2 Bestemmingsplan Goor, herziening Op Stoom Gruttos.pdf
Tekst van het document
6.2.3.3
Verdroging Dit aspect heeft betrekking op het vasthouden en bergen van overtollig water met als doel om verdroging/vocht te korten in de zomer te voorkomen. In het plangebied worden diverse waterberging- en infiltratievoorzieningen aangelegd: op de woonpercelen (20 m), in de lijn-afwatering wadi's (55 mm), in het park en daar waar mogelijk in de openbare ruimte. Het hemelwater wordt opgevangen in deze voorzieningen en kan daar infiltreren in de bodem. Dit komt daarmee weer ten goede aan nuttige grondwateraanvulling. De waterbergingsopgave à 55 mm en een ambitie van 80 mm geldt voor het gehele gebied waar een toename van verharding plaatsvindt, waarmee het plan ten opzichte van de huidige (onverharde) situatie hydrologisch neutraal is. Doordat het plan plaatselijk opgehoogd wordt is het niet noodzakelijk de grondwaterstand te beheersen en structureel te verlagen middels drainage, waardoor
52
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
ook dit ten opzichte van de huidige situatie hydrologisch neutraal wordt ingepast. 6.2.3.4
Hitte Als gevolg van de toename van verhard oppervlak is een verslechtering van de hittestress aannemelijk. Door de huidige agrarische gronden in te richten als park is binnen de ontwikkeling wel rekening gehouden met afstand tot koelteplekken en schaduwplekken binnen de openbare ruimte. Daarnaast zal binnen de woonstraten ook rekening gehouden worden met ruimte voor schaduwplekken en groen.
6.2.3.5
Overstroming/Veiligheid Dit aspect heeft betrekking op waterkeringen en overstromingsrisico's. Ten aanzien van de Boven-Regge en toekomstige Stads-Regge is getoetst of overstromingsrisico's bij de toekomstige peilhoogten van toepassing zijn, waaruit blijkt dat dit geen risico vormt. Ten aanzien van overstroming als gevolg van extreme piekbuien is in het maaiveldontwerp rekening gehouden met een afvoer over maaiveld onder vrij verval richting de parkrand. Als gevolg van dit ontwerp is het risico van wateroverlast in woningen bij extreme buien (T=100) niet aanwezig. De woningen zijn nog minimaal 20 cm hoger (bij voorkeur 30 cm) als het straatpeil gesitueerd en zal van nature afstromen naar de lager gelegen parkrand.
6.2.3.6
Volksgezondheid Binnen het plan is sprake van een volledig gescheiden riolering. Wel zal ten aanzien van de hoeveelheid afvalwater een beperkte toename plaatsvinden op het bestaande riool. De omvang van het afvalwater in relatie tot hemelwater bij piekbuien is echter dermate klein dat dit niet zal bijdragen aan een verhoging van de frequentie van overstorten van de bestaande riolering. Daarnaast wordt met de realisatie van de Stads-Regge en afkoppeling van openbaar verhard oppervlak van de riolering, sowieso ingezet op een ontlasting van de hemelwaterbelasting op het vuilwaterriool wat een verbetering geeft ten aanzien van de (frequentie) van overstorten.
6.2.3.7
Oppervlaktewaterk waliteit Het afvalwater wordt geheel gescheiden van het hemelwater afgevoerd en aangesloten op het rioolstelsel. Het hemelwater wordt via goten/holle wegen oppervlakkig afgevoerd naar wadi's aan de randen van het park. Deze wadi's hebben een bergende en zuiverende functie. De eventuele vervuiling die in het hemelwater aanwezig is, blijft achter in de zodelaag van de wadi en komt dus niet in het oppervlaktewater terecht. Bij extremen zal gebruik gemaakt worden van de resterende waterberging in het park en als laatste overstorten naar de Boven-Regge/Stads-Regge. Als gevolg van deze bodempasserende constructies zal de oppervlaktewaterkwaliteit (beschermd vanuit de KRW) niet negatief beïnvloed worden.
6.2.3.8
Riolering en zuivering Het afvalwater wordt geheel gescheiden van het hemelwater afgevoerd en onder vrij verval aangesloten op het bestaande rioolstelsel. Ter plaatse van het noordelijke deel van de zuidrand is nog een aandachtspunt voor een lozing onder vrij verval, waardoor verschillende oplossingsmogelijkheden toegepast kunnen worden.
6.2.4
Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
vastgesteld
53
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische planopzet
Inleiding De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.
7.2
Opbouw van de regels
7.2.1
Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. Dit bestemmingplan is opgesteld conform de normen van de SVBP 2012 (Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012). De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.
7.2.2
Inleidende regels
7.2.2.1
Begrippen In Artikel 1 zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
7.2.2.2
Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten (Artikel 2) uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt de digitale verbeelding.
54
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
7.2.3
Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in onder andere: Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Afwijken van de bouwregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan. Specifieke gebruiksregels: In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of wordt toegestaan binnen deze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd. Afwijken van de gebruiksregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van functies die in eerste aanleg strijdig zijn met de bestemmingsomschrijving of de specifieke gebruiksregels;
7.2.4
Algemene regels Anti-dubbeltelregel (Artikel 6): deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels (Artikel 7): in de algemene bouwregels is opgenomen dat de bestaande maatvoering van gebouwen in afwijking van de regels geldt als minimale of maximale maatvoering; Algemene gebruiksregels (Artikel 8): in deze regel is aangegeven wat onder verboden gebruik wordt verstaan. Deze regel gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming; Algemene aanduidingsregels (Artikel 9): in de algemene aanduidingsregels is de algemene aanduiding 'milieuzone - intrekgebied' beschreven; Algemene afwijkingsregels (Artikel 10): in deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels (Artikel 11): in dit artikel zijn regels in verband met parkeren opgenomen.
7.2.5
Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
vastgesteld
55
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
7.3
Bestemmingen Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouwen gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Qua systematiek is aangesloten bij het bestemmingsplan "Goor Noord" (vastgesteld op 31 mei 2016). Artikel 3 Woongebied - 1 Ter plaatse van de beoogde woningen en de bijbehorende gronden is de bestemming 'Woongebied - 1' toegekend. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het wonen. De gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. De voorgevel van de woningen wordt gebouwd in de aanduiding 'gevellijn'. Het aantal woningen bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen.
