CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c, regels, toelichting, bijlagen..pdf

Gemeenteraad 18 april 2023, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 9: Vaststelling bestemmingsplan 'Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c'24.555 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BNxGrondhwg2c-VS10

BESTEMMINGSPLAN

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Inhoudsopgave

Toelichting

2

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

6 6 6 7 8 8

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie

9 9 9

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid

11 11 13 20

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieuzonering Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

24 24 26 28 29 30 31 32 34 36 37 38

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische toelichting Planopzet en systematiek Toelichting op de regels

39 39 39

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

41

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen

42 42 42

Bijlage bij de toelichting Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2 Digitale watertoets

43 44 90

Regels

99

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

100 100 104

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Woongebied Waarde - Archeologie 2

105 105 107

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

vastgesteld

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

108 108 109 110 111

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

112 112 113

Bijlage bij de regels Bijlage 1 Parkeernormen gemeente Hof van Twente 2010

115 116

3

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

4

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Toelichting

vastgesteld

5

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voor de gronden achter de woning aan de Kastanjestraat 33 in Bentelo is een plan ontwikkeld. Initiatiefnemer, bewoner van de woning aan de Kastanjestraat 33, wil op gronden achter de woning een nieuwe vrijstaande woning realiseren. Deze ontwikkeling past niet bij recht binnen het geldende bestemmingsplan, omdat de betreffende gronden niet de juiste juridisch-planologische mogelijkheden hebben. Door het ontbreken van relevant afwijkings- en wijzigingsbevoegdheid is een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk. Daarmee worden de betreffende gronden voorzien van de juiste juridisch-planologisch regels, waardoor de realisatie van de beoogde woning mogelijk wordt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Ligging De locatie waar de nieuwe woning beoogd wordt, hierna plangebied, bestaat uit de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Ambt-Delden, sectie D, nummer 2984 en 3434. Samen zijn de percelen goed voor een oppervlakte van 685 m². Zoals beschreven ligt het plangebied achter de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33, binnen de huidige bebouwde kom van Bentelo. In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied middels een rode ster weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Google Maps) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit

6

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied te zien is. Het plangebied bestaat zoals eerder beschreven uit de percelen met nummer 2984 en 3434. In figuur 1.2 is het plangebied middels rode lijnen weergegeven. In de omgeving van het plangebied zijn met name woonfuncties, de gemeentewerf Bentelo en een groot agrarisch open veld waar jaarlijks de Midzomerfeesten van Bentelo worden gehouden. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: PDOK)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Het plangebied in figuur 1.2 ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan "Bentelo", vastgesteld op 14 februari 2012 door de gemeenteraad van gemeente Hof van Twente. Sinds 31 mei 2012 is het plan onherroepelijk. Voornoemd bestemmingsplan heeft aan het grootste gedeelte van het plangebied de enkelbestemming "Woongebied" toegekend. Voor een klein gedeelte de enkelbestemming "Verkeer". Naast deze enkelbestemmingen kent het gehele plangebied de dubbelbestemming "Waarde- Archeologie 2". Verder heeft het plangebied een bouwvlak, waarbinnen gebouwen ten behoeve van het wonen zijn toegestaan (woning). Zie ook figuur 1.3 voor een uitsnede van dit bestemmingsplan, waarop het plangebied rood is omkaderd. Op basis van de regels die zijn bepaald in de enkelbestemming "Woongebied" van het geldende bestemmingsplan is op een woonerf het bestaande aantal woningen toegelaten. Aangezien in de huidige situatie slechts sprake is van één woning, betekent dit dat er maximaal één woning toegelaten is. Het bouwen van een extra woning is daarom in strijd met het geldende bestemmingsplan. Het geldende bestemmingsplan heeft geen relevant afwijkingsen wijzigingsbevoegdheid om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Hierdoor is een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk.

