CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

ANONIEM 11. Bijlage 3 bij Locis adviseurs over Onvolledige en onjuiste beantwoording SV Omgevingsvergunning Groen Gas Goor (1028828).pdf

Gemeenteraad 3 november 2025, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 5: Vaststellen adviezen ingekomen stukken10.932 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Damen

om)

== ==

Le

Legal

B.V.

Postbus 221 5140 AE

L=GAL

Waalwijk

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)

E

@& damenlegal.com AANGETEKEND

Provincie

Overijssel vergunningen

Team

Postbus 10078 8000

GB

ZWOLLE

Vooruit per e-mail:

(geanonimiseerd) Meeverijssel.n!

Datum

Drunen,

Onze

D2025043

Uw

referentie

referentie

9

september

| D2025-00038721

Z2025-00006701

Provincie Overijssel (geanonimiseerd) |

Inzake

motivering zienswijze

Op op

en

(VS)

verzoek

om

informatie

(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) |

Geachte 1

2025

025

(geanonimiseerd) EE

heb ik

namens aan

de

pro forma

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) een ,

Wet natuurbescherming zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit Staten 24 van GS) van Gedeputeerde Overijssel (hierna: juni 2025 met kenmerk 2022-013018. Bij schrijven van 27 augustus 2025 heeft u cliënten gedurende twee weken in de gelegenheid gesteld om de motivering van hun zienswijze in te dienen. Hierbij, en dus tijdig, dien ik namens cliënten de motivering van hun zienswijze in. van

2.

ontwerpbesluit schiet ernstig tekort. Er is ten onrechte niet getoetst aan de relevante toetsingscriteria zoals die uit de rechtspraak volgen, terwijl GS zich terdege bewust zijn van die rechtspraak. Daarbij wordt onder andere gedoeld op de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 18 december 2024, 4 september 2024, 6 maart 2024, 7 september Het

2022,

24

november

2021

en

29

additionaliteitsvereiste

mei

2019.

Ten

onrechte

Ook

is

ten

onrechte

niet

aan

het

getoetst. geen passende beoordeling zijn meerdere ‘stikstofbronnen’ ten onrechte niet meegenomen, waardoor de beoogde situatie en de stikstofdepositie fors zijn onderschat. Het project zal de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden aantasten. De aangevraagde natuurvergunning moet daarom worden geweigerd.

opgesteld.

1. 3.

is

Verder

Inleiding Groen

de

Gas

Goor

|

B.V. (hierna: GGG)

(geanonimiseerd) in

coproducten

en

(geanonimiseerd) |

verwerkt

betreft

co-vergistingsinstallatie gevestigd aan bedrijf accepteert en verwerkt dierlijke meststoffen en deze in de vergisters. een

Het

Damen Legal B.V. verricht haar diensten uitsluitend onder toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden (zie damenlegal.com). waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen.

_ KvK 76393577 BTW NL860610408B01

IBAN

(geanonimiseerd)

tnv.

Damen

Legal BV.

4. GGG heeft op 3 oktober 2022 een aanvraag voor een vergunning zoals bedoeld in artikel 2.7 , tweede lid , van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb respectievelijk natuurvergunning) bij GS ingediend. GS zijn gezien het ontwerpbesluit voornemens om de natuurvergunning te verlenen. Cliënten zijn het daar niet mee eens en lichten dat hierna toe. 2.

Stukken

5. Bij het ontwerpbesluit behoort als bijlage 3 een situatietekening van l juli 2024. laatst gewijzigd op 15 juli 2024. Tussen de stukken zit echter ook een situatietekening van 26 augustus 2022. Onduidelijk is hoe beide tekeningen zich ten opzichte van elkaar verhouden en waarom de tekening van 26 augustus 2022 bij de stukken is gevoegd. 6. Verschillende stukken maken onderdeel uit van het ontwerpbesluit. waaronder de 'toelichting bij aanvraag vergunning Wnb Groen Gas Goor B. V. ' van 4 september 2024 (hierna: toelichting bij de aanvraag). In de toelichting bij de aanvraag wordt verwezen naar verschillende bijlagen. Deze bijlagen zijn echter grotendeels niet in de ter inzage gelegde stukken opgenomen en kunnen dus niet door cliënten worden beoordeeld. Het gaat om de volgende bijlagen bij de toelichting. a. Bijlage Ais een plattegrondtekening van 17 juli 2024. Er is geen tekening van die datum. b. Bijlage B is een tekening gevels en dwarsdoorsnedes van 27 september 2022. Er is geen tekening gevels en dwarsdoorsnedes van die datum. De tekening met het genoemde kenmerk (K22-0584-00l) is überhaupt geen tekening gevels en dwarsdoorsnedes. c. Bijlage D is een toelichtende stikstofdepositie van 25 juli 2024 met kenmerk N218l028l. N03a. Er is geen toelichtende stikstofdepositie van die datum en met dat kenmerk. d. Bijlagen Dl. El en E2 zien op drie verschillende AERIUS-berekeningen.

Al deze AERIUS-berekeningen zijn geen onderdeel van de stukken en zijn niet ter inzage gelegd. e. Bijlage N ziet op 'AERIUS-berekeningen emissiebronnen uittreedhoogte·. Onduidelijk is om welke AERIUS-berekeningen (datum en kenmerk) dat gaat. De AERIUS-berekeningen lijken geen deel uit te maken van de stukken en niet ter inzage te zijn gelegd. 7. Voor zover in de toelichting naar AERIUS-berekeningen wordt verwezen. is het de vraag hoe deze zich verhouden ten opzichte van de AERIUS-berekeningen die als bijlagen l en 2 bij het ontwerpbesluit behoren. Gelet op de kenmerken van de verschillende berekeningen is duidelijk dat het om verschillende berekeningen gaat. In zoverre lijkt het ontwerpbesluit daarom innerlijk tegenstrijdig. Dit kunnen cliënten echter niet (verder) beoordelen. omdat -zoals gezegd -de AERIUS­ berekeningen bij de toelichting bij de aanvraag niet ter inzage zijn gelegd.

2

LJAMEN L=GAL de

Naast

toelichting

stikstofdepositie' onderdeel

uit

van

bij

de

(geanonimiseerd) Lj

het

maakt ook de ‘notitie berekenin aanvraag 22 oktober 2024 (hierna: notitie van

(geanonimiseerd) 5

van

toelichting op de aanvraag wordt verwezen naar een andere notitie. Omdat ook die toelichting onderdeel uitmaakt van het ontwerpbesluit, is het ontwerpbesluit in zoverre innerlijk tegenstrijdig. Daarnaast wordt in de notitie van (geanonimiseerd) verwezen naar bijlagen. Onduidelijk is wat die bijlagen zijn. De bijlagen lijken geen deel uit te maken van de ter inzage gelegde stukken en kunnen dus niet door cliënten worden beoordeeld. van

ontwerpbesluit.

In

de

ha

Veel

stukken

zijn

gelegd. Daardoor is de terinzagelegging onvolledig ontwerpbesluit niet volledig beoordelen. Cliënten verzoeken u om de ontbrekende stukken alsnog zo spoedig mogelijk toe te sturen. Cliënten behouden zich het recht voor om hun zienswijze na ontvangst de ontbrekende

van

10.

dus

kunnen

en

Daarnaast

niet

inzage

ter

cliënten

stukken

aan

het

te vullen.

is in de

‘Toelichting bij aanvraag vergunning Wnb Groen Gas Goor B.V van 4 september 2024 (op blz. 5) ten onrechte en zonder enige grondslag informatie geweigerd. Die informatie moet alsnog kenbaar worden gemaakt. goede orde wordt verder opgemerkt dat in het ontwerpbesluit staat vermeld dat bijlage 1 een verschilberekening is. Dat klopt niet, dat is namelijk een berekening van de beoogde opzet. Voor

de

Toetsingskader 12,

In het ontwerpbesluit staat aan welke kaders Onderdeel daarvan is de Beleidsregel Natuur

vergunningaanvraag is getoetst. Overijssel (hierna: Beleidsregel). Het toetsingskader is ontoereikend en niet in overeenstemming met het geldende toetsingskader zoals dat (mede) uit de rechtspraak volgt. Van belang daarvoor is voornamelijk de volgende rechtspraak. a.

Extern

kort

mag alleen als mitigerende maatregel worden betrokken als, wordt voldaan aan het additionaliteitsvereiste (ABRvS 29 mei 2019,

salderen

gezegd,

ECLINL:RVS:2019:1603, ABRVS b.

Salderen

c.

d.

e.

onderdelen

met

gerealiseerd, ro.

de

is niet

24

van

november een

mogelijk (ABRvS

2021, ECLI:NL:RVS:2021:2627 e.a).

milieutoestemming 18

december

2024,

die

feitelijk

niet

zijn

ECLIINL:RVS:2024:49253,

19,4-19.5).

Salderen

met

die milieutoestemming feitelijk zijn gerealiseerd maar structureel niet meer in gebruik zijn, is niet mogelijk, tenzij hervatting van de milieuvergunde activiteit zonder natuurvergunning kan

(ABRvS

december

18

onderdelen

2024,

van

een

ECLINL:RVS:2024:49253,

ro.

