CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

631935 IHP eindrapportage.pdf

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 16: Integraal huisvestingsplan primair en voortgezet onderwijs (IHP)24.952 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

IHP Hof van Twente 2024-2038

Integraal Huisvestingsplan Hof van Twente maart 2024

IHP Hof van Twente 2025-2039

RO groep Wilhelminasingel 58 Postbus 3086 6202 NB Maastricht info@rogroep.nl +31 43 350 00 50 www.rogroep.nl

Inhoud 01

Inleiding

5

02

Bestaande situatie

7

03

Wettelijk kader Gemeente Schoolbestuur Kindpartner Financieel

9

9 9 10 10

04

Duurzaamheid

Relevante maatschappelijke ontwikkelingen Perspectief op slimme versnelling Ambitieus… … maar met een realistisch perspectief

11

11 13 14 14

05

Strategische thema’s

15

06

Ordeningsprincipes

18

07

Huisvestingsmaatregelen

DMS 23030260

Aanleiding Leeswijzer

Woonvisie 2021 – 2025 en de demografie Onderwijs Bewegingsonderwijs Kinderopvang QuickScan

Thema 1. Doorgaande leer- en ontwikkellijnen Thema 2. Samen werken aan een breed aanbod Thema 3. Passend en inclusief Thema 4. Verrijkte schooldag Thema 5. Gezondheid en bewegen Thema 6. Verbinding met de omgeving

Principe 1. Samenwerking in kindcentra Principe 2. En waar wenselijk in een brede wijkvoorziening Principe 3. Gezond opgroeien in een gezonde leefomgeving Principe 4. Toekomstvast met een scope van 30 jaar

Goor Markelo Diepenheim Delden Hengevelde Bentelo Kleine Scholen

5 5

7 7 8 8 8

15 15 16 16 17 17

18 18 19 19

21

24 30 30 31 34 35 36

3

08

Uitvoeringsagenda 2025 - 2028

43

09

Financiële vertaling

56

08-1 08-2 08-3 08-4 08-5 08-6

09-1 09-2 09-3 09-4 09-5 09-6 09-7 09-8

Campus de Whee – Onderwijsvoorzieningen Goor Businesscase IKC Erve Hooyerinck Businesscase IKC Diepenheim (OBS Stedeke) Businesscase Petrusschool Aanpak Permanente Verbetering Perspectief voor Kleine Scholen

Aan de basis – de VNG-normstelling Toekomstgerichte stichtingskosten Tariefstelling Hof van Twente Renovatie ten opzichte van nieuwbouw Financiële consequenties Uitvoeringsagenda 2025-2028 / 2032 Afschrijvingstermijnen Fonds Permanente Verbetering (Businesscase 7.5) Aanpak Kleine Scholen (Businesscase 7.6)

44 47 48 50 51 53

56 57 57 58 58 60 60 61

Bijlage 1. Informatiefundament Hof van Twente (schooljaar 2022-2023)

62

Bijlage 2. Gebouwelijke QuickScans

63

Bijlage 3. Kader

64

DMS 23030260

4

Inleiding

01

Inleiding

Aanleiding De schoolbesturen1, (een vertegenwoordiging van) kindpartners en de gemeente Hof van Twente werken samen aan een sterk onderwijsklimaat in de gemeente. Zij hebben, als voorzieningen waar de jeugd zich ontwikkelt, een belangrijke funderende rol in de maatschappij. Dit vraagt dat partners actief bezig zijn met de voorbereiding van de kinderen op de maatschappij van vandaag en die van morgen. De gemeente heeft, vanuit haar wettelijke plicht, een belangrijke rol in de facilitering van het onderwijs door passende onderwijshuisvesting ter beschikking te stellen. Ten behoeve van een goede onderwijskwaliteit en een gezonde en verantwoorde bedrijfsvoering is het wenselijk dat de onderwijshuisvesting qua maat, spreiding en inrichting past bij de behoeften in de verschillende gebieden en de onderwijskundige visie van de schoolbesturen en de kindpartners voldoende ondersteunt. De uitdaging is te groeien naar een situatie waarin scholen in vorm en concept passen bij hun omgeving; op logische plekken gesitueerd, in goede toekomstbestendige gebouwen, met duurzaam perspectief op instandhouding en waar mogelijk en gewenst in samenwerking met flankerende partners in het educatieve netwerk en/of de buurt, bijvoorbeeld in de vorm van een integraal kindcentrum).

Leeswijzer Van maart 2023 tot maart 2024 hebben onderwijs, kinderopvang en gemeente (hierna “partners” te noemen) in gezamenlijkheid gewerkt aan het integraal huisvestingsplan (IHP) voor de gemeente Hof van Twente. Concreet en gedetailleerd voor de komende vier jaar, met een doorkijk voor de periode daarna. Het plan is tot stand gekomen onder regie van een projectgroep bestaande uit een afvaardiging van de schoolbesturen, kindpartners en de gemeente, met ondersteuning van adviesbureau RO groep. Voorliggende rapportage vormt de afsluiting van het IHP Hof van Twente. Hoofdstuk 2 is een samenvatting van de huidige situatie, gebaseerd op het informatiefundament. In hoofdstuk 3 worden de wettelijke kaders en uitgangspunten beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het thema duurzaamheid nader 1

Schoolbesturen Primair Onderwijs: Stichting Brigantijn, Stichting Keender en Stichting Openbaar Primair Onderwijs (OPO). Schoolbesturen Voortgezet Onderwijs: Stichting Carmelcollege en Stichting Waerdenborch.

DMS 23030260

5

toegelicht (inclusief aanpak). Hoofdstuk 5 geeft inzicht in een gezamenlijke, door partners gedeelde opvatting over kwaliteit en toekomst van het onderwijs en maatschappelijke dienstverlening, beschreven in strategische thema’s. In hoofdstuk 6 zijn de ordeningsprincipes voor huisvesting benoemd, gericht op het formuleren van te nemen maatregelen in de onderwijshuisvesting. Hoofdstuk 7 schetst de benodigde huisvestingsmaatregelen van de diverse onderwijslocaties. In hoofdstuk 8 is een uitvoeringsplan geformuleerd, waarin vier verschillende businesscases zijn uitgewerkt. Hoofdstuk 9 beschrijft de financiële vertaling van het IHP Hof van Twente.

DMS 23030260

6

02 Bestaande situatie De bestaande situatie van onderwijs en opvang in de gemeente Hof van Twente is gedetailleerd in beeld gebracht in een informatiefundament, zie bijlage 1. Daarin zijn de demografische gegevens, ontwikkelingen en kwantitatieve gegevens gebundeld met aandacht voor leerlingenaantallen, verwachte groei en krimp, gebouwelijke kenmerken en normatieve ruimtebehoefte in relatie tot beschikbare gebouwcapaciteit. Voorliggend hoofdstuk is een samenvatting.

Woonvisie 2021 – 2025 en de demografie De gemeente Hof van Twente bestaat uit zes kernen (Goor, Delden, Bentelo, Markelo, Diepenheim, Hengevelde) en een buitengebied bestaande uit buurtschappen in een uitgestrekt gebied. De gemeente heeft een inwoneraantal van 35.455. Sinds 2009 heeft de gemeente te maken met (lichte) krimp als gevolg van vergrijzing en ontgroening. Deze ontwikkeling heeft invloed gehad op het voorzieningenniveau van de gemeente en wordt ook in het onderwijs gevoeld. Daarbij is het inwoneraantal naar 2022-2023 weer toegenomen. Om antwoord te geven op deze ontwikkelingen heeft de gemeente een woonvisie vastgesteld voor de periode van 2021 tot 2025. In deze visie worden vanuit een analyse van het unieke karakter van de gemeente maatregelen geformuleerd om de ontwikkeling van wonen in Hof van Twente te verbeteren en de gemeente aantrekkelijker te maken. Aan de basis ligt de versterking van de belangrijkste kwaliteiten van de gemeente: het groene karakter, de inbedding in een sterke regio tussen stedelijke centra en de gunstige prijs-kwaliteitverhoudingen. In het actieprogramma is er, naast versnellen van woningbouw, aandacht voor duurzaamheid, een vitale leefomgeving en inclusiviteit. Voor voorliggend integrale huisvestingsplan zijn prognoses van Pronexus gebruikt.

Die zijn gevoed met de verwachte ontwikkeling van de bevolking van de gemeente op basis van de belangrijke nieuwbouwplannen van de gemeente. Die zijn aan Pronexus aangereikt en de gebruikte demografische cijfers weerspiegelen daardoor ook de verwachtingen rond de vraag naar onderwijs. In de prognoses van Pronexus worden in de periode 2021-2041 ongeveer 1.000 nieuwe woningen voorzien. Dit komt in grote lijnen overeen met de woonvisie.

Onderwijs In de gemeente zijn 17 basisscholen gevestigd die verspreid over de gemeente op 16 locaties wordt aangeboden. In het voorbije decennium zijn zes schoollocaties gesloten en is er geïnvesteerd in nieuwbouw van nieuwe scholen en kindcentra. Hiermee is uitvoering gegeven aan de Scholenvisie 2022-2032 (vastgesteld in 2013) waarin was vastgelegd dat de gemeente wilde investeren in de vorming van brede maatschappelijke voorzieningen en efficiënt wilde omgaan met ruimtebeslag. Het huidige aanbod is zeer divers in denominatie en omvang. De betrokken schoolbesturen zijn Stichting Keender (met 3 scholen), Stichting Brigantijn (5 scholen), en Stichting Openbaar Primair Onderwijs (OPO) Hof van Twente (met 9 scholen). De instandhoudingsnorm voor de gemeente bedraagt 41. Drie scholen, beide onder bevoegd gezag van Stichting OPO bevinden zich net boven deze norm (resp. 42 en 43 leerlingen). Binnen een schoolbestuur kunnen scholen onder de norm in stand gehouden worden door toepassing van de gemiddelde schoolgrootte. Op twee locaties in de gemeente is voortgezet onderwijs aanwezig met een partieel aanbod. In Goor is dat De Waerdenborch (openbare denominatie) met een aanbod van VMBO (basis en kader), HAVO, Atheneum en Gymnasium voor de leerjaren 1 t/m 4.

In Delden is dat het Twickel College, onderdeel van scholengroep Carmel Hengelo (bijzondere denominatie), met een aanbod van eveneens VMBO (alle

DMS 23030260

7

leerwegen), HAVO en VWO voor alleen de leerjaren 1 en 2. Beide scholen hebben een compleet leerjarenaanbod in resp. Holten en Hengelo. De scholen hechten aan het behoud van hun aanbod in de gemeente Hof van Twente als instroomlocaties. Op teldatum 1 oktober 2023 bedroeg het aantal leerlingen op de basisscholen in de gemeente 2.456. De leerlingaantallen zijn al geruime tijd onderhevig aan forse krimp. De ergste krimp in het basisonderwijs lijkt inmiddels voorbij. Volgens de prognose van Pronexus (maart 2022, gebaseerd op de oktobertelling van oktober 2021) stabiliseert het leerlingaantal (2.457 in 2028 en 2.422 in 2038). Door krimp in het verleden kampen veel basisscholen met normatieve overcapaciteit binnen hun gebouwen. Vaak worden restruimten verhuurd aan kinderopvang, zorgpartijen of gemeenschapsvoorzieningen als functionele invulling van normatieve leegstand. De kinderen op de basisscholen komen overwegend uit de eigen gemeente. De migratie van kinderen uit de gemeente naar scholen elders bedraagt 7 à 8%. Gecorrigeerd voor uitstroom vanwege SO en SBO bedraagt de uitgaande migratie zo’n 4%. In het voortgezet onderwijs bedragen de leerlingaantallen op teldatum 1-10-2023 bij De Waerdenborch 337 leerlingen en bij het Twickelcollege 161 leerlingen.

Zo’n 23% van de leerlingen kiest binnen Hof van Twente voor voortgezet onderwijs en de trend is dalend, in het verlengde van de krimp in het primair onderwijs. De afname gaat nog even voort. Volgens de prognoses van DUO (2023) dalen de leerlingaantallen bij Waerdenborch en het Carmelcollege tot resp. 284 en 125 leerlingen omstreeks 2035 waarna een lichte stijging of stabilisatie volgt.

Bewegingsonderwijs Voor het bewegingsonderwijs is de nabijheid van sportvoorzieningen van belang. De gemeente is eigenaar van diverse gymzalen, sporthallen en sportvelden waar de scholen binnen de gemeente gebruik van maken voor hun bewegingsonderwijs. Voor de sporthallen in Bentelo, Delden en Hengevelde geldt dat een stichting eigenaar is. De Waerdenborch beschikt over een eigen inpandige gymzaal. De beschikbare capaciteit binnen de gemeente is toereikend voor de (genormeerde) behoefte in het onderwijs.

Kinderopvang Kinderdagopvang/peuteropvang is op 21 locaties binnen de gemeente aanwezig, waarvan 13 met een erkend VVE-aanbod. Buitenschoolse opvang wordt op 22 locaties aangeboden. Gastouderopvang is hierbij niet meegeteld. De opvang wordt aangeboden door een groot aantal verschillende ondernemers en organisaties. Bij de totstandkoming van dit IHP zijn Stichting Kinderopvang Ludiek, Partou (Smallsteps) en HumanKind in de projectgroep betrokken als vertegenwoordigers namens de andere organisaties. De meeste opvangvoorzieningen zijn in of nabij de basisscholen/kindcentra gesitueerd.

QuickScan Bij een vooraf gemaakte selectie van scholen zijn QuickScans uitgevoerd waarbij de kwaliteit van onderwijshuisvesting in beeld is gebracht. De schoolgebouwen zijn beoordeeld en gescoord op relevante thema’s: bouwkundige staat, installaties en binnenklimaat, flexibiliteit gebouw, uitstraling en belevingswaarde, omgevingsperspectief en onderwijskundig perspectief. Ook is het oordeel van het schoolbestuur meegenomen in de beoordeling. De score (onvoldoende, matig en voldoende) geeft een indicatie voor het belang van actie. Zie bijlage 2 voor de QuickScans.

DMS 23030260

8

03 Wettelijk kader Het wettelijk kader voor onderwijs en opvang is bepaald in een aantal wetten. De Wet Primair Onderwijs (WPO), de Wet Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC) bepalen hoe het onderwijs op hoofdlijnen geregeld moet zijn. De eisen voor een goede en verantwoorde kinderopvang staan in de Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang en de regeling Wet kinderopvang. Daarnaast zijn de kaders en uitgangspunten ten aanzien van taken en verantwoordelijkheden voor onderwijshuisvesting geformaliseerd in de lokale Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs, een gemeentelijke verplichting. Dit hoofdstuk is een samenvatting van de meest relevante wet- en regelgeving. Een meer complete beschrijving van de beïnvloedende ontwikkelingen, de betekenis voor onderwijs en opvang en de meest relevante wet – en regelgeving is geschetst in bijlage 3.

Gemeente De wet verdeelt de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting tussen gemeente en schoolbestuur. De gemeente heeft de taak om voldoende en adequate huisvesting beschikbaar te stellen voor Primair en Voortgezet Onderwijs (in andere gemeenten geldt dit ook voor (V)SO). Er is sprake van zorgplicht wanneer het volgens de criteria uit wet- en regelgeving noodzakelijk is om maatregelen te nemen. De gemeente is (ook financieel) verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting meubilair en leerpakketten, herstel van constructiefouten en herstel bij schade door bijzondere omstandigheden. Gemeenten zijn verplicht om een Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs te hebben waarin als basis van gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid is vastgelegd hoe de gemeente juridisch en procedureel vorm geeft aan haar zorgplicht. De verantwoordelijkheid voor renovatie is in de wetgeving nog niet geformaliseerd maar nieuwe wetgeving is in voorbereiding (vermoedelijke invoering 2025). De verwachting is dat deze vanuit overwegingen van circulariteit en dus hergebruik van materialen als nieuwe mogelijkheid zal worden toegevoegd aan het te beschikken voorzieningenpakket voor onderwijshuisvesting waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn. Bij nieuwbouw bekostigt de gemeente gebouw en ondergrond.

Schoolbestuur treedt op als bouwheer (tenzij anders wordt overeengekomen). Na oplevering wordt het juridisch eigendom om niet overgedragen aan het schoolbestuur. De gemeente behoudt het economisch claimrecht. Wanneer het schoolbestuur het gebouw of een gebouwdeel niet langer gebruikt, valt het juridisch eigendom terug aan de gemeente. Bij gebouwen met meerdere functies (naast onderwijs ook kinddiensten of maatschappelijke functies) maken schoolbesturen over bouw en exploitatie soms andere afspraken.

