1735.103 Woonzorganalyse gemeente Hof van Twente_def_v3.pdf
Tekst van het document
Woonzorganalyse Gemeente Hof van Twente
Gemeente Hof van Twente 1 september 2023 Definitief
DATUM
1 september 2023
TITEL
Woonzorganalyse
OPDRACHTGEVER
Gemeente Hof van Twente
AUTEUR(S)
Tara Koster Martin Bleijenburg
PROJECTNUMMER
1735.103/G
STATUS
Definitief
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01
Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Onderzoeksvragen Verantwoording Doelgroepen Leeswijzer
4 4 4 5 5
2 2.1 2.2
Managementsamenvatting De huisvestingsopgave Aandachtspunten voor de visie
6 6 11
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Ouderen Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Zorgvraag in beeld Vraaganalyse Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen Aanbodinventarisatie ouderen De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod
13 13 14 16 18 21 23 24
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Mensen met een lichamelijke beperking Woonwensen en woonvormen Vraaganalyse Geschikt woningaanbod Huisvestingsopgave geschikt wonen
27 27 27 29 32
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Mensen met een verstandelijke beperking Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Aanbodanalyse VG De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod
33 33 33 33 34 35
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Mensen met (ernstige) psychische problematiek Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Vraaganalyse Aanbodanalyse BW De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod
36 36 36 37 38 38
7 7.1 7.2
Kwetsbare jongeren Doelgroep en context Vraaganalyse
40 40 40
8 8.1 8.2
Uitstromers uit instellingen Behoefte aan woonruimte voor uitstromers Woningaanbod voor uitstromers
43 43 44
9 9.1 9.2 9.3 9.4
Aandachtspunten voor de visie Passende woonvormen voor verschillende groepen Beschikbaarheid van zorg Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ Een geschikte woonomgeving
45 45 47 48 49
Bijlage 1: Aanbodoverzicht
50
Bijlage 2: De Doorzonscan
52
Bijlage 3: Afkortingen en begrippen
53
Bijlage 4: Organisatie en bekostiging van langdurige zorg
55
Bijlage 5: Aannames voor de prognoses
57
Bijlage 6: Woonstijlen
58
1 Inleiding We staan aan de vooravond van een flinke vergrijzing: Nederland kent steeds meer ouderen, en ook steeds meer ‘oudere ouderen’. Steeds meer ouderen blijven tot op hoge leeftijd zelfstandig wonen. Ook andere groepen met een zorg- of ondersteuningsvraag, zoals mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en mensen met psychische problemen, blijven langer zelfstandig wonen of gaan sneller weer thuis wonen na een verblijf in een instelling. Dat zorgt voor grote veranderingen in de wereld van wonen, zorg en welzijn. Als gevolg van de beweging naar ‘langer en weer thuis wonen’, neemt het aantal mensen met een zorgvraag op de reguliere woningmarkt toe. Dit leidt tot veranderingen in de vraag naar woonruimte en vergroot de noodzaak tot samenwerking tussen de gemeente, zorg- en welzijnsaanbieders en corporaties: zij moeten er immers samen voor zorgen dat de woonomgeving en de sociale en zorginfrastructuur zodanig op elkaar worden afgestemd dat mensen met een zorgvraag prettig kunnen wonen en leven. Gemeenten zijn vanaf 2026 verplicht een woonzorgvisie op te stellen waarin ze aangeven hoe ze invulling willen geven aan de vraag naar woonruimte vanuit verschillende ‘aandachtsgroepen’ en aan de zorg en ondersteuning die daarvoor nodig is. Dit onderzoek heeft als doel om de opgave voor deze groepen inzichtelijk te maken.
De resultaten dienen als onderlegger voor zowel de lokale woonzorgvisie die de gemeente Hof van Twente wil opstellen, als de regionale woonzorgvisie.
1735.103/G | Woonzorganalyse
1.1 Onderzoeksvragen Dit onderzoek heeft als hoofddoel om inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige vraag naar en het aanbod aan passende woningen en woonvormen voor mensen met een (toekomstige) zorg- of ondersteuningsvraag in de gemeente Hof van Twente. De onderzoeksvragen zijn: • Wat is de verwachte ontwikkeling van de vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg in de gemeente, rekening houdend met demografische ontwikkelingen in de gemeente Hof van Twente en (maatschappelijke) trends? • Wat is het huidige aanbod aan woningen en woonvormen voor de verschillende aandachtsgroepen? • Hoe verhouden vraag en aanbod zich ten opzichte van elkaar, en wat is de huisvestingsopgave voor de verschillende aandachtsgroepen? • Wat is de behoefte aan voorzieningen en hoe is het voorzieningenaanbod over de gemeente verdeeld? • Wat is er naast woningen en woonvormen nog meer nodig om langer en weer thuis wonen mogelijk te maken?
1.2 Verantwoording Bij het inschatten van de toekomstige behoefte hebben wij gebruik gemaakt van de Woonzorgweter van Companen. Met dit model maken wij prognoses van de toekomstige vraag naar woonvormen voor mensen met een zorgvraag op basis van gegevens over het huidig zorggebruik en demografische ontwikkelingen. Om de invloed van (lokale) trends en ontwikkelingen ook mee te kunnen nemen in de prognoses hebben wij werksessies gehouden met
4
ongeveer 25 vertegenwoordigers van de gemeente, zorgaanbieders, corporaties, welzijnspartijen, huurdersorganisatie, seniorenplatform en inwoners. In deze bijeenkomsten zijn trends en ontwikkelingen besproken die volgens deze partijen van invloed zullen zijn op de vraag naar woonvormen. Het gaat dan om de gevolgen van nieuw beleid, maar bijvoorbeeld ook om technologische ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. De opbrengst van deze bijeenkomsten is gebruikt om aannames te bepalen die zijn meegenomen in de modelmatige berekeningen. Op deze manier zijn prognoses opgesteld die zoveel mogelijk aansluiten bij de praktijk in de gemeente Hof van Twente.
In de bijlage is een overzicht van het huidige aanbod aan woon(zorg)plekken voor de verschillende doelgroepen opgenomen (bijlage 1), uitleg over de geschiktheidsanalyse (bijlage 2), een overzicht van gebruikte afkortingen en definities in dit onderzoek (bijlage 3), uitleg en overzicht over de organisatie en bekostiging van de langdurige zorg (bijlage 4), overzicht van de aannames die zijn gebruikt (bijlage 5) en een toelichting op de woonstijlen (bijlage 6). Als aanvulling op dit rapport is ook een interactieve kaart ontwikkeld waarop relevante voorzieningen en woonzorglocaties te zien zijn, evenals het aandeel 65-plussers op wijkniveau. Deze kaart is te vinden via de volgende link: https://www.companen.nl/arcgis/woonzorgvisiehofvantwente
1.3 Doelgroepen In het onderzoek worden de volgende doelgroepen onderscheiden: • Ouderen (65+) • Mensen met een lichamelijke beperking (LG) • Mensen met een verstandelijke beperking (VG) • Mensen met psychiatrische problematiek (GGZ) • Kwetsbare jongeren (jeugdzorg) • Uitstromers uit de maatschappelijke opvang (MO)
1.4 Leeswijzer Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. In de daarop volgende hoofdstukken (3 tot en met 8) behandelen we steeds de huisvestingsopgave van één doelgroep. In hoofdstuk 9 geven we een aantal aandachtspunten voor de visie mee die gelden voor één of meerdere doelgroepen.
1735.103/G | Woonzorganalyse
5
2 Managementsamenvatting In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende doelgroepen in de gemeente Hof van Twente. In dit hoofdstuk vatten we de huisvestingsopgave kort samen en geven we een aantal aandachtspunten voor visie en beleid. In de afzonderlijke hoofdstukken gaan we hier dieper op in.