194-195).

vergunningen en/of milieutoestemmingen van de saldogever moeten zijn ingetrokken (zie bijv. ABRvS 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:951, ro. 78-78.2). Er mag niet (zonder meer) worden uitgegaan van de ammoniakemissiefactoren zoals die voor emissiearme stalsystemen zijn vastgelegd, omdat uit diverse wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat de stikstofuitstoot uit emissiearme Alle

stallen waarschijnlijk hoger is dan waarvan bij de vastgestelde emissiefactoren wordt uitgegaan (zie bijv. ABRvS 7 september 2022 , ECLl:NL:RVS:2022:2577 , 2622 en 2624 en ABRvS 4 september 2024. ECLl:NL:RVS:2024:3356. 3569 en 3570). 73. De omstandigheid dat GS zich terdege bewust zijn van deze rechtspraak. maar deze niet in het ontwerpbesluit hebben betrokken. is zorgelijk en uiterst kwalijk. geeft mede gelet op de druk van Provinciale Staten op GS ten aanzien van GGG -blijk van vooringenomen handelen en is in strijd met verschillende algemene beginselen van behoorlijk bestuur. waaronder in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel zoals bedoeld in de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). 14. Dat GS ten onrechte niet de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024 in het ontwerpbesluit hebben betrokken. blijkt ook uit de overweging in het ontwerpbesluit dat een passende beoordeling niet noodzakelijk zou zijn in gevallen waarin " de stikstofdepositie niet toeneemt ten opzichte van de milieuvergunde situatie op het tijdstip van aanwijzing van een beschermd gebied " (blz. ll-12 ontwerpbesluit). 75. Doordat in het ontwerpbesluit niet is getoetst aan het volledige toetsingskader. is het ontwerpbesluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Bovendien is het ontwerpbesluit daardoor in strijd met artikel 2. 7.

tweede lid , en artikel 2. 8. eerste en derde lid , van de Wnb. Doordat niet aan het volledige toetsingskader is getoetst. is namelijk geen passende beoordeling vastgesteld waarin de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. De aangevraagde natuurvergunning kan daarom niet verleend worden. Dit wordt hierna verder toegelicht.

4.

Additionaliteitsvereiste

16. Het bedrijf heeft geen referentiesituatie en veroorzaakt stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het bedrijf heeft daarom een natuurvergunning nodig en daarvoor moet een passende beoordeling worden opgesteld. Het bedrijf probeert een natuurvergunning te verkrijgen op basis van extern salderen. Het ontwerpbesluit is dan ook op extern salderen gebaseerd. 17. Extern salderen is een maatregel die naar zijn aard ook geschikt is om ingezet te worden als instandhoudings-of passende maatregel. " De beëindiging van het saldogevende bedrijf door aankoop en intrekking van de vergunning is een maatregel die naar zijn aard ook geschikt is om ingezet te worden als instandhoudings-of passende maatregel. " 1

1

AB RvS 24 november 2021 , ECLl:NL:RVS:2021:2627. ro. 30. 4. 4

18. Extern salderen mag daarom niet zonder meer als mitigerende maatregel in een passende beoordeling worden betrokken. " Uit overweging 13-13. 8 van de uitspraak van 29 mei 2019. ECLl:NL:RVS:2019:1603 volgt -kort gezegd -dat een maatregel die als instandhoudings-of passende maatregel kan worden ingezet alleen als mitigerende maatregel in een passende beoordeling kan worden betrokken als. gelet op de staat van instandhouding en de instandhoudingsdoelstelling. het behoud van natuurwaarden is geborgd of in geval een verbeter-of hersteldoelstelling geldt , dat doel ook op andere wijze kan worden gerealiseerd. Bovendien dient de maatregel verbonden te zijn aan het plan of project. " 2 19. Deze toets wordt ook wel het additionaliteitsvereiste genoemd. In een uitspraak van 30 april 2025. ECLl:NL:RVS:2025:1971. ro. 6. 1 heeft de Afdeling dit vereiste kernachtig samengevat (zie ro. 81. 3-81. 6 voor een uitgebreide toelichting). " Bij de inzet van extern salderen als mitigerende maatregel moet worden voldaan aan het zogenoemde additionaliteitsvereiste. Dit betekent dat moet worden onderbouwd dat de (gedeeltelijke) beëindiging van de ingezette agrarische bedrijven niet nodig is voor het behoud van de gunstige staat van instandhouding van de natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden (artikel 6. eerste lid.

van de Habitatrichtlijn) en ook niet nodig is om verslechteringen of verstoringen die significante effecten kunnen hebben op de natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden te voorkomen (artikel 6 , tweede lid. van de Habitatrichtlijn). " 20. De motivering waarom een mitigerende maatregel in de passende beoordeling kan worden betrokken. moet uitvoerig zijn. " Uit de uitspraak van de Afdeling van 14 februari 2024. ECLl:NL:RVS:2024:625 (GOL­ uitspraak. onder 49 en verder). volgt dat de motivering waarom een mitigerende maatregel in de passende beoordeling kan worden betrokken. moet zijn toegesneden op de instandhoudingsdoelstellingen en de staat van instandhouding van de habitattypen en leefgebieden van soorten waarvoor de externe saldering wordt toegepast en de maatregelen die worden ingezet om die instandhoudingsdoelstellingen te halen. Omdat deze doelen op gebiedsniveau worden vastgesteld en de staat van instandhouding per gebied wordt beoordeeld. betekent dit dat de vraag of het behoud van de natuurwaarden is geborgd of dat de verbeter-of hersteldoelstellingen worden gerealiseerd ook op gebiedsniveau moet worden beantwoord. Daarnaast kan uit de COL-uitspraak worden afgeleid dat bij de inzet van extern salderen in een geval waarin voor het halen van de instandhoudingsdoelstellingen een (blijvende) daling van de stikstofdepositie nodig is.

de minister inzichtelijk moet maken met welke andere maatregelen een daling 2

ABRvS 24 november 2021. ECLl:NL:RVS:2021:2627. ro. 30. 4. Zie verder bijv. ABRvS 29 mei 2019 , ECLl:NL:RVS:2019:1603 , ro. 13-13.8 , ABRvS 14 februari 2024 , ECLl:NL:RVS:2024:625 , ABRvS 28 februari 2024 , ECLl:NL:RVS:2024:831 en 834 , ABRvS 6 maart 2024 , ECLl:NL:RVS:2024:951 en ABRvS 30 april 2025 , ECLl:NL:RVS:2025:1971 , ro. 81. 3-81. 6.

5

van de stikstofdepositie voor het betrokken Natura 2000-gebied kan worden gerealiseerd. Aan de motiveringseis is in dat geval voldaan als de minister aannemelijk maakt dat een (blijvende) daling van stikstofdepositie op gebiedsniveau wordt gerealiseerd. " 3 21. In het ontwerpbesluit en de vergunningaanvraag is ten onrechte -en merkwaardig genoeg -niét aan het additionaliteitsvereiste getoetst. In het addendum bij de aanvraag ('Toelichting natuurwinst'. d. d. 4 september 2024) wordt op blz. 6 wel kort het volgende opgemerkt. 4 Verschillende rechtbanken en de Raad van State maken in hun uitspraken heel duidelijk dat extern salderen alleen mag als onontkoombare maatregelen zijn genomen om de af­ name van stikstofuitstoot te garanderen die nodig is om de natuurdoelen te halen. In Overijssel zijn alle natuurgebieden overbelast met stikstof. Zolang andere maatregelen er niet voor zorgen dat de stikstofuitstoot op de natuur voldoende wordt verlaagd , kan de vrijgekomen stikstofruimte niet ingezet worden voor een vergunning , maar moet deze ten goede komen aan de natuur. Indien met extern salderen toch een vergunning wordt ver­ leend , zal de rechter de vergunning vrijwel zeker vernietigen. •

22. Maar vervolgens wordt niet inhoudelijk aan die uitspraken - oftewel: aan het additionaliteitsvereiste -getoetst. De omstandigheid dat volgens de toelichting en het addendum bij de aanvraag 85% van de aangekochte stikstofemissie wordt afgeroomd. laat onverlet dat hieraan wél getoetst had moeten worden. De uitspraak van de Afdeling van 28 mei 2025. ECLl:NL:RVS:2025:2404. ro. 19. 1-19. 5 illustreert dat duidelijk. Daarin heeft de Afdeling namelijk onder andere het volgende overwogen. '19. l. Volgens het college en BPD wordt in dit geval maar een klein deel (ongeveer 2%) van de omvang van de referentiesituatie ingezet als mitigerende maatregel. De andere 98% komt feitelijk ten goede aan de natuur. Het college en BPD geven aan dat. door een gedeelte van de referentiesituatie niet te benutten. het project feitelijk bijdraagt aan een reductie van stikstofdepositie en volgens hen mag het college dit gegeven betrekken in haar motivering van het additionaliteitsvereiste. ( . . . ) 19. 3. De Afdeling stelt voorop dat het additionaliteitsvereiste ziet op de vraag of de mitigerende maatregel die wordt ingezet niet al nodig is als instandhoudings-of passende maatregel. Dit betekent dat het additionaliteitsvereiste ziet op het gedeelte van de referentiesituatie dat wordt ingezet.

Het college moet kunnen motiveren dat het gedeelte van de referentiesituatie dat wordt ingezet als mitigerende maatregel niet nodig is als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Dat betekent dat het niet volstaat om te verwijzen naar de verhouding tussen het wel (2%) en het niet-ingezette deel (98%) van de referentiesituatie. " 3

ABRvS 6 maart 2024. ECLl:NL:RVS:2024:951. ro. 71. 2. Zie ook verder in ABRvS 30 april 2025. ECLl:NL:RVS:2025:1971. ro. 81. 3-81. 6. 4 Aan het einde van het opgenomen citaat wordt verwezen naar voetnoot 9. In die voetnoot staat het volgende: " Brief van GS aan PS 4 april 2023."

6

LAM

el TZ

L zG 25.

De

uitspraak

maakt

duidelijk

additionaliteitsvereiste wordt GGG

aanzien

Ten

van

niet (zonder meer) aan alle ammoniakemissie

het die

ingezet voor salderen, moet worden getoetst aan het additionaliteitsvereiste geval van de uitspraak dus ook ten aanzien van die 2%, Dus ook al heeft 85% van de aangekochte emissie afgeroomd, dan moet ten aanzien van de

resterende

24,

bij 98% afroming

in het

—en

ten

dat zelfs

wordt voldaan.

nog steeds niet gebeurd.

15%

onrechte

worden

getoetst

Nergens is toegelicht dat het beëindigen behoud

het additionaliteitsvereiste.

aan

Dat

is

saldogevers niet nodig is voor het instandhouding van de natuurwaarden in de en ook niet nodig is om verslechteringen of

de

gunstige staat van 2000-gebieden verstoringen die significante effecten kunnen hebben op de natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden te voorkomen. Dit geldt eens te meer omdat uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat er bij verschillende Natura 2000-gebieden bij 85% afroming van de rechten geen verbetering plaatsvindt” Er is dus ook niet voldaan aan de vereiste motiveringsplicht daarvoor, zoals die in het voorgaande is toegelicht. Dat betekent dat de vergunningaanvraag en het ontwerpbesluit in strijd zijn met het additionaliteitsvereiste. De externe saldering mag daarom niet als mitigerende maatregel in de passende beoordeling worden betrokken. van

betrokken

25;

Om

de

de

van

Natura

dezelfde

redenen

Beleidsregel.

Op

is het

ontwerpbesluit

grond

daarvan

in

strijd

betrekken

GS

met artikel

“bij

2.2.6, vierde

de

lid, van

de beoordeling uitsluitend de N-emissie van de saldogevende aanvraag voor extern salderen voor zover van de daaraan ten grondslag liggende toestemming activiteit intrekking niet noodzakelijk is in verband met toepassing van artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn.” Aan deze voorwaarde is niet voldaan. De externe saldering mag niet als mitigerende maatregel in de passende beoordeling worden betrokken. De aangevraagde natuurvergunning moet geweigerd worden.Al hetgeen hierna verder wordt aangevoerd, dient in zoverre ten overvloede, van

Saldogevers Algemeen 26.

het voorgaande is toegelicht dat de externe saldering niet als mitigerende maatregel in de passende beoordeling mag worden betrokken. Dit geldt eens te meer omdat de externe saldering niet voldoet aan de voorwaarden die daaraan worden gesteld. Dat komt voornamelijk doordat niet is getoetst aan het (volledige) geldende toetsingskader. Het ontwerpbesluit kan daarom niet in stand blijven. Hierna wordt per saldogever toegelicht waarom het ontwerpbesluit niet voldoet. In

(geanonimiseerd)

5.2,

27.

5

aan saldogever natuurvergunning van

De

Boetelerveld

en

Stelkampsveld.

de

(geanonimiseerd) |

4 februari

2015.

Op

in

2 mei

(geanonimiseerd) | 2024

beschikt(e)

heeft GGG

een

over

een

overeenkomst

met deze saldogever gesloten voor het overnemen van een deel van de ammoniakrechten. Op 3 juli 2024 is verzocht om gedeeltelijke intrekking van de natuurvergunning van de saldogever. 28. In het ontwerpbesluit staat dat GS op 3 juli 2024 hebben besloten om positief te beschikken op de aangevraagde gedeeltelijke intrekking (besluit met kenmerk 02024-00056943). Dit klopt zonder meer niet. omdat het verzoek om gedeeltelijke intrekking dateert van 3 juli 2024. Een besluit met voornoemd kenmerk is niet te vinden op de website van de provincie. 6 In de officiële bekendmakingen zijn de bekendmakingen van een ontwerpbesluit , een besluit en een verzoek om intrekking van de vergunning van de saldogever van 19 december 2024 te vinden. Het ontwerpbesluit en het besluit zijn daar niet (meer) in te zien. Gelet daarop en gelet op de omstandigheid dat er ook nog een intrekkingsverzoek van 19 december 2024 is , is onduidelijk of en in hoeverre de natuurvergunning daadwerkelijk gedeeltelijk is ingetrokken voor GGG en dat geen sprake is van een dubbele inzet. Het besluit is namelijk ook niet bij de vergunningaanvraag van GGG gevoegd. 29. In geval van extern salderen moet zijn verzekerd dat de emissie die voor externe saldering wordt ingezet. niet dubbel wordt ingezet. In dit kader wordt ook wel gesproken over het vereiste van directe samenhang.

7 Daarvoor moet ook het volgende vaststaan (zie ABRvS 6 maart 2024 , ECLl:NL:RVS:2024:957). " Er dient namelijk tevens vast te staan dat de saldogevende activiteit daadwerkelijk is of wordt beëindigd , omdat alleen dan ook het depositiesaldo van de gevende partij kan worden aangewend voor de ontvangende partij. Deze beëindiging dient zodanig te zijn vormgegeven , dat een nieuwe of hernieuwde activiteit op die locatie niet kan plaatsvinden op basis van diezelfde -overgedragen -depositiesaldi van de vroegere referentiesituatie. Dit wordt soms zo geformuleerd dat voldoende moet worden gewaarborgd dat de saldogevende activiteit niet zal worden hervat " (ro. 75 , zie ook ro. 78. l ). " Het vereiste van de waarborg dat de bedrijfsvoering feitelijk daadwerkelijk is beëindigd en ook niet zal worden hervat. is in de jurisprudentie van de Afdeling gesteld , omdat zich de situatie kan voordoen dat na de volledige intrekking van de betrokken natuurvergunning , een onderliggende milieuvergunning of milieumelding in stand blijft waaraan een referentiesituatie kan worden ontleend op grond waarvan opnieuw een natuurvergunning kan worden aangevraagd. Gewaarborgd moet zijn dat die referentiesituatie wordt weggenomen. (. . . ) Ook in een dergelijke situatie is het dan nodig dat de onderliggende milieutoestemmingen worden ingetrokken.

In geval van een milieumelding kan die melding niet worden ingetrokken , maar kan worden gepubliceerd dat de melding van het saldogevende bedrijf is vervallen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2077. ECLl:NL:RVS:20ll:BP7785 , overweging 2.5) " (ro. 78. l). 6 https://overijssel. notu biz. nl/ 7 Zie bijv. AB RvS 30 april 2025. ECLl:NL:RVS:2025:1971 , ro. 83. 8

Het

benodigde intrekkingsbesluiten worden genomen en/of publicatie van het vervallen van de milieumelding plaatsvindt om ook daadwerkelijk de referentiesituatie voor de saldogevende activiteit weg te nemen en daarmee te voorkomen dat op grond van die referentiesituatie voor de activiteit een saldogevende opnieuw natuurvergunning kan worden aangevraagd” (ro. 78.2). 30.

is

is

verzekerd

dat

de

uitspraak volgt dat naast de natuurvergunning ook de milieutoestemming saldogever moet zijn ingetrokken. Die intrekking is vereist ‘op het moment dat wordt gestart met de realisatie van het saldo-ontvangende project, dus bij de start van de met het project onlosmakelijk verbonden bouw- en aanlegactiviteiten. Bij de start van het project moet namelijk de zekerheid bestaan over het ontbreken van effecten van het project op Natura 2000-gebieden, om te voorkomen dat beschermde worden 6 maart (ABRvS 2024, gebieden aangetast’ GGG ECLIENL:RVS:2024:951, ro. 77.2). Omdat het in het geval van gaat om legalisatie van een reeds bestaand moeten de project, intrekkingen dus al hebben plaatsgevonden. rechtspraak milieutoestemming(en) van de saldogever. Daardoor is niet verzekerd dat de saldogevende activiteit niet kan worden hervat en dat de emissie die voor externe saldering wordt ingezet, niet dubbel kan worden ingezet. De externe saldering voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen, waaronder de directe samenhang zoals die is vereist in de rechtspraak en artikel 2.2.6, eerste lid, van de Beleidsregel. In zoverre valt de saldogever aan de 4 af voor externe saldering. Alofssteeg In

de

aanvraag Er

het

ontwerpbesluit is ten niet van intrekking van

en

blijkt

onrechte

niet

deze

aan

de

(geanonimiseerd)

55

55,

bestuursrechtelijk

de

getoetst.

52

dat

Uit deze van

3].

‘vereist

(geanonimiseerd) in | (geanonimiseerd) beschikt(e) niet over een saldogever aan de | natuurvergunning, maar enkel over een milieutoestemming. Het betrof een melding van 31 januari 1992 ingevolge het Besluit melkrundveehouderijen en een melding van 30 november 2009 ingevolge het Besluit landbouw milieubeheer. Op 1 maart 2023 heeft GGG een overeenkomst met deze saldogever gesloten voor het overnemen van de ammoniakrechten. Op 15 mei 2023 is een melding gedaan voor het beëindigen van de veehouderij. Op 14 juni 2023 heeft het bevoegd gezag deze melding bevestigd. De

In het

uit

ontwerpbesluit luchtfoto.

een

Uit de

het bedrijf feitelijk nog

bedrijf feitelijk nog aanwezig Afdeling van 18 december 2024,

een

dit

aanvraag

niet

van

de

aanwezig

is, Dit

is, is echter

zou

blijken

niet voldoende.

blijkt milieutoestemming worden gesaldeerd voor zover de toegestane activiteit feitelijk zijn én gerealiseerd nog structureel in gebruik zijn dan wel zonder natuurtoestemming in opnieuw gebruik kunnen worden genomen. In het ontwerpbesluit en de dat

uitspraak

Of

staat dat

voldoende

is hier ten

is.

mag alleen met onderdelen van de Er

onrechte

niet

aan

getoetst.

ECLINL:RVS:2024:4923

een

Het

feit dat

voor

deze

locatie

op 7

LJAM L =G

el TZ

april 2023 een melding is gedaan voor het saneren van asbesthoudende materialen, geeft de indruk dat de stallen al gesloopt werden, en dat de veehouderij dus niet meer structureel in gebruik was. 34,

niet is

aangetoond dat de veehouderij nog structureel in gebruik was of zonder in de natuurtoestemming opnieuw gebruik kon worden genomen, mag De van de niet worden voor veehouderij milieutoestemming gebruikt saldering.® daarom af voor externe saldering. saldogever aan de (geanonimiseerd) Nu

EN

55:

overvloede

volgende opgemerkt. In het ontwerpbesluit en de aanvraag gerekend kg NHs van deze saldogever, gebaseerd op 60 melken kalfkoeien met een emissiefactor van 13 kg NHs per dierplaats per jaar. De emissiefactor van 13 kg NH: per dierplaats per jaar mag alleen worden gebruikt als sprake is van permanent opstallen. Als sprake is van beweiden dan moet worden gerekend met 5% korting en dus een lagere emissiefactor. Niet is aangetoond of de melk- en kalfkoeien permanent werden opgestald of werden beweid. Dat is niet alleen relevant voor de emissiefactor waarmee moet worden gerekend, maar ook voor de toepasselijke maximale emissiewaarde uit het Besluit emissiearme huisvesting en daarmee artikel 2.2.6, elfde lid, van de Beleidsregel. Dit wordt, zoals gezegd, alleen ten overvloede opgemerkt, omdat niet is aangetoond dat de veehouderij nog structureel in gebruik was en daarom überhaupt niet voor saldering kan worden gebruikt. Ten

wordt

is

het

780

(geanonimiseerd)

54

36.

nog

met

(geanonimiseerd) in | (geanonimiseerd) beschikt(e) over een saldogever aan de | 28 2014. 3 2023 heeft GGG een overeenkomst van mei maart Op natuurvergunning met deze saldogever gesloten voor het overnemen van een deel van de ammoniakrechten. Op 11 mei 2023 is verzocht om gedeeltelijke intrekking van de natuurvergunning van de saldogever. Naar aanleiding daarvan hebben GS de natuurvergunning bij besluit van 9 april 2024 ingetrokken voor 40 stuks jongvee in De

stal 2. 57:

saldogever geldt net zoals voor de saldogever aan de | (geanonimiseerd) in dat niet is aangetoond dat de milieutoestemming(en) van de saldogever (geanonimiseerd) | is (c.q. zijn) ingetrokken. Die intrekking had echter al gedaan moeten zijn, omdat het bij GGG gaat om legalisatie van een reeds bestaand project. Omdat de milieutoestemming(en) van de saldogever niet is (c.q. zijn) ingetrokken, voldoet de externe saldering niet aan de daaraan te stellen eisen, waaronder de directe samenhang zoals die is vereist in de rechtspraak en artikel 2.26, eerste lid, van de Beleidsregel. In zoverre valt de saldogever aan de (geanonimiseerd) af voor externe saldering. Voor

deze

|

8

Gemeenteblad

Oldenzaal

2023, 173032.

10

(geanonimiseerd) 58:

59)

de saldogever aan (geanonimiseerd) in | (geanonimiseerd) beschikt over een | 5 2014. 2 2024 GGG van november mei heeft een Op natuurvergunning overeenkomst met deze saldogever gesloten voor het overnemen van een deel van de ammoniakrechten. Op 3 juli 2024 is verzocht om gedeeltelijke intrekking van de natuurvergunning van de saldogever. De

In

het

ontwerpbesluit

positief Ook

is

beschikken

te

kenmerk

de

op

D2024-00057007). besluit

een

In

GS

19

december

aangevraagde Het

besluit is niet

voornoemd

met

op

officiële

2024

hebben

besloten

om

gedeeltelijke intrekking (besluit met bij de vergunningaanvraag gevoegd.

kenmerk

provincie. bekendmaking daarop is onduidelijk of en in hoeverre gedeeltelijk is ingetrokken voor GGG. 40.

de

dat

staat

niet te vinden

is het de

besluit

niet

op

de

(meer)

natuurvergunning

website in te zien.

van

de

Gelet

daadwerkelijk

in saldogever geldt net zoals voor de saldogever aan de (geanonimiseerd) | dat de van de aangetoond milieutoestemming(en) saldogever is (c.q. zijn) ingetrokken. Die intrekking had echter al gedaan moeten zijn, omdat het bij GGG gaat om legalisatie van een reeds bestaand project. Omdat de milieutoestemming(en) van de saldogever niet is (c.q. zijn) ingetrokken, voldoet de externe saldering niet aan de daaraan te stellen eisen. In zoverre valt de saldogever aan <- externe saldering. Voor

deze

(geanonimiseerd) dat niet is

(geanonimiseerd) EN:

41.

Ten

volgende opgemerkt. In het ontwerpbesluit en de aanvraag is gerekend met 182 kg NH: van deze saldogever, gebaseerd op 14 melken kalfkoeien met een emissiefactor van 13 kg NHs per dierplaats per jaar. De emissiefactor van 13 kg NHs per dierplaats per jaar mag alleen worden gebruikt als sprake is van permanent opstallen. Als sprake is van beweiden dan moet worden gerekend met 5% korting en dus een lagere emissiefactor. Niet is aangetoond of de melk- en kalfkoeien permanent werden opgestald of werden beweid. Dat is niet alleen relevant voor de emissiefactor waarmee moet worden gerekend, maar ook voor de toepasselijke maximale emissiewaarde uit het Besluit emissiearme huisvesting en daarmee artikel 2.2.6, elfde lid, van de Beleidsregel. Daarom is ten onrechte uitgegaan van een emissiefactor van 13 kg NHs en/of wordt niet voldaan aan artikel 2.2.6, elfde lid, van de Beleidsregel.

wordt

het

nog

(geanonimiseerd)

56

42,

overvloede

ed

saldogever aan de (geanonimiseerd) beschikt(e) niet over een natuurvergunning, maar enkel over een milieutoestemming. Het betrof een vergunning van 27 augustus 1990. Op 3 maart 2023 heeft GGG een overeenkomst met deze saldogever gesloten voor het overnemen van een deel van de ammoniakrechten. Op 11 mei 2023 is een melding gedaan voor het ‘afmelden’ van De

het houden

van

het

gezag deze

bevoegd

23

melk-

en

kalfkoeien op

melding bevestigd.

deze

locatie. Op

1

augustus

2023

heeft

45,

het

bedrijf feitelijk nog aanwezig is. Dit zou blijken uit een luchtfoto. Of een bedrijf feitelijk nog aanwezig is, is echter niet voldoende. Uit de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 blijkt dat dit niet voldoende is. Er mag alleen met een milieutoestemming worden voor zover de onderdelen van de activiteit gesaldeerd toegestane feitelijk zijn gerealiseerd én nog structureel in gebruik zijn dan wel zonder natuurtoestemming opnieuw in gebruik kunnen worden genomen. In het ontwerpbesluit en de aanvraag is hier ten onrechte niet aan getoetst. Diverse stukken wijzen erop dat de veehouderij al niet meer structureel in gebruik was. Voor de locatie is namelijk een bestemmingsplan ‘Buitengebied | (geanonimiseerd) rood voor rood, (geanonimiseerd) vastgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan is vanaf 21 september 2023 ter inzage gelegd.® De toelichting behorende bij het ontwerpbestemmingsplan dateert van juni 2023. Daar staat onder andere het volgende in (met onderstreping door FD). In

ontwerpbesluit

“Voorliggend

staat

dat

het

bestemmingsplan

voormalige intensieve (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) buitengebied van de gemeente Rijssen-Holten. Ter plaatse bevinden zich diverse voormalige agrarische opstallen. In totaal betreft het circa 2.460 m? aan bebouwing en de bestaande bedrijfswoning. De aanwezige gronden worden geëxploiteerd ten behoeve van een akkerbouwbedrijf. Hiertoe wordt één loods (ca. 475 m2) gebruikt voor de stalling van werktuigen en bergingen. De overige opstallen hebben geen agrarische functie veehouderij

aan

heeft

betrekking

de

te

op ‚in

de

het

meer.”

“De

gemeente

medewerking ‘Ter

plaatse

behorende “Zoals

Rijssen-Holten te verlenen

was

in

het

aan

op 13 september 2022 besloten de voorgenomen ontwikkeling.”

heeft

verleden

een

veehouderijbedrijf

bij de voormalige veehouderij

reeds

benoemd

zijn

hebben

om

gevestigd.

geen functie

De

in

principe

opstallen

meer.”

de

bedrijfsactiviteiten behorende bij de voormalige reeds beëindigd. Hierdoor is het voornemen veehouderij aan om de stallen zonder agrarische functies en om de sloopmeters in te zetten voor de bouw van twee compensatiewoningen.”

(geanonimiseerd) We

bb.

In

juni 2023

gesproken over een voormalige veehouderij c.q. een locatie een veehouderij was gevestigd. Dat duidt erop dat de al ruim voor die tijd was beëindigd. Het feit dat het bevoegd gezag in veehouderij september 2022 heeft besloten om in principe medewerking te verlenen aan het omzetten van de sloopmeters van de voormalige veehouderij voor de bouw van twee compensatiewoningen, onderstreept dat de veehouderij ook toen al (geruime) tijd niet meer in gebruik was. Deze gegevens wijzen erop dat de veehouderij al niet meer structureel in gebruik was. Nu het tegendeel niet is aangetoond, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de milieutoestemming van de veehouderij waar

9

“in

Gemeenteblad

werd

het

dus al

verleden”

Rijssen-Holten 2023,

395854.

niet mag worden gebruikt voor saldering. valt daarom af voor externe saldering. 45.

Ten

overvloede

wordt

het

299

de

(geanonimiseerd) |

(geanonimiseerd)

De

46,

nog

saldogever aan

volgende opgemerkt. In het ontwerpbesluit en de aanvraag gerekend kg NH: van deze saldogever, gebaseerd op 23 melken kalfkoeien met een emissiefactor van 15 kg NH: per dierplaats per jaar. De emissiefactor van 13 kg NHs per dierplaats per jaar mag alleen worden gebruikt als sprake is van permanent opstallen. Als sprake is van beweiden dan moet worden gerekend met 5% korting en dus een lagere emissiefactor. Niet is aangetoond of de melk- en kalfkoeien permanent werden opgestald of werden beweid. Dat is niet alleen relevant voor de emissiefactor waarmee moet worden gerekend, maar ook voor de toepasselijke maximale emissiewaarde uit het Besluit emissiearme huisvesting en daarmee artikel 2.2.6, elfde lid, van de Beleidsregel. Dit wordt, zoals gezegd, alleen ten overvloede opgemerkt, omdat niet is aangetoond dat de veehouderij nog structureel in gebruik was en daarom überhaupt niet voor saldering kan worden gebruikt. is

met

De

|

saldogever aan de (geanonimiseerd) in natuurvergunning, maar alleen over een van 11 maart 1994 melding ingevolge De

(geanonimiseerd) beschikt(e) En

niet

over

een

betrof een milieutoestemming. het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer. Op 2 mei 2024 heeft GGG een overeenkomst met deze saldogever gesloten voor het overnemen van een deel van de ammoniakrechten. Op 2 juli 2024 is een melding gedaan voor het ‘afmelden’ van het houden van 32 stuks jongvee en 50 melk-

47,

In het

kalfkoeien.

bevoegd gezag de melding voor het ‘afmelden’ op september 2024 heeft geaccepteerd, Dit blijkt De betreffende brief echter nergens uit. is niet bij de vergunningaanvraag gevoegd. Ook is hiervan geen publicatie te vinden, terwijl dat volgens de rechtspraak wel is aangewezen.® Gelet daarop staat ook niet vast dat is voldaan aan de voorwaarde in artikel 2.2.6, derde lid, van de Beleidsregel, op grond waarvan de feitelijke uitvoering van de saldogevende activiteit wordt beëindigd voordat deze activiteit wordt ingezet voor salderen. Nu het bij GGG gaat om legalisatie van een bestaand project, moet de saldogevende activiteit reeds zijn beëindigd. van

48,

en

Het

In

uit

ontwerpbesluit staat dat

het houden

het een

van

ontwerpbesluit luchtfoto.

De

de

dieren

het

2

staat dat het bedrijf feitelijk nog aanwezig is. Dit zou blijken luchtfoto dateert echter uit 2023 en is dus niet actueel naar het

(op 2 mei 2024). Of een bedrijf feitelijk nog aanwezig uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024, ECLENL:RVS:2024:4923 blijkt dat dit niet voldoende is. Er mag alleen met een milieutoestemming worden gesaldeerd voor zover de onderdelen van de toegestane activiteit feitelijk zijn gerealiseerd én nog structureel in gebruik moment

van

het sluiten

van

de overeenkomst

is, is bovendien

10

Zie

bijv. ABRvS

6 maart 2024,

ook niet voldoende. Uit de

ECLINL:RVS:2024:951. ro. 781,

LAM HI L zG zijn

dan

el ZZ

natuurtoestemming opnieuw in gebruik kunnen worden ontwerpbesluit en de aanvraag is hier ten onrechte niet aan getoetst. Nu niet is aangetoond dat de veehouderij nog structureel in gebruik was of zonder natuurtoestemming opnieuw in gebruik kon worden genomen, mag de milieutoestemming van de veehouderij niet worden gebruikt voor saldering. De saldogever aan de Holterstraatweg 185 valt daarom af voor externe saldering. genomen.

49,

wel

In

zonder

het

overvloede

wordt nog het volgende opgemerkt. In het ontwerpbesluit en de is aanvraag gerekend met de emissie van onder andere 50 melk- en kalfkoeien met een emissiefactor van 13 kg NH: per dierplaats per jaar. De emissiefactor van 135 kg Ten

NH: per

dierplaats per jaar mag alleen worden gebruikt als sprake is van permanent opstallen. Als sprake is van beweiden dan moet worden gerekend met 5% korting en dus een lagere emissiefactor. Niet is aangetoond of de melk- en kalfkoeien Dat werden of werden beweid. is niet alleen relevant voor de permanent opgestald emissiefactor waarmee moet worden gerekend, maar ook voor de toepasselijke maximale emissiewaarde uit het Besluit emissiearme huisvesting en daarmee artikel 2.2.6, elfde lid, van de Beleidsregel. Dit wordt, zoals gezegd, alleen ten overvloede opgemerkt, omdat de feiten erop wijzen dat de veehouderij niet meer structureel in gebruik was en daarom überhaupt niet voor saldering kan worden gebruikt.

(geanonimiseerd) 50.

(geanonimiseerd) in | (geanonimiseerd) beschikt(e) over een natuurvergunning saldogever aan de | 30 juli 2014. Op 2 mei 2024 heeft GGG een overeenkomst met deze saldogever gesloten voor het overnemen van een deel van de ammoniakrechten. Op 8 juli 2024 is verzocht om gedeeltelijke intrekking van de natuurvergunning van de saldogever. De

van

51.

In het

ontwerpbesluit

staat dat

GS

januari 2025 hebben besloten om positief te beschikken op de aangevraagde gedeeltelijke intrekking (besluit met kenmerk D2025-00000546). Het besluit is niet bij de vergunningaanvraag gevoegd. Ook is een besluit met voornoemd kenmerk niet te vinden op de website van de provincie. In de officiële bekendmaking is het besluit niet (meer) in te zien. Gelet daarop is of en in hoeverre de natuurvergunning daadwerkelijk gedeeltelijk is onduidelijk ingetrokken voor GGG.

52,

Voor

op

9

(geanonimiseerd) in saldogever geldt net zoals voor de saldogever aan de | niet is aangetoond dat de milieutoestemming(en) van de saldogever is (c.q. zijn) ingetrokken. Die intrekking had echter al gedaan moeten zijn, omdat het bij GGG gaat om legalisatie van een reeds bestaand project. Omdat de milieutoestemming(en) van de saldogever niet is (c.q. zijn) ingetrokken, voldoet de externe saldering niet aan de daaraan te stellen eisen, waaronder de directe samenhang zoals die is vereist in de rechtspraak en artikel 2.2.6, eerste lid, van de voor externe Beleidsregel. In zoverre valt de saldogever aan saldering. deze

dat (geanonimiseerd) |

(geanonimiseerd) da

14

LIAMEN L=GAL

55:

volgende opgemerkt. In het ontwerpbesluit en de aanvraag is gerekend met 169 kg NHs van deze saldogever, gebaseerd op 13 melken kalfkoeien met een emissiefactor van 13 kg NHs per dierplaats per jaar. Volgens Besluit het emissiearme huisvesting geldt deze maximale emissiewaarde alleen als de melk- en kalfkoeien worden beweid. Als er geen beweiding plaatsvindt, is de maximale emissiewaarde 12,2 kg NH3 per dierplaats per jaar. Niet is aangetoond dat de melk- en kalfkoeien werden beweid. Daarom is ten onrechte uitgegaan van een emissiefactor van 13 kg NHs. Er wordt niet voldaan aan artikel 2.2.6, elfde lid, van de Beleidsregel.

het

nog

saldogever aan de | (geanonimiseerd) in | (geanonimiseerd) beschikt(e) niet over een maar alleen over een natuurvergunning, milieutoestemming. Het betrof een 22 vergunning van augustus 1989, een intrekking van 8 februari 2000, een vergunning van 28 maart 2000, een vergunning van 13 mei 2008 en een melding De

17

2009.

Op

saldogever gesloten

van

Op

maart

26

maart

2023

voor

het

is

een

melding

64 melk-

en

kalfkoeien minder

heeft

het

In

ontwerpbesluit

het

1

2023

mei

namelijk

Do

wordt

(geanonimiseerd)

ee)

54,

overvloede

Ten

bevoegd

GGG

van

een

overnemen

deze

gezag

heeft

gedaan en

een

deel het

voor

14 stuks

overeenkomst van

de

houden

jongvee

deze

met

ammoniakrechten. van

minder

minder. Op 29

dieren,

juni

2023

melding bevestigd.

dat

bedrijf feitelijk nog aanwezig is. Dit zou blijken uit een Of een bedrijf feitelijk nog aanwezig is, is echter niet voldoende. Uit de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024, ECLIINL:RVS:2024:4923 blijkt dat dit niet voldoende is. Er mag alleen met een milieutoestemming worden gesaldeerd voor zover de onderdelen van de toegestane activiteit feitelijk zijn gerealiseerd én nog structureel in gebruik zijn dan wel zonder natuurtoestemming opnieuw in gebruik kunnen worden genomen. In het ontwerpbesluit en de dat de aanvraag is hier ten onrechte niet aan getoetst. Nu niet is aangetoond veehouderij nog structureel in gebruik was of zonder natuurtoestemming opnieuw in gebruik kon worden genomen, mag de milieutoestemming van de veehouderij niet worden gebruikt voor saldering. De saldogever aan (geanonimiseerd) valt daarom af voor externe saldering. staat

het

luchtfoto.

cn

56.

Ook

overigens

kan

ammoniakemissie is gerekend

met

de

de van

saldering 44 melk-

volgende

en

niet

in

stand

kalfkoeien

en

blijven. 11

stuks

Voor

de

saldering is de jongvee gebruikt. Daarvoor

emissie:

kg NH3? per dierplaats per jaar 572 kg NHs; 1 stuks jongvee 4,4 kg NHs per dierplaats per jaar 48,4 kg NHs; 19 totaal: 620,4 kg NH3 (zie ook blz. ontwerpbesluit). 44

melk-

en

kalfkoeien

*

13

=

*

n

Uit

de

stukken

niet wat de datum van het op 8 februari 2000 onherroepelijk hierna meer.

intrekkingsbesluit 2

Zie daarover

blijkt

=

intrekkingsbesluit is geworden.

is. Wel

blijkt

uit

de

stukken

dat

het

57. De referentiesituatie bedraagt 6219, kg NH 3 . In de loop der jaren is de saldogever uitgebreid. De milieutoestemming van 17 maart 2009 voor de saldogever ziet op een aantal dieren met een ammoniakemissie van in totaal l.4689, kg NH3. Het bedrijf heeft op 26 mei 2023 een melding gedaan voor het volgende.

Het minder houden van 64 melk-en kalfkoeien en 74 stuks jongvee. Dit staat gelijk aan 64 * 73 kg NH3 13 (832 kg)+ 14 * 4. 4 kg NH 3 (61. 6 kg)= 8936, kg NH3. Het blijven houden van 41 melk-en kalfkoeien , 3 vleeskalveren en 6 vleesstieren. Dit staat gelijk aan 41 * 73 kg NH 3 14 (533 kg)+ 3 * 35, kg NH3 (705, kg)+ 6 * 53, kg NH 3 (37. 8 kg) = 5753, kg N H 3 . De melding ziet dus op een totaal van l.4689, kg NH3 , wat aansluit bij de milieutoestemming van 17 maart 2009. 58. Uit de melding van 26 mei 2023

blijkt dat de saldogever dieren blijft houden die een ammoniakemissie veroorzaken van 575. 3 kg NH.3 De referentiesituatie bedraagt 6219, kg NH.3 Dat betekent dat uitgaande van het aantal dieren dat de saldogever blijft houden , er maar 466, kg NH 3 (bruto) resteert om mee te salderen. Door bij deze saldogever uit te gaan van 6204, kg NH3 voor externe saldering , wordt gesaldeerd met illegale ammoniakemissie. Er wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor extern salderen.

59. Ten

overvloede wordt nog het volgende opgemerkt. In het ontwerpbesluit en de aanvraag is gerekend met de emissie van onder andere 44 melk-en kalfkoeien met een emissiefactor van 13 kg NH 3 per dierplaats per jaar. 15 De emissiefactor van 13 kg NHper dierplaats per jaar mag alleen worden gebruikt als sprake is van permanent 3 opstallen. Als sprake is van beweiden dan moet worden gerekend met 5% korting en dus een lagere emissiefactor. Niet is aangetoond of de melk-en kalfkoeien permanent werden opgestald of werden beweid. Dat is niet alleen relevant voor de emissiefactor waarmee moet worden gerekend , maar ook voor de toepasselijke maximale emissiewaarde uit het Besluit emissiearme huisvesting en daarmee artikel 2.2.6 , elfde lid , van de Beleidsregel. Dit wordt , zoals gezegd , alleen ten overvloede opgemerkt , omdat niet is aangetoond dat de veehouderij nog structureel in gebruik was.

5. 10

Tussenconclusie

60. In het voorgaande is op

alle saldogevers afzonderlijk ingegaan. Per saldogever is toegelicht waarom niet aan de voorwaarden voor extern salderen wordt voldaan. Dat betekent dat géén van de saldogevers in aanmerking komt om extern mee te

13 Zie daarover hierna meer. 14 Zie daarover hierna meer. 15 Om die reden is daar in het voorgaande ook mee gerekend. Maar zoals hierna wordt toegelicht. klopt die emissiefactor niet.

16

LYAM

Del m4

L=G salderen.

Dat

komt

voornamelijk doordat niet is getoetst aan het geldende toetsingskader, waarvoor de belangrijkste punten zijn genoemd in hoofdstuk 3 van deze zienswijze. De externe saldering geeft niet de vereiste zekerheid dat het project de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet zal aantasten.

6.

Passende

61.

Voor

een

van

de

beoordeling

natuurvergunning moet een passende beoordeling worden opgesteld. GS zien “de van de in combinatie met beschrijving maatregelen, depositieberekeningen waarin duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de situaties met en zonder salderen, als een passende beoordeling” (blz. 12 GS weten dat dit niet kan volstaan als passende beoordeling. Het ontwerpbesluit). feit dat GS desondanks een natuurvergunning willen verlenen voor dit project, is, zoals gezegd, in strijd met de artikelen 3:2 en 5:46 van de Awb, artikel 2.7, tweede lid, Awb

en

artikel

2.8,

eerste

derde

en

62.

bedoeld

in artikel 2:4

de

van

de Awb.

lid,

van

de

Awb.

laars

Het

feit

dat

GS

de

geldende toetsingskaders spreekwoordelijke lappen afwijken het eigen beleid! om géén natuurvergunningen te verlenen op basis van extern salderen, getuigt van handelen in strijd met het verbod van vooringenomenheid zoals

aan

en

van

passende beoordeling moet gemotiveerd worden dat het behoud van de staat van door het treffen van is instandhouding instandhoudingsmaatregelen dan wel dat het herstel van de staat van gewaarborgd instandhouding mogelijk blijft. Deze motiveringsplicht geldt ook voor de inzet van extern salderen als mitigerende maatregel in een passende beoordeling. Er is ten onrechte niet aan het In de

additionaliteitsvereiste

de

Wnb

7. 63.

salderen.

getoetst. Ook wordt

niet voldaan niet de

aan

de voorwaarden

De

mag

worden

Beoogde

situatie

Ondanks

dat in het

vereiste

zekerheid

voor

het passende beoordeling geeft Natura project de natuurlijke kenmerken van de betrokken 2000-gebieden niet zal aantasten. De passende voldoet dus niet aan de daaraan te stellen beoordeling Het eisen. ontwerpbesluit is daarom in strijd met artikel 2.8, eerste en derde lid, van de Wnb, reden waarom geen vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van extern

dat

verleend.

voorgaande

al

uitvoerig is toegelicht waarom de aangevraagde natuurvergunning moet worden geweigerd, wordt ten overvloede toch ook nog oftewel: op de beoogde situatie. De beoogde ingegaan op dat was is aangevraagd -

emitterende bronnen (hierna: stikstofbronnen) notitie van (geanonimiseerd) De notitie geeft in algemene zin aan dat het |

situatie is aan de hand

toegelicht gaat ‘6

om

Besluit van GS intern

met

in de

een

van

en/of

van

de stikstof

co-vergistingsinstallatie 20

juli 2022, extern

kenmerk salderen

met

doorzet

een

van

maximaal

2022/0132857. Vergunningverlening is

door

GS

tot

1

voor

februari

60.000

ton te

vergunningaanvragen 2026 opgeschort.

https-//www overijssel.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/stikstof/stikstof-vergunningverlening-toezichten-handhaving/

17

vergisten materiaal per jaar, waarvan ten minste 50% dierlijke mest en ten hoogste 50% coproducten, en onderscheidt vervolgens de volgende stikstofbronnen: WKK-installatie;

-__

-__biogasboiler; en opslag motorvoertuigen;

ontwateren

dikke fractie (luchtwasser);

noodfakkel. 64.

Deze stikstofbronnen

zijn ook

te zien in de

AERIUS-berekeningen

inzage zijn gelegd, maar waarvan onduidelijk is of die (ook) horen bij de notitie. De bijlagen die bij de notitie van (geanonimiseerd) horen, zijn namelijk niet ter inzage gelegd. Emissiebronnen

EmissieNHs

EB

Energie | Energie | WKK

EB

Energie | Energie | Biogasboiler

(geanonimiseerd) MN (geanonimiseerd) EB | Mebiele

18,0 kg/j

(digestaat scheiden/opslag)

Delfstoffenwinning|

0,6 kg/j

78,6 kg/j

en

Delfstoffenwinning|

0,6 kg/j

78,6 kg/i

en

Delfstoffenwinning |

0,6 kg/i

78,6 kg/j

en

Delfstoffenwinning | Shovel

0,5 kg/i

124 kg/j

0,5 kg/j

12,4 kg/j

0,5 kg/i

124 kg/j

Bouw, Industrie en

y

qj Mobiele

ET en

werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Shovel

Mobiele

werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Shovel

(3)

E)

Verkeer | Koude start: overig | Koude starts

48,7 g/j

0,3 kg/i

&

Verkeersnetwerk

0,2 kg/i

14,2 kg/j

De

stikstofbronnen

zijn

situatie is onderschat. 66.

Bouw, Industrie

(2)

Er et

65.

werktuigen |

230,0 kg/j 80,5 kg/j

Vrachtwagens (1) Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie j —’ Vrachtwagens (2) Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie “Vrachtwagens (3) Mobiele

Emissie NOx 1.813,0 kg/j

Biofilter

(geanonimiseerd) MN. es (geanonimiseerd) MN. werktuigen | rr) —

die ter

In

de

notitie

niet

Daarvoor

en (geanonimiseerd) |

van

en/of niet juist weergegeven. is het volgende van belang.

volledig

De

beoogde

de

AERIUS-berekeningen ontbreken verschillende opslaghal voor de opslag van vaste mest en daarvan is GGG niet eenduidig. In de tekening bij de

stikstofbronnen. Allereerst ontbreekt de cosubstraten.

Over

de omvang

vergunningaanvraag staat een omvang van 500 m? vermeld. In de aanvraag voor de waarvoor omgevingsvergunning milieu van GGG tegelijkertijd met onderhavig een ter is ontwerpbesluit ontwerpbesluit inzage gelegd (hierna: ‘milieuspoor’)- staat -

een

omvang

van

400

m? vermeld.

Vaste producten

De vaste stoffen worden in vrachtauto's aangevoerd en in de overdekte sleufsilo gelost en opgeslagen. Het gaat hier om vaste mesten/of co-producten. 2 De silo is 400 mgroot kan maximaal 1. 000 m 1 vaste producten bevatten. Deze opslag is overdekt en kan met een roldeur worden afgesloten. Het percolaatwater wordt opgevangen. 67. Tijdens een controle is vastgesteld dat de omvang van de opslagh al 512. 5 m 2 (25x205, m) is. Met een hoogte van ca. 7. 3 m. heeft de opslagh al een inhoud van 3. 741 m 3 . De opslaghal is niet luchtdicht afgesloten. Dit is verder toegelicht in het als bijlage 2 bijgevoegde memo. 17 Al hetgeen daarin is aangevoerd. dient als hier herhaald en ingelast beschouwd te worden. Door de luchtdoorlatende openingen vindt er luchtcirculatie plaats in de hal. De opslag is niet afgedekt. Dat betekent dat de daarin opgeslagen cosubstraten en vaste mest niet zijn afgesloten van de buitenlucht. De buitenlucht staat in direct contact met de cosubstraten en vaste mest waardoor er ammoniakemissie ontstaat en waardoor compostering van de opgeslagen vaste coproducten en vaste mest kan plaatsvinden. Dit zorgt voor ammoniakemissie. Deze stikstofbron is ten onrechte niet in de beoogde situatie en AERIUS-berekeningen meegenomen. 68. De vaste mest en vaste cosubstraten worden vanuit de opslaghal met een shovel naar de invoerbakken bij de vergisters gebracht.

Ook dat kan ammoniakemissie veroorzaken. Niet is vastgelegd dat de invoerbakken altijd dicht moeten zijn (behalve wanneer daar vaste mest en vaste cosubstraten in worden gelost). Daardoor kan ook vanuit de invoerbakken ammoniakemissie ontstaan. Ook deze stikstofbronnen zijn ten onrechte niet in de beoogde situatie en AERIUS­ berekeningen meegenomen. 69. Van belang daarbij is dat GGG een capaciteit van 60. 000 ton per jaar heeft aangevraagd , waarvan ten minste 50% uit dierlijke mest bestaat. In de aanvraag van GGG in het milieuspoor heeft GGG expliciet vermeld dat de maximale doorzet in theorie ook 60. 000 ton mest zou kunnen zijn. Mest en coproducten

De grondstoffen zijn meststoffen en co-producten. De maximale doorzet is 60. 000 ton. Dit zou in theorie ook 60. 000 ton mest kunnen zijn. Naar gelang de economische omstandig­ heden zullen er vaste en vloeibare co-producten worden toegevoegd. In bijlage Aa , onder Het aandeel mest is minimaal 5096 dit kan dus ook 10096van de aanvoer zijn. De aanvoer mest zou theoretisch kunnen oplopen tot 60. 000 ton. 70. Los van de bedenkingen die cliënten daarbij hebben. betekent dit dat er rekening mee moet worden gehouden dat GGG alleen dierlijke mest accepteert en dus ook de opslaghal enkel gebruikt voor de opslag van vaste mest. Hierdoor zal de 17 De nummering

van de bijlagen loopt door op de nummering in de pro forma zienswijze.

19

ammoniakemissie

berekeningen 7

In

de

ten

notitie

verwarming

van

van

nóg hoger zijn. Ook daar is in de beoogde onrechte aan voorbij gegaan. en (geanonimiseerd) |

AERIUS-berekeningen

het kantoor. Als het kantoor wordt verwarmd

had die meegenomen 2E

de

worden. Dat is niet

moeten

situatie

en

de AERIUS-

ontbreekt met

een

ook

de

CV-ketel, dan

gedaan.

de notitie van | (geanonimiseerd) en de AERIUS-berekeningen ontbreekt verder de verdringingslucht die op verschillende plaatsen binnen het bedrijf vrijkomt. Er komt verdringingslucht vrij bij de drie ontluchtingspijpen bij de mestzak. Op de volgende afbeelding zijn de ontluchtingspijpen te zien bij de drie ‘punten’ in het midden van de mestzak verspreid over de lengte van de mestzak. In

Ld

(geanonimiserd)

7/5:

Daarnaast

verdringingslucht bij de tussenbuffer (silo van 100 m?), de aanvoer/invoer van coproducten, de separatorruimte en tussen de gasdaken. Verder is sprake van vrijkomende lucht bij de overdruk ventielen van de vergisters en stilstaand verkeer bij de weegbrug. Al deze ‘stikstofbronnen’ zijn ten onrechte niet in de notitie van (geanonimiseerd) en de AERIUSberekeningen meegenomen. aanvoer

74,

is

van

sprake

van

vloeibare mest, de

De stikstofbronnen

die wel

in de

notitie

van

en de AERIUS-berekeningen (geanonimiseerd) |

zijn opgenomen. zijn volledig juist weergegeven het volgende opgemerkt. niet

1,55

Voor de

WKK-installatie is een

installatie

vast

CalComEmis. voor

8

te

stellen.

berekening gemaakt

Daarvoor

Uit CalComEmis

volgen

is

ten

en

om

onrechte

de gegevens

onderschat. Daarover wordt

de NO‚-emissie

van

de WKK-

gebruik gemaakt van die nodig zijn als invoergegevens geen

AERIUS-berekeningen.®

https://iploni/thema/lucht/stookinstallaties/berekening-verbrandingsemissies/ 20

LJAMEN L=GAL Met CalComEmis

(xlsx,

B

271 kB)

kunt

rookgascondities van

de

hulpmiddel

jaarvrachten

de

uur- en

u

gemeten

emissiegrenswaarde

in de

de emissie

en

invoergegevens nodig voor depositieberekeningen 76.

Voor

omrekenen

concentraties

regelgeving. Daarnaast

naar

van

met

warmte.

berekent het

Deze gegevens heeft

u

als

met

de

milieuspoor

is

Aerius (2).

de

biogasboiler zijn invoerparameters gebruikt die niet overeenkomen tekening en het geurrapport bij de aanvraag van GGG in het milieuspoor. het

n

is

natuurspoor

gerekend

gerekend

bedrijfsuren. natuurspoor is gerekend met

het

500

met

de

bedrijfsuren.

het

In

8.760

met

uittreedhoogte van 8,5 meter. In het EP-hoogte van 3 meter. milieuspoor het natuurspoor (AERIUS-berekening) n is naast de uittreedhoogte van 8,5 meter gerekend met een diameter van Ol meter en snelheid van 1,7 m/ otitie van (geanonimiseerd) gegevens zijn niet te herleiden uit de tekening of waarmee steeds wordt gedoeld op de notitie van (geanonimiseerd) in het natuurspoor).

-__In

is gerekend

met

een

een

ui

ij

78:

Daarnaast

is de NO‚-emissie

Hiervoor

had, zoals

moeten

worden

Ten

die

toegelicht

is geen

het

(ver)laden met

en

met

lossen

drijfmest

en

niet

relevant.

opgenomen.

MM

al

dan voor

stikstofbronnen

Dat

volgt

uit

de

AERIUS-berekeningen

voor

die

bronnen

GGG

is in haar aanvraag het verladen het stationair voor

de

worden

de

van

de dikke

draaien

aanvoer

van

ammoniakemissie

en

van

voor

digestaat weegbrug.

op

de

en

ten

van

Of

andere

die bronnen

zover

stikstofbronnen

meegenomen,

(quod

is

die vrijkomt

mest,

vrachtwagens

non)

en

kan

de

niet in de

vergunning

blijven die bronnen

milieuspoor uitgegaan fractie

vaste

en

opzichte aangeeft in de notitie), is moeten in de AERIUS-berekeningen worden Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator

worden

verleend

in het

van

de

verwaarloosbaar

deel

een

Álle

ook

draaien

niet

(hierna: AERIUS-instructie). Indien en

van

het stationair

(geanonimiseerd)

zoals

van

rekening gehouden

ammoniakemissie

bronnen

op de verkeerde manier berekend. de WKK-installatie, gebruik gemaakt

biogasboiler

aanzien

ten

CalComEmis.

van

onrechte

tijdens coproducten

de

voor

van

het

dus

aanvraag ook niet

illegaal.

volgende.

digestaat op het buitenterrein; van vrachtwagens gedurende 20 minuten per transport coproducten en vaste mest (vermenigvuldigd met 5 van

transporten); het stationair

vrachtwagens gedurende 10 minuten per transport digestaat (vermenigvuldigd met 3 transporten); het stationair draaien van vrachtwagens gedurende 25 minuten per transport het laden van dunne voor de aanvoer van drijfmest, vloeibare coproducten en fractie van het digestaat (vermenigvuldigd met 14 transporten); het stationair draaien van vrachtwagens gedurende 3 minuten per vrachtwagen voor

-__

draaien

het beladen

van

met

tijdens het wegen.

21

Al deze stikstofbronnen

79.

niet

80.

Het

aantal

onrechte

ten

notitie

daarmee

en

niet

uitgegaan heeft

44

afwijking

in

de

stikstofdepositie

waarvan

in de

het aantal

met

overeen

in haar aanvraag

en

—

(geanonimiseerd) en

van

de

verkeersbewegingen

bovendien

stemt

zijn

in de

meegenomen ‘stikstofemissie' (NO) -

de

van

AERIUS-instructie

AERIUS-berekeningen.

notitie

(geanonimiseerd) is uitgegaan, |

van

verkeersbewegingen

(geanonimiseerd) het motorvermogen 81.

haar aanvraag

GGG

waarvan

is

milieuspoor. milieuspoor verkeersbewegingen met vrachtwagens aangevraagd (4 meer dan in het ‘natuurspoor’), 16 verkeersbewegingen met personenauto's en busjes (10 meer dan in het ‘natuurspoor’) en 4,5 uur gebruik van de shovel per dag (3 uur meer dan in het ‘natuurspoor’). Het aantal verkeersbewegingen in de notitie van (geanonimiseerd) en | de AERIUS-berekeningen is dus onderschat. Overigens ontbreekt in de notitie van GGG

in het

De

is dus onderschat.

In

in het

de shovel.

van

overigens kloppen

Ook

van

eigen

terrein

minuten

de gegevens ten aanzien van de verkeersbewegingen in de (en dus de AERIUS-berekeningen) niet. Voor het rijden op vrachtwagens is in de notitie van gerekend met 20

(geanonimiseerd) |

notitie

met

(geanonimiseerd) |

in

vrachtwagen, terwijl milieuspoor gerekend met 25 minuten. anders dan in de notitie van (geanonimiseerd) staat zijn vrachtwagens geen anders dan utiliteitsvoertuigen utiliteitsvoertuigen. Vrachtwagens maken immers juist wél gebruik van de openbare weg. Vrachtwagens verbruiken daarnaast per

Daarnaast

het

is

-

-

-

—

AdBlue, dus

wat

zorgt

voor

‘stikstofemissie'

meer

de

is daar

(NH:).

de

In

notitie

van

onrechte

(en (geanonimiseerd) |

AERIUS-berekening) geen rekening gehouden. zijn de wegverkeerslijnen niet juist ingevoerd. Die zijn niet zodanig lang dat de verkeersbewegingen zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De emissie van de verkeersbewegingen is dus onderschat. ten

mee

Verder

82:

Voor

de

noodfakkel

herleiden 85,

Ook

de

notitie

De

(geanonimiseerd) |

ammoniakemissie

bekend.

de

van

het

van

(geanonimiseerd) gegevens gebruikt die niet te |

of de emissie

van

‘ontwateren

en

de fakkel

opslag

juist is berekend.

dikke

fractie!

is

in de

AERIUS-berekeningen

onderschat.

Daar

zijn

meerdere

van

deze

activiteiten

‘gekoppeld’

aan

de

chemische

Van

de

het biobed.

wordt

zijn geen gegevens het type luchtwasser en biobed zijn niet bekend. Dat hierover geen bekend is, blijkt ook uit de voorschriften in het ontwerpbesluit voor de en

luchtwasser

en

het

biobed

Zelfs

informatie door GGG

en

notitie

onduidelijk

voor.

luchtwasser

de

in de is

ammoniakemissie van

redenen 84.

zijn.

zijn

Daarom

aangevraagde omgevingsvergunning. volgende voorschriften in.

Daar

staan

namelijk

onder

andere

22

2. 7. 1

Er is een document voor het biobed aanwezig waarin ten minste de volgende informatie wordt opgenomen: • De constructie en opbouw van het filtermateriaal (bijv. dikte , samenstelling); • Schematische tekeningen en luchttechnisch diagram; • Specificaties van het filtermateriaal en vulmateriaal· • Beschrijving van bevochtiging van filtermateriaal; • Criteria voor vervanging van het filtermateriaal of andere componenten. 2. 7. 2 Er dient een opleveringsverklaring opgesteld te worden van het aanwezige luchtwassysteem waarin informatie en bandbreedtes worden opgenomen. De opleveringsverklaring bevat in ieder geval de volgende gegevens: • de maximale capaciteit van het luchtwassysteem in kubieke meters per uur; • de aanstroomoppervlakte van het filterpakket waardoor lucht stroomt in vierkante meters; • de afmetingen , het volume en de samenstelling van het filterpakket· • de afmetingen van de drukkamer; • de drukval over het filterpakket in Pascal; • het zuurverbruik in liters per dag van de chemische wasstap; • het elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp in kilowatt; • maximale geleidbaarheid van het luchtwassysteem; • minimale en maximale pH waarde: o Voor het luchtwassysteem geldt dat de pH-waarde van het waswater binnen een bandbreedte van O tot 3 of 4 moet liggen , tenzij een andere bandbreedte is onderbouwd op basis van de systeemwerking en geaccepteerd door het bevoegd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4179/documents/59224