Schoolbestuur Het schoolbestuur heeft de verantwoordelijkheid om huisvesting goed te beheren en te exploiteren. Zij draagt vanuit de middelen, die ze van de overheid daarvoor krijgt, de kosten voor de exploitatie van het gebouw (energie, water en schoonmaak) en is verantwoordelijk voor onderhoud van het gebouw en de bijbehorende gronden gedurende de gebruikstermijn van het gebouw. Ook kleine aanpassingen aan het gebouw (ten behoeve van een veranderde aanpak van onderwijs) behoren tot het takenpakket van het schoolbestuur. Het juridisch eigendom, en daarmee de juridische aansprakelijkheid, ligt in beginsel bij het schoolbestuur. Schoolbestuur mag bij leegstand van onderwijshuisvesting een gedeelte van het gebouw verhuren of in medegebruik geven aan derden (bijvoorbeeld aan verwante kinddiensten), mits dit aan de gestelde voorwaarden voldoet en de gemeente daar toestemming voor geeft. Het schoolbestuur kan geen financiële verplichting aangaan met het gebouw als onderpand (hypotheek).

DMS 23030260

9

Het schoolbestuur is gerechtigd om veranderingen in huisvesting bij de gemeente aan te vragen (in de vorm van een voorziening in de huisvesting, zoals nieuwbouw of uitbreiding) en de gemeente moet voor die aanvraag dan toetsen of die aanvraag aan de voorwaarden voldoet (binnen vastgestelde procedure). Uitvoeringsafspraken binnen een IHP kunnen door de gemeente als aanvraag worden geïnterpreteerd. Na toekenning worden nieuwbouw, uitbreidingen en aanpassingen in beginsel door het schoolbestuur als bouwheer worden gerealiseerd. Gemeente en schoolbesturen kunnen dat ook anders overeenkomen.

Kindpartner Investeren in huisvesting ten behoeve van kinderopvang (kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang) valt niet onder de zorgplicht van de gemeente en valt ook buiten de gemeentelijke verordening voor onderwijshuisvesting. Organisaties voor kinderopvang worden anders gefinancierd en dienen zelf te voorzien in eigen huisvesting, bijvoorbeeld door zelf te realiseren of een marktconforme huur te betalen. De huisvesting dient minimaal te voldoen aan de richtlijnen in het bouwbesluit. De (inrichting van de) binnen- en buitenruimte moet aansluiten bij de eisen van het Besluit kwaliteit kinderopvang (veilig, toegankelijk en passend ingericht) en de (veiligheids-) eisen van de brandweer en GGD. De gemeente heeft een toezichthoudende en handhavende taak. Gemeente neemt steeds vaker een rol in de financiering van huisvesting voor kinderopvang, bijvoorbeeld bij een kindcentrum.

Financieel De gedeelde verantwoordelijkheden in huisvesting krijgen vorm in gescheiden financieringsstromen. Gemeenten ontvangen financiering via de algemene uitkering in het gemeentefonds. De middelen zijn niet geoormerkt, dat wil zeggen dat een gemeente vrij is om ze ook anders te besteden. Bij zorgplicht is de gemeente er overigens aan gehouden om voldoende middelen vrij te maken. Schoolbesturen ontvangen een lumpsum bedrag voor het geven van onderwijs en een deel van deze middelen moeten worden ingezet voor “materiële instandhouding”. Schoolbesturen kunnen dit redelijk vrij besteden binnen het bestemmingsdoel van het budget met dien verstande dat ze geacht worden als goed huisvader te zorgen voor hun panden. Voor schoolbesturen in het primair onderwijs geldt momenteel een investeringsverbod; ze mogen geen middelen besteden aan onderwijshuisvesting voor zover de opgave tot de gemeentelijke taken behoort. De uitzondering geldt voor investeringen die binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden. Schoolbesturen in het voortgezet onderwijs kennen al een ruimere investeringsvrijheid.

Er is wetgeving in voorbereiding die dit meer gelijkschakelt waarmee ook schoolbesturen primair onderwijs meer (investerings-) ruimte krijgen, waarbij samenwerking kan ontstaan die recht doet aan Total Cost of Ownership, wat wil zeggen dat naar de samenhang en onderlinge wisselwerking van kosten en baten over de langere termijn wordt gekeken.

DMS 23030260

10

04 Duurzaamheid De partners ambiëren gebouwen die voldoen aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot energieprestatie en duurzaamheid. Binnen het IHP wordt hier invulling aan gegeven door het zorgvuldig plannen van voorzieningen voor nieuwbouw en eventueel levensduur verlengende renovatie. Daarnaast bestaat de behoefte aan een bredere aanpak, gericht op mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering van bestaande gebouwen. Passend bij de maatschappelijke verantwoordelijkheid willen partners in Hof van Twente hierin samen optrekken.

Relevante maatschappelijke ontwikkelingen De aandacht voor duurzaamheid neemt toe. In de nabije toekomst hebben twee vraagstukken een grote impact op ons leven en ook op hoe gemeente, onderwijsbesturen en kindpartners met hun vastgoed omgaan. Uitputting van natuurlijke hulpbronnen Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de mens meer hulpbronnen gebruikt dan de aarde kan opbrengen. Indien de wereldbevolking op dezelfde manier leeft als wij in Nederland leven, zou de aarde 3,1 keer zo groot moeten zijn om de belasting te dragen. De verwachting is dat de bevolking de komende jaren sterk zal groeien in omvang, waardoor de noodzaak toeneemt het gebruik van fossiele hulpbronnen aan te passen met een direct effect op ons leven, werken en de bebouwde omgeving. De nationale overheid zet stevig in op een overstap naar een volledig circulaire economie. Enkelvoudig, destructief gebruik van materialen moet plaats maken voor andere vormen van productie en gebruik. Grotere delen van onze industriële en agrarische activiteiten gaan bestaan uit onderhoud, vernieuwing of hergebruik, waardoor producten een langere levensduur krijgen. De druk op de aarde kan daardoor substantieel teruggebracht worden tot een duurzaam en draagbaar niveau. De wijze van leven en werken zal daardoor fundamenteel veranderen.

DMS 23030260

11

Klimaatverandering Belangrijk onderdeel van de maatschappelijke verduurzamingsagenda is het afremmen en uiteindelijk tot stilstand brengen van klimaatverandering. In het Klimaatakkoord van Parijs hebben partijen afgesproken de uitstoot van broeikasgassen drastisch te reduceren. Voor 2050 moet de uitstoot met 95% ten opzichte van het jaar 1990 zijn teruggebracht. Nederland wil tot 2030 de uitstoot met ongeveer de helft terugdringen. Er is een maatregelenpakket in ontwikkeling voor transitie naar vernieuwbare energiebronnen zoals zon, wind, water en aardwarmte. Het energiegebruik is te verlagen door de energievraag voor maatschappelijke gebouwen te beperken. De Nederlandse overheid en haar partners maken daar in convenanten samenwerkingsafspraken over. Investeringsagenda Maatschappelijk Vastgoed VNG, Unie van Waterschappen en het InterProvinciaal Overleg (IPO) hebben afgesproken dat al het maatschappelijk vastgoed (waaronder de schoolgebouwen in het primair onderwijs) in 2025 label A heeft en in 2040 energieneutraal is. Bij nieuwbouw en renovatie is in 2040 volledige circulariteit (inzet op herbruikbare of hergebruikte materialen) aan de orde. Sectorale Routekaart Onderwijs PO-raad, VO-raad en VNG hebben samen een plan voor de verduurzaming van schoolgebouwen vastgesteld.

Daarin beschrijven zij hun aanpak om ervoor te zorgen dat in 2050 alle scholen kwalitatief goed zijn, een gezond binnenklimaat hebben en minimaal CO 2-arm en aardgasvrij zijn. De beleidsintenties zijn: •

Waar mogelijk versnelling in de cyclus van nieuwbouw tot 2,5% per jaar en een daaraan gerelateerde afschrijvingstermijn van 40 jaren;

•

Op investerings- en vervangingsmomenten zoveel mogelijk verduurzamen richting de eindnorm (ENG en Frisse Scholen klasse B) om efficiëntie en impact van maatregelen te vergroten. Het huidig wettelijk minimum (BENG en Frisse Scholen klasse C) is onvoldoende om de klimaatdoelen te halen.