Daarmee is mogelijk om de gronden te voorzien van de juiste juridisch-planologische regels om de extra woning mogelijk te maken.

vastgesteld

7

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan "Bentelo" (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BNxGrondhwg2c-VS10); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

8

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie In de huidige situatie van het plangebied is een groot gedeelte hiervan onbebouwd. Deze gronden worden gebruikt ten behoeve van de woning aan de Kastanjestraat 33. Daarnaast is op het perceel een bestaande schuur aanwezig. Het plangebied wordt afgeschermd met diverse groenvoorzieningen en is omringd met een hek. De ontsluiting van het plangebied vindt plaatst via de Grondhuttenweg. Dit betreft een ontsluitingsweg binnen de kern Bentelo, bestaande uit asfalt met een maximumsnelheidsregime van 30 km/u. In figuur 2.1 is een zijaanzicht (vanaf de Grondhuttenweg) opgenomen van het plangebied.

Figuur 2.1: Huidige situatie plangebied (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie van het plangebied zal er een vrijstaande woning op de locatie worden gebouwd. Deze woning wordt achter de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 gesitueerd en georienteerd op de Grondhuttenweg. De woning wordt op de bestaande bebouwingsstructuur aangesloten, in die zin dat de woning in lijn van de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 zal worden geprojecteerd. De woning zal worden gerealiseerd op een afstand van circa 20 meter vanaf de achtergevel van de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33, waardoor voor beide woningen voldoende ruimte is voor bijgebouwen en tuin. Verder zal de woning qua aard, maat en karakter passen bij omliggende woningen in dit gebied. Daarmee wordt de ter plaatse aanwezige ruimtelijke kwaliteit behouden. Zie de onderstaande impressie en de verbeelding behorende bij onderhavig bestemmingsplan voor de exacte locatie van de woning.

vastgesteld

9

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Figuur 2.2: impressie toekomstige woning plangebied (bron: Gbouwtek)

10

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale,

vastgesteld

11

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van een nieuwe woning binnen de woningvoorraad in de kern Bentelo. Zoals beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de navolgende paragrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan provinciaal en gemeentelijk beleid. Specifiek zal er worden ingegaan op het beleid met betrekking tot het wonen. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Toets Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een extra woning achter de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 in Bentelo mogelijk. Op basis van vaste jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 en ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953) wordt een woningbouwplan gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, indien meer dan elf woningen gerealiseerd worden. Aangezien het ruimtebeslag van voorliggend plan ver daaronder ligt, kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook wanneer geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient te worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In de hoofstukken hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan diverse beleid vanuit de provincie en gemeente, daarnaast wordt er getoetst aan diverse milieu- en omgevingsaspecten om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen. Conclusie Gezien het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen strijdigheden zijn met het Rijksbeleid.

12

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

vastgesteld

13

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes.

14

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Hierna wordt ingegaan op de relevante beleidskeuzes. artikel 2.1.2. Principe van concentratie lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: Middels voorliggend bestemmingsplan wordt er een woning toegevoegd aan de woningvoorraad van de kern Bentelo. Daarmee wordt voldaan aan de lokale behoefte. Geacht wordt hiermee dat voldaan wordt aan het principe van concentratie, zoals bepaald in artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening van provincie Overijssel. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een extra woning mogelijk achter de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 te Bentelo. Het plangebied is gelegen binnen bestaand bebouwd gebied. Er wordt daarmee geen beslag gelegd op de Groene Omgeving. Geacht wordt dat voldaan wordt aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, zoals dat in artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening van provincie Overijssel is bepaald. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan is een verbeelding opgesteld, waaruit de situering van de nieuwe woning blijkt.

Door de nieuwe woning in de lijn van de bestaande bebouwing te projecteren, wordt de bestaande stedenbouwkundige structuur behouden. Verder blijkt uit de tekening dat de beoogde woning qua maat, schaal en aard binnen de omgeving past. In het vervolg van de voorliggende toelichting wordt nader ingegaan op de geldende gebiedskenmerken in en rondom het plangebied, waarbij gemotiveerd wordt dat voorliggend plan geen afbreuk doet aan die kenmerken. Geacht wordt hiermee dat voldaan wordt aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening van provincie Overijssel.

vastgesteld

15

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Doorwerking voor voorliggend plan: In paragraaf 3.3 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de woonvisie c.q. woningbouwprogramma van gemeente Hof van Twente. Daarbij wordt tevens ingegaan op de behoefte aan nieuwe woningen. Geacht wordt dat hiermee wordt aan artikel 2.2.2 van de omgevingsverordening van provincie Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang, omdat het plangebied in stedelijk gebied ligt. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied is globaal aangegeven met een rode markering.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In de steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mag er altijd worden gebouwd voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal voor gewortelde bedrijvigheid, mits dit onderbouwd en regionaal afgestemd wordt. Herstructurering en transformatie in de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling eerst altijd af te stemmen op de kenmerken

16

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). In het voorliggende bestemmingsplan wordt de realisatie van een extra vrijstaande woning op binnen bestaand bebouwd gebied mogelijk gemaakt. Er wordt gebouwd voor de lokale behoefte aan wonen. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met hetgeen bepaald in het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk "Beekdalen en natte laagtes". In figuur 3.3 is een uitsnede van de omgevingsvisiekaart opgenomen, waarop de natuurlijke laag zichtbaar is. Het plangebied is globaal aangegeven met een rode markering.

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De kenmerken van de beekdalen en natte laagtes zijn zomers kleine stroom met droge geulen, 's winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt. Verder dat kenmerkend voor de beekdalen en natte laagtes is dynamisch landschap en open karakter met hogere randen. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Voorliggend plan doet geen afbreuk aan de kenmerken van de natuurlijke laag. Water zal conform het door de gemeente gehanteerde beleid op eigen terrein zo veel mogelijk worden vastgehouden. Daarbij gaat de voorkeur uit naar infiltratie. In paragraaf 4.8 wordt hier nader op ingegaan. Laag van het agrarisch cultuurlandschap

vastgesteld

17

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk "Oude hoevenlandschap" aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende omgevingsvisiekaart opgenomen, waarop de laag van het agrarisch cultuurlandschap is weergegeven. Het plangebied is daarop globaal rood gemarkeerd.

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Kenmerkend voor een Oude hoevenlandschap is een landschap met verpreide erven dat werd ontwikkeld, nadat de complexen met de grote essen "bezet" waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Dit werd dan gevonden bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit heeft geleid tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, maar dan in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschaps elementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid De beoogde woning wordt aangesloten op de bestaande stedenbouwkundige structuur in de omgeving en tussen deze woning en de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 blijft voldoende open ruimte om recht te doen aan de openheid en kleinschaligheid van het Oude hoevenlandschap.

Geacht wordt hiermee dat met voorliggend plan geen afbreuk wordt gedaan aan de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag De stedelijke laag kent het kenmerk "Informele trage netwerk" en "Woonwijken 1955 nu" aan het gebied toe. In figuur 3.5 is een fragment van de betreffende omgevingsvisiekaart opgenomen, waarop de stedelijke laag is weergegeven. Het

18

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

plangebied is daarop globaal rood gemarkeerd.

Figuur 3.5: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het informele trage netwerk is het 'langzame' netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en de natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (b.v. bedrijventerreinen, woonwijken), dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands-, wandel- en fietsroutes worden benut Het plangebied maakt daarnaast deel uit van 'Woonwijken 1955 - nu'. Gebieden die zich bevinden in het gebiedskenmerk 'Woonwijken 1955 - nu' zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Voorliggend plan heeft betrekking op de realisatie van een nieuwe woning achter de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 in Bentelo.

Qua bouw- en gebruiksmogelijkheden wordt er aangesloten op de standaardregels voor de bebouwde kom van Bentelo. Ook zal worden aangesloten op de bestaande stedenbouwkundige structuur met de voorgevel van de hoofdgebouw richting de openbare weg. Dit is in overeenstemming met de andere woningen in de omgeving. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan in overeenstemming is met de kenmerken van de stedelijke laag. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

vastgesteld

19

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Hof van Twente, zicht op 2030 Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 2 'Kleine kernen vernieuwen hun vitaliteit' is voornamelijk van belang in onderhavig bestemmingsplan. Hierover wordt in de toekomstvisie het volgende gezegd: "Alle kernen en buurtschappen hebben hun eigen sterke en zwakke punten. In 2030 wordt het onderscheid tussen de verschillende delen gerespecteerd en krijgt het de ruimte. In die verscheidenheid schuilt de kracht van Hof van Twente. Vanzelfsprekend houden kernen uiteenlopende functies. Maar door bewust accenten te leggen kan iedere kern werken aan een herkenbaar profiel van de eigen sterke punten en zich hiermee profileren.

Denk hierbij aan: Markelo: toerisme; Delden: historie; Diepenheim: kunst; Goor: centrumfunctie; Hengevelde/Bentelo: hechte samenleving en de buurtschappen: landelijk wonen. De identiteit wordt samen met de inwoners inhoud gegeven. Op die manier krijgen alle kernen volop de gelegenheid de leefbaarheid te versterken en kunnen zij - in geval van gelijke doelstellingen - hun krachten bundelen. Tegelijkertijd wordt de ontwikkeling die individuele kernen doormaken gewaardeerd vanuit een transitie van autonoom dorp naar woondorp. Dit betekent, dat het belang van de woonomgeving voorop staat en goede voorzieningen in de eigen kern of omliggende k ernen bereikbaar zijn. De kern als onderdeel van een regionaal netwerk betekent dat mobiliteit beschikbaar moet zijn. Kleinschalige zorgcomplexen met een minimale schaal van 20 eenheden nemen in aantal toe". Toets en conclusie Voorliggend plan heeft betrekking op de realisatie van een nieuwe woning achter de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 in Bentelo. Door realisatie van de woning wordt de leefbaarheid in de kern vergroot. Geacht wordt hiermee dat voorliggend plan bijdraagt aan de ambities van streefbeeld 2 'Kleine kernen vernieuwen hun vitaliteit' en daardoor het plan in overeenstemming is met de toekomstvisie 'Hof van Twente, zicht op 2030'.

3.3.2

Structuurvisie Bentelo 2030 In de structuurvisie Bentelo 2030 geeft de dorpsraad van Bentelo een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het dorp tot 2030. Samen met de gemeente Hof van Twente en Rho adviseurs is in meerdere werksessies gewerkt aan deze visie. Ook de dorpsbewoners hebben op twee werkavonden een belangrijke bijdrage geleverd. Er is voor deze werkwijze gekozen om tot een breed gedragen visie te komen waar het dorp ook in de uitvoering voor warm loopt. De structuurvisie geeft in woord en beeld aan waar het dorp naar toe wil, en geeft een aanzet van wat er moet gebeuren om daar te komen. Zonder al te veel in te gaan op de Structuurvisie Bentelo 2030, wordt gelet op dat onderhavig plan woningbouw mogelijk maakt, ingegaan op het dorpsbeleid omtrent wonen.

20

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

De ontwikkeling van nieuwbouw woningen in de kern Bentelo wordt gezien als een project in de structuurvisie van Bentelo. Het is voor Bentelo belangrijk dat er doorstroommogelijkheden zijn om het dorp aantrekkelijk en leefbaar te houden. Starters zijn een belangrijk aandachtspunt in de structuurvisie van Bentelo. Dit omdat starters in Bentelo weinig tot geen mogelijkheden hebben om zich te vestigen. Echter is er wel behoefte. Door woningen te ontwikkelen in het midden- en hogere segment kan er voor doorstroom worden gezorgd, waardoor starters de mogelijkheid kunnen kijgen om de vrijkomende woningen te bewonen. Toets en conclusie Voorliggend plan maakt de realisatie van een nieuwe woning mogelijk achter de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 in Bentelo. Ontwikkeling van nieuwbouw woningen worden in de dorp gezien als een meerwaarde, omdat dit kan leiden tot doorstroom in de woningvoorraad. Zo kunnen starters een mogelijkheid krijgen om zich te vestigen in Bentelo. Vanuit deze gedachte wordt geacht dat de in dit bestemmingsplan besproken ontwikkeling in lijn is met de structuurvisie van Bentelo. 3.3.3

Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025 De gemeente Hof van Twente heeft voor de periode 2021-2025 een nieuwe woonvisie vastgesteld. De woonvisie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met bewoners, woningcorporaties, zorginstellingen, makelaars en met de gemeenteraad van gemeente Hof van Twente. Deze woonvisie behandelt de belangrijkste ambities, speerpunten en acties van de gemeente Hof van Twente op het gebied van wonen (o.a. versnelling van de woningbouwproductie, meer betaalbare woningen realiseren en waarborgen van leefbaarheid en vitaliteit in de kernen en het buitengebied etc.). De gemeente Hof van Twente heeft gekozen voor een woonvisie waarin doelstellingen niet 'in beton gegoten zijn'. Zo wordt bijvoorbeeld ruimte gehouden om in te spelen op constante veranderingen op de woningmarkt. Tot en met 2030 is er in de gemeente Hof van Twente een woningbehoefte van circa 675 tot 730 woningen. Deze aantallen zijn niet in beton gegoten en vormen een leidraad voor de woningbouwplannen. De woningbehoefte is gebaseerd op de huishoudensprognose Primos2020 en houdt daarnaast rekening met een aanvullende woningvraag. De oplopende woningbehoefte vraagt om voortdurende aandacht en om concrete acties. Versnelling van de nieuwbouw in de kernen en het buitengebied is nodig om te voorzien in de woningbehoefte.

Daarbij zorgt de gemeente voor een evenwichtige verhouding in nieuwbouw voor nieuwkomers en de lokale bevolking. Bij de realisatie van een nieuwe woning dient de woning bij de locatie passend te zijn. Per locatie wordt daarom bepaald welk woonmilieu het meest passend is. Ruimtelijk wordt allereerst ingezet op transformatie, inbreiding, en verdichting en als laatste op uitbreiding. Zo wordt niet alleen het waardevolle groen behouden, maar wordt tevens gezorgd voor verdichting. Verder is het van belang dat er duurzaam wordt gebouwd (o.a. energie neutraal bouwen, klimaat adaptief bouwen en duurzame bouwmaterialen). De gemeente wil in de komende jaren een inhaalslag maken om het aanbod in alle segmenten te vergroten. Hierbij wordt de nadruk voornamelijk gelegd op het toevoegen van meer midden huur en betaalbare koop in alle kernen en het buitengebied. Afwegingskader voor woningbouwplannen Bij het beoordelen van nieuwbouwplannen wordt het afwegingskader voor nieuwbouw opgenomen als bijlage 1 bij de Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025 gebruikt. Dit kader geeft aan op welke criteria woningbouwplannen worden getoetst. In figuur 3.6 is daar een fragment van weergegeven.

vastgesteld

21

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Figuur 3.6: kwalitatief afwegingskader (bron: Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025). Toets en conclusie In Bentelo is er tot 2030 een woningruimte van tussen de 20 en 30 woningen. Met de realisatie van voorliggend plan kan een klein deel van deze woningruimte worden opgevuld. Er is sprake van een inbreiding, aangezien de woning binnen bestaand bebouwd gebied zal worden gerealiseerd. Inbreiding is volgens de woonvisie van gemeente Hof van Twente wenselijk. Bij het beoordelen van nieuwbouwplannen gebruikt de gemeente Hof van Twente een afwegingskader. Dit kader geeft aan op welke criteria de plannen van initiatiefnemers worden getoetst in combinatie met het uitvoeringsprogramma. Alleen bij een zwaarwegend maatschappelijk belang en behoefte kan er van het afwegingskader worden afgeweken. Als voorliggend plan getoetst wordt aan het kwalitatieve afwegingskader van de gemeente Hof van Twente, dan ontstaat globaal het volgende beeld: Is er sprake van herontwikkeling/inbreiding? Ja. Heeft het plan maatschappelijke meerwaarde op minimaal twee van de volgende thema's: betaalbaarheid, tijdelijk wonen en flexwonen. De nieuwe woning wordt betaalbaar geacht. circulair bouwen en klimaatadaptatie. Ja, de nieuwe woning wordt gasloos gerealiseerd. Dit is een van de eisen vanuit het Bouwbesluit.

De woning zal op een ruime kavel worden gerealiseerd, waar voldoende ruimte is om water vast te houden en om groenvoorzieningen te realiseren. Daarmee kan hitte ter plaatse van de woning worden voorkomen.

22

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

transformatie bestaande woningvoorraad. Er is geen sprake van transformatie van bestaande woningvoorraad. zorg en huisvesting ouderen. De nieuwe woning zou eenvoudig omgebouwd kunnen worden tot een geschikte plaats voor de huisvesting van ouderen. Dit omdat levensloopbestendig bouwen tegenwoordig een vereiste is. Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er een maatschappelijke meerwaarde is om voorliggend plan mogelijk te maken.Geacht wordt hiermee dat voldaan wordt aan de woonvisie van de gemeente Hof van Twente 2021-2025.

vastgesteld

23

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw van een nieuwe woning mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is.

De bouw van een nieuwe woning wordt niet expliciet benoemd in het Besluit milieueffectrapportage, maar de meest logische aansluiting kan worden gemaakt bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per

24

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Gelet op de toename van de bebouwde oppervlakte, namelijk de realisatie van één extra woning, kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879).

In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Hoewel het plan betrekking heeft op de toevoeging van één woning op tuingrond, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte uitbreiding van de bebouwing op het perceel. De toename van de bebouwde oppervlakte (woning) past qua maat, aard en schaal binnen de omgeving. Tevens zal de woning op de rooilijn van de bestaande woning aan de Kastanjestraat 33 te Bentelo worden gesitueerd. Daarmee wordt aangesloten op de bestaande bebouwingsstructuur. Tot slot wordt in de hoofdstukken hierna onderbouwd dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan. Al met al kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve effecten heeft op het milieu en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect vormvrije m.e.r.-beoordeling geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

vastgesteld

25

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

4.2

Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (bron: InfoMil) Toets Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een extra woning mogelijk. Het gebied, waarbinnen de woning mogelijk wordt gemaakt, is aan te merken als een rustige woonwijk. Hierdoor zijn de richtafstanden van de 1e trede van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering van toepassing. Zoals reeds hiervoor beschreven dient bij de realisatie van nieuwe een nieuwe

26

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

bestemming gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemming gerealiseerd wordt gerealiseerd. Daarbij spelen twee vragen een rol: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In het voorliggende geval wordt er één nieuwe woning gerealiseerd. De hierbij behorende functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving, waardoor geen sprake is van het aantasten van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving, en omgekeerd of bestaande functies in de omgeving door de ontwikkeling worden belemmerd in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden. In de nabije omgeving van het plangebied zijn diverse milieubelastende functies aanwezig.

Dit betreffen de maatschappelijke functie aan de Onze Lieve Vrouwestraat 3 (Katholieke kerk), de bedrijfsfunctie aan de Grondhuttenweg (gemeentewerf) en het weiland ten noorden van het plangebied waar jaarlijks de Midzomerfeesten van Bentelo worden gehouden. Op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering geldt voor een maatschappelijke functie met de invulling als kerk een grootste richtafstand van 30 meter voor geluid. Voor de bedrijfsfunctie geldt dat er bedrijven tot en met de milieucategorie 3.1 zich mogen vestigen. Hierbij geldt een grootste richtafstand van 50 meter, in dit geval voor het aspect geluid aangezien sprake is van een gemeentewerf. Ten aanzien van de jaarlijkse Midzomerfeesten kan geen richtafstand worden bepaald, aangezien dit niet expliciet benoemd wordt in de VNG-uitgave. De afstand tussen de plek van de beoogde woning en de voornoemde maatschappelijke functie bedraagt circa 45 meter. Daarmee wordt voldaan aan de geadviseerde richtafstand van 30 meter. De afstand tussen de plek van de beoogde woning en de voornoemde bedrijfsfunctie bedraagt circa 50 meter. Daarmee wordt eveneens voldaan aan de geadviseerde richtafstand van 50 meter. Voor wat betreft de Midzomerfeesten kan er niet getoetst worden aan een bepaalde afstand.

Wel staat op voorhand vast dat hier met name geluid een aandachtspunt is, vanwege het harde muziek en de stemgeluiden van bezoekers. Het woon- en leefklimaat van de woning kan hierdoor in het geding raken. De gemeente Hof van Twente heeft een vooronderzoek laten uitvoeren door de Omgevingsdienst Twente. Gelet op het feit dat door de gemeente aan grote evenementen geen geluidsvoorschriften worden verbonden, zal het bouwen van de woning op een korte afstand van het terrein geen belemmering opleveren voor de organisatie van de midzomerfeesten. Dat er geen geluidsnormen gelden betekent echter niet dat de omgeving geen hinder zal ondervinden en dat de hinder ook ontoelaatbare vormen kan aannemen. Afhankelijk van de muziekstijl en het gebruikte geluidsspectrum kan sprake zijn van zeer ernstige hinder die niet aan regels is gebonden. Een brongeluidsvermogen van 135 - 140 dB(A) is bij sommige muziekstijlen geen uitzondering. Met een dergelijk geluidsniveau wordt de vaak gewenste minimale waarde van 103 dB(A) voor een discotheek bereikt op ca. 15 meter van het podium midden in het zaaldeel, waarbij de werkelijke waarde gemeten in dB(C) (de feitelijke geluidsbelasting die de aftrek voor laagfrequent geluid in de A-meting nagenoeg ongedaan maakt) nog 10 - 15 dB hoger zal liggen.

