtelijke onderbouwing ETFAL brandweerkazerne Markelo.pdf

Gemeenteraad 25 november 2025, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 12: De bouw van een nieuwe brandweerkazerne in Markelo27.415 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Figuur 12: Locatie plangebied t.o.v. NNN.

Soortenbescherming Om te toetsen of er schade aan beschermde flora en fauna optreedt door de ontwikkeling, is door Tuitert Natuuronderzoek een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage bij deze onderbouwing. Op 21 maart 2025 heeft een verkennend veldbezoek in het onderzoeksgebied plaatsgevonden tijdens de daglichtperiode (ochtend). Het onderzoeksgebied is bekeken op aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten en potentie voor aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren. Er is gekeken naar potentieel geschikte verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van beschermde soorten kunnen duiden, zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 24/42

Voorafgaand aan het veldbezoek is de NDFF geraadpleegd. Er zijn in de NDFF geen waarnemingen van beschermde soorten aanwezig uit het onderzoeksgebied zelf. In de directe omgeving is een vink waargenomen volgens de NDFF. Het onderzoeksgebied bevat geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen, jaarrond beschermde vogelnesten, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van niet-vrijgestelde beschermde soorten flora en fauna. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna-activiteit is niet aan de orde. Vanwege mogelijk aanwezigheid van broedvogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd in en rondom het onderzoeksgebied, dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels. Omdat de voorgenomen herontwikkeling geen ernstige nadelige gevolgen heeft voor de lokale staat van instandhouding van Rode lijssoorten, hoeft verder geen rekening te worden gehouden met de specifieke zorgplicht uit artikel 11.27 uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Houtopstanden De gemeente Hof van Twente heeft een kaart met de monumentale houtopstanden. Op deze kaart is te zien dat op een afstand van circa 15 meter van het plangebied monumentale bomen staan. Deze monumentale bomen zijn eigendom van de Gemeente Hof van Twente. Binnen het plangebied zijn geen monumentale bomen aanwezig.

Gelet op de afstand tot de monumentale bomen zijn negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling uitgesloten.

Figuur 13: Monumentale houtopstanden.

Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 25/42

4.9

Water

4.9.1

Waterbeleid

Generiek beleid Op rijksniveau en Europees niveau zijn meerdere plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, het Nationaal Waterprogramma en de Omgevingswet. Waterbeleid voor de 21e eeuw In het Waterbeleid voor de 21e eeuw wordt bij ruimtelijk planvorming ‘water en bodem sturend’. Dit betekent dat voorkomen wordt dat problemen worden afgewenteld op andere gebieden, naar de toekomst of van privaat naar publiek. In het waterbeleid zijn tevens twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • Voorkeurstrits vasthouden, bergen, afvoeren: Deze strategie houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien vasthouden niet mogelijk is wordt het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden. Pas als vasthouden en bergen niet voldoende opleveren wordt het water afgevoerd. • Voorkeurstrits schoonhouden, scheiden en zuiveren: Bij deze strategie gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Indien dit niet mogelijk is worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden. Is ook dit niet mogelijk, dan dient het vuile water gezuiverd te worden Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’.

Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027 Op basis van de Waterwet wordt elke zes jaar een Nationaal Waterplan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is het Rijksplan voor het waterbeleid in Nederland. Op 22 december 2015 is het Nationaal Waterplan 20162021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan 20162021 wordt opgevolgd door het Nationaal Water Programma 2022-2027. Hierin wordt het Nationaal Waterplan en het Beheer- en ontwikkelplan integraal opgepakt. Omgevingswet - Weging van het waterbelang In het kader van de Omgevingswet dient bij ruimtelijke plannen het waterbelang te worden gewogen (voorheen watertoets). De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. Op 12-12-2024 is het digitale formulier voor de weging van het waterbelang ingediend.

Provincie Overijssel Op grond van de verplichting in de Omgevingswet om een regionaal waterplan op te stellen heeft de provincie Overijssel de Omgevingsverordening Overijssel 2017 opgesteld. Hieruit blijkt het volgende: • Het plangebied grenst niet aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN); • Het plangebied bevindt zich niet in een boringsvrije zone; • Het plangebied ligt buiten een waterbergingsgebied; • Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied; • Het plangebied grenst niet aan Kader Richtlijn Water (KRW) oppervlaktewater;

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 26/42

• •

De risiconorm wateroverlast is 1/100 jaar. Eens in de 100 jaar is wateroverlast toelaatbaar; Het plangebied is niet gelegen in een ‘overstroombaar gebied’.

Waterschap Rijn en IJssel In het waterbeheerprogramma staat wat het waterschap in de periode van 2022 tot 2027 van plan is. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en stevige dijken. Ondanks dat er veel verandert in en rond het water, blijven de kerntaken van het waterschap in ieder geval: • het peilbeheer van grond- en oppervlaktewater; • het onderhouden en beheren van de waterkeringen en watergangen; • het transporteren en zuiveren van afvalwater; • het verbeteren van de waterkwaliteit; • de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarbovenop ziet het waterschap voor de periode 2022-2027 als belangrijkste speerpunt de opgave om haar gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor wordt naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer) toegewerkt, rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. Het waterschap Rijn en IJssel is dus primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied.

Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt geadviseerd hoe om te gaan met hemelwater. De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van grondwaterproblemen. 4.9.2 Beoordeling beoogde situatie Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is door Aveco de Bondt een rapportage opgesteld voor de ‘weging van het waterbelang’. De rapportage is als bijlage 5 opgenomen bij onderhavige motivering. Uit de rapportage komt naar voren dat de nieuwbouw van de brandweer kazerne uit het oogpunt van een goede waterhuishouding aanvaardbaar en uitvoerbaar is, mits de volgende voorwaarden worden meegenomen in de vervolguitwerking van deze ontwikkeling: • De waterbergingseis van het waterschap betreft 80 mm per m2 verharding. Bij een totaaloppervlak van 1.665 m2 verharding betekent dat een waterbergingsopgave van 133 m3. • Er is een waterbergingsvoorziening beoogd in de vorm van een wadi. Doordat er binnen het plangebied geen ruimte is voor een wadi, is de gemeente van plan daarvoor aangrenzende gronden in te zetten. Er is voldoende ruimte beschikbaar om een wadi te creëren waarmee wordt voldaan aan de waterbergingsopgave.