•

In integrale huisvestingsplannen onderwijs wordt door de gemeente in gezamenlijkheid met de schoolbesturen vastgelegd hoe de vastgoedportefeuille van het funderend onderwijs wordt aangepakt, ook ten aanzien van kwaliteit en duurzaamheid. Deze integrale huisvestingsplannen worden een wettelijke verplichting en worden gebruikt voor de monitoring van het klimaatakkoord. Wet/akkoord

Duurzaamheidsdoelstelling(en)

Investeringsagenda VNG, Unie van Waterschappen, IPO

Label A en volledig duurzame inkoop

2025

Energieneutraal en nieuwbouw en renovatie circulair

2040

50% minder gebruik van grondstoffen Een economie zonder afval, ofwel volledig circulair

2050

49% minder CO2-uitstoot dan in 1990

2030

CO2-arm (95% CO2-reductie t.o.v. 1990) en aardgasvrij

2050

55% minder broeikasuitstoot dan in 1990

2030

Klimaatneutraal in 2050

2050

Grondstoffenakkoord

Klimaatakkoord en Klimaatwet

Europese Klimaatwet (Fit for 55)

Activiteitenbesluit milieubeheer

Plicht tot energiebesparing en CO2-reductie voor bedrijven en instellingen bij verbruik > 25.00 m3 gas of 50.000 kWh stroom, als terugverdientijd < 5 jaar (EML-maatregelen)

Bouwbesluit

Per 2023 minimaal energielabel C verplicht voor alle kantoren en maatschappelijk vastgoed

DMS 23030260

Streefdatum

< 5 jaar

2023

12

Groene Agenda Kinderopvang (mei 2021) De brancheorganisaties voor kinderopvang hebben met het waarborgfonds een eigen aanpak voor verduurzaming van de eigen dienstverlening geformuleerd. Hun agenda beschrijft onder andere maatregelen in huisvesting, energiegebruik, binnenklimaat, inkoop en mobiliteit. De Groene Agenda geeft adviezen om tot een duurzame uitvoering van kinderopvang te komen en ook dat kan houvast bieden voor een pakket aan maatregelen op lokaal niveau.

Perspectief op slimme versnelling Onderwijsgebouwen zijn in te delen in vier bouwperioden, elk met een verschillende maatschappelijke en bouwkundige waarde. De sectorale routekaart stelt voor de verduurzaming van gebouwen uit elk van deze bouwperiodes verschillende algemene maatregelen voor. Deze moeten met verstand van zaken worden toegepast. De algemene aanwijzingen bieden houvast bij de beoordeling van de opgaven in het integrale huisvestingsplan en voor handelingen gedurende de looptijd van het voorliggende IHP: •

Vooroorlogse voorraad (tot 1946): Dit zijn in algemene zin maatschappelijk waardevolle gebouwen, vaak zelfs monumenten. Bij deze gebouwen is casco renovatie vaak uitgangspunt van handelen.

•

Wederopbouw voorraad (1946 – 1978): Gebouwen uit deze periode zijn vaak snel gerealiseerd en hebben (nog) een matige bouwkwaliteit. Voor deze gebouwen is vervanging door nieuwbouw uitgangspunt.

•

Londo voorraad (1978 – 1992): duurzaam onderhoud tot einde levensduur.

•

Bouwbesluit voorraad (1992 – heden): duurzaam onderhoud tot einde levensduur.

Een belangrijk element in de discussie over duurzaamheid wordt hergebruik van materialen. De opgave om bij nieuwbouw, bouw en bedrijfsvoering zoveel mogelijk en in ieder geval in toenemende mate gebruik te maken van bestaande spullen krijgt een wettelijke basis. Al in 2030 moet bij nieuwbouw van maatschappelijke gebouwen voor 30% gebruik worden gemaakt van circulaire materialen. Ook in de exploitatie en in onderhoud wordt continuering van gebruik (door renovatie) en hergebruik van materialen een belangrijke afweging. Dat leidt tot een nieuw perspectief op zorgplicht en kan ertoe leiden dat voorzieningen gaan verschuiven van (vervangende) nieuwbouw naar hergebruik en renovatie van bestaande gebouwen. De uitdaging is om tot een goede afstemming te komen tussen de verschillende duurzaamheidsopgaven, zodat de balans en het totale duurzaamheidsresultaat optimaal blijft. De groene droom Bij twee kindcentra in de gemeente Hof van Twente is een ‘groene droom’ verwezenlijkt: IKC Magenta in Delden en IKC Markelo. Het is gelukt om de hoge duurzaamheidsambities hier daadwerkelijk te realiseren. De IKC’s zijn aardgasvrij, hebben nul-op-de-meter, scoren Frisse Scholen klasse A op bijna alle onderdelen, hebben een gemiddelde GPR-score van 9, er zijn circulaire en biobased materialen gebruikt, lokale leveranciers zijn betrokken en er is een groen speelterrein aangelegd.

Bij de aanbesteding heeft de gemeente gekozen voor een innovatiepartnerschap. Ze was daarmee koploper en nadien heeft dit navolging gekregen in andere gemeenten. Een bijzonder samenwerkingsverband tussen aannemer, architect en installateur kon in een vroeg stadium aan de slag gaan en is verantwoordelijk gemaakt voor bouwen, beheren en onderhouden. Daardoor ontstond ruimte voor innovatieve keuzes. Door gezamenlijke inspanning en financiering door gemeente, schoolbesturen en kinderopvang hebben partijen een hoger duurzaamheids- en kwaliteitsniveau kunnen bereiken. Dit wordt terugverdiend door lagere exploitatielasten. De beide projecten tonen hoe een ‘groene droom’ werkelijkheid kan worden.

DMS 23030260

13

Ambitieus… Gemeente en IHP-partners streven er naar dat onderwijsgebouwen voldoen aan of zelfs vooruit lopen op de wettelijke eisen rond duurzaamheid. Ze nemen de groene droom als inspiratiebron voor een goede samenwerking. Ze realiseren zich dat vanuit die ambitie binnen Hof van Twente de komende jaren een stevige verbeteropgave aan de orde is. Naast de gewenste en vaak ook wettelijk verplichte aanpassing van gebouwen om ze CO2 neutraal te maken is er toegenomen aandacht voor een gezond binnenklimaat. De gemiddelde leeftijd van gebouwen is hoog, bestaande gebouwen zijn niet duurzaam gebouwd. Ook onderwijsgebouwen in de gemeente, die recenter zijn gerealiseerd voldoen daardoor niet aan de wettelijke eisen zoals die zich naar verwachting de komende jaren zullen ontwikkelen. Met name op het gebied van het binnenklimaat zijn de strenger wordende eisen slechts tegen forse financiële inspanningen te bereiken. Gemeente en IHP-partners nemen als goed huisvader op ieder moment maatregelen, zodat gebouwen voor onderwijs en maatschappelijke diensten aan de wettelijke gebruiksvoorwaarden voldoen. Kinderen en medewerkers kunnen op elk moment rekenen op een veilige en gezonde werk en leefomgeving.

Partners verbeteren door planmatige en samenhangende acties gebouwen naar het hoogst haalbare niveau en werken actief samen in een coherent verbeterprogramma dat bestaat uit planmatige huisvestingsvoorzieningen (nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie via integraal huisvestingsplan) en tussentijdse permanente verbetering voor de overige gebouwen. Nb.: Levensduurverlengende renovatie wordt op termijn, zo is de verwachting, een door de gemeente te financieren voorziening. Om een volwaardig alternatief voor nieuwbouw te kunnen zijn moet een gebouw na renovatie aardgasvrij zijn, voorzien van een PV-installatie, voldoen aan Frisse Scholen klasse B en daardoor ook feitelijk 25 jaar langer een goede en efficiënte oplossing zijn. Renovatie moet een perspectiefrijke stap zijn om te komen tot duurzame voorraad.

… maar met een realistisch perspectief De eerlijke vaststelling is dat onderwijsgebouwen in Hof van Twente niet steeds aan de laatste (praktische) standaarden op het gebied van duurzaamheid en binnenklimaat zullen voldoen. Doelstellingen worden steeds verder aangescherpt en maatregelen in verduurzaming en binnenklimaat om die doelen te bereiken grijpen vaak in de bestaande structuur van gebouwen in. Ze zijn kostbaar en ingewikkeld. Ook is de taakverdeling niet eenduidig: schoolbestuur wordt gefinancierd voor instandhouding op het bestaande kwaliteitsniveau en niet voor structurele verbetering. En de gemeente wordt niet gefinancierd voor de verduurzaming van schoolgebouwen. Om tot maatregelen te komen vraagt actieve samenwerking op basis van zakelijke overwegingen. Samen moeten partners, ook de huurders van maatschappelijke vastgoed, investeringen in duurzaamheid analyseren en beoordelen of ze leiden tot een (voldoende) positief financieel en maatschappelijk rendement. IHP-partners accepteren dat en realiseren zich dat er situaties en gebouwen zijn, die na-ijlen om aan de voorwaarden te kunnen voldoen. Belangrijk is dat partners een oordeel delen over nut en noodzaak, meten is weten. Zo kunnen energieprestaties van gebouwen in kaart worden gebracht (energielabel) of CO2-metingen worden uitgevoerd als basis voor een toekomst-georiënteerd verbeterplan.

Daarbij past, als ondersteunend instrument, de vaststelling (en bekrachtiging) in voorliggend IHP van de eindtermijn van gebouwen, gedefinieerd door de resterende economische afschrijving van het pand c.q. de dominante investering (bijv. installaties, dak of eerder gerealiseerde aanbouw). Nb.: Het vastleggen van een eindtermijn is van belang om tot goede afwegingen te komen. Het biedt ook houvast om verwachtingen te managen van gebruikers, ouders en personeel.

DMS 23030260

14

05 Strategische thema’s Partners streven naar toekomstbestendige voorzieningen voor de jeugd. Aan de hand van gevoerde gesprekken is een gezamenlijk perspectief ontwikkeld op thema’s die waardevol worden geacht voor kansrijk opgroeien binnen de gemeente. Daarbij zijn bestaande beleidsdocumenten (o.a. de Scholenvisie 2022-2032 uit 2013, de ondersteuningsplannen van de Samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs en het gemeentelijk coalitieakkoord) als vertrekpunt genomen. De visie op inhoud wordt beschreven in strategische thema’s. Deze geven richting aan en stimuleren een effectieve samenwerking met als doel een duurzame, optimale en brede ontwikkeling van ieder kind in Hof van Twente. Ze geven ook inzicht in de betekenis die de partners willen hebben voor jeugdigen, welke activiteiten daarbij horen en welke inspanningen dat vergt van de partners. Deze thema’s beschrijven op welke de wijze onderwijs en opvang (samen met andere maatschappelijke partners) georganiseerd worden. De thema’s kunnen ook input bieden voor een lokale inhoudelijke (ontwikkel)agenda voor de jeugd, door partners verder uit te werken.

Thema 1. Doorgaande leer- en ontwikkellijnen Samenwerkende partners nemen verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van alle kinderen van 0 tot 18 jaar. Zij richten een sluitend netwerk in van professionals in opvang, onderwijs en zorg, dat zorgt voor doorgaande leer- en ontwikkellijnen met als doel dat kinderen weinig ontwikkelingsenergie verliezen bij de overgangen tussen voorschoolse opvang en de basisschool, en tussen basisschool en voortgezet onderwijs. Het heeft ook betrekking op de kleine, dagelijkse schakelmomenten (bijvoorbeeld van en naar buitenschoolse opvang). Dit vraagt om een samenhang in aanpak, visie op de ontwikkeling van een kind en een goede samenwerking tussen professionals, ouders en kind. Samenwerking is sterker als professionals elkaar op één locatie vinden. Partners hebben de ambitie om te werken volgens het kindcentrum-model met aan de basis onderwijs, opvang en (gezondheids-) zorg voor de jeugd. Deze partners zorgen voor complete op het kind gerichte dienstverlening, waarbij deskundigen als team naar de ontwikkeling van elk kind kijken. Programmatische aansluiting of integratie tussen onderwijs en opvang is belangrijk om een doorlopend aanbod van dagarrangementen te kunnen ontwikkelen.

Daarbij zijn inhoud en organisatie op elkaar afgestemd en worden procesafspraken gemaakt om de doorlopende leerlijn te bewaken: hoogwaardige persoonlijke uitwisseling van pedagogisch relevante informatie over ieder kind en met speciale aandacht voor kinderen met een zorgbehoefte. Er is speciale aandacht voor doorlopende leer- en ontwikkellijnen tussen primair en voortgezet onderwijs. Juist tussen 10 en 14 jaar helpen soepele overgangen bij een gezonde ontwikkeling van kinderen. Partners onderzoeken daarom mogelijkheden voor vergaande samenwerking, waarbij integratie en ontschotting het streven is. Zo bekijken ze ook de mogelijkheden voor een naschools aanbod in/nabij de school voor de doelgroep 13+ (bv. jongerenclub, huiswerkbegeleiding, ondersteuning).

Thema 2. Samen werken aan een breed aanbod Hof van Twente is een grote gemeente, die bestaat uit veel kleine kernen. De gemeente heeft een breed en wijd verspreid aanbod met een mix van kleine en grote scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Partners realiseren zich terdege dat niet alles overal kan en dat soms moeilijke keuzes aan de orde zijn. Kindpartners zullen niet in alle situaties en bij elke school in staat zijn om een volwaardig

DMS 23030260

15

ondersteunend aanbod te realiseren. En ook voortgezet onderwijs kan haar brede aanbod alleen overeind houden als er voldoende volume blijft bestaan. Partners helpen elkaar waar dat mogelijk is door samen te werken in netwerken met samenwerkingsafspraken. Ze hebben steeds oog voor verschillen in handelingskracht. Om gedeelde ambities waar te maken onderzoeken zij of ze elkaar ondersteuning of faciliteiten kunnen bieden. Dat kan door professionals te delen of door locaties open te stellen voor elkaars (ambulante) dienstverlening. Door vervoer tussen dorpen te regelen naar de plekken waar het aanbod bestaat, of soms door gewoon dichter bij elkaar te gaan zitten om onderlinge samenwerking verder inhoudelijk uit te breiden, zoals op Campus de Whee in Goor. Maar ook door te investeren, waar het ertoe doet en soms door consequenties onder ogen te zien waar dat onvermijdelijk is. Daarbij is het oog steeds op de bal gericht: het realiseren van een volwaardig aanbod voor alle kinderen, nu en in de verre toekomst.

Thema 3. Passend en inclusief Bij voorkeur geven partners in een reguliere setting invulling aan thuisnabij passend onderwijs en opvang. Scholen kiezen via hun schoolprofiel c.q. ondersteuningsprofiel voor een sluitend instrumentarium (passend bij ieders mogelijkheden en ambities, en bij de vraagstukken uit de omgeving). Zij versterken hun expertiseniveau door inhoudelijke afstemming met professionals in ondersteuning en zorg, in het bijzonder door kennisuitwisseling met het (voortgezet) gespecialiseerd onderwijs. Een goede verbinding tussen primair, speciaal en voortgezet onderwijs draagt eveneens bij aan het bevorderen van inclusie. Ondersteuning wordt dicht bij het kind en bij voorkeur ‘zo normaal mogelijk’ georganiseerd. Partners vinden de samenwerking met verwante organisaties in welzijn en jeugdzorg vanzelfsprekend en nemen initiatieven om combinatievormen van onderwijs, opvang en zorg (schoolarrangementen) te ontwikkelen. De focus ligt op preventie, vroegsignalering en algemeen beschikbare (collectieve) voorzieningen. Inclusief onderwijs en kinderopvang maakt het voor elk kind mogelijk om deel te nemen, ongeacht herkomst, mogelijkheden en beperkingen. Met name voor kinderen en jeugdigen met speciale behoeften in aandacht en ondersteuning is dit belangrijk. Onderwijs- en opvangvoorzieningen dienen open en toegankelijk te zijn.

Faciliteiten en activiteiten dragen bij aan begrip, verdraagzaamheid en het leren van elkaar.

Thema 4. Verrijkte schooldag Partners ontwikkelen samen een verrijkt schoolaanbod dat ook naschools inhoud krijgt. Dit maakt dat kinderen in aanraking komen met zaken die normaliter geen onderdeel vormen van het schoolse curriculum en dat ze van thuis uit soms niet vanzelfsprekend meekrijgen. Daarmee sluit ze aan bij het landelijke stimuleringsbeleid van de rijksoverheid (hoewel dat vooral gericht is op scholen met een achterstandsscore). In Hof van Twente zetten samenwerkende partijen zich actief in om hun aanbod te verrijken met bijvoorbeeld sport, cultuur, bibliotheek, natuur en techniek, gezondheid. Ze integreren het in hun dagprogramma en naschools aanbod. Zo worden leefwerelden verbonden en wordt talentontwikkeling gestimuleerd. Scholen en opvangpartijen maken hierin gerichte keuzes die aansluiten bij de behoeften van het kind en de maatschappelijke omgeving. Ze benutten kansen in de directe omgeving, waar mogelijk worden ouders, buurtbewoners, lokale verenigingen en ondernemers betrokken bij de activiteiten.

DMS 23030260

16

Binnen deze aanpak is er bijzondere aandacht voor de potentie die samenwerking tussen primair en voortgezet onderwijs in zich heeft. Zo beschikken scholen voor voortgezet onderwijs vaak over faciliteiten die interessant kunnen zijn voor de verrijking van het basisonderwijs. Door het uitwisselen van faciliteiten en personeel en door gezamenlijke projecten en activiteiten ontstaat een wederkerige relatie die naast verrijking van het onderwijs ook bijdraagt aan de doorgaande lijnen. Introductie van techniekonderwijs in het basisonderwijs dient hier als voorbeeld. Lopende initiatieven op dit vlak zijn succesvol en kunnen verder verbreid worden.

Thema 5. Gezondheid en bewegen Partners beseffen dat zij een rol van betekenis hebben bij het bevorderen van een gezonde leefstijl en leefomgeving voor kinderen en het gezin waarin ze opgroeien. Zij richten hun programma’s, activiteiten en voorzieningen op een gezonde levensstijl waarin sport en bewegen, gezonde voeding en natuurbeleving centraal staan. Het bevorderen van gezondheid en bewegen wordt geïntegreerd in lesmethoden zoals bewegend leren en buitenonderwijs en komt terug in de inrichting van gebouw en terrein. Ook het naschools aanbod staat in het teken van dit thema. Partners zoeken de samenwerking met sport-, cultuur- en natuurverenigingen. Naast lichamelijke gezondheid is er ook aandacht voor mentaal welbevinden. Partners richten hun aanpak vooral op preventie en positieve gezondheid. Partners nemen maatregelen om de structurele inbedding van gezondheid en bewegen in het onderwijsproces en in de opvang te borgen en verder te professionaliseren. Bijvoorbeeld door bij de ondersteuning externe professionals te betrekken (bijv. vakdocenten sport, weerbaarheid, alcohol-& drugspreventie, scherm- en gamegedrag, voedingsdeskundigen), en waar mogelijk in een gezamenlijke aanpak. Er vindt actieve samenwerking en afstemming plaats met de jeugdgezondheidzorg, de buurtsportcoaches (gemeente) en leefstijlcoaches (Salut), en het JOGG-programma (jongeren op gezond gewicht).

Duurzaam denken en doen vormt een verbindend thema in de samenwerking tussen partners, wordt geïntegreerd in de educatieve principes (gedragsnormen en waarden), komt tot uitdrukking in activiteiten en projecten, en is zichtbaar in de fysieke omgeving.

Thema 6. Verbinding met de omgeving De school en de kinderopvang staan midden in de maatschappij en maken onderdeel uit van de gemeenschap waar kinderen en hun ouders dagelijks in verkeren. Partners in Hof van Twente willen bijdragen in het levend houden van het ‘noaberschap’ (omzien naar elkaar). Ze zoeken daartoe op actieve wijze de aansluiting bij de gemeenschap, waarbij zij oog hebben voor de maatschappelijke opgaven en behoeften in de dorps/stadskern. Ze streven naar een bredere dienstverlening op hun locaties met een aanbod dat bijdraagt aan talentontwikkeling, kansengelijkheid, ontmoeting en participatie. Verbinding met de actualiteit en het levend houden van tradities. Met name in kleine kernen maakt de verbinding met tradities en het verenigingsleven onderdeel uit van de identiteit van een school- of opvangorganisatie. Partners coördineren programma’s, activiteiten en personele inzet met de directe omgeving en verenigingen. Uitgangspunt is dat lokale samenwerking aansluit bij en bijdraagt aan de educatieve doelstellingen en ambities. Waar mogelijk stemmen partners (pedagogische) normen en waarden af met deze lokale initiatieven. Zij kunnen hierbij gebruik maken van expertise, ervaringen, organisaties en faciliteiten die in de kern aanwezig zijn ter verrijking en ondersteuning van het onderwijsproces.

Anderzijds kan een school of opvangorganisatie ruimten en faciliteiten beschikbaar stellen.

DMS 23030260

17

06 Ordeningsprincipes Een IHP beantwoordt huisvestingsvragen van schoolbesturen, onder andere waar het gaat om gemeentelijke zorgplicht, in een breder perspectief dan de gemeentelijke verordening toelaat. Toekenningen worden niet gebaseerd op incidentele gebeurtenissen of verplichtingen. Partners maken afspraken voor de langere termijn. Daardoor worden investeringen beter in de tijd voorzien en efficiënter gerealiseerd. Investeringen worden vooruit gepland, waardoor ze (goed) in de financiële ruimte van partners kunnen worden ingepast. Een IHP geeft een nieuwe, meer toekomstvaste dimensie aan zorgplicht en creëert zekerheid en continuïteit. Afspraken in het IHP Hof van Twente zijn gebaseerd op de strategische thema’s uit hoofdstuk 5 en maken gerichte keuzes binnen de wettelijke kaders. Om de brug naar de praktijk te slaan, zijn in dit hoofdstuk ordeningsprincipes beschreven die als meetlat dienen voor de beoordeling van huisvestingsambities op de kortere en langere termijn.

Principe 1. Samenwerking in kindcentra Partners beantwoorden in goede samenwerking de vragen en uitdagingen van ouders en kinderen. Ze bieden via het samenwerkingsconcept ‘kindcentrum’ een bestendig en zo compleet mogelijk aanbod voor kinderen en jeugdigen (dagarrangementen). Samenwerking tussen primair en (de onderbouw van het) voortgezet onderwijs in de gemeente biedt kansen om het kindcentrum-concept te versterken naar een samenhangend dienstenpakket voor kinderen in de range van 0 tot 14 of zelfs -9 maanden (geboortezorg) tot 18 jaar. Het aanbod is afgestemd op de behoeften en op kansen vanuit de maatschappelijke context. In het primair onderwijs bevat het minimaal – waar wenselijk en (financieel) haalbaar – onderwijs, peuteropvang, kinderdagopvang en buitenschoolse opvang. Voor zowel primair als voortgezet onderwijs wordt de aanhaking van ook de jeugd(gezondheids)zorg, in fysieke of ambulante vorm, als vanzelfsprekend gezien. Partners werken – waar mogelijk en haalbaar - op één gedeelde locatie samen. Het ruimtelijk verbinden van functies en professionals versterkt immers de inhoudelijke samenwerking ten behoeve van het afstemmen van programma’s en tijden, het (op een natuurlijke weg) uitwisselen van informatie, het faciliteren van ontmoeting, het laagdrempelig beschikbaar maken van expertise en faciliteiten.

Daarbij versterkt bundeling van huisvesting de continuïteit en gezonde (financiële) exploitatie van de accommodaties omdat het delen van ruimte(n) efficiëntie en flexibiliteit bevordert. Kindpartners hebben een gelijkwaardige positie in een kindcentrum. De onderwijshuisvesting is naar behoefte voorzien en in vierkante meters (bvo) vastgesteld. Over de ruimtevraag van kind- en zorgpartners worden afspraken gemaakt, in relatie tot de ruimtevraag van de school, waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de wettelijke vierkante meternormering. Er is ruimte voor maatwerk en per locatie worden afwegingen gemaakt. Er wordt zoveel mogelijk flexibiliteit ingebouwd om op een slimme en verantwoorde manier te anticiperen op ontwikkelingen.

Principe 2. En waar wenselijk in een brede wijkvoorziening Elk kindcentrum is op natuurlijke wijze verbonden met de omgeving en het voedingsgebied. Daartoe biedt, voor een sluitend (diensten-)netwerk, de locatie – waar mogelijk en wenselijk – ruimte voor zorg, sport, culturele vorming, taalscholing voor ouders en andere sociale en maatschappelijke activiteiten (buurthuisfunctie). Huisvestingsvragen voor de korte en langere termijn worden in een breder perspectief gezien, waarbij de kansen voor gedeeld gebruik in combinatie met andere maatschappelijke en wijkgerichte functies steeds onderzocht wordt. Uitgangspunt is dat (combinaties van) activiteiten een toegevoegde waarde zijn voor de omgeving. Partners werken daarbij samen door gedeeld en

DMS 23030260

18

multifunctioneel gebruik van faciliteiten en ruimten. De aanwezigheid van bibliotheekwerk op de basisscholen (ten behoeve van leesbevordering, taalontwikkeling en mediawijsheid) wordt beschouwd als basisvoorziening. Het hebben van voldoende ruimte (in omvang, kwaliteit en flexibiliteit) is een voorwaarde en een maatschappelijke vraag naar ruimte kan soms door een kleine overmaat in een kindcentrum (flexibele schil) een goed antwoord bieden. Voorwaarde daarbij is dat dit de levensvatbaarheid en het voortbestaan van bestaand maatschappelijk vastgoed (o.a. gemeenschapshuizen) in de kern niet in gevaar mag brengen. Om deze reden wordt een ruimtevraag altijd integraal, vanuit maatschappelijk belang bekeken. Multifunctioneel gebruik is het uitgangspunt. Partners maken afspraken over (extra) investerings- en exploitatielasten. Ze leggen gedeeld gebruik, medegebruik en verhuur vast in transparante en heldere afspraken, binnen de kaders van wet- en regelgeving en met oog voor de belangen van alle betrokkenen.