vastgesteld

27

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

De afstand tussen de bouwlocatie en de achterkant van het podium bedraagt ca. 75 meter. Op grond van de afstand zal de geluidsafzwakking ca. 50 dB bedragen rekening houdende met enige bodem- en luchtdemping. Inspectie Zuid-Limburg heeft in 1996 regels opgesteld voor de beoordeling van aanvaardbaar muziekgeluid vanwege een evenement. Zij ging er van uit dat een woning een gevelgeluidwering van 20 dB of meer bezit. Bij een nog toelaatbare muziekgeluidsniveau van 50 dB(A) in de woning zou de gevelgeluidsbelasting 70 dB(A) mogen bedragen. Voor deze woning zou, uitgaande van een gelijkmatige uitstraling van geluid rond het podium, het brongeluidsvermogen niet meer dan ca.120 dB(C) mogen bedragen, een waarde waar de midzomerfeesten waarschijnlijk niet of in ieder geval onvoldoende mee uit de voeten kunnen. De reeds bestaande woningen aan de Kastanjestraat zijn op ca. 100 meter van het podium gelegen. De afstandsverzwakking tot deze woningen zal ca. 3 - 5 dB hoger liggen op 53 - 55 dB. Uitgaande van toetsing op dB(C) is ook deze waarde naar verwachting onvoldoende om een muziekevenement de normaliter gewenste ruimte te geven. In die zin vormt de nieuw te bouwen woning geen significant grotere belemmering voor de midzomerfeesten.

Ondanks dat de nieuw te bouwen woning geen significant grotere belemmering vormt voor de midzomerfeesten, zal de geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe woning dus hoger liggen dan de bestaande woningen. Dit doordat de onderlinge afstand met het evenemententerrein bij de nieuwe woning korter is. Met een gevelwering van minimaal 30 dB(A) zal het binnenniveau ten tijde van de feesten maximaal lager bedragen dan de bestaande woningen (maximaal 40 dB). Dit kan met toepassing van een betere gevelwering met doorsnee standaard voorzieningen zoals bijvoorbeeld HR++ glas en dergelijke worden gerealiseerd. Daarmee is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit milieuzonering geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.3

Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets Voorliggend plan heeft betrekking op het realiseren van een nieuwe geurgevoelig object

28

vastgesteld

Bentelo, herziening Grondhuttenweg 2c

als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen agrarische bedrijven gelegen. Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf bevindt zich op een afstand van circa 340 meter afstand van het plangebied. Dit bedrijf betreft een specifieke vorm van een agrarisch bedrijf, namelijk een wijnboerderij. Omdat er geen dieren worden gehouden, kan er worden uitgegaan van de vaste afstanden zoals die zijn opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij. Het geurgevoelige object wordt gerealiseerd binnen de bebouwde kom, waardoor er ten minste 100 meter afstand tussen het geurgevoelige object en het agrarische bedrijf moet zitten. Hieraan wordt ruimschoots voldaan, aangezien de onderlinge afstand tussen voornoemd bedrijf en het plangebied 340 meter bedraagt. Nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit het aspect geur geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

4.4

Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Dumea Milieu te Saasveld. Dit onderzoek is als Bijlage 1 opgenomen bij de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan. Hierna worden de conclusies besproken. Voor de concrete inhoud van het bodemonderzoek wordt kortheidshalve verwezen naar Bijlage 1.

Over het gehele plangebied zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van het verkennende (asbest)bodemonderzoek. Hoewel lichte verhogingen van barium in het grondwatermonster en asbest in het mengmonster zijn aangetroffen, wordt nader onderzoek niet noodzakelijk bevonden. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Naast het “Besluit bodemkwaliteit” dient opgemerkt te worden dat in het kader van de “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie” ook onderzoek naar PFAS noodzakelijk is. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3963/documents/54694