14. bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Almelo - Hengelo toelichting, regels en bijlagen.pdf
Tekst van het document
Blad 8 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 5. De locatie van het plangebied (rode lijn) op de bodemkaart (schaal 1:60.000; bron: archis.cultureelerfgoed.nl). Rode lijn = open ontgraving. Zwarte lijn = gestuurde boring. Paarse lijnen = gemeente grenzen.
2.1.5
Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische situatie Op de historische kaart van Hattinga uit 1754 is de dorpskern van Borne al weergegeven. Op de kaart is te zien dat het plangebied door de dorpskern heen loopt, maar waarschijnlijker is dat het hier om een onnauwkeurigheid in de kaart gaat, daar de dorpskern van Borne op latere kaarten meer naar het noorden is weergegeven (vanaf afbeelding 6). Ook is er op de kaart van Hattinga een molen weergegeven. Dit is waarschijnlijk de nu nog bestaande Noordmolen op landgoed Twickel. Dichter bij Borne (vlak naast de A1) heeft de molen te Azelo gestaan4, maar aangezien die in de 17e eeuw verdwenen is, zal deze waarschijnlijk niet op de Hattinga-kaart zijn weergegeven. Overigens is deze wel weer aangegeven op de kaart uit omstreeks 1820 (afbeelding 6). Verder is op de historische kaarten te zien dat het plangebied zich in landelijk gebied bevindt, en dat het op verschillende plaatsen door wegen wordt gekruist (afbeelding 6 t/m 9). Resten van deze historische wegen kunnen nog in de bodem aanwezig zijn. Op afbeelding 9, de kaart uit 1976, is het stuk van de A1 dat parallel loopt aan het plangebied en het knooppunt Buren weergegeven als zijnde in aanbouw.
4
www.molendatabase.org.
Blad 9 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (rode lijn) op de historische kaart uit omstreeks 1820 (schaal 1:60.000; bron: www.topotijdreis.nl). Rode lijn = open ontgraving. Zwarte lijn = gestuurde boring. Paarse lijnen = gemeente grenzen.
Blad 10 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 7. De locatie van het plangebied (rode lijn) op de historische kaart uit omstreeks 1901 (schaal 1:60.000; bron: www.topotijdreis.nl). Rode lijn = open ontgraving. Zwarte lijn = gestuurde boring. Paarse lijnen = gemeente grenzen.
Afbeelding 8. De locatie van het plangebied (rode lijn) op de historische kaart uit omstreeks 1965 (schaal 1:60.000; bron: www.topotijdreis.nl). Rode lijn = open ontgraving. Zwarte lijn = gestuurde boring. Paarse lijnen = gemeente grenzen.
Blad 11 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 9. De locatie van het plangebied (rode lijn) op de historische kaart uit omstreeks 1976 (schaal 1:60.000; bron: www.topotijdreis.nl). Rode lijn = open ontgraving. Zwarte lijn = gestuurde boring. Paarse lijnen = gemeente grenzen.
Mogelijke verstoringen Het is mogelijk dat de bodemopbouw deels verstoord is geraakt door reeds aanwezige infrastructuur. Overige verstoringen zijn niet bekend binnen het plangebied.
2.2
Bekende waarden
2.2.1
Archeologische waarden De archeologische waarden in de omgeving van het plangebied zijn onderzocht door de database van ARCHIS te raadplegen. Het onderzoeksgebied dat is aangehouden heeft een omvang van circa 250 m rondom het plangebied. Onderzoeken en meldingen die binnen deze straal gedaan zijn, geven een goed beeld van wat er mogelijk binnen het plangebied aan archeologische waarden aanwezig kan zijn. Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich twee AMK-terreinen (tabel 1). Circa 250 m ten zuiden van het plangebied ligt het terrein met de restanten van havezate Dubbelink (13798). Deze havezate werd voor het eerst vermeld in 1475. Rond 1752 werd het huis afgebroken, waarna het vanaf 1760 werd vervangen door twee boerderijen. AMK-terrein 13810 betreft een terrein met landweer (dat ontzien wordt middels een gestuurde boring). Het gaat om een zandwal van minstens 500 m lang en 4 m breed. Aan weerszijden bevinden zich greppels van circa 2 m breed.