Principe 3. Gezond opgroeien in een gezonde leefomgeving Gebouwen, faciliteiten en activiteiten zijn veilig, toegankelijk en passend. Belemmeringen voor deelname worden zoveel mogelijk weggenomen. Ruimten faciliteren passend onderwijs en inclusiviteit. Per locatie wordt de wens voor gedifferentieerde ruimten (zoals overleg-, werk- of stilteplekken) op een adequate manier afgestemd op de behoefte, rekening houdend met multifunctionele inzetbaarheid. Voor het onderwijs wordt de ruimtebehoefte bepaald op basis van genormeerde vierkante meters, vastgelegd in de gemeentelijke verordening onderwijshuisvesting. Deze normering geldt als leidend principe. Maatwerk is mogelijk; per locatie kunnen andere keuzes worden gemaakt. De gemeente Hof van Twente gaat samen met schoolbesturen de behoefte en haalbaarheid onderzoeken voor het realiseren van een - eventueel beperkte of kleinschalige - locatie voor (voortgezet) speciaal onderwijs binnen de eigen gemeentegrenzen, waarmee recht kan worden gedaan aan het principe van thuisnabij passend onderwijs voor kinderen die nu zijn aangewezen op verder weg gelegen scholen. In dit kader kan ook gedacht worden aan het inrichten van een ‘Weer samen naar school-klas’. Het benutten van bestaande leegstand in schoolgebouwen wordt in het onderzoek betrokken.

Spelen, bewegen en het stimuleren van gezond gedrag stellen eisen aan beweegaccommodaties en buitenruimten. Er is oog voor het creëren van uitdagende leer- en leefomgevingen met voldoende beweegmogelijkheden. Er zijn voldoende beweegaccommodaties beschikbaar die ruimte bieden voor het aanleren van een gezonde leefstijl en vernieuwende inzichten over bewegingsonderwijs. Veilige, aantrekkelijke en gevarieerde buitenruimten binnen en buiten het schoolterrein hebben een duidelijke link naar natuur- en groenbeleving. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een buitenleslokaal, natuurlijk en avontuurlijk spelen, biodiversiteit, moestuinen, natuurinclusief bouwen. De dagelijkse leefomgeving van kinderen en jeugdigen is zo ingericht dat ze gezonde keuzes stimuleert (bv. rookvrije zones, gezond aanbod in schoolontbijt/lunch en kantines). Schoolgaand verkeer te voet of per fiets wordt gestimuleerd boven autogebruik en maatregelen worden genomen om dat mogelijk te maken (zoals veilige routes).

Principe 4. Toekomstvast met een scope van 30 jaar Inspanningen in duurzaamheid van gebouwen zijn verplicht. De wettelijke eisen worden de komende jaren verder aangescherpt vanwege doelstellingen uit het Klimaatakkoord, hergebruik van materialen en toegenomen aandacht voor het binnenklimaat van scholen. De eisen volgens het Bouwbesluit zijn sinds 2021 verhoogd naar BENG (bijna energie neutraal) en Frisse Scholen klasse B (op de onderdelen energieprestatie en luchtkwaliteit) en deze eisen zullen de komende jaren verder aangescherpt worden.

DMS 23030260

19

In Hof van Twente voelen partners de verantwoordelijkheid om voorop te lopen. Ze streven naar een hoger ambitieniveau dan de actuele wettelijke eisen en kiezen voor een versnelde (door-) ontwikkeling van locaties tot klimaatneutrale voorzieningen en nemen daarom een termijn van 30 jaar als scope. Partners maken huisvestingskeuzes in goede balans tussen maatschappelijke verwachtingen/ambities en toekomstvaste betaalbaarheid. Zij geven elkaar inzicht in de Total Cost of Ownership van een gebouw, waardoor investeringen op een verstandige manier worden gebundeld aan inkomsten en uitgaven (exploitatie en onderhoud). Keuzes, investerings- en uitvoeringsplanning in het IHP moeten immers inzicht bieden in een langjarig perspectief. Dat vraagt commitment van de gemeente Hof van Twente om vanuit zorgplicht verantwoordelijkheid te nemen voor onderwijshuisvestingsvragen via gerichte investeringen in nieuwbouw/renovatie. Het vraagt ook commitment van schoolbesturen door helderheid te bieden over toekomstperspectieven van de scholen in de kernen. Beiden moeten zich tot elkaar verhouden. Commitment van kind- en zorgpartners wordt geregeld met samenwerkingsafspraken en huurcontracten.

DMS 23030260

20

07 Huisvestingsmaatregelen In hoofdstuk 2 is de huidige situatie van onderwijs en opvang in de gemeente Hof van Twente beschreven. Een belangrijk onderdeel zijn de gebouwelijke QuickScans en de ontwikkeling van de onderwijsvraag (via leerlingenprognoses). In dit hoofdstuk worden de ordeningsprincipes uit hoofdstuk 6 tegen de bestaande situatie afgezet, waardoor inzicht ontstaat in de wijze waarop de locaties voor onderwijs en kinderopvang voldoen aan de gewenste manier van lesgeven. Daarnaast biedt het inzicht in de prioriteiten op het gebied van huisvesting voor de komende jaren. Algemeen Hof van Twente heeft een stabiel onderwijsaanbod. Er is een brede diversiteit aan denominaties en onderwijsconcepten beschikbaar met een goede spreiding van primair onderwijs en kindvoorzieningen. Dit is het uitgangspunt voor het plannen van huisvestingsmaatregelen. Kern

Basisschool

1

Goor

Basisschool Heeckeren

Stichting Keender

180

176

2

Goor

BS De Albatros

Stichting Keender

128

151

3

Goor

OBS De Boomhut

OPO

212

201

4

Goor

Prins Constantijnschool

Stichting Brigantijn

124

118

5

Goor

ODS 't Gijmink

OPO

134

138

6

Markelo

OBS De Zwaluw (Kindcentrum Markelo)

OPO

239

239

7

Markelo

OEC De Welp (Kindcentrum Markelo)

Stichting Brigantijn

115

119

8

Markelo

OBS Stokkum

OPO

42

41

9

Markelo

OBS Brookschole

OPO

43

55

10

Markelo

ODS Elserike

OPO

73

73

11

Diepenheim

OBS Stedeke

OPO

167

163

12

Delden

IKC Magenta

Stichting Brigantijn

231

227

13

Delden

IKC Erve Hooyerinck

Stichting Brigantijn

281

271

14

Ambt Delden

OBS Wiene

OPO

50

62

15

Ambt Delden

OBS Azelo

OPO

43

42

16

Hengevelde

Petrusschool

Stichting Keender

220

182

17

Bentelo

IKC Bentelwijz

Stichting Brigantijn

174

164

2.456

2.422

TOTAAL

Bevoegd gezag

Leerlingen2 Leerlingen (01.10.23) (01.10.38)3

2 Volgens opgave schoolbesturen

3

Obv prognose Pronexus maart 2022

DMS 23030260

21

Kern

School voortgezet onderwijs

Bevoegd gezag

1

Goor

De Waerdenborch

Stichting Waerdenborch

337

-

2

Delden

Twickel College

Stichting Carmelcollege

161

-

498

-

TOTAAL

Leerlingen4 Leerlingen (01.10.23) (01.10.38)5

Kern

Kinderdagopvang/peuteropvang

Aanbieder

1

Goor

KDV Het Kwetternest

HumanKind

32

VVE

2

Goor

KDV Prins Constantijn

Smallsteps

30

VVE

3

Goor

KDV Kind Centrum De Whee

Stichting Kinderopvang Ludiek

48

VVE

4

Goor

KDV Kind Centrum Heeckeren

Stichting Kinderopvang Ludiek

56

VVE

5

Goor

KDV Kind Centrum Villa Linde

Stichting Kinderopvang Ludiek

31

VVE

6

Markelo

KDV Kind Centrum Markelo

Stichting Kinderopvang Ludiek

28

VVE

7

Markelo

KDV Kinderhotel ’t Hofje

M. Nieuwenhuis van Losser

28

-

8

Markelo

KDV De Beestenboel

N. ten Berge

48

-

9

Markelo

KDV Papillon

Smallsteps

44

VVE

10 Diepenheim

KDV Kind Centrum Stedeke

Stichting Kinderopvang Ludiek

30

VVE

11

Delden

KDV De Mors

Smallsteps

48

-

Delden

KDV Kind Centrum Erve Hooyerinck

Stichting Kinderopvang Ludiek

13

Delden

KDV Kind Centrum Magenta

Stichting Kinderopvang Ludiek

41

VVE

14

Delden

KDV La Luna

S. Meen

26

-

15

Ambt Delden

KDV La Luna (Wiene)

E.W.F. Roesink

16

-

16

Ambt Delden

KDV Skik

I.M. Freriksen Hannink

14

-

17

Ambt Delden

KDV De Boerenklompjes

De Boeren Klompjes

44

-

18

Ambt Delden

KDV La Luna (Azelo)

E.W.F. Roesink

12

-

19

Hengevelde

KDV Bommel de Beer

S.B.M. Veehof Vaanhold

39

VVE

20 Hengevelde

KDV De Honingbijtjes

S.B.M. Veehof Vaanhold

16

VVE

21

KDV IKC Bentelwijz

L.B.M. Leus - Raanhuis

40

VVE

12

Bentelo

Kindplaatsen6 VVE

32

VVE

4 Idem

5

Prognosecijfers VO niet voorhanden

6

Obv. gegevens LRK op 7 december 2023

DMS 23030260

22

Kern

Buitenschoolse opvang

Bevoegd gezag

1

Goor

BSO Prins Constantijn

Smallsteps

22

2

Goor

BSO Het Kwetternest

HumanKind

22

3

Goor

BSO Kind Centrum De Whee

Stichting Kinderopvang Ludiek

33

4

Goor

BSO Kind Centrum Heeckeren

Stichting Kinderopvang Ludiek

40

5

Goor

BSO Kind Centrum Villa Linde

Stichting Kinderopvang Ludiek

45

6

Markelo

BSO Bij Lotje

L.M. Opdam

11

7

Markelo

BSO Mirakel

Smallsteps

18

8

Markelo

BSO Haverkamp

Smallsteps

40

9

Markelo

BSO Kind Centrum Markelo

Stichting Kinderopvang Ludiek

22

10

Markelo

BSO Kinderhotel ’t Hofje

M. Nieuwenhuis van Losser

20

11

Markelo

BSO De Beestenboel

N. ten Berge

22

12

Diepenheim

BSO Kind Centrum Stedeke

Stichting Kinderopvang Ludiek

33

13

Delden

BSO De Mors

Smallsteps

33

Delden

BSO Kind Centrum Erve Hooyerinck

Stichting Kinderopvang Ludiek

15

Delden

BSO Kind Centrum Magenta

Stichting Kinderopvang Ludiek

44

16

Delden

BSO La Luna

E.W.F. Roesink

40

17

Ambt Delden

BSO Azelo

E.W.F. Roesink

11

18

Ambt Delden

BSO Wiene

E.W.F. Roesink

16

19

Ambt Delden

BSO De Boerenklompjes

De boeren klompjes

22

20 Hengevelde

BSO Het Berenbos

S.B.M. Veehof Vaanhold

15

21

BSO Het Speelhonk

S.B.M. Veehof Vaanhold

30

BSO IKC Bentelwijz/Wonderwijz

L.B.M. Leus - Raanhuis

44

14

Hengevelde

22 Bentelo

Kindplaatsen7

26

Maatregelen vanwege zorgplicht worden in beginsel in permanente voorzieningen gerealiseerd. Waar niet-structurele vraagstukken of maatregelen ter overbrugging aan de orde zijn, kan tijdelijke huisvesting worden toegepast. Daarbij geldt als voorwaarde dat de eindigheid goed wordt vastgelegd. In het IHP zijn gegevens ten aanzien van de ontwikkeling van leerlingenaantallen gebruikt en verwerkt (zie hoofdstuk 2). De huisvestingsmaatregelen zijn gericht op het aansluiten van adequate huisvestingsruimte aan de meest waarschijnlijke ontwikkelingen. De situatie kan echter ontstaan dat een mismatch tussen vraag en aanbod ontstaat. Gemeente Hof van Twente en schoolbesturen spreken af dat zij op grond van de verordening in redelijkheid tot aanvullende maatregelen kunnen komen, waarbij het perspectief van de ordeningsprincipes in dit IHP overeind blijft. Om goed voorbereid te zijn is het raadzaam om met regelmaat nieuwe leerlingenprognoses te laten opstellen (1x per 4 jaar volgens de gemeentelijke ‘Beleidsregel leerlingenprognose primair onderwijs 2015’). Op die wijze kan gemonitord worden of de prognoses in lijn blijven met het opgestelde IHP.

7

Obv. gegevens LRK op 7 december 2023

DMS 23030260

23

In de QuickScans is de kwaliteit van de gebouwen beoordeeld op zes thema’s: bouwkundige staat, installaties en binnenklimaat, flexibiliteit gebouw, uitstraling en belevingswaarde, omgevings- en onderwijskundig perspectief. Er zijn scores gegeven van 1, 2 en 3 waarbij 3 het hoogst gegeven punt is. Dit is aangevuld met bevindingen van het schoolbestuur op ruimtelijk en onderwijskundig gebied. Het gezamenlijke oordeel vormt de quickscan, samengevat in diagramvorm. Bij de scholen waar een quickscan is uitgevoerd zijn de resultaten in diagramvorm hieronder weergegeven. In dit hoofdstuk zijn de scholen beoordeeld op grond van de ordeningsprincipes. De samenvattende bevindingen zijn onderstaand weergegeven in tabelvorm waarbij de kleuren corresponderen met de scores als volgt: Uitstekend Goed Geen bijzonderheden Matig Negatief

Binnenklimaat Bij de beoordeling van “toekomstvast met een scope van 30 jaar” was binnenklimaat een factor: gebrek aan zuurstof en een te veel aan CO2 heeft een negatieve invloed op de leerprestaties van kinderen en het werk van personeel. In praktische zin voldoet het binnenklimaat in Hof van Twente op geen enkele school aan de laatste (praktische) standaarden en soms zelfs niet aan de normen. In de laatste gevallen zijn de gebouwen rood gescoord. Verbeteringen in binnenklimaat moeten steeds aandachtpunt zijn bij zowel voorzieningen voor nieuwbouw in het IHP als bij tussentijdse maatregelen.

Goor De Kern Goor heeft 8.395 inwoners, waarvan 840 kinderen de basisgeneratie van het primair onderwijs vormen. Uit gegevens blijkt dat 20% van de 4-12-jarigen kiest voor basisschool Heeckeren, 14% voor basisschool De Albatros, 25% voor OBS De Boomhut, 16% voor Basisschool Prins Constantijnschool en 15% voor ODS 't Gijmink. Daarnaast kiest 3% ervoor om onderwijs te volgen in een andere kern. Bovendien stroomt ongeveer 2% van de leerlingen uit naar andere gemeenten voor basisonderwijs, terwijl zo'n 5% uitwijkt naar andere gemeenten voor speciaal onderwijs.

DMS 23030260

24

Campus de Whee - Basisschool De Albatros

Beoordeling Ordeningsprincipes

Huidig

1.

Samenwerking in Kindcentra

2.

Waar wenselijk in een brede wijkvoorziening

3.

Gezond opgroeien in een gezonde omgeving

4.

Toekomstvast met een scope van 30 jaar

In campus de Whee

Bouwkundige staat 3,00 Omgevingsperspectief

2,00

Installaties & binnenklimaat

1,00

Uitstraling & Belevingswaarde

Flexibiliteit gebouw

Onderwijskundig perspectief

Op teldatum 1 oktober 2023 heeft basisschool De Albatros 128 leerlingen (vijf groepen) en dit aantal stijgt volgens de prognose tot 151 leerlingen in 2038. De Albatros maakt onderdeel uit van het initiatief Campus De Whee waar de school samen met basisschool De Boomhut, De Waerdenborch (VO), kindpartner en maatschappelijke voorzieningen op één locatie wordt gehuisvest. De school is samen met Stichting Kinderopvang Ludiek (KDV, POV en BSO) in hetzelfde gebouw gevestigd. Partners streven ernaar om een integraal kindcentrum te ontwikkelen met een breed dienstenpakket: één visie, één team en één aansturing. Ook de samenwerking met andere beoogde partners, OBS De Boomhut en met De Waerdenborch is uitstekend, zoals in medegebruik van een lokaal voor groep 7/8. De doorgeleiding van leerlingen naar het voortgezet onderwijs verloopt goed. Een deel van het gebouw wordt momenteel verhuurd aan maatschappelijke partijen. Ambitie is dat verder uit te bouwen en aan te sluiten op elkaars activiteiten. Hierbij zijn ook Jeugdgezondheidszorg (JGZ), logopedie, fysiotherapie, schoolmaatschappelijk werk en andere partijen betrokken. Het gebouw dateert uit 1972 en heeft haar technische levensduur bereikt. Voor de kwaliteit van het gebouw is zorgplicht aan de orde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4104/documents/56537