Adviesrapport project Opvang Vluchtelingen (incl. bijlagen).pdf
Tekst van het document
Belanghebbenden: Dit kunnen mensen zijn die zelf een belang hebben bij een ontwikkeling, bijvoorbeeld omdat hun uitzicht verandert of omdat zij overlast verwachten van werkzaamheden. Het kunnen ook mensen, verenigingen of stichtingen zijn die zich inzetten voor belangen als groen, fietspaden of toegankelijkheid. De gemeente is ook belanghebbende. In het Sociaal Domein gaat het om mensen op wie het sociaal beleid van toepassing is. Bijvoorbeeld ouderen bij het ontwikkelen van woonzorgbeleid.
Complexe (ruimtelijke) ontwikkelingen: Alle (ruimtelijke) ontwikkelingen die niet in het geldende bestemmingsplan / omgevingsplan passen en die complex zijn vanwege bijvoorbeeld de omvang, de impact op de omgeving, verwachte belangentegenstellingen, context / ligging en complexiteit van procedures. Het kan zowel om plannen van bewoners of bedrijven als van de gemeente gaan. Bij complexe ontwikkeling in het Sociaal Domein gaat het om beleid dat verschillende levensterreinen raakt, bijvoorbeeld de Gezonde Verbinding.
Initiatiefnemer: Degene die een initiatief of plan heeft, waarvoor hij of zij uiteindelijk een omgevingsvergunning aan moet vragen. Dit kunnen inwoners, bedrijven, organisaties of de gemeente zijn. We gaan er van uit dat de initiatiefnemer zelf eigenaar is van de locatie waarop het project betrekking heeft of schriftelijk toestemming heeft van de eigenaar om over plannen op zijn/haar eigendom te praten. Initiatiefnemers bij Sociaal Domein: een groep inwoners, een vereniging of stichting die een plan heeft waarbij subsidie van de gemeente nodig is om het plan uit te kunnen voeren.
Stappen
Werkwijze Participatie Begrippenlijst bij Ruimtelijke Ontwikkelingsopgaven
Initiatief: Een plan voor een ruimtelijke ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd.
Ontwikkelende partijen: Professionele initiatiefnemers, zoals woningcorporaties of projectontwikkelaars.
Plan: Een plan voor een ruimtelijke ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd.
Ruimtelijke ontwikkelingen Met ruimtelijke ontwikkelingen bedoelen we alle ontwikkelingen waarvoor de initiatiefnemer (uiteindelijk) een Omgevingsvergunning aan moet vragen. Dit loopt uiteen van een uitbouw aan een woning tot het bouwen van een nieuwe woonwijk. En van het plaatsen van een kleine windturbine op een dak tot het bouwen van een grote windturbine ergens in de gemeente.
Stappen
1.T Typen ruimtelijke Ontwikkelingen
Stap 1 Type ruimtelijke ontwikkeling
Stap 3 Plan van aanpak
Stap 2 Procesontwerp
Stap 4 Aan de slag
Elk goed proces of project in het Ruimtelijk en Sociaal domein begint met een goede voorbereiding. Daarbij speelt als eerste de vraag “Waar gaat het over?”. De initiatiefnemer zal zich hier af moeten vragen: Wat wil je precies gaan doen en hoe wil je dat aanpakken? Wat het doel is van het plan (wat wil je bereiken)? Hoe zorg je er voor dat iedereen de informatie heeft die hij/zij nodig heeft? Wat je wilt gaat doen, waar dit gebeurt, wie daarbij betrokken zijn én wanneer, is namelijk van invloed op de manier waarop je participatie vorm kunt geven. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn er in vele soorten en maten, variërend van een uitbouw aan een woning tot een groot nieuwbouwproject. Ontwikkelingen in het Sociaal domein zijn bijvoorbeeld het organiseren van een buurtinitiatief of het ontwikkelen van dagvoorzieningen.
