ANONIEM 2. Bijlage bij VNG met Ledenbrief uitnodiging Najaars ALV 28 november 2025 (1039018).pdf
Tekst van het document
initiatieven. Motie Dordrecht e. a. “Op weg naar een PFAS-vrije samenleving” met preadvies: overnemen. Tanja de Jonge wethouder Dordrecht geeft een toelichting. Ze verwijst naar de animatie die als link in de motie is opgenomen. De motie is een oproep om samen met het bedrijfsleven en andere partijen te werken aan oplossingen om te komen tot een PFAS-vrije samenleving. ,
,
De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Roermond “Grensoverschrijdende energie-uitwisseling als oplossing voor netcongestie” met preadvies: overnemen. Aijiththan Loganathan wethouder Roermond geeft een toelichting. Veel gaat al goed als het gaat om grensoverschrijdende samenwerking behalve op het gebied van netcongestie. Dit mag volgens bestaande wet- en regelgeving niet en dat terwijl er in Duitsland sprake is van stroomoverschot. ,
,
De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Leiden “Behoud gedeeld eigenaarschap en gelijkwaardigheid in regionale samenwerking energietransitie” met preadvies: overnemen Er is geen behoefte vanuit de indiende gemeente om in te spreken. De motie wordt in stemming gebracht en aangenomen met 9666% van de stemmen. ,
De voorzitter geeft het vervolgens woord aan drie insprekers van wie de inbreng betrekking heeft op het terrein van de commissie Economie Klimaat Energie & Milieu én van de commissie Ruimte Wonen & Mobiliteit. ,
,
,
Tanja de Jonge wethouder Dordrecht houdt namens de G40 een pleidooi voor lange termijn oplossingen en investeringsruimte voor verduurzaming van woningen. Daarbij zijn de woningcorporaties belangrijke partners. De subsidiepotjes voor aardgasvrije woningen zijn uitgeput. Wat nodig is is langjarige investeringscapaciteit. ,
,
,
14
15 -
-
Jan Kees Oppelaar wethouder Gouda onderstreept het belang van structurele en betere investeringscapaciteit voor woningcorporaties. Het is een schrale troost dat de huurbevriezing van tafel is maar het water staat de corporaties nog steeds aan de lippen. ,
,
Hugo Bellaart wethouder Gooise Meren doet een oproep aan bestuur om er bij de Tweede Kamer op aan te dringen om bij de afweging onderwerpen wel/niet controversieel te verklaren steeds de vraag te stellen of het onderwerp van doorslaggevende betekenis is voor niet-controversiële woningbouw en belemmeringen die woningbouw verhinderen weg te nemen. ,
,
Jan Martin van Rees voorzitter commissie Ruimte Wonen en Mobiliteit en Chantal Zeegers voorzitter commissie Economie Klimaat Energie en Milieu kunnen zich vinden in de oproepen van de insprekers. ,
,
,
,
De voorzitter gaat over tot behandeling van de nieuw ingediende moties. Motie Den Bosch e. a. “Van het stikstofslot in landelijk gebied en steden perspectief voor gemeentelijke opgaven” met preadvies bestuur: overnemen. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. ,
Motie Het Hogeland e. a. “PAS-melders” met preadvies bestuur: overnemen De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Gooise Meren “Bruidsschat blijkt factuur. Structurele lasten van de facto decentralisatie regelgeving door Omgevingswet” De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Roermond “Instandhouding Rijksfinanciering Nationale Parken” De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Maasdriel “Kansrijk bouwen in een kansarme werkelijkheid” Michiel Alexander de Raaf wethouder Maasdriel geeft een toelichting. De rode draad is dat er rust en duidelijkheid komt vanuit Den Haag. ,
,
De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Schouwen-Duiveland “Laat de afweging van bewoning recreatiewoningen bij gemeentebesturen” Er is geen behoefte om in te spreken. De motie wordt in stemming gebracht en aangenomen met 9787% van de stemmen. ,
15
16 -
-
Motie Valkenburg aan de Geul “Bezuinigingen op publieke gezondheid GGD-en” De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Helmond “Behoud van gelijke onderwijskansen voor alle kinderen en jongeren” De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Best e. a. “Meer steun van minister van Asiel en Migratie bij uitvoering Spreidingswet” Véronique Zeeman wethouder Best merkt op dat gemeenten voor een enorme opgave staan als het gaat om de uitvoering van de Spreidingswet. Gemeenten hebben behoefte aan steun vanuit het rijk niet alleen als het gaat om uitvoerbare wetgeving maar ook als het gaat om het toeroepen van een halt bij geweld dat zich richt tegen lokale bestuurders. ,
,
,
De motie wordt in stemming gebracht en aangenomen met 9801% van de stemmen. ,
Motie Roermond “Versnellen van inburgering en regionale koppeling” De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Krimpenerwaard “Huisvesting minderjarige statushouders” De motie wordt in stemming gebracht en aangenomen met 9862% van de stemmen. ,
De voorzitter geeft aan dat nog twee insprekers het woord willen voeren. Evert Jan Slootweg wethouder West Maas en Waal vraagt aandacht voor de financiering van de organisatiekosten van gemeenten voor de verkiezingen op 29 oktober. ,
,
Jacqueline van Dongen wethouder Zwijndrecht sluit zich daarbij aan. Ze is teleurgesteld in de reactie van de minister van BZK. Ze vindt dat gemeenten een grens moeten trekken als er geen vergoeding van het rijk komt voor de kosten die gemeenten maken voor de organisatie van de verkiezingen. ,
,
De voorzitter onderstreept mede namens Ton Heerts voorzitter commissie Bestuur en Veiligheid het belang van vergoeding van de door gemeenten te maken kosten. Het gaat om grote bedragen. De rekening is inmiddels bij het rijk neergelegd. ,
,
Het voorstel Verantwoording moties wordt in stemming gebracht en aangenomen met 9888% van de stemmen. ,
12. Invulling vacatures VNG-bestuur en commissies Aan de orde van behandeling is het voorstel voor invulling van vacatures in VNG-bestuur en commissies. De door de Voordrachtscommissie voorgedragen kandidaten zijn op 22 mei bekend gemaakt waarbij de mogelijkheid is geopend om andere kandidaten te stellen. Er zijn daarop geen andere kandidaten gesteld. De voorzitter constateert dat zich bij dit agendapunt geen insprekers hebben gemeld. ,
De voorzitter geeft aan dat besluitvorming over invulling van vacatures waarvoor geen andere kandidaten zijn gesteld zoals gebruikelijk in een enkele stemming aan de leden wordt voorgelegd. ,
16
17 -
-
Het voorstel wordt in stemming gebracht en aangenomen met 9964% van de stemmen. ,
De voorzitter feliciteert alle benoemde kandidaten. Ze dankt ook de kandidaten die niet zijn voorgedragen voor hun bereidheid om een bijdrage te leveren aan het werk van de VNG. Er waren 87 kandidaten voor 24 vacatures. Dat betekent dat de Voordrachtscommissie moeilijke keuzes heeft moeten maken.
13.
Rondvraag/WVTTK
De voorzitter geeft aan dat zich geen insprekers hebben aangemeld voor de rondvraag. Zij kijkt terug op een zeer geslaagd Congres en bedankt daarvoor organiserende gastgemeenten van de Brainportregio Eindhoven de medewerkers van het VNG-bureau en VNG Connect en alle anderen die een bijdrage aan dit congres hebben geleverd! ,
14.
Sluiting en aankondiging locatie congres 2026
De voorzitter geeft aan dat zoals gebruikelijk aan het einde van dit congres de gastlocatie van het VNG Congres voor het komend jaar zich bekend zal maken. ,
,
De nieuwe gastgemeenten Oost-Gelre en Winterswijk maken zich op originele wijze bekend. De voorzitter dankt alle deelnemers voor hun aanwezigheid en spreekt de wens uit elkaar volgend jaar september opnieuw te treffen dan in de Achterhoek. ,
17
Voorstel aan de Algemene ledenvergadering Datum ALV
: 28
november 2025
Agendapunt
: 5. VNG-inzet
richting nieuwe kabinet (ter informatie)
Onderwerp VNG-inzet richting nieuwe kabinet (ter informatie) Gevraagd besluit De ALV neemt kennis van de voorbereiding van de VNG-inzet richting het nieuwe kabinet. Toelichting op hoofdlijnen Aanleiding Op 18 juni jl. is de resolutie “VNG-inzet richting Tweede Kamerverkiezingen; onze inwoners verdienen beter!” met een meerderheid van 9965% door de leden aangenomen. Deze inzet vormt de basis van de voorbereiding van de VNG-inzet richting een nieuw kabinet. ,
Toelichting Hierbij informeren wij u over de voorbereiding van onze inzet richting het nieuwe kabinet. Die voorbereiding loopt langs meerdere sporen. Inzet in de afgelopen periode Allereerst brengen we de VNG-inzet op de verschillende dossiers vanzelfsprekend nadrukkelijk onder de aandacht in onze bestuurlijke overleggen met bewindslieden en onze talrijke contacten met het rijk de andere medeoverheden en relevante maatschappelijke partners. In de afgelopen periode hebben we samen met andere partners de Woontop de Top Bestaanszeker Nederland en de manifestatie Kansengelijkheid georganiseerd evenals diverse gezamenlijke verklaringen opgesteld zoals die van de Maatschappelijke Alliantie (NKP) en de Bouwsteen Natuur. ,
,
,
,
Brede alliantie rond “bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord” Daarnaast heeft de VNG samen met een brede maatschappelijke alliantie van medeoverheden partners en inwoners het initiatief genomen om “bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord” te formuleren. Deze bouwstenen sluiten aan bij de resolutie “VNG-inzet richting TK-verkiezingen Onze inwoners verdienen beter!” en brengen gezamenlijke voorstellen in beeld vanuit het perspectief van inwoners. Thema’s zijn onder meer bestaanszekerheid wonen energie en klimaat zorg en jeugdzorg en weerbaarheid. ,
,
,
,
,
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info @vng.nl | vng. nl
1/2
Door
kennis, ervaring
breed
draagvlak
is voor
kabinetsformatie Na de Tweede
plaats
met de
en
te bundelen
laten we
gezamenlijke oplossingen. regeerakkoord
een
Kamerverkiezingen partners
verschillende
daadkracht
en
over
bouwstenen.
dat breed
Zo
zien dat
dragen
we
gedragen wordt,
samenwerking
loont en
dat er
bij aan
een
snelle
zodat
het
land vooruit kan.
begin november verdere afstemming gezamenlijke hoofdboodschap aan het nieuwe kabinet en over de
een
29 oktober vindt
van
Over de voortgang
dit traject zullen wij
van
u zo
spoedig mogelijk
informeren.
Parallel spoor motie Chakor met aandacht
voor
In een
parallel spoor van
zetten
betere
interbestuurlijke
roept op
tot
decentrale
overheden.
Inmiddels
slag gegaan
om
de
studiegroep
is het
van
studiegroep
samenwerking
ons
tussen
de
deze
wij
samenwerking
financiële positie aan
rapport “Elke regio telt!” met medeoverheden
samen
in voor
financiële verhoudingen. De motie, die op 12 juni jl. is aangenomen,
en
versterking
voorzitter van
de motie Chakor
de
van
in het nieuwe
uitvoering
borgen
van
regeerprogramma,
en
overheidslagen
van
verbetering
van
de
een leiding van (geanonimiseerd) NN te geven. Zijn inzet als
is onder
de motie vorm
de spelregels het
en
vergroten
en
werkwijze
van
voor
de aandacht
interbestuurlijke voor
zowel
de
ongelijke positie van regio’s als de investeringslogica van het rijksbeleid die deze ongelijkheid versterkt, op basis van de uitgangspunten van het rapport Elke regio telt. Proces
Belangrijke stappen: -
29 oktober: Tweede
Begin
-
november:
“bouwstenen
Kamerverkiezingen
nadere
voor
een
afstemming met maatschappelijke partners over traject nieuw regeerakkoord” (gezamenlijk hoofdboodschap +
bouwstenen) Medio / tweede
-
-
28 november:
helft november:
Najaars
informeren leden
over
voortgang traject
ALV
Geen.
Vereniging
van
Nederlandse
Gemeenten
2/2
Voorstel aan de Algemene ledenvergadering Datum ALV
: Najaars
ALV 28 november 2025
Agendapunt
: 6b. Resolutie
“Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met
Integratie”
Onderwerp Alternatief plan voor opvang en integratie.
Gevraagd besluit Het bestuur stelt de leden voor om in te stemmen met de resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie”.
NB) De tekst van de resolutie ontvangt u volgende week in een nazending. Als bijlage ontvangt u hierbij wel het alternatieve plan “Van wachtstand naar werkstand: een alternatief plan voor opvang en integratie”. Toelichting op hoofdlijnen Aanleiding Tijdens de ALV-en van 26 juni en 15 november 2024 hebben de leden in eerdere resoluties uitgesproken dat negatieve gevolgen van nationaal asielbeleid niet op gemeenten mogen worden afgewenteld en dat uitvoerbaar instrumentarium voor verdeling en doorstroom behouden moet blijven. Het bestuur heeft daarbij toegezegd om met gemeenten een gezamenlijke discussie te voeren over onderlinge solidariteit bij opvang huisvesting en integratie. ,
Toelichting Op basis van het gesprek met de leden is het plan “Van wachtstand naar werkstand: een alternatief plan voor opvang en integratie” uitgewerkt. De daarbij behorende resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie” is de vertaling van dit plan. Met de resolutie wordt aan de ALV een samenhangende uitvoerbare en toekomstbestendige aanpak voorgelegd waarin gemeenten – binnen hun wettelijke taak en beleidsruimte – vanaf dag één kunnen bijdragen aan opvang participatie en integratie van nieuwkomers. ,
,
De resolutie verzoekt de leden in te stemmen met een VNG-inzet langs drie hoofdlijnen: a. Vanaf dag één meedoen – snelle procedure vroege participatie en regionale plaatsing gekoppeld aan werk binding en kwetsbaarheid b. Extra woonruimte als sleutel – inzet van opstartwoningen en flexibele woonvormen om verdringing te voorkomen en doorstroom te bevorderen c. Randvoorwaarden en maatwerk – behoud van evenwichtige verdeling tot de keten op orde is voldoende financiële middelen en ruimte voor lokaal beleid. ,
,
,
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info @vng.nl | vng. nl
1/2
Mogelijkheid van een tweede resolutie Op 12 november vindt een Overhedenoverleg plaats waarin de punten uit de brandbrief van de VNG opnieuw worden besproken. Dit overleg kan tot gevolg hebben dat er een aanvullende resolutie nodig is om de verdere inzet van de VNG te specificeren. Dat kan onder meer het geval zijn als de VNG en gemeenten een juridische procedure zouden starten richting het Rijk. ,
Proces Belangrijke stappen: 12 november: Overhedenoverleg met opnieuw bespreking van de brandbrief van de VNG 28 november: Besluitvorming in de Najaars ALV over de resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie” en mogelijk een tweede resolutie.
Bijlage(n) 1. Resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie” 2. Alternatief plan “Van wachtstand naar werkstand: een alternatief plan voor opvang en
integratie”.
Resolutie “Een aanpak die voor gemeenten wel werkt voor opvang tot en met Integratie”
Stemt u in met de resolutie: 1 = ja 2 = nee
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Van wachtstand naar werkstand: een alternatief plan voor opvang en integratie
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
1/21
Inhoudsopgave
Aanleiding
3
Doel
3
Visie
5
Het proces:
van
Doorstroom
naar
aankomst
naar
zelfstandigheid
(opstart)woningen – van opvang naar een eigen thuis
7
12
Bijlagen: Bijlage: Randvoorwaarden
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
en
aandachtspunten
2/21
Aanleiding De afgelopen jaren is het asielbeleid voortdurend onder druk komen te staan – van de asielcrisis in 2015 tot aan recente tekorten in opvang en huisvesting. Beleidsmaatregelen als de Spreidingswet zijn waardevolle stappen en vragen om structurele uitwerking binnen een duurzaam systeem. Ook de Agenda Flexibilisering Uitvoering Asielketen bevat belangrijke bouwstenen voor een wendbaarder systeem. In de praktijk worden deze echter nog niet structureel toegepast , waardoor het huidige beleid kwetsbaar blijft voor schommelingen in instroom en de effecten van de wooncrisis. Gemeenten constateren dat er behoefte is aan een
aanpak die beter aansluit op deze realiteit en die perspectief biedt voor zowel asielzoekers als de samenleving. Uitgangspunten van dit plan zijn een vroege integratie , het versterken van binding met de regio en het creëren van doorstroom via ‘opstartwoningen’. Dit plan presenteert een uitvoerbaar en gedragen alternatief , gebaseerd op de kennis en ervaring van gemeenten. Het biedt een concreet handelingsperspectief dat juridisch en praktisch haalbaar is. Met dit voorstel laten we zien dat een andere aanpak niet alleen wenselijk , maar ook mogelijk is. Dit plan is de stip op de horizon , de richting. Er wordt bewust voor gekozen de wenselijke situatie te schetsen: “waar we als gemeenten heen willen” en daarnaast te kijken welke risico’s en aandachtspunten er zijn en hoe we deze kunnen mitigeren. Dit plan sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande structuren en beleidskaders , zoals gemeentelijke woonvisies , de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen en het Europese Migratiepact. Door te werken binnen deze kaders en aan te haken bij lopende plannen , vergroten we de
uitvoerbaarheid , versnellen we besluitvorming en benutten we optimaal de al beschikbare middelen en samenwerkingsverbanden.
Doel Het doel van dit plan is te komen tot een proces voor asielzoekers 1 die in een AZC of elders (bijvoorbeeld OEK) worden opgevangen tot en met de uitstroom van statushouders naar de reguliere woningmarkt waar we gezamenlijk de schouders onder kunnen zetten. Dit plan is een
combinatie van (her)nieuw(d)e inzichten , succesvolle bestaande elementen en de doorontwikkeling van bestaande ideeën. Het is een verbreding en verdieping vanuit gemeentelijke ervaring en verantwoordelijkheid. Het plan kent de volgende uitgangspunten: 1.
2.
Vanaf dag één meedoen: investeren in perspectief en zelfredzaamheid Asielzoekers starten direct na binnenkomst met taal , werkoriëntatie en participatie. Dit vergroot hun kans op succesvolle integratie en stimuleert eigen verantwoordelijkheid. Werken wordt aantrekkelijk via een spaarregeling die financiële zelfstandigheid bevordert. Wonen als sleutel: ruimte maken voor doorstroom en balans op de woningmarkt Met opstartwoningen zorgen we voor snellere uitstroom uit de opvang en meer toegang
1 Een belangrijk vraagstuk is wat de opvang en integratie van Oekraïners op de lange termijn zal betekenen na afloop van de RTB en hoe dit gaat samenhangen met de procedure van asielzoekers/statushouders.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/21
3.
4.
5.
6.
tot reguliere (sociale) huur voor álle woningzoekenden. Dit voorkomt verdringing en geeft asielzoekers sneller een plek in de samenleving. Van opvang naar bijdrage: actief inzetten op arbeid en economie Asielzoekers gaan sneller aan de slag op de arbeidsmarkt – onder meer in sectoren met tekorten zoals zorg , onderwijs en techniek. Hierdoor neemt de druk op andere migratiestromen af , wordt arbeidspotentieel benut en ontstaat wederkerigheid. Samen verantwoordelijk: een sluitende aanpak door samenwerking in de keten Gemeenten , Rijk , COA , IND , werkgevers en maatschappelijke organisaties werken samen in een keten die vanaf dag één gericht is op perspectief. Iedere partij draagt bij aan een doorlopende lijn van opvang , participatie , huisvesting en integratie.
Menswaardige en kwalitatief goede opvang Wij vinden het belangrijk dat opvang bijdraagt aan de toekomst van mensen die in Nederland mogen blijven. Goede opvang moet hen ondersteunen om zo snel en volledig mogelijk mee te doen in de samenleving en zich verder te ontwikkelen. Een menswaardige aanpak voor sterke buurten Een inclusieve en toekomstgerichte benadering vergroot het draagvlak en voorkomt overlast. Door verbinding met de buurt te stimuleren via gemengde woonvormen , ontmoeting en begeleiding versterken we wederzijds vertrouwen en sociale samenhang.
Dit plan laat zien hoe we – vanaf het eerste moment van aankomst tot en met integratie in de samenleving – kunnen zorgen voor rust , duidelijkheid en kansen. Voor asielzoekers , gemeenten en hun inwoners. We zetten in op snellere procedures , eigen verantwoordelijkheid van de nieuwkomer , opvang in verbinding met de buurt en een vroege start met meedoen – via taal , participatie en werk. Geen blauwdruk , maar een route die ruimte laat voor maatwerk , lokale
kracht en samenwerking. Het succes van opvang en integratie valt of staat met draagvlak in de samenleving en bestuurlijk lef. Dit vraagt om een aanpak die recht doet aan álle inwoners. Het plan gaat uit van een
gelijkwaardige wisselwerking: bescherming en perspectief voor asielzoekers en sterke , leefbare buurten voor iedereen. Inzet van de VNG op asiel: gebaseerd op eerdere resoluties De inzet van de VNG op het gebied van asiel is gebaseerd op twee door de ledenvergadering aangenomen resoluties. In juni 2024 is met 96% van de stemmen een resolutie aangenomen waarin wordt gesteld dat de Spreidingswet niet mag worden ingetrokken zolang de asielketen niet op orde is. Dat wil zeggen: stabiele instroom , voldoende opvangcapaciteit , tijdige besluitvorming en doorstroom naar passende huisvesting. Daarnaast benadrukt de resolutie dat gemeenten in hun lokale beleid de ruimte moeten behouden om statushouders met voorrang te huisvesten , omdat dit essentieel is voor een goede doorstroom vanuit de opvang en een succesvolle start van integratie. In november 2024 volgde een tweede resolutie over asiel , die met 98% steun werd aangenomen en grotendeels dezelfde uitgangspunten onderschrijft. Deze resoluties vormen gezamenlijk nog steeds het fundament onder de huidige VNG-inzet. Tegelijkertijd blijft de VNG kijken hoe
onderdelen , zoals de taakstelling voor de huisvesting van statushouders , beter kunnen aansluiten bij waar een statushouder de meeste kans heeft om goed te aarden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/21
Visie Gemeenten staan dagelijks voor de opgave om mensen te begeleiden en te integreren die recht hebben op verblijf in Nederland. Tegelijkertijd ervaren we dat het maatschappelijk draagvlak onder druk staat. Daarom kiezen we bewust voor een benadering die recht doet aan de menselijke maat én bijdraagt aan een samenleving waarin iedereen tot zijn recht komt. We bouwen aan een mensgerichte opvang- en integratieketen , ontwikkeld en uitgevoerd door gemeenten in samenwerking met het Rijk , COA , IND , werkgevers en maatschappelijke partners. Onze benadering ziet de asielzoeker niet als passieve ontvanger van hulp , maar als iemand met potentieel en eigen kracht. Door vanaf dag één in te zetten op participatie , opleiding taal en werk , versterken we zowel de zelfstandigheid van asielzoekers als de samenhang in de
samenleving. We bieden mensen die mogen blijven rust , duidelijkheid en kansen om hun leven op te bouwen. Daarmee versterken we de kans op succesvolle integratie én creëren we maatschappelijke meerwaarde: meer arbeidsparticipatie , minder afhankelijkheid van uitkeringen en sterkere gemeenschappen. Demografisch perspectief en het gematigde groeiscenario In het maatschappelijk en politiek debat ligt de nadruk vaak op asielmigratie. In werkelijkheid vormt deze echter slechts een beperkt deel van de totale migratiestroom naar Nederland. De Staatscommissie voor Demografie heeft in haar rapport Demografie 2025 een analyse gemaakt van de verschillende migratiestromen in Nederland over de afgelopen decennia. Uit deze analyse blijkt dat arbeidsmigratie en gezinsmigratie (niet gerelateerd aan asiel) samen de grootste bijdrage leveren aan de instroom. In de periode 1999–2020 was deze groep goed voor 58% van de totale migratie. De categorie arbeidsmigranten groeit. Deze groep omvat zowel EU-arbeidsmigranten als migranten van buiten de EU. Een deel van hen keert na verloop van tijd terug , maar een toenemend deel vestigt zich voor langere tijd of duurzaam in Nederland. Vermoedelijk ligt het werkelijke aandeel van arbeidsmigranten nog hoger , omdat een aanzienlijke groep EU-migranten in Nederland verblijft zonder registratie als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP).
Volgens het Rapport Demografie 2025 bedroeg asielmigratie (inclusief nareis) circa 12% van de totale instroom in de onderzochte periode. Daarmee is asielmigratie slechts één onderdeel van een bredere migratiedynamiek die gezamenlijk beslag legt op woningruimte , arbeidsmarkt en publieke voorzieningen. De Staatscommissie adviseert te sturen op een scenario van gematigde bevolkingsgroei. Een groei naar circa 19 à 20 miljoen inwoners in 2050 biedt volgens de commissie de beste balans tussen economische ontwikkeling en maatschappelijke houdbaarheid. De VNG onderschrijft deze keuze. Dit vergt gerichte matiging van migratie , zodat bevolkingsgroei , economische vitaliteit en leefbaarheid met elkaar in evenwicht blijven. Voor gemeenten betekent dit dat de druk niet uitsluitend voortkomt uit de asielopvang , maar ook uit andere migratiestromen , met name arbeidsmigratie. Het is daarom belangrijk dat er bewuste regionale economische keuzes worden gemaakt over de inzet van arbeidsmigranten. Tegelijkertijd vraagt dit om nationaal beleid en investeringen in arbeidsbesparende technologieën , zodat de vraag naar laagbetaald of fysiek zwaar werk niet leidt tot een
onevenredige afhankelijkheid van arbeidsmigratie.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/21
Voor asielmigratie betekent dit dat er duidelijke en uitvoerbare regels nodig zijn , in samenhang met het nieuwe EU-migratiepact dat medio 2026 wordt geïmplementeerd. Een goede implementatie van dit pact zal grote invloed hebben op de instroom en de beoordeling van asielaanvragen. Cruciaal is dat er wordt geïnvesteerd in de asielketen , zodat aanvragen efficiënt en effectief kunnen worden afgehandeld. Dit verkort de wachttijden in de opvang en maakt het mogelijk dat mensen die mogen blijven eerder kunnen starten met hun integratie. Daarmee wordt zowel de menselijke maat als de uitvoerbaarheid voor gemeenten versterkt.
Solidariteit tussen gemeenten De basis van dit plan ligt in het besef dat gemeenten in onderlinge solidariteit een stap naar voren kunnen zetten op het asiel- en migratievraagstuk. De motie die tijdens de ALV van november 2024 is aangehouden , vormde daarvoor het vertrekpunt. Gemeenten hebben daarin uitgesproken dat we de solidariteitsdiscussie niet alleen willen voeren , maar vooral ook willen omzetten in gezamenlijke actie. Niet door te wachten op wat het Rijk ons biedt , maar door zelf te formuleren wat er nodig is om de opvang , huisvesting en integratie van mensen die bescherming zoeken daadwerkelijk uitvoerbaar en houdbaar te maken. Dit plan is een stip op de horizon: het schetst waar we als gemeenten naartoe willen en hoe we dat samen kunnen bereiken. De uitwerking daarvan vraagt om verdere concretisering in de praktijk – per regio , per gemeente en met onze ketenpartners. Dat betekent niet dat elke gemeente hetzelfde hoeft te doen , maar dat we elkaar aanvullen en versterken. De ene gemeente kan meer opvang realiseren , een andere richt zich sterker op huisvesting , begeleiding of werk. Door dergelijke onderlinge afspraken te maken , creëren we ruimte voor maatwerk en vergroten we het draagvlak.
In regionaal verband kunnen gemeenten , samen met partners als COA , woningcorporaties , sociale diensten , UWV , werkgevers en maatschappelijke organisaties , afspraken maken over taakverdeling , inzet en wederkerigheid. Zo bouwen we aan een aanpak waarin solidariteit niet alleen een principe is , maar een werkwijze: we doen het samen en we pakken het op gegeven de opgave. Op basis van de verdere uitwerking van dit plan zullen we richting het Rijk komen met duidelijke vragen wat wij als gemeenten nodig hebben – vanuit eigen kracht en gezamenlijke verantwoordelijkheid – om deze stip op de horizon stap voor stap werkelijkheid te maken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/21
Het Proces: Van Aankomst naar Zelfstandigheid Vanaf het moment van binnenkomst wordt ingezet op een doorlopende lijn van opvang naar participatie en uiteindelijk integratie. Dat vraagt om een herschikking van de huidige voorinburgering en de inburgering van statushouders. Het uitgangspunt is dat asielzoekers zo snel mogelijk zelfredzaam zijn: zij krijgen de mogelijkheid om in het AZC te werken en worden , zodra zij statushouder zijn , zoveel mogelijk zonder afhankelijkheid van een uitkering gehuisvest. Door mensen direct te koppelen aan een passende regio , snel zicht te krijgen op hun vaardigheden en direct te starten met taal , werkoriëntatie en participatie , benutten we talent en voorkomen we stilstand. Deze aanpak biedt perspectief , verkort de route naar zelfstandigheid en versterkt het maatschappelijk draagvlak. Het is een ketenaanpak waarin iedere schakel – van aanmeldcentrum tot werkgeversnetwerk – gericht samenwerkt aan één doel: een snelle , duurzame en wederkerige bijdrage van asielzoekers aan de samenleving.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/21
Binnenkomst in het aanmeldcentrum Bij aankomst in een van de aanmeldcentra worden asielzoekers geregistreerd , medisch en psychologisch gescreend en wordt hun identiteit vastgesteld. De IND maakt direct een inschatting van de slagingskans van het asielverzoek. Conform het EU-migratiepact , dat per juni 2026 van kracht wordt , vindt er een eerste screening plaats om snel onderscheid te maken tussen kansrijke en (evident) kansarme aanvragen. Na afronding van deze aanmeldfase stroomt de nieuwkomer door naar een asielzoekerscentrum (AZC) of opvang elders in het land. Regionale plaatsin In het aanmeldcentrum wordt per persoon beoordeeld in welke regio plaatsing het meest passend is , in eerste instantie op basis van familiare situatie of medische kwetsbaarheid en vervolgens op basis van regionale binding en arbeidsmarktkansen. Daarbij wordt gekozen voor een regio die aansluit bij de kennis en competenties van de betrokkene. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de wensen van regio’s voor het koppelen van statushouders en bijvoorbeeld ook aansluit bij het woningaanbod. Dit is de regio – en indien mogelijk de gemeente – waar betrokkene later wordt gekoppeld zodra een verblijfsvergunning wordt verleend. De opgave vanuit de Spreidingswet blijft onverminderd van kracht.
Voldoende opvangcapaciteit is noodzakelijk om asielzoekers zo gericht mogelijk te plaatsen , waardoor een betere match ontstaat tussen persoon en regio. Dit betekent ook dat er voldoende duurzame opvang is , zoals de spreidingswet beoogt. Naast dat dit goedkoper is het van groot belang om opvang van betere kwaliteit te organiseren met onder meer aandacht voor kinderen in de opvang. De taakstelling uit de Spreidingswet draagt bij aan een evenwichtige verdeling van asielzoekers over het land en sluit , samen met de taakstelling voor de huisvesting van statushouders , aan bij de doorlopende lijn richting participatie. Bij kansrijke aanvraag snel aan het werk
Asielzoekers met een kansrijke aanvraag krijgen vanaf dag één intensieve begeleiding en taalles gericht op (arbeids)participatie.2 Het doel is dat mensen zo snel mogelijk volwaardig en naar vermogen mee kunnen doen in de samenleving en dat zij ook snel aan het werk gaan. In de eerste zes maanden – wanneer asielzoekers nu nog niet mogen werken – ligt de focus op taalontwikkeling en participatieactiviteiten. Degenen die kunnen en mogen werken , gebruiken deze periode ter voorbereiding op werk (bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk , stages of trainingen) voor anderen wordt participatie op alternatieve manieren vormgegeven op basis van hun persoonlijke situatie. Bij kansarme snelle procedure , maar ook passende activiteiten Naast de inzet op kansrijke aanvragen is het van belang dat ook asielzoekers met een (evident) kansarme aanvraag vanaf dag één deelnemen aan passende activiteiten. Dit voorkomt passiviteit en overlast , vergroot het welzijn en versterkt het maatschappelijk draagvlak. Tegelijkertijd is het cruciaal dat kansarme aanvragen aanzienlijk sneller worden beoordeeld dan nu het geval is. Dat ligt zowel in het belang van de samenleving – omdat onnodig langdurig verblijf wordt voorkomen – als in het belang van de migrant , die snel duidelijkheid krijgt en niet onnodig in onzekerheid verkeert.
In lijn met de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen wordt gekozen voor een wendbare aanpak , gericht op meerdere scenario’s. Bij binnenkomst wordt in het aanmeldcentrum een kort maar gericht profiel opgesteld met basisinformatie over vaardigheden ,
2 Er moet ook oog
zijn naast begeleiding naar werk integratie op psychosociale hulp.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/21
opleiding en interesses. Op basis daarvan wordt direct een participatieaanbod of eventueel tijdelijk werk ingericht dat lokaal van waarde is én bij terugkeer bruikbaar blijft , zoals korte vaktrainingen , erkende certificaten , ondernemerschapsmodules , basis-ICT , EHBO of vrijwilligerswerk in de directe omgeving. De activiteiten hebben een tweesporenkarakter: 1. Versnelling bij wijziging kansinschatting – wanneer een aanvraag toch kansrijk blijkt , kan de deelnemer direct doorstromen naar het volledige participatie- en integratietraject. 2. Terugkeerroute – bij afwijzing wordt voortgebouwd op de opgedane kennis , certificaten en eventuele gespaarde middelen (via een aangepaste Reba-spaarregeling) om herintegratie in het land van herkomst te ondersteunen. Deze aanpak sluit aan bij de uitgangspunten van de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen: geen verloren tijd in de opvang , maatwerk per persoon en maximale benutting van talent , ook als verblijf in Nederland tijdelijk blijkt te zijn. Er is een snellere procedure nodig voor kansarme aanvragen in combinatie met goede begeleiding , goede besteding van de dag en een strengere
aanpak van overlastgevers onder deze groep. Maatwerk voor wie niet direct kan werken Werk is niet voor iedereen weggelegd: sommige asielzoekers kunnen om uiteenlopende redenen niet direct aan het werk of naar een opleiding. Na een medische/psychische beoordeling kan voor deze personen (gedeeltelijke) vrijstelling van arbeidsdeelname gelden , en wordt waar mogelijk ingezet op andere vormen van zinvolle dagbesteding zoals vrijwilligerswerk in de lokale gemeenschap. Asielzoekers die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn , krijgen gerichte reintegratieondersteuning toegesneden op hun mogelijkheden. Regionale werkcentra en samenwerking In alle 35 arbeidsmarktregio’s worden regionale werkcentra opgezet die leidend zijn bij het aan het werk helpen van asielzoekers. Hierdoor kan al vanaf dag één in het AZC de nadruk op participatie worden gelegd. In of nabij het AZC wordt de samenwerking tussen verschillende partners georganiseerd – zoals het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) , UWV , gemeenten , onderwijsinstellingen en werkgevers. Onder regie van gemeenten stellen zij gezamenlijk voor elke nieuwkomer een persoonlijk profiel op , gebaseerd op diens opleiding , competenties , motivatie en perspectief. Deze aanpak sluit aan bij de structuur van de regionale werkcentra en bevordert een naadloze overgang naar participatie , onderwijs of werk.
Er zijn diverse lokale initiatieven die succesvol zijn in een vergelijkbare aanpak , hiervan worden de succesfactoren overgenomen. Maximaal inzetten op ontwikkelkansen Voor iedere nieuwkomer wordt een ontwikkelplan opgesteld op basis van zijn of haar eerder genoten opleiding en opgedane ervaring. Er wordt actief gestuurd op snelle diploma-erkenning en waar nodig aanvullende scholing , zodat iemand aan de slag kan in de baan die het beste bij hem of haar past. Dit kan ook betekenen het gericht wegwerken van deficiënties voor beroepen waarin in Nederland een toelating voor nodig is waar specifieke scholing voor is vereist. Omscholing of bijscholing in (maatschappelijke) tekortsectoren – zoals zorg en welzijn , onderwijs en veiligheid – krijgt speciale aandacht. Voor degenen die niet direct kunnen werken , wordt een participatieplan gemaakt om op andere manieren volwaardig mee te doen in de samenleving. We
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/21
zetten hierbij in op een verplichtend karakter: het recht op opvang betekent een verplichting tot
participatie/werk. Aan de slag Gemeenten zijn de meest aangewezen partij om asielzoekers naar werk te begeleiden. Hiermee voorkomen zij ook dat asielzoekers , zodra zij de status van vergunninghouder krijgen , doorstromen naar de bijstand. Voor mensen die zeer intensieve begeleiding nodig hebben
richting werk , kunnen leerwerktrajecten bij sociale werkbedrijven een passende uitkomst bieden. Nagenoeg alle gemeenten beschikken over of zijn verbonden aan een werkontwikkelbedrijf dat hiertoe mogelijkheden biedt. Er is direct werk beschikbaar (in huis of via de lokale/regionale werkgeversnetwerken) en expertise in begeleiding. Ook hebben veel werkontwikkelbedrijven de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met de inburgering en re-integratie van statushouders. Het aanbod aan asielzoekers ligt in het verlengde hiervan. Denk aan: • (onbetaalde) Participatiebanen waarin asielzoekers leren wat werken in Nederland inhoudt en bezig zijn met de Nederlandse taal. • duale trajecten , een combinatie van (betaald) werk en praktijkgerichte taalondersteuning Op veel plekken is er ook ondersteunend instrumentarium ontwikkeld , zoals vertaal-apps , ook toegesneden op bijvoorbeeld werk in de groenvoorziening , het werken met taalbuddies op de
werkvloer , of bewustzijn ontwikkeling – ook bij reguliere werkgevers op cultuursensitief werken. Continuïteit van begeleiding en integratie
Zolang mensen in de opvang verblijven , ontvangen zij onder meer intensieve begeleiding op het gebied van taal , cultuur en basisvaardigheden. Deze ondersteuning vergroot de kans op succesvolle integratie — zowel voor de nieuwkomer als voor de ontvangende samenleving. De begeleiding stopt niet bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning: ook na statustoekenning blijft een ononderbroken ontwikkellijn cruciaal. Voor statushouders is stabiliteit essentieel. Onnodige verhuizingen , onderbreking van werk of vertraging in het inburgeringstraject moeten worden voorkomen. De inspanningen die tijdens de opvangfase zijn gestart — waaronder vrijwillige voorinburgering via het COA — vormen de basis waarop wordt voortgebouwd. Door werkplekken , leerwerktrajecten en inburgeringstrajecten naadloos te laten aansluiten op het verblijf in het AZC , blijft de lijn van participatie vanaf dag één in stand. Dit voorkomt verlies van motivatie , onnodige kosten en vertraging bij integratie. Deze doorgaande lijn wordt geborgd door afspraken met werkgevers en de inzet van leerwerktrajecten waarin ook aandacht is voor taalontwikkeling op de werkvloer. Tegelijk wordt het inburgeringstraject afgestemd op de persoonlijke situatie van de statushouder , zodat werk , opleiding en inburgering elkaar versterken in plaats van belemmeren.
Verder betekent dit ook een herschikking van de huidige voorinburgering en de inburgering als iemand statushouder is geworden. Structurele stabiele opvangcapaciteit en werkgeversperspectief Wanneer mensen veel moeten verhuizen door het opvangtekort naar een andere regio , verliezen werkgevers arbeidspotentieel. Dit zorgt ervoor dat werkgevers niet in deze groep mensen willen investeren. Voldoende capaciteit van opvangplaatsen door heel Nederland is hierbij cruciaal en een kans voor werkgevers en voor de samenleving. Het behoud van de spreidingswet is hiervoor essentieel , ook in situaties wanneer de instroom van asielzoekers (tijdelijk) afneemt.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10/21
Investeren in een toekomst in Nederland of bij terugkeer De huidige regeling voor de eigen bijdrage ontmoedigt asielzoekers vaak om aan de slag te gaan. Op dit moment wordt een (relatief groot) deel van hun verdiende geld ingehouden om tegemoet te komen aan de opvangkosten. Het voorstel is om een deel van de eigen bijdrage die asielzoekers betalen voor de tegemoetkoming in de opvangkosten opzij te zetten in een spaarvoorziening voor asielzoekers met een eigen inkomen in het asielzoekerscentrum. Het nieuwe voorstel maakt dit eerlijker en aantrekkelijker. De spaarvoorziening vormt een tegoed dat asielzoekers later kunnen gebruiken en anders (deels) betaald zou zijn aan eigen bijdrage: bij een positieve verblijfsstatus helpt het hen om zelfstandig te gaan wonen met een financiële buffer (bijvoorbeeld voor inrichtingskosten , een overbruggingsbudget of een huurwaarborg) , en bij terugkeer biedt het een vangnet voor vertreken herintegratiekosten en zou het ook kunnen dienen als middel om de terugkeer te stimuleren. Op deze manier worden eigen verantwoordelijkheid en participatie gestimuleerd en verloopt de overgang naar de volgende fase soepeler. Dit is een win-win voor zowel de nieuwkomer als de
samenleving. De vrijgave vindt pas plaats na afronding van de asielprocedure , voor specifieke kosten , zoals: • • •
Inrichtingskosten bij huisvesting – bijvoorbeeld meubilair en basisvoorzieningen wanneer iemand na een verblijfsvergunning een woning krijgt; Waarborgsommen of huurvoorschotten – financiële zekerheid om een huurcontract af te sluiten; Ondersteuning bij vrijwillige terugkeer – bijdrage in de kosten voor reis of herstart in het land van herkomst;
Doorstroom naar (opstart)woningen
–
van opvang naar een
eigen thuis
Naast werk is huisvesting cruciaal: zonder woonruimte geen nieuwe start. Nederland kampt met een fors woningtekort van ruim 400. 000 woningen. Om de druk op de woningmarkt te verlichten , is het nodig de komende jaren extra in te zetten op tussenvormen voor verschillende doelgroepen , waaronder statushouders. Dit neemt niet weg dat de bestaande woningbouwplannen en afspraken onverkort moeten worden uitgevoerd. Tegelijkertijd is aanvullende inzet nodig en uiteraard oplossingen voor de netcongestie en stikstof. Opstartwoningen bieden een praktische oplossing. Ze versnellen de doorstroom vanuit de opvang , maken
reguliere sociale huurwoningen beter beschikbaar voor álle woningzoekenden en bevorderen snelle integratie. Het gaat om tijdelijke , zelfstandige woonruimte die een brug vormt tussen opvang en reguliere huisvesting , altijd in combinatie met participatie en werk. Het gaat niet om een vast gedefinieerd woningtype , maar om een “next best” woonoplossing voor mensen die nu tussen wal en schip vallen door het woningtekort , dat voorlopig niet volledig kan worden ingelopen. Daarbij is ook nadrukkelijk de insteek dat dit ook voor andere groepen die met spoed woonruimte nodig hebben ingezet wordt en een gedeelte van de woningen wordt
gebruikt voor statushouders. De investeringen in opstartwoningen kunnen worden bekostigd uit de honderden miljoenen die nu jaarlijks worden besteed aan noodopvang , omdat statushouders niet tijdig aan een woning kunnen worden geholpen. Op dit moment verblijven zo’n 18. 000 statushouders onterecht in
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11/21
COA-opvang. De gemiddelde kosten daarvan bedragen € 71 per dag. Dat betekent een jaarlijkse uitgave van circa € 466 miljoen (365 dagen x € 71 x 18. 000). Wanneer deze middelen gericht worden ingezet in structurele woonoplossingen , kan de uitstroom naar zelfstandige huisvesting worden versneld , met aanzienlijke besparingen op dure noodopvang. Ondanks de benodigde eenmalige investeringen is huisvesting kostenneutraal , omdat bewoners huur betalen. Daarmee levert deze aanpak niet alleen menselijke en maatschappelijke winst op , maar ook een financieel verstandige oplossing:
minder kosten voor opvang , snellere economische zelfstandigheid en meer doorstroming op de woningmarkt. De invulling kan per gemeente verschillen en in de praktijk uiteenlopende vormen aannemen ,
zoals: • •
Flexibele nieuwbouw: permanente gebouwen die later anders kunnen worden ingedeeld. Transformatie van panden: leegstaande kantoren of andere gebouwen ombouwen tot woonruimte.
• •
Opdeling van bestaande woningen: huurwoningen opsplitsen in onzelfstandige woonruimten , zogeheten ‘verkamering’. Tijdelijke woonunits: flexibele woningbouwconcepten zoals containerwoningen.
Selectiecriteria en doelgroep mix Doorstroom naar opstartwoningen is afhankelijk van economische binding (werk in de regio) of kwetsbaarheid (medische/sociale redenen). Er wordt ingezet op gemengde bewoning (jongeren , studenten , lokale spoedzoekers , statushouders). Dit bevordert integratie en vermindert weerstand in de samenleving. Daarnaast wordt ingezet op het stimuleren van eigen initiatief in huisvesting. Net zoals bij arbeidstoeleiding , is begeleiding nodig om mensen bewust te maken van hun
rol en mogelijkheden op de woningmarkt. Denk aan ondersteuning bij inschrijving als woningzoekende , inzicht in inschrijftijdopbouw , uitleg over huurvoorwaarden en oriëntatie op vervolgwoningen. Daarmee wordt huisvesting een leerproces dat mensen voorbereidt op duurzame , zelfstandige bewoning. Gemeenten kunnen hierin actief ondersteunen met begeleiding , voorlichting en digitale tools , zodat mensen regie leren nemen over hun eigen woonloopbaan. Inschrijftijdopbouw Gemeenten stimuleren bewoners om zelf stappen te zetten op de woningmarkt – via directe inschrijving , oriëntatie op vervolghuisvesting en waar mogelijk groei naar middenhuur of vrije sector. Voor diegenen die aangewezen zijn op sociale huurwoningen wordt mogelijk gemaakt dat tijdens hun verblijf in een opstartwoning inschrijftijd wordt opgebouwd voor een reguliere sociale huurwoning. Deze aanpak zorgt ervoor dat statushouders perspectief hebben op doorstroming. Het normaliseert hun positie door hen vanaf het begin onderdeel te maken van reguliere systemen – net zoals andere woningzoekenden. Het bevordert regie op huisvesting , voorkomt langdurige afhankelijkheid van crisisvoorzieningen , en legt een directe koppeling tussen opvang , huisvesting en participatie. Gemeenten kunnen zo beter sturen op doorstroom , en statushouders worden niet onnodig belemmerd in hun ontwikkeling.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12/21
Bovendien sluit deze werkwijze aan bij de uitgangspunten van de Wet versterking regie volkshuisvesting , waarin het beter bedienen van aandachtsgroepen 3 en het stimuleren van doorstroming op de woningmarkt centraal staan. Door inschrijftijd te laten meetellen in opstartwoningen wordt dubbele inzet mogelijk: het verlichten van druk op de asielketen én het faciliteren van duurzame integratie. Gezinshereniging en passende woning Indien een statushouder recht heeft op gezinshereniging , wordt bij de toewijzing van een opstartwoning actief beoordeeld of deze geschikt is voor de toekomstige gezinssituatie. Is dit niet het geval , dan moet tijdig een passende voorziening beschikbaar komen om te voorkomen dat gezinsleden bij aankomst dakloos raken of in een onveilige of overvolle situatie terechtkomen. Daarbij moet de inschrijftijd die is opgebouwd in de opstartwoning meegenomen worden bij de toewijzing van een volgende woning , zodat bewoners niet opnieuw onderaan beginnen. Systeemverandering Het idee van tijdelijke of gefaseerde huisvesting voor statushouders is niet nieuw. Eerdere pogingen – zoals containerwoningen , hotelopvang of tijdelijke wooncomplexen – liepen vaak vast
door een combinatie van factoren: tijdelijke financiering , hoge kosten , gebrek aan doorstroommogelijkheden , eenzijdige doelgroepen (alleen statushouders) , onvoldoende begeleiding of isolatie van bewoners van de omgeving.
Opstartwoningen bieden een integrale aanpak. Ze zijn vanaf dag één gekoppeld aan participatie , werk of opleiding en begeleiding. Er worden structurele afspraken gemaakt over doorstroom , de doelgroep is gemengd en de aanpak sluit aan op lokaal beleid. Daarbij wordt bewust gestuurd op duurzame inzetbaarheid van de woonvormen en een financiering die langer meegaat dan één
projectperiode. Opstartwoningen doorkruisen niet de bestaande woningbouwplannen , maar creëren aanvullend aanbod waar nu een groot tekort aan is: kleinschalige , flexibele woonvormen , al dan niet zelfstandig. Het betreft een tijdelijke maatregel zolang de woningmarkt nog niet op orde is. De
middelen die nu worden besteed aan kostbare en vaak kwalitatief mindere (nood)opvang zouden hiervoor beter kunnen worden ingezet: investeren in opstartwoningen.
Conclusie De kern van de aanpak is het stimuleren van zelfredzaamheid van asielzoekers , het creëren van opstartwoningen als tijdelijke tussenvorm die niet alleen de druk op dure noodopvang vermindert , maar ook direct gekoppeld is aan taal , werk en begeleiding. Door vanaf dag 1 intensief in te zetten op werk , integratie en economische binding , versterken we de zelfstandigheid van asielzoekers en vergroten we het draagvlak in de ontvangende gemeenten.
3 Ten tijde van schrijven ontraadt de VNG deze wet aan de Eerste Kamer a. g. v. het amendement Mooiman dat de voorrangsregeling voor statushouders intrekt. Echter is de verwachting dat deze wet op enig moment , mogelijk aangepast , wel in werking zal treden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13/21
Uiteindelijk leidt deze samenhangende aanpak tot maatschappelijke meerwaarde: asielzoekers worden sneller economisch actief , de uitgaven aan opvang en begeleiding nemen af , en statushouders krijgen – net als andere woningzoekenden – zicht op een duurzame wooncarrière. Waar mogelijk stromen zij zelfstandig door naar reguliere huisvesting , en bouwen zij inschrijftijdop voor sociale huur. Zo levert het plan zowel een humane aanpak voor mensen op zoek naar een nieuwe start als een duurzame oplossing voor de structurele uitdagingen in de Nederlandse asiel- en woningmarkt. De voorgestelde aanpak levert meer op dan alleen een snellere doorstroom en betere integratie. Het is een wederkerig model waarin asielzoekers én samenleving zichtbaar profiteren. Voor de
samenleving betekent dit minder druk op dure noodopvang , een betere benutting van arbeidspotentieel in sectoren met tekorten en meer evenwicht op de woningmarkt. Gemeenten krijgen ruimte om lokaal te doen wat nodig is , werkgevers vinden gemotiveerde krachten en buurten worden versterkt door ontmoeting en verbinding. Asielzoekers krijgen direct perspectief , ontwikkelen vaardigheden , vinden sneller werk en bouwen aan een stabiel bestaan. Zij dragen vanaf het begin bij aan hun eigen toekomst én aan de gemeenschap waar zij wonen. Samen maken we het verschil Het succes van deze benadering staat of valt met de goede samenwerking tussen gemeenten , Rijk , uitvoeringsinstanties zoals COA , IND , UWV en DUO , woningcorporaties , werkgevers , onderwijs en maatschappelijke partners. Elke schakel in de keten krijgt een helder omschreven rol: van de IND als efficiënte poortwachter tot de samenwerking in de regionale werkcentra die taal- en werktrajecten coördineren , en van woningcorporaties die flexibele woonconcepten realiseren tot buurtcoaches die sociale integratie bevorderen. Door duidelijke juridische kaders en structurele financiering – waaronder experimenteerruimte in wet- en regelgeving zoals de REBA en de Woningwet – ontstaat de ruimte om dit model op schaal uit te rollen. We nodigen deze partners graag uit om met ons mee te denken en de praktijk verder vorm te geven.
Bijlagen 1. 2. 3.
Randvoorwaarden en aandachtspunten Aandachtspunten inclusief mitigatie Stakeholders – incl rolverdeling
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
14/21
Bijlage 1: Randvoorwaarden
en
aandachtspunten
*In bijlage 2 is een overzicht opgenomen met de risico – en aandachtspunten , inclusief mitigerende maatregelen* Dit plan laat zien dat een andere aanpak van opvang en integratie mogelijk is. De uitvoering vergt een stevige inzet van gemeenten , maar óók duidelijke keuzes van het Rijk en een slagvaardige samenwerking in de keten. Veel onderdelen kunnen al binnen bestaande kaders , maar voor enkele sleutelaspecten is beleidsmatige of juridische aanpassing nodig. In dit hoofdstuk benoemen we de belangrijkste aandachtspunten en voorwaarden die moeten worden geborgd om het plan succesvol en op schaal uit te kunnen voeren.
Algemene randvoorwaarden Stabiele AZC-capaciteit (ook bij dalende instroom) In het huidige systeem wordt de opvangcapaciteit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) sterk afgestemd op de actuele instroom. Bij een hoge instroom wordt snel opgeschaald (vaak met tijdelijke , dure noodopvang) , en bij een daling juist weer afgebouwd. Dit leidt tot een cyclisch beleid met: • • • •
Continu hoge kosten voor op- en afschaling; Verlies van expertise en personeel (bij afschaling); Onbetrouwbaarheid richting gemeenten , uitvoerders en bewoners; Gebrek aan rust en continuïteit in opvang én integratie.
Voor een goed functionerende asiel- en integratieketen is structurele , stabiele capaciteit noodzakelijk — ook bij fluctuerende instroom. Alleen dan is er ruimte voor kwaliteit , menswaardige opvang , en een vroege start van integratie (zoals taal , werkoriëntatie en
begeleiding). Het in stand houden van de stabiele financiering van 41. 000 plekken bij het COA , ongeacht de bezetting is dan ook essentieel. Deze regeling komt vanaf 2027 in gevaar gezien de financiering t/m 2026 is geborgd , daarna nog niet. Ook evenredige spreiding over het land steunt een stabiel opvanglandschap. Versterk de IND als efficiënte en betrouwbare poortwachter Een tijdige en zorgvuldige beoordeling van asielaanvragen is essentieel voor het functioneren van het hele stelsel. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet daarom structureel beschikken over voldoende middelen en capaciteit om aanvragen snel en zorgvuldig af te handelen. Kortere procedures zorgen ervoor dat asielzoekers eerder duidelijkheid krijgen over hun toekomstperspectief. Dit is niet alleen van belang voor henzelf , maar draagt ook bij aan het beperken van de kosten voor opvang. Mensen met een verblijfsvergunning kunnen dan sneller doorstromen naar reguliere huisvesting en zijn minder lang aangewezen op opvangvoorzieningen. Daarnaast wordt met een snellere besluitvorming voorkomen dat de overheid jaarlijks tientallen miljoenen euro’s kwijt is aan dwangsommen wegens te trage beslissingen. Investeren in een krachtige en goed toegeruste IND is daarmee een randvoorwaarde voor een beter functionerend asielstelsel.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15/21
Snelle BRP-inschrijving Zonder inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) kunnen statushouders geen woning , zorgverzekering of werk krijgen – laat staan beginnen met inburgering of opleiding. Trage procedures vertragen de integratie en zorgen voor frustratie , verlies van vaardigheden en afhankelijkheid van uitkeringen. Snelle registratie maakt een soepele overgang van opvang naar participatie mogelijk. Juridische belemmeringen Het alternatieve plan raakt aan meerdere wet- en regelgeving , o. a. de Spreidingswet , de Participatiewet , de Wet inburgering etc. Relevante risico’s betreffen onder meer het gelijkheidsbeginsel , beperkingen in landelijke wet- en regelgeving , en beperkte beleidsruimte voor gemeenten bij opvang , huisvesting en arbeidstoeleiding. Het kan het risico op ongelijke behandeling in de hand werken bij maatwerkvoorzieningen voor statushouders , zoals opstartwoningen of versnelde toeleiding naar werk. Ook kunnen gemeentelijke initiatieven botsen met bestaande kaders zoals de Vreemdelingenwet , Participatiewet of de Wet arbeid vreemdelingen. Om dit te voorkomen wordt ingezet op juridische verkenning van experimenteerruimte , samenwerking met het Rijk en benutting van bestaande afwijkingsmogelijkheden , bijvoorbeeld via pilots of algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s).
Daarbij kunnen lessen uit bestaande experimenten in het land worden meegenomen – waaronder de opvang van Oekraïense ontheemden , die op onderdelen al als praktijkproef fungeert voor flexibele huisvesting , participatie en regionale regie. Ook vraagt gegevensdeling tussen ketenpartners om naleving van de AVG en een gezamenlijk systeem. Via lokale privacy-protocollen en convenanten met juridische grondslag kan deze samenwerking worden geborgd.
Werk -en participatie als leidend principe Inburgering en werk/participatie/opleiding Statushouders die aan het werk zijn (bijvoorbeeld via participatiebanen of tijdelijke functies) of een opleiding volgen worden tegelijkertijd geacht om hun inburgeringstraject succesvol te doorlopen. Dat betekent: taallessen volgen , Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)onderdelen afronden , oriëntering op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA) etc. Dit vraagt gemiddeld 20 uur per week. Werk , opleiding en/of participatie moeten hierbij passen en vraagt om flexibiliteit aan beide kanten: zowel van de werkgever/opleidingsinstantie als de inburgering. Wanneer werk/opleiding en inburgering hand in hand gaan , hoeft de statushouders geen keuze te maken tussen werk/opleiding óf inburgering. Een optie is om leerwerktrajecten te ontwikkelen waar inburgering integraal onderdeel vanuit maakt , maar waar wel arbeidsparticipatie waar dat kan leidend is. Investeren in de eigen toekomst - Aanpassing Reba en uitvoering COA Er wordt een spaarregeling opgezet voor asielzoekers met inkomen uit werk ter bevordering van financiële zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Door zelf te sparen , krijgen asielzoekers een actief gevoel van regie over hun eigen toekomst. Dit stimuleert financiële verantwoordelijkheid en bewustwording van kosten die komen kijken bij zelfstandig wonen of vertrek.
Bij een positieve asieluitkomst kunnen de spaargelden gebruikt worden voor inrichtingskosten van een woning , waarborgsommen en huurvoorschotten. Dit vergemakkelijkt opvang naar zelfstandige huisvesting.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
de overgang van
16/21
Voor mensen die niet in Nederland mogen blijven , kan een deel van het gespaarde bedrag worden ingezet om terugkeer te faciliteren , bijvoorbeeld voor reiskosten of andere vertrekgerelateerde kosten. Dit kan ook bijdragen aan een soepele en respectvolle terugkeer. De Regeling eigen bijdrage voor asielzoekers (Reba) regelt de eigen bijdrage die asielzoekers met inkomen en/of vermogen moeten betalen aan het COA voor de opvangkosten. Er zal goed gekeken moeten worden naar deze regeling om een spaarpot (juridisch) mogelijk te maken en werk lonend te laten blijven. Er kan gekeken worden naar aansluiting op het huidige Reba systeem door , naast de berekening van de eigen bijdrage , ook automatisch een reservering voor sparen in te voeren. Betere inzet loonkostensubsidies en jobcoaches Veel statushouders hebben aanvankelijk moeite met het vinden of behouden van werk , vanwege taal , cultuur , trauma of gebrek aan netwerk. Met gerichte ondersteuning – zoals loonkostensubsidie of begeleiding door jobcoaches – wordt de afstand tot de arbeidsmarkt kleiner , kunnen werkgevers eerder instappen , en wordt duurzame participatie mogelijk. Zonder deze instrumenten blijft het risico groot dat mensen in een uitkeringssituatie terechtkomen of onder hun niveau werken.
Diploma-erkenning Snelle diploma-erkenning of competentieverkenning is essentieel om statushouders snel richting werk of opleiding te begeleiden. Wanneer eerder verworven diploma’s of vaardigheden tijdig worden erkend , ontstaat directe toegang tot de arbeidsmarkt of vervolgonderwijs. Dit voorkomt dat mensen onder hun niveau worden geplaatst , met verlies van potentieel en motivatie tot gevolg. Door mensen in te zetten op basis van hun kwalificaties , verkleint hun afhankelijkheid van uitkeringen en vergroten hun kansen op economische zelfstandigheid. Werk is bovendien een van de krachtigste pijlers voor succesvolle integratie en zelfredzaamheid. Als deze erkenning uitblijft , belanden statushouders vaker in langdurige bijstandstrajecten of laagbetaalde banen zonder perspectief , wat leidt tot frustratie , stilstand en hogere maatschappelijke kosten. Het proces vereist veel administratie en documenten (zoals originele diploma’s , cijferlijsten , verklaringen van echtheid) die vluchtelingen vaak niet bij zich hebben of niet kunnen opvragen in het land van herkomst. Daardoor De diplomawaarderingsprocedure bij DUO/Nuffic duurt vaak maanden , soms langer dan een jaar. Tegelijk is er nog te weinig structurele inzet op EVC (Erkenning van Verworven Competenties) of praktijkroutes. De kosten voor de aanvraag voor diploma-erkenning zijn voor statushouders of personen die een
verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd hebben aangevraagd (via ‘internationale diploma waardering’ – IDW) gratis (voor 1 diploma). Met het wetsvoorstel ‘asielnoodmaatregelenwet’ wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgeschaft. Dat betekent dat een grote groep niet in aanmerking komt voor gratis diplomawaardering. Om dit wel mogelijk te maken , is een snelle , toegankelijke en kosteloze diplomawaardering cruciaal. Dat vraagt om: • een versnelde procedure voor de waardering van buitenlandse diploma’s; • structurele financiering vanuit het Rijk , zodat ook statushouders zonder verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kosteloos gebruik kunnen maken van deze voorziening;