Blad 12 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
AMKnummer
toponiem
waarde
complex
hoge archeologische waarde moated site hoge archeologische 13810 Veldweg waarde landweer Tabel 1. AMK-terreinen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS). 13798 Dubbelink
datering (Late MiddeleeuwenNieuwe Tijd) (Late MiddeleeuwenNieuwe Tijd)
Gegevens uit ARCHIS: archeologische waarnemingen Binnen het onderzoeksgebied zijn vijf vondstmeldingen gedaan (tabel 2). De eerste (2700250100) betreft de havezate die ook onder de AMK-terreinen al besproken is. Vondsten zijn hier overigens niet gedaan. OM-nummer 2050996100 en 2287573100 betreffen onderzoeken die in de volgende paragraaf besproken worden. OM-nummer 2700242100 betreft de grondsporen en een grachtrestant van de verdwenen havezate Graes. Deze locatie is gelegen op enkele meters zuidelijk van het plangebied, net ten oosten van de Azelerbeek. OM-nummer 2920563100 betreft de landweer die ook al onder de AMK-terreinen besproken is. waarnemings zaak-id nr. toponiem begin eind verwerving 27002501 00 2680 Dubbelinck Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd archeologisch 20509961 Late archeologisch: opgraving 00 411797 Azeler Esch Mesolithicum Middeleeuwen 22875731 archeologisch: opgraving 00 439293 Azeler Esch Paleolithicum Nieuwe Tijd 27002421 Omgeving Late verwervingswijze niet te 00 2679 Graes Middeleeuwen B Nieuwe Tijd bepalen 29205631 00 38606 Veldweg niet-archeologisch: kartering Tabel 2. Archeologische waarnemingen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS)
Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken OM-nummer 2050996100 betreft een booronderzoek dat het plangebied kruist nabij de Azelerbeek. Hierbij zijn vuurstenen artefacten, ijzertijdresten en resten van een Germaanse nederzetting uit de laat-Romeinse tijd aangetroffen in het cunet van een aardgastransportleiding. Verder is er een cultuurlaag aangetroffen met vondsten en akkerbedden uit de late middeleeuwen. Dit bevond zich onder het plaggendek van de Azeler Esch.5 In navolging van het booronderzoek is er later een begeleiding (OM-nummer 2306794100) en opgraving uitgevoerd in hetzelfde gebied (OM-nummer 2287573100). Hierbij zijn nederzettingsresten uit de midden bronstijd gevonden, en kampementjes (haardkuilen) uit het mesolithicum op een dekzandrug. Waarschijnlijk is er een bewoningscontinuïteit geweest vanaf de midden of late ijzertijd tot en met de Karolingische tijd. Ook zijn er twee crematiegraven uit de Romeinse tijd aangetroffen op een dekzandrug. Tevens is de aanwezigheid van akkers uit de volle middeleeuwen aangetoond. De vindplaatsen die binnen onderhavig onderzoek liggen betreffen cluster 5 en 6: nederzettingssporen uit de late ijzertijd/vroeg-Romeinse tijd en uit de laat-Romeinse en
5
archis.cultureelerfgoed.nl.
Blad 13 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
Merovingische tijd.6 Ook OM-nummers 2203145100 en 2250100100 betreffen onderzoeken die gerelateerd zijn aan de hiervoor genoemde onderzoeken. Ter hoogte van de Azelerbeek heeft het onderzoek met nummer 2259060100 plaatsgevonden. Dit onderzoek kruist het huidige plangebied. Hierbij zijn geen archeologische vondsten of sporen aangetroffen.7 Net iets ten oosten van de Azelerbeek, eveneens overlappend met het huidige plangebied, bevindt zich OM-nummer 2331044100. Bij dit verkennende booronderzoek zijn geen relevante archeologische vondsten gedaan. Gezien de lage en natte ligging van het gebied geldt daar een lage verwachting.8 Uit een bureauonderzoek dat twee jaar later uitgevoerd is, met OMnummer 2195849100, bleek dat er voor de westelijke oever van de Azelerbeek een hoge verwachting van toepassing is. Dit geldt voornamelijk voor de ijzertijd en Romeinse tijd. Omdat is gebleken dat men zich in deze periodes ook op de nattere delen van het land vestigde, geldt er een middelhoge verwachting voor de lager gelegen oostelijke oever. Voor de bedding van de beek zelf geldt een hoge verwachting voor depositievondsten uit de ijzertijd en Romeinse tijd. 9 OM-nummer 2258972100 betreft een onderzoek aan de Blokstegenweg, ruim 200 m noordoostelijk van het plangebied.