• Vanwege de bodemopbouw is het noodzakelijk om bodemverbetering toe te passen ter plaatse van de wadi. Mogelijk is het vanwege hoge grondwaterstanden gewenst drainage onder de wadi aan te leggen. De wadi dient tevens voorzien te zijn van een noodoverloop richting de vijverlob bij de W.Göttelaan. • Mogelijk is het gewenst om andere waterbergingsmaatregelen te nemen. Een voorbeeld kan zijn het toepassen van een groenblauw dak. In een vervolgfase dient te worden onderzocht of het constructief mogelijk is om een groenblauw dak te realiseren. • De grondwaterstand zit mogelijk relatief dicht onder maaiveld. Uit isohypsenkaarten blijkt dat een ontwateringsdiepte van circa 1 m mogelijk is, maar tijdens veldonderzoek is een grondwaterstand van

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 27/42

•

•

0,31 m onder maaiveld aangetroffen. Het is aan te raden om met langdurige metingen nader vast te stellen wat de grondwaterstand is. Zo kan worden bepaald of het nodig is om het plangebied op te hogen. Er is sprake van een gescheiden rioolstelsel. Het afvalwater afkomstig van de toekomstige ontwikkeling kan aangesloten worden op uitlegger, put 43V0197d. De noodoverloop vanuit de wadi in het plangebied kan worden aangesloten op de vijverlob ten zuiden van de W. Göttelaan. Voor wat betreft riolering is er reeds contact geweest met de gemeente en is er geen belemmering te verwachten. Het plangebied is gevoelig voor wateroverlast bij extreme neerslag. Het is raadzaam om het vloerpeil van de brandweerkazerne circa 30 cm hoger aan te leggen dan het straatpeil, om wateroverlast door extreme neerslag tegen te gaan.

Conclusie Mits bovenstaande voorwaarden worden meegenomen in de vervolgfase van de ontwikkeling vormt het aspect water geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.10 Parkeren en verkeer Ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voorzien in voldoende parkeerruimte en een goede verkeersafwikkeling op het omliggend wegennet zodat overlast in de omgeving wordt voorkomen. In deze paragraaf wordt op de aspecten verkeer en parkeren ingegaan. Parkeren De CROW-kengetallen vanuit de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering’ kennen geen parkeernormen voor een brandweerkazerne. Daarom wordt de parkeerbehoefte in onderhavige paragraaf kwalitatief onderbouwd. In het ontwerp is te zien er 16 parkeerplaatsen gerealiseerd worden bij de brandweerkazerne (zie paragraaf 2.2). De parkeerplaatsen worden aan de oostzijde van het plangebied gerealiseerd. Daarnaast worden voor de brandweerwagens en de dienstbus ruimte gereserveerd in de remise. Deze zijn niet meegerekend in de parkeerbehoefte. In totaal heeft de brandweerkazerne in Markelo 30 vrijwilligers. Brandweer Twente heeft aangegeven dat tijdens een uitrukavond maximaal 20 vrijwilligers naar de kazerne komen. Dit betreft een ‘worst-case’ scenario. Vrijwilligers kunnen per auto, scooter, motor, fiets of te voet naar de kazerne komen afhankelijk van hun persoonlijke situatie op dat moment.

Het is daardoor zeer onwaarschijnlijk dat er 20 auto’s gelijktijdig naar de kazerne komen. Tijdens een uitruk is er plek voor maximaal 12 personen in de voertuigen van de brandweer. De overige 8 vrijwilligers zullen binnen afzienbare tijd weer vertrekken. De Brandweer Twente heeft daarnaast aangegeven dat op basis van hun ervaringen bij andere brandweerkazernes 16 parkeerplaatsen ruim voldoende is. Geconcludeerd kan worden dat 16 parkeerplaatsen voldoet aan de parkeerbehoefte van de brandweerkazerne. Op het verharde terrein rondom de brandweerkazerne is genoeg ruimte voor het parkeren van fietsen. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Verkeer Voor de prognose van de te verwachten aantal verkeersbewegingen is gebruik gemaakt van input van Brandweer Twente. Zoals ook aangegeven in het akoestisch onderzoek zal in de representatieve bedrijfssituatie sprake zijn van maximaal 40 rijbewegingen van personenwagens en 2 van de dienstbus.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 28/42

Het gemotoriseerd verkeer zal alleen via de Goorseweg worden ontsloten. Gezien de geringe toename van het aantal verkeersbewegingen zal het huidige wegennet voldoende capaciteit hebben om de toekomstige verkeersstromen op te vangen. Om de verkeersveiligheid te waarborgen zal er aan de Goorseweg ter hoogte van de brandweerkazerne verkeerslichten en/of signalering geplaatst worden om het verkeer te waarschuwen tijdens een uitruk. Gelet hierop wordt geconcludeerd dat er met de realisatie van de brandweerkazerne in de toekomst ook een verkeersveilige situatie gewaarborgd blijft. Conclusie Het aspect parkeren en verkeer vormt geen belemmering voor de realisatie van voorgenomen ontwikkeling. 4.11 Mer-beoordeling De mer-procedure en mer-beoordeling is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming in te brengen, om zo belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een merprocedure en mer-beoordeling is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een omgevingsvisie, omgevingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de mer-procedure en merbeoordeling zijn vastgelegd in de Omgevingswet (Ow) en in het Omgevingsbesluit (Ob). De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Indien het project of de activiteit voorkomt in kolom 1 en het besluit in kolom 4 dan kan op basis van kolom 2 en 3 afgeleid worden of sprake is van een mer-plicht (kolom 2) of mer-beoordelingsplicht (kolom 3). Situatie plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Dat betekent, dat de vergunning een activiteit mogelijk maakt, zoals dat is bedoeld in categorie J11 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Bij categorie J11 is kolom 2 niet van toepassing. Kolom 3 wijst ‘aanleg, wijziging of uitbreiding’ aan als gevallen waarin sprake is van de mer-beoordelingsplicht. Hiervan is in deze situatie sprake. Geconcludeerd wordt dus dat sprake is van een project-mer-beoordeling. Conclusie De project-m.e.r.-beoordeling is opgenomen in bijlage 6. Op basis van de kenmerken en plaats van het project kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert.

Geadviseerd wordt om het college van B&W van de gemeente Hof van Twente te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage (MER) nodig is. 4.12 Duurzaamheid De duurzame ontwikkeling is in de Ow geborgd via artikel 1.3 en 2.1. In artikel 1.3 van de Ow zijn de maatschappelijke doelen van de wet als volgt verwoord: "Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: • Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en • Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften."

