1735.103 Woonzorganalyse gemeente Hof van Twente_def_v3.pdf
Tekst van het document
1.740 1.580 1.435
1.450
2023
2025
2030
Er is geen betrouwbaar landelijk onderzoek dat aangeeft welk deel van de mensen met een mobiliteitsbeperking gebruik maakt van een rolstoel. Uit onderzoek dat Companen recent heeft uitgevoerd onder 55-plussers in de provincie Flevoland is wel een beeld af te leiden. In een enquête is gevraagd of iemand in het huishouden gebruik maakt van een hulpmiddel waaronder een rollator of rolstoel. Daarop hebben we doorgevraagd of de rolstoel binnenshuis, buitenshuis of binnen- én buitenshuis wordt gebruikt. Uit het onderzoek komt het volgende beeld naar voren:
2035
Bron: Woonzorgweter Companen.
Uitsplitsing rollator- en rolstoelgeschikte woningen Een deel van de mensen met een mobiliteitsbeperking maakt gebruik van een rolstoel; een veel groter deel heeft een lichtere beperking en kan ook uit de voeten met een rollator of stok. Dit verschil heeft ook consequenties voor het type woning dat zij nodig hebben. In deze paragraaf besteden we aandacht aan de uitsplitsing van de totale vraag naar toegankelijke woningen in ‘rolstoelgeschikte’ woningen, ‘rolstoeltoegankelijke’ woningen en ‘rollatorgeschikte’ woningen. In de praktijk blijkt namelijk dat een deel van de mensen die gebruik maakt van een rolstoel de rolstoel alleen buitenshuis gebruikt; zij kunnen daarom toe met een ‘rolstoeltoegankelijke’ woning.
1735.103/G | Woonzorganalyse
Bij het bepalen van de vraag naar geschikte woningen maken wij onderscheid tussen mensen met een mobiliteitsbeperking die een kruk, stok of rollator gebruiken: wij gaan ervan uit dat zij behoefte hebben aan een woning die geschikt is voor een rollator. Mensen die gebruik maken van een rolstoel hebben aanvullende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in de woning, om zich vrij te kunnen bewegen door het huis. Een deel heeft behoefte aan een rolstoeltoegankelijke woning, een deel aan een rolstoelgeschikte woning.
Tabel 4.1: Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking naar benodigd woningtype Geschiktheidstype Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking Rolstoelgeschikt 5% Rolstoeltoegankelijk 11% Rollatorgeschikt 84% Totaal 100% Bron: Resultaten enquête onder 55-plussers in de provincie Flevoland, 2022.
Door de gegevens over het gebruik van hulpmiddelen te combineren met de eerder in beeld gebrachte prognose van het totaal aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking, kunnen wij een inschatting maken van de behoefte aan rolstoelgeschikte-, rolstoeltoegankelijke- en rollatorgeschikte woningen. In onderstaande tabel wordt de uitgesplitste vraagprognose weergegeven.
28
Tabel 4.2: Vraagprognose uitgesplitst naar geschiktheidstype, afgeronde getallen Geschiktheidstype 2023 2025 2030 2035 Rolstoelgeschikte woningen 70 75 80 90 Rolstoeltoegankelijke woningen 160 160 175 195 Rollatorgeschikte woningen 1.205 1.215 1.325 1.455 Totaal 1.435 1.450 1.580 1.740 Bron: Woonzorgweter bewerking Companen.
Bovenstaande tabel laat zien dat in de huidige situatie circa 70 huishoudens in Hof van Twente behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning, circa 160 huishoudens aan een rolstoeltoegankelijke woning en circa 1.205 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. In 2035 is de behoefte aan rolstoelgeschikte woningen met 20 woningen toegenomen, rolstoeltoegankelijke woningen met 35 woningen toegenomen en rollatorgeschikte woningen met 250 woningen. Een deel van de mensen die behoefte heeft aan een ‘geschikte’ woning, wil in een geclusterde woning of woonzorgcentrum wonen. Een ander deel geeft er de voorkeur aan om te verhuizen naar een geschikte reguliere woning, of om de bestaande reguliere woning dusdanig aan te passen dat deze geschikt wordt. In praktijk zijn er altijd meer ‘geschikte’ woningen nodig dan er mensen zijn met een mobiliteitsbeperking, om de eenvoudige reden dat een deel van de woningen die levensloopgeschikt zijn, bewoond worden door mensen zonder mobiliteitsbeperking. Uitgangspunt is dat alle woningen in ‘geclusterd wonen’ en ‘woonzorgcentrum’ ten minste rollatorgeschikt moeten zijn. Immers: ook als hier mensen komen wonen die (nog) geen mobiliteitsbeperking hebben, dan moeten zij hier kunnen blijven wonen als zij die op latere leeftijd wel krijgen.
Om een inschatting te kunnen maken van het aantal reguliere woningen dat ‘geschikt’ moet zijn om te voorzien in de toekomstige vraag, hebben we gekeken naar het aantal mensen dat in vitaliteitstrede 2, 3 en 4 valt en in een reguliere woning woont. Onderstaande tabel laat zien hoe
1735.103/G | Woonzorganalyse
de vraag naar reguliere geschikte woningen zich ontwikkelt in de basisprognose. De huidige vraag bedraagt circa 705 woningen. In 2035 zal deze behoefte oplopen tot circa 850 woningen. In de trendprognose is de aanname gedaan dat een groter deel van de ouderen (preventief) verhuist naar een geclusterde woning. In dat geval zijn logischerwijs minder geschikte reguliere woningen nodig. Tabel 4.3: Vraagprognose geschikte woningen naar woonvormen in basisprognose (2023 – 2035; huishoudens; afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 Geschikt wonen 1.435 1.450 1.580 1.740 Waarvan in reguliere woning 705 710 775 850 Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.
4.3 Geschikt woningaanbod In onze analyse van de geschiktheid van de woningvoorraad zijn wij uitgegaan van de volgende meetgraad voor ‘geschiktheid’: alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die eventueel een wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’, zolang deze over een lift beschikken. In de analyse wordt geen rekening gehouden met de ‘buitenkant’ van de woningen. Als woningen geschikt zijn, moeten die ook extern toegankelijk zijn. Dit betekent geen opstapjes en drempels naar de voordeur en bij appartementen moeten de deuren van het complex elektrisch bediend kunnen worden. Eengezinswoningen wijzen wij als ‘potentieel geschikt’ aan als zij voldoen aan één van deze kenmerken:
29
• • • •
eengezinswoning, gebouwd na 1998; inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; geschakelde woning.
Een verdere toelichting op de werkwijze is terug te vinden in bijlage 2. Figuur 4.2: Gemeente Hof van Twente. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ (2023)
maken. Ruim een derde van de woningen (36%, 5.039 woningen) is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. Van de geschikte woningvoorraad wordt twee vijfde (40%) bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Deze woningen zijn dus niet beschikbaar voor ouderen. Van de circa 3.118 geschikte woningen blijft in praktijk een aanbod over van circa 1.870 woningen. Figuur 4.3: Geschiktheid woningvoorraad volgens ‘doorzonscan’, naar leeftijd bewoner (2023)
5.039; 36%
3.118; 22%
Geschikt Potentieel geschikte woning Niet-geschikte woning
5.976; 42%
85+ jaar
50%
75-84 jaar
34%
65-74 jaar 50-64 jaar
16%
Tot 50 jaar
13%
Geschikte woning
We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal circa 14.133 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in de WOZ-registratie van de gemeente. Volgens deze analyse is ongeveer twee op de tien woningen (22%, 3.118 woningen) geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Meer dan twee vijfde van de woningvoorraad (42%, 5.976 woningen) is geschikt te
1735.103/G | Woonzorganalyse
36%
23%
0%
Bron: WOZ-registratie gemeente Hof van Twente, bewerking Companen (2023).
23%
29%
44%
32%
48%
36%
45% 20%
40%
27%
42% 60%
Potentieel geschikte woning
80%
100%
Niet-geschikte woning
Bron: WOZ-registratie gemeente Hof van Twente, bewerking Companen (2023).
De uitsplitsing van de woningvoorraad in Hof van Twente naar leeftijdsgroepen laat het volgende zien: naarmate de leeftijd oploopt wonen mensen vaker in een geschikte woning. Van de 85-plussers woont de helft in een geschikte woning. Daarentegen woont ruim een kwart (27%) van de 85-plussers in een
30
niet-geschikte woning. Hier ligt de opgave om doorstroming naar een geschikte woning te bevorderen.
Figuur 4.4: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens ‘doorzonscan’ (2023) Sociale huur
Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen Hof van Twente is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie: • Corporatiewoningen zijn het vaakst niet-geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking (57% van de voorraad; circa 1.710 woningen). Het aandeel geschikte woningen in de corporatiesector is ongeveer een derde (31%; 932 woningen). Eén op de tien corporatiewoningen (12%; 375 woningen) is met een kleine ingreep geschikt te maken. • In de particuliere huurvoorraad is een relatief klein gedeelte niet geschikt: 19% (66 woningen). De particuliere huurvoorraad heeft relatief gezien de meeste geschikte woningen: zo’n twee derde is geschikt (68%; 237 woningen). Twee op de tien woningen (19% en 48 woningen) is geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. • De grootste kansen liggen in de koopsector; het aandeel ‘geschikte woningen’ is hier het laagst (18%, 1.949 woningen), terwijl maar liefst 52% (5.553 woningen) met een kleine ingreep geschikt te krijgen is. Dit komt doordat koopwoningen vaak een rijwoning of een grote eengezinswoning zijn.
31%
Vrije sector huur
12%
57%
68%
Koop
18% 0%
Geschikte woning
14% 52%
20%
40%
19% 30%
60%
Potentieel geschikte woning
80%
100%
Niet-geschikte woning
Bron: WOZ-registratie gemeente Hof van Twente, bewerkt door Companen (2023).
Uitsplitsing naar kernen Ook op kernniveau is de geschiktheid van de woningvoorraad onevenredig verdeeld. In Delden, Diepenheim en Goor is twee vijfde van de woningvoorraad niet geschikt. In Bentelo en Hengevelde is drie vijfde van de woningvoorraad potentieel geschikt (respectievelijk 59% en 61%). In Markelo staan relatief de meeste geschikte woningen (31%). De interactieve kaart en de factsheet laten de geschiktheid van de woningvoorraad per kern zien en het aandeel 65-plussers dat woont in een geschikte, potentieel geschikte of niet-geschikte woning. https://www.companen.nl/arcgis/woonzorgvisiehofvantwente Op gemeenteniveau woont de helft van de 85-plussers in een geschikte woning. In Bentelo (53%) en Markelo (55%) wonen 85-plussers relatief gezien iets vaker geschikt. Waar op gemeenteniveau ruim een kwart (27%) van de 85plussers in een niet-geschikte woning woont, ligt dit aandeel wat lager in Bentelo en Markelo (respectievelijk 24% en 23%) en hoger in Goor en Hengevelde (30%).
1735.103/G | Woonzorganalyse
31
4.4 Huisvestingsopgave geschikt wonen De huidige vraag naar reguliere geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking (ouderen en mensen met een lichamelijke beperking) bedraagt circa 705 woningen. In 2035 zal deze behoefte oplopen tot circa 850 woningen. De huidige en toekomstige vraag is lager dan het huidige reguliere geschikte woningaanbod: circa 3.120 geschikte woningen. We zagen dat in de praktijk een aanbod overblijft van circa 1.870 woningen, doordat 1.250 van de geschikte woningen wordt bewoond door jongere huishoudens zonder beperking. In feite zijn er dus reguliere geschikte woningen genoeg. Maar aandacht blijft nodig voor het toewijzen, labelen of matchen van geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking.
1735.103/G | Woonzorganalyse
32
5 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Een groot deel van de mensen woont in een instelling; dit kan ook kleinschalig in de wijk zijn. Een klein aandeel woont zelfstandig(er) in de wijk met ambulante begeleiding.
dat de meesten de voorkeur geven aan een wooneenheid met eigen sanitair; of een eigen kookgelegenheid gewenst is, hangt af van de mate van zelfstandigheid. Fysieke woonomgeving In de fysieke woonomgeving is nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen en openbaar vervoer gewenst. Mensen met een verstandelijke beperking zijn gevoeliger voor de leefbaarheid van een buurt en voelen zich in het algemeen eerder onveilig. Een gevoel van veiligheid op straat is daarom belangrijk. Daarom zijn drukke buurten over het algemeen minder geschikte woonlocaties voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze omgeving zorgt voor te veel prikkels.
5.1 Doelgroep en context In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Er worden geen nieuwe indicaties meer afgegeven voor langdurige zorg aan mensen met een lichte zorgvraag (VG 1 en 2). Deze mensen zijn voor ondersteuning tegenwoordig aangewezen op de Wmo. Mensen met een bestaande VG1- of VG2-indicatie en die al in een instelling wonen, mogen hier wel blijven.
5.2 Woonwensen en woonvormen Soort woning Een groot deel van de mensen met een (licht) verstandelijke beperking woont in een zorginstelling. Een deel woont zelfstandig. Zelfstandig wonende mensen met een verstandelijke beperking zijn over het algemeen aangewezen op een sociale huurwoning. Soms huren zij deze van een zorgorganisatie, soms bij een woningcorporatie. Hierbij is betaalbaarheid het belangrijkste criterium bij de keuze van een woning. Voor de groep die woont bij een zorgaanbieder geldt
1735.103/G | Woonzorganalyse
Zorg en ondersteuning Mensen met een (licht) verstandelijke beperking hebben vaak behoefte aan begeleiding en structuur. Voor de mensen die zelfstandig wonen is het belangrijk dat de hulp (bij het huishouden, financiën of structuur in het dagelijks leven) op afroep aanwezig is. Mede omdat contact met familie niet altijd vanzelfsprekend is bij deze groep.
5.3 Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Het aantal Wlz-indicaties in Hof van Twente voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is de afgelopen jaren stabiel gebleven. Op het moment telt de gemeente 220 mensen met een Wlz-indicatie VG. Daarnaast zijn er mensen met een licht verstandelijke beperking die een indicatie Ondersteuning Zelfstandig Leven (OZL) 1 of 2 hebben. OZL is bedoeld
33
voor mensen die in staat zijn om zelfstandig te wonen, maar die op bepaalde leefgebieden extra begeleiding nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan hulp bij administratie, het werken aan een dagritme, maar ook hulp bij het vinden van de juiste dagbesteding. Uit de gemeentelijke registratie blijkt dat in Hof van Twente zo’n 238 mensen onder de 65 jaar een OZL indicatie hebben. Omdat niet apart wordt bijgehouden welk deel van deze 238 mensen een (licht) verstandelijke beperking heeft, is de precieze omvang van deze doelgroep niet bekend, maar de gemeente schat in dat het om ongeveer 60 mensen gaat.
is. Daarom hebben we de aanname voor zowel 2023 als 2035 gezet op 100% geclusterd wonen. Zie bijlage 5 voor het overzicht van dit aannamestelsel. Op basis van bovenstaande uitgangspunten ziet de prognose er als volgt uit: Figuur 5.1: Gemeente Hof van Twente. Basisprognose VG (2023 - 2035)
250 200
Wanneer we ons richten op de groep met een Wlz-indicatie, hebben wij, in combinatie met de bevolkingsprognose van de gemeente Hof van Twente, een inschatting opgesteld van de omvang van de groep mensen met een Wlzindicatie vanwege een verstandelijke beperking voor de periode tot en met 2035. Hierbij hebben wij rekening gehouden met een stijging van het zorggebruik van 2% per jaar, rekening houdend met het ouder worden van de doelgroep. Figuur 5.1 toont de verwachte omvang van de groep mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie, waarbij de woonvraag is uitgesplitst naar twee woonvormen: geclusterd wonen en gespikkeld wonen. Gespikkeld wonen houdt in dat iemand zelfstandig woont, in de nabijheid van een zorgpunt waarvandaan zorg/ondersteuning kan worden geleverd. In een werksessie met aanbieders is besproken of er richting de toekomst een verschuiving plaatsvindt van geclusterd wonen naar gespikkeld wonen. Er werd benoemd dat personen met een VG3-indicatie in de toekomst iets vaker gespikkeld kunnen wonen, mits de 24-uurszorg goed geregeld is. Daarom is voor VG3 de aanname van 25% gespikkeld wonen in de huidige situatie aangepast naar 33% gespikkeld wonen in 2035. Voor VG6 woont momenteel een klein deel gespikkeld, maar de zorgpartners gaven aan dat dit niet wenselijk
1735.103/G | Woonzorganalyse
15
15
15
15
205
205
210
210
2023
2025
2030
2035
150 100 50 0 Geclusterd wonen
Gespikkeld wonen
Bron: CIZ, bevolkingsprognose gemeente Hof van Twente, bewerking Companen.
De groep mensen met een OZL-indicatie is in onderstaande grafiek niet meegenomen. Zij wonen zelfstandig.
5.4 Aanbodanalyse VG Aan zorgaanbieders in de gemeente Hof van Twente die zich richten op zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is door de gemeente gevraagd hoeveel woonzorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande
34
tabel wordt het geïnventariseerde aanbod per zorgaanbieder weergegeven. In bijlage 1 staat een uitgebreider overzicht. Tabel 5.1: Aanbod woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking Geclusterd wonen Zorgaanbieders Aveleijn 88 JP van den Bent 62 Totaal 150 Bron: Aanbodinventarisatie gemeente (2022).
Zorgaanbieders hebben geen aanbod opgegeven van ‘gespikkeld wonen’ in Hof van Twente.
5.5 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod
misschien geen tekort aan verblijfsplekken voor mensen met een verstandelijke beperking. Mensen met een Wlz-indicatie die nu thuis bij hun ouders wonen, kunnen in de toekomst mogelijk wel behoefte hebben aan een woonplek bij een zorgaanbieder, bijvoorbeeld omdat de ouders te oud zijn om de zorg op zich te nemen. Tabel 5.2: Vraag-aanbodbalans woonvormen mensen met een verstandelijke beperking, basisscenario, afgerond op 5-tal VraagVraagVraagVraagaanbod aanbod aanbod aanbod 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen Wlz -55 -55 -60 -60 Gespikkeld wonen Wlz -15 -15 -15 -15 Totaal -70 -70 -75 -75 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Hof van Twente, aanbodinventarisatie gemeente, CIZ zorg-gegevens en CBS-Microdata.
Het aantal mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in Hof van Twente ligt hoger dan het huidige aanbod aan woonplekken dat zorgaanbieders bieden voor deze doelgroep: • Uit de vraag-aanbodbalans blijkt een tekort van circa 55 plekken in geclusterd wonen. Richting de toekomst zal dit tekort oplopen tot 60 plekken in 2035. • Voor zover wij weten, is er geen aanbod aan gespikkeld wonen in Hof van Twente. Op basis van de vraaganalyse lijkt hier een tekort aan te zijn van circa 15 plekken nu en in de toekomst. • Uit gesprekken met aanbieders maken wij op dat er mensen zijn met een Wlz-indicatie die thuis bij hun ouders wonen, of zelfstandig wonen. Zij ontvangen vaak ambulante begeleiding, en maken vaak ook gebruik van dagbesteding. Welk deel van de Wlz-clïënten zelfstandig dan wel bij de ouders woont, is niet bekend bij de aanbieders. In werkelijkheid is er dus
1735.103/G | Woonzorganalyse
35
6 Mensen met (ernstige) psychische problematiek
Wmo
In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Een deel van hen woont zelfstandig, een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen.
Binnen de Wmo is Beschermd Wonen bedoeld voor volwassenen die vanwege psychische problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen zonder de directe nabijheid van toezicht en ondersteuning (16-24 uur per dag). De begeleiding van de zorginstelling is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie.
6.1 Doelgroep en context
Wlz GGZ-Wonen
In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Wij richten ons in dit hoofdstuk voornamelijk op de groep die verblijft in Beschermd Wonen (GGZ). Per definitie is Beschermd Wonen (BW) bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Beschermd Wonen wordt grotendeels gefinancierd en georganiseerd vanuit de Wmo, maar sinds 2021 ook vanuit de Wlz. Beschermd wonen Wmo wordt op dit moment nog regionaal georganiseerd, via een centrumgemeente. Hof van Twente valt binnen de BW-regio Enschede. Op korte termijn is het de bedoeling dat alle gemeenten de middelen voor BW ontvangen, in plaats van dat dit via de centrumgemeente loopt. Het rijk wil hiermee stimuleren dat mensen met een psychische kwetsbaarheid meer in hun eigen omgeving worden geholpen. De verandering in financiering kan gevolgen hebben voor de spreiding van het BW-aanbod in de regio. Op dit moment heeft Hof van Twente relatief weinig BW-aanbod, vergeleken met het landelijk en regionaal gemiddelde.
1735.103/G | Woonzorganalyse
Vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering van zorg en verblijf vanuit de Wlz, omdat zij blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben. Landelijk is ongeveer 35% van de mensen in Beschermd Wonen ‘verschoven’ richting de Wlz.
6.2 Woonwensen en woonvormen Woonwensen Woning • De meeste mensen in Beschermd Wonen geven de voorkeur aan een eigen appartement met een aparte slaapkamer en eigen sanitaire voorzieningen, vanwege privacy en autonomie. Een klein gedeelte van de mensen met een BW-indicatie heeft juist behoefte aan een woonvorm waarin ze voorzieningen met anderen delen, vanwege de sociale interactie die dat met zich meebrengt.
36
Zorg en ondersteuning • Een stabiele omgeving, dagelijkse regelmaat en een zinvolle dagbesteding zijn belangrijk. Afhankelijk van de behoefte kan er ook begeleiding zijn bij het huishouden en het maken van sociale contacten; soms is ook sprake van verzorging en verpleging. • De doelgroep is zeer divers. Een deel kan na een verblijf van een aantal jaar weer zelfstandig wonen. Voor een ander deel is de verwachting dat zij ook op langere termijn niet in staat zullen zijn om zelfstandig te gaan wonen. • Continuïteit in de persoonlijke begeleiding (ook na uitstroom) wordt als zeer prettig en noodzakelijk ervaren. De mensen zijn gebaat bij het creëren van een vertrouwensband.
6.3 Vraaganalyse
Figuur 6.1: Ontwikkeling BW-indicaties 30 25 20 15 10 5
26
25
20 15
17 11
0
Beschermd Wonen (Wmo)
8
5 4
5 3
2
Beschermd Wonen (GGZ-W)
Bron: Gemeente Hof van Twente, gemeente Enschede en CIZ databank.
In Hof van Twente zijn er tussen 2015 en 2023 schommelingen geweest in het aantal mensen dat woont in de gemeente met een indicatie voor Beschermd Wonen. Een mogelijke verklaring die werd genoemd tijdens de werksessie met aanbieders is dat door een verbouwing van een Beschermd Wonen locatie elders er in 2015 meer cliënten van buitenaf naar Hof van Twente kwamen. Na de verbouwing zijn deze cliënten weer teruggegaan. Op 1 januari 2023 woonden er 22 mensen met een indicatie voor Beschermd Wonen in de gemeente: 2 mensen hadden een Wmo-indicatie BW, 20 een Wlz (GGZ-W) indicatie. Sinds 2021 is er sprake van een verschuiving binnen het Beschermd Wonen vanuit de Wmo richting de Wlz (GGZ-W). De afname qua aantallen voor Beschermd Wonen (Wmo) vanaf 2021 wordt hierdoor veroorzaakt. De stijging in GGZ-W indicaties gaat echter harder dan de daling vanuit de Wmo. In de regio wordt sinds kort meer ingezet op spreiding van plekken Beschermd Wonen, wat de toename in Hof van Twente kan verklaren.