Stappen
1.T Typen ruimtelijke Ontwikkelingen
De participatie volgt in alle gevallen een aantal stappen van pril idee tot vergunningaanvraag of subsidieaanvraag. Vanwege het verschil in omvang en complexiteit van de ontwikkelingen, hanteert de gemeente Hof van Twente een indeling in drie typen ruimtelijke ontwikkelingen. Elk van deze ontwikkelingen heeft een andere aanbevolen werkwijze:
Eenvoudige of enigszins complexe ontwikkelingen: Voor eenvoudige ontwikkelingen kan vaak direct een omgevingsvergunning worden aangevraagd en is het in ieder geval nodig om direct belanghebbenden te informeren over de ontwikkeling. Te denken valt aan een eenvoudig uitbouw aan de (eigen) woning. Of een lokaal buurtinitiatief van vrijwilligers(organisatie). Bij twijfel of een ontwikkeling eenvoudig of enigszins complex is (bijvoorbeeld vanwege de gevoeligheid ten opzichte van buren of andere belanghebbenden) is het goed contact te zoeken met een casemanager van de gemeente om gezamenlijk te bepalen wat er nodig is.
Complexere ontwikkelingen: Voor complexere ontwikkelingen is het advies om altijd vooraf een intake aan te vragen bij de gemeente. Bijvoorbeeld bij ontwikkelingen met meerdere belanghebbenden en ontwikkelingen die misschien deels strijdig zijn met het omgevingsplan. Of wanneer bijvoorbeeld voor basisschoolleerlingen een beweegproject wordt georganiseerd met meerdere sportorganisaties. Samen met een casemanager van de gemeente kan bij een intake geïnventariseerd worden welke stappen nodig zijn om te komen tot een goede aanvraag omgevingsvergunning. Vaak zal bij complexere ontwikkelingen na de intake, in overleg met de casemanager, door de initiatiefnemer het proces van participatie gestart kunnen worden en kan aansluitend een Omgevingstafel worden georganiseerd (waar het plan wordt besproken met adviseurs die o.a. vanuit milieu, veiligheid en ruimtelijke ordening naar het plan kijken). Met de uitkomsten van zowel het participatieproces als de Omgevingstafel kan een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend.
Stappen
1.T Typen ruimtelijke Ontwikkelingen Meest complexe ontwikkelingen: Onder de meest complexe ontwikkelingen vallen plannen die niet in het geldende omgevingsplan passen en die complex zijn vanwege bijvoorbeeld de omvang, de impact op de omgeving, verwachte tegenstellingen van belangen en complexiteit van procedures. Het kan daarbij zowel om plannen van particuliere initiatiefnemers gaan als initiatieven van de gemeente zelf. Een voorbeeld van een complexe ontwikkeling is een plan voor een appartementencomplex of woningbouw op een plek in een woonwijk waar eerst een zwembad of een school stond. Of wanneer bij het ontwikkelen van beleid wonen-, welzijnen zorgpartijen betrokken zijn én inwoners uit verschillende doelgroepen en kernen. Voor de meest complexe ontwikkelingen zal, na een intake bij de gemeente, in de meeste gevallen een project worden opgestart in samenwerking met de gemeente. Ook voor deze projecten, blijft de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het participatieproces. In alle gevallen is de gemeente verantwoordelijk voor het nemen van zorgvuldige en transparante besluiten met een goede belangenafweging. Daarom zal de gemeente vooral letten op het goed in beeld krijgen van alle belangen en de mate waarin deze zijn meegenomen in het plan.
De betrokkenheid van de gemeente in een project voor de meest complexe ontwikkelingen moet voor een goede besluitvorming los gezien worden van de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid van de gemeente.
Ruimte voor maatwerk Omdat type projecten of de belangen daarbij sterk van elkaar kunnen verschillen, moet er te allen tijde ruimte zijn voor maatwerk. In die gevallen is het wel belangrijk dat de keuzes daarbij in een goede afstemming met de gemeente plaatsvinden. Een goede motivatie waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn, is belangrijk voor de beoordeling van de ontwikkelingen of de inspraak achteraf
Stappen
2. Procesontwerp
Stap 1 Type (ruimtelijke) ontwikkeling
Stap 3 Plan van aanpak
Stap 2 Procesontwerp
Stap 4 Aan de slag
Nadat bepaald is wat voor wat voor soort initiatief/plan (beleid of ruimtelijke ontwikkeling) participatie opgezet moet worden, kan invulling geven worden aan het participatieproces zelf. Voor een goed procesontwerp voor de participatie maken wij gebruik van een aantal vragen (checklist) die aansluiten op de vragen uit de voorbereiding.
1. Waar gaat het over? Formuleer waar het initiatief over gaat. Maak eventueel gebruik van onderstaande hulpvragen: Wat is het doel van uw plan? Wat wilt u (samen) bereiken? Waaraan draagt uw plan bij (eigen of andere doelstellingen)? Wat zijn belangrijke eigenschappen van het plan? Waarom wilt u dit als initiatiefnemer(s)? Waarom is het goed voor Hof van Twente, de kern, de wijk of de buurt? Is het plan eenmalig (bijvoorbeeld een evenement) of is het bedoeld voor een langere periode (beleid of een (her)ontwikkeling van een gebied)?
Stappen
2. Procesontwerp
2. Wie doen er mee? Omschrijf wie betrokken zijn bij dit initiatief én de besluitvorming: Wie is/zijn de initiatiefnemer(s)/organisatoren? Wie is verantwoordelijk voor de continuïteit van het plan? Hoe maak je zichtbaar wat je gaat doen? Zien anderen meerwaarde en/of kunnen anderen iets toevoegen aan de plannen (samenwerking/koppelkansen)? Hoe nodig je anderen uit om aan te haken?
3. Belangenanalyse Omschrijf wat de belangen zijn van de verschillende betrokkenen: Welke belangen spelen er mee? Wat kunnen de gevolgen van je initiatief zijn voor je omgeving? Sluit het initiatief aan bij reeds bestaande plannen? Voor wie gaat je initiatief iets veranderen/betekenen? Wat zijn de gemeenschappelijke belangen? Zijn er ook minderheids- of botsende belangen? Hoe betrek je deze en hoe ga je hiermee om? Welke inspanning lever je als initiatiefnemer? Wat verwacht je of heb je nodig van andere partijen (gemeente, wijkorganisaties, belangenverenigingen, bewoners of …)? Denk aan kennis en kunde, geld, vergunning, podium, et cetera. Waarover kunnen zij meedenken/ideeën over inbrengen? Hoe ver gaat die inbreng (samen denken, samen adviseren, samen doen)?
Stappen
2. Procesontwerp 4 Waarde Omschrijf het belang van het plan. Dit kun je gebruiken om het belang af te wegen tegen mogelijke andere belangen: Wat is de meerwaarde van het initiatief? Welke publieke of private meerwaarde creëert het initiatief? Wat draagt het bij aan de samenleving? Wie levert het winst of verlies op (niet alleen financieel)? Welk budget is er nodig en/of bij welke financier(s) wordt dit aangevraagd? Wat gebeurt er met het initiatief als anderen niet bijdragen?
5
Uitgangspunten/kaders
Omschrijf waaraan voldaan moet worden en waar nog invloed mogelijk is: Welke uitgangspunten liggen er vast? Wat heb je (aan kaders of regelgeving) nodig van gemeente of anderen? Wat kan er wel en niet? Aan welke regels (wet- en regelgeving) moeten we ons houden? Levert dit wel/geen problemen op? Wie besluit waarover?
6 Samenvatting Procesontwerp Met de informatie over het doel, de betrokkenen en hun belangen, evenals de uitgangspunten waar rekening mee gehouden moet worden, kunt u verder met het Plan van Aanpak.
Stappen
3. Plan van Aanpak
Stap 1 Complexiteit van het vraagstuk
Stap 3 Plan van aanpak
Stap 4 Aan de slag Stap 2 Procesontwerp Op basis van het procesontwerp voor de participatie en de antwoorden die daar gegeven zijn/konden worden, kun je een Plan van Aanpak opstellen voor het participatieproces. Hiermee omschrijft u hoe u het participatieproces gaat aanpakken. Ook hierbij zijn er een aantal vragen die je op weg kunnen helpen om het Plan van Aanpak op te stellen:
1. Wat is het vraagstuk? Hoe complex is het vraagstuk? Gestructureerd of ongestructureerd? Valt er te kiezen? Dit bepaalt hoe u het vraagstuk voor kunt leggen aan participanten. Is het complex, dan zorgt u voor een goede uitleg en helpt u betrokkenen om mee te denken. Valt er nauwelijks te kiezen of te veranderen? Dan maakt u dat vooraf duidelijk om geen verkeerde verwachtingen te wekken.
Stappen
3. Plan van Aanpak 2. In welke fase bevindt zich het initiatief? Agendafase: in deze fase kunnen deelnemers (inwoners en/of belanghebbenden) onderwerpen aandragen voor beleid of voor een initiatief/plan. Hieronder vallen ook burgerinitiatieven. In dit stadium haalt u vooral informatie op waarmee u in de volgende fase aan de slag gaat. Plan- of Beleidsvorming: in deze fase kunnen deelnemers (inwoners en/of belanghebbenden) meedenken over de plannen en beleidsalternatieven. In dit stadium ligt er al iets op tafel (conceptplan) waarop deelnemers kunnen reageren. Uitvoering: in deze fase kunnen deelnemers (inwoners en/of belanghebbenden) participeren bij de uitvoering van het beleid of het plan en/of ze gaan meedenken over hoe de uitvoering het best georganiseerd kan worden. Dit is vaak alleen van toepassing bij het participatieniveau ‘samen doen’ (zie vraag 4). Evaluatie: in deze fase hebben deelnemers (inwoners en/of belanghebbenden) een rol in de beoordeling van de effecten van het bestaand of eerder vastgesteld beleid. Evaluatie van het participatieproces valt hier niet onder.
3. Wat is de duur van het participatieproces? Afhankelijk van het plan, de fase waarin het zich bevindt en de mate van invloed die gewenst is, bepaalt u hoe lang het proces (naar verwachting) gaat duren. Een continue dialoog? (Bijvoorbeeld een klankbordgroep voor beleid en uitvoering). Een kort proces? (1 of 2 bijeenkomsten). Een lang (maar afgebakend) proces met begin en einde? (Meerdere bijeenkomsten tot het moment dat het plan wordt vastgesteld).
Stappen
3. Plan van Aanpak
4. Wat willen we met participatie bereiken? Bedenk hier welke mate van beïnvloeding gewenst of mogelijk is in het plan. (samen)denken: Er is ruimte meningen en opvattingen te laten horen. (samen)adviseren: Bewoners en betrokkenen krijgen gelegenheid om oplossingen aan te dragen. Hun mening speelt een grote rol bij de ontwikkeling van beleid en projecten. (samen)doen: De partijen zoeken samen met de gemeente naar oplossingen en werken op basis van gelijkwaardigheid.
5. Agenda/planning. Denk na over het juiste moment voor participatie. Wanneer heeft u informatie nodig, wanneer wilt u met het idee naar buiten, etc. Welke ontmoeten zijn al gepland? Wat is het kritieke pad in onze planning? Waar liggen er relaties (in de tijd) met andere processen/trajecten rondom dit initiatief/plan? 6. Regie. Denk na over de vraag wie het participatieproces gaat begeleiden. Kunt u dat zelf of heeft u hulp nodig. Daarbij kunnen vragen spelen als: Wie is er verantwoordelijk voor het plan en de uitvoering van het participatieproces? Waar moet afstemming plaatsvinden met andere processen? Is er voldoende kennis en ervaring aanwezig om het proces goed te begeleiden? Wie is verantwoordelijk voor eventuele andere processen of procedures waar een relatie mee is?