2.1 De huisvestingsopgave In dit onderzoek geven we een beeld van de verwachte ontwikkeling van de vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg. Voor de meeste doelgroepen zijn hierbij verschillende prognosevarianten uitgewerkt: een ‘basisprognose’ die een demografische doorrekening geeft van de huidige vraag en een ‘trendprognose’ waarin rekening is gehouden met maatschappelijke trends die zorgen voor verschuivingen in de vraag. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte afkortingen en begrippen is te vinden in bijlage 3.
• Naast de demografische doorrekening (basisprognose) is voor ouderen een trendprognose uitgewerkt. Deze prognose houdt er rekening mee dat intensieve zorg voor ouderen vaker buiten het traditionele verpleeghuis wordt geboden (via het Volledig Pakket Thuis). Gezien het personeelstekort in de zorg, zal geclusterd wonen waarschijnlijk de voorkeur hebben. • Daarnaast gaan we er in de trendprognose van uit dat meer ouderen ervoor zullen kiezen om in een vorm van geclusterd wonen te gaan wonen vóórdat ze een zorgvraag ontwikkelen. Groeiende vraag naar geclusterde woonvormen onder ouderen • De vergrijzing zorgt in beide scenario’s voor een stijgende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Hiermee bedoelen we een cluster van zelfstandige woningen waar mensen ook zonder zorgindicatie mogen wonen. De verschijningsvorm is divers: van traditionele seniorencomplexen of aanleunwoningen tot hofjeswoningen of luxe appartementencomplexen. • De totale vraag naar geclusterd wonen voor ouderen is momenteel in balans met het huidige aanbod. Richting 2035 ontstaat een tekort: volgens de basisprognose is het tekort in 2035 220 woningen, volgens de trendprognose 675 woningen.
Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking • De groep ouderen in de gemeente Hof van Twente zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2023 zijn er circa 5.820 65-plushuishoudens, in 2035 zal dit aantal zijn opgelopen tot bijna 6.800. • Lang niet alle 65-plussers hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifieke ouderenwoning. Om een inschatting te kunnen maken van het deel van de senioren dat behoefte heeft aan een bijzondere woonvorm zoals geclusterd wonen voor ouderen, is met het ‘vitaliteitstredenmodel’ een prognose gemaakt van het toekomstige zorggebruik van ouderen. De prognose van de behoefte aan verschillende woonvormen is hiervan afgeleid.
1735.103/G | Woonzorganalyse
6
Vraag-aanbod geclusterd wonen ouderen 2.000 1.500 1.000 500 0 2023 Vraag basisscenario
2025
2030 Vraag trendscenario
2035
Groeiende vraag naar plekken in een woonzorgcentrum • De vergrijzing zorgt ook voor een groeiende vraag naar plekken in een woonzorgcentrum. Hiermee bedoelen we een woonvorm die bedoeld is voor mensen met een indicatie vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz); de zorg kan hier intramuraal of extramuraal worden geleverd. • Vergelijken we het huidige totale aanbod aan plekken in een woonzorgcentrum met de vraag, dan komen we uit op een tekort van ongeveer 15 plekken. Doordat er vanaf 2026 70 extra woonzorgcentrum-plekken worden toegevoegd, loopt in de basisprognose het tekort slechts op tot 30 plekken in 2035, terwijl in de trendprognose ontspanning ontstaat. Dat wil niet zeggen dat er een “overschot” aan woonzorgcentrum plekken is, want deze plekken kunnen ook een regionale functie vervullen.
Aanbod
Vraag-aanbod woonzorgcentrum
Bron: Woonzorgweter, Companen.
• Er zit ontspanning op het aanbod geclusterd wonen in de sociale huur. We zien dat in zowel de basisprognose als de trendprognose richting 2035 genoeg sociale huurwoningen zijn. In kwalitatieve zin zal er wel een opgave liggen: het transformeren van traditioneel geclusterd aanbod naar meer moderne concepten. • In de vrije huursector lijkt er momenteel voldoende aanbod aan geclusterd wonen te zijn. Richting 2035 ontstaat een tekort: volgens de basisprognose is het tekort in 2035 30 woningen, volgens de trendprognose 90 woningen. • In de koopsector bestaat nu al een tekort en op de (middel)lange termijn ontstaan nog grotere tekorten aan geclusterde woonvormen. In de basisprognose loopt het tekort op naar 650 woningen, in de trendprognose naar 925 woningen.
1735.103/G | Woonzorganalyse
500 400 300 200 100 0 2023
2025
Vraag basisscenario
2030 Vraag trendscenario
2035 Aanbod
Bron: Woonzorgweter, Companen.
7
Groot deel van de woningvoorraad nog niet geschikt voor ouderen • Van de totale woningvoorraad in Hof van Twente is 22% geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking1; nog eens 42% is relatief eenvoudig geschikt te maken. Van de huurwoningen in de gemeente is een hoger aandeel geschikt (31% in de sociale huur en 68% in de vrije sector huur); in de sociale huur geldt echter ook dat een relatief groot aandeel (57%) niet geschikt is en ook niet eenvoudig geschikt is te maken. Koopwoningen zijn juist relatief vaak geschikt te maken (52%). • De huidige vraag naar reguliere geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt circa 705 woningen. In 2035 zal deze behoefte oplopen tot circa 850 woningen. • De huidige en toekomstige vraag is lager dan het huidige reguliere geschikte woningaanbod: circa 3.120 geschikte woningen. In de praktijk blijft een aanbod over van circa 1.870 woningen, doordat 1.250 van de geschikte woningen worden bewoond door jongere huishoudens zonder beperking. In feite zijn er dus reguliere geschikte woningen genoeg. Maar aandacht blijft nodig voor het toewijzen, labelen of matchen van geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking.
geclusterde plekken en 15 gespikkelde plekken. Bij een constant aanbod zal dit tekort in 2035 ongeveer gelijk blijven. • Zorgaanbieders geven aan dat een deel van de doelgroep de Wlz-indicatie thuis (bijvoorbeeld bij de ouders) verzilvert door middel van een Persoonsgebonden Budget. Dit is niet in alle gevallen een wenselijke situatie; zeker als ouders op leeftijd raken, wordt de zorg voor een gehandicapt kind vaak zwaar.
Vraag-aanbod woonvormen VG 250 200 150 100 50 0 2023
2025
2030
2035
Vraag geclusterd wonen basisscenario
Mensen met een verstandelijke beperking
Vraag gespikkeld wonen basisscenario
• In Hof van Twente wonen 220 mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking. Daarnaast zijn er mensen met een (licht) verstandelijke beperking die een indicatie Ondersteuning Zelfstandig Leven (OZL) 1 of 2 hebben; naar schatting gaat het om zo’n 60 personen. • Een vergelijking van het huidige aanbod met de huidige vraag naar woonplekken voor mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in de gemeente laat een tekort zien van 70 plekken; waarvan 55
Aanbod geclusterd wonen
1
Bron: Woonzorgweter, Companen.
Een woning geldt als ‘geschikt’ wanneer alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) gelijkvloers liggen of zonder traplopen bereikbaar zijn.
1735.103/G | Woonzorganalyse
8
Mensen met (ernstige) psychische problematiek • Mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen steeds vaker zelfstandig in de wijk. Een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen. Op 1 januari 2023 hadden 22 mensen in Hof van Twente een indicatie voor Beschermd Wonen: 2 vanuit de Wmo en 20 vanuit de Wlz (GGZ-W). • Een vergelijking van het huidige aanbod met de huidige vraag naar beschermde woonplekken voor mensen met psychische problematiek laat zien dat er momenteel een tekort is van zo’n 10 plekken om aan de behoefte te voldoen. • Naast de basisprognose is voor mensen die een beroep doen op Beschermd Wonen een trendscenario uitgewerkt waarin de volgende ontwikkeling is meegenomen: – In de BW-regio Enschede wordt momenteel al ingezet op spreiding van BW-plekken. We gaan ervan uit dat deze ontwikkeling nog verder doorzet in lijn met het inwonertal. Dit zal zorgen voor een stijging van de vraag naar beschermde woonplekken in de gemeente Hof van Twente. Er is daarom ook een trendscenario uitgewerkt waarin de BWplekken evenredig zijn verdeeld over alle gemeenten in de regio. 2 • In de basisprognose blijft er een tekort van zo’n 10 BW-plekken. In het trendscenario zal het tekort in Hof van Twente in 2035 zijn opgelopen tot zo’n 100 BW-plekken. • Beschermd Wonen Wmo is in principe bedoeld als tijdelijke voorziening.
Bij een gelijkblijvende omvang van de BW-Wmo groep (basisscenario), zal er een gemiddelde uitstroom in Hof van Twente vanuit Beschermd Wonen Wmo van circa 1 persoon per jaar zijn. Een groeiende omvang van de BWWmo groep (trendscenario) zal leiden tot een uitstroom van ongeveer 18
2
personen in 2035 – waarvan naar verwachting zo’n 14 personen behoefte hebben aan zelfstandige woonruimte (eventueel in geclusterde setting).
Vraag-aanbod woonvormen BW 120 100 80 60 40 20 0 2023
2025
Vraag basisscenario
2030 Vraag trendscenario
2035 Aanbod
Bron: Woonzorgweter, Companen.
Kwetsbare jongeren • Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten in Hof van Twente: gezinshuis, begeleid wonen, wonen met behandeling en gesloten jeugdhulp. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar, waarna jongeren ofwel uitstromen naar zelfstandig wonen ofwel doorstromen naar een instelling voor Wlz-zorg of Beschermd Wonen. Landelijk wordt wel gesproken over het ophogen van de leeftijdsgrens voor jeugdzorg naar 21 jaar, voor jongeren die langer begeleiding nodig hebben.
Dit is in zekere zin een hypothetisch scenario, aangezien sommige mensen behoefte hebben aan een gespecialiseerde woonvorm die alleen regionaal te organiseren is.
1735.103/G | Woonzorganalyse
9
• Uitgaande van de huidige situatie is de verwachting dat er op jaarbasis in Hof van Twente 8 jongeren/jongvolwassenen uitstromen vanuit een vorm van jeugdzorg met verblijf. Hiervan kunnen er ongeveer 3 direct zelfstandig wonen; ongeveer 4 jongeren/jongvolwassenen hebben behoefte aan een tussenvorm zoals een trainingshuis of geclusterd wonen met begeleiding; ongeveer 1 persoon stroomt door naar een plek in een zorginstelling voor (jong)volwassenen (GGZ-W, BW).
Dak- en thuislozen • Mensen die (tijdelijk) geen vorm van onderdak hebben, kunnen terecht bij de Maatschappelijke Opvang. De Maatschappelijke Opvang kent een grote verscheidenheid aan vormen, en ook een grote diversiteit aan mensen. De opvangvoorzieningen zijn bedoeld voor mensen die te maken hebben met (een combinatie van) huiselijk geweld, psychische problemen, schulden of verslaving. Mensen die als gevolg van een relatiebreuk of werkloosheid op straat komen te staan (‘economisch daklozen’) zonder verdere problematiek kunnen in principe geen gebruik maken van de maatschappelijke opvang. • In Hof van Twente is geen aanbod aan opvangplekken. De regionale opvangvoorzieningen zijn op dit moment gevestigd in Enschede. Gemeente Enschede heeft aangegeven dat de jaarlijkse vraag naar zelfstandige woonruimte (met ambulante begeleiding) voor mensen die uitstromen vanuit de opvang en in Hof van Twente willen wonen, uitkomt op zo’n 2 mensen.
• Hoe groot de jaarlijkse vraag naar uitstroomwoningen zal zijn, is moeilijk te voorspellen. Dit is immers afhankelijk van veel factoren waaronder het effect van de inzet op preventie (wie niet instroomt in een voorziening, hoeft ook niet uit te stromen) en de ontwikkeling van de gemiddelde verblijfsduur van mensen die in een instelling verblijven. • Onderstaande tabel toont de verwachte jaarlijkse vraag naar zelfstandige woonruimte voor de uitstromers uit instellingen. Voor deze uitstromers geldt dat zij over het algemeen behoefte hebben aan een betaalbare sociale huurwoning. Tabel 2.1: Jaarlijkse vraag naar woonruimte voor uitstromers Behoefte aan zelfstandige Doelgroep woonruimte (wooneenheden) Uitstroom Beschermd Wonen* 1 tot 14 Uitstroom Jeugdzorg met verblijf 3 Uitstroom Maatschappelijke Opvang 2 Totaal 6 tot 19 * Bandbreedte uitstroom BW op basis van basisprognose en trendprognose. Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen
• In 2022 kwamen er in Hof van Twente 160 betaalbare sociale huurwoningen beschikbaar voor een nieuwe huurder. Bij een gelijkblijvend aantal mutaties betekent dat, dat 4 tot 12% van de vrijkomende corporatiewoningen nodig zouden zijn om de verschillende uitstromers aan woonruimte te helpen.
Uitstroom richting de reguliere woningmarkt • Een verblijf in Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en jeugdzorg is in principe tijdelijk; elk jaar stromen er dan ook mensen uit deze voorzieningen uit richting de woningmarkt.
1735.103/G | Woonzorganalyse
10
2.2 Aandachtspunten voor de visie Passende huisvesting is niet genoeg om inwoners met een zorgvraag goed te kunnen laten wonen in Hof van Twente. De komende jaren zullen personeelstekorten in de zorg groeien. Ook de woonomgeving vraagt aandacht: deze moet toegankelijk zijn voor mensen met een beperking, en bij voorkeur ook uitnodigen tot ontmoeten en bewegen. Hieronder benoemen we een aantal aandachtspunten voor de visie op wonen, welzijn en zorg die de gemeente Hof van Twente samen met haar partners wil opstellen. Deze zijn gebaseerd op de gesprekken die we in het kader van dit onderzoek hebben gevoerd met medewerkers van de gemeente en stakeholders, én op vergelijkbare trajecten elders in het land.
Voldoende beschikbaarheid van zorg voor wie dat nodig heeft • • •
•
• Een aantal aandachtspunten betreft een specifieke doelgroep (bijvoorbeeld ouderen), andere zijn meer algemeen van aard. Hieronder zetten we de belangrijkste punten op een rij. Voor een volledig overzicht: zie hoofdstuk 9.
Clustering van woonzorgvoorzieningen/ouderenhuisvesting ten behoeve van efficiënte zorgverlening. Inzet zorgtechnologie om zorgverleners te ontlasten en de zelfredzaamheid van mensen met een zorgvraag te vergroten. Versterken samenwerking tussen zorgaanbieders om expertise te bundelen en personeel efficiënter in te kunnen zetten (bijvoorbeeld door zorg in de nachtelijke uren te bundelen). Zorgen voor aanbod aan plekken waar mensen ‘tijdelijke zorg’ kunnen ontvangen - bijvoorbeeld als zij na een ziekenhuisopname niet meteen terug naar huis kunnen of om de mantelzorger op adem te laten komen (respijtzorg). Zorgen voor aanbod aan ambulante begeleiding voor uitstromers uit instellingen. Ook om te voorkomen dat mensen opnieuw instromen in een instelling. Daarnaast in de begeleiding ook aandacht hebben voor het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën.
Passende woonvormen voor verschillende groepen • • • • • • •
Aanbod aan geclusterd wonen en andere ‘tussenvormen’. Betaalbare woningen voor uitstromers uit instellingen. Voorlichting over de mogelijkheden voor woningaanpassingen. Stimuleren van doorstroming naar een geschikte, al dan niet geclusterde woning. Diversiteit aan woonconcepten die aansluiten bij de vraag. Gerichte woningtoewijzing van geschikte en aangepaste woningen. Heldere eisen voor nieuwbouw (toegankelijkheid en voorzieningen).
1735.103/G | Woonzorganalyse
Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ •
•
•
‘Omzien naar elkaar’ begint ermee dat inwoners elkaar kennen, elkaar ontmoeten en weten waar ze een ander mee kunnen helpen. Belangrijk hierbij zijn mogelijkheden voor ontmoeten nabij de woning en gerichte inzet op gemeenschapsvorming. Projecten voor ‘gemengd wonen’, waarbij mensen met en zonder zorgvraag bij elkaar wonen, bieden kansen om het omzien naar elkaar te versterken. De mate waarin inwoners voor elkaar willen en kunnen klaar staan, verschilt per kern en wijk. De vraag hoe het ‘omzien naar elkaar’ het beste kan worden ondersteund vanuit de gemeente en professionele partijen, is daarmee een kwestie van maatwerk.
11
• •
Ruimte bieden aan burgerinitiatieven voor zorgzame buurten. Aandacht voor mantelzorgondersteuning zodat mantelzorgers niet overbelast raken (advies, lotgenotencontact, respijtzorg, logeerzorg, woonvormen die mantelzorg mogelijk maken).
Een geschikte woonomgeving • • •
Inrichting van de openbare ruimte, die toegankelijk is voor mensen met een mobiliteitsbeperking en uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Spreiding van voorzieningen en aandacht voor ‘mobiliteit’ voor inwoners die verder van voorzieningen wonen. De juiste woning op de juiste plek: nieuwbouw voor mensen met een zorgvraag bij voorkeur dicht bij voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer. De interactieve voorzieningenkaart die is gemaakt in het kader van dit onderzoek biedt hiervoor een praktisch handvat.
1735.103/G | Woonzorganalyse
12
3 Ouderen In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag naar specifieke huisvesting voor ouderen. Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen wonen zelfstandig en zijn vitaal. Ook van de ouderen met een zorgvraag woont een groot deel zelfstandig, al dan niet met ondersteuning vanuit de wijkverpleging.
3.1 Doelgroep en context In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van drie groepen ouderen: • Ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze mensen wonen in een verpleeghuis of woonzorgcentrum, een deel in een geclusterde woonvorm zoals een serviceappartement en een deel in een reguliere woning. • Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen doet een beroep op een geclusterde woonvorm en welk deel zal in de toekomst wonen in een (aangepaste) reguliere woning? • Ook hebben we aandacht voor de groep ouderen zonder zorgvraag; een deel van hen anticipeert op een mogelijke zorg- of ondersteuningsvraag in de toekomst en wenst daarom ook een specifiek soort woning. De leeftijd waarop mensen zich ‘oud’ voelen verschilt van persoon tot persoon. Wij kiezen er in dit onderzoek voor om de totale groep 65-plussers te betrekken
1735.103/G | Woonzorganalyse
in de analyses. In de gebruikte methodiek wordt wel een onderscheid gemaakt naar leeftijdsgroepen binnen die totale groep, op basis van de zorg- en ondersteuningsbehoefte per leeftijdsgroep en de woonbehoefte die daarmee samenhangt.
Demografie In januari 2023 woonden er circa 35.100 mensen in de gemeente Hof van Twente. Volgens de bevolkingsprognose van de gemeente zal Hof van Twente in 2035 uit circa 34.950 inwoners bestaan (-0,5%). Het aantal ouderen in de gemeente neemt in de komende jaren sterk toe - en daarmee ook het aandeel op de totale bevolking. In onderstaand figuur zien we dat het aandeel 65plussers op de totale bevolking groeit van 26% nu, naar 31% in 2035. Figuur 3.1: Bevolkingssamenstelling gemeente Hof van Twente, 2023 – 2035
15% 13% 10%11%
65-74 jaar
3%
75-84 jaar 5%
85+ jaar Bevolking < 65 jaar
2023 2035
Bron: Bevolkingsprognose Hof van Twente.
Wanneer we kijken naar het aandeel 65-plushuishoudens ten opzichte van het totaal aantal huishoudens in de gemeente, zien we dat het aandeel nu 38% is
13
en in 2035 43%. Er is met name een sterke groei te zien in de oudste groep (85plus); we noemen dit ‘dubbele vergrijzing’. Figuur 3.2: Huishoudenssamenstelling gemeente Hof van Twente, 2023 – 2035
20% 18%
65-74 jaar 15% 16% 5% 2023 2035
75-84 jaar 85+ jaar Huishoudens < 65 jaar
7%
Bron: Huishoudensprognose Hof van Twente.
3.2 Woonwensen en woonvormen Wensbeelden ouderen De woonvraag onder ouderen valt uiteen in de groep die een beroep doet op regulier wonen, een groep die woont in (kleinschalig) geclusterd wonen en een groep die woont in woonzorgcentrum waar intensieve zorg geboden wordt. Op basis van literatuuronderzoek en gesprekken met ouderen die we elders in het land hebben gehouden, geven we hieronder een beschrijving van de belangrijkste woonwensen van (toekomstige) ouderen.
1735.103/G | Woonzorganalyse
Verhuisgeneigdheid • De verhuisgeneigdheid onder ouderen is over het algemeen laag, vooral onder ouderen met een koopwoning. Met woningaanpassingen, ondersteuning uit het eigen netwerk en de scootmobiel is langer thuis wonen goed mogelijk, mits ouderen hier zelf tijdig op anticiperen. Als veel ouderen hun woning willen aanpassen en hiervoor een beroep doen op de Wmo, dan kan dit tot hoge kosten leiden voor de gemeente. • De eigen gezondheid en de gezondheid van de partner is een belangrijke reden om wel of niet te verhuizen. • Een veel genoemde reden om niet te willen verhuizen, is de angst voor hogere woonlasten na een verhuizing. Woning • Ouderen geven aan dat zij graag willen wonen in een levensloopgeschikte woning die voldoet aan de volgende uitgangspunten: de woning moet gelijkvloers zijn, zonder drempels, met één of twee slaapkamers en een verhoogd toilet. • Voor ouderen zonder zorgvraag of met een lichte zorgvraag zijn hofjes een aantrekkelijke woonvorm vanwege de mogelijkheid van sociaal contact. Met een ‘hofje’ bedoelen we hier overigens niet alleen grondgebonden woningen rondom een binnentuin; het belangrijkste is dat het ontwerp uitnodigt tot onderling contact en betrokkenheid. Dat kan bijvoorbeeld ook in een appartementencomplex met een gezamenlijk atrium en restaurant.
Woonomgeving • Vanwege een afnemende mobiliteit is het voor veel ouderen prettig om dicht bij voorzieningen te wonen, zoals ontmoetingsplekken, huisarts, supermarkt of apotheek.
14
Zorg en ondersteuning • In de afgelopen jaren zijn veel technologische hulpmiddelen ontwikkeld die het langer thuis wonen van senioren makkelijker maken. Bij de inzet van technologie/domotica kan gedacht worden aan valdetectie, beeldbellen, de inzet van zorgrobots en automatische medicijndispensers. Voor de huidige generatie 75-plussers zijn technologische oplossingen in zorg en ondersteuning in sommige gevallen te ingewikkeld en te duur. Enkelen geven aan hier moeilijk mee om te kunnen gaan en mensen met dementie kunnen het veelal niet meer aanleren. Ook zijn sommige mantelzorgers onvoldoende bekend met de werking. Voorlichting over de inzet van domotica aan zorgverleners en ouderen zelf is belangrijk. Over het algemeen zullen toekomstige ouderen echter adaptief genoeg zijn om met het gros van de technologische vernieuwingen overweg te kunnen. De inzet van technologie is dan een waardevol instrument dat kan bijdragen aan zelfstandig wonen.
Woonvormen voor ouderen Wij maken in dit rapport een onderscheid tussen ‘regulier wonen’, ‘geclusterd wonen’ en ‘woonzorgcentrum’. • Reguliere woningen zijn niet-geclusterde woningen die niet gelabeld of bestemd zijn voor een bepaalde doelgroep. Het gaat hierbij om zowel grondgebonden gezinswoningen als om appartementen of studio’s. • Geclusterd wonen is een woonvorm voor ouderen met of zonder zorg die zelfstandig willen wonen in een complex met andere ouderen, waar zij de mogelijkheid hebben voor laagdrempelig contact met buren. De woningen zijn levensloopgeschikt en er is een mogelijkheid voor ontmoeten inpandig of in de directe woonomgeving. Eventuele zorg aan bewoners wordt betaald vanuit de Zvw, Wmo of Wlz (vanuit een VPT of MPT). Intramurale voorzieningen vallen niet in deze categorie. Een Wlz-zorgindicatie is geen voorwaarde om hier te komen wonen. Onder geclusterde woonvormen valt
1735.103/G | Woonzorganalyse
een uiteenlopend palet aan woonvormen: van klassieke seniorencomplexen en aanleunwoningen tot hofjes. • Woonzorgcentrum is een woonvorm die alleen toegankelijk is voor ouderen met een Wlz-zorgvraag (eventueel plus partner). De Wlz-zorg kan intramuraal of extramuraal (vanuit een VPT of MPT) gefinancierd worden. Er zijn verschillende verschijningsvormen: binnen deze categorie vallen zowel verpleeghuizen en grootschalige woonzorgcentra als kleinschalige woonvormen, bijvoorbeeld voor mensen met dementie. Van de ouderen met een zware zorgvraag woont een groot deel in een woonzorgcentrum of in geclusterd wonen voor ouderen. Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die er - uit voorzorg, of vanwege een behoefte aan comfort of sociale contacten - voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz-indicatie gebruik maken van ‘extramurale woonvormen’ waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg. Er bestaan ook hybride vormen: woon-zorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlz-indicatie en andere bewoners die daar wonen op basis van scheiden wonen en zorg.
Het verschil tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’ is in die gevallen zuiver financieel. De verwachting van zorgaanbieders is dat er in de toekomst steeds meer van dit soort hybride concepten zullen komen.
15
3.3 Zorgvraag in beeld De groep ouderen in de gemeente Hof van Twente zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2023 zijn er circa 5.800 65-plushuishoudens, in 2035 zal dit aantal zijn opgelopen tot 6.800 huishoudens.
•
De meerderheid van de 65-plussers in Hof van Twente is vitaal en kan nog prima uit de voeten in een reguliere woning. Ook ouderen die beperkingen beginnen te krijgen, kunnen nog heel veel wél. Tegelijkertijd weten we dat met het afnemen van de vitaliteit de woonwensen van ouderen veranderen.
•
Het vitaliteitstredemodel van Companen geeft nader inzicht in de woonbehoefte van ouderen, op basis van de zorgvraag van betrokkenen. Het model bevat vier treden. In de eerste trede zitten de meest vitale ouderen, die niet of nauwelijks gebruik maken van zorg; in de vierde trede vallen ouderen met een zware zorgvraag. In het model worden ouderen (65-plus) ingedeeld op basis van de ‘zwaarste’ zorgvorm die zij het afgelopen jaar ontvingen. Als voorbeeld: ouderen die zowel huishoudelijke hulp vanuit de Wmo krijgen als wijkverpleging vanuit de Zvw, tellen we mee in vitaliteitstrede 3.
1735.103/G | Woonzorganalyse
• •
Toelichting Vitaliteitstredenmodel De meest vitale ouderen zitten in vitaliteitstrede 1. Zij hebben geen zorgindicatie, maar maken hooguit gebruik van eerstelijns huisartsenzorg of zorg van de specialist (vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg). Als ouderen gebruik maken van Wmo-ondersteuning, dan vallen ze in vitaliteitstrede 2. Het gaat hier ook om relatief vitale ouderen. De ondersteuning die zij krijgen bestaat uit hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere ondersteuning waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. In vitaliteitstrede 3 vallen ouderen die wijkverpleging ontvangen vanuit de Zvw. Een deel van deze mensen ontvangt ook ondersteuning vanuit de Wmo. In vitaliteitstrede 4 vallen ouderen die een Wlz-indicatie hebben. Ouderen met een Wlz-indicatie kunnen terecht in een verpleeghuis, maar zij kiezen er tegenwoordig vaker voor om zelfstandig te blijven wonen met intensieve zorg (vanuit een Volledig Pakket Thuis). Op die manier kunnen zij zo lang mogelijk zelf regie houden over hun woon(zorg)situatie.
16
Figuur 3.3: Vitaliteitstredenmodel
Het volgende figuur laat zien wat de huidige verdeling is van ouderen in de gemeente Hof van Twente naar de verschillende vitaliteitstreden. In paragraaf 3.5 gaan wij in op de huidige woonsituatie van ouderen in Hof van Twente. Figuur 3.4 laat zien hoeveel mensen in de komende jaren zullen vallen in de verschillende vitaliteitstreden, uitgaande van het huidige zorggebruik per leeftijdscategorie en de demografische prognose. De percentuele groei is met name fors in vitaliteitstrede 4. Figuur 3.4: Prognose vitaliteit ouderen in Hof van Twente, naar vitaliteitstrede (in personen) 12.000 10.000 8.000
De indeling in treden geeft inzicht in de zorgvraag en vitaliteit van ouderen, en is daarmee een goede voorspeller van de woonvraag. Uit woonwensenonderzoeken blijkt dat ouderen naarmate ze minder vitaal worden, vaker een voorkeur hebben voor een geclusterd woonconcept voor ouderen. Dit is ook terug te zien in het feitelijk woongedrag van ouderen. Dat betekent niet dat in geclusterde woonvormen alleen ouderen met een (zware) zorgvraag wonen: er zijn ook ouderen die al voordat ze een zorgvraag ontwikkelen graag willen verhuizen naar geclusterd wonen: niet vanwege hun actuele zorgvraag, maar uit voorzorg, of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. In vitaliteitstrede 4 woont een aanzienlijk deel van de ouderen in een geclusterd woonconcept waar intensieve zorg geboden wordt (zoals een verpleeghuis); ook voor deze groep geldt echter dat een deel nog in een reguliere woning woont.
1735.103/G | Woonzorganalyse
6.000 4.000
389 231 2.150 640
328 172 1.820 410
339 181 1.870 450
356 204 2.010 540
6.490
6.610
7.020
7.580
2023
2025
2030
2035
2.000 0
Vitaliteitstrede 1
Vitaliteitstrede 2
Vitaliteitstrede 3
Vitaliteitstrede 4 - SOM
Vitaliteitstrede 4 - PG Bron: Woonzorgweter Companen, bevolkingsprognose gemeente Hof van Twente, CBS-Microdata, 2023.
17
3.4 Vraaganalyse Wanneer we de cijfers uit figuur 3.4 combineren met informatie over de woonwensen per vitaliteitstrede (bijlage 5), dan volgt daar een beleidsvrije vraagprognose voor woonvormen uit. Deze prognose noemen we de basisprognose. Tabel 3.1 toont het resultaat. In de tabel is te zien dat ook in de toekomst het grootste deel van de 65-plussers zal wonen in een reguliere woning. De toename in de vraag naar regulier wonen zal zich niet in zijn geheel vertalen in een nieuwbouwopgave; veel toekomstige ouderen wonen per slot van rekening al in een woning en zullen in deze zelfde woning blijven wonen als ze ouder worden. Doordat er steeds meer ‘oudere ouderen’ in de gemeente Hof van Twente wonen, zal onder de totale groep 65-plussers de behoefte aan geclusterd wonen en woonzorgcentrum in verhouding meer gaan toenemen dan de behoefte aan regulier wonen. Tabel 3.1: Prognose vraag naar woonvormen voor ouderen gemeente Hof van Twente, basisprognose (2023 - 2035, huishoudens, afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 Regulier wonen 4.360 4.430 4.660 5.040 Geclusterd wonen 1.080 1.110 1.190 1.290 Woonzorgcentrum SOM 130 135 145 160 Woonzorgcentrum PG 250 255 280 305 Totaal 5.820 5.930 6.275 6.795 Bron: Bevolkingsprognose Hof van Twente 2023, indicatiegegevens CIZ.
Trendvariant Met de basisprognose als vertrekpunt zijn we in gesprek gegaan met stakeholders. In deze bijeenkomst hebben we trends en ontwikkelingen besproken die van invloed kunnen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg voor
1735.103/G | Woonzorganalyse
ouderen. Op basis van de bespreking hebben we een trendvariant van de behoefteprognose uitgewerkt waarin we rekening hebben gehouden met de volgende punten die uit het gesprek naar voren kwamen: • Een steeds groter deel van de mensen met een Wlz-indicatie zal buiten een woonzorgcentrum wonen. Dat sluit aan bij de wens van veel ouderen om eigen regie te houden over het leven. • We voorzien een minimale stijging in het aanbod van het aantal intramurale plekken in woonzorgcentra; de stijging van het aantal ouderen met een Wlzindicatie (vitaliteitstrede 4) zal vooral opgevangen moeten worden in zowel woonzorgcentrum extramuraal (VPT/MPT) als in geclusterde woonvormen. Het gaat hier onder meer om geclusterde woonvormen op basis van scheiden wonen/zorg, waarbij geldt dat als mensen een zeer zware zorgvraag ontwikkelen, ze toch moeten verhuizen naar een verpleeghuis. • Op basis van gesprekken elders in het land verwachten we dat ook in Hof van Twente geldt dat ouderen met een psychogeriatrische zorgvraag relatief vaker een beroep zullen doen op een woonzorgcentrum dan ouderen met een somatische zorgvraag. • We verwachten dat richting de toekomst relatief meer mensen in vitaliteitstrede 1 tot en met 3 zullen verhuizen naar een geclusterde woonvorm, uit voorzorg, of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort.
De nieuwe generatie ouderen is zich meer bewust van de noodzaak om tijdig te anticiperen op hun toekomstige zorgvraag en zal daardoor eerder deze stap zetten – mits er uiteraard voldoende aantrekkelijk en divers aanbod van geclusterde woningen is. Bijlage 5 toont de aannames die we hebben gehanteerd voor het jaar 2035. In de trendprognose beweegt de vraag naar bepaalde woonvormen in elk van de vitaliteitstreden geleidelijk aan van de huidige verdeling naar deze verdeling.
18
Tabel 3.2 Prognose vraag naar woonvormen in gemeente Hof van Twente, trendprognose (2023 - 2035, huishoudens, afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 Regulier wonen 4.360 4.375 4.440 4.635 Geclusterd wonen 1.080 1.170 1.440 1.750 Woonzorgcentrum SOM 130 130 135 140 Woonzorgcentrum PG 250 255 260 270 Totaal 5.820 5.930 6.275 6.795
Tabel 3.3: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente Hof van Twente, uitgesplitst naar marktsegment, basisprognose (2023 - 2035); huishoudens; afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 Sociale huur 300 300 310 320 Vrije sector huur 160 160 170 180 Koop 620 650 710 790 Totaal 1.080 1.110 1.190 1.290
Bron:
Bron: Woonzorgweter, WoON2021, bevolkingsprognose Hof van Twente en CBS-Microdata.
Woonzorgweter, bevolkingsprognose Hof van Twente, indicatiegegevens CIZ en CBSMicrodata.
Uitsplitsing naar marktsegment Op basis van het WoON2021 en CBS-Microdata is achterhaald waar de groep 65-plussers nu woont en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen verder uit te splitsen naar marktsegment. Circa 28% van geclusterd wonen voor ouderen valt binnen de sociale huur, 15% binnen de vrije sector huur en 57% binnen de koopsector. Naar de toekomst toe zien we het aandeel binnen de sociale huur afnemen (25%) en het aandeel in de koop juist toenemen (61%). Het aandeel in de vrije sector huur blijft ongeveer gelijk (14%).
1735.103/G | Woonzorganalyse
Tabel 3.4: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente Hof van Twente, uitgesplitst naar marktsegment, trendprognose (2023 - 2035); huishoudens; afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 Sociale huur 300 310 370 440 Vrije sector huur 160 170 200 240 Koop 620 690 870 1.070 Totaal 1.080 1.170 1.440 1.750 Bron: Woonzorgweter, WoON2021, bevolkingsprognose Hof van Twente en CBS-Microdata.
Uitsplitsing naar wijken De behoefteprognose in de trendvariant is ook op een lager schaalniveau doorgerekend. Hierin is rekening gehouden met de wisselende bevolkingsopbouw binnen de kernen in Hof van Twente. Uitgangspunt van de berekening is de veronderstelling dat de meeste ouderen het liefst in de eigen kern willen blijven wonen als zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm of woonzorgcentrum. Op de volgende pagina staat de behoefteprognose per kern weergegeven.
19
Tabel 3.5: Behoefteprognose woonvormen per kern, trendprognose (2023 - 2035; huishoudens; afgerond op 5-tal) Regulier wonen Geclusterd wonen voor ouderen Kern 2023 2025 2030 2035 2023 2025 2030 2035 Goor (+ De Whee II en Verspreide huizen 1.480 1.475 1.480 1.550 370 400 490 590 Kerspel en omgeving) 850 860 880 940 210 230 280 350 Markelo (+ Elsen) 380 380 380 390 90 100 120 150 Diepenheim 1.050 1.040 1.050 1.075 270 290 350 420 Delden (+ overig Delden) 600 620 650 680 140 160 200 250 Bentelo en Hengevelde 4.360 4.375 4.440 4.635 1.080 1.170 1.440 1.750 Totaal Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Hof van Twente, indicatiegegevens CIZ en CBS-Microdata.
De vraag naar geclusterd wonen gaat in absolute zin het sterkst stijgen in Goor: van 370 nu naar 590 in 2035. In relatieve zin stijgt de vraag naar geclusterd wonen het sterkst in Bentelo/Hengevelde. De vraag naar een plek in een woonzorgcentrum stijgt met zo’n 10 voor zowel Goor als Markelo. In Delden en Bentelo/Hengevelde stijgt deze vraag met 5 plekken. Van woonzorgcentra is bekend in welke kern de voorziening staat.3 Vergelijken we de vraag met het aanbod, dan zien we dat in de kernen met de hoogste vraag naar woonzorgcentrum (Goor en Delden), ook het meeste aanbod is. Echter is vraag en aanbod op kernniveau lastig met elkaar te vergelijken: niet elke (kleine) kern kan een woonzorgcentrum hebben, omdat hiervoor ook een bepaalde schaalgrootte nodig is.
3
Woonzorgcentrum (SOM) 2023 2025 2030 2035
Woonzorgcentrum (PG) 2023 2025 2030 2035
45 20 10 35 20 130
90 45 20 65 30 250
45 20 10 35 20 130
45 25 10 35 20 135
50 25 10 35 20 140
Tabel 3.6: Aanbod woonzorgcentrum per kern Kern Goor (+ De Whee II en Verspreide huizen Kerspel en omgeving) Markelo (+ Elsen) Diepenheim Delden (+ overig Delden) Bentelo en Hengevelde Totaal
90 45 20 70 30 255
90 50 20 70 30 260
95 50 20 70 35 270
Woonzorgcentrum 222 (+20) 29 0 (+50) 117 0 368 (70)
* Tussen haakjes betreft aanbod dat vanaf 2026 wordt toegevoegd
Voor een deel van het geclusterd woningaanbod voor ouderen is onbekend in welke kern het aanbod staat; dit komt mede doordat het geclusterd woningaanbod in de vrije sector huur en koopsector voornamelijk komt vanuit CBS-Microdata.
1735.103/G | Woonzorganalyse
20
3.5 Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen Verschillende groepen ouderen zoeken verschillende typen geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun waardenprofiel en financiële mogelijkheden die wij samenbrengen in zogeheten ‘woonstijlen’. Tabel 3.7: Indeling voor woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie Lagere financiële Middel financiële Hoge financiële positie positie positie Stille Generatie Kwetsbare Oudere Welgestelde (1940 e.o.) Ouderen comfortzoekers cultuurminnaars Protestgeneratie Traditionele Vitale Welgestelde (1940 - 1955) buurtbewoners comfortzoekers levensgenieters Generatie X Actieve Moderne Ondernemende (1955 - 1970) buurtbewoners hofjesbewoners levensgenieters
Wij zien negen dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50+) (bijlage 6). In de woonstijlen worden 50-65-jarigen meegenomen, omdat deze groep in de toekomst de ‘nieuwe’ generatie ouderen zijn. Op dit moment hebben zij nog een beperkte vraag naar geschikte en geclusterde woonvormen. Naarmate de leeftijd vordert zal de vraag toenemen naar seniorenwoningen. De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van feitelijke en subjectieve informatie (CBS-Microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen) ten aanzien van het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In welke groep iemand is ingedeeld, is onder meer afhankelijk van het geboortejaar (generatie) en de financiële positie.
1735.103/G | Woonzorganalyse
Wij maken een inschatting van de keuze die mensen gaan maken op het moment dat zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm voor ouderen. Dit leidt tot een ‘woonmix’ per woonstijl (zie bijlage 6). In de woonmix maken wij primair het onderscheid tussen de voorkeur voor appartementen (afkorting app: weinig onderhoud, overzichtelijk en gezamenlijke voorzieningen) en grondgebonden woningen (afkorting ggb: groter woonoppervlak, buitenruimte en meer zelfstandigheid). Secundair geven we aan welke woonconcepten goed passen bij de waarden en de financiële positie van de woonstijlen.
Generatiewissel De ideale woonmix van de totale groep ouderen zal van jaar op jaar veranderen, omdat generaties elkaar opvolgen en de verhouding tussen de woonstijlen dus ook verandert. Figuur 3.5 geeft een beeld van deze generatiewissel: in deze grafiek is te zien hoe de totale groep 65-plushuishoudens op enig moment is samengesteld, uitgedrukt in woonstijlen. We zien dat de ‘stille generatie’ geleidelijk aan uit beeld verdwijnt en Generatie X zijn opwachting maakt.
Woningtype en woonconcept Op basis van de woonwensen per woonstijl (bijlage 6) en de prognose van woonstijlen (figuur 3.5) is het mogelijk om een prognose op te stellen van gewenste woningtypes en woonconcepten binnen het geclusterd wonen. Figuur 3.6 geeft weer hoe de behoefte aan diverse woonconcepten binnen het geclusterd wonen zich door de tijd naar verwachting zal ontwikkelen (in aandelen). De relatieve behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en grondgebonden seniorenwoningen, zal met de komst van nieuwe generaties, geleidelijk gaan afnemen. Het hofjeswonen en luxe levensloopbestendige appartementen zullen relatief gezien aan populariteit winnen.
21
Figuur 3.5: Verdeling 65-plushuishoudens naar woonstijl gemeente Hof van Twente (2023 - 2035; afgerond op 10-tal)
Figuur 3.6: Gewenste verdeling binnen geclusterd wonen, naar woonconcept
Gewenste invulling van geclusterd wonen 100% 90%
170 240 160 1.550
80%
2023
11%
28%
6%
23%
11%
9%
12%
2025
11%
27%
6%
24%
12%
10%
11%
2030
11%
23%
14%
12%
10%
2035
11%
21%
15%
14%
10%
1.130
880 1.490 600
70% 60%
630
1.580
1.320
50%
1.350 1.300
30%
1.050
520
10%
360
420 290
810
660
0%
2023 Generatie X 1955 - 1970
Protestgeneratie 1940 - 1955 Stille Generatie 1925 - 1940
1735.103/G | Woonzorganalyse
1.150 200 140 310
5%
24%
1.070 0%
20%
24%
1.240 1.190
40%
6%
1.050 840
20%
40%
60%
Levensloopbestendige woningen (ggb)
Seniorencomplex
Luxe levensloopbestendige appartementen
Serviceflat
Hofjeswonen (ggb)
Hofjeswonen (app)
80%
100%
Aanleunwoning (app)
Bron: Woonzorgweter, huishoudensprognose Hof van Twente en CBS-Microdata.
910
60 40 100 2025 2030 2035 Ondernemende levensgenieters Moderne hofjesbewoners Actieve buurtbewoners Welgestelde levensgenieters Vitale comfortzoekers Traditionele buurtbewoners Welgestelde cultuurminnaars Oudere comfortzoekers Kwetsbare ouderen
Figuur 3.6 laat zien dat de relatieve behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en aanleunwoningen, met de komst van nieuwe generaties geleidelijk zal gaan afnemen. Een deel van de oudere bevolking zal hier echter wel behoefte aan houden. Het hofjeswonen zal aan populariteit winnen.
22
3.6 Aanbodinventarisatie ouderen Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en corporaties komt naar voren dat de gemeente Hof van Twente momenteel beschikt over 779 sociale huurwoningen in geclusterde woonvormen voor ouderen. Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Verder zien we circa 368 plaatsen voor woonzorgcentrum. Deze plekken worden bewoond door mensen met somatische of psychogeriatrische klachten. De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is: hetzij voor mensen met somatische of psychogeriatrische problematiek, hetzij soms ook voor thuiszorg (Zvw) en tijdelijke zorg. De tabel toont het aanbod aan woonvormen voor ouderen zoals dat in de inventarisatie naar voren is gekomen. Het aanbod in de vrije sector huur en koopsector komt voornamelijk vanuit CBS-Microdata; mogelijk hebben we niet al het aanbod in deze sectoren compleet in beeld.
Tabel 3.8: Aanbod geclusterd woningaanbod naar aanbieder (situatie 2023) Geclusterd wonen Vrije WoonzorgSociale sector centrum huur huur Koop Zorghuis Twente 23 Villa Vrijland 13 Carintreggeland 282 23 Stichting De Warme Huizen* 50 Viverion 568 Wonen Delden 148 32 Woonzorg Nederland 40 Schatting op basis van 120 145 microdata Totaal 368 779 152 145 * Stichting De Warme Huizen gaat vanaf 2026 uitbreiden met in totaal 70 plekken woonzorgcentrum op twee locaties. Bron: Aanbodinventarisatie gemeente (zorgaanbieders), Companen (corporaties) en CBS-Microdata.
Kenmerken geclusterde woningen in het corporatiebezit In de aanbodinventarisatie is aan corporaties gevraagd naar de kenmerken van hun huidige aanbod in geclusterde woonvormen voor ouderen. In totaal hebben de corporaties 788 woningen (sociale huur: 756; vrije sector huur: 32) in geclusterde woonvormen. Het grootste deel hiervan heeft een huurprijs tussen de kwaliteitskortingsgrens en de eerste aftoppingsgrens (58%). Er is geen geclusterd aanbod voor ouderen met een huurprijs tot de kwaliteitskortingsgrens. Corporaties hebben 4% aanbod geclusterd wonen boven de liberalisatiegrens. In onderstaand figuur is de verdeling te zien over de verschillende huurprijsklassen (prijspeil 2023).
1735.103/G | Woonzorganalyse
23
Figuur 3.7: Verdeling geclusterd wonen corporatiebezit naar huurprijsklasse
4% Tot 452 euro
25%
452-647 euro 647-694 euro 58% 13%
694-808 euro > 808 euro
• Voor 190 woningen (24%) - en op korte termijn voor 220 woningen (28%) - geldt dat ze gelegen zijn in een complex waar een (gezamenlijke) scootmobielberging aanwezig is. Het veelgebruikte keurmerk voor woningen Woonkeur schrijft voor dat er in complexen die gericht zijn op mensen met een zorgvraag ten minste één scootmobielstalling per twee woningen is; voor complexen waar zowel mensen met als zonder zorgvraag wonen, stelt Woonkeur geen harde eis aan het minimaal aantal aanwezige stallingsplaatsen. • Voor 180 van de 788 woningen hebben we ook informatie ontvangen over de nabijheid van voorzieningen. Deze 180 woningen liggen allemaal binnen 500 meter van een inloopvoorziening, supermarkt en bushalte.
3.7 De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod Bron: Aanbodinventarisatie Companen.
Voor 220 van de 788 corporatiewoningen hebben we ook informatie van de verhuurders ontvangen over de toegankelijkheid. We weten dat deze 220 woningen allemaal levensloopgeschikt zijn. 18% van deze woningen is ook nog eens rolstoelgeschikt. Naast de huurprijs en toegankelijkheid van de geclusterde woningen van de corporaties in Hof van Twente is in de aanbodinventarisatie ook gevraagd naar andere kenmerken. • Ongeveer 31% van de corporatiewoningen heeft een ontmoetingsruimte binnen het complex. • Als het gaat om veiligheid, is er bij 19% van de complexen een videodeurbel aanwezig.
1735.103/G | Woonzorganalyse
In onderstaande tabellen is te zien wat de balans is van vraag en aanbod in de basisprognose en de trendprognose, uitgaande van het huidige aanbod en de verschillende vraagprognoses. Negatieve getallen duiden op tekorten, positieve getallen op een overschot. Tabel 3.9: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, basisprognose (2023 - 2035; huishoudens, afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen -5 -30 -115 -220 Woonzorgcentrum SOM/PG -15 -25 +10 -30 Totaal -20 -55 -105 -250 Noot: De 70 extra plekken woonzorgcentrum van Stichting De Warme Huizen worden vanaf 2030 meegenomen in het aanbod. Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Hof van Twente 2023, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.
24
Tabel 3.10: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, trendprognose (2023 - 2035; huishoudens, afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen -5 -95 -365 -675 Woonzorgcentrum SOM/PG -15 -15 +40 +25 Totaal -20 -110 -325 -650 Noot: De 70 extra plekken woonzorgcentrum van Stichting De Warme Huizen worden vanaf 2030 meegenomen in het aanbod. Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Hof van Twente, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.
Een vergelijking van de vraagprognoses met het huidige aanbod aan woonvormen voor ouderen laat zien dat het huidige woningaanbod voor ouderen niet voldoende is om aan de toekomstige vraag te voldoen: • De huidige vraag naar geclusterd wonen is redelijk in balans met het huidige aanbod. In de basisprognose ontstaat er een tekort van 220 geclusterde woningen in 2035. In de trendprognose is in 2035 het gat tussen vraag en aanbod nog groter met een tekort aan 675 woningen. • Vergelijken we het huidige totale aanbod aan plekken in een woonzorgcentrum met de vraag, dan komen we uit op een tekort van ongeveer 15 plekken. Aangezien sommige woonzorgcentrumplekken uitwisselbaar zijn voor somatische of psychogeriatrische zorg, kunnen we in de match van vraag en aanbod geen onderscheid maken naar deze twee vormen. Door de 70 extra plekken woonzorgcentrum van Stichting De Warme Huizen vanaf 2026, loopt in de basisprognose het tekort slechts op tot 30 plekken in 2035, terwijl in de trendprognose ontspanning ontstaat. Dat wil niet zeggen dat er een “overschot” aan woonzorgcentrumplekken is, want deze plekken kunnen ook een regionale functie vervullen.
•
•
•
Er zit ontspanning op het aanbod geclusterd wonen in de sociale huur. In de praktijk zijn deze woningen gewoon bewoond. We zien dat in zowel de basisprognose als de trendprognose richting 2035 genoeg sociale huurwoningen zijn. In kwalitatieve zin zal er wel een opgave liggen: het transformeren van traditioneel geclusterd aanbod naar meer moderne concepten. Op basis van de inventarisatie lijkt het aanbod in de vrije huursector redelijk in balans te zijn met de vraag. In 2035 ontstaat er een tekort van zo’n 30 woningen in de basisprognose en zo’n 90 woningen in de trendprognose. Voor geclusterd wonen in de koopsector is er momenteel al een groot tekort te zien. Het tekort loopt op tot 650 woningen in 2035 wanneer we uitgaan van de basisprognose, en tot 925 woningen wanneer we uitgaan van de trendprognose.
Tabel 3.11: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, basisprognose (2023 - 2035; huishoudens, afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 Sociale huur 480 480 470 460 Vrije sector huur -10 -10 -20 -30 Koop -475 -500 -565 -650 Totaal -5 -30 -115 -220 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Hof van Twente 2023, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.
Kijken we naar de marktsegmentatie van de geclusterde woonvormen van ouderen, dan valt het volgende op:
1735.103/G | Woonzorganalyse
25
Tabel 3.12: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, trendprognose (2023 - 2035; huishoudens, afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 Sociale huur 480 470 410 340 Vrije sector huur -10 -20 -50 -90 Koop -475 -545 -725 -925 Totaal -5 -95 -365 -675 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Hof van Twente 2023, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.
1735.103/G | Woonzorganalyse
26
4 Mensen met een lichamelijke beperking Tussen de (somatische) ouderenzorg en de zorg voor mensen met een lichamelijke beperking bestaat enige overlap. Mensen met een (al dan niet aangeboren) lichamelijke beperking hebben net als ouderen vaak behoefte aan een aangepaste woning en soms ook aan (intensieve) zorg. In dit hoofdstuk brengen we de langdurige zorgvragers met een lichamelijke beperking in beeld, en gaan we in op de vraag naar toegankelijke woningen vanuit deze groep en de groep ouderen in Hof van Twente.
4.1 Woonwensen en woonvormen Mensen met een lichamelijke beperking hebben allen behoefte aan een goed toegankelijke woning. De mate waarin een woning moet zijn aangepast is natuurlijk afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Het is niet belangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn. De woning zelf moet het liefst gelijkvloers zijn en genoeg ruimte bieden in de badkamer voor diverse hulpmiddelen. De woonomgeving moet toegankelijk zijn en de woning moet gelegen zijn in de buurt van voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken. Daarnaast moet er ook voldoende parkeergelegenheid zijn in de directe omgeving, bij voorkeur voor de deur.
4
4.2 Vraaganalyse Vraag naar woonzorgplekken voor LG-doelgroep Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2023 hadden in Hof van Twente 20 mensen een LGindicatie. Dit zijn met name mensen tussen de 18 en 65 jaar. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat de vraag naar woonplekken voor deze groep de komende jaren gelijk blijft; een vraag van 20 woonplekken. De vraag vanuit de groep mensen met een lichamelijke beperking kan worden opgevangen door middel van woonvormen die speciaal bedoeld zijn voor deze groep. Wanneer we naar het aanbod aan plekken voor mensen met een lichamelijke beperking kijken, hebben we geen woonplek in beeld. Het zou goed kunnen dat de mensen met een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking deze krijgen in een reguliere, aangepaste woning.
Vraag naar ‘geschikte’ woningen onder ouderen en LG-doelgroep Mensen met een mobiliteitsbeperking (waaronder ouderen) hebben behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning. Om de vraag naar geschikte woningen te bepalen, maken we gebruik van onze ervaringen uit het werkveld, woonwensenonderzoeken onder ouderen en cijfers van onderzoeksbureau ABF Research. Er zijn circa 1.435 huishoudens met een ADL-beperking4 in Hof van Twente. Richting de toekomst spiegelen wij de behoefte aan geschikte woningen aan de ontwikkeling van de groep ouderen in vitaliteitstrede 2 tot en met 4, om daarmee rekening te houden met de effecten van de vergrijzing op
Beperkingen bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen zoals traplopen, zich wassen of aankleden. Bron: CBS-Microdata Gezondheidsenquête 55-plus en aanname 55-min.
1735.103/G | Woonzorganalyse
27
de vraag naar geschikte woningen. We zien dat het aantal huishoudens met een ADL-beperking en daarmee ook de vraag naar geschikte woningen groeit met +305 woningen in de periode tot 2035. Figuur 4.1: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2023 - 2035; huishoudens, afgerond op 5-tal)
1.800 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0