7. Handreiking-weerbaarheid-en-veerkracht-op-lokaal-niveau (1114598)
Tekst van het document
Handreiking weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau 2.0 Voor het lokaal bestuur, beleidsadviseurs en samenwerkingspartners Versie 2026
Inhoud 1 Inleiding 3 Leeswijzer 4 2 Gemeentelijke maatregelen weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau 5 Randvoorwaarden 5 Belangrijke punten van aandacht 7 Maatregelen weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau 9 Enkele maatregelen uitgelicht 20 3 Good practices en toolkit 22 Platform WeerbaarNL 22 Bondgenoten 22 Toolbox Sociaal Weefsel 22 Voorbeelden uit de praktijk 23 Relevante literatuur 25 4 Geleerde lessen 26 Geleerde lessen uit Oekraïne 26 Geleerde lessen coronacrisis 26 Lessen uit studiereis naar Polen 26 5 Contact 28 6 Bijlage: definities en bestuurlijke opdracht VNG 29 Definities 29 Bestuurlijke opdracht VNG 30 Samenvatting wijzigingenoverzicht handreiking 2.0 (versie 2026) 31 Omslagfoto bron: ANP 2 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 1 Inleiding 1 Voor de betekenis van deze begrippen zie bijlage. Toenemende geopolitieke spanningen, hybride dreigingen, klimaatverandering en het grotere risico op langdurige stroomuitval vragen om het integraal versterken van zowel de maatschappelijke weerbaarheid als de veerkracht van de samenleving. Deze dreigingen brengen nieuwe opgaven met zich mee voor de manier waarop we als samenleving omgaan met thema’s als maatschappe- lijke weerbaarheid en veerkracht, openbare orde en crisisbeheersing.
De gevolgen van een (langdurige) crisis worden uiteindelijk lokaal gevoeld, bij inwoners, bedrijven en instellingen en juist daarom spelen gemeenten een sleutelrol in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht.1 Gemeenten hebben bovendien wettelijke taken tijdens crises, zoals op het gebied van bevolkingszorg waaronder crisiscommunicatie. Maar ook in de preventieve en nazorgfase spelen gemeenten een belangrijke rol. Een weerbare en veerkrachtige samenleving kan immers zowel de risico’s op verstoringen beperken als zich snel herstellen en aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Met dit in gedachten heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) deze handreiking opgesteld, in nauwe samenwerking met een aantal gemeenten en veiligheidsregio’s. Een jaar nadat de handreiking in 2025 werd uitgebracht, presenteren wij de geactualiseerde versie. Hiermee geven we gevolg aan ons voornemen ervoor te zorgen dat deze handreiking gevoed wordt vanuit de praktijk. Deze actualisering is er vooral op gericht te laten zien hoe gemeenten invulling en uitvoering geven aan de maatregelen die genoemd staan in de handreiking: wat werkt er goed, welke waardevolle lessen zijn intussen geleerd, wat voor praktische hulpmiddelen en materialen zijn ontwikkeld? Bijvoorbeeld voor het betrekken van inwoners of lokale oefeningen.
De handreiking vloeit voort uit de bestuurlijke opdracht van de VNG (zie bijlage) en is in lijn met de ambitie van de Verenigingsstrategie, ‘Een stap naar voren’. De handreiking biedt gemeenten en partners een praktische basis om lokaal aan de slag te gaan met het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Veel van de genoemde maatregelen zijn niet nieuw, maar hebben in het licht van weerbaarheid en veerkracht een extra dimensie gekregen. Hierin telt juist dat taken die gemeenten in normale omstandigheden uitvoeren, en processen die zij faciliteren ook in crisissituaties doorgang kunnen vinden. In deze geactualiseerde versie zijn bovendien nieuwe inzichten en aanvullingen verwerkt. Gemeenten verschillen in omvang, organisatiestructuur en beschikbare capaciteit. Daarom bestaat er geen uniforme wijze waarop de weerbaarheidsopgave kan worden georganiseerd. Vraagstukken zoals de beleidsmatige positionering van de opgave, de verbinding tussen verschillende domeinen en de invulling van regie en aanjagerschap vragen om keuzes die aansluiten bij de lokale context. Ter inspiratie bevat de handreiking daarnaast diverse praktijkvoorbeelden, materialen en hulpmiddelen. Deze zijn gebundeld op de digitale landingspagina ‘Weerbaarheidsplein’ op de VNG-website, onder het thema Weerbare Samenleving. Via de QR-code in hoofdstuk 5 krijgt u direct toegang tot deze omgeving.
De handreiking is een levend document: richtinggevend, modulair toepasbaar en aanpasbaar aan lokale omstandigheden. De beschreven maatregelen vormen een basisniveau dat gemeenten helpt hun voorbereiding en respons bij langdurige verstoringen op orde te brengen. Gemeenten vertalen deze 3 Vereniging van Nederlandse Gemeenten basis naar hun eigen context en vullen waar nodig aan of prioriteren op basis van lokale behoeften. Uitgangspunt is dat elke gemeente, ongeacht omvang of ligging, toegang moet hebben tot concrete handvatten voor het versterken van de weerbaarheid en veerkracht. Dat geldt zowel intern, gericht op de eigen processen, als extern, richting de samenleving. De handreiking is opgesteld tegen de achtergrond van (inter)nationale afspraken, zoals de NAVO-weerbaarheidsdoelstellingen, de paraatheidsstrategie van de Europese Unie2 en nationale kabinetsbrieven over civiele weerbaarheid.3 Naast deze beleidsmatige kaders is sinds augustus 2026 de Cyberbeveiligingswet (Cbw) van kracht, de Nederlandse implementatie van de Europese NIS2-richtlijnen, en is ook de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) in werking getreden. De Wwke implementeert de Europese CER-richtlijn.
In tegenstelling tot de Cbw krijgen alleen gemeenten die door de minister worden aangewezen als kritieke entiteit directe verplichtingen opgelegd vanuit deze wet rond risicobeheer, continuïteit en fysieke weerbaarheid.4 Gemeenten vormen in de weerbaarheidsopgave een cruciale schakel: zij staan het dichtst bij de inwoner en zijn bij uitstek in staat om lokale netwerken, bewonersinitiatieven en publieke voorzieningen te mobiliseren in tijden van crisis. Tegelijkertijd zijn die gemeenschappen en inwoners zelf ook onderdeel van de versterking van een weerbare samenleving. 2 Paraatheidsstrategie van de EU, 26 maart 2025, Europese Commissie. 3 Brief van de minister aan de Tweede Kamer, 6 december 2024. Brief van de minister aan de Tweede Kamer, 11 juli 2025. Brief van de ministers JenV en Defensie aan de Tweede Kamer, 12 december 2025. 4 Zie: Organisaties aangewezen onder de Wwke | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Meer informatie over de implicaties van deze twee en andere nieuwe wetgeving die relevant is voor gemeenten in het kader van weerbaarheid wordt gedeeld in de Ledenbrief Weerbaarheid en veerkracht 2026 en in de Ledenbrief Inwerkingtreding van de Cbw en Wwke. Zie ook: Cyberbeveiligingswet (NIS2-richtlijn) en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (CER-richtlijn): Nieuws en updates | VNG.