Stappen
3. Plan van Aanpak
7. Doen. Beschrijf hier hoe u het gaat aanpakken. Zowel tijdens de bijeenkomsten als na afloop. Wat doen we na de participatie met de opbrengsten Op welke manier wordt de inbreng van betrokkenen verwerkt? Hoe leggen we de opbrengsten/inbreng/resultaten vast Hoe worden de reacties aan de verschillende betrokkenen teruggekoppeld? 8. Vorm. Welke vorm u kiest is ook afhankelijk van de fase waarin een plan zich bevindt. Dit komt ook terug in de volgende stap ‘aan de slag’. Welke werkvormen en instrumenten gebruiken we? Bijvoorbeeld bijeenkomsten of enquête. Hoe geeft u vorm aan bijeenkomsten, doet u het zelf of laat u het doen? Interactief of anders?
Stappen
4. Aan de slag
Stap 1 Complexiteit van het vraagstuk
Stap 3 Plan van aanpak
Stap 2 Procesontwerp
Stap 4 Aan de slag
Met het procesontwerp én Plan van Aanpak, kunt u aan de slag met het participatieproces. De (eerste) ontmoeting met alle betrokkenen. Ook hier is een goede voorbereiding belangrijk, want realiseer u:
Mensen kunnen slechts 10 minuten luisteren en onthouden ervaringen beter. In een creatieve sessie is het makkelijker communicatiepatronen doorbreken en aanzetten tot gedragsverandering. Creatieve oplossingen ontstaan door samen te onderzoeken en nadenken. Benut de punten hieronder voor het uitwerken van een concrete ontmoeting.
Stappen
4. Aan de slag
Spelregels goede dialoog: Met een paar simpele afspraken zorg je ervoor dat ieder- een van zich kan laten horen: Laat iedereen z’n verhaal vertellen zonder gelijk een verhaal er tegen over te zetten. Behandel elkaar met respect en vriendelijkheid. Spreek vanuit uzelf (‘Ik vind...’ in plaats van ‘men zegt...’) Vraag om uitleg als er algemeenheden op tafel komen. Stel oordelen uit en onderzoek ze met elkaar. Sta stiltes toe, soms willen mensen even nadenken.
Stappen
4. Aan de slag
1. Is een ontmoeting nodig? Wilt u uitleggen, raadplegen of adviseren, dingen doen of maken? Organiseer dan een ontmoeting. Wilt u dat niet? Dan heeft een ontmoeting geen zin. Redenen om geen ontmoeting te hebben zijn: Wanneer er geen tijd is voor een goede voorbereiding; Wanneer er te weinig te kiezen of te beïnvloeden valt; Wanneer er niet over onderliggende vragen gesproken mag worden. Kies in zo’n geval voor (schriftelijk) informeren
2. Wat is het doel van de ontmoeting? Denk aan: kennismaken, uitwisselen, kennis overdragen, discussiëren, brainstormen, evalueren, plannen vormen, vaardigheden oefenen, et cetera. Sta aan het begin van de sessie stil bij dit doel, en check: hebben de deelnemers hetzelfde plaatje in het hoofd? Zorg op die manier dat iedereen hetzelfde verwacht. Dat kan ook al in een goede uitnodigingsbrief. Benoem ook voor uzelf de vragen die u beantwoord wilt hebben, en hoe u wilt dat het resultaat eruitziet (aantekeningen, verslag, schetsen, film...).
Stappen
4. Aan de slag
3. Fysiek of Online? Wat is je doelgroep? Kan het online (in een online omgeving zoals een website, digitale enquête, et cetera) Is een online/digitale ontmoeting voor iedereen toegankelijk? Leent het onderwerp zich voor een online/digitale ontmoeting? Fysieke ontmoeting? Positief: sterkere binding en relaties tussen de deelnemers Negatief: meer logistieke voorbereiding Online ontmoeting? Positief: meer ruimte om in eigen tijd deel te nemen; je kunt anoniem reageren waardoor je eerlijker kunt zijn, je luistert beter naar elkaar zonder afleiding van vooroordelen of indrukken van personen in de groep. Negatief: hogere kosten voor het maken van een online omgeving, niet voor iedereen toegankelijk, vraagt kennis en kunde van deelnemers op een computer of iets dergelijks.
Stappen
4. Aan de slag
4. Met wie komen we bij elkaar? Wil je alle betrokkenen ineens bij elkaar brengen? Zorg dat iedereen gehoord kan worden en/of inbreng kan hebben Hoe groot is de groep? Om te zorgen dat iedereen z’n inbreng kan hebben, helpt het om groepen van meer dan 10 personen op te splitsen. Dat kan tijdens de ontmoeting, maar mag/kan ook verdeeld over meerdere ontmoetingen. Rivaliserende of tegengestelde betrokkenen kunnen van invloed zijn op de ontmoeting. Welke inbreng is nodig en wie hebben relevante kennis en expertise? Wat wil je van mensen weten? Welke reden hebben mensen om te komen, met welke gevoel doen ze mee? Weten de deelnemers voldoende over het onderwerp? Kennen de deelnemers elkaar? Zo niet, laat ze dan eerst kennis maken met elkaar. Wees zorgvuldig en volledig in de uitnodigingen. Betrek ook minderheidsgroeperingen actief.
Stappen
4. Aan de slag
5. De locatie Kies een aantrekkelijke locatie Zorg dat de locatie klopt met het onderwerp (op locatie?) Zorg voor een locatie met voldoende ruimte voor hetgeen je wilt doen (bewegen, in groepjes uiteen) Denk goed na over toegankelijkheid, licht en akoestiek. Iedereen moet kúnnen komen en verstaanbaar zijn. Zorg voor een goede sfeer. Een ruimte kan inspireren en zorgt dat mensen zich op hun gemak voelen. Denk na over de indeling van de ruimte. Een ronde tafel verbindt meer dan een rechthoekige. Staand overleggen rond een tafel leidt tot meer actiebereidheid.
Stappen
4. Aan de slag
6. Materiaal Hoe wil je de informatie uitdragen en verzamelen? Denk bijvoorbeeld aan: Film Presentatie Praatplaten Reactieformulieren Zorg voor goede faciliteiten (internet, beamer, scherm, flapovers, pennen, et cetera) Zorg ervoor dat alles werkt. Check dit ruim van tevoren. Zorg voor een goede catering (koffie, thee, water, iets te eten?)
7. De uitnodiging Zorg voor een goede uitnodiging (uitnodigend, persoonlijk) Nodig op tijd uit. Ruim van tevoren en op een moment waarop de meeste mensen kunnen (dus niet tijdens vakanties of feestdagen) Houd rekening met je doelgroep. Leef je in: waarom zouden mensen wel of niet willen komen? Leg in een uitnodiging ook uit wat je eigen verwachtingen zijn, of stel een paar vragen waarover je in gesprek wilt. Die vragen zetten (onbewust) de groep al aan het denken. Zorg dat mensen zich welkom en onmisbaar voelen. Stuur daarom niet alleen een mail of een brief, maar bel mensen eventueel op of ga erlangs.
Stappen
4. Aan de slag
8. Vervolg Maak aan het einde van de ontmoeting duidelijk of en op welke manier het proces een vervolg krijgt. En laat dan ook daadwerkelijk iets weten! Geef aan hoe je de groep betrokken wilt houden. Vraag om contactgegevens voor het verstrekken van (nieuwe) informatie. Of geef aan waar (nieuwe) informatie te vinden is. Breng met een sfeerimpressie, filmpje of fotocollage in beeld wat er is gezegd en gedaan. Zorg dat deze terugblik snel en breed gedeeld kan worden. Een handige manier om open te zijn over wat je met elkaar in een sessie hebt gedaan, en om anderen te kunnen laten aanhaken.
Bijlage a, Afwegingsinstrument participatie bij beleid en projecten gemeente Hof van Twente Wel of geen participatie toepassen? 1. Leent het (beleids)onderwerp zich voor participatie? a. Is het onderwerp geschikt? Hebben belanghebbenden betrokkenheid, kennis en/of ervaringen op dit onderwerp of project? b. Is er ruimte om te participeren? Valt er (nog) iets te kiezen of te vinden? c. Is er voldoende juridische ruimte? Is bestaande wet- en regelgeving geen belemmering voor inbreng?
Ja
Nee
Participatie afraden; wél informeren
2. Zijn noodzakelijke randvoorwaarden ingevuld? a. Hebben we voldoende tijd? Of moet het beleid of project snel worden gerealiseerd? b. Is er voldoende geld en (ambtelijke) tijd beschikbaar? Voor de organisatie en/of begeleiding van het participatieproces? c. Is goede communicatie verzekerd? Zowel vooraf, tijdens als na afloop? d. Is het college en/of de raad bereid iets te doen met de resultaten van het participatieproces? Is bestaande wet- en regelgeving geen belemmering voor inbreng?
Ja
Nee
Participatie afraden; wél informeren
Waarin, met wie, wanneer en welke rol? 3. Benoem het doel van participatie Het doel van participatie geeft richting aan keuzes! a. Verhogen kwaliteit? Kies methode waarin een zorgvuldig geselecteerd gezelschap, goed geïnformeerd over het beleidsonderwerp, adviezen formuleert. b. Vergroten van begrip en betrokkenheid? Kies methode waarmee zoveel mogelijk participanten mee kunnen doen.
Welk instrument? 7. Hoe? Bepaal welke werkvorm of combinatie van werkvormen of methode(n) het beste is. Doel, fase, verantwoordelijkheid, groepsgrootte en tijd spelen een rol bij de keuze voor een geschiktere werkvorm.
c. Draagvlak? Een goede betrokkenheid kan leiden tot draagvlak, maar draagvlak is geen doel op zichzelf
4. Stel vast wie betrokken moeten worden en wat hun belangen zijn Wie heeft direct belang bij of gevolg van het onderwerp? Welke personen of groepen moeten in ieder geval actief uitgenodigd worden om mee te doen? Het vaststellen van de (juiste) deelnemers is vooral belangrijk voor de organisatie van het proces, de volledigheid, de werving en communicatie
5. In welke fase vindt participatie plaats? a. Agendavorming? Deelnemers dragen onderwerpen of aandachtspunten aan. b. Planvorming? Deelnemers geven advies of denken mee over mogelijke oplossingen/alternatieven. c. Besluitvorming? Gemeentebestuur/-raad neemt zelf het besluit of geeft kaders aan waarbinnen beslissingsbevoegdheid kan worden gedelegeerd. d. Uitvoering? Deelnemers denken/doen mee in de uitvoering. e. Evaluatie? Deelnemers hebben een rol in de beoordeling van het resultaat/besluit. 6. Kies het niveau van participatie. a. (samen)Denken: Er is ruimte meningen en opvattingen te laten horen. b. (samen)Adviseren: Deelnemers krijgen gelegenheid om oplossingen aan te dragen. Hun mening speelt een grote rol bij de ontwikkeling van beleid en projecten. c. (samen)Doen: Betrokkenen zoeken samen naar oplossingen en werken op basis van gelijkwaardigheid. De verantwoordelijkheid en invloed van deelnemers neemt toe van a naar c. Daarmee ook de verplichting om de resultaten mee te wegen in de besluitvorming.
Toelichting De vragen en deze toelichting zijn bedoeld als hulpmiddel voor initiatiefnemers van een participatieproces. De vragen helpen de initiatiefnemer om vast te stellen of het vraagstuk zich leent voor participatie of aan de noodzakelijke randvoorwaarden is voldaan en wie, in welke rol en verantwoordelijkheid bij het proces betrokken (moeten) worden. Dit afwegingsinstrument is 'slechts' een samengevat hulpmiddel. Voor een uitgebreidere ondersteuning van de aanpak van participatie verwijzen wij u naar de Werkwijzer Participatie van onze gemeente. Meer informatie kunt u krijgen via onze afdeling communicatie.