Een deel van het terrein bleek verstoord te zijn, maar voor het noordoostelijke deel is de hoge verwachting van kracht gebleven.10 OM-nummer 3986168100 en 4037772100 betreffen nog lopende onderzoeken aan de westkant van knooppunt Azelo. Ten aanzien van de hierboven genoemde onderzoek Azeler Esch Azelo en Buren-De Haar het volgende: Opgraving Azeler Esch Azelo Het onderzoek op de Azeler Esch heeft ondanks de geringe breedte van de werkputten een schat aan gegevens opgeleverd met betrekking tot de aanwezige archeologische resten en de opbouw en het ontstaan van het plaggendek. Hoewel een klein aantal vondsten van vuurstenen artefacten een aanwijzing vormt voor activiteiten in de steentijd, dateert het merendeel van de archeologische vondsten van de Azeler Esch uit de ijzertijd en Romeinse tijd. Op het noordelijke deel van de Azeler Esch is een bescheiden hoeveelheid grondsporen uit de IJzertijd aangetroffen. De aard van de sporen (paalkuilen, kuilen, waterkuil) en het vondstmateriaal duiden op een nederzettingsterrein. Op het zuidelijke deel van de Azeler Esch zijn eveneens archeologische resten uit de IJzertijd aangetroffen. Het betreft tientallen paalkuilen en kuilen die op basis van het aangetroffen aardewerk uit de vroege en/of midden ijzertijd dateren.
In tegenstelling tot het noordelijke deel van de es ligt het merendeel van de sporen uit de ijzertijd in het zuiden in een gebied met goed ontwaterde, vruchtbare moderpodzolen. Verder is de dichtheid aan grondsporen aanzienlijk groter dan in het noorden. Op de zuidzijde van de Azeler Esch zijn voor Twentse begrippen zeldzame nederzettingssporen uit de Laat Romeinse tijd gevonden. Het betreft een grote waterput en enkele tientallen paalkuilen, waarvan een deel mogelijk deel uitmaakt van de plattegrond van een groot gebouw. Het belangrijkste grondspoor is ongetwijfeld de waterput die door middel van dendrochronologisch onderzoek in 272 of 273 na Chr. gedateerd is. Naast gedraaid en 6
Zielman, 2013.
7
Halverstad, 2010.
8
Vosselman, 2011.
9
Van Breda en Huizer, 2011.
10
Bergman, 2009.
Blad 14 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
handgevormd aardewerk uit de Laat Romeinse tijd bevatte de vulling van de waterput (fragmenten van) 12 bronzen voorwerpen. Deze bronzen, waarbij het zonder uitzondering om tot schroot verknipt brons gaat dat gereedgemaakt was om te worden omgesmolten, zijn verspreid in de vulling van de insteek van de put aangetroffen. Vermoedelijk betreft het een tijdens het graven van de waterput vergraven (ouder) depot van bronsschroot dat verspreid in de insteek van de waterput is terechtgekomen. Het onderzoek op de Azeler Esch heeft uit de periode na de Laat Romeinse tijd geen bewoningssporen opgeleverd. Wel doen de vondsten van een scherf Badorfaardewerk uit de vroege middeleeuwen en diverse scherven Hessens-Schortens en kogelpotaardewerk uit de vroege en late middeleeuwen de nabijheid van een middeleeuwse nederzetting vermoeden. Ongetwijfeld bestaat er een verband met de nog bestaande, van oorsprong middeleeuwse erven aan de noord- en westzijde van de Azeler Esch. Overvloediger zijn de agrarische sporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd die tijdens het onderzoek zijn aangetroffen. Ronduit spectaculair zijn de vele laatmiddeleeuwse akkerbedden onder het plaggendek, waarvan het reliëf door het dikke plaggendek heen nog aan het maaiveld zichtbaar is.
Vermoedelijk bestaat er een verband tussen deze bedden en de ontginning van en akkerbouw op natte, sterk verkitte bodems in de late middeleeuwen. Vergelijkbare goed geconserveerde akkerbedden zijn in OostNederland nog niet eerder aangetroffen. De akkerbedden zijn afgedekt door een dik plaggendek. Artefacten die tijdens het onderzoek uit het plaggendek zijn verzameld, duiden op een aanvang van de plaggenbemesting in de 16e eeuw of 17e eeuw. De aanwezigheid van baksteen in de top van het plaggendek duidt op het voortduren van de plaggenbemesting tot ver in de 19e eeuw. Opgraving Buren-De Haar De opgraving Buren-De Haar heeft een groot aantal vondsten opgeleverd die duiden op de aanwezigheid van goed geconserveerde resten en sporen van bewoning uit het Mesolithicum en de vroege bronstijd. De aanwezigheid van een grotendeels intacte cultuurlaag met een grote dichtheid aan materiaal uit het mesolithicum en de vroege bronstijd, waaronder zich ook nog grondsporen bevinden, is in Oost-Nederland een uitermate zeldzaam verschijnsel. Meestal zijn resten uit deze perioden door agrarisch gebruik in het verleden grotendeels of geheel in een bouwvoor of in het plaggendek opgenomen. Dit maakt de vindplaats Buren-De Haar tot bijzondere locatie.
De mesolithische vuurstenen artefacten duiden, mede gezien de landschappelijke ligging, waarschijnlijk op de aanwezigheid van resten van basiskampen waar groepjes jager-verzamelaars seizoensmatig (langere tijd) verbleven. De locaties van deze basiskampen waren vaak eeuwenlang in gebruik, waardoor op deze terreinen sprake is van een accumulatie van archeologische resten uit een groot deel van het mesolithicum. De verwachting is dat de mesolithische bewoningssporen zich over een groot deel van de onderhavige dekzandrug uitstrekken.De resten uit de vroege bronstijd duiden op de aanwezigheid of de nabijheid van een nederzetting. De resten, met name keramiek, zijn sterk gefragmenteerd. Dit geldt ook voor het natuursteen waarvan aangenomen kan worden dat dit voor een belangrijk deel uit deze periode zal stammen. De sterke mate van fragmentatie houdt vermoedelijk verband met het betreden van het terrein gedurende de bewoning en kortstondige agrarisch gebruik van het terrein in de late middeleeuwen. Tijdens de opgraving te Buren is onder het plaggendek een (afgetopt) restant van een haarpodzol aangetroffen. De uitspoelingshorizont van deze haarpodzol is opgenomen in een 10 tot 20 cm dikke fossiele cultuurlaag die als gevolg hiervan grijs is. Aangezien de fossiele cultuurlaag niet of nauwelijks is gehomogeniseerd, zal deze slechts kortstondig onder ploeg zijn geweest.
Vermoedelijk is het terrein in de Late Middeleeuwen ontgonnen en kortstondig als akker in gebruik geweest. Nadat de akker was verlaten, zal het terrein wederom (met heide of struikgewas) begroeid geraakt zijn. De zilvergrijze kleur van bepaalde delen van de fossiele
Blad 15 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
cultuurlaag zou kunnen wijzen op (secundaire) podzolering van de fossiele cultuurlaag onder een dergelijke vegetatie. Op de fossiele cultuurlaag ligt een 60 tot 85 cm dik plaggendek. Het homogene karakter van het plaggendek en de aanwezigheid van een 18e eeuwse pijpensteel onder in het cultuurdek duidt op een relatief late ontginning. Mogelijk is het terrein, nadat het in de late middeleeuwen kortstondig als akker in gebruik is geweest, pas rond 1700 herontgonnen. Vanaf dat moment zal door de toepassing van plaggenbemesting een dik cultuurdek zijn ontstaan.