Met aanduidingen is vastgelegd welk type woningen zijn toegestaan. De minimale dan wel maximale goot- en/of bouwhoogte zijn aangeduid op de verbeelding door middel van verschillende maatvoeringsaanduidingen. Ter plaatse van de aanduiding 'plat dak' worden de gebouwen voorzien van een plat dak. Het maximale bebouwingspercentage van het erf is aangegeven door middel van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)'. Het binnenniveau voor geluid bedraagt ter plaatse van de woningen ten hoogste 35 dB(A). Ook zijn regels opgenomen voor overkappingen ten behoeve van het wonen, gebouwen en overkappingen voor verkeers- of verblijfsdoeleinden of voor openbare nutsdoeleinden en overige bouwwerken. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Hier is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen, ten behoeve van de realisatie van waterbergingsmogelijkheden. Artikel 4 Woongebied - Woonwagenstandplaats Ter plaatse van de beoogde woonwagenstandplaatsen en de bijbehorende gronden is de bestemming 'Woongebied - Woonwagenstandplaats' toegekend. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor woonwagens. Woonwagens worden geplaatst binnen het bouwvlak. De voorgevel van de woonwagens wordt gebouwd in de aanduiding 'gevellijn'. De afstand tussen de woonwagens mag niet minder dan 5 meter bedragen. Het aantal woonwagens bedraagt maximaal 5.
Woonwagens hebben een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 6 meter. Verder mag de bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken maximaal 36 m² bedragen. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Hier is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen, ten behoeve van de realisatie van waterbergingsmogelijkheden.
56
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
Artikel 5 Waterstaat - Bebouwingsvrij De voor 'Waterstaat - Bebouwingsvrij' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van waterschapsbelangen met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
vastgesteld
57
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De gemeente is initiatiefnemer van dit bestemmingsplan. Voor de ontwikkeling geldt dat er sprake is van een sluitende grondexploitatie. Voor alle kosten is dekking. Hiermee is het project financieel haalbaar.
58
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
Hoofdstuk 9
Vooroverleg, inspraak en zienswijzen
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2
Provincie Overijssel In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro wordt het voorliggende bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Overijssel.
9.1.3
Waterschap Vechtstromen Door middel van de digitale watertoets is het waterschap geïnformeerd. Uit de digitale watertoets bleek dat sprake is van de procedure 'normale procedure', zoals te zien vanaf bladzijde 47 in Bijlage 8 bij deze toelichting. Op basis van de uitgangspunten van het waterschap Vechtstromen is een waterstructuurplan opgesteld (Bijlage 8 bij deze toelichting).
9.2
Inspraak De gebiedsontwikkeling voor het volledige masterplan voor 'Goor op Stoom', is vormgegeven samen met bewoners en ondernemers zodat een mede-eigenaarschap ontstaat. Door middel van een nieuwsbrief, online prikbord en een denktank zijn bewoners van Goor en ondernemers geïnformeerd over het plan en om hun mening gevraagd. Deze input is verwerkt in de gebiedsontwikkeling. Ten behoeve van dit woningbouwplan zijn in april en oktober 2023 informatieavonden voor de buurt georganiseerd om de belangen van omwonenden vroegtijdig in de planvorming te betrekken.
9.3
Zienswijzen Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.
vastgesteld
59
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
60
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
Bijlagen toelichting
vastgesteld
61
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan
62
vastgesteld
Beeldkwaliteitsplan Goor Op Stoom Sportrand 05/12/2023
GOOR, OP STOOM SPORTRAND
BEELDKWALITEITSPLAN
inhouds opgave Sportrand Dit Beeldkwaliteitsplan beschrijft de ambities en beeldkwaliteitsregels voor de ontwikkeling van Op Stoom, deelgebied Sportrand. Het vormt daarmee een inspiratiedocument voor de ontwikkelende partijen en toetsingsdocument tijdens het ontwikkelproces.
INHOUDSOPGAVE
03
1
Inleiding I. STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP OP STOOM SPORTRAND II. ONTWIKKELPROCES a) Doel beeldkwaliteitsplan b) Supervisieteam en architectenselectie c) Het proces III. GLIMP VAN DE TOEKOMST
2
Beeldkwaliteitsregels per deelgebied I. PARKRAND I. Straatbeeld a) Woningtypes b) Massaopbouw II. Kavel a) Kavelinrichting b) Erfafscheidingen III. Uitstraling en detaillering a) Uitstraling b) Gevelindeling c) Materiaalgebruik d) Detaillering II. WOONWAGENS I. Straatbeeld a) Woningtypes b) Massaopbouw II. Kavel a) Kavelinrichting b) Erfafscheidingen III. Uitstraling en detaillering a) Uitstraling b) Detaillering
GOOR, OP STOOM SPORTRAND
1
Inleiding
BEELDKWALITEITSPLAN
1. INLEIDING
05
GOOR, OP STOOM SPORTRAND
BEELDKWALITEITSPLAN
I. Stedenbouwkundig ontwerp Sportrand Goor staat aan de vooravond van een prachtig avontuur. Het terrein van de voormalige Twentsche Stoomblekerij is dé plek waar de textielindustrie in Twente is ontstaan. Het voorheen afgesloten gebied ligt nu open voor ontwikkeling. In februari 2022 is het Masterplan op Stoom!, en daarmee het fundament van de ontwikkeling, vastgesteld. Als uitwerking van het Masterplan is er een stedenbouwkundig plan gemaakt voor deelgebied de Sportrand. Het plangebied van dit deel bestaat uit de Parkrand en de zone met de woonwagens ter hoogte van de Gruttostraat en sportvelden van VV Twenthe. Dit beeldkwaliteitsplan bevat randvoorwaarden waar bebouwing en de inrichting van kavels aan moeten voldoen in deze deelgebieden.
Woonwagens
Parkrand
Verkaveling en inrichting openbare ruimte zijn indicatief
INLEIDING
07
II. Ontwikkelproces a) Doel beeldkwaliteitsplan
Dit beeldkwaliteitsplan is onderdeel van de Welstandsnota Hof van Twente, een inspiratiedocument voor de architect en toetsingsdocument tijdens het ontwikkelproces. Het doel is het vastleggen van een basiskwaliteit voor de inrichting van de kavel en de vormgeving van de woning. Het geeft hiervoor een aantal regels waar de inrichting van de kavel en de vormgeving van de woning aan moet voldoen*. De regels zorgen voor een bepaalde mate van samenhang tussen de bebouwing onderling en haar directe omgeving. *Aan het beeldmateriaal en tekeningen in dit beeldkwaliteitsplan kunnen geen rechten worden ontleend. De opgenomen referentiebeelden geven de beoogde sfeer weer of geven een toelichting op bepaalde aspecten, maar voldoen niet altijd aan alle beeldkwaliteitsaspecten.
b) Supervisieteam en architectenselectie
Met de ontwikkeling van Op Stoom wordt een ontwikkeling met een hoge ruimtelijke kwaliteit geambieerd en hoogwaardige architectuur. Cruciaal voor het realiseren van de beoogde kwaliteit is een goede organisatie van het proces. Om dit proces vorm te geven, wordt voor de bouwplanbegeleiding en -toetsing een Supervisieteam geformeerd, met daarin een stedenbouwkundige, architect en civiel-technicus. Het Supervisieteam wordt nodig, zoals bij planvorming van meerdere woningen of bij bijzondere woningtypes zoals appartementen, uitgebreid met een landschapsarchitect. Het multidisciplinaire karakter van het Supervisieteam zorgt ervoor dat vanaf de stedenbouwkundige inpassing van het bouwplan tot aan de realisatie voldoende kennis aanwezig is voor een adequate begeleiding en toetsing. Om aan te sluiten op de beoogde hoge kwaliteit dient voor de bouwplanontwikkeling door de ontwikkelende partijen in alle gevallen (dus zowel door projectontwikkelaars als particulieren) een erkend architect te worden ingeschakeld, d.w.z. ingeschreven in www.architectenregister.nl.
c) Het proces
Tijdens het ontwikkelproces vinden er minimaal vier overlegmomenten plaats. Het eerste moment bestaat uit overleg tussen het Supervisieteam en architect van de ontwikkelende partij. Hier worden, nog voordat er een ontwerp ligt, de ambities en randvoorwaarden besproken. Vervolgens vinden minimaal drie presentatie-/toetsmomenten plaats: SO, VO en DO. Pas na schriftelijke goedkeuring door het Supervisieteam wordt de volgende fase gestart. Van de basiskwaliteit zoals opgenomen in dit beeldkwaliteitsplan kan afgeweken worden wanneer aangetoond wordt dat de voorgestelde oplossing een meerwaarde oplevert die de basiskwaliteit ontstijgt, dit ter beoordeling van het Supervisieteam. Wanneer het beeldkwaliteitsplan geen uitspraak doet over de vormgeving van een bepaald onderdeel van het stedenbouwkundig ontwerp, dan geldt de algemene regel dat de oplossing moet passen binnen de betreffende context. De te presenteren ontwerpen dienen minimaal een week voor het presentatie-/ toetsmoment digitaal te worden aangeleverd aan het Supervisieteam. Het Supervisieteam geeft binnen twee weken na het presentatie-/ toetsmoment een reactie via de e-mail op het gepresenteerde ontwerp.
Om de bouwplanbegeleiding en -toetsing vlot te laten verlopen dienen alle door de ontwikkelende partij ingediende stukken als één pdf-document te worden aangeleverd en professioneel leesbaar, eenduidig interperteerbaar en navolgbaar te zijn. Alle stukken zijn op de voorzijde voorzien van versienummer, datum, fase, naam ontwikkelaar/opdrachtgever en architect. Aanpassingen op basis van doorontwikkeling van het plan worden beschreven. Ook wordt aangegeven hoe wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan. De volgende stukken dienen, passend bij de fase, te worden ingediend: • Situatietekeningen (schaal SO/ VO/ DO schaal: 1:500). • Plattegronden woningen en andere bebouwing op kavel (SO: schaal 1:200; VO/ DO schaal 1:100). • Geveltekeningen SO: schaal 1:200; VO/ DO schaal 1:100). • Doorsnedetekeningen l (SO: schaal 1:200; VO/ DO schaal 1:100). • Gevelfragmenten (VO: schaal 1:20; DO: schaal 1:10). • Beeldbepalende details (VO: schaal 1:10; DO: schaal 1:5). • Materialen- en kleuren bemonstering. • 3d-impressie/verbeelding.
GOOR, OP STOOM SPORTRAND
BEELDKWALITEITSPLAN
III. Glimp van de toekomst Gruttostraat
Standplaatsen woonwagens
INLEIDING
09
Parkrand
GOOR, OP STOOM SPORTRAND
2
BEELDKWALITEITSPLAN
Beeldkwaliteitsregels
2. BEELDKWALITEITSREGELS
011
GOOR, OP STOOM FASE I
BEELDKWALITEITSPLAN
I. Parkrand De woongebouwen aan de Parkrand staan als een omlijsting rond het Stadspark en vieren het groen met royale raampartijen, balkons, loggia’s en dakterrassen. Hier komt een aantrekkelijk woonmilieu wat door de hoge architectonische kwaliteit eer doet aan de aanwezigheid van het Stadspark met de Fabriek. De toon van de Parkrand wordt gezet door de continuïteit van de hagen rond de kavels, eenheid in materiaal van de woningen en een beperkt kleurenpalet. De woongebouwen hebben een heldere hoofdopzet met een rustige gevelindeling. Ze sluiten daardoor aan op de schaal van het Stadspark. Rijkheid ontstaat door het individuele ontwerp van de woongebouwen, verbijzondering in het materiaalgebruik en diversiteit in typologieën. I. Straatbeeld a) Woningtypes – variatie in de Parkrand ontstaat door afwisseling in woningtypes • De Parkrand biedt ruimte aan een mix van woningtypes waaronder appartementen en rijwoningen. b) Massaopbouw – eenheid in vorm, hoogte en dakafwerking zorgt ervoor dat de verschillende woongebouwen samen een rand vormen. • Elk woongebouw heeft een heldere hoofdvorm die in de basis bestaat uit een rechthoekig volume. • De bebouwing is maximaal drie bouwlagen hoog (max.hoog (max. drie bouwlagen bouwhoogte 11m). De mimimale bouwhoogte van • rijwoningen De bebouwing is uitgevoerd bedraagt 6m.