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 29/42

Artikel 2.1 Ow geeft vervolgens aan dat bestuursorganen van een gemeente, provincie, het Rijk of een Waterschap hun taken en bevoegdheden op grond van deze wet uitoefenen met het oog op de doelen van deze wet, zoals dus ook de belangrijke doelen neergelegd in artikel 1.3 Ow. Artikel 1.3 Ow geeft ook richting aan de voor burgers en bedrijven opgenomen zorgplicht in artikel 1.6 Ow, namelijk dat men voldoende zorg draagt voor een goede leefomgeving. Met deze bepalingen wordt een duurzame ontwikkeling geborgd voor het gehele domein van de fysieke leefomgeving. Het vergt een in de wet voorziene samenhangende benadering vanaf het begin van de besluitvorming van alle relevante belangen: ruimte, water, natuur, gezondheid en wonen. Toetsing aan aspect duurzaamheid In het huidige ontwerp zijn verschillende duurzaamheidsmaatregelen beoogd, zoals de toepassing van zonnepanelen en grasklinkers. De daadwerkelijke implementatie van deze maatregelen wordt overgelaten aan de inschrijvende partijen binnen het aanbestedingsproces. Ter stimulering van duurzame oplossingen en om te waarborgen dat duurzaamheid integraal onderdeel uitmaakt van het uiteindelijke ontwerp, worden in de aanbestedingsprocedure extra gunningspunten toegekend aan inschrijvingen die aantoonbaar inzetten op duurzame maatregelen. Conclusie Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.13 Gezondheid De Omgevingswet bevat instrumenten die overheden kansen bieden om de leefomgeving op een gezonde manier te beïnvloeden. Door de integrale benadering van de leefomgeving via de instrumenten van de Omgevingswet, kan gezondheid eerder een plek krijgen in de ruimtelijke afweging. Daarmee kan gezondheid een meer sturende rol krijgen. De Omgevingswet bevat de volgende artikelen die ingaan op het aspect gezondheid: • In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. • In artikel 3.3 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de omgevingsvisie rekening moet houden met het voorzorgsbeginsel en andere milieubeginselen. • In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. • Over gezondheid in de omgevingsvergunning gaan de artikelen 5.32 en 5.42 lid 4 van de Omgevingswet en de artikelen 8.101 en 8.102 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze artikelen zien op het lozen op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk en milieubelastende activiteiten.

De leefomgeving is gezonder als de invloed van belastende milieuaspecten (zoals lucht, geluid, geur, straling, etc.) op de gezondheid van bewoners zo klein mogelijk is. Een omgeving die voldoet aan de wettelijke normen is het startpunt, maar juist onder de normen is nog veel gezondheidswinst te behalen. Een omgeving die uitnodigt tot gezond gedrag die als veilig en prettig ervaren en stimuleert tot sociaal contact is een gezonde omgeving. Toetsing aan het aspect gezondheid Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige- en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 30/42

hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. In paragrafen 4.3 t/m 4.7 is ingegaan op de aspecten geluid, bodem, luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat het aspect gezondheid voldoende is afgewogen. Voor het aspect geur gelden hier geen aandachtspunten. Het plan is niet aan te merken als geurgevoelig gebouw en in de directe omgeving zijn geen bronnen aanwezig die geuremissie veroorzaken. Een brandweerkazerne veroorzaakt daarnaast geen geurhinder voor andere geurgevoelige gebouwen. Het beleid ten aanzien van het aspect trillingen is opgenomen in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat en paragraaf 5.1.5 van het Bkl. De centrale beoordelingsregel voor trillingen door activiteiten is geformuleerd in artikel 5.83 van het Bkl: Het gebouw is niet aan te merken als een trilling gevoelige gebouw.

Tevens zijn er in de directe omgeving geen bronnen voor trillingen aanwezig. Er is dus geen sprake van hinder door trillingen in het gebied. Conclusie Alle milieuthema’s zijn afzonderlijk behandeld in voorliggende motivering. De beschouwing van alle aspecten samen leidt tot de conclusie dat het aspect gezondheid in voldoende mate is afgewogen. Er is voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en vormt het thema gezondheid geen belemmering voor de ontwikkeling.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 31/42

5

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. In plaats van een uitvoerbaarheidstoets bevat de Omgevingswet echter een onuitvoerbaarheidstoets. Het omgevingsplan mag namelijk geen regels bevatten die op voorhand onuitvoerbaar zijn. Uit deze ruimtelijke motivering blijkt dat het plan niet onuitvoerbaar is. Het plangebied is in eigendom van de gemeente Hof van Twente. Het plangebied wordt ontwikkeld door de gemeente en vervolgens verkocht aan de Veiligheidsregio Twente. De gemeente heeft een voorlopige exploitatieopzet gemaakt en voldoende middelen gereserveerd om tot uitvoering over te gaan. Op basis van een voorlopige exploitatieopzet voor dit plan kan worden geconcludeerd dat het plan economisch uitvoerbaar is. De definitieve exploitatieopzet zal na het onherroepelijk worden van de BOPA-omgevingsvergunning aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De financiële uitvoerbaarheid van het plan wordt daardoor voldoende verzekerd. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Op 28 januari 2025 heeft er een bijeenkomst plaatsgevonden in het gebouw van Stichting IJsbaan Markelo.

Vertegenwoordigers van Brandweer Twente, de Markelose brandweer en gemeente Hof van Twente kwamen hier samen met de architect en de buurtbewoners bijeen. Buurtbewoners werden hier in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen en zich te laten informeren over de plannen. Er waren rond de 50 mensen aanwezig. Met name de bereikbaarheid en mogelijke licht- en geluidssignalen zijn besproken. Er is aangegeven dat de brandweerkazerne enkel bereikbaar zal zijn via de inrit aan de Goorseweg en dat de W. Göttelaan niet als aanrijdroute wordt gebruikt. Ook is aangegeven hoe vaak met licht- en geluidssignalen de brandweer moest uitrukken in 2023 en 2024. Verder is er nog uitleg gegeven over het traject en de volgende stappen. Er is aangegeven dat het doel is om eind 2026 een nieuwe brandweerkazerne operationeel te hebben aan de Goorseweg.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 32/42

6

Conclusie

Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 3). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van functies aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Gelet op de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken met betrekking tot het beleidskader, de effecten op de fysieke leefomgeving en de betrokken belangen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 33/42

Bijlage 1 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 34/42

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente De heer J. Nijhuis Postbus 54 7470 AB GOOR Adviesbureau Geofoxx Eektestraat 10 Postbus 221 7570 AE OLDENZAAL 0541 - 58 55 44 Status Definitief Datum 22 mei 2024 Projectnummer 20240184/ADEK Documentkenmerk 20240184_a1RAP

Auteur A.I. Dekens Paraaf:

Kwaliteitscontrole en vrijgave T. J. Kok Paraaf:

Verkennend bodemonderzoek Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

2

Vooronderzoek en onderzoeksstrategie 2.1 Algemeen 2.2 Bronverwijzing 2.3 Locatiegegevens en huidig gebruik 2.4 Voormalig gebruik 2.5 Terreinverkenning 2.6 Omgeving 2.7 Beschikbare bodeminformatie 2.8 Bodemopbouw en geohydrologie 2.9 Conclusie vooronderzoek, hypothese en onderzoeksopzet

2 2 2 3 3 5 5 5 6 7

3

Veld- en laboratoriumwerkzaamheden 3.1 Kwaliteit 3.2 Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden

9 9 9

4

Resultaten onderzoek 4.1 Resultaten veldonderzoek 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek

11 11 13

5

Interpretatie resultaten 5.1 Analyseresultaten grond 5.2 Analyseresultaten grondwater 5.3 Toetsing onderzoekshypothese 5.4 Bepaling veiligheidsklasse 5.5 Hergebruiksmogelijkheden (indicatief) 5.6 Infiltratie-onderzoek

15 15 15 15 16 16 16

6

Samenvatting, conclusies en advies

18

Bijlagen 1 Situatietekeningen 1.1 Geografische ligging locatie 1.2 Situatietekening 2 Boorstaten 3 Analyseresultaten 4 Toetsingstabellen 5 Signaleringswaarden grondwater 6 Foto’s 7 Bijlagen vooronderzoek 8 Onafhankelijkheidsverklaring veldwerker

Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

-/-

Verkennend bodemonderzoek Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

1

Inleiding

In opdracht van de gemeente Hof van Twente heeft Geofoxx in februari - april 2024, als onafhankelijk adviesbureau1, een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de beoogde locatie van de toekomstige brandweerkazerne aan de Goorseweg in Markelo. De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen ontwikkeling op de locatie (nieuwbouw brandweerkazerne en herinrichting terrein). Bij deze ontwikkeling zullen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd, hetgeen beschouwd wordt als een milieubelastende bodembedreigende activiteit (MBA). Het doel van het uit te voeren onderzoek is meerledig, namelijk:  verkennend bodemonderzoek: voldoende bodeminformatie over de bodemkwaliteit te verkrijgen om deze MBA mogelijk te maken;  nulsituatie-onderzoek PFAS: het verkrijgen van een toetsingsgrondslag met het oog op mogelijke belasting van de bodem voorvloeiende uit bodembedreigende milieubelastende activiteiten vanwege de eventueel toekomstige brandweerkazerne;  verkennend asbestonderzoek: vaststellen of de verdenking voor de parameter asbest terecht is en wat (indicatief) het gewogen gehalte aan asbest in de grond is;  infiltratie-onderzoek: het vaststellen van de doorlatendheid van de bodem vanwege de geplande aanleg van een wadi.

In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en de onderzoeksopzet, de veldwerkzaamheden inclusief het zintuiglijk onderzoek, het chemisch onderzoek, de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies.

1

De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.

1 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

2

Vooronderzoek en onderzoeksstrategie

2.1

Algemeen

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 57252. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van inzichten over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijke) bronnen van bodembelasting en de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen (verwachte bodemkwaliteit). Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw en geohydrologie, de te verwachten bodemkwaliteit en potentiële bronnen van bodembelasting op de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 wordt onderscheid gemaakt in algemene en specifieke onderzoeksaspecten die verzameld moeten worden. Algemene onderzoeksaspecten zijn altijd van toepassing; specifieke onderzoeksaspecten zijn afhankelijk van de aanleiding en het doel van het onderzoek.

Voor het huidige vooronderzoek geldt dat specifieke informatie verzameld moet worden over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek, het saneren van een milieubelastende activiteit en/of het realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie (aanleiding A); potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nul- en eindsituatieonderzoek (aanleiding B). het uitvoeren van de (milieubelastende) activiteit graven (exclusief tijdelijk uitnemen) en inschatten van arbeidshygiënische risico’s (aanleiding H). Het vooronderzoek wordt afgesloten met een conclusie, die zal leiden tot een onderzoekshypothese. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie de verwachting met betrekking tot de actuele bodemkwaliteit. In de volgende paragrafen is de verkregen informatie vastgelegd.

2.2

Bronverwijzing

In tabel 2.1 zijn de geraadpleegde bronnen van dit vooronderzoek weergegeven.

Tabel 2.1: Bronverwijzing Nr. 1. 2. 3.

Bron Topografische ligging en kadastrale gegevens Historische kaarten Gemeentelijke bronnen

4.

Regionale en landelijke bronnen

5. 6. 7.

Geohydrologische gegevens Ligging kabels en leidingen Terreinverkenning

Verwijzing PDOK; www.google.nl/maps www.topotijdreis.nl Mail d.d. 6 februari 2024 met informatie van de gemeente Hof van Twente (zie bijlage 7) overijssel.omgevingsrapportage.nl www.bodemloket.nl Atlas van Overijssel Nota bodembeheer regio Twente, Twents beleid veur oale groond 2.1, juni 2023 www.dinoloket.nl; www.grondwatertools.nl www.klic-online.nl Op 22 maart 2024 door de heer G.H. Klein Elhorst

2

NEN 5725 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2023) Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

2 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

2.3

Locatiegegevens en huidig gebruik

De onderzoekslocatie is gelegen ten oosten van Markelo aan de Goorseweg. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Markelo, sectie I en nummer 4808 (gedeeltelijk). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 6.000 m2. De locatie is in de zomermaanden in gebruik als grasland. In de winter staat het grasland onder water dat bij vorst bevriest en gebruikt wordt als natuurlijke ijsbaan. Het terrein van de kleine ijsbaan is omzoomd door groen. In afbeelding 2.1 is de regionale ligging van de onderzoekslocatie en een foto van de ijsbaan weergegeven. In bijlage 1 zijn de geografische ligging van de onderzochte locatie en een situatietekening opgenomen.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (bron: 1) en gebruik als ijsbaan (bron: Facebook Stichting IJsbaan Markelo)

2.4

Voormalig gebruik

In onderstaande afbeelding zijn historische kaarten opgenomen. Hieruit blijkt dat de locatie altijd in gebruik is geweest als landelijk gebied. Voor zover bekend is er nooit bebouwing aanwezig geweest. Vermoedelijk zijn er evenmin sloten gedempt binnen de onderzoekslocatie. Rond 1995 is de huidige begroeiing op de kaart aangegeven, De ijsbaan is sinds 2010 op de kaart genoemd. Niet bekend is hoe lang de locatie al in gebruik is geweest als ijsbaan. De westelijk gelegen woningen zijn rond 1972 gebouwd (bron: PDOK). De panden ten noorden van de locatie zijn gebouwd in 1950 en 2011.

Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

3 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

1900

1939

1980

2015

Afbeelding 2.2: Historische kaarten met in blauw locatiegrenzen (bron: 2)

In de zomer van 2023 zijn de pomp en het leidingwerk van de schaatsbaan vervangen (bron Facebook). Hiervoor zijn grondroerende werkzaamheden uitgevoerd.

Afbeelding 2.3: Grondroerende werkzaamheden i.v.m. vervanging pomp en leidingwerk (bron Facebook)

Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

4 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

2.5

Terreinverkenning

De terreinverkenning is uitgevoerd op 22 maart 2024 door de heer G.H. Klein Elhorst. Tijdens de terreinverkenning zijn er geen bijzonderheden en/of (aanwijzingen van voormalige) activiteiten waargenomen op basis waarvan de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem kan zijn beïnvloed. Wel bleek door de vele regen in de afgelopen periode dat het grasland zeer nat was. In bijlage 6 zijn enkele overzichtsfoto’s opgenomen.

2.6

Omgeving

Aan de noord- en oostkant grenst de locatie aan landbouwgrond. Aan de zuidkant ligt een openbare weg (Goorseweg) en de begraafplaats. Ten westen zijn een openbare weg (W. Göttelaan) en woonhuizen aanwezig. Er is geen reden om aan te nemen dat activiteiten in de nabijheid van de locatie hebben geleid tot bodemverontreiniging en daarmee tot aantasting van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie.

2.7

Beschikbare bodeminformatie

2.7.1

Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken

Op basis van beschikbaar gestelde informatie (zie bijlage 7) is bekend dat in de directe nabijheid in 2011 een bodemonderzoek is uitgevoerd (Verkennend bodemonderzoek W. Göttelaan te Markelo, Van der Poel, opdracht 2336.002, 19-10-2011). Hieruit bleek dat de bovengrond licht verontreinigd is met lood, PCB en PAK. De ondergrond bevat geen verhoogde gehalten. Het grondwater is niet onderzocht. Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bij Geofoxx bekend, in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd.

2.7.2

Gebiedsgericht bodembeleid

In het kader van het bodembeleid is voor het gebied een Nota bodembeheer en een bodemkwaliteitskaart opgesteld. In tabel 2.3 is een overzicht gegeven van de voor de locatie geldende klasseindeling uit de bodemkwaliteitskaart.

Tabel 2.3: Bodemkwaliteitskaart (standaardpakket en PFAS) Omschrijving Functiekaart: Ontgravingskaart: Toepassingskaart: PFAS:

Natuur/landbouw Bovengrond: AW2000 Bovengrond: AW2000 Vrij toepasbaar buiten grondwaterbeschermingsgebieden

Ondergrond: AW2000 Ondergrond: AW2000 Vrij toepasbaar

WKPB-registratie Uit de WKPB (Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen)-registratie (bron: PDOK) blijkt dat er geen publiekrechtelijke beperking zoals bedoeld in Aanvullingswet bodem op de Omgevingswet op de locatie aanwezig is.

Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

5 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

2.7.3

PFAS

In het handelingskader PFAS zijn toepassingsnormen opgenomen voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie. Bij de geplande werkzaamheden gaat grond vrijkomen. Volgens het handelingskader mag hergebruik van de grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, enkel plaatsvinden als de vrijkomende grond is onderzocht op PFAS. Dit geldt niet als de bodemkwaliteitskaart aangevuld is met PFAS. Bij onverdachte locaties geldt de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (binnen de reikwijdte van de kaart). De locatie is niet verdacht op het voorkomen van PFAS en er zijn geen verdachte deellocaties te benoemen. Zoals aangegeven in paragraaf 2.3 volgt uit de bodemkwaliteitskaart dat zowel de boven- als de ondergrond valt in de klasse Vrij toepasbaar (klasse Landbouw/natuur). Desondanks zijn overal in Nederland (licht) verhoogde gehaltes PFAS in de bodem aangetoond, waardoor het aantreffen van PFAS niet uitgesloten is. Vanwege atmosferische depositie is de (onverharde) bovengrond het meest verdacht op het voorkomen van PFAS. Daarnaast wordt in verband met de mogelijke vestiging van een brandweerkazerne onderzoek naar PFAS uitgevoerd om een referentieniveau (nulsituatie) voor deze parameter vast te leggen.

2.7.4

Asbest

Gezien het (historische) gebruik van de locatie is de locatie niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest. Er wordt geen (bijmenging met) asbestverdacht puin verwacht.

2.8

Bodemopbouw en geohydrologie

Afbeelding 2.4 en tabel 2.4 geven schematisch de globale geologische bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie, De afzettingen zijn van met toenemende diepte (van jong naar oud) weergegeven.

Figuur 2.4: Doorsnede regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket) Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

6 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

Tabel 2.4: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0-5

Formatie

Samenstelling

Boxtel

5 - 15

Drente

15 - 25

Urk

>25

Peize en Waalre

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei met weinig klei, fijn, midden en grof zand, een spoor grind en een kans op stenen, keien en blokken Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei met weinig klei, fijn, midden en grof zand, een spoor grind en een kans op stenen, keien en blokken Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Geohydrologische eenheid Deklaag en 1e watervoerend pakket Scheidende laag

Scheidende laag

Watervoerend pakket

De freatische grondwaterstand wordt verwacht op circa 1,5 à 2,0 m-mv. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. De grondwaterstroming in de deklaag vindt overwegend in verticale richting plaats (infiltratie). Op de locatie is geen sprake van kwel. De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal noordelijk gericht (bron: grondwatertools.nl). De grondwaterstroming kan echter lokaal worden beïnvloed door ‘ontwateringsmiddelen’ (sloten, drains, zandcunetten e.d.). Op basis hiervan en de aard van het onderzoek, wordt een verdere uitwerking van de regionale geohydrologische gegevens niet relevant geacht.

2.9

Conclusie vooronderzoek, hypothese en onderzoeksopzet

2.9.1

Conclusie en hypothese

Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is voldoende bodeminformatie van de onderzoekslocatie verkregen. De informatie is representatief en actueel. Op basis van zowel het bodemgebruik, -informatie als de –opbouw wordt verwacht dat de bodemkwaliteit (inclusief PFAS) voldoet aan de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. De onderzoekslocatie is eveneens onverdacht voor de aanwezigheid van asbest. Omdat de locatie zich in de gemeente Hof van Twente bevindt, wordt toch asbestonderzoek uitgevoerd.

2.9.2

Onderzoeksstrategie

Bodem Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is uit de NEN 57403 gekozen voor de onderzoeksstrategie voor een milieuhygiënisch onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). PFAS Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie voor PFAS wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een potentieel verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke kern van bodembelasting (NUL).

3

NEN 5740 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, oktober 2023) Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

7 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

In afwijking op deze strategie worden in aansluiting op de strategie van het verkennende bodemonderzoek in plaats van twee grondwatermonsters, één grondwatermonster geanalyseerd PFAS. De boringen worden gecombineerd met de werkzaamheden voor het verkennende bodemonderzoek conform de NEN 5740. Asbest Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is uit de NEN 57074 gekozen voor de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie. Doorlatendheid Vanwege de hoge grondwaterstanden is in afwijking van de offerte de infiltratiecapaciteit van de verzadigde zone bepaald in plaats van in de onverzadigde zone. Om deze te bepalen wordt de doorlatendheid van de verzadigde zone vastgesteld op twee locaties op een diepte van 2 à 2,5 m -mv. Eén van de metingen wordt uitgevoerd in de geplaatste peilbuis voor het verkennend onderzoek. De tweede meting wordt uitgevoerd in een los filter op het noordwestelijke terreindeel waar de wadi gepland is. De metingen zijn uitgevoerd met Constant flow-proeven. Hierbij wordt tijdens het constant verlagen van de grondwaterspiegel (op een bepaald peil), het daarvoor benodigde debiet gemeten. De doorlatendheid (k-waarden) worden berekend met behulp van een rekenmodel volgens de module C2510 uit de Leidraad Riolering (2011). Bij het plaatsen van deze boringen is van de vrijkomende grond een gedetailleerde boorbeschrijving gemaakt conform de NEN 5104.

Deze beschrijving geeft inzicht in de gelaagdheid en de samenstelling van de bodem en eventuele storende lagen.

Voor een overzicht van de werkzaamheden en analyses wordt verwezen naar paragraaf 3.2.

4

NEN 5707+C2:2017 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017) Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

8 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

3

Veld- en laboratoriumwerkzaamheden

3.1

Kwaliteit

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek" (kortweg: BRL SIKB 2000) en:  vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen);  vigerend protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters);  vigerend protocol 2018 (Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem). Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform het AS3000 kwaliteitssysteem door een onafhankelijk, door de Raad voor Accreditatie erkend, laboratorium. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de volgende geregistreerde veldmedewerkers:  de heer J. de Vries;  de heer G.H. Klein Elhorst;  de heer R. Slagter.

3.2

Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden

Het graven van de inspectiegaten (van 30x30x50 cm), het verrichten van de boringen, het plaatsen van de peilbuizen en de bemonstering van de grond heeft plaatsgevonden op 22 maart 2024. Het grondwater is bemonsterd op 2 april 2024. Tijdens het asbestonderzoek is het maaiveld, voor zover mogelijk, geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Opgemerkt wordt dat het maaiveld vrijwel geheel begroeid is met gras. Alle meetpunten zijn ingemeten met een GPS. De situering van de monsternamepunten is weergegeven in bijlage 1.2. De vrijgekomen grond uit de boringen is in het veld geclassificeerd (vaststellen bodemopbouw), beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen (bij asbestonderzoek na zeving op 20 mm zeef) en voor chemisch onderzoek bemonsterd. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Rekening houdend met de specifieke stofeigenschappen van PFAS is tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden gewerkt conform de Handreiking PFAS bemonsteren (Expertisecentrum PFAS, d.d. 25 juni 2020 met kenmerk: V1.0, 25-06-2020). Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de diepte van de grondwaterspiegel bepaald en zijn de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater vastgesteld.

Het uitgevoerde asbestonderzoek is alle dagen onder de volgende weersomstandigheden uitgevoerd: regenachtig weer, daglicht en helder weer (geen mist). De bodemvochtigheid in de grond was meer dan 10%. Bij peilbuis 10 was het niet mogelijk een infiltratie meting uit te voeren omdat bij de laagste stand van de pomp nog lucht in de slang werd getrokken. Bij het los geplaatste filter in boring 01test was het wel mogelijk de meting uit te voeren. Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

9 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de verrichte analyses.

Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (Deel)locatie

Gehele locatie

Veldwerk aantal 12x boring 2x boring 1x boring 1x peilbuis 16x gaten (0.3x0,3)1) 2x infiltratiemetingen, waarvan 1 in geplaatste peilbuis

diepte (m-mv) 0,5 2,0 4,0 2,4 0,5 2,0 à 2,5

Analyses aantal pakket 2x 2x 2x 1x 1x 2x -

STAP bovengrond2) STAP ondergrond PFAS grond3) STAPgw4) PFASgw asbest in grond5)

Toelichting tabel 3.1: 1 : gecombineerd met bodemonderzoek; 2 : standaardpakket grond: bepaling van percentages droge stof, organische stof en lutum, en analyse op barium, zware metalen (cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10), polychloorbifenylen (som-PCB) en minerale olie; 3 : PFAS grond: PerFluor-Alkyl Stoffen (o.a. PFOA en PFOS). Het analyse pakket is gebaseerd op de advieslijst van Bodemplus d.d. 12 juli 2019 en bestaat uit 30 PFAS-componenten. @@GenX is niet meegenomen in dit analysepakket; 4 : standaardpakket grondwater: analyse op barium, zware metalen (cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen) en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som-1,2dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, somdichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen (per) en bromoform); 5 : kwantitatieve analyse asbest in grond fijne fractie (<20mm) conform NEN5898+C1:2016;

Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

10 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

4

Resultaten onderzoek

4.1

Resultaten veldonderzoek

Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden voor asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Gezien de omstandigheden (begroeiing, gras) bleek een inspectie niet effectief. Dit heeft er toe geleid dat de onderzoekslocatie niet onderverdeeld kon worden in afzonderlijke (verdachte) deellocaties. Hierdoor zijn de gaten aselectief over de gehele onderzoekslocatie verdeeld. In de boorstaten (bijlage 2) wordt de bodemopbouw van het onderzochte terrein weergegeven. Hieruit blijkt dat de bodemopbouw sterk varieert en bestaat uit zowel zand als klei. Tot 3 à 4 m -mv zijn zowel boringen aanwezig waar alleen zand is waargenomen, maar er zijn ook boringen waar laagjes zand en klei elkaar afwisselen. Bij het zintuiglijk onderzoek zijn in de bovengrond van het noordelijke deel van de onderzoekslocatie bodemvreemde materialen aangetroffen in de vorm van baksteen, aardewerk of puin. Op één plaats is zintuiglijk een stukje asbestverdacht materiaal in de bodem aangetroffen. Voor de waargenomen afwijkingen wordt verwezen naar tabel 4.1 en bijlage 2.

Tabel 4.1: Zintuiglijk waargenomen afwijkingen Boring 02 11 12 G01 G02

Diepte boring (m -mv) 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50

G03 G04 G06 G07 G11

0,50 0,50 0,50 0,50 0,50

Traject (m -mv) 0,00 - 0,20 0,00 - 0,20 0,00 - 0,25 0,00 - 0,20 0,00 - 0,20 0,20 - 0,50 0,00 - 0,20 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,20

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

Zwak aardewerkhoudend Zwak aardewerkhoudend Zwak aardewerkhoudend Zwak asbestverdacht materiaal (1 stukje) Zwak aardewerk- en baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend 1 brokje baksteen 1 brokje baksteen Zwak puinhoudend Zwak aardewerkhoudend,

De resultaten van de metingen aan het grondwater zijn opgenomen in tabel 4.2.

Tabel 4.2: Meetgegevens grondwater Peilbuis

Filterdiepte Grondwaterstand (m -mv) (m -mv) 10 1,38 - 2,38 0,31 Toelichting tabel 4.2: pH = zuurgraad EGV = elektrisch geleidingsvermogen

pH (-) 7,0

EGV (µS/cm) 665

Troebelheid (NTU) 58,7

De natuurlijke troebelheid van grondwater ligt in de meeste gevallen tussen 0 – 10 NTU. In dit geval is de troebelheid groter dan 10 NTU. Indien dit consequenties heeft voor de resultaten dan wordt dit besproken bij de resultaten in hoofdstuk 5. Tijdens de grondwatermonstername bleek dat de peilbuis “slechtlopend” is en dat, zelfs bij de langzaamste stand van de pomp, sprake is van lucht in de bemonsteringsslang. Het gevolg van beluchting bij een dergelijke grondwatermonstername is dat er mogelijk sprake kan zijn van een onderschatting van vluchtige stoffen (vervluchtigen) en zware metalen (neerslaan). Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

11 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

Indien bovengenoemde punten consequenties hebben voor de resultaten dan wordt dit besproken bij de resultaten in hoofdstuk 5. Op basis van de verzamelde (veld)informatie heeft een selectie plaatsgevonden van de te analyseren grond- en grondwatermonsters. Een overzicht van de uitgevoerde analyses is weergegeven in tabel 4.3 (grond) en tabel 4.4 (grondwater).

Tabel 4.3: Monsterselectie en analyses grondmonsters AnalyseMonster MM01

Traject (m -mv) 0,00 - 0,25

Deelmonsters

Analyse-pakket

Motivatie

STAPgr en PFAS

Bovengrond (zand) met bijmenging van baksteen of aardewerk

STAPgr en PFAS

Bovengrond (zand) zonder bodemvreemde bijmenging

STAPgr

Bovengrond (klei) zonder bodemvreemde bijmenging

STAPgr

Ondergrond, niet humeus zand

STAPgr

Ondergrond, humeus zand

0,00 - 0,50

02 (0,00 - 0,20) 03 (0,00 - 0,20) 11 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,25) 01 (0,00 - 0,20) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,45) 10 (0,00 - 0,15) 13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,45) 16 (0,00 - 0,20) 17 (0,00 - 0,50) 01 (0,20 - 0,50) 11 (0,20 - 0,50) 12 (0,25 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 01 (0,95 - 1,30) 01 (1,50 - 2,00) 06 (0,90 - 1,40) 06 (1,50 - 2,00) 10 (0,90 - 1,10) 10 (1,10 - 1,60) 10 (1,60 - 2,00) 01 (1,30 - 1,50) 06 (0,50 - 0,80) 10 (0,40 - 0,90) 15 (0,50 - 1,00) 15 (1,00 - 1,50) Mm01 (0,00 - 0,50)1

MM02

0,00 - 0,50

MM03

0,00 - 0,50

MM04

0,90 - 2,00

MM05

0,40 - 1,50

Asbest_Mm01

Asbest in grond

Asbest_Mm02

0,00 - 0,50

Mm02 (0,00 - 0,50)2

Asbest in grond

G01-01

0,00 - 0,20

G01-Asbest-01 G01-MVM G01

Bovengrond (zand) met bijmenging van baksteen of aardewerk Bovengrond (zand) zonder bodemvreemde bijmenging Bovengrond met asbestverdacht materiaal

Asbest in grond, asbestmateriaal verzamelmonster 1 Asbest_Mm01 is in het veld samengesteld uit de betreffende laag van de gaten G02, G03, G09, G10, G11, G12, G13 2 Asbest_Mm02 is in het veld samengesteld van de betreffende laag van de gaten G04, G05, G06, G07, G08

Op het analysecertificaat van het asbestmonster G01 is het volgende opgemerkt: Na droging resteert minder dan de in NEN 5898 (hoofdstuk 5) aangegeven minimale monsterhoeveelheid. In het laboratorium is meer dan de in NEN 5898 voorgeschreven hoeveelheid van de zeeffracties 0,5 - 1 mm en 1 - 2 mm onderzocht om te bewerkstellen dat de vereiste bepalingsgrens van 2 mg/kg ds wordt gehaald. Op basis hiervan en omdat het droge gewicht slechts 1 g afwijkt, wordt verwacht dat deze afwijking geen consequenties heeft voor het analyseresultaat.

Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

12 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

Omdat overwegend sprake is van gedefinieerd puin (baksteen) en aardewerk en omdat slechts in de grond van één gat in de noordwestelijke hoek asbestverdacht materiaal is waargenomen, is de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie gehandhaafd en bestaan de mengmonsters uit meer dan vier deelmonsters.

Tabel 4.4: Monsterselectie en analyses grondwatermonsters Peilbuis

Monster

10

10-1-1

4.2

Filtertraject (in m-mv) 1,38 - 2,38

Analyse STAPgw, PFAS

Resultaten laboratoriumonderzoek

De chemische en asbestanalyses zijn uitgevoerd door het milieulaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. De analyseresultaten van de grond zijn getoetst5 aan de kwaliteitseisen zoals aangegeven in de Regeling Bodemkwaliteit ( (bijlage B, tabel 1). De analyseresultaten van het grondwater zijn getoetst aan de signaleringswaarden zoals aangegeven in bijlage Vd van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (zie bijlage 5). In het verkennend asbestonderzoek wordt het gehalte asbest getoetst aan de norm van 50 mg/kg ds. (interventiewaarde gedeeld door een factor 2). De analyseresultaten van de PFAS-analyses zijn getoetst aan het handelingskader (d.d. 13 december 2021). De detectiegrens gehanteerd voor deze stof door het milieulaboratorium is voor grond 0,1 µg/kg d.s. en voor grondwater 0,3 ng/l (0,0003 µg/l). In tabel 4.5 en tabel 4.6 is een samenvatting van de analyseresultaten van respectievelijk de grond- en grondwatermonsters opgenomen. In tabel 4.7 en 4.8 zijn de resultaten van respectievelijk het PFAS- en asbestonderzoek weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Een volledig overzicht van de toetsingsresultaten is opgenomen in bijlage 4.

Tabel 4.5: Toetsingsresultaten grond Analysemonster MM01 MM02 MM03 MM04 MM05

Traject (m -mv) 0,00 - 0,25 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,90 - 2,00 0,40 - 1,50

Toetsing kwaliteitsklasse

Klassebepalende parameter(s)

Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur

-

Tabel 4.6: Toetsingsresultaten grondwater Analysemonster 10-1-1

Filterdiepte (m -mv) 1,38 - 2,38

Overschrijding signaleringswaarde door Geen van de parameters

5

Disclaimer: De toetsingen zijn uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van de formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

13 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

Tabel 4.7: Resultaten PFAS Analysemonster

Traject (m -mv)

Gemeten Gemeten Overige PFAS Hergebruik (toetsing gehalte PFOA gehalte PFOS (µg/kg d.s.) Handelingskader)1) som (µg/kg som (µg/kg d.s.) d.s.) MM01 0,00 - 0,25 0,14 0,3 -Landbouw/natuur MM02 0,00 - 0,50 0,20 0,3 -Landbouw/natuur 1) Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau in µg/kg d.s; Landbouw/natuur: onder de toepassingswaarde voor klasse Landbouw/natuur (PFOS 1,4; PFOA 1,9; overig 1,4); Wonen/industrie: boven de toepassingswaarde voor klasse Landbouw/natuur (PFOS 1,4; PFOA 1,9; overig 1,4) en onder de toepassingswaarde voor klasse Wonen/Industrie (PFOS 3,0; PFOA 7,0; overig 3,0); Niet toepasbaar: boven de toepassingswaarde voor klasse Wonen/Industrie (PFOS 3,0; PFOA 7,0; overig 3,0).

Tabel 4.8: Resultaat asbestanalyses in grond (gewogen asbestconcentraties in mg/kg.ds) Mengmonster

Traject (m -mv)

Grove fractie> 20 mm

Fijne fractie <20 mm

Aantal2)

Soort 3)

Soort3)

Gehalte4)

Gehalte4)

Totaal gewogen gehalte4)

Overschrijding Norm5)

Asbest_Mm01 0,00 - 0,50 -1 <2 <2 NEE Asbest_Mm02 0,00 - 0,50 <2 <2 NEE G01-01 0,00 - 0,20 1 S 40,7 S 9,6 50,3 JA Toelichting tabel 4.9: 1) : niet aangetoond/niet geanalyseerd; 2) : aantal stukjes asbesthoudend materiaal die zintuiglijk zijn waargenomen en verzameld in een asbestverzamelmonster (zoals gerapporteerd door het laboratorium); 3) : het soort asbest dat is aangetroffen (A = amfibool asbest; S =serpentijnasbest); 4) : gewogen asbestconcentraties. De concentraties asbest is als volgt berekend: concentratie serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). De concentraties worden tevens gecorrigeerd aan de hand van het ontgraven volume en het percentage grove materialen (>20mm); 5) : overschrijding van 0,5 x de interventiewaarde (>50 mg/kg.ds.)?

Projectnummer

Datum

20240184/ADEK

mei 2024

14 / 19

Verkennend bodemonderzoek

Beoogde locatie toekomstige brandweerkazerne Markelo

5

Interpretatie resultaten

5.1

Analyseresultaten grond

Bij het zintuiglijk onderzoek zijn in de bovengrond van het noordelijke deel van de onderzoekslocatie bodemvreemde materialen aangetroffen in de vorm van baksteen, aardewerk of puin. Op één plaats is zintuiglijk een stukje asbestverdacht materiaal in de bodem aangetroffen. Zowel de boven- als de ondergrond van de mengmonsters voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. De bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie voldoet daarmee aan de aangegeven kwaliteitsklasse op de bodemkwaliteitskaart. De gemeten gehalten aan PFAS zijn licht verhoogd ten opzichte van de detectiegrens (0,3 µg/kg d.s. PFOS). In het grondmonster waarin visueel asbestverdacht materiaal is waargenomen, is omgerekend een totaal gewogen gehalte van 50,3 mg/kg d.s. aanwezig. Het materiaal (board) is zowel in de grove als in de fijne fractie aanwezig en bestaat uit niet-hechtgebonden serpentijn (chrysotiel). In de geanalyseerde grondmengmonsters met en zonder bijmengingen van puin, aardewerk of baksteen is geen asbest aangetoond. Op basis hiervan wordt verwacht dat het verhoogde gehalte asbest gerelateerd is aan het asbesthoudende materiaal en niet aan bodemvreemde bijmengingen als puin. Het grootste deel van het berekende totale gehalte is gemeten in de fijne fractie (< 20 mm, grond).

5.2

Analyseresultaten grondwater

In het grondwater is geen van de geanalyseerde parameters aangetoond in een concentratie boven de signaleringswaarde. Alleen de concentraties aan barium en zink zijn licht verhoogd ten opzichte van de detectiegrens. De concentraties van de overige parameters uit het standaardpakket en van PFAS zijn lager dan de detectiegrenzen. De verhoogde concentraties in het grondwater zware metalen zijn vermoedelijk van natuurlijke oorsprong (verhoogde achtergrondconcentratie). Naar verwachting heeft de verhoogd gemeten troebelheid geen consequenties voor de verkregen resultaten.

5.3

Toetsing onderzoekshypothese en noodzaak nader onderzoek

Op basis van de analyseresultaten voor grond en grondwater kan de hypothese dat de grond voldoet aan de eisen van de klasse Landbouw/natuur, worden aangenomen. Met betrekking tot asbest dient de op voorhand gestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ formeel te worden verworpen. Het gewogen gehalte asbest overschrijdt in zeer lichte mate de grens waarbij formeel een nader onderzoek nodig is om uitsluitsel te verkrijgen of er een verontreiniging met asbest aanwezig is (50 mg/kg ds). Door de gemeente Hof van Twente is aangegeven dat er geen noodzaak bestaat voor het uitvoeren van nader onderzoek, maar dat tijdens uitvoering van werkzaamheden men alert dient te zijn op het aantreffen van asbest in de bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4180/documents/59238