CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c, regels, toelichting, bijlagen..pdf

Gemeenteraad 18 april 2023, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 9: Vaststelling bestemmingsplan 'Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c'24.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

vastgesteld

29

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

4.5

Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Het plangebied ligt aan de Grondhuttenweg in Bentelo. Dit betreft een weg binnen stedelijk gebied met een maximumsnelheidsregime van 30 km/u. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder is er langs deze weg geen geluidszone aanwezig. Formeel gezien is een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Vanuit wegverkeerslawaai worden geen belemmeringen verwacht voor de voorgenomen ontwikkeling. Railverkeerslawaai In Bentelo zijn er geen spoorwegen gelegen. Dichtstbijzijnde spoorweg ligt op circa 2,5 km afstand ten noorden van het plangebied. Geacht wordt dat deze afstand voldoende groot is om een goed geluidklimaat bij de plek van de nieuwe woning te garanderen. Industrielawaai Het plangebied ligt niet in een gezonneerd industrieterrein.

Daarnaast is in paragraaf 4.2 beschreven dat er geen milieubelastende functies (bedrijven) in de buurt zijn gelegen, waarvan de beoogde woning onevenredige geluidshinder zou kunnen ondervinden. Tevens is hier ingegaan op een jaarlijks evenement in de nabijheid van het plangebied. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit het aspect geluid geen

30

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.6

Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied.

Op grond van bovenstaande besluit 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM)' en de 'regeling NIBM' kan worden geconcludeerd dat woningbouwprojecten met tot 1.500 woningen met een enkele ontsluitingsweg niet in betekenende mate bijdrage aan de luchtverontreiniging. Voorliggend plan maakt de realisatie van één woning mogelijk. Voorliggend plan draagt derhalve niet in betekende mate bij aan de luchtverontreniging. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

vastgesteld

31

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

4.7

Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn

32

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven.

Figuur 4.2: Uitsnede risicokaart (bron: Atlas leefomgeving) Toets In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig. De dichtstbijzijnde risicobron betreft een installatie ten behoeve van een veehouderij aan de Bentelosestraat 36. De onderlinge afstand met het plangebied bedraagt circa 960 meter. Deze afstand is dermate groot dat op het plangebied geen gevaarlijke situaties zouden kunnen onstaan afkomstig van deze risicobron. Bovendien is er geen PR-10-6 contour (plaatsgebonden risico) en leidt de beperkte toename van het aantal inwoners daarnaast niet tot ontoelaatbare verhoging van het groepsrisico. Verder blijkt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

vastgesteld

33

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

4.8

Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027.

Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves.

In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april

34

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden.

Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Watertoetsproces Op 2 oktober 2022 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 2. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Volstaan kan worden met de standaard waterparagraaf, zoals hierboven beschreven. Hieronder wordt nog even kort ingegaan op de wateraspecten binnen het plangebied.

Voor de concrete inhoud van de watertoets wordt kortheidshalve verwezen naar Bijlage 2. Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1.500 m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via een gescheiden stelsel. Hemelwater wordt hierbij geinfiltreerd, waarvoor voldoende ruimte beschikbaar is binnen het plangebied. Voor wat betreft het afvalwater verkrijgt de woning een aansluiting op het bestaande afvalwaterriool. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de

vastgesteld

35

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit het aspect water geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.9

Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan de regels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt op circa 9,3 kilometer afstand van het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarmee een partiële vrijstelling is verleend voor de bouw-, aanleg- en sloopfase van ontwikkelingen. Dit houdt in dat de stikstofemissie, welke ontstaat tijdens de ontwikkelfase, niet beoordeeld hoeft te worden op mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebied. De gebruiksfase dient wel beoordeeld te worden.

Voorliggend plan heeft betrekking op de realisatie van een nieuwe woning achter de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 te Bentelo. De nieuwe woning wordt gasloos gerealiseerd, waardoor geen sprake is van een stikstofemissie als gevolg van het verwarmen van de woning, het koken en/of opwarmen van tapwater in de woning. Als gevolg van het gebruik van de woning zal het aantal verkeersbewegingen in de omgeving toenemen, waardoor mogelijk sprake kan zijn van een nadelige stikstofemissie die neerslaat op dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Gelet echter op de omvang van onderhavig plan, de daarbij horende verkeersgeneratie en de onderlinge afstand met het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, is op voorhand zeer aannemelijk dat er geen sprake zal zijn van nadelige stikstofdepositie voor dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Soortenbescherming De gronden waar de nieuwe woning wordt beoogd is in de huidige situatie als tuingrond ingericht. Er wordt in de huidige situatie hobbymatig dieren gehouden. Door regelmatig gebruik en onderhoud vormen de gronden geen geschikt leefgebied voor beschermde diersoorten. Ook worden de gronden door de huidige inrichting en het gevoerde beheer niet geacht geschikt te zijn als groeiplaats voor beschermde plantensoorten.

Een nader onderzoek, zoals een quickscan natuurwaardenonderzoek, wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.

36

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen verwacht voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Het geldende bestemmingsplan "Bentelo" heeft aan de gronden binnen het plangebied de dubbelbstemming "Waarde - Archeologie 2" toegekend. Dit betekent dat de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen (wonen), mede bestemd zijn voor het herstel en behoud van archeologische waarden. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 40 cm : 1. het graven (inclusief het leggen van funderingen), ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en ophogen; 2. het graven of dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het verlagen van het waterpeil in gebieden; 5. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd.

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de archeologische dubbelbestemming wordt verwijderd, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Toets Voorliggend plan heeft betrekking op de realisatie van een woning achter de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 te Bentelo. Het oppervlak van deze woning (circa 120 m²) is aanzienlijk kleiner dan het voornoemde grenswaarde van 2.500 m², waarvoor archeologisch onderzoek nodig is. Het plan heeft geen negatieve invloed op het onderdeel archeologie. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden

vastgesteld

37

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Het plangebied kent geen specifieke cultuurhistorische waarden. Wel kunnen de structuren en kenmerken in de omgeving als van cultuurhistorische betekenis worden aangemerkt. Omdat dit bestemmingsplan perceelsgebonden is, wordt geen afbreuk gedaan aan de structuren in de omgeving. De ontwikkeling past binnen de bestaande landschappelijke en stedenbouwkundige structuur. Het is dan ook niet noodzakelijk om nadere regels te stellen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeer dat vanuit het aspect archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.11

Verkeer / parkeren Het plangebied wordt ontsloten via de Grondhuttenweg. Dit is een weg binnen de bebouwde kom die Bentelo met andere kernen in de omgeving verbindt. Het plangebied ligt nog net binnen het gedeelte van de weg dat in de bebouwde kom ligt. De maximumsnelheidsregime hier bedraagt 30 km/u. Ten behoeve van de ontsluiting van het toekomstige woonperceel zal een in- en uitrit worden gerealiseerd op de Grondhuttenweg. Aangezien deze weg een maximumsnelheidsregime van 30 km/u en beperkte verkeersaantallen kent, kunnen bewoners/bezoekers vanuit het plangebied eenvoudig en veilig aan het verkeer deelnemen. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor voorliggend plan. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar conform de gemeentelijke parkeernormen zoals opgenomen in het beleidsdocument "Parkeernormen gemeente Hof van Twente" voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd kan worden (minimaal 3 parkeerplaatsen). Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

38

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Toelichting op de regels

5.2.1

Opbouw In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); nadere eisen:

vastgesteld

39

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van de verschijningsvorm van karakteristieke en/of cultuurhistorische panden nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van het behoud van de karakteristieke en/of cultuurhistorische verschijningsvorm van gebouwen in de omgeving. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Woongebied Deze bestemming is opgenomen om de nieuwe woning mogelijk te maken. De regels zijn conform het geldende bestemmingsplan 'Bentelo' opgenomen, voor zover deze relevant zijn voor onderhavig bestemmingsplan. Waarde - Archeologie 2 Deze bestemming is opgenomen, omdat de gronden net zo veel archeologisch beschermd zullen worden als voorheen. De regels voor dit bestemmingsplan zijn één op één overgenomen uit de regels van het geldende bestemmingsplan 'Bentelo' .

40

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

vastgesteld

41

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Hoofdstuk 7 7.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie A onder 1, waardoor vooroverleg niet nodig is. Waterschap Vechtstromen Op 2 oktober 2022 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 5 januari 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

42

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Bijlage bij de toelichting

vastgesteld

43

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

44

vastgesteld

Verkennend Bodemonderzoek

Project:

2022-324

Locatie:

Kastanjestraat 33 te Bentelo

Opdrachtgever:

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Stationsstraat 37 7622 LW Borne

Datum:

29 september 2022

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

Verkennend Bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

Opdrachtgever:

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Stationsstraat 37 7622 LW Borne

Adviesbureau:

Dumea Milieu Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld

Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:

Definitief 1 29 september 2022 2022-324

Auteur:

Joost Stevelink*

Paraaf:

Kwaliteitscontrole:

Niek Hesselink*

Paraaf:

Veldwerkers:

Joost Stevelink, Jacco de Graaf (in opleiding)*

*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2022-324

29-9-2022

Pagina 2 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

Inhoudsopgave Pagina 1

Inleiding

4

2

Vooronderzoek

5

3

4

5

2.1 Locatie gegevens

5

2.2 Algemene informatie locatie

5

2.3 Directe omgeving locatie

5

2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek

6

2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie

6

2.6 Vooronderzoek PFAS

7

2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest

7

2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest

7

Onderzoeksprogramma

8

3.1 Hypothesestelling

8

3.2 Onderzoeksopzet

8

3.3 Analysestrategie

9

Onderzoeksresultaten

10

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

10

4.2 Analyseresultaten

10

4.3 Toetsing van de hypothese

11

4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

11

Samenvatting en conclusie

BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:

2022-324

12

Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 500) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's

29-9-2022

Pagina 3 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

1 Inleiding In opdracht van Ad Fontem Ruimtelijk Advies heeft Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Kastanjestraat 33 te Bentelo. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van voorgenomen nieuwbouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem.

(NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"

Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea Milieu en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).

2022-324

29-9-2022

Pagina 4 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:

Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron

Omschrijving

www.ahn.nl

AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)

www.bodemloket.nl

Bodemloket van Nederland

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.dinoloket.nl

Ondergrond gegevens van Nederland

BAG viewer

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

Gemeente Hof van Twente

Historische informatie van de locatie

Bodematlas Provincie Overijssel

Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel

Informatie Opdrachtgever

Ad Fontem Ruimtelijk Advies

Inspectie onderzoekslocatie

Visueel inspectie van de locatie

2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel

Tabel 2 Locatiegegevens Kadastrale gemeente

Kastanjestraat 33 te Bentelo Ambt-Delden

Sectie

D

Percelen

2984, 3434

Oppervlakte van de onderzoekslocatie

<1000 m2

Eigenaar/ gebruiker

-

Korte beschrijving van de onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie bestaat uit een geitenwei

Bebouwing

Op de onderzoekslocatie staat een deel van een schuurtje

Verharding

De onderzoekslocatie is grotendeels onverhard

Adres onderzoekslocatie

2.2 Algemene informatie locatie De locatie aan de Kastanjestraat 33 te Bentelo betreft een woning met schuur en hobbyweide. De onderzoekslocatie bestaat uit de hobbyweide en een deel van het schuurtje. Initiatiefnemer is voornemens om een woning te realiseren op de locatie. Op historische kaarten is vanaf 1989 bebouwing op de locatie zichtbaar. De woning is volgens het BAG-register gebouwd in 1977. De schuur is volgens het register eveneens gebouwd in 1977. De schuur en de hobbyweide is in gebruik voor het houden van enkele dwerggeiten. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten en/of bedrijfsactiviteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Tevens is er voor zover bekend, op de locatie nooit opslag aanwezig geweest van chemicaliën of brandstoffen zoals huisbrandolie of diesel. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen. 2.3 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de rand van het dorp Bentelo. De omgeving bestaat voornamelijk uit woonhuizen, infrastructuur en agrarische percelen. De directe omgeving werd in het verleden op historische kaarten aangeduid als "Beusel".

2022-324

29-9-2022

Pagina 5 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

In 2019 is door Geofox een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd aan de Kastanjestraat 12 te Bentelo (projectnummer: 20190557/MWEN, d.d. 11-12-2019). Aanleiding van dit onderzoek is de conclusie uit een eerder uitgevoerd vooronderzoek. In dit onderzoek is een gehalte asbest aangetoond onder de 50 mg/kg ds. In 2019 is door Geofox een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd aan de Kastanjestraat 19 te Bentelo (projectnummer: 20190558/MWEN, d.d. 11-12-2019). Aanleiding van dit onderzoek is de conclusie uit een eerder uitgevoerd vooronderzoek. In dit onderzoek is geen asbest aangetoond. Aan de Grondhuttenweg 1c te Bentelo is een nader asbestonderzoek uitgevoerd door Tebodin (d.d. 24-4-2013). In dit onderzoek is in één mengmonster een concentratie asbest aangetoond onder de 50 mg/kg ds. Aan de Grondhuttenweg 1a te Bentelo is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Van der Poel (d.d. 16-10-2003). In dit onderzoek zijn enkel lichte verhogingen aangetroffen in het grondwater. Aan de Grondhuttenweg (ongenummerd) te Bentelo is door Bodemstaete een verkennend onderzoek uitgevoerd (d.d. 26-6-2003). In dit onderzoek zijn geen verhogingen aangetoond. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie.

2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2

De boorlocatie bevindt zich circa 16 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk.

2022-324

29-9-2022

Pagina 6 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf circa 1977 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is mogelijk dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. Het dak van het schuurtje bevat geen asbesthoudende dakbedekking.

Er zijn geen druppelzones waar het lekwater van de asbesthoudende dakbedekking rechtstreeks in de onbeschermde bodem terechtkomt. Door het (jarenlange) gebruik en omdat de locatie zich in de gemeente Hof van Twente bevindt wordt de locatie als verdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem. 2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest Op 14-9-2022 is de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is verdeeld in stroken van ongeveer 1m breed en is strook voor strook in 2 richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de maaiveldinspectie beknopt weergegeven.

Tabel 3 Maaiveldinspectie NEN 5707 Aandachtsgebied

Opmerking

Oppervlakte geïnspecteerde locatie

<1000

Conditie toplaag

Droog

Beperkingen van de inspectie

Neerslag: geen, >25% vegetatie

Weersomstandigheden

Zicht: > 50m

Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?

Nee

Opmerking

De maaiveldinspectie werd beperkt door de vegetatie

Resultaat maaiveld inspectie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen.

2022-324

29-9-2022

Pagina 7 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

3

Onderzoeksprogramma

3.1

Hypothesestelling

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. De onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters. In het kader van de NEN5740 dient de boven- en ondergrond te worden onderzocht conform onderzoeksstrategie ONV-NL. De bovengrond van de onderzoekslocatie kan als verdacht worden beschouwd met betrekking tot asbest. In het kader van de NEN5707 dient de bovengrond onderzocht te worden conform onderzoeksstrategie VED-HE. De ondergrond kan als onverdacht beschouwd worden. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden:

Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie

Hypothese

Verdachte stoffen

Opmerking

Gehele locatie

Onverdacht

-

-

Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 Het asbest in grondonderzoek heeft tot doel het globaal vaststellen van het gemiddelde asbestgehalte van de deellocatie (ruimtelijke eenheid) en het vaststellen van de globale omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging.

Tabel 5 Deellocaties en hypothese NEN5707 Locatie Gehele locatie

Hypothese

Verdachte stoffen

Opmerking

Verdacht (VED-HE)

Asbest in grond

-

3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 14 september 2022 (plaatsing peilbuis en monstername grond), en 23 september 2022 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III.

Tabel 6 Onderzoeksopzet NEN 5740 Locatie

Ondiepe boringen1

Gehele locatie

4

Diepe boringen2

Peilbuizen

1

1

Analyses grond

Analyses water

2x st. grond AS3000

1x st. grondwater AS3000

1

Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv. 2 Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv.

Tabel 7 Onderzoeksopzet NEN 5707 Locatie Gehele locatie

Proefgaten ondiep1 5

Proefgaten met diepe boring2 1

Analyses asbest in grond3 1

1

Ondiep proefgat standaard 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh). Standaard proefgat van 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh) diep doorgeboord met edelmanboor Ø 12cm. 3 Analyse conform NEN5898; aantal analyses asbest in materiaal op basis van zintuiglijke waarnemingen in het veld. 2

2022-324

29-9-2022

Pagina 8 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

3.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. De aangetroffen situatie ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden gaf geen aanleiding tot het aanpassen van de onderzoeksstrategie.

Tabel 8 Analyse onderzochte monsters NEN 5740 BM1

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50

OM1

0,50 - 2,00

Analyse monster

Deelmonsters

Analyse

1 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,08 - 0,50) 1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 1 (1,50 - 2,00) 2 (0,50 - 1,00) 2 (1,00 - 1,50) 2 (1,50 - 2,00)

AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

Analyse monster

Traject (m-mv)

Analyse

Pb1wm1

2,70 - 3,70

NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)

Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab BV. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.

Tabel 9 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 Analyse monster MM1

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50

Deelmonster

Analyse

2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50)

Asbest NEN5898 (10 kg)

Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.

Gezien de zintuiglijke waarnemingen kan gesteld worden dat de homogeniteit van de verschillende inspectiegaten voldoende aanwezig is.

2022-324

29-9-2022

Pagina 9 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

4

Onderzoeksresultaten

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand, zwak humeus. De ondergrond bestaat uit matig fijn zand. De diepere ondergrond bestaat uit zeer fijn zand. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven:

Tabel 10 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring/Gat 1 2 3 4 5 6 7

Diepte boring (m -mv) 3,70 2,00 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

zwak baksteenhoudend matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend

Er is geen puin of asbestverdacht materiaal aan het oppervlak of in de boringen aangetroffen. In de bovengrond van de inspectiegaten zijn wel sporen baksteen aangetroffen. Grondwater De filterbuis wordt minimaal een halve meter beneden de grondwaterspiegel geplaatst, waarna de dichte buis tot iets boven maaiveld wordt gemonteerd en afgedicht met bentoniet om instroom van oppervlaktewater te voorkomen. In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen:

Tabel 11 Metingen grondwater Peilbuis Pb1wm1

Filterdiepte (m -mv) 2,70 - 3,70

Grondwaterstand (m -mv) 1,85

pH (-) 6,9

EC (µS/cm) 488

Troebelheid (NTU) 4,44

Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.

4.2 Analyseresultaten De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.

Tabel 12 Toetsingskader Wbb Concentratie ≤ AW-waarde (of < detectielimiet) * > AW-waarde ≤ T-waarde > T-waarde ≤ I-waarde

Betekenis Niet verontreinigd Licht verontreinigd Matig verontreinigd

> I-waarde

Sterk verontreinigd

Opmerking Geen aanvullend onderzoek nodig Geen aanvullend onderzoek nodig Mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk Nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging

Code * ** ***

* Voor grondwater geldt de streefwaarde Toelichting: De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

2022-324

29-9-2022

Pagina 10 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

Tabel 13 Analyseresultaten NEN 5740 Monster

Traject (m-mv)

BM1

0,00 - 0,50

OM1

0,50 - 2,00

Pb1wm1

2,70 – 3,70

Samenstelling 1 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,08 - 0,50) 1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 1 (1,50 - 2,00) 2 (0,50 - 1,00) 2 (1,00 - 1,50) 2 (1,50 - 2,00) Pb1

Verhogingen -

-

Ba*

* verhoging groter dan streefwaarde ** verhoging groter dan tussenwaarde *** verhoging groter dan interventiewaarde

Tabel 14 Analyseresultaten NEN 5707 Monster MM1

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50

Samenstelling 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50)

Matrix Asbest in grond

Resultaat 1,9 mg/kg ds

Het resultaat in bovenstaand tabel is het gewogen asbestgehalte berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest.

4.3

Toetsing van de hypothese

Onderdeel

Deellocatie

Gestelde hypothese

Hypothese verworpen of aangenomen

NEN 5740 NEN 5707

Gehele locatie Gehele locatie

Verdacht Verdacht

Grotendeels verworpen Grotendeels verworpen

4.4

Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740

Gehele locatie Er zijn geen concentraties in de grond en het grondwater boven de tussenwaarde aangetroffen, dit houdt in dat er geen aanleiding bestaat voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Verkennend bodemonderzoek NEN5707

Gehele locatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In het mengmonster is een gewogen asbestgehalte aangetoond ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

2022-324

29-9-2022

Pagina 11 van 18

Verkennend bodemonderzoek Kastanjestraat 33 te Bentelo

5 Samenvatting en conclusie Op een locatie gelegen aan de Kastanjestraat 33 te Bentelo, kadastraal bekend gemeente: AmbtDelden, Sectie: D, nummer(s): 2984, 3434 is op 14 september 2022 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707 uitgevoerd. De locatie aan de Kastanjestraat 33 te Bentelo betreft een woning met schuur en hobbyweide. De onderzoekslocatie bestaat uit de hobbyweide en een deel van het schuurtje. Initiatiefnemer is voornemens om een woning te realiseren op de locatie.

Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707.

Gehele locatie In het bovengrondmengmonster BM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het ondergrondmengmonster OM1 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 is een lichte verhoging barium aangetroffen.

Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.

Gehele locatie Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Het mengmonster MM1 is licht asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Algemeen Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Naast het “Besluit bodemkwaliteit” dient opgemerkt te worden dat in het kader van de “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie” ook onderzoek naar PFAS noodzakelijk is.

Hoewel het verrichte veld- en laboratoriumonderzoek volgens de geldende normen zijn uitgevoerd, dienen de onderzoeksresultaten met enige voorzichtigheid te worden gehanteerd. Door de bodem steekproefsgewijs te onderzoeken is ernaar gestreefd om een representatief beeld te krijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater. Het is echter nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het grondwater voorkomen. Het uitgevoerde onderzoek is verkennend en betreft een momentopname.

2022-324

29-9-2022

Pagina 12 van 18

BIJLAGE I Situering van de locatie

Omgevingskaart

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich de onderzoekslocatie

BIJLAGE II Situering van de locatie

Kadastrale kaart

Uw referentie: 324

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3963/documents/54694