Leeswijzer De handreiking is opgebouwd als een praktisch en modulair document dat gemeenten ondersteunt bij het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Na de inleiding volgt een overzicht van gemeentelijke maatregelen, geordend naar zes pijlers en de verschillende fasen van een crisis. Deze maatregelen vormen het hart van de handreiking en zijn voorzien van een prioritering en de betrokken partijen. Vervolgens worden in het hoofdstuk ‘Good practices en toolkit’ inspirerende voorbeelden en ondersteunende instrumenten gedeeld die gemeenten kunnen benutten in hun lokale aanpak. In het hoofdstuk over geleerde lessen worden inzichten gedeeld uit eerdere crises, zoals de oorlog in Oekraïne en de coronacrisis. Daarna volgt een overzicht van contactmogelijkheden voor gemeenten die met de handreiking aan de slag zijn en goede ideeën willen uitwisselen. In hoofdstuk 5 is een QR-code te vinden die leidt naar het nieuwe digitale Weerbaarheidsplein. Hier worden nog meer inspirerende voorbeelden uit de praktijk, tools en materialen gedeeld die van nut zijn in de uitvoering van de weerbaarheidsopgave. Deze voorbeelden en tools zijn tevens in de lijst van 41 maatregelen te vinden, toegankelijk via een directe link bij elke pijler en maatregel.
Tot slot zijn in de bijlagen definities en de bestuurlijke opdracht van de VNG opgenomen, alsmede een wijzigingenoverzicht ten opzichte van de eerste versie van de handreiking (2025). De handreiking is bedoeld als levend document dat richting geeft, ruimte laat voor lokale invulling en uitnodigt tot samenwerking en doorontwikkeling. 4 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2 Gemeentelijke maatregelen weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau De maatregelen die in dit hoofdstuk worden beschreven vormen de kern van deze handreiking. Ze geven gemeenten richting bij het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht, met aandacht voor alle fasen van een crisis: van voorbereiding tot herstel. De lijst met maatregelen is opgesteld op basis van het vijf-pijlermodel van prof. dr. Michel Dückers, te weten: crisisorganisatie, vitale voorzieningen, sociaal weefsel, zelfredzaamheid inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties en samenleving als overkoepelend systeem. Wij hebben daar nog een zesde, centrale pijler aan toegevoegd: continuïteit van de eigen organisatie. De maatregelen zijn thematisch geclusterd per pijler en geordend conform de fasering van een crisis: de koude fase (voorbereiding), de warme fase <72 uur, de warme fase >72 uur en de nafase (herstel). Het uitgangspunt is dat weerbaarheid en veerkracht een collegebrede opgave is.
Per pijler wordt daarom de bevoegdheidsverdeling tussen het college van burgemeester en wethouders benoemd. Per maatregel is de eerstverantwoordelijke partij benoemd, alsmede de relevante organisaties die een ondersteunende of faciliterende rol vervullen. De nummering van de maatregelen is tot stand gekomen op basis van prioritering, mede ingegeven door de gezamenlijke input en duiding vanuit verschillende veiligheidsregio’s en gemeenten. De maatregelen staan per pijler op volgorde van prioriteit, waarbij geldt dat de eerste twee genoemde maatregelen als meest cruciaal worden beschouwd. Randvoorwaarden Deze handreiking biedt gemeenten concrete handvatten om aan de slag te gaan met de lokale weerbaarheidsaanpak. Om uitvoering te geven aan deze maatregelen, is het van belang dat er aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht Naar het model van Dückers, NIPV 1. Eigen continuïteit 4. Sociaal weefsel 3. Vitale voorzieningen 5. Zelfredzaam- heid inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties 2. Crisisorganisatie 6. Samenleving als overkoepelend systeem Koude fase NafaseWarme fase 5 Vereniging van Nederlandse Gemeenten De weerbaarheidsopgave vergt een maatschappijbrede aanpak. Het is dan ook van belang dat gemeenten maatschappelijke organisaties, inwoners, ondernemers en andere relevante partijen betrekken bij hun aanpak.
Weerbaarheid en veerkracht zijn immers niet alleen veiligheidsvraagstukken, maar vergen betrokkenheid van alle domeinen in de samenleving. Deze ‘whole-of-society’-benadering vraagt van gemeenten dat zij afspraken maken met medeoverheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, inwoners en het bedrijfsleven over welke rol door eenieder wordt vervuld. Dit geldt voor de warme fase van een ramp of crisis, maar juist ook voor de koude fase: een vertrouwde en gestroomlijnde samenwerking in de koude fase legt tenslotte een goede basis voor samenwerking ten tijde van rampen en crises. Hierbij is het van belang dat deze samenwerking gelijkwaardig is, en dat iedere partij zich bewust is van de rol en verantwoordelijkheid die zij vervult ten opzichte van de andere partijen. Naast nauwe samenwerking met verschillende maatschappelijke partijen op lokaal niveau, verdient de samenwerking tussen veiligheidsregio’s en gemeenten speciale aandacht. Om de weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau te versterken, dienen gemeenten en veiligheidsregio’s duidelijke en concrete afspraken met elkaar te maken over de verantwoordelijkheden, rollen en taken die zij gezamenlijk vervullen. Zij staan immers samen aan de lat in de lokale en regionale weerbaarheidsopgave. Bij elke maatregel staat benoemd welke partij eindverantwoordelijk is, en welke partij een ondersteunende rol vervult.
Bij het merendeel van de maatregelen geldt echter dat de rolverdeling tussen gemeente en veiligheidsregio afhankelijk is van lokale afspraken die onderling tussen de beide partijen worden gemaakt. Het is van belang dat er voldoende ruimte wordt gelaten voor lokaal maatwerk; gemeenten en veiligheidsregio’s weten immers zelf het beste welke rolverdeling het meest logisch is voor de lokale context. Financiën Op dit moment zijn nog geen directe en structurele middelen beschikbaar gesteld aan individuele gemeenten voor het versterken van maatschappelijke weerbaarheid. In de Voorjaarsnota is vanaf 2027 structureel € 70 miljoen beschikbaar gesteld voor maatschappelijke weerbaarheid. Deze middelen worden ingezet op het ontwikkelen van noodsteunpunten en burgerhulpverlening, het versterken van veiligheidsregio’s, het lanceren van een landelijke publiekscampagne en evaluatie en onderzoek. Het geld wordt verdeeld via de veiligheidsregio’s, waarbij het uitgangspunt is dat besteding plaatsvindt op basis van gezamenlijke besluitvorming met de betrokken gemeenten (zie ook ‘Rol en positie gemeenteraad’). Dit betekent dat gemeenten via de bestaande begrotings- en verantwoordingsstructuren van de veiligheidsregio’s invloed kunnen uitoefenen op de inzet van de middelen.
Tegelijkertijd vraagt de actualiteit om een stevigere positionering van gemeenten in het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Om die reden is maatschappelijke weerbaarheid ook een geprioriteerd thema bij het overhedenoverleg en wordt er gewerkt aan een samenwerkingsagenda. Een mogelijke route hiervoor is via de verhoogde NAVO-norm (5% van het bruto binnenlands product). Naar verwachting kan circa 1,5% van deze middelen worden ingezet voor defensiegerelateerde onderdelen zoals kritieke infrastructuur, civiele paraatheid, maatschappelijke weerbaarheid en innovatie. De exacte invulling hiervan is echter nog onderwerp van overleg en besluitvorming. De VNG blijft zich onverminderd inzetten voor meer middelen om de inzet van gemeenten en veiligheidsregio’s op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht te versterken en concreet vorm te geven. Dit vergt nadere onderlinge afstemming over de verdeling, besteding en verantwoording van de middelen, evenals duidelijkheid over de rolverdeling tussen rijk, regio en gemeenten. Naar aanleiding van het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ is er budget gekomen voor maatschappelijke initiatieven in het kader van weerbaarheid, waar gemeenten maatschappelijke stichtingen en verenigingen naar kunnen doorverwijzen.
Het Samen Weerbaar-initiatief van het Vfonds biedt financiële steun voor lokale plannen, zoals een buurtnoodplan, een EHBO-cursus of een wijkambassadeur. Inwoners en verenigingen kunnen hiervoor € 500 tot € 5.000 aanvragen. De aanvraagperiode is gestart op 1 juni 2026 en werkt op basis van doorlopende indiening. Naast de financiële implicaties van de bredere weerbaarheidsaanpak brengt de Cyberbeveiligingswet eigen verplichtingen met zich mee die capaciteit en middelen vragen: registratie bij het NCSC, het inrichten van detectie- en meldprocessen en de aansluiting op de BIO2-normen. Gemeenten wordt geadviseerd deze kosten te betrekken bij de bestaande afweging over de 6 Vereniging van Nederlandse Gemeenten inzet van middelen voor maatschappelijke weerbaarheid, en niet als geïsoleerd ICT-vraagstuk te behandelen.5 Grensoverschrijdende zaken Sommige vraagstukken op het gebied van weerbaarheid zijn grensover- schrijdend. Daarom kijken we ook naar de Europese Paraatheidsstrategie. Deze richt zich op een geïntegreerde aanpak voor alle soorten gevaren. Een toekomstgerichte aanpak vraagt om een langetermijnblik, waarbij wordt geanticipeerd op combinaties van scenario’s. Betrouwbare data zijn hierbij cruciaal. Op dit moment komt er steeds meer ‘near realtime’ Europese satellietdata beschikbaar die ons helpt met het krijgen van beter inzicht en overzicht op lokale risico’s.
We werken aan manieren om hier meer gemeenten binnen Nederland gebruik van te laten maken. Gemeentelijke capaciteitsinzet Een versterkte weerbaarheidsaanpak brengt ook een capaciteitsvraagstuk met zich mee. Het uitvoeren van de maatregelen vraagt niet alleen iets van de eigen gemeentelijke organisatie, maar ook van de partners op lokaal en regionaal niveau; denk hierbij aan politie, welzijns- en zorgorganisaties, openbaarvervoerbedrijven, et cetera. Met de huidige druk op het gemeentelijke personeelsbestand, krapte op de arbeidsmarkt en beperkte financiële middelen, vraagt een geïntensiveerde inzet op maatschappelijke weerbaarheid om duidelijke (her)prioritering en bijbehorende afspraken over de verdeling van verantwoordelijkheden en rollen, en de capaciteitsinzet in geval van crisis. Bijkomend is het feit dat in het geval van een NAVO artikel-5 scenario, of in het kader van ‘host nation support’, reservisten kunnen worden opgeroepen. Hiermee valt dus mogelijk een deel van de capaciteit weg. Het is daarom van belang dat gemeenten in kaart brengen welk personeelslid reservist is en wellicht in tijden van crisis niet kan worden ingezet voor andere doeleinden. Daarbij is het van belang dat er in de koude fase geïnventariseerd wordt waar er al krapte is en waar er krapte kan ontstaan tijdens een ramp of crisis.
5 Voor meer informatie, zie veelgestelde vragen over de Cyberbeveiligingswet op de website van de IBD. Oefenen met verschillende crisisscenario’s, zowel met de eigen gemeentelijke organisatie als samen met veiligheidsregio’s, maatschappelijke partners en inwoners, kan helpen met het verkrijgen van inzicht in de kwetsbaarheden en stelt gemeenten in staat hierop te anticiperen en passende maatregelen te nemen om de kwetsbaarheden te verkleinen. Belangrijke punten van aandacht Denk verder dan de eerste 72 uur Gemeenten dienen zich ervan bewust te zijn dat de richtlijn van 72 uur primair betrekking heeft op de zelfredzaamheid van inwoners; voor gemeenten vormt deze termijn geen eindpunt. Juist gemeenten moeten voorbereid zijn op een langere periode waarin herstel van voorzieningen uitblijft en de behoefte aan ondersteuning vanuit de overheid toeneemt. Dit vraagt om aanvullende maatregelen, gericht op de continuïteit van essentiële gemeentelijke en maatschappelijke functies, langdurige ondersteuning van kwetsbare inwoners, waaronder mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben (thuis en in een instelling), alternatieve communicatievoorzieningen en duurzame inzet van personeel en middelen.
Daarbij geldt dat de rol van de overheid na de eerste 72 uur eerder groter dan kleiner wordt: naarmate een verstoring langer aanhoudt, neemt het belang van gemeentelijke ondersteuning bij zelf- en samenredzaamheid toe. Uitgangspunt is daarom dat gemeenten ook voorbereid moeten zijn op langduriger uitval en ontwrichting dan 72 uur. Ketenafhankelijkheid: gemeentelijke terugvalopties Bestaande regionale samenwerkingsstructuren en voorzieningen zijn veelal ingericht op lokale incidenten. Bij een regiobrede, langdurige verstoring kunnen gemeenten hier niet zonder meer op rekenen. Gemeenten doen er goed aan bij elke maatregel te doordenken wat de gemeentelijke terugvaloptie is als de beoogde ketenpartner zelf ook geraakt is. Want de samenwerking die in de koude fase is afgesproken, werkt niet meer als de infrastructuur waarop die samenwerking rust is weggevallen. 7 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Integrale benadering van fysieke, digitale en maatschappelijke weerbaarheid Digitale veiligheid is een onmisbaar onderdeel van de weerbaarheid en veerkracht van gemeenten. Digitale en fysieke veiligheid zijn steeds meer met elkaar verweven. Cyberaanvallen, sabotage en afhankelijkheden in de keten kunnen fysieke processen verstoren, terwijl fysieke incidenten ook gevolgen kunnen hebben voor de digitale dienstverlening.
Door de toename van hybride dreigingen en de veranderende geopolitieke omstandigheden is een integrale benadering van fysieke en digitale veiligheid noodzakelijk. Betrek daarom bij iedere maatregel ook de digitale component en zorg voor een goede afstemming tussen de rollen, taken en verantwoordelijkheden van beide domeinen.6 Samen optrekken Steeds vaker zoeken gemeenten de samenwerking op in regionaal verband, soms onder regie van de veiligheidsregio. Door gezamenlijk op te trekken in het maken van afspraken met bijvoorbeeld waterschappen, drinkwaterbedrijven en openbaarvervoerbedrijven over maatschappelijke weerbaarheid dragen gemeenten bij aan een uniforme benadering richting deze partijen en wordt versnippering van beleid vermeden. Daarnaast creëert regionale samenwerking kansen voor collectieve inkoop en het ontwikkelen van gezamenlijke oplossingen in het kader van de lokale weerbaarheid en veerkracht. De mate van onderlinge samenwerking verschilt aanzienlijk per regio. Rol en positie gemeenteraad Uit de hiernavolgende lijst met maatregelen blijkt dat voor een groot aantal maatregelen een goede samenwerking tussen gemeenten en veiligheidsregio’s essentieel is. Gemeenten hebben een formele positie binnen de aansturing van de veiligheidsregio.
De veiligheidsregio is een samenwerkingsverband op basis van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Het algemeen bestuur van een veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de inliggende gemeenten en is het hoogste besluitvormende orgaan. Hier worden besluiten genomen over beleid, inzet van middelen en de begroting van de veiligheidsregio. De 6 Zie de VNG Agenda Digitale Veiligheid 2028. gemeenteraad heeft een rol via de controlerende bevoegdheden op de burgemeester en via de begrotingscyclus. Sinds de wijziging van de Wgr in 2022 is de positie van de raad versterkt. Gemeenteraden moeten vroegtijdig betrokken worden bij beleidsvoornemens van de gemeenschappelijke regeling en hebben het recht om een zienswijze te geven. Ook moeten gemeenteraden instemmen met de bijdrage aan de begroting van de veiligheidsregio. Deze wettelijke structuur waarborgt dat gemeenten via zowel de burgemeester als de gemeenteraad invloed kunnen uitoefenen op het beleid en de inzet van middelen binnen de veiligheidsregio. Het is van belang deze formele lijnen actief te benutten, zodat er sprake is van democratische verankering en regionale samenhang in de besluitvorming. Zie voor meer informatie de Kennisbank Openbaar Bestuur. Weerbaarheid raakt alle domeinen van het gemeentelijk beleid.
Het is dan ook aan te raden om vanuit dat besef weerbaarheid expliciet onderdeel te maken van bredere afwegingen binnen het publieke domein. Daardoor raakt het verweven met bestaande taken en processen en krijgt het op efficiënte wijze een vaste plaats binnen het beleidsproces. De lijst met 41 maatregelen is geen vaststaand eindpunt maar een uitnodiging tot lokale vertaling en doorontwikkeling. Niet iedere maatregel is in de lokale context even urgent of haalbaar. Gemeenten wordt dan ook geadviseerd om de lijst met maatregelen te gebruiken als leidraad voor gesprekken met partners zoals de veiligheidsregio, maatschappelijke organisaties en inwoners over wat lokaal nodig en mogelijk is. Uitgangspunt is hierbij dat de maatregelen gelden als aanvulling op huidig beleid. 8 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) 1. Eigen continuïteit Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Ambtelijk, coördinerend en operationeel verantwoordelijk: gemeentesecretaris Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 1. Gemeenten brengen de kritieke bedrijfsprocessen in kaart en nemen maatregelen voor het borgen van de bedrijfscontinuïteit, back-upbeheer en herstelplannen. Gemeenten Voorbeelden en tools 2.
Gemeenten identificeren en prioriteren binnen hun bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) de meest kritieke bedrijfsprocessen. Daarbij brengen zij de afhankelijkheden van de digitale informatievoorziening, waaronder informatie technologie- en waar relevant operationele technologie-systemen, de bezetting van essentiële functies en de werking van de crisisorganisatie in kaart, waar mogelijk in samenhang met de afspraken met de veiligheidsregio. Gemeenten Veiligheidsregio’s Voorbeelden en tools 3. Gemeenten zorgen ervoor dat de gemeentelijke informatievoorziening robuust en bereikbaar is, zowel online als offline. Denk hierbij aan combinaties van digitale en fysieke informatiekanalen. < < Gemeenten Voorbeelden en tools 4. Gemeenten versterken de digitale infrastructuur door afspraken met ICT- leveranciers en cloud-aanbieders met aandacht voor: bescherming tegen cyberaanvallen en hacks, inclusief detectie- en responsprocedures; opslag van gevoelige data op dataservers binnen Europees grondgebied, conform de Europese privacy- en veiligheidsrichtlijnen. Gemeenten hebben hiervoor een standaard gemeentelijk Service Level Agreement (SLA) ontwikkeld waarin de eisen rondom beschikbaarheid, herstelcapaciteit en communicatie bij incidenten in overeenstemming zijn met de standaarden uit de BIO2-documentatie. Gemeenten BZK, JenV (NCSC) Voorbeelden en tools 5.
Gemeenten oefenen op langdurige crises met een brede vertegenwoordiging uit de gemeentelijke organisatie (dus breder dan de veiligheidskolom en MT-niveau). Gemeenten Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze Pijler Meest cruciale maatregel Maatregelen weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau 9 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) 1. Eigen continuïteit Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Ambtelijk, coördinerend en operationeel verantwoordelijk: gemeentesecretaris Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 6. Gemeenten maken afspraken over interne informatievoorziening en communicatie bij langdurige verstoringen en crises. Zij leggen vast wie informatie verzamelt, verifieert, duidt, besluit en verspreidt; welke functionarissen, afdelingen, bestuurders en medewerkers welke informatie nodig hebben; en via welke digitale en analoge kanalen dit gebeurt. Daarbij sluiten zij aan op de bestaande communicatieafspraken die gemaakt zijn binnen de crisisorganisatie. Zij maken onderscheid tussen informatie die breed intern gedeeld moet worden voor handelingsperspectief. Gemeenten Voorbeelden en tools 7. Gemeenten hebben oog voor de continuïteit onder eigen personeel, waarbij een deel persoonlijk betrokken zal zijn bij crises.
Denk bijvoorbeeld aan het samenstellen van een gemeentelijk kernteam, het inventariseren van reservisten en mantelzorgers binnen de gemeentelijke organisatie. Gemeenten Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze Pijler Meest cruciale maatregel Voorbeelden en tools bij deze Pijler 10 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) 2. Crisisorganisatie Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 1. Gemeenten ontwikkelen een duidelijk communicatieplan richting inwoners in tijden van crisis maar ook in de voor- en nafase. < < Gemeenten Veiligheidsregio’s Voorbeelden en tools 2. In samenwerking met de veiligheidsregio’s loopt sinds begin 2026 de pilot noodsteunpunten. De functionaliteiten waarmee geoefend wordt zijn informatievoorziening aan de inwoners, het kunnen doen van 112-meldingen, lokaal vraag en aanbod aan elkaar verbinden en het hebben van een signaleringsfunctie. Gemeenten en veiligheidsregio’s zijn er vrij in om aanvullende functionaliteiten te beoefenen. Dat geldt ook voor de verkenning van mogelijkheden met maatschappelijke initiatieven. Het inrichten van noodsteunpunten is een verantwoordelijkheid van de gemeenten, in samenspraak met de betrokken hulpdiensten en veiligheidsregio.
< < Gemeenten Veiligheidsre- gio’s, maatschap- pelijke partners Voorbeelden en tools 3. Test en borg de werking van de Nood Communicatie Voorziening (NCV) en de crisisnoodlijn binnen de gemeente en zorg dat deze aangesloten is op een noodstroomvoorziening. Gemeenten Veiligheidsregio’s Voorbeelden en tools 4. Gemeenten hebben afspraken gemaakt met veiligheidsregio’s in het kader van bevolkingszorg, ook na 72 uur. Gemeenten Veiligheidsregio’s Voorbeelden en tools 5. Gemeenten ondersteunen de veiligheidsregio’s bij het geven van een situationeel en actueel beeld (overzicht van wat er aan de hand is, waar, wie etc.). Contacten en verbindingen met de relevante partners zijn op orde zodat alle relevante informatie in beeld komt. < < Gemeenten Veiligheidsregio’s Voorbeelden en tools 6. Veiligheidsregio’s ontwikkelen met hulpdiensten alternatieve en analoge (crisis) communicatiemiddelen, bijvoorbeeld DARES en satellietcommunicatie. Veiligheids- regio’s Gemeenten, GHOR, brand- weer Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze Pijler Meest cruciale maatregel 11 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) 2. Crisisorganisatie Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 7.
Gemeenten verkennen of bepaalde sleutelfiguren ook in een lijn van informatievoorziening kunnen worden opgenomen zoals het inzetten bij noodsteunpunten. Het gaat hier om sleutelpersonen die bij gemeenten bekend zijn en bekend zijn in hun buurt/wijk of dorp: mensen die inzetbaar zijn om een bepaalde boodschap verder te brengen bij hun achterban of binnen hun netwerk. < < Gemeenten Sleutelfiguren in de samenleving Voorbeelden en tools 8. Gemeenten en veiligheidsregio’s integreren burgerhulpverlening in de planvorming en benutten indien mogelijk burgerinitiatieven in de warme fase van een crisis op een gecoördineerde wijze. < < Gemeenten Veiligheidsregio’s Voorbeelden en tools 9. Gemeenten gaan (samen met de GGD) in gesprek met de regionale uitvaartbranche over de continuïteit en capaciteit van regionale crematoria en mortuaria bij langdurige crisis in het kader van de Wet op de lijkbezorging, publieke gezondheidszorg en hygiëne. Gemeenten GGD, BZK, VWS Veiligheidsregio’s Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze Pijler Meest cruciale maatregel Voorbeelden en tools bij deze Pijler 12 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) 3. Vitale voorzieningen Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 1.
Gemeenten hebben een back-up en/of alternatieven voor stroomvoorziening zoals batterijen en aggregaten (en brandstof) en weten waar die zich bevinden en hoeveel er nodig zijn voor bedrijfskritische processen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de afhankelijkheid van digitale systemen en informatievoorziening die nodig zijn voor deze processen. < < Gemeenten Voorbeelden en tools 2. Gemeenten maken, eventueel samen of onder regie van de veiligheidsregio, afspra- ken met hun lokale drinkwaterbedrijf en stellen gezamenlijk een coördinatieplan op voor de inrichting van nooddrinkwaterpunten. Veiligheidsregio’s stellen een protocol op in geval van uitval van de drinkwatervoorziening. < < Gemeenten, drinkwater- bedrijven Veiligheidsre- gio’s, IenW Voorbeelden en tools 3. Gemeenten hebben met de afvalketen afspraken gemaakt over continuering van afvalinzameling en -verwerking. < Gemeenten Voorbeelden en tools 4. Gemeenten versterken de samenwerking met woningcorporaties op het gebied van weerbaarheid en crisisbeheersing. Samen identificeren zij kwetsbaarheden en risico’s bij langdurige verstoringen, maken zij afspraken over onderlinge ondersteuning en contactstructuren en borgen zij dat woningcorporaties tijdig worden betrokken bij de gemeentelijke crisisorganisatie en crisiscommunicatie tijdens een crisis.
Gemeenten Woningbouwcor- poraties, ener- gieleveranciers Voorbeelden en tools 5. Gemeenten gaan in gesprek met maatschappelijke partijen over het borgen van voedselvoorziening aan kwetsbaren in tijden van crisis, en sluiten hierbij aan bij het Landelijk Crisisplan voedselzekerheid dat momenteel wordt uitgewerkt. < < Gemeenten Maatschappelijke partners, LVVN Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze Pijler Meest cruciale maatregel 13 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) 3. Vitale voorzieningen Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 6. Gemeenten betrekken de waterschappen proactief bij het nadenken over mogelijke alternatieven bij uitval van het rioolstelsel of waterdruk, en nemen ook inwoners daarin mee. Daarbij wordt met betrekking tot de kwetsbaarheid van inwoners gekeken naar de eventueel ontstane noodzaak om op kleine schaal alternatieve sanitaire voorzieningen beschikbaar te stellen. < < Gemeenten Waterschappen Voorbeelden en tools 7. Gemeenten houden in hun mobiliteits- en verkeersplannen rekening met noodsituaties waarbij voldoende ruimte moet zijn voor aanrijroutes voor hulpdiensten en meerdere uitvalswegen (evacuatiemogelijkheden) per wijk voor inwoners.
< < Gemeenten Nationale politie Voorbeelden en tools 8. Vitale infrastructuur zoals wegen, bruggen en dijken wordt versterkt. De gemeente brengt in kaart welke infrastructuur in eigen beheer is en zoekt de samenwerking met Rijkswaterstaat en waterschappen om bestand te zijn tegen extreme (weers) omstandigheden (evacuatieroutes) of langdurige of bovenmatige belasting in crisistijd. Gemeenten Rijkswaterstaat, waterschappen, veiligheidsregio’s Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze Pijler Meest cruciale maatregel Voorbeelden en tools bij deze Pijler 14 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) Meest cruciale maatregel 3. Vitale voorzieningen Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 9. Gemeenten stemmen regionaal af en werken samen met OV-autoriteiten en vervoersbedrijven om de continuïteit en beschikbaarheid van het openbaar vervoer tijdens langdurige crisissituaties te waarborgen. De provincie of vervoerregio is als opdrachtgever verantwoordelijk voor de aanbesteding en dagelijkse aansturing van de OV-vervoerder in de regio. Gemeenten benadrukken het belang van continuïteits- en noodplannen (inclusief gewenste en benodigde informatiepositie en organisatie van crisismaatregelen).
Dit doen gemeenten voorafgaand aan aanbestedingen en tijdens de uitvoering en operatie van het openbaar vervoer, bij de betreffende OV-autoriteiten en vervoersbedrijven. < Gemeenten OV-autoriteiten (provincies en/of vervoerregio’s) en vervoersbe- drijven Voorbeelden en tools 10. Gemeenten maken afspraken met OV-autoriteiten en vervoersbedrijven op lokaal en regionaal niveau, voor crisisbestendige plannen, inclusief scenario’s voor personeelstekort, brandstofschaarste en verstoring van dienstregelingen. Gezamenlijke afstemming van gemeenten met OV-autoriteiten en vervoersbedrijven is ook hierbij het uitgangspunt. Dit bevordert uniforme afspraken over maatschappelijke weerbaarheid en continuïteit, voorkomt versnippering in verwachtingen en beperkt de bestuurlijke complexiteit voor vervoersbedrijven en provincies. OV- autoriteiten Gemeenten en vervoersbedrij- ven Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze PijlerVoorbeelden en tools bij deze Pijler 15 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) 4. Sociaal weefsel Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 1.
De gemeente brengt lokale maatschappelijke en (in)formele netwerken in kaart en versterkt de netwerken/sociale infrastructuur in de wijken met extra aandacht voor verminderd zelfredzame doelgroepen zoals alleenstaande ouders, mindervaliden, ouderen, statushouders, vluchtelingen, etc. < < Gemeenten Veiligheidsre- gio’s, maatschap- pelijke partners Voorbeelden en tools 2. Gemeenten faciliteren participatieprojecten/burgerinitiatieven in de wijken en buurten (leer uw buren beter kennen/samenredzaamheid). < < Gemeenten Maatschappelijke partners Voorbeelden en tools 3. In een crisissituatie mobiliseert de gemeente sleutelfiguren, (getrainde) vrijwilligers en netwerken, zoals Bondgenoten. < < Gemeenten Maatschappelijke partners Voorbeelden en tools 4. Gemeenten bieden dienstverlening om de bestaanszekerheid van hun inwoners te versterken. Gemeenten richten de gemeentelijke dienstverlening zo in dat deze tijdens crisissituaties tijdig kan inspelen op een toename van hulpvragen, inwoners proactief bereikt en continuïteit waarborgt in inkomensondersteuning, schulddienstverlening en andere noodzakelijke voorzieningen. Dit is van belang om de bestaanszekerheid van inwoners in een kwetsbare positie te waarborgen. < < Gemeenten Voorbeelden en tools 5.
Gemeenten betrekken wijkprofessionals bij hun weerbaarheidsaanpak en verkennen op welke manier zij betrokken kunnen worden bij het inrichten van lokale buurtweerbaarheid, samenredzaamheid en noodsteunpunten. Gemeenten, politie, welzijnsor- ganisaties Voorbeelden en tools Meest cruciale maatregel Voorbeelden en tools bij deze Pijler 16 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) Meest cruciale maatregel 4. Sociaal weefsel Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 6. De gemeente gaat samen met inwoners in gesprek over het versterken van maatschappelijke weerbaarheid in hun buurt (bijv. via buurtplannen). De gemeente ondersteunt bestaande initiatieven van maatschappelijke partijen in de wijk, en faciliteert verbindingen om dit ook in tijden van crisis te kunnen continueren. < < Gemeenten Voorbeelden en tools 7. Gemeenten zorgen ervoor dat bestaande meldpunten (zoals op het gebied van zorg, veiligheid en openbare ruimte) goed functioneren, faciliteren luister- en gespreksinitiatieven en monitoren spanningen in de samenleving actief zodat escalatie kan worden voorkomen en vertrouwen behouden blijft.
< < Gemeenten Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze Pijler 17 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) 5. Zelfredzaamheid inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 1. Gemeenten en veiligheidsregio’s bevorderen zelf- en samenredzaamheid door voorlichting (risicocommunicatie) en bieden inwoners en bedrijven handelingsperspectief over hoe zij zich kunnen voorbereiden op en wat ze kunnen doen bij langdurige verstoringen. Gemeenten sluiten hierbij aan op landelijke campagnes, zoals Denk vooruit. < < Gemeenten Veiligheidsregio's Voorbeelden en tools 2. Gemeenten informeren inwoners na afronding van de landelijke pilot noodsteunpunten en bij de landelijke uitrol van noodsteunpunten over de lokale noodsteunpunten in hun wijk. Zij bieden daarbij ook handelingsperspectieven voor noodsituaties, bijvoorbeeld met een meterkastkaart. < < Gemeenten Veiligheidsregio's Voorbeelden en tools 3. Gemeenten en veiligheidsregio’s stimuleren zowel inwoners, maatschappelijke organisaties, verenigingen als ondernemers om breed maatschappelijk te oefenen en zich voor te bereiden op langdurige verstoringen.
Interne crisisoefeningen worden aangemoedigd binnen bedrijven en instellingen, om de respons bij verstoringen te verbeteren. Gemeenten Veiligheidsre- gio’s, maatschap- pelijke partners Voorbeelden en tools 4. Gemeenten vergroten de digitale weerbaarheid van inwoners en ondernemers en zijn voorbereid op digitale ontwrichting onder andere door aansluiting bij programma’s zoals het VNG-programma Agenda Digitale Veiligheid. Zij voorzien in laagdrempelige voorlichting, trainingen en bewustwordingscampagnes over cyberrisico’s en digitale veiligheid. Gemeenten Regionale veiligheidsnet- werken, IBD Voorbeelden en tools 5. Gemeenten faciliteren in het kader van burgerhulpverlening de samenwerking met partners, zoals trainingen in eerste hulp- en crisisvaardigheden voor inwoners, vrijwilligers en leden van (sport)verenigingen. Gemeenten Voorbeelden en tools 6. Gemeenten ondersteunen en maken afspraken met organisaties zoals het Rode Kruis en Leger des Heils, die bij kunnen dragen aan de ontlasting van de reguliere zorg- en hulpverleningsketen in tijden van crisis. Gemeenten Maatschappelijke organisaties, veiligheidsregio’s Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze Pijler Meest cruciale maatregel 18 Vereniging van Nederlandse Gemeenten < >Koude fase NafaseWarme fase (<72 uur) Warme fase (>72 uur) 6.
Samenleving als overkoepelend systeem Bevoegd gezag: College van burgemeester en wethouders Maatregel Fase Eindverant- woordelijk Samenwerkings- partner Voorbeelden en tools per maatregel 1. Gemeenten zorgen ervoor dat democratische processen ook in situaties van langdurige verstoring kunnen worden voortgezet. Dit omvat onder meer de openbare besluitvorming, de democratische legitimatie en controlerende rol van de gemeenteraad, de bescherming en uitoefening van grondrechten, waaronder het demonstratierecht, en een toegankelijke en betrouwbare informatievoorziening. < < Gemeenten BZK Voorbeelden en tools 2. Gemeenten hebben de publieke gezondheidszorg op orde, waarbij GGD’s structureel zijn ingericht om ook onder druk hun taken te blijven uitvoeren. Gemeenten borgen de uitvoering van essentiële Wmo- en jeugdtaken ten tijde van crisis. Tijdens langdurige crises en verstoringen blijven gemeenten verantwoordelijk voor de continuïteit van hun wettelijke taken binnen het sociaal domein. Met zorgaanbieders maken zij in een vroeg stadium afspraken over de continuïteit van Zvw- en Wlz-zorg (thuis én met verblijf) tijdens langdurige crises en verstoringen. De GGD’s zijn verantwoordelijk voor de continuïteit van de publieke gezondheidszorg en de GHOR voor de voorbereiding, afstemming en coördinatie binnen de geneeskundige hulpverleningsketen tijdens crises.
Om een effectieve crisisrespons te waarborgen, leggen gemeenten, GGD en GHOR vooraf afspraken vast over rollen, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en escalatieroutes, zodat tijdens een crisis helder is wie waarvoor verantwoordelijk is en samenwerking snel en effectief kan plaatsvinden. < < Gemeenten VWS, GGD’s, GHOR Voorbeelden en tools Voorbeelden en tools bij deze Pijler Meest cruciale maatregel 19 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Enkele maatregelen uitgelicht Een aantal maatregelen uit de bovenstaande lijst zijn in een wat verder stadium uitgewerkt. Voor een aantal van deze acties zijn middelen vanuit het rijk beschikbaar (voor meer informatie zie het kopje Financiën bij Randvoorwaarden in hoofdstuk 2). Noodsteunpunten Noodsteunpunten vormen een essentieel onderdeel van een landelijk netwerk ter versterking van de maatschappelijke weerbaarheid. Sinds eind 2025 wordt in alle 25 veiligheidsregio’s, samen met gemeenten, gewerkt aan pilots met noodsteunpunten en coördinatiepunten. Het idee is dat er een netwerk wordt opgebouwd van noodsteunpunten op wijk- of buurtniveau. Deze pilotfase heeft als doel ervaring op te doen met de inrichting, organisatie en functionaliteiten van een toekomstig landelijk netwerk van noodsteunpunten.
Naast informatievoorziening aan inwoners als basisfunctie wordt in de pilots onderzocht welke aanvullende functies lokaal uitvoerbaar en wenselijk zijn. In 2026 wordt er een businesscase opgesteld waaruit blijkt wat de kosten zijn voor gemeenten en veiligheidsregio’s om op te schalen van een pilotfase naar een landelijk netwerk noodsteunpunten. Begin 2027 wordt op basis van een advies vanuit het landelijk project pilots noodsteunpunten inclusief ambitieniveau en in relatie tot beschikbaar gestelde middelen besloten over de wijze waarop noodsteunpunten uitgerold gaan worden. Nadat dit is vastgesteld, zullen gemeenten inwoners gaan informeren over de lokale noodsteunpunten in hun wijk en over handelingsperspectieven.7 Publiekscampagne In het najaar van 2025 is de meerjarige landelijke publiekscampagne ‘Denk vooruit’ van start gegaan onder coördinatie van de NCTV. De campagne is erop gericht om de weerbaarheid te versterken en inwoners te informeren en activeren om voorbereid te zijn op (langdurige) noodsituaties. Een belangrijk onderdeel van de campagne is het huis-aan-huisinformatieboekje dat tussen 25 november 2025 en 10 januari 2026 op de deurmat van ieder huishouden is gevallen. Het informatieboekje dient om inwoners te activeren zich voor te 7 Op de website van WeerbaarNL vindt u alle publieke informatie rondom noodsteunpunten.
De actuele informatie over de landelijke pilot noodsteunpunten is ook te vinden in de tussenpublicaties over de pilots in het besloten VNG-forum Weerbare Samenleving. bereiden op potentiële noodsituaties, en onderstreept het belang van 72 uur zelf- en samenredzaamheid. Denk vooruit is een landelijke campagne. De VNG wil ervoor zorgen dat gemeenten voldoende voorbereid en toegerust zijn op hun rol om de landelijke campagne lokaal te laten landen. Daarom werken we nauw samen met de NCTV. Via de website van denkvooruit.nl/toolkit zijn er verschillende hulpmiddelen te vinden voor gemeenten zoals een postergenerator en beeldbank. Met de Q&A’s op denkvooruit.nl/vraag-en-antwoord wordt geanticipeerd op de vragen waarmee inwoners gemeenten kunnen benaderen, en worden deze van mogelijke antwoorden voorzien. Gemeenten kunnen deze Q&A’s gebruiken op hun eigen website en in hun overige communicatie-inzet. De Q&A’s zijn te vinden op Vraag en antwoord | Denk vooruit. In het najaar van 2026 start een nieuwe landelijke campagneflight van Denk vooruit. Vanaf midden september worden er weer toolkits op denkvooruit.nl/ toolkit beschikbaar gesteld voor gemeenten en andere partners om mee te doen aan deze campagne. De landelijke campagne start maandag 12 oktober 2026 met een activatieweek met alle partners (ook veiligheidsregio’s en gemeenten).
Op maandag 19 oktober starten de commercials op tv en radio. Deze zullen drie weken lang te zien en horen zijn. In totaal loopt deze campagneflight een maand. De campagne in het najaar richt zich opnieuw op bewustwording en op nut en noodzaak van voorbereiding op noodsituaties. Bovendien richt de nieuwe campagne zich op de rol die inwoners vervullen in de samenleving, en hoe inwoners elkaar kunnen helpen met de voorbereiding op een noodsituatie. De rol van gemeentelijke handhavers tijdens langdurige crisis Gemeentelijke handhavers zijn dagelijks zichtbaar en aanspreekbaar in buurten en wijken. Zij houden toezicht, signaleren vraagstukken en treden preventief, corrigerend en waar nodig repressief op. Door hun aanwezigheid beschikken zij over actuele kennis over wat er op straat speelt en wat het sentiment is. Handhavers kunnen hierdoor vroegtijdig knelpunten signaleren 20 Vereniging van Nederlandse Gemeenten die kwetsbaar zijn. De herkenbare aanwezigheid van handhavers en begrenzende manier van optreden kunnen helpen om onrust en escalatie te voorkomen. Vanuit contacten in de wijk kunnen handhavers signalen delen met de gemeente, politie en maatschappelijke partners. Ook kunnen handhavers een rol hebben in het wijzen op betrouwbare informatie, ondersteuning en/of hulp.
Handhavers verbinden hiermee de dagelijkse handhavingspraktijk met de bredere gemeentelijke opgaven rond maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Tegelijkertijd roept deze opgave de vraag op hoe gemeentelijke handhavingsorganisaties tijdens crises inzetbaar kunnen blijven. Binnen verschillende gemeenten wordt daarom verkend hoe uitwijklocaties, communicatieverbindingen en personele en logistieke inzet gedurende de eerste 72 uur en langer kunnen worden georganiseerd. De ervaringen en ontwikkelde werkwijzen zullen worden gedeeld, zodat gemeenten van elkaar kunnen leren en de eigen voorbereiding kunnen versterken. 21 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3 Good practices en toolkit Platform WeerbaarNL Platform WeerbaarNL is een verbindend kennis- en netwerkplatform dat organisaties ondersteunt bij het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid in Nederland. Het platform is ontstaan vanuit een beleidsvoornemen in de Landelijke Agenda Crisisbeheersing en richt zich op het faciliteren van samenwerking tussen veiligheidspartners, sectorale organisaties en maatschappelijke actoren, zowel binnen als buiten het traditionele veiligheidsdomein.
In een tijd waarin de samenleving geconfronteerd wordt met complexe transities en een toenemend aantal dreigingen, waaronder klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, geopolitieke spanningen en economische ontwrichting, stimuleert WeerbaarNL het vormen van communities en het delen van kennis, ervaringen en goede voorbeelden. Gemeenten, veiligheidsregio’s en maatschappelijke partners kunnen via het platform actuele inzichten opdoen, relevante initiatieven volgen en aansluiting vinden bij bredere netwerken gericht op het versterken van de weerbaarheid. De VNG en WeerbaarNL werken intensief samen om elkaar te versterken en aan te vullen. Bondgenoten Een Bondgenotennetwerk kan een belangrijke rol spelen in het vergroten van de veerkracht en het draagvlak binnen een gemeente. Bondgenoten zijn vertegenwoordigers van lokale gemeenschappen, maatschappelijke organisaties en sleutelfiguren die beschikken over toegang tot specifieke doelgroepen, kennis hebben van lokale netwerken en het vertrouwen van inwoners. Door deze partijen actief te betrekken, kan de gemeente sneller schakelen, signalen beter duiden en effectiever communiceren, ook in situaties waarin de overheid zelf minder zichtbaar of overtuigend is. In meerdere steden is het bondgenotennetwerk actief en wordt de agenda van het overleg niet bepaald door de gemeente.
Verschillende gemeenten zoals Deventer, Utrecht en Amersfoort maken gebruik van het Bondgenotenoverleg, waarin vertegenwoordigers van onder andere de Somalische, Syrische, Eritrese, Joodse en LHBTQI+-gemeenschappen samen met de politie en gemeente structureel in gesprek zijn. Dit overleg vindt plaats in rustige tijden en wordt ingezet om spanningen vroegtijdig te signaleren, polarisatie te voorkomen en onderling vertrouwen te versterken. Juist doordat deze relaties zijn opgebouwd vóórdat een crisis zich voordoet, kunnen bondgenoten in de warme fase snel en effectief worden ingezet. Daarmee zijn zij geen incidentele hulpbron, maar een vast onderdeel van een duurzame en inclusieve crisisaanpak. Bondgenoten vervullen meer dan alleen een communicatieve rol. Zij signaleren en duiden ontwikkelingen binnen gemeenschappen, adviseren over mogelijke handelingsperspectieven en kunnen als kritische gesprekspartner reflecteren op het optreden en de communicatie van gemeente en politie. Vanuit hun positie en invloed binnen lokale netwerken kunnen zij daarnaast bijdragen aan het verminderen van spanningen, het tegengaan van geruchten en het behouden of herstellen van vertrouwen. Bondgenoten zijn daarmee geen verlengstuk van de overheid, maar zelfstandige partners die vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid bijdragen aan veiligheid, leefbaarheid en maatschappelijke veerkracht.
Toolbox Sociaal Weefsel Om gemeenten te ondersteunen bij het versterken van het sociaal weefsel heeft de VNG een digitale ‘toolbox sociaal weefsel’ ontwikkeld. In deze toolbox zijn bestaande handreikingen, instrumenten, voorbeelden, werkvormen en andere hulpmiddelen gebundeld die gemeenten kunnen gebruiken om aan de slag te gaan met het versterken van gemeenschappen, sociale cohesie en samenredzaamheid. De toolbox is ingedeeld naar verschillende vraagstukken uit de gemeentelijke praktijk, zoals het activeren van inwoners, het betrekken van maatschappelijke organisaties of het in kaart 22 Vereniging van Nederlandse Gemeenten brengen van lokale netwerken. Hiermee wordt bestaande kennis beter toegankelijk gemaakt en hoeven gemeenten niet steeds het wiel zelf uit te vinden. De toolbox wordt periodiek aangevuld met nieuwe instrumenten, praktijkvoorbeelden en inzichten uit onderzoek en de gemeentelijke praktijk, zodat gemeenten kunnen blijven profiteren van actuele kennis en ervaringen. Waar de door de NCTV ontwikkelde gesprekstool maatschappelijke weerbaarheid eerder een belangrijk voorbeeld vormde, is inmiddels een breder repertoire aan lokale aanpakken ontstaan. In het afgelopen jaar zijn op lokaal, wijk- en buurtniveau uiteenlopende initiatieven ontwikkeld om maatschappelijke weerbaarheid te versterken.
Gemeenten, maatschappelijke organisaties, bewonersgroepen en andere partners hebben gewerkt aan buurtplannen, wijkgerichte aanpakken, dialoogtafels en gesprekstools ter voorbereiding op langdurige verstoringen en crises. Deze instrumenten ondersteunen het gesprek over risico’s, kwetsbaarheden en handelingsperspectieven tussen overheden, bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De opgedane ervaringen onderstrepen dat maatschappelijke weerbaarheid steeds meer wordt gezien als een gezamenlijke opgave van overheid en samenleving. Daarmee zijn belangrijke stappen gezet naar een inclusieve aanpak waarin samenwerking, kennisdeling en gedeelde verantwoordelijkheid binnen buurten en wijken centraal staan. Voorbeelden uit de praktijk Er bestaat geen uniforme wijze waarop de weerbaarheidsopgave kan worden georganiseerd. De borging van het weerbaarheidsbeleid binnen de organisa- tie, zodat getroffen maatregelen structureel worden onderhouden, periodiek worden geëvalueerd en blijvend aansluiten op veranderende risico’s, dreigin- gen en organisatorische ontwikkelingen, is een uitdaging. Ook de beleidsmati- ge positionering van de opgave, en de vertaling naar en verbinding tussen verschillende domeinen vragen om keuzes die aansluiten bij de lokale context. Hieronder volgen een aantal voorbeelden die laten zien hoe in verschillende gemeenten de weerbaarheidsopgave vorm krijgt.
Dit gebeurt onder meer in de gemeente Diemen, waar deze integraal wordt ingebed in de gemeentelijke organisatie, en in de gemeente Súdwest-Fryslân waar de aanpak aansluit op de lokale dynamiek van kernenbeleid en actieve burgerbetrokkenheid. Aanpak weerbaarheid, gemeente Diemen De gemeente Diemen werkt aan een integrale aanpak voor het versterken van de lokale weerbaarheid en veerkracht, met als doel de continuïteit van gemeentelijke taken te waarborgen en de slagkracht bij crises te vergroten. De aanpak richt zich op scenario’s zoals langdurige stroomuitval en maakt deel uit van het regionale Programma Weerbaarheid van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, waarin gemeenten, veiligheidsregio, hulpdiensten en andere partners samenwerken. De prioriteiten uit de handreiking zijn gebundeld in vier samenhangende thema’s: kritische processen en continuïteit, communicatie en samenredzaamheid, noodsteunpunten en watervoorziening. Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan maatregelen zoals het identificeren van kritische processen, het versterken van crisiscommunicatie, het organiseren van noodsteunpunten voor inwoners en het borgen van essentiële voorzieningen. Kenmerkend voor de aanpak is dat verantwoordelijkheden, afhankelijkheden en benodigde inzet per thema expliciet zijn uitgewerkt.
Daarbij wordt aangesloten bij bestaande rollen, expertise en samenwerkingsverbanden binnen de gemeentelijke organisatie en met externe partners. De gemeente kiest bewust voor een realistisch en uitvoerbaar ambitieniveau: niet alle risico’s kunnen worden uitgesloten, maar de organisatie moet wel in staat zijn om essentiële taken te blijven uitvoeren en adequaat te herstellen na een verstoring. Door maatregelen planmatig te implementeren, periodiek te monitoren en de voortgang bestuurlijk te borgen, werkt Diemen aan een structurele versterking van de gemeentelijke weerbaarheid en een organisatie die ook onder crisisomstandigheden betrouwbaar kan blijven functioneren. De kracht van de mienskip in Súdwest-Fryslân Gemeente Súdwest-Fryslân (89 kernen) koos voor een aanpak waarbij niet alleen de gemeente, maar inwoners zelf werken aan lokale weerbaarheid. Onder de noemer ‘Weerbare Mienskip’ startte in het dorp Reahûs (200 inwoners) een traject waarin bewoners samen verkenden hoe zij zouden omgaan met langdurige crises, zoals stroomuitval, uitval van infrastructuur, pandemieën of tekorten aan voedsel en drinkwater. 23 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Uitgangspunt was: “Helpers weg”. Bewoners gingen ervan uit dat professionele hulpdiensten bij een grootschalige crisis niet direct beschikbaar zijn. Vervolgens brachten zij de aanwezige voorzieningen, netwerken en talenten in kaart.
Wie heeft technische kennis, zorgervaring of toegang tot materieel? Welke inwoners zijn kwetsbaar en hebben extra ondersteuning nodig? Ook mentale weerbaarheid kreeg aandacht. Het resultaat is een compact lokaal calamiteitenplan van circa tien pagina’s, opgesteld door de gemeenschap zelf. Zes dorpscoördinatoren zijn aangewezen voor gezondheid, energie, wonen, levensbehoeften, mentale weerbaarheid en algemene coördinatie. Het dorpshuis fungeert als steunpunt en noodlocatie. Inmiddels heeft ruim een kwart van de huishoudens een concrete rol in het plan. De ervaring leert dat niet alleen het plan waardevol is, maar vooral het proces. Door inwoners zelf te laten bepalen wat nodig is, ontstaat eigenaarschap, betrokkenheid en een sterkere sociale samenhang. Andere dorpen in de gemeente hebben deze werkwijze inmiddels overgenomen.8 Aanpak weerbaarheid, gemeente Utrecht De gemeente Utrecht laat zien hoe u als lokaal bestuur invulling kunt geven aan een weerbaarheidsaanpak. Sinds 2023 werkt Utrecht aan een integrale weerbaarheidsaanpak, waarin realistische crisisscenario’s, zoals langdurige uitval van het elektriciteitsnet, het vertrekpunt zijn. De stad ontwikkelt concrete plannen: van steunpunten in de wijk met eigen stroomvoorziening tot scenario’s voor waterdistributie en extra aandacht voor kwetsbare groepen. Utrecht bewijst dat dit geen theoretische opgave is.
De afhankelijkheid van digitale systemen, druk op de zorg en de noodzaak van betrouwbare communicatie maken duidelijk dat gemeenten nu moeten investeren in weerbaarheid. 8 Dit praktijkvoorbeeld is gebaseerd op een aantal gesprekken die VNG-weerbaarheidsambassadeur Eduard van Zuijlen voerde met verschillende gemeenten. De volledige reeks is gepubliceerd op www.vng.nl/weerbaresamenleving. Gesprek met inwoners, gemeente Haarlemmermeer De gemeente Haarlemmermeer laat zien hoe samenredzaamheid op lokaal niveau handen en voeten krijgt. In dorpen als Burgerveen wordt actief gewerkt aan buurtplannen, waarin inwoners, dorpsraden en vrijwilligers samenwerken aan praktische afspraken voor als het misgaat, bijvoorbeeld bij een langdurige stroomstoring. Deze plannen gaan verder dan alleen bewustwording: ze bevatten concrete afspraken over wie de sleutel van het dorpshuis heeft, wie medische kennis heeft in de buurt, en welke middelen beschikbaar zijn, van een radio tot een EHBO-kit. Haarlemmermeer kiest voor een aanpak die voortbouwt op het bestaande vertrouwen in de gemeenschap. De gesprekken in dorpen en wijken vormen het vertrekpunt, niet alleen voor het versterken van zelfredzaamheid, maar juist ook voor het stimuleren van samenredzaamheid: het vermogen om elkaar te helpen als systemen falen.
De buurtplannen sluiten aan bij een breder beleidskader waarin veerkracht, bereikbaarheid en lokale betrokkenheid centraal staan. ‘Whole-of-society’-aanpak, Stedendriehoek De Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen) werkt aan een whole- of-society-aanpak van weerbaarheid en veerkracht, waarin ze toewerken naar een gezamenlijke, regionale aanpak waarin publieke en private partijen, maatschappelijke organisaties en inwoners worden betrokken bij de aanpak van crisisbeheersing en rampenbestrijding. De publiek-private coalitie die gevormd is om weerbaarheid regionaal en maatschappijbreed op te pakken, richt zich op het creëren van beweging die begint bij het voeren van gesprekken met maatschappelijke organisaties, bedrijven en decentrale overheden in de regio. Met behulp van een mobiele app wordt er duidelijkheid geschapen over de verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. Deze aanpak wordt vormgegeven vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid, en is daarom breed gedragen door gemeenten, veiligheidsregio’s, maar ook het bedrijfsleven.