15. Raadsbesluit APV.pdf
Tekst van het document
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder
vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder , is niet van toepassing op bouwwerken. Artikel
5:21
Vervallen
AFDELING
Artikel
1.
2.
5
5:22
SNUFFELMARKTEN
Definitie
In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. Onder snuffelmarkt wordt
a.
niet verstaan:
een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
b.
een
evenement
Artikel 5:23
als bedoeld
in artikel 2:24.
Organiseren van een snuffelmarkt
Meldingsplicht 1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of
c.
als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet
tevoren melding heeft gedaan. 2.
De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c,‚ binnen 6 weken
voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van:
3.
"oers
naam en adres van de organisator; adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; het aantal standplaatsen; en
o .
het te verwachten
aantal
bezoekers.
De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen 2 weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de
volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen 2 weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht. 4.
Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. -45-
AFDELING
6
Artikel 5:24 Meldingsplicht
1.
2.
3. 4. 5.
OPENBAAR
WATER
Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek
van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaart- politiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:
a.
nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; 3.
4.
5.
b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven
aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Artikel
5:26
(Vervallen) Artikel
5:27
(Vervallen)
Artikel 5:28
1.
Beschadigen van waterstaatswerken
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
-46-
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan eenieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening
Artikel 5:31 1.
Overlast aan vaartuigen
Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar
water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
AFDELING
Artikel
7
CROSSTERREINEN EN IN NATUURGEBIEDEN
GEMOTORISEERD
EN
RUITERVERKEER
5:31a
(Vervallen) Artikel
1.
2.
5:32
Crossterreinen
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
a.
b.
het voorkomen of beperken van overlast;
het behoud, het in stand houden en beschermen van fysieke omgevingswaarden, als natuur, bodem, water en lucht, die deze hebben voor mens, dier en plant en ter
bescherming van andere milieuwaarden; de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hogere regelgeving van de Provincie of het Rijk.
c. 3.
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
a.
het voorkomen van overlast;
b. c.
de bescherming van natuur- of milieuwaarden; de veiligheid van het publiek. -47-
3.
Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
b.
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
c. d.
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
e. 4.
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. Het verbod is voorts niet van toepassing:
a.
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
b.
5.
binnen de bij of krachtens de provinciale verordening stiltegebieden aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
zijn aangewezen als toestel. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
AFDELING
8
Artikel 5:34
VERBOD
VUUR
2.
STOKEN
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
1.
TE
vuur te stoken
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Mits geen sprake is van gevaar, overlast, hinder of schade voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. enkel gebruik van schoon en droog hout; c.
vuur voor koken, bakken en braden.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
>® Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter 5.
bescherming van de flora en fauna. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1° of 3’, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale milieuverordening.
AFDELING Artikel
5:35
9
VERSTROOIING
VAN
AS
Definitie
In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooïing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg;
b. 2.
gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
-48-
3.
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de as-bus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a.
4.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel
5:37
Hinder
of overlast
Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor
derden.
-49-
HOOFDSTUK
6
SANCTIE-, OVERGANGS-
EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met
hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: 2:1,2:6,
2:9, 2:10,
2:11, 2:12, 2: 132 14, 2:15, 2 16, 2:17, 2:18,
2:25,
2:19,
2:21,
2::
#
2:39, 2:55, 2:73c,
3:11, Sd, 4:5e, 4:5f, ‚5:10, 5:13, ‚5:38, 5:37.
2.
15, 518 519‘520 523 524 525 529 5é0 531 532
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: 2:45, 2:46, 2:51, 2:52, 2:864, 5:11, 5:12, 5:12a, 5:28.
3.
4.
In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningsplichtige activiteit, [artikel 2:12, eerste lid,] In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio's.
Artikel 6:2
1.
Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: de toezichthouders en de buitengewoon opsporingsambtenaren van de
gemeente Hof van Twente en de opsporingsambtenaren van de politie eenheid Oost. 2.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel 6:3
Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening Hof van Twente 2020 d.d. 15 december 2020 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5
Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
-50-
Artikel 6:7
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Hof van Twente
2021.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente
d.d. 23 november
2021.
De raad van Hof van Twente,
de gríffier,
de voorzitter,
mr. A. Venema
drs.
-51-
H.A.M.
Nauta-van
Moorsel
MPM