zaak-id
OM-nr (oud)
2306794100
Bornerbroek- archeologisch: 43713 Epe begeleiding
2203145100
29354 -
2250100100
Bornerbroek archeologisch: 34595 - Duitse grens booronderzoek
2259060100
Borne 37138 Azelerbeek
archeologisch: begeleiding
2287573100
41131 -
archeologisch: opgraving
2331044100
46955 Azelerbeek
archeologisch: booronderzoek
2195849100
28311
archeologisch: bureauonderzoek
Zie tekst Geen sporen of vondsten aangetroffen. Wel een ADC deel van de Archeoprojecte oorspronkelijke beekloop n gevonden RAAP Archeologisch Adviesbureau Zie tekst RAAP Lage en natte ligging, geen Archeologisch archeologisch relevante Adviesbureau indicatoren Hoge verwachting voor westelijke oever, hoge verwachting voor depositievondsten in de ADC bedding, middelhoge Archeoprojecte verwachting voor lagere n oostelijke oever
2050996100
7141 Azeler Esch
archeologisch: booronderzoek
RAAP Archeologisch Adviesbureau
2258972100
Blokstegenw 37126 eg
3986168100 -
toponiem
-
type onderzoek
archeologisch: bureauonderzoek
archeologisch: booronderzoek archeologisch: bureauonderzoek
uitvoerder RAAP Archeologisch Adviesbureau RAAP Archeologisch Adviesbureau RAAP Archeologisch Adviesbureau
conclusies
Zie tekst
Zie tekst
BAAC BV
Zie tekst Deels verstoord gebied, maar hoge verwachting voor noordoostelijk deel blijft van kracht; advies om daar proefsleuven te trekken
Vestigia BV
-
archeologisch: 4037772100 booronderzoek Vestigia BV Tabel 3. Eerder uitgevoerde onderzoeken binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS).
Blad 16 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
2.2.2
Ondergrondse bouwhistorische waarden Het is mogelijk dat de resten van de havezate Graes zich net binnen het plangebied bevinden. Verder zijn er geen gegevens bekend over de aanwezigheid van ondergrondse bouwhistorische waarden.
2.3
Archeologische verwachting
2.3.1
Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart De provincie Overijssel beschikt over een cultuurhistorische waardenkaart. 11 De (mogelijke) relevante kaartlagen hieruit zijn weergegeven in afbeelding 10. Binnen het onderzoeksgebied bevindt zich alleen een hallehuisboerderij.
Afbeelding 10. De locatie van het plangebied (rode lijn) op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel (bron: gisopenbaar.overijssel.nl). Rode lijn = open ontgraving. Zwarte lijn = gestuurde boring. Paarse lijnen = gemeente grenzen.
11
http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/cwk_discipline/v1
Blad 17 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
Gemeentelijke verwachtingskaart Op de gemeentelijke verwachtingskaart is te zien dat het plangebied grotendeels in zones van middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde ligt (afbeelding 11). Twee delen van het gebied liggen in een zone met hoge verwachting in een zone om een historisch element.
Afbeelding 11. De locatie van het plangebied (rode lijn) op de beleidskaart van de gemeente Hof van Twente (bron: BAAC). Rode lijn = open ontgraving. Zwarte lijn = gestuurde boring. Paarse lijnen = gemeente grenzen.
2.3.2
Gespecificeerde archeologische verwachting Datering Op basis van de onderzoeken die in de omgeving zijn uitgevoerd, kunnen er binnen het plangebied resten worden aangetroffen uit alle perioden vanaf het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Meer specifiek worden op de Azeler Esch resten uit de (vroege en midden) ijzertijd en de (laat) Romeinse tijd verwacht alsmede uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Op de dekzandrug Buren-De Haar worden resten verwacht uit het mesolithicum, de vroege bronstijd en de late middeleeuwen. Late middeleeuwen-nieuwe tijd: (resten van) de landweer, resten van de havezate Graes. Deze resten worden echter ontzien middels een gestuurde boring. Complextype Uit het paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen in deze regio resten worden verwacht die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk (en/of periodiek) werden bewoond. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen.
Blad 18 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
Uit de ijzertijd en Romeinse tijd kunnen in oude beekbeddingen depositievondsten voorkomen. Vanaf het laat neolithicum tot en met de late middeleeuwen/nieuwe tijd kunnen, op de hoger gelegen delen in het landschap resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Ook off-site materiaal kan worden verwacht. Uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd kunnen bovendien resten van de landweer en de havezate worden aangetroffen. Deze resten worden echter ontzien middels een gestuurde boring. Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters. Diepteligging Sporen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen direct in of onder de moderne bouwvoor verwacht worden. Oudere sporen worden verwacht in de top van de C-horizont en op of in de oude beekbodem. Locatie Archeologische resten worden vooral verwacht op do hogere delen van het plangebied: grondmoreneruggen en -welvingen. Ook in de lagere gebieden en beekbeddingen kunnen archeologische vondsten evenwel niet worden uitgesloten. De landweer: aan de oostkant van het plangebied.
De resten worden echter ontzien middels een gestuurde boