ANONIEM 11. Bijlage 3 bij Locis adviseurs over Onvolledige en onjuiste beantwoording SV Omgevingsvergunning Groen Gas Goor (1028828).pdf
Tekst van het document
gezag. • het spuiwaterdebiet in liters per uur en de spuifrequentie; en o De exploitant dient in de opleveringsverklaring van het luchtwassysteem een spuifrequentie op te nemen , afgestemd op de bedrijfsomstandigheden. Deze moet gekoppeld zijn aan sturingsparameters zoals de pH en de elektrische geleidbaarheid (EC) , zodat doelmatig en milieuhygiënisch spuien is gewaarborgd. • het waswaterdebiet in liters per uur. 85. Deze informatie had al beschikbaar moeten zijn. Zonder deze informatie kan de vergunningaanvraag niet beoordeeld worden. 86. Ook andere relevante informatie mist om de vergunningaanvraag te beoordelen. De dimensionering van de luchtwasser en het biobed zijn niet bekend. Het dimensioneringsplan -dat overigens niet mee ter inzage is gelegd met onderhavig ontwerpbesluit -geeft enkel aan dat de ventilatiebehoefte voor de mestverwerking 3 29. 987 m/uur is en dat sprake zou zijn van een " 90% chemische wasser. " Nergens blijkt uit wat de daadwerkelijke ventilatiebehoefte c. q. wat het daadwerkelijke luchtvolume bij GGG zal zijn en hoe dit volume is opgebouwd. Het dimensioneringsplan -dat overigens niet mee ter inzage is gelegd met onderhavig ontwerpbesluit-geeft enkel aan dat de ventilatiebehoefte voor de mestverwerking 29. 987 m 3 /uur is. Maar daarvoor is geen enkele onderbouwing gegeven.
Om de ventilatiebehoefte te onderbouwen , moet onder andere inzichtelijk zijn welke bronnen/activiteiten/ruimtes op de luchtwasser zijn aangesloten. Dat is nu helemaal niet inzichtelijk gemaakt. Dat klemt eens te meer omdat het bedrijf de dikke fractie
23
het
oftewel: digestaat droogt. De dikke fractie wordt immers ‘ontwaterd’ gedroogd. Dit is verder toegelicht in het als bijlage 3 bijgevoegde memo. Al hetgeen daarin is aangevoerd, dient als hier herhaald en ingelast beschouwd te worden. De van
-
ventilatiebehoefte stukken
in het
is dus
geen enkele manier onderbouwd. In de verschillende en het milieuspoor noemt GGG hiervoor ook diverse
op
natuurspoor
hoeveelheden. 87.
Ook
het
ammoniakverwijderingsrendement
niet onderbouwd.
Er is voor de
luchtwasser
verwijderingsrendement van daarover enkel het volgende.
98%
van
de
van
luchtwasser
het biobed
en
ammoniak.
In de
en
uitgegaan
samen
notitie
het biobed
van
EN
van
zijn een
(geanonimiseerd) staat
Het
dimensioneringsplan van de chemische luchtwasser geeft aan dat deze een rendement heeft 90% bij een luchtvolume van 29.987 m° per uur. Doordat het luchtvolume lager is, 20.200 m? per uur, zal het werkelijk rendement hoger zijn. Daarnaast zullen de laatste resten ammoniak door het biobed worden afgevangen. van
In
voorliggend
onderzoek
is rekening
de chemische
wasser
gehouden met een verwijderingsefficiëntie van 98% van amhet nageschakelde biobed tezamen. Het luchtdebiet be20.200 de m?/uur. Voor draagt gemiddeld ongereinigde lucht is worst-case rekening gehouden met 65 mg NH2/m? (= 93 ppm) als jaargemiddelde. Bij een reinigingsrendement van tenminste 98% bedraagt de restconcentratie in het afgas 1,3 mg NH2/m? (= 1,9 ppm). Met een emissiedebiet van
moniak
voor
20.200
m?/uur bedraagt de emissie
0,02626 kg/uur, (20.200 « 1,3) / 1.000.000 met ten hoogste 8.760 230 kg NHs/jaar. De werkelijke restconcentratie 0,02626 gereinigde lucht zal na vergunningverlening worden vastgesteld maar zal niet meer
overeenkomend ammoniak
met
ammoniak
van
x
in de
=
=
bedragen dan 1,3 mg NH3 per m’ als jaargemiddelde waarde. 88.
Weliswaar maar
niet
vermeldt waar
onderbouwd. én
in
het
dimensioneringsplan
dat rendement op
inderdaad
ziet. Het rendement
Dat
geldt
eveneens
combinatie
met
de
het rendement
voor
luchtwasser.
Het
is
een
rendement
van
90%,
is ook op geen enkele manier van het biobed afzonderlijk
genoegzaam bekend dat het luchtwassers in de wetenschap en de GS
verwijderingsrendement van onder andere rechtspraak volop ter discussie staat. Het is dan ook volstrekt onbegrijpelijk waarom GS in dit geval, zonder onderbouwing, zonder meer zijn uitgegaan van een van 90% verwijderingsrendement respectievelijk 98%, Het verwijderingsrendement is niet met zekerheid aangetoond. Er is geen enkele onderbouwing voor gegeven en er zijn geen metingen overgelegd. Daarom had gelet op het voorzorgsbeginsel niet met een verwijderingsrendement (van 90% respectievelijk 98%) gerekend mogen worden. Door dat toch te doen, is het ontwerpbesluit in strijd met artikel 2.8, eerste en derde lid, van de Wnb en het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel zoals
bedoeld
in de artikelen 3:2
en
3:46 van
de Awb.
Voorschriften 89,
In het
ontwerpbesluit
verschillende
voorgaande
is een
aantal
stikstofbronnen is
toegelicht,
is dat
met
voorschriften opgenomen. bijbehorende emissies
geen
volledig
overzicht
van
Voorschrift weer.
alle
1 geeft de
Zoals
in
het
stikstofbronnen
24
binnen het bedrijf. Daarnaast zijn de wel opgenomen stikstofbronnen een onderschatting. 90. Voorschrift 3 bepaalt dat de luchtwasser in werking moet zijn volgens de gegevens uit een opleveringsverklaring. Uit hetgeen in het voorgaande is toegelicht , blijkt dat er nog geen opleveringsverklaring is. Doordat die ontbreekt. hadden GS geen vergunning kunnen verlenen. Feitelijk betreft het voorschrift daarom een impliciete weigering van de aangevraagde vergunning. 91. Voorschrift 4 bepaalt dat het doseren van zuur aan het luchtwassysteem automatisch moet plaatsvinden. Uit de stukken blijkt niet dat hieraan voldaan wordt. Feitelijk betreft daarom ook dit voorschrift een impliciete weigering van de aangevraagde vergunning. Dit geldt hetzelfde voor de voorschriften 5 en 6. Wat betreft voorschrift 5 is verder van belang dat de elektronische monitoring moet worden vastgelegd , gedurende vijf jaar moet worden bewaard en ter inzage moet liggen voor het bevoegd gezag. 92. Voorschrift 7 bepaalt dat de sensoren voor pH en elektrische geleidbaarheid moeten worden gekalibreerd en gecontroleerd. De resultaten daarvan moeten schriftelijk worden vastgelegd. Daaraan moet worden toegevoegd dat die resultaten gedurende vijf jaar moeten worden bewaard en ter inzage moeten liggen voor het bevoegd gezag. 93.
Voorschrift 8 bepaalt dat het luchtwassysteem minimaal één keer per twaalf maanden moet worden gecontroleerd en onderhouden. De resultaten hiervan moeten schriftelijk worden vastgelegd , gedurende vijf jaar worden bewaard en ter inzage liggen voor het bevoegd gezag. 94. Voorschrift 9 bepaalt dat de exploitant gedragsvoorschriften moet opstellen. GGG had deze al moeten opstellen gelet op het feit dat het gaat om de legalisatie van een bestaande situatie. In het voorschrift moet toegevoegd worden dat de gedragsvoorschriften ter goedkeuring aan GS moeten worden voorgelegd. 95. Voorschrift ll bepaalt dat er iedere zes maanden een meting moet worden uitgevoerd naar de emissies van ammoniak afkomstig van de luchtwasser. Hieraan moet toegevoegd worden dat de meetresultaten moeten worden vastgelegd , gedurende vijf jaar moeten worden bewaard en ter inzage moeten liggen voor het bevoegd gezag. 96. Ten onrechte zijn er geen voorschriften gesteld met betrekking tot de werking , het onderhoud. et cetera van het biofilter. Het ammoniakvervvijderingsrendement van het biofilter is dus niet geborgd.
25
LJAMEN L=GAL
9.
97,
AERIUS
Gelet
aangevraagde natuurvergunning niet kan GS echter de toetsingscriteria en de relevante rechtspraak naast zich neer blijven leggen en in strijd daarmee en in strijd met de wet toch een natuurvergunning willen verlenen, dan zullen er nieuwe AERIUS-berekeningen moeten worden gemaakt. Op 7 oktober 2025 wordt AERIUS namelijk geactualiseerd.
10. 98,
op het voorgaande is duidelijk dat de worden verleend. Indien en voor zover
Conclusie
aangevraagde natuurvergunning
De
99,
verleend
Cliënten
concluderen
de 100.
2.8, eerste
worden
en
derde van
lid,
de
locatie
van
de Wnb.
(geanonimiseerd) in | (geanonimiseerd) is in strijd |
vergunning lid, op grond aangevraagde natuurvergunning moet daarom worden geweigerd, In het ontwerpbesluit is dit ten onrechte miskend. Het ontwerpbesluit is daarnaast in strijd met verschillende algemene beginselen van behoorlijk bestuur. met
artikel
voor
gegrondverklaring aangevraagde natuurvergunning. Cliënten
tot
behouden
zich
Er
artikel 2.7, tweede
van
hun
kan
daarom
geen
van
de Wnb.
De
zienswijze
en
weigering
van
nota bene gelet op het feit dat het ontwerpbesluit met een ander voor dit midden in de zomertegelijkertijd ontwerpbesluit bedrijf (vakantieperiode ter inzage is gelegd en slechts een beperkte aanvullende termijn is gesteld voor het indienen van de motivering van de zienswijze, het recht voor om hun zienswijze later nader aan te vullen. Ook behouden zij zich het recht voor om hun zienswijze nader aan te vullen na ontvangst van de ontbrekende stukken bij het ontwerpbesluit c.q. de vergunningaanvraag. -
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
26