CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 02 - Ruimtelijke onderbouwing ETFAL brandweerkazerne Markelo.pdf

Gemeenteraad 25 november 2025, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 12: De bouw van een nieuwe brandweerkazerne in Markelo27.415 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke motivering Brandweerkazerne Markelo Omgevingsvergunning 'Afwijken van regels in het omgevingsplan'

datum projectnummer

27 augustus 2025 250313

Rapport

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Burgemeester van der Borchstraat 2, 7451 CH Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl

Ruimtelijke motivering Brandweerkazerne Markelo project projectnummer projectleider

opdrachtgever adres

contactpersoon

status versie auteur gecontroleerd

BOPA Brandweerkazerne Markelo 250313 Wouter Lammers Gemeente Hof van Twente Postbus 54 7470 AB GOOR Vincent Achtereekte Definitief 2.0 Judith Paus, Wouter Lammers Wouter Lammers

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Inleiding Aanleiding Plangebied Het omgevingsplan Strijdigheden Procedure Leeswijzer

1 1 1 2 3 3 3

2 2.1 2.2

Beschrijving bestaande en beoogde situatie Bestaande situatie Beoogde situatie

4 4 5

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 9 12 15

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Aspecten fysieke leefomgeving Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bodem Geluid Omgevingsveiligheid Activiteiten en milieuzonering Luchtkwaliteit Ecologie Water Parkeren en verkeer Mer-beoordeling Duurzaamheid Gezondheid

18 18 18 19 20 21 22 23 23 26 28 29 29 30

5 5.1 5.2

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

32 32 32

6

Conclusie

33

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Akoestisch onderzoek Stikstof onderzoek Verkennend natuuronderzoek Watertoets Aanmeldnotitie mer-beoordeling

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Goorseweg te Markelo zijn plannen om een nieuwe brandweerkazerne te realiseren. De nieuwe brandweerkazerne vervangt daarmee de huidige brandweerkazerne aan de Schoolstraat 13 te Markelo. De huidige brandweerkazerne voldoet niet meer aan de huidige eisen, derhalve is de gemeente Hof van Twente samen met Brandweer Twente, op zoek gegaan naar mogelijke locaties voor een nieuwe brandweerkazerne. De locatie aan de Goorseweg is als voorkeurlocatie naar voren gekomen. Het beoogde plan is in strijd met het geldende omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. Daarom wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit ‘afwijken van regels in het omgevingsplan’. Het betreft een zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Bij de aanvraag voor deze omgevingsvergunning dient een ruimtelijke motivering te worden gevoegd. In deze ruimtelijke motivering dient aangetoond te worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat voldaan kan worden aan beleid en wet- en regelgeving. Dit document betreft de ruimtelijke motivering. 1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen op de gronden ten noorden van de Goorseweg in Markelo, net ten oosten van de kern. Het plangebied is kadastraal onderdeel van perceel Gemeente Markelo, sectie I, perceelnummer 4808.

In figuur 1 is de situering van het plangebied binnen de directe omgeving weergegeven.

Figuur 1: Topografische weergave plangebied.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 1/42

1.3 Het omgevingsplan In het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente zijn regels opgenomen over welke functies en activiteiten waar mogen plaatsvinden. Op dit moment betreffen deze regels vooral nog bestemmingsplannen en de zogenaamde bruidsschat. Het plangebied valt volgens het omgevingsplan grotendeels binnen het bestemmingsplan ‘Markelo’ en voor een gedeelte in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hof van Twente’. Het bestemmingsplan ‘Markelo’, vastgesteld op 10 mei 2023, is een integrale herziening van de bestemmingsplannen ‘Markelo-Oost’ en ‘Markelo-West’ respectievelijk daterend uit 2008 en 2013. De plankaart van het bestemmingsplan ‘Markelo’ en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hof van Twente’ is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2: Plangebied binnen bestemmingsplan 'Markelo' en bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente'.

Op grond van de vigerende bestemmingsplannen kent het plangebied de volgende bestemmingen en aanduidingen: • Bestemming ‘Sport’. Deze gronden zijn bestemd voor sport- en spelvoorzieningen, met o.a. daarbij behorende horeca-, groen-, water-, openbare nuts- en parkeervoorzieningen. • Bestemming ‘Groen’. Deze gronden zijn met name bestemd voor groenvoorzieningen, met o.a. daarbij behorende water, openbare nuts- en parkeervoorzieningen. Ondergeschikt zijn ook toegangspaden en inritten naar omliggende bestemmingen toegestaan. • Bestemming ‘Verkeer’. Deze gronden zijn bestemd voor wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie voornamelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 2/42

•

•

Dubbelbestemming ‘Leiding – Water’. Deze gronden zijn, behalve voor andere voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van een ondergrondse hoofdwatertransportleiding en het beheer daarvan. Op deze gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning diverse werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren. Een omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder. De regels staan beschreven in artikel 34.4 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hof van Twente’. Deze dubbelbestemming betreft geen strijdigheid met de beoogde gebruiks- en bouwregels. De regels uit artikel 34 in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hof van Twente’ dienen in acht te worden genomen bij het vervolg. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 3’. Hier zal nader op worden ingegaan in paragraaf 4.2.

1.4 Strijdigheden Het beoogde plan past niet binnen de geldende gebruiks- en bouwregels van het omgevingsplan en in het bijzonder die van de bestemmingsplan ‘Markelo’. Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming ‘Sport’ en ‘Groen’ (artikel 10 en 14 uit het bestemmingsplan ‘Markelo’). Daarin zijn geen gebruiksmogelijkheden aangewezen voor een brandweerkazerne. Het plan is daarom in strijd met de geldende gebruiksregels. Daarnaast is het plan in strijd met de bouwregels. Gebouwen dienen te worden gebouwd binnen het bouwvlak. In het bestemmingsplan ‘Markelo’ is binnen het plangebied momenteel geen bouwvlak aangewezen. De realisatie van een gebouw is daardoor niet mogelijk. In het bestemmingsplan zijn geen afwijkingsmogelijkheden opgenomen die de realisatie van een brandweerkazerne mogelijk maakt. 1.5 Procedure Sinds de invoering van de Omgevingswet kunnen procedures voor plannen zoals deze gefaseerd plaatsvinden. De volgende fasen kunnen separaat worden doorlopen: 1. Het planologisch basisbesluit. Hierbij gaat het om de beoordeling over het afwijken van regels in het omgevingsplan, bijvoorbeeld in verband met functiewijziging of afwijkende maatvoering van bebouwing. 2. De ruimtelijke bouwactiviteit, ook wel de omgevingsplanactiviteit bouwwerken.

Hierbij gaat het om de beoordeling aan de ruimtelijke bouwregels van het omgevingsplan (of het planologisch basisbesluit), welstand en bodemkwaliteit. 3. De technische bouwactiviteit: de technische beoordeling van de kwaliteit van een bouwwerk. Ten behoeve van dit plan wordt fase 1 en fase 2 tegelijkertijd doorlopen. Deze aanvraag wordt gedaan in de vorm van een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘afwijken van regels in het omgevingsplan’. 1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en beoogde situatie. De relevante beleidskaders van alle betrokken beleidsniveaus worden beschreven in hoofdstuk 3. De beoordeling of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties komt aan bod in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt dieper ingegaan op de achtergronden van de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 6 is tot slot een conclusie uitgewerkt.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 3/42

2

Beschrijving bestaande en beoogde situatie

2.1 Bestaande situatie In figuur 3 en figuur 4 is de huidige situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een weiland. Op dit moment betreft het plangebied een weiland. De locatie is in de zomermaanden in gebruik als grasland. In de winter staat het grasland onder water dat bij vorst bevriest en gebruikt wordt als natuurlijke ijsbaan. Ten zuiden van het plangebied grenst het plangebied aan de Goorseweg (N753). Ten westen van het plangebied bevindt zich de W. Göttelaan, waar woningen aanwezig zijn. Aan de noord- en oostzijde van het plangebied zijn agrarische gronden te vinden. Rondom het plangebied zijn bomen aanwezig. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een clubhuis van de ijsbaan. Daarnaast is ten noorden van het plangebied een hoogspanningsmast te vinden.

Figuur 3: Luchtfoto plangebied.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 4/42

Figuur 4: Huidige situatie plangebied vanuit de W. Göttelaan.

2.2 Beoogde situatie De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een nieuwe brandweerkazerne. De toekomstige brandweerkazerne biedt meer ruimte voor oefeningen zowel op een oefenplaats buiten als in een instructielokaal in de kazerne. In figuur 5 is een plattegrond van het gebouw weergegeven. Hierin is te zien dat er een grote ruimte gereserveerd is voor het opstallen van de voertuigen. Daarnaast zijn er ook ruimtes gereserveerd voor een kantine, kantoor, kleedruimte en opslagruimtes. In figuur 6 is een situatieschets van de beoogde situatie weergegeven. Op het terrein is daarnaast ruimte gemaakt voor parkeerplaatsen. Het plangebied zal omringt worden door hekwerk en een groene haag. De oprit van de brandweerkazerne zal aansluiten op de Goorseweg. Aan de noordzijde van het plangebied wordt een servicepad gerealiseerd richting de zendmast. Deze zal tevens dienen als fietspad richting de brandweerkazerne. In figuur 7, figuur 8 en figuur 9 zijn impressies van de toekomstige situatie weergegeven.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 5/42

Figuur 5: Plattegrond van de brandweerkazerne.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 6/42

Figuur 6: Situatieschets van de beoogde situatie.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 7/42

Figuur 7: 3d schets van de beoogde situatie.

Figuur 8: 3d schets van de beoogde situatie.

Figuur 9: 3d schets van de beoogde situatie.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 8/42

3

Beleidskader

3.1 Inleiding Beoordeeld dient te worden of de beoogde plannen aansluiten bij huidig rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat en wordt getoetst of de onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid. 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking.

Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.

Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Beoordeling In principe overstijgt het beleidsniveau van de NOVI kleine ontwikkelingen zoals hier voorliggend. De ontwikkeling van de brandweerkazerne draagt bij aan de prioriteiten die voor Nederland zijn geformuleerd, met name prioriteit drie. De Nationale Omgevingsvisie staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 9/42

3.2.2 NOVEX Toetsingskader De NOVEX beschrijft dat het land robuust en duurzaam inrichten een uitdagende puzzel is. Dat betekent dat er nu verstandige en voor de toekomst houdbare plannen moeten worden gemaakt. Zodat er voldoende duurzame, betaalbare en bereikbare woningen zullen zijn, plus schone energie en een gezonde natuur. Dat vraagt keuzes, slimme combinaties en innovaties, want ons land wordt niet groter. Niet alles kan overal. In het programma NOVEX werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn wat de ruimtevragers zijn, wat er ruimtelijk moet worden ingepast. Zowel nationaal als regionaal. De nationale doelen en belangen zijn samengebracht in een startpakket. Dit startpakket vormt de basis voor het leggen van de ruimtelijke puzzel per provincie. De twaalf provincies gaan nu aan de slag om - met de waterschappen en gemeenten - de nationale opgaven en doelen ruimtelijk te vertalen, te combineren en in te passen in de provinciale plannen. Want pas regionaal wordt duidelijk waar de kansen liggen en waar het knelt. Beoordeling De NOVEX laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Wel is gesteld dat ontwikkelingen geen negatief effect mogen hebben op de samenhangende opgaven rondom bodem, water en natuur. In hoofdstuk 4 worden de effecten van de ontwikkeling op deze aspecten behandeld.

3.2.3 Instructieregels Rijk (amvB’s) Toetsingskader Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een wijziging van het Omgevingsplan de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat deze wijziging van het Omgevingsplan geweigerd wordt als: A. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; B. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); C. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. Beoordeling In hoofdstuk 4 van deze BOPA wordt nader ingegaan op de verschillende milieuplanologische thema’s. Per thema wordt waar nodig ook aangetoond op welke wijze de ontwikkeling passend is binnen instructieregels zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van het BKL. Uit de beoordeling van de thema’s in hoofdstuk 4 blijkt dat de activiteit passend is binnen de instructieregels van het Rijk.

3.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Toetsingskader Hoofdstuk 5, afdeling 1, paragraaf 5 van het Bkl bevat bepalingen voor het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g van het Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan of het doorlopen van een BOPA-procedure voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 10/42

Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand): 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4.

Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Aangezien er ter plekke van het plangebied een functiewijziging benodigd is en er bebouwing wordt gerealiseerd, is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. Een nuance hierbij is wel dat het om een verplaatsing van de brandweerkazerne gaat binnen een dorp, derhalve neemt de hoeveelheid aan functies niet toe. Is de ontwikkeling gelegen binnen of buiten bestaand stedelijk gebied? Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijke gebied geldt een verzwaarde motiveringsplicht. Dorpen worden in deze context als stedelijk gebied beschouwd. Sportbestemmingen grenzend aan woongebied worden volgens jurisprudentie ook als onderdeel van bestaand stedelijk gebied beschouwd. De ontwikkeling valt grotendeels binnen de bestemming ‘Sport’ en maakt daarmee dus onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied van Markelo.

Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. De huidige brandweerkazerne is verouderd en voldoet niet meer aan alle eisen. De Brandweer Twente heeft behoefte aan een nieuwe brandweerkazerne die wel voldoet aan alle eisen. Tevens is het van belang dat de paraatheid van de brandweer in Twente gegarandeerd kan blijven. Het huidige netwerk van 29 brandweerkazernes is noodzakelijk voor deze borging van de paraatheid, het voldoen aan de wettelijke maximale opkomsttijd en voor voldoende capaciteit bij opschaling en restdekking bij grote incidenten. Geconcludeerd wordt dan ook dat voorliggend plan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied voorziet in een behoefte en daarmee voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijk.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 11/42

3.3 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het beleid dat in dit geval van toepassing is de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. Op 8 november 2023 is de ‘Geconsolideerde Omgevingsvisie vanaf 2017’ vastgesteld. De huidige ‘Omgevingsverordening Overijssel’ is in werking getreden op 1 mei 2025. 3.3.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); • versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel.

Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid 3.3.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.

Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.3.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 12/42

waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Figuur 10: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Of – generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes vastgelegd. Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de visie op de toekomst van Overijssel onderscheiden we zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag.

Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 13/42

zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk wordt gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. 3.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Of – Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikelen uit afdeling 4.2, de ‘Overijsselse Ladder voor duurzame verstedelijking’ van belang. In die artikelen wordt gesteld dat in omgevingsplannen alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen worden mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Dit houdt in dat stedelijke opgaven zoveel mogelijk geconcentreerd moeten worden in stedelijke netwerken. Daar mag voor de (boven)regionale behoefte gebouwd worden. In paragraaf 3.2.4 is ingegaan op deze aspecten.

Daaruit blijkt dat voorliggend plan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied voorziet in een behoefte en daarmee voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Waar – Ontwikkelingsperspectieven In dit geval is het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ van toepassing. Dit ontwikkelingsperspectief kent de ambitie om voort te bouwen op de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen. In harmonie moeten de verschillende functies in het buitengebied ontwikkeld worden. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. De Brandweer Twente heeft behoefte aan een nieuwe brandweerkazerne die voldoet aan de huidige eisen voor brandweerkazernes. De bestaande brandweerkazerne voldoet niet meer.

De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de veiligheid van de bewoners van Markelo en omstreken. Het behouden van deze maandschappelijke overheidsdienst in Markelo is derhalve ook in het belang van de lokale gemeenschap. In het plan is rekening gehouden met klimaatverandering door voldoende waterbergingsvoorzieningen te realiseren, hier is nader op ingegaan in paragraaf 4.9. De landschappelijke structuur van het landschap wordt niet aangetast. Het behouden van de landschappelijke structuur en de landschappelijke inpassing van de brandweerkazerne zorgen ervoor dat de kenmerken van het landschap niet aangetast worden. Geconcludeerd kan worden dat het plan aansluit op het ontwikkelperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. Hoe – Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied kent de volgende gebiedskenmerken waarbij steeds de ambitie van die laag is omschreven: • Natuurlijke laag: Stuwwallen. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 14/42

•

•

•

bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen. Het oude hoevenlandschap is in principe geschikt voor het plaatsen van kleine clusters windturbines, met uitzondering van de essen en flanken die slecht geschikt zijn voor het plaatsen van windturbines. De clusters staan op voldoende afstand van elkaar. Stedelijke laag: verspreide bebouwing & informele trage netwerken: Er zijn twee stedelijke lagen van toepassing op het plangebied. Voor de laag ‘verspreide bebouwing’ is ‘Levende erven’ een ambitie. De erven die vrijkomen worden steeds groter, met zoveel bebouwing en opstallen dat ze voor individuele burgers vaak te groot zullen zijn. Sloop van de stallen is in bepaalde situaties een optie, maar soms worden de erven hierdoor zo klein dat ze als het ware verdampen.

Deze robuuste erfensembles kunnen door het bieden van ruimte voor extra (vervangende) bebouwing een alternatief bieden voor - een deel van - de woningbouw en bedrijvenopgave elders, mits dit bijdraagt aan de lokale / regionale sociaaleconomische ontwikkeling. Voor de laag ‘informele trage netwerken’ is het de ambitie om een verschuiving te creëren in het verplaatsingsgedrag van auto naar fiets. Opheffen van de discontinuïteiten in het padennetwerk. Een schaalniveau hoger: het fiets- en wandelpaden netwerk wordt op niveau van de regio geïntegreerd tot een compleet systeem onder andere door de aanleg van fietssnelwegen. Laag van de beleving: niet van toepassing

Ontwikkelingen die plaatsvinden in stuwwallen moeten bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Uit de hoogtekaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland blijkt dat er niet veel hoogteverschil is in het plangebied. De gronden ten westen en ten zuiden van het plangebied liggen wel enkele meters hoger. Aangezien de locatie van de beoogde ontwikkeling grenst aan de bebouwing van Markelo en valt binnen het stedelijke gebied zal het karakter van de stuwwal niet beperkt worden. De structuur van het oude hoevenlandschap blijft grotendeels ongewijzigd. Ook wordt er een haag geplaatst rondom de brandweerkazerne. Deze haag dient als erf- en landschapsbeplanting en zorgt voor de instandhouding van de kenmerkende structuur van het oude hoevenlandschap. Voor wat betreft de stedelijke laag ‘verspreide bebouwing’ en ‘informele trage netwerken’ kan gesteld worden dat de genoemde ambities niet direct relevant zijn voor het plangebied. Conclusie provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030 Doel van de toekomstvisie is het schetsen van de grote lijnen: wat kenmerkt de gemeente Hof van Twente nu en straks. Maar de visie geeft ook een mogelijk toekomstperspectief specifiek voor de gemeente, met vernieuwende ideeën en kansrijke oplossingsrichtingen. Een perspectief dat beoogt te boeien, te inspireren

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 15/42

en richtinggevend te zijn bij het maken van keuzes. Alle kernen en buurtschappen hebben hun eigen sterke en zwakke punten. In 2030 wordt het onderscheid tussen de verschillende delen gerespecteerd en krijgt het de ruimte. In die verscheidenheid schuilt de kracht van Hof van Twente. Vanzelfsprekend houden kernen uiteenlopende functies, maar door bewust accenten te leggen kan iedere kern werken aan een herkenbaar profiel van de eigen sterke punten en zich hiermee profileren. Voor Markelo wordt gedacht aan het profiel van ‘toerisme’. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeelden 10 is voornamelijk van belang. Streefbeeld: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld. Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit.

Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap. Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. Toetsing De locatie van de kazerne ligt aan de rand van de kern Markelo. Het is daarom van belang dat het ontwerp aansluit bij de overgang van stedelijk gebied naar landelijk gebied. De landschappelijke structuur van de locatie blijft grotendeels behouden. De toekomstige locatie wordt landschappelijk ingepast met een groene haag. Volgens bovengenoemde streefbeeld is het essentieel om de unieke landschappelijke kwaliteit van de gemeente Hof van Twente te behouden.

De ontwikkeling respecteert deze landschappelijke kwaliteit en zorgt voor de instandhouding daarvan. 3.4.2 (concept) Omgevingsvisie Hof van Twente De gemeente Hof van Twente is momenteel bezig met het opstellen van de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie beschrijft de kaders voor toekomstige besluiten over de leefomgeving. Het gaat over wonen, werken, welzijn en noaberschap. Op dit moment is de gemeente bezig met het verwerken van de reacties op de concept visie. Omdat in de nabije toekomst deze Omgevingsvisie de nieuwe kaders gaat vormen voor de toekomstige besluiten, wordt deze in onderhavige ruimtelijke onderbouwing beschreven. In de (concept) omgevingsvisie van Hof van Twente is er onderscheid gemaakt in vier thema’s. Het gaat om de volgende vier thema’s: • Herkenbaar Hof van Twente: dit thema gaat onder andere over het landschap en de identiteit van Hof van Twente. • Leefbaar Hof van Twente: dit thema gaat over de leefbaarheid van Hof van Twente in brede zin, bijvoorbeeld over wonen, bewegen, sporten, luchtkwaliteit en mobiliteit.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 16/42

• •

Duurzaam Hof van Twente: dit thema gaat over de verduurzaming van Hof van Twente en over klimaatadaptie en biodiversiteit. Ondernemend Hof van Twente: dit thema gaat over allerlei soorten van ondernemen in Hof van Twente, zoals agrarische bedrijvigheid, MKB en horeca.

In de omgevingsvisie wordt specifiek aandacht besteedt aan de diverse kernen binnen de gemeente. Specifiek voor de kern Markelo is aangegeven dat er moet worden ingezet op: • Het bouwen van woningen; • Het versterken van het centrum; • Het behouden en versterken van een groene en recreatieve omgeving; • Het verduurzamen van woningen en bedrijven; • Het bieden van ruimte voor lokaalgebonden bedrijven; • Het onderzoeken van de mogelijkheden van een nieuwe MFA; • Het verplaatsen van het grootschalig bedrijf ABZ uit het dorpshart; • Het bieden van ruimte voor lokaalgebonden bedrijven. Beoordeling De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de algehele veiligheid van de inwoners van Markelo en omgeving. De beoogde locatie van de brandweerkazerne is reeds opgenomen in de kaart met keuzes voor de toekomst voor Markelo. Deze kaart is opgenomen in de omgevingsvisie van de gemeente Hof van Twente. In onderstaande afbeelding is het teken van de brandweer weergegeven op de beoogde ontwikkellocatie. Hieruit wordt duidelijk dat er al is rekening gehouden met de beoogde ontwikkeling ten tijde van het opstellen van deze (concept) omgevingsvisie. Geconcludeerd kan worden dat het voornemen in overeenstemming is met de toekomstige omgevingsvisie.

Figuur 11: Keuzes voor de toekomst voor Markelo.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 17/42

4

Aspecten fysieke leefomgeving

4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten van de fysieke leefomgeving zoals deze relevant zijn voor het plan dat voorligt. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen. 4.2 Archeologie en cultuurhistorie De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Situatie plangebied Op 15 december 2009 is het gemeentelijke archeologiebeleid in werking getreden. Op basis van de archeologische verwachtingen- en beleidsadvieskaart van de gemeente Hof van Twente blijkt dat voor het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. Bij een lage archeologische verwachting geldt dat bij bodemverstoring van 10 hectare en dieper dan 40 cm archeologisch onderzoek nodig is. De beoogde ontwikkeling is kleiner dan 10 hectare, waardoor archeologisch onderzoek niet benodigd is.

Een klein gedeelte van het plangebied valt onder het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hof van Twente’ en voor dit gedeelte geldt de bestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 3’. Archeologisch onderzoek is benodigd wanneer grondbewerkingen dieper zijn dan 0,40 m vanaf maaiveld of het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 10 ha. De ontwikkeling overschrijdt deze criteria niet waardoor archeologisch onderzoek niet benodigd is. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel blijkt dat de Goorseweg historische infrastructruur betreft, met de waarde ‘hoog’. Er vindt geen aantasting plaats aan de Goorseweg. De cultuurhistorische waarden worden daarom niet aangetast. In het plangebied zijn verder geen cultuurhistorische waarden of elementen aanwezig die aangetast kunnen worden door de voorliggende plannen. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de realisatie van voorgenomen ontwikkeling.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 18/42

4.3 Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage V van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde.

Situatie plangebied Door Geofoxx is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd in mei 2024. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1. De doelstellingen van het onderzoek zijn als volgt: • verkennend bodemonderzoek: voldoende bodeminformatie over de bodemkwaliteit te verkrijgen; • nulsituatie-onderzoek PFAS: het verkrijgen van een toetsingsgrondslag met het oog op mogelijke belasting van de bodem voorvloeiende uit bodembedreigende milieubelastende activiteiten vanwege de eventueel toekomstige brandweerkazerne; • verkennend asbestonderzoek: vaststellen of de verdenking voor de parameter asbest terecht is en wat (indicatief) het gewogen gehalte aan asbest in de grond is; • infiltratie-onderzoek: het vaststellen van de doorlatendheid van de bodem vanwege de geplande aanleg van een wadi. Met uitzondering van de noordwestelijke hoek is de locatie vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt voor het voorgenomen gebruik/functie en de voorgenomen activiteit. Het referentiekader (nulsituatie) met betrekking tot PFAS is voor zowel de grond als het grondwater afdoende vastgelegd. In de noordwestelijke hoek is het gemeten (indicatief) gewogen asbestgehalte (50,3 mg/kg ds) vrijwel gelijk aan de halve interventiewaarde (50 mg/kg ds).

Het gewogen gehalte asbest overschrijdt daarmee in zeer lichte mate de grens waarbij formeel een nader onderzoek nodig is om uitsluitsel te verkrijgen of er een verontreiniging met asbest aanwezig is. Door de gemeente Hof van Twente is aangegeven dat er geen noodzaak bestaat voor het uitvoeren van nader onderzoek, maar dat tijdens uitvoering van werkzaamheden men alert dient te zijn op het aantreffen van asbest in de bodem. Voor een goede werking en infiltratie middels een wadi wordt een doorlatendheid van minimaal 0,4 m/dag aangeraden. Bij de gemeten doorlatendheid (circa 0,3 m/dag) is infiltratie van hemelwater via een wadi niet goed mogelijk, hetgeen betekent dat eventuele storende lagen doorbroken dienen te worden. Het aspect water wordt in paragraaf 4.9 nader behandeld.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 19/42

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. 4.4 Geluid Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Situatie plangebied Het project voorziet niet in de realisatie van een geluidgevoelig gebouw. Derhalve is het niet noodzakelijk om een onderzoek naar geluidsbronnen in de omgeving uit te voeren. Een brandweerkazerne is echter een activiteit die geluid veroorzaakt waardoor mogelijk sprake is van milieuhinder voor geluidgevoelige gebouwen in de omgeving van het plangebied. Aveco de Bondt heeft op 19 mei 2025 een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect geluid ten behoeve van het realiseren van een nieuwe brandweerkazerne. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 2 van deze onderbouwing. Doel van het onderzoek is het inzichtelijk maken van de optredende geluidniveaus voor de verschillende bedrijfssituaties van de brandweerkazerne bij de woningen van derden en te toetsen aan omgevingsplanregels die zijn opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (Bruidsschat omgevingsplan).

Er is voor de brandweerkazerne sprake van een representatieve bedrijfsvoering (de reguliere bedrijfsvoering), een afwijkende bedrijfssituatie tijdens uitruk en een incidentele bedrijfsvoering (oefenavond, minder dan 12x per jaar). Resultaten akoestisch onderzoek Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat: • In de representatieve bedrijfssituatie (RBS) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau in de dagperiode niet is voldaan aan de toetswaarden uit het omgevingsplan. De motorkettingzaag is de maatgevende geluidbron. • In de afwijkende bedrijfssituatie (ABS) het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau in de dag-, avond- en nachtperiode hoger zijn dan de toetswaarden uit het omgevingsplan. • In de incidentele bedrijfssituatie (IBS) het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau in de avondperiode hoger zijn dan de toetswaarden uit het omgevingsplan. De motorkettingzaag is de maatgevende geluidbron. Het treffen van bronmaatregen aan de motorkettingzaag is niet mogelijk, vanwege de benodigde prestaties. Uit de resultaten blijkt dat met een geluidscherm van 2,5 meter hoog aan de westzijde van het buitenterrein is voldaan aan de toetswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidniveau in de dagperiode.

Overwogen kan worden om een geluidscherm van 3 meter hoog aan te leggen waarmee een aanvullende significante reductie (tot ten hoogste 7 dB(A)) kan worden gerealiseerd. Geluidbeperkende maatregelen Indien een geluidsscherm gerealiseerd wordt, doet zich de volgende situatie voor: • Is in de RBS voldaan aan de toetswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidniveau in de dagperiode; • Is in de ABS voldaan aan de toetswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dag-, avond- en nachtperiode, waarbij sprake is uitrukken van de brandweer. Het optredende maximale geluidniveau door de sirene in de ABS is onvermijdelijk en verplicht conform het RVV 1990. Op grond van

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 20/42

•

artikel 22.70 van het omgevingsplan is deze afwijkende incidentele bedrijfssituatie uitgezonderd van beoordeling. Het geluid van de akoestische signalen is als aanvaardbaar beoordeeld op basis van de volgende redenen: − Met de locatie van de brandweerkazerne is rekening gehouden dat de uitrit direct aansluitend op de Goorseweg; − Het gebruik van akoestische signalen is uitsluitend in uitruksituaties; − Uit onderzoek blijkt dat burgers over het algemeen niet veel hinder ervaren voor de sirene in de nacht. Zijn in de IBS het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (ten hoogste 58 dB(A)) en het maximale geluidniveau (ten hoogste 73 dB(A)) hoger dan de toetswaarden van respectievelijk 45 dB(A) en 65 dB(A) in de avondperiode. Het advies is voor de IBS meer geluid toe te staan met een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 5.66, lid 5 Bkl.

Op voorhand is duidelijk dat geen sprake is van significant indirecte effecten als gevolg van het extra verkeer van de brandweerkazerne. Conclusie Uit onderzoek is gebleken dat niet wordt voldaan aan de toetswaarden uit het omgevingsplan. Geluidbeperkende maatregelen zijn benodigd om een goed woon- en leefklimaat voor omliggende woningen te kunnen waarborgen. Uit de resultaten blijkt dat met een geluidscherm van 2,5 meter hoog aan de westzijde van het buitenterrein is voldaan aan de toetswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidniveau in de dagperiode. In de incidentele bedrijfssituatie is in de avondperiode sprake van een geluidsniveau dat hoger is dan de toetswaarden. Geadviseerd wordt om meer geluid toe te staan met een maatwerkvoorschrift. De bovengenoemde maatregelen moeten bij de verdere uitwerking in acht worden genomen. Voor het toepassen van een maatwerkvoorschrift dient het bevoegd gezag haar oordeel te vormen. Indien deze maatregelen getroffen worden vormt het aspect ‘geluid’, in het kader van EFTAL, geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.5 Omgevingsveiligheid De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent omgevingsveiligheid zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving.

De regels zijn van toepassing op het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor de volgende type activiteiten die een externe veiligheidsrisico kunnen veroorzaken bevat het Besluit kwaliteit leefomgeving regels: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven • Transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor (basisnet) • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen • Windturbines Conform dergelijke risicobronnen zijn aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken aangewezen. Binnen deze aandachtsgebieden kan de gemeente een voorschriftengebied aanwijzen voor (zeer) kwetsbare gebouwen of locaties, om rekening te houden met de kans op het overlijden van een groep van 10 of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit, het zogeheten groepsrisico.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 21/42

Situatie plangebied In de toekomstige brandweerkazerne wordt een kantoorfunctie en een instructielokaal gerealiseerd. Kantooren bijeenkomstfuncties worden aangemerkt als een (beperkt) kwetsbare gebouwen in het Bkl. Derhalve is het Register Externe Veiligheid (REV) geraadpleegd om inzicht te krijgen in risicobronnen in de omgeving van het plangebied. Hieruit blijkt het volgende: • •

De dichtstbijzijnde buisleiding ligt op een afstand van circa 680 meter van het plangebied. Het plangebied ligt hiermee ruimschoots buiten het brandaandachtsgebied. Op een afstand van circa 800 meter ligt een opslagtank voor propaangas van een bungalowpark. Het plangebied ligt ruimschoots buiten het brandaandachtsgebied en het explosieaandachtsgebied van deze opslagtank.

Uit het REV blijkt dat er geen aandachtsgebieden zijn die overlappen met het plangebied. Er is ook geen plaatsgebonden risicocontour die in acht genomen hoeft te worden. Geconcludeerd wordt dat de afstand tussen het plangebied en de risicobronnen voldoende groot is en externe veiligheid geen belemmering vormt. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. 4.6 Activiteiten en milieuzonering Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voorziet onder meer in balans tussen milieubelastende activiteiten en daarvoor gevoelige functies. Voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten dient te worden voorkomen ten behoeve van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Bij het beoordelen of sprake is van balans tussen milieubelastende activiteiten en daarvoor gevoelige functies werd tot 1 januari 2024 veelvuldig gebruik gemaakt van de VNG-handreiking ‘bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Inmiddels is een opvolger van deze handreiking beschikbaar, maar deze is nog niet geïmplementeerd in de gemeente Hof van Twente. In deze situatie wordt daarom uitgegaan van de VNG-handreiking ‘bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Voorliggende functies komen ook voor in deze handreiking en kunnen daarom goed worden beoordeeld aan de hand van deze handreiking.

De VNG-handreiking maakt gebruik van een basiszoneringslijst waarin voor nader gedefinieerde bedrijfscategorieën richtafstanden zijn bepaald. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieugevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. De VNG-publicatie hanteert verschillende omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een gemengd gebied is een hogere mate van milieuhinder acceptabel, waardoor een kortere richtafstand wordt gehanteerd. Situatie plangebied De beoogde ontwikkeling is niet te typeren als een milieugevoelige functie. De ontwikkeling van de brandweerkazerne voorziet wel in de realisatie van een milieubelastende activiteit. Een brandweerkazerne kan hinder veroorzaken op milieugevoelige functies in de omgeving, zoals woningen. Omdat de brandweer zelf wél milieuhinder kan veroorzaken dient beoordeeld te worden of hinder bij omliggende gevoelige functies aan de orde kan zijn. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door agrarische woonfuncties.

Het plangebied dient daardoor getypeerd te worden als ‘rustige woonwijk of buitengebied’.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 22/42

Voor de beoordeling van de brandweerkazerne als milieubelastende activiteit voor de omgeving zijn de woningen aan de westkant van het plangebied van belang. Op basis van de VNG-handreiking bedrijven en milieuzonering dient een brandweerkazerne als milieucategorie 3.1 te worden beschouwd. Voor het aspect geluid geldt daarvoor een richtafstand van 50 meter. Voor de aspecten geur, stof en gevaar geldt een richtafstand van 0 meter. Geluid is daardoor het maatgevende aspect. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde woongebied bedraagt circa 20 meter. Deze afstand voldoet derhalve niet aan de richtafstand zoals vermeld in de VNG-handreiking. Richtafstanden zijn echter indicatief waar gemotiveerd van afgeweken kan worden. Om gemotiveerd af te wijken moet de daadwerkelijke milieuhinder nader onderzocht te worden. Aveco de Bondt heeft in mei 2025 een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidsniveaus van de brandweerkazerne inzichtelijk te maken ten opzichte van de woningen. Zoals beschreven in paragraaf 4.4 is het aspect geluid geen belemmering is voor onderhavige ontwikkeling, mits een geluidbeperkende maatregel wordt getroffen. Gesteld kan worden dat het aspect activiteiten en milieuzonering daardoor geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het plan. Conclusie Het aspect activiteiten en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.7 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven het Besluit kwaliteit leefomgeving. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De beoordeling van de kwaliteit van de buitenlucht is alleen van toepassing in specifieke situaties, zoals aandachtsgebieden of voor activiteiten die in betekende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Situatie plangebied Voorgenomen ontwikkeling ligt niet in een aandachtsgebied waardoor toetsing aan de regels voor luchtkwaliteit formeel niet nodig is. Gelet op de aard en omvang van het plan zal overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit niet aan de orde zijn. De verkeersgeneratie is ook beperkt. Het plan draagt niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit in het plangebied en de omgeving voldoet bovendien ruimschoots aan de grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van voorgenomen ontwikkeling. 4.8 Ecologie Een van de thema's die op grond van de Omgevingswet onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving is de natuur. Op grond van de Omgevingswet moeten bestuursorganen bij het uitoefenen van hun taken zorg dragen voor de bescherming van natuurwaarden.

Als uitwerking van Europese richtlijnen richt deze waarborg voor de kwaliteit en integriteit van natuurwaarden zich op de bescherming van (kwetsbare) soorten en gebieden, onder andere door het beperken van de uitstoot en neerslag van stikstof in de natuur. De soortenbescherming richt zich in het nationale beleid op de soorten die in de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Nationaal beschermde soorten zijn aangewezen. De gebiedsbescherming richt zich op de Natura 2000gebieden, de gebieden aangewezen als Natuur Netwerk Nederland en houtopstanden. Tot slot richt de natuurbescherming zich in het kader van de Omgevingswet op het thema faunabeheer.

datum referentie

27 augustus 2025 250313_AdB_RAP_0001_v2.0

P 23/42

Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van 660 meter. In figuur 12 is het plangebied met een rode ster weergegeven en valt de ligging ten opzichte van het NNN-gebied te zien. Gelet op de geplande werkzaamheden en de afstand tot het NNN gebied wordt geen negatief effect verwacht als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Borkeld’ op circa 3 km afstand. Behoudens effecten door stikstofdepositie kunnen andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in de Natura 2000gebieden door de werkzaamheden, vanwege de grote afstand op voorhand worden aangesloten. Om te beoordelen of er sprake is van stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied ‘Borkeld’ is een AERIUSberekening uitgevoerd (zie bijlage 3).Uit de AERIUS-berekening blijkt dat de totale stikstofemissie tijdens de realisatiefase en de gebruiksfase niet leidt tot stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Aantasting van kwalificerende habitats of soorten in de Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is dus niet aan de orde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4180/documents/59238