met plat dak voorzien van eenbebouwing mee-ontworpen daklijst.met plat dak voorzien van • De is uitgevoerd • een De bovenste bouwlaag van de woning mag aan de zijde mee-ontworpen daklijst. vanbovenste de achtertuin tot max. terug gelegen zijn. • De bouwlaag van5m de woning mag aan de zijde • van Aan-,deuitbouwen en bijgebouwen hebben een max. achtertuin tot max. 5m terug gelegen zijn. bouwhoogte van en 3.5m en wordenhebben uitgevoerd • Aan-, uitbouwen bijgebouwen een met max.plat dak. bouwhoogte van 3.5m en worden uitgevoerd met plat dak. II. Kavel a) Kavelinrichting – een set aan regels voor de II. Kavel kavelinrichting zorgt voor samenhang. a) Kavelinrichting – een set aan regels voor de •kavelinrichting Voorgevels staan aan de voorerfgrens*. zorgtparallel voor samenhang. • Voorgevels Bebouwing staan staat min. 2maan en max. 3.5m uit de parallel de voorerfgrens*. voorerfgrens (toevoegingen zoals erkers en de balkons • Bebouwing staat min. 2m en max. 3.5m uit mogen binnen de 3m tussenzoals voorgevel voorerfgrens (toevoegingen erkersen envoorerfgrens balkons zijn gelegen). rekening te worden gehouden mogen binnenHierbij de 3mdient tussen voorgevel en voorerfgrens metgelegen). voldoende aanpantgroeiruimte voor de zijn Hierbij dienten rekening te worden gehouden / **. hagen* met voldoende aanpant- en groeiruimte voor de / • hagen* Bebouwing **. staat min. 1m en max.
3.5m uit de zijerfgrens. Hierbij te worden met • Bebouwing staatdient min. rekening 1m en max. 3.5m uitgehouden de zijvoldoende aanpanten groeiruimte voor de hagen**. erfgrens. Hierbij dient rekening te worden gehouden met • voldoende Aan-, uit- en bijgebouwen staan min.voor 5m de achter de aanpanten groeiruimte hagen**. voorgevel. • Aan-, uit- en bijgebouwen staan min. 5m achter de • voorgevel. Vanwege klimaatbestendigheid wordt bij voorkeur al het hemelwater dat op het dak van elk woongebouw • Vanwege klimaatbestendigheid mag maximaal 50% van valt op kavel geïnfiltreerd. Een vereiste isdient echter elke tuineigen worden verhard. Een inrichtingsplan dit dat 20mm per m2 verhard oppervlakte op de eigen aan te tonen. kavel wordt geïnfiltreerd. Bijvoorbeeld in de vorm * Bij kavels die geen rechte voorerfgrens hebben is de 2m van tussen een verdieping in de tuin, een (ondiepe) greppel aan de voorgevel en voorerfgrens de minimale afstand. achterzijde van de kavel, een grindkoffer of kunststof **In afwijking van deze regel is een andere afstand ten opzichte infiltratiekratten. Hetals overige hemelwater mageen via de van de erfgrens mogelijk dat noodzakelijk is voor
Elk woongebouw wordt uitgevoerd in één hoofdkleur. Door deze in verschillende kleurnuances toe te passen ontstaat een rijk gevelbeeld (bron: oomenarchitecten.nl/ fotobewerking De Zwarte Hond).
Buitenruimtes zoals balkons, dakterrassen en zitgelegenheden in de gevel zorgen voor een levendige relatie tussen bebouwing en het Stadspark (bron: marcellok.nl/)
BEELDKWALITEITSREGELS
013 011
goede inpassing woning en tuin opworden de kavel,geleid. gezien voortuin naarvan hetde openbaar gebied vanuit beeldkwaliteit en functionaliteitmag (ter beoordeling van het • Vanwege klimaatbestendigheid maximaal 50% van Supervisieteam). elke tuin worden verhard. Een inrichtingsplan dient dit
aan te tonen. b) Erfafscheidingen – hagen als groene, verbindende * Bij kavels die geen rechte voorerfgrens hebben is de 2m tussen voorgevel en voorerfgrens minimale afstand. structuur om het groenedekarakter van de Parkrand te **In afwijking van deze regel is een andere afstand ten opzichte versterken. erfgrens mogelijk alsen dat noodzakelijk is voor een •van Dedegrens tussen kavel openbaar gebied wordt goede inpassing van de een woning en tuin op de kavel, gezienbeuk, vormgegeven door haag. Dit kan een liguster, vanuit beeldkwaliteit en functionaliteit haagbeuk of veldesdoorn zijn. (ter beoordeling van het •Supervisieteam). De haag heeft een breedte van ca. 70cm (twee rijen planten) en wordt aangeplant op de kavel. •b) Hagen worden door de gemeente (volgroeid) aangeplant Erfafscheidingen – hagen als groene, verbindende en de eerste drie jaar beheerd. structuur om het groene karakter van de Parkrand te •versterken. Rond de voortuin* is de haag na volgroeien ca. 1m hoog, de zijen achtertuinen die grenzen aanwordt openbaar • rond De grens tussen kavel en openbaar gebied gebied ca. 1.8m hoog. vormgegeven door een haag. Dit kan een liguster, beuk, • Een doorbreking voor bereik haagbeuk of veldesdoorn zijn.van de woningentree is 1.5m breed. • max. De haag heeft een breedte van ca. 70cm (twee rijen • Per kavelen wordt deaangeplant haag max. één keer doorbroken.
planten) wordt op de kavel. *• De voortuin wordtdoor gedefinieerd door de(volgroeid) voorgevellijnaangeplant Hagen worden de gemeente denkbeeldig doordrie te trekken tot aan de zij-erfgrenzen. en de eerste jaar beheerd. • Rond de voortuin* is de haag na volgroeien ca. 1m hoog, III.rond Uitstraling enachtertuinen detaillering die grenzen aan openbaar de zij- en a) gebied Uitstraling – Hethoog. individuele ontwerp van elk ca. 1.8m woongebouw geeftvoor de Parkrand een karakter. is • Een doorbreking bereik van derijk woningentree • Het van de verschillende woningen aan de max.ontwerp 1.5m breed. is gevarieerd, bijvoorbeeld doordat ze • Parkrand Per kavel wordt de haagdit max. één keer doorbroken. varieren inwordt kleurgedefinieerd en/ of type door baksteen. * De voortuin de voorgevellijn door te trekken zij-erfgrenzen. •denkbeeldig Appartementen wordentot alsaan ééndewoongebouw ontworpen. •III.Elke woning en heeft min. één gebouwde buitenruimte Uitstraling detaillering de zijde–van Stadspark, zoals een (Frans) a) aan Uitstraling Hethet individuele ontwerp van elk balkon, loggia, erker, zitgelegenheid in karakter. de gevel of woongebouw geeft de Parkrand een rijk Eventuele dakranden/ borstweringen • dakterras. Het ontwerp van de verschillende woningen aan worden de vormgegeven door het verticaal doorzetten van de Parkrand is gevarieerd, dit bijvoorbeeld doordat ze gevel.
• De hoofd-, aan- en en bijgebouwen op de varieren in kleur en/uitbouwen of type baksteen. vormen samen eenals architectonisch ensemble, • kavel, Appartementen worden één woongebouw dit door een gelijke vormentaal, kleurstelling en ontworpen. • materiaalgebruik. Elke woning heeft min. één gebouwde buitenruimte • Dak-opbouwen, en andere aan de zijde van carports het Stadspark, zoalstoekomstige een (Frans) aanpassingen integraal in een balkon, loggia,worden erker, zitgelegenheid in gelijke de gevel of architectuur als die van het bestaande gebouw meedakterras. Eventuele dakranden/ borstweringen worden ontworpen (dus in gelijke kleur en materiaal).van de gevel. vormgegeven door het verticaal doorzetten • De hoofd-, aan- en uitbouwen en bijgebouwen op de b) kavel, Gevelindeling – de woongebouwen stralenensemble, rust uit en vormen samen een architectonisch sluiten zo aan de maat van het kleurstelling Stadspark. en dit door een op gelijke vormentaal, • Om aan te sluiten op de schaal van het Stadspark materiaalgebruik. woongebouwen in één materiaal en • worden Dak-opbouwen, carportsalzijdig en andere toekomstige kleurstelling ontworpen. aanpassingen worden integraal in een gelijke • De bebouwing zowel de voor- als zijgevels architectuur alsheeft die van het in bestaande gebouw meegrenzend deinopenbare ruimte royale raampartijen. ontworpenaan (dus gelijke kleur en materiaal).
Hierbij is extra aandacht voor de zijgevel aan de oostzijde
Voorgevels bestaan voor een substantieel deel uit glas, waardoor een levendige relatie ontstaat tussen woning en het Stadspark (bron: hvca.nl/).
Door ramen in een rustige ritmiek in de gevel te plaatsen ontstaat een rustig gevelbeeld dat aansluit op de schaal van het Stadspark (bron:shift-au.com/ fotobewerking De Zwarte Hond).
GOOR, OP STOOM FASE I
nadrukkelijk– zichtbaar is vanuit het Stadspark, b) die Gevelindeling de woongebouwen stralen rust uitdit en bijvoorbeeld door van het gebouw, sluiten zo aan op de dubbele maat vanoriëntatie het Stadspark. hoekdetaillering en van het het nietStadspark zichtbaar zijn van • zorgvuldige Om aan te sluiten op de schaal bijgebouwen vanuit het Stadspark. worden woongebouwen alzijdig in één materiaal en • Hoofdentrees zijn gelegen aan het Stadspark. kleurstelling ontworpen. straalt rustinuit, • De gevelindeling bebouwing heeft zowel de door voor-raampartijen als zijgevels in een rustige ritmiek in openbare de gevel teruimte plaatsen. grenzend aan de royale raampartijen. de wenselijke rustige uitstraling van de gevel te • Om Hoofdentrees zijn gelegen aan het Stadspark. wordtstraalt de woningentree qua uitstraling in een • versterken, De gevelindeling rust uit, door raampartijen onderdeel van het hoofdvolume en krijgt de entree rustige ritmiek in de gevel te plaatsen. Hetrustige accentuitstraling ligt op de van eenheid van de • weinig Om de accent. wenselijke de gevel te gevel als geheel. materiaal van deuitstraling entree zijn gelijk versterken, wordtKleur/ de woningentree qua aan die vanvan hethet hoofdvolume. Aan entree gekoppelde onderdeel hoofdvolume ende krijgt de entree details worden Het mee-ontworpen. weinig accent. accent ligt op de eenheid van de gevel als geheel.
Kleur/ materiaal van de entree zijn gelijk c) aan Materiaalgebruik – afgestemdAan kleurgebruik eenheid die van het hoofdvolume. de entree en gekoppelde in details materiaal zorgtmee-ontworpen. voor een samenhangend beeld. worden • Alle woongebouwen worden uitgevoerd in baksteen een eigen karakter. Denkrichtingen hierbij c) met Materiaalgebruik – afgestemd kleurgebruik en zijn eenheid gebruik van voor stenen een bijzondere uitstraling, in het materiaal zorgt eenmet samenhangend beeld. baksteenformaten of rijke metselverbanden. • afwijkende Alle woongebouwen worden uitgevoerd in baksteen • Naast baksteen bestaat Denkrichtingen de voorgevel voor minimaal met een eigen karakter. hierbij zijn 25% uit waardoor een levendige relatie ontstaat tussen hetglas, gebruik van stenen met een bijzondere uitstraling, woongebouw en Stadspark. of rijke metselverbanden. afwijkende baksteenformaten wordt gebruikbestaat gemaakt bijzondere • Er Naast baksteen devan voorgevel vooraardse minimaal 25% kleurtinten zoals oker, rood, bruin, groen of grijs. uit glas, waardoor een oranje, levendige relatie ontstaat tussen • Ieder woongebouw heeft één hoofdkleur die in woongebouw en Stadspark. kleurnuances wordt toegepast. • verschillende Er wordt gebruik gemaakt van bijzondere aardse • Kleurstelling van gevelopeningen, dakranden en of andere kleurtinten zoals oker, oranje, rood, bruin, groen grijs.
hebbenheeft ongeveer dezelfde kleur als het • geveldetails Ieder woongebouw één hoofdkleur die in hoofdmateriaal. verschillende kleurnuances wordt toegepast. • Kleurstelling van gevelopeningen, dakranden en andere d)geveldetails Detaillering hebben – zorgvuldige en ingetogen detaillering ongeveer dezelfde kleur als het draagt bij aan de stevigheid van de woongebouwen. hoofdmateriaal. • De detaillering is ingetogen en zorgvuldig, bijvoorbeeld middel – van een verholen goot of druiplijn. d)door Detaillering zorgvuldige en ingetogen detaillering •draagt Kozijnen worden mee ontworpen binnen de architectuur . bij aan de stevigheid van de woongebouwen de woning.isDit bijvoorbeeld door kozijnen met een • van De detaillering ingetogen en zorgvuldig, bijvoorbeeld smal profiel te gebruiken, de kozijnen weg te door middel van een verholen goot of (deels) druiplijn. hetmee hoofdmateriaal en/of de van de • werken Kozijnenachter worden ontworpen binnen dekleur architectuur kozijnen af stemmen op de kleurdoor vankozijnen het hoofdmateriaal van de woning. Dit bijvoorbeeld met een van woning. smalde profiel te gebruiken, de kozijnen (deels) weg te • Keuze uitvoering van de voeg wordt werkenen achter het hoofdmateriaal en/ofafgestemd de kleur van de op de keuze van het soort baksteen hethoofdmateriaal beoogde kozijnen af stemmen op de kleur vanenhet gevelbeeld.
Zo versterkt een terug liggende voeg de van de woning. van het gevelbeeld • rijkheid Keuze en uitvoering van de door voegschaduwwerking. wordt afgestemd • Elk woongebouw wordt in baksteen de gevel en/of voorzien op de keuze van het soort en hetdak beoogde van twee geïntegreerde gevelbeeld. Zo versterkt nestvoorzieningen, een terug liggende elk voeg de geschikt voor een ander dier. De schaduwwerking. keuze voor het type rijkheid van het gevelbeeld door is afhankelijk de context van de • voorzieningen Elk woongebouw wordt in devan gevel en/of dak voorzien woning. worden integraalelk meevan tweeNestvoorzieningen geïntegreerde nestvoorzieningen, ontworpen en een geïntegreerd dekeuze gevel.voor het type geschikt voor ander dier.inDe • Zonnecollectoren worden architectonisch voorzieningen is afhankelijk van de contextmee van de ontworpen, zodat deze niet nadrukkelijk zichtbaar woning. Nestvoorzieningen worden integraal mee-zijn vanaf de openbare ruimte. in de gevel. ontworpen en geïntegreerd
BEELDKWALITEITSPLAN
Er wordt gebruik gemaakt van bijzondere aardse kleurtinten zoals oker, oranje, rood, bruin, groen of grijs.
BEELDKWALITEITSREGELS
• Technische installaties als ventilatieschachten en warmtepompen worden zorgvuldig ingepast en zijn niet nadrukkelijk zichtbaar vanaf de openbare ruimte.
015
GOOR, OP STOOM FASE I GOOR, OP STOOM FASE I
BEELDKWALITEITSPLAN BEELDKWALITEITSPLAN
II. Woonwagens
II. Woonwagens
De kavels gelegen in de noordzijde van de Sportrand en een deel van de Gruttostraat biedt ruimte voor woonwagens. Het donkere kleurenpalet waar de woonwagens in worden uitgevoerd De kavels gelegen in de noordzijde van de Sportrand en een deel van de Gruttostraat biedt zorgt ervoor dat de bebouwing door weerspiegeling van de schaduwvlekken van de bomen zich ruimte voor woonwagens. Het donkere kleurenpaletkleurgebruik waar de woonwagens in worden uitgevoerd Eenheid in bouwhoogte, en vorm zorgen ervoor dat de natuurlijk voegt dat insamen het straatprofiel. Eenheid in bouwhoogte, kleurgebruik en vorm zorgt ervoor de lommerrijke bebouwing door weerspiegeling van de schaduwvlekken van de bomen zich woonwagens een ensemble vormen. zorgen ervoor dat de woonwagens samen een ensemble vormen. natuurlijk voegt in het lommerrijke straatprofiel. Eenheid in bouwhoogte, kleurgebruik en vorm zorgen ervoor datde dewoonwagens woonwagensen samen een ensemble vormen. De straat tussen de voetbalvelden krijgt een ruim opgezet profiel.
De straat tussen de worden woonwagens en demet voetbalvelden krijgt waardoor een ruim ondanks opgezet de profiel. Parkeerplaatsen afgewisseld hagen en bomen, aanwezigheid Parkeerplaatsen worden afgewisseld met hagen en bomen, waardoor ondanks de aanwezigheid De de woonwagens en de als voetbalvelden krijgt eenkrijgt. ruim opgezet profiel. vanstraat auto’stussen het straatbeeld een zo groen mogelijk aangezicht van auto’s het straatbeeld is. Parkeerplaatsen wordengroen afgewisseld met hagen en bomen, waardoor ondanks de aanwezigheid van auto’s het straatbeeld groen is.
I. Straatbeeld I. Straatbeeld– eenheid in vorm, hoogte en a) Massaopbouw a) Massaopbouw – eenheid in vorm, hoogte en dakafwerking zorgen voor eenheid. dakafwerking eenheid.hoofdvorm die in • Elke woonwagenzorgen heeft voor een heldere • Elke woonwagen heeft een heldere hoofdvorm die in de basis bestaat uit een rechthoekig volume die één de basis bestaat uit een rechthoekig volume die één bouwlaag hoog is. bouwlaag hoog is. • De woonwagens worden als ensemble ontworpen. Dit • De woonwagens worden als ensemble ontworpen. Dit betekent onder meer dat kleurstelling is afgestemd en betekent onder meer dat kleurstelling is afgestemd en alle woonwagens bij voorkeur voorzien zijnzijn van een kap. alle woonwagens bij voorkeur voorzien van een kap. II. Kavel II. Kavel a) Kavelinrichting – een set set aanaan regels voor dede a) Kavelinrichting – een regels voor kavelinrichting draagt bij aan hethet groene straatbeeld. bij aan groene straatbeeld. kavelinrichting draagt lopen zoveel mogelijk parallel aan • Voorgevels • Voorgevels lopen zoveel mogelijk parallel aan dede voorerfgrens. voorerfgrens. staan tegen de achterefgrens. • Bijgebouwen • Bijgebouwen staan tegen de achterefgrens.
• Vanwege klimaatbestendigheid wordt voorkeur • Vanwege klimaatbestendigheid wordt bij bij voorkeur alal b) Erfafscheidingen – hagen als groene, verbindende het hemelwater dat op het dak van elke woonwagen het hemelwater dat op het dak van elke woonwagen valt op eigen geïnfiltreerd. vereiste echter valtstructuur. op eigen kavelkavel geïnfiltreerd. EenEen vereiste is is echter 2 • De en openbaar gebied wordt verhard oppervlakte op de eigen datgrens 20mmtussen per 2 mkavel dat 20mm per m verhard oppervlakte op de eigen vormgegeven door een haag. Dit kan een liguster, beuk, kavel wordt geïnfiltreerd. Bijvoorbeeld in de vorm van kavel wordt geïnfiltreerd. Bijvoorbeeld in de vorm van haagbeuk of veldesdoorn zijn.(ondiepe) De haag kan eventueel een verdieping in de tuin, een greppel aan de een verdieping in de tuin, een (ondiepe) greppel aan de worden gecombineerd met in de architectuur van de achterzijde van de kavel, eeneen grindkoffer of kunststof achterzijde van de kavel, eentuinmuur. grindkoffer of kunststof woning mee-ontworpen infiltratiekratten. Het overige hemelwater mag via de GOOR, OPhemelwater STOOM FASE infiltratiekratten. overige maggeleid. viaI de • De haag wordt aangeplant op de kavel.
voortuin naarHet het openbaar gebied worden voortuin naar het openbaar gebied mag worden geleid.50% van worden door de gemeente zowel (volgroeid) • Hagen Vanwege klimaatbestendigheid maximaal • Vanwege klimaatbestendigheid mag maximaal 50% aangeplant als in verhard. de eersteEen drieinrichtingsplan jaar in standgehouden. elke tuin worden dient van dit elke• tuin worden verhard. Een inrichtingsplan dient Rond voortuin* is de haag na volgroeien ca. 1mdit hoog, aan tede tonen. aan terond tonen. de zij- en achtertuinen die grenzen aan openbaar ca. 1.8m hoog. b) gebied Erfafscheidingen – hagen als groene, verbindende
BEELDKWALITEITSPLAN
b) Gevelindeling – de woongebouwen stralen rust uit en • Een doorbreking voor bereik van deverbindende woningentree is structuur. b) Erfafscheidingen – hagen groene, sluiten zoals aan op de maat van het Stadspark. max. 1.5m breed. • De grens tussen kavel en openbaar gebied wordt structuur. •door Omhaag aanhaag. te sluiten op deliguster, schaal van het Stadspark • Per kavel wordt de max. één keer doorbroken. vormgegeven een Dit kan een • De grens tussen kavel en openbaar gebied wordt beuk, worden woongebouwen in één materiaal en * De voortuin wordt gedefinieerd door voorgevellijn haagbeuk of veldesdoorn Dedehaag kan alzijdig eventueel vormgegeven door een haag.zijn. Dit kan een liguster, beuk, ontworpen. denkbeeldig door te kleurstelling trekkenmet tot aan de worden gecombineerd een inzij-erfgrenzen. de architectuur van de haagbeuk of veldesdoorn zijn. De haag kan eventueel • De bebouwing heeft zowel in de voor- als zijgevels woning mee-ontworpen tuinmuur. worden gecombineerd met een in de architectuur van de Uitstraling eneen detaillering •III.De haag heeft breedte aan van ca. (tweeruimte rijen royale raampartijen. grenzend de 70cm openbare woning mee-ontworpen tuinmuur. a) planten) Uitstraling kleurgebruik versterkt het het Stadspark. en-isafgestemd aangeplant op de kavel. aan •wordt Hoofdentrees zijn gelegen • De •rustige haag heeft een breedte van ca.
70cm (twee rijen straatbeeld Hagen worden• door de gemeente zowel (volgroeid) De gevelindeling straalt rust uit, door raampartijen in een planten) en is wordt aangeplant op de kavel. • De hoofd-, aanendeuitbouwen bijgebouwen de aangeplant als inrustige eerste drieenjaar in standgehouden. ritmiek in de gevel teop plaatsen. • Hagen worden door deisgemeente (volgroeid) vormen samen een architectonisch ensemble, • kavel, Rond de voortuin* de haag nazowel volgroeien ca. 1m hoog, • Om de drie wenselijke rustige uitstraling van de gevel te aangeplant inen deachtertuinen eerste jaargrenzen in standgehouden. dit door een gelijke vormentaal, kleurstelling en Er wordt gebruik gemaakt van bijzondere aardse kleurtinten zoals rond deals zijdie aan openbaar versterken, wordt de woningentree qua uitstraling • Rondmateriaalgebruik. de voortuin* is de haag na volgroeien ca. 1m hoog, oker, rood, bruin, groen of grijs. gebied ca. 1.8m hoog. onderdeel hoofdvolume de entree Er wordt gebruik gemaakt van bijzondere aardse kleurtinten zoals rond de zijen achtertuinen dievan grenzen aan openbaar aanpassingen zoals uitbouwen worden • Toekomstige Een doorbreking voor bereik vanhet de woningentree isen krijgt weinig accent. Het accent ligt op de eenheid vanbruin, de groen of grijs. integraal inbreed. een gelijke architectuur als die van het max. oker, rood, gebied ca.1.5m 1.8m hoog. gevel als geheel.
Kleur/ materiaal van de entree zijn gelijk • Een doorbreking voor bereik van de woningentree is max. 1.5m breed. aan die van het hoofdvolume. Aan de entree gekoppelde
BEELDKWALITEITSREGELS
017
bestaande gebouw mee-ontworpen (dus in gelijke kleur en materiaal). • Hoofdentrees, inclusief daaraan gekoppelde details, worden integraal mee-ontworpen met de woonwagen. • Er is een variëteit in natuurlijke materialen toegestaan waaronder baksteen, hout en natuursteen. Niet natuurlijke materialen zijn toegestaan mits ze een vergelijkbare hoogwaardige uitstraling hebben. • Er wordt gebruik gemaakt van bijzondere aardse kleurtinten zoals oker, rood, bruin, groen of grijs. • Kleurstelling van gevelopeningen, dakranden en andere geveldetails sluit aan op de kleur hoofdmateriaal. b) Detaillering – zorgvuldige en ingetogen detaillering draagt bij aan de stevigheid van de woongebouwen. • De detaillering is ingetogen en zorgvuldig. • Elke standplaats wordt voorzien van één nestvoorziening. De keuze voor het type voorziening is afhankelijk van de context van de woonwagen. Nestvoorzieningen worden integraal mee-ontworpen en waar mogelijk geïntegreerd in de gevel. • Zonnecollectoren worden architectonisch mee ontworpen, zodat deze bij platte daken niet nadrukkelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. In het geval dat de woonwagen wordt uitgevoerd met kap worden de zonnecollectoren bij voorkeur geintegreerd in het dakvlak geïntegreerd.
• Technische installaties als ventilatieschachten en warmtepompen worden zorgvuldig ingepast en zijn niet nadrukkelijk zichtbaar vanaf de openbare ruimte.
Goor, herziening Op Stoom Gruttostraat
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
vastgesteld
81
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Gruttostraat, Goor
23-11-2023
Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI GRUTTOSTRAAT, GOOR
Auteur; Status: Datum: Projectnummer: Versie:
BJZ.nu Definitief 23-11-2023 2023-534 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Gruttostraat, Goor Definitief
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 7 3.1 3.2
Situatie projectgebied ........................................................................................................................... 7 Verkeersgegevens.................................................................................................................................. 8
Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................... 9 4.1 4.2
Berekeningen ......................................................................................................................................... 9 Geluidsbelasting .................................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 10 Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
11 Aangeleverde verkeersgegevens ................................................................................................ 11 Rekenmodel ................................................................................................................................ 12 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 14 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 15 Overzicht toetspunten ................................................................................................................ 16
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Gruttostraat, Goor Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op de onbebouwde gronden aan de Gruttostraat in Goor (gemeente Hof van Twente). Deze locatie wordt ontwikkeld in het kader van het plan ‘Goor op Stoom’, waarbij het voormalige Twentsche Stoomblekerij (TSB) terrein wordt herontwikkeld ten behoeve van wonen. Het voornemen bestaat om ter plaatse van het plangebied vijf woonwagenplaatsen, 24 appartementen en negen rijwoningen te realiseren. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in Goor (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging plangebied in Goor en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: Plattekaart.nl)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Gruttostraat, Goor Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Gruttostraat, Goor Definitief ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Gruttostraat, Goor Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Het voornemen bestaat om op een onbebouwde locatie in Goor (Gruttostraat) te herontwikkelen naar woningbouwlocatie. Aangezien de gronden in de huidige situatie onbebouwd zijn, vindt er geen sloop plaats ten behoeve van het voornemen. In totaal worden 38 woningen gebouwd. Concreet worden de volgende woningtypen gerealiseerd: • • •
5 woonwagenplaatsen; 9 rijwoningen; 24 appartementen.
De woningen en de appartementen zullen een maximale bouwhoogte hebben van 10 meter. Voor de woonwagenplaatsen zijn de toetspunten op het bouwvak geplaatst. Tevens worden (ontsluitings)wegen, parkeerplaatsen en tuinen gerealiseerd. In afbeelding 3.1 is een situatietekening van de stedenbouwkundige plan met de aantal woningen weergegeven.
Afbeelding 3.1
Stedenbouwkundig plan met aantallen (Bron: Stootman Landschapsarchitecten)
Het projectgebied ligt binnen de wettelijke zone van een deel van de Gruttostraat (50 km/uur), de Ambachtsweg en de Wheeweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kunnen 30 km/uur wegen ook worden meegenomen, ondanks het ontbreken van een wettelijke geluidszone. In voorliggend geval is de Sperwerstraat meegenomen aangezien deze in de nabijheid van de projectgebied ligt en een aanzienlijke verkeersintensiteit heeft. De overige 30 km/uur wegen in de nabijheid hebben geen intensiteiten of een zeer lage intensiteit waardoor er geen relevante geluidbelasting te verwachten is afkomstig van deze wegen. In de onderstaande tabel is weergegeven welke uitgangspunten voor het hierbij behorende rekenmodel zijn gehanteerd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Gruttostraat, Goor Definitief Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Tabel 3
Uitgangspunten akoestisch onderzoek
3.2
Verkeersgegevens
Stedelijk gebied 63 dB Ja 5 dB
De weg- en verkeersgegevens zijn afkomstig en ook aangeleverd door de gemeente Hof van Twente. De verkeersgegevens zijn afkomstig uit het jaar 2020 en 2023. Het akoestisch onderzoek wordt berekent voor over 10 jaar, dat houdt in dat het voor de prognosejaar 2035 moet gerekend worden. Hierbij wordt de volgende formule gebruikt namelijk: Intensiteit 2020 * 1,01515 = intensiteit prognosejaar 2035 voor Wheeweg en Intensiteit 2023 * 1,01512 = intensiteit prognosejaar 2035 voor Gruttostraat. De voertuigverdeling is afkomstig uit de tellingen van de gemeente Hof van Twente. In bijlage 1 zijn de aangeleverde gegevens weergegeven. In tabel 4 zijn de ingevoerde gegevens in het rekenmodel weergegeven. Weg- en verkeersgegevens
Wheeweg 01
Gruttostraat 01 en 02
Sperwerstraat01
Ambachtsweg01
Etmaalintensiteit 2035 (prognose)
5876,1
1229,1
1000
500
Uurintensiteit dag/avond/nacht (%)
6,70/3,70/0,60
6,70/3,70/0,60
6,70/3,70/0,60
6,70/3,70/0,60
Lichte motorvoertuigen dag/ avond/ nacht (%)
91,48/91,48/91,48