1735.103/G | Woonzorganalyse
Bij het opstellen van een prognose van de vraag naar Beschermd Wonen binnen Hof van Twente zijn wij uitgegaan van het aantal actieve BW-indicaties (Wmo en Wlz) op dit moment. In de onderstaande tabel staat de vraagontwikkeling van de doelgroep BW weergegeven als alleen wordt uitgegaan van demografische ontwikkelingen in de gemeente. De vraag blijft in dat geval naar de toekomst toe min of meer stabiel. Tabel 6.1: Basisprognose vraag naar BW, 2023 - 2035 2023 2025 2030 2035 BW – Wmo 2 2 2 2 BW – Wlz 20 20 19 19 Totaal 22 22 21 21 Bron: Indicaties BW Hof van Twente, bevolkingsprognose en bewerking Companen.
37
Trends en ontwikkelingen In de werksessie met aanbieders is besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. De volgende verschuivingen die worden ingegeven voor veranderingen in beleid zijn besproken: • In de BW-regio Enschede wordt momenteel al meer ingezet op spreiding van BW-plekken. We gaan ervan uit dat deze ontwikkeling nog verder doorzet. Op dit moment woont 2% van het totaal aantal mensen met een BW-beschikking in de regio Enschede in Hof van Twente (BW Wmo: 0,5%; BW Wlz: 2%), terwijl het aandeel inwoners van Hof van Twente ten opzichte van de totale regio 9% is. Als wordt ingezet op een maximale evenredige spreiding, dan kan dit op termijn een flinke groei betekenen van de vraag naar BW-plekken in Hof van Twente. • Voor het aandeel beschermd wonen dat wordt bekostigd vanuit de Wlz geldt het volgende: – We gaan ervan uit dat de verschuiving binnen het Beschermd Wonen vanuit de Wmo richting GGZ-W grotendeels is voltooid. De trendprognose komt overeen met het wachtlijstonderzoek (2023) dat is uitgevoerd voor de regio Enschede. Ook uit dat onderzoek blijkt dat er in Hof van Twente een opgave ligt om meer aanbod aan BW-plekken te realiseren, om de wachtlijst terug te dringen en de doelgroep meer evenredig te verspreiden over de regio.
Op basis van deze uitgangspunten ziet de trendprognose er als volgt uit: Tabel 6.2: Trendprognose vraag naar BW, 2023 - 2035 2023 2025 BW – Wmo 2 10 BW – Wlz 20 33
1735.103/G | Woonzorganalyse
2030 23 54
2035 36 76
Totaal 22 43 77 112 Bron: Indicaties BW Hof van Twente, bevolkingsprognose en bewerking Companen.
De basisprognose en trendprognose geven een bandbreedte weer waarbinnen de daadwerkelijke vraag zich zal ontwikkelen.
6.4 Aanbodanalyse BW De gemeente heeft onder aanbieders een inventarisatie gedaan naar het aanbod aan Beschermd Wonen. In totaal zijn er 11 plekken in geclusterde woonvormen in beeld gebracht voor mensen in Beschermd Wonen in Hof van Twente. Er is geen aanbod van plekken in de nabijheid van een zorgvoorziening doorgegeven (‘gespikkeld wonen’). Tabel 6.3: Aantal BW-plekken per zorgaanbieder in gemeente Hof van Twente Zorgaanbieder Geclusterd wonen WOPiT* 11 RIBW Planning 2 tot 3 plekken Totaal 11 (13-14) * WOPiT biedt alleen BW-plekken voor mensen met een BW – Wlz indicatie. Bron: Aanbodinventarisatie gemeente (2022).
6.5 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Een vergelijking van het aantal mensen met een indicatie voor Beschermd Wonen in Hof van Twente en het huidige aanbod aan woonplekken voor deze doelgroep laat het volgende zien:
38
• •
Uit de vraag-aanbodbalans blijkt momenteel een tekort van circa 10 plekken in geclusterd wonen. In het basisscenario zal het tekort richting de toekomst ongeveer op het huidige niveau blijven. Wanneer wordt ingezet op evenredige regionale spreiding van de BW-doelgroep (trendscenario), zal er een groter tekort ontstaan. Dit tekort loopt op tot 100 plekken in 2035. In werkelijkheid is het tekort vermoedelijk kleiner; een deel van de mensen met een BW – Wmo indicatie ontvangt de begeleiding immers in een reguliere woning en woont dus niet bij een zorgaanbieder.
Tabel 6.4: Balans tussen vraag en aanbod aan woonvormen voor BW (afgerond op 5-tallen) 2023 2025 2030 2035 Basisprognose -10 -10 -10 -10 Trendprognose -10 -35 -65 -100 Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.
Uitstroom vanuit Beschermd Wonen Beschermd Wonen Wmo is in principe bedoeld als tijdelijke voorziening. De bedoeling is dat mensen op enig moment uitstromen naar een woonplek waar ze zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. Om een inschatting te kunnen maken van het totale aantal mensen dat vanuit Beschermd Wonen uitstroomt en een beroep doet op woonruimte in Hof van Twente, hanteren we de volgende uitgangspunten/aannames: • Startpunt is de totale groep die op enig moment een BW-indicatie heeft vanuit de Wmo. BW voor de Wlz-groep is in principe niet bedoeld als tijdelijke voorziening, en daarom niet gericht op uitstroom. Het komt slechts een enkele keer voor dat iemand uitstroomt vanuit BW-Wlz richting zelfstandig wonen met ambulante begeleiding.
1735.103/G | Woonzorganalyse
• Tijdens de werksessie kwam naar voren dat de verblijfsduur binnen BWWmo moeilijk te schatten is, omdat dit afhangt van individuele cliënttrajecten. Om een inschatting te maken van het aantal uitstromers per jaar, is het wel nodig om een aanname te doen op de gemiddelde verblijfsduur: we gaan uit van een gemiddelde verblijfsduur van 2 jaar. Bij een gelijkblijvende omvang van de BW-Wmo-groep (basisscenario), leidt bovenstaande tot de verwachting van een gemiddelde uitstroom in Hof van Twente vanuit Beschermd Wonen-Wmo van circa 1 persoon per jaar. Bij een groeiende omvang van de BW-Wmo groep (trendscenario), leidt bovenstaande tot een uitstroom van ongeveer 18 personen in 2035. In overleg met de aanbieders hebben we dit aantal verdeeld over verschillende vormen van vervolghuisvesting. Het grootste deel van de uitstromers komt naar verwachting terecht in een reguliere woning (eventueel in een geclusterde setting), meestal met ambulante begeleiding. Tabel 6.5: Verwachte uitstroom naar richting, bandbreedte basisscenario en trendscenario (aantallen per jaar) Uitstroom naar 2023 2025 2030 2035 Reguliere woning (eventueel in 1 1–4 1 – 10 1 – 14 geclusterde setting) GGZ-W 0 0–1 0–1 0–2 Onbekend 0 0 0–1 0–2 Totaal 1 1–5 1 – 12 1 – 18 Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen
39
7 Kwetsbare jongeren In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag naar plekken voor jeugdzorg met verblijf en woonruimte voor jongvolwassenen (18+) die na een verblijf in een jeugdzorginstelling of pleeggezin kunnen uitstromen naar vervolghuisvesting. Een deel van hen heeft behoefte aan een tussenstap voordat zij helemaal op eigen benen kunnen staan. Maar ook voor wie direct zelfstandig kan wonen is deze stap niet eenvoudig - in een krappe woningmarkt valt het voor deze groep immers niet mee om huisvesting te vinden.
7.1 Doelgroep en context
Het inkomen van deze jongvolwassenen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Ze komen meestal niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering, maar komen ook niet makkelijk aan het werk. Jongeren die nog een opleiding volgen, moeten rondkomen van een stagevergoeding (BBL), een tegemoetkoming in de studiekosten (bijvoorbeeld HAVO), studiefinanciering (MBO/HBO/WO) en een eventuele bijbaan. Naast de beperkte financiële mogelijkheden is een knelpunt dat het woningaanbod voor jongeren beperkt is. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en de inschrijftijd van jongeren is per definitie erg kort, aangezien zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven bij een corporatie. Daar bovenop komt de huidige krapte op de woningmarkt. Hierdoor kunnen jongeren vanuit jeugdzorg met verblijf moeilijk uitstromen naar een reguliere woning.
Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten: een deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar; jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdhulp verblijven. Een deel van de jongeren die uitstromen uit een verblijfssetting heeft na die tijd nog behoefte aan een (ambulante) ondersteuning, anderen niet.
7.2 Vraaganalyse
Jongeren met een ondersteuningsbehoefte geven aan dat meer zelfstandigheid en vrijheid om hun eigen leven te leiden voor hen de belangrijkste redenen vormen om op zichzelf te willen wonen. Daarin verschillen zij niet van hun leeftijdsgenoten. Om deze stap in hun wooncarrière te kunnen zetten zijn er (extra) inspanningen nodig. Met name financiën en vaardigheden (vaak huishoudelijk van aard) zijn belangrijke ‘struikelblokken’ op weg naar zelfstandig wonen.
Op 1 januari 2022 is het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet veranderd. In de nieuwe definitie ligt de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg met verblijf bij de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres had (woonplaatsbeginsel). Op peildatum 1 januari 2023 maakten 38 jongeren uit Hof van Twente gebruik van een vorm van jeugdzorg met verblijf. Het kan echter zijn dat deze jongeren gedurende hun jeugdzorgtraject mogelijk niet allemaal wonen in de gemeente. Uit de aanbodinventarisatie van de gemeente (2022) zijn 31 plekken voor jeugdzorg met verblijf in beeld gekomen (bijlage 1).
1735.103/G | Woonzorganalyse
Jeugdzorgplekken Om een inschatting te kunnen maken van de vraag naar plekken voor jeugdzorg met verblijf is gekeken naar de beschikkingen Jeugdzorg per 1 januari 2023, uitgesplitst naar de woonvormen gezinshuis, begeleid wonen, wonen met behandeling en gesloten jeugdhulp.
40
Tabel 7.1: Jongeren in vormen van jeugdzorg met verblijf, naar leeftijdsklasse (peildatum 1 januari 2023) 0-4 5-9 10 - 14 15 - 16 17+ Woonvorm jaar jaar jaar jaar jaar Totaal Gezinshuis 1 1 3 4 2 11 Begeleid wonen 1 2 4 2 6 15 Wonen met 1 4 2 3 10 behandeling Gesloten 1 0 1 2 jeugdhulp Totaal 2 4 12 8 12 38 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Hof van Twente (2023).
Op basis van demografische ontwikkelingen verwachten we dat de totale vraag naar jeugdzorgvoorzieningen in de komende jaren iets zal afnemen. Tabel 7.2: Trendprognose jongeren in vormen van jeugdzorg met verblijf, 2023 - 2035 Woonvorm 2023 2025 2030 2035 Gezinshuis 11 10 10 10 Begeleid wonen 15 14 13 13 Wonen met 10 9 9 9 behandeling Gesloten jeugdhulp 2 2 2 2 Totaal 38 35 34 34 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Hof van Twente (2023).
jongeren van 17 jaar en ouder in jeugdzorg met verblijf. Begin 2023 gaat dit voor Hof van Twente om 12 jongeren. Rekening houdend met verlengde jeugdzorg en uitstroom elders, schatten we in dat er jaarlijks 8 jongeren uitstromen in Hof van Twente. Een deel van de jongeren die uitstromen uit jeugdzorg kan direct zelfstandig gaan wonen, anderen hebben eerst behoefte aan een ‘tussenvorm’ in de vorm van geclusterd wonen met begeleiding of gespikkeld wonen (bijvoorbeeld in de vorm van een tiny house in de nabijheid van het gezinshuis waar de jongere eerst woonde). Er is ook een groep met een intensievere zorgvraag, die doorstroomt richting Beschermd Wonen GGZ (Wmo of Wlz). Tijdens een werksessie met aanbieders is gesproken over de woonbehoeften van uitstromende jongeren. De partners gaven aan dat de jongeren die uitstromen uit een gezinshuis, het vaakst zelfstandig kunnen wonen (eventueel met ambulante begeleiding). Vanuit de overige verblijfsvormen is vaak eerst een tussenstap nodig of vindt uitstroom plaats naar Beschermd Wonen. In overleg met de aanbieders hebben we de volgende aannames geformuleerd voor de uitstroomrichting voor de overige verblijfsvormen: 35% uitstroom naar zelfstandig wonen (eventueel met ambulante begeleiding), 45% uitstroom naar geclusterd wonen en 20% uitstroom naar Beschermd Wonen.
Bij het huidige aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf is een jaarlijkse uitstroom te verwachten van 8 personen. Verdeeld naar uitstroomrichting leidt dat tot de volgende aantallen per woonvorm:
Uitstroom vanuit Jeugdzorg Voor het grootste deel gaat het binnen de jeugdzorg met verblijf om zorg aan relatief jonge kinderen. Voor hen is een vraag naar eigen woonruimte voorlopig niet aan de orde. Om een inschatting te kunnen maken van het aantal jongeren dat op jaarbasis uitstroomt vanuit jeugdzorg met verblijf, richten we ons op de
1735.103/G | Woonzorganalyse
41
Tabel 7.3 Jaarlijkse uitstroom vanuit jeugdzorg met verblijf Uitstroom naar Zelfstandig wonen Tussenvorm/Kamertraining (geclusterd met begeleiding) Beschermd Wonen Totaal
Aantal jongeren 3 4 1 8
Bij een gelijkblijvende omvang van de groep jongeren in jeugdzorg met verblijf, zullen er jaarlijks zo’n 3 jongeren/jongvolwassenen uitstromen naar zelfstandig wonen. Zij hebben behoefte aan een kleine, goedkope woning of studio. Daarnaast zijn er op jaarbasis ongeveer 4 jongeren die behoefte hebben aan een ‘tussenvorm’.
1735.103/G | Woonzorganalyse
42
8 Uitstromers uit instellingen In dit hoofdstuk staat de vraag naar zelfstandige woonruimte voor ‘aandachtsgroepen’ centraal. Deze term komt uit het landelijk Programma Een Thuis voor Iedereen5 en duidt op groepen die het extra moeilijk hebben op de woningmarkt, waaronder uitstromers uit instellingen. De meeste mensen in Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of Jeugdzorg zullen na verloop van tijd weer zelfstandig gaan wonen, al dan niet met ambulante begeleiding.
8.1 Behoefte aan woonruimte voor uitstromers Uitstroom vanuit Beschermd Wonen In hoofdstuk 6 lieten we zien dat bij het huidige aantal BW-plekken een jaarlijkse uitstroom vanuit Beschermd Wonen Wmo te verwachten is van ongeveer 1 persoon per jaar die behoefte heeft aan een reguliere woning, meestal met ambulante begeleiding. Als het aantal BW-plekken in Hof van Twente stijgt (trendscenario), dan zal ook de jaarlijkse uitstroom hoger komen te liggen.
Uitstroom vanuit Jeugdzorg In hoofdstuk 7 lieten we zien dat bij het huidige aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf, een jaarlijkse uitstroom te verwachten is van 8 personen, waarvan circa 3 jongeren/jongvolwassenen uitstromen naar zelfstandig wonen en ongeveer 4 jongeren behoefte hebben aan een ‘tussenvorm’.
Uitstroom vanuit Maatschappelijke Opvang Mensen die dakloos zijn of raken, kunnen een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang. Het gaat om mensen die om uiteenlopende redenen dakloos zijn geraakt. Vaak is er sprake van een opeenstapeling van (psychische) problemen, schulden en/of verslaving. Daarnaast is er een groeiende groep 'economisch daklozen': mensen die na een scheiding of faillissement de huidige woning niet meer kunnen betalen maar ook niet terecht kunnen op de huidige woningmarkt omdat de huren te hoog zijn. Maatschappelijke Opvang is per definitie tijdelijk: het is altijd de bedoeling dat mensen die hier verblijven, op enig moment weer zelfstandig gaan wonen. Mensen voor wie dit niet haalbaar blijkt, stromen soms door naar Beschermd Wonen. De verantwoordelijkheid voor het bieden van Maatschappelijke Opvang is belegd bij centrumgemeenten. In de regio Enschede vervult de gemeente Enschede deze taak voor de eigen gemeente en de omliggende gemeenten, waaronder Hof van Twente. In Hof van Twente zijn geen plekken voor maatschappelijke opvang. Voor deze analyse zijn we geïnteresseerd in het aantal mensen dat vanuit maatschappelijke opvang in de regio uitstroomt in de gemeente Hof van Twente, omdat een deel van de uitstromers een beroep zal doen op zelfstandige woonruimte in Hof van Twente.
Centrumgemeente Enschede heeft aangegeven dat er sinds 1 november 2021 wordt gewerkt aan het experiment uitstroom maatschappelijke opvang. Tot eind 2022 zijn er twee mensen vanuit de opvang uitgestroomd in Hof van Twente naar zelfstandig wonen (met ambulante begeleiding). Dit komt dus neer op een jaarlijkse uitstroom van zo’n 2 mensen naar zelfstandige woonruimte.
5 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/05/11/programma-een-thuis-voor-
iedereen
1735.103/G | Woonzorganalyse
43
Totale jaarlijkse behoefte aan zelfstandige woonruimte voor uitstromers In dit hoofdstuk hebben we de behoefte aan zelfstandige woonruimte van uitstromers uit instellingen in beeld gebracht. In onderstaande tabel brengen we de aantallen bij elkaar om tot een totaalbeeld van de behoefte aan zelfstandige woonruimte (al dan niet met ambulante begeleiding) te komen. Tabel 8.1: Totale verwachte behoefte aan reguliere woonruimte per jaar Doelgroep Behoefte aan zelfstandige woonruimte Uitstroom Beschermd Wonen* 1 tot 14 Uitstroom Jeugdzorg met verblijf 3 Uitstroom Maatschappelijke opvang 2 Totaal 6 tot 19 * Bandbreedte uitstroom BW op basis van basisprognose en trendprognose. Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen
De totale vraag naar woonruimte voor uitstromers die zelfstandig kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding, zal in de komende jaren rond de 6 tot 19 wooneenheden per jaar liggen.
8.2 Woningaanbod voor uitstromers
Tabel 8.2: Corporatiebezit, jaarlijks aantal mutaties en mutatiegraad naar huurprijsklassen, 2022 Aantal woningen in Mutatiegraad Woningcorporatie bezit corporaties Mutaties 2022 2022 Viverion 2.165 Tot € 452: 22 5% € 452 tot € 647: 94 Wonen Delden 792 Tot € 452: 0 5% € 452 tot € 647: 39 Woonzorg Neder40 Tot € 452: 0 12% land € 452 tot € 647: 5 Totaal 2.997 160 5% Bron: Aangeleverde gegevens corporaties (2023).
In 2022 kwamen er bij Viverion, Wonen Delden en Woonzorg Nederland in totaal 22 huurwoningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens vrij (dit noemen we ‘goedkope’ woningen) en 138 woningen met een huurprijs die we kunnen kenschetsen als ‘betaalbaar’; in totaal 160 woningen. Eerder zagen we dat er jaarlijks een behoefte is aan zo’n 6 tot 19 zelfstandige wooneenheden om de uitstromers uit instellingen te huisvesten. Bij een gelijkblijvend aantal vrijkomende corporatiewoningen per jaar, betekent dit dat zo’n 4 tot 12% van deze woningen nodig zijn om de uitstromers uit instellingen te huisvesten.
Mutaties in de sociale huur Uitstromers doen een beroep op vrijkomende sociale huurwoningen. Over het algemeen zijn zij aangewezen op de goedkope of betaalbare voorraad. Het is daarom relevant om te kijken hoeveel betaalbare woningen er op jaarbasis beschikbaar komen (muteren) in de gemeente. Onderstaande tabel laat zien hoeveel goedkope en betaalbare woningen zijn vrijgekomen in 2022.
1735.103/G | Woonzorganalyse
44
9 Aandachtspunten voor de visie De gemeente Hof van Twente wil samen met ketenpartners een visie op wonen, welzijn en zorg opstellen. Dit hoofdstuk doet een voorzet voor die visie, gebaseerd op de gesprekken die we in het kader van dit onderzoek hebben gevoerd met medewerkers van de gemeente en stakeholders, én op vergelijkbare trajecten elders in het land. Naast passende huisvesting is er meer nodig om mensen met een zorgvraag goed te kunnen laten wonen in de gemeente. Voor de komende jaren liggen er ook grote uitdagingen op het gebied van het organiseren van zorg en ondersteuning, tegen het licht van groeiende personeelstekorten. Ook de woonomgeving vraagt aandacht. Hieronder benoemen we een aantal aandachtspunten voor de visie op wonen, welzijn en zorg die de gemeente samen met haar partners wil opstellen. Een aantal betreft een specifieke doelgroep (bijvoorbeeld ouderen), andere zijn meer algemeen van aard.
9.1 Passende woonvormen voor verschillende groepen Aanbod aan geclusterd wonen en andere ‘tussenvormen’ De komende jaren zal het aantal mensen met een zorgvraag dat woont in een reguliere woning toenemen. Daarnaast groeit de vraag naar ‘tussenvormen’. Voor ouderen gaat het dan om geclusterde woonvormen, waar mensen zonder zorg kunnen wonen maar waar zij, indien nodig, een beroep kunnen doen op zorg vanuit de zorgverzekeringswet of een Volledig Pakket Thuis (Wlz).
1735.103/G | Woonzorganalyse
Ook een deel van de mensen die kunnen uitstromen uit Beschermd Wonen of Jeugdzorg heeft baat bij een ‘tussenvorm’, bijvoorbeeld in de vorm van geclusterd wonen met begeleiding of een tiny house in de buurt van de zorgaanbieder, waar zij kunnen werken aan zelfstandigheid. Een goed aanbod aan ‘tussenwoonvormen’ kan uitstroom uit instellingszorg bevorderen en instroom bij instellingszorg (BW en MO) voorkomen. Een aandachtspunt bij dergelijke woonvormen is een juiste groepssamenstelling, om overlast te voorkomen. Daarnaast moet de begeleiding en het toezicht voldoende zijn om draagvlak in de wijk te krijgen en te behouden. Voor uitstromers uit BW en MO geldt dat een eigen plek – of dit nu in een tussenvorm is of in een reguliere woning – een belangrijke basis is om stappen te kunnen zetten richting herstel van een stabiele leefsituatie. Een eigen plek zorgt voor stabiliteit, autonomie en privacy. Betaalbare woningen, onder meer voor uitstromers In het landelijk Programma Een Thuis voor Iedereen kondigt de minister voor Volkshuisvesting aan te willen streven naar een hoger aantal sociale huurwoningen in heel Nederland en een ‘eerlijker’ verdeling van die voorraad over alle gemeenten in Nederland; hierbij wordt een streefgetal genoemd van 30% sociale huurwoningen in iedere gemeente.
Op landelijk niveau is dit nodig om in de woonvraag van verschillende aandachtsgroepen te kunnen voorzien. In de gemeente Hof van Twente is het aandeel sociale huur lager, namelijk circa 20%. Om de in dit onderzoek genoemde groepen én ook de regulier woningzoekenden te kunnen huisvesten, is het nodig om het aandeel sociale huurwoningen in de gemeente op te hogen. Woningen aanpassen Een relatief groot deel van de woningvoorraad in Hof van Twente is nog niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking, maar wel relatief
45
eenvoudig geschikt te maken - bijvoorbeeld met een traplift. Goede informatievoorziening over de mogelijkheden van woningaanpassing kan inwoners stimuleren om hun woning tijdig aan te passen aan een situatie waarin zij te maken krijgen met mobiliteitsbeperkingen. Als inwoners voor de kosten hiervan een beroep doen op de Wmo, kunnen de kosten voor de gemeente wel oplopen. Veel gemeenten kiezen er mede daarom voor om met inwoners het gesprek aan te gaan over de vraag of het niet verstandiger is om te verhuizen naar een woning die al geschikt is. Doorstroom stimuleren Veel ouderen stellen de beslissing om te verhuizen naar een levensloopgeschikte (al dan niet geclusterde woning) lang uit. Soms ontstaan hierdoor schrijnende situaties. Het is daarom verstandig om in te zetten op bewustwording onder ouderen dat zij zelf tijdig moeten nadenken over hoe zij willen wonen als zij minder mobiel en wellicht zorgbehoevend worden. De inzet van een verhuiscoach of seniorenmakelaar kan hier bij helpen. Ook financiële instrumenten zoals een huurgewenningsbijdrage kunnen bijdragen aan de doorstroming van ouderen. Meer doorstroming op de woningmarkt komt ook andere woningzoekenden ten goede. Diversiteit aan woonconcepten Om doorstroming te stimuleren is voldoende aanbod aan levensloopgeschikte en geclusterde woningen een eerste voorwaarde.
Daarnaast is het van belang dat er voldoende variëteit is (in prijsklassen, locatie en woonconcept) om aan te kunnen sluiten bij de diverse vraag van ouderen. Onder de nieuwe generatie ouderen spreken woonvormen als ‘hofjeswonen’ (waar ouderen of juist een mix van leeftijdsgroepen samen wonen en elkaar ondersteunen wanneer dat nodig is) vaak meer aan dan een traditioneel seniorencomplex. Om de gewenste diversiteit te bereiken is het te overwegen om meer ruimte te bieden aan burgerinitiatieven/CPO-projecten. Stichting Noabershof Riessen, die
1735.103/G | Woonzorganalyse
Noabershof op ’n Esch in Rijssen opstartte, wil andere projecten graag op weg helpen. Daarom is in 2022 Platform Twentse Noabershoven opgericht, en krijgt het voorbeeld in Rijssen inmiddels navolging, waaronder ook in Hof van Twente. Woningtoewijzing Een groot deel van de ‘geschikte’ woningen in Hof van Twente wordt op dit moment bewoond door relatief jonge mensen, waarvan verreweg de meesten geen mobiliteitsbeperkingen hebben. Als een groter deel van deze woningen zou worden toegewezen aan ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking, hoeven in de toekomst minder woningen te worden aangepast. Dit geldt nog sterker voor huurwoningen die zijn aangepast voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel: als het niet lukt om deze bij mutatie weer toe te wijzen aan een rolstoelgebruiker, dan bestaat de kans dat de woning naar een regulier woningzoekende gaat en daardoor langdurig niet meer beschikbaar is voor de doelgroep. Zorgvuldig wachtlijstbeheer en een zorgvuldige procedure voor matching en woningtoewijzing kan dit voorkomen. Heldere eisen voor nieuwbouw Om te voorkomen dat er een groot beroep wordt gedaan op de Wmo voor woningaanpassingen is het verstandig om bij álle nieuwbouw in de gemeente eisen te stellen ten aanzien van de toegankelijkheid van de woning (en de directe woonomgeving).
Een levensloopbestendige woning heeft een gelijkvloerse plattegrond van woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer. Bij de realisatie van deze woningen wordt al rekening gehouden met bijvoorbeeld draaicirkels van een rollator en het achterwege laten van drempels en trapjes. Ouderen die verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen, doen dat vaak omdat zij hopen daar gemakkelijker contact te kunnen maken met medebewoners. Het is dus belangrijk om in deze complexen te zorgen voor mogelijk-
46
heden om andere bewoners te ontmoeten. Dat kan inpandig zijn, maar dat hoeft niet per definitie.
9.2 Beschikbaarheid van zorg Op dit moment werkt één op de zeven mensen in Nederland in de zorg. Als de inrichting van de zorg zo blijft als nu dan moet dat in 2035 - vanwege de vergrijzing - zijn toegenomen tot één op de vier. Dat is niet realistisch; op dit moment is er al een groot tekort aan personeel in de zorg. In het Programma Wonen en Zorg voor Ouderen (WOZO) roept minister Helder daarom op tot een andere blik op de zorg voor ouderen: ‘zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’6. Daarmee bouwt ze voort op een ontwikkeling die al langer gaande is, waarbij ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen en alleen als de zorgvraag dat echt noodzakelijk maakt, naar een woonzorgcentrum of verpleeghuis gaan. ‘Omzien naar elkaar’ wordt steeds belangrijker aangezien niet elke ondersteuningsvraag meer door professionele zorgverleners kan worden ingevuld. Clustering Clustering van zorgvragers helpt om de zorg efficiënt te kunnen leveren. Als ouderen met een zorgvraag dichter bij elkaar wonen (bijvoorbeeld in geclusterde woonvormen), dan is zorgpersoneel minder tijd kwijt aan reizen. Geclusterd wonen helpt ook tegen eenzaamheid bij ouderen en kan het ‘omzien naar elkaar’ bevorderen - waardoor het beroep op professionele zorg wordt verminderd.
6 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/07/04/wozo-programma-wonen-
Zorgtechnologie Ook technologie kan helpen om het werk van zorgpersoneel te verlichten. Daarnaast kan zorgtechnologie ervoor zorgen dat ouderen comfortabeler en veiliger kunnen wonen, en daarmee ook een verhuizing kunnen uitstellen. Via een tablet kunnen ouderen hun boodschappen bestellen, maar ook videobellen met een zorgverlener. Ook zijn er steeds meer technologische mogelijkheden om mensen met dementie langer thuis te kunnen laten wonen. Vilans (kennisorganisatie voor zorg en ondersteuning) heeft daarom een geactualiseerde infographic “Technologie bij dementie thuis”7 ontwikkeld. Op overzichtelijke wijze wordt hierin getoond welke technologische mogelijkheid in welke fase van dementie thuis geschikt is. Daarnaast laat de infographic zien wie betrokken is bij het gebruik van de technologie: de persoon met dementie zelf, de mantelzorg of de professionele zorgverlener. Hoewel technologie soms als ‘koud’ wordt ervaren, kunnen goede toepassingen een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van ouderen en andere mensen met een zorgvraag. Stakeholders benoemen dat wel op tijd begonnen moet worden met de inzet van technologie, en niet pas wanneer ouderen 90+ zijn; het liefst al preventief beginnen met bijvoorbeeld digitale vaardigheid.
Technologische ontwikkelingen zoals de mogelijkheid van beeldbellen kunnen er ook in de gehandicaptenzorg voor zorgen dat meer mensen zelfstandig(er) kunnen wonen, doordat zij minder persoonlijke begeleiding (face-to-face) nodig hebben. Daarbij blijft het essentieel dat bewoners kunnen terugvallen op zorgverleners als zij dat nodig hebben. Samenwerking tussen zorgaanbieders Op dit moment zijn vaak verschillende zorgaanbieders voor thuiszorg en wijkverpleging actief in dezelfde buurt of hetzelfde complex. Dit is (vanwege de
7 https://www.vilans.nl/kennis/infographic-technologie-bij-dementie-thuis
ondersteuning-en-zorg-voor-ouderen
1735.103/G | Woonzorganalyse
47
reistijd) niet efficiënt en daarmee voor de toekomst wellicht niet houdbaar. Een betere afstemming tussen zorgorganisaties kan helpen om goede én betaalbare zorg aan mensen te kunnen blijven bieden. Ook mensen met een verstandelijke beperking worden steeds ouder. Om goede zorg te kunnen bieden aan ouder wordende VG-inwoners is samenwerking tussen VG-zorgaanbieders en zorgaanbieders voor ouderenzorg wenselijk. Dit vraagt om een flexibele, domein-overstijgende inzet van financiële middelen. Flexibele en tijdelijke zorg Doordat mensen steeds langer thuis wonen, is er landelijk een groeiende behoefte aan plekken waar mensen ‘tijdelijke zorg’ kunnen ontvangen – bijvoorbeeld als zij na een ziekenhuisopname niet meteen terug naar huis kunnen. Dit kan bijvoorbeeld in een zorghotel worden geboden, maar ook in plekken in een woonzorgcentrum die voor dit doel worden vrijgehouden. Zorgaanbieders zien ook een groeiende behoefte aan plekken waar ouderen met een zorgvraag tijdelijk kunnen verblijven, om zo hun mantelzorgers op adem te laten komen (respijtzorg). Aanbod aan ambulante begeleiding In Hof van Twente (en de regio Enschede) wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Kwetsbare inwoners kunnen zo zelfstandig wonen en onderdeel zijn van de samenleving. Voor hen die dit nodig hebben, blijven Beschermd Wonen en opvang als vangnet bestaan.
Het succes van de verandering is voor een belangrijk deel afhankelijk van de randvoorwaarde dat er voldoende woningen beschikbaar moeten zijn. Goede ambulante begeleiding is een andere belangrijke succesfactor. Het gaat dan bijvoorbeeld om het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van
1735.103/G | Woonzorganalyse
contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën. Maar juist met het oog op aandachtsgroepen is er ook aandacht nodig voor het bevorderen van de ‘samenredzaamheid’ in buurten, het voorkomen van stigmatisering en het bevorderen van onderling begrip. Contact met medebewoners is voor deze uitstromers vanuit BW minstens zo belangrijk als voor andere inwoners, maar het leggen van die contacten gaat niet altijd vanzelf - ook daar is dus vaak hulp bij nodig.
9.3 Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ Het is belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid onder ouderen en andere zorgvragers. ‘Omzien naar elkaar’ wordt steeds belangrijker, aangezien niet elke ondersteuningsvraag meer door professionele zorgverleners kan worden ingevuld. Dit gaat niet overal en altijd vanzelf. Het begint ermee dat inwoners elkaar kennen, elkaar ontmoeten en weten waar ze een ander mee kunnen helpen. Belangrijk hierbij zijn mogelijkheden voor ontmoeten nabij de woning. Opbouwwerk kan bijdragen aan gemeenschapsvorming. Projecten voor ‘gemengd wonen’, waarbij mensen met en zonder zorgvraag bij elkaar wonen, bieden kansen om het omzien naar elkaar te versterken. Wederkerigheid is hierin het fundament. Gebiedsgerichte aanpak met oog voor verschillen De saamhorigheid en sociale cohesie, en daarmee ook de mate waarin inwoners voor elkaar willen en kunnen klaar staan, verschilt per kern en wijk. Als de bereidheid om elkaar te helpen er minder is of als de sociale banden minder sterk zijn, dan zal het beroep op professionele zorg groter zijn. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de verschillen tussen kernen en hoe dit de vraag naar professionele zorg beïnvloedt. Daarmee is ook de vraag hoe het
48
‘omzien naar elkaar’ het beste kan worden ondersteund vanuit de gemeente en professionele partijen, een kwestie van maatwerk. Mantelzorg mogelijk maken In de toekomst zal een steeds groter beroep worden gedaan op mantelzorgers. Tegelijkertijd zien we dat het aantal potentiële mantelzorgers daalt, terwijl het aantal mensen met een zorgvraag stijgt. Om mantelzorgers in staat te stellen deze rol vol te houden, is een goed en goed vindbaar aanbod aan mantelzorgondersteuning essentieel (advies, respijtzorg, logeerzorg).
9.4 Een geschikte woonomgeving De groei van het aantal mensen met een zorgvraag dat zelfstandig woont, stelt eisen aan de woonomgeving in termen van toegankelijkheid en de spreiding van voorzieningen. Een omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten draagt bij aan een samenleving waarin mensen elkaar kennen en naar elkaar omzien. Ook ‘mobiliteit’ is hierbij een belangrijk aandachtspunt: als voorzieningen niet dicht bij de woning zijn, kan een inwoner hier dan toch komen? Voor nieuwbouw die is gericht op mensen met een zorgvraag verdienen locaties dicht bij voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer de voorkeur, vanuit het oogpunt van ‘meedoen’ en het versterken van zelfredzaamheid. De interactieve voorzieningenkaart die is gemaakt in het kader van dit onderzoek biedt hiervoor een praktisch handvat. Belangrijk aandachtspunt bij de locatiekeuze voor een nieuwe woonvorm voor mensen met een zorgvraag is dat niet voor iedere persoon een plek op een centrumlocatie de meest geschikte plek is; sommige mensen hebben juist baat bij een rustiger omgeving. Het blijft dus een kwestie van maatwerk. Ook is het belangrijk om rekening te houden met de draagkracht van de wijk of buurt.
1735.103/G | Woonzorganalyse
49
Bijlage 1: Aanbodoverzicht Ouderen Aantal plekken en wooneenheden in woonzorgcentra en geclusterd wonen voor ouderen (Zorg)aanbieder Zorghuis Twente Villa Vrijland Carintreggeland Carintreggeland Carintreggeland Carintreggeland Carintreggeland Stichting De Warme Huizen Viverion Wonen Delden Woonzorg Nederland Schatting op basis van CBS microdata Totaal
1735.103/G | Woonzorganalyse
Locatie Huize Scherpenzeel Villa Vrijland De Stoevelaar De Wheehof De Wieken St. Elisabeth Anholtskamp Huize Herfstzon
Plaats Goor Goor Goor Goor Delden Delden Markelo Goor
Woonzorgcentrum totaal 23 13 96 40 53 64 29 50
368
Woonzorgcentrum somatiek (SOM)
Woonzorgcentrum psychogeriatrie (PG)
16
24
Geclusterd wonen voor ouderen
23 24 9
49
40 20
84
568 180 40 265 1.076
50
Mensen met een verstandelijke beperking Zorgaanbieder Aveleijn Aveleijn Aveleijn JP van den Bent JP van den Bent JP van den Bent JP van den Bent Totaal
Locatie Havezathe Heeckeren Het Reef Rohaan Erve Graashuis Lindehof De Hogenkamp Burgemeester de Beaufortplein
Plaats Goor Goor Markelo Delden Goor Goor Markelo
Groepswonen/Geclusterd wonen 43 15 30 20 18 9 15 150
Plaats Goor Goor
Groepswonen/Geclusterd wonen 11 Planning 2 tot 3 woningen 11 (13-14)
Mensen met een psychische kwetsbaarheid Zorgaanbieder Locatie WOPiT Bleekstraat 9A RIBW Totaal * WOPiT biedt alleen BW-plekken voor mensen met een BW – Wlz indicatie.
Jeugdzorg met verblijf Locatie Gezinshuis Thoes Gezinshuis Het Twentse Geluk Gezinshuis Knuzz Gezinshuis Het Riekeshuis Erve Tankink Totaal
1735.103/G | Woonzorganalyse
Plaats Goor Delden Goor Delden Delden
Soort verblijf Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Gezinshuis Zorgboerderij
Aantal plekken 3 18 6 3 1 31
51
Bijlage 2: De Doorzonscan
• •
De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen.
Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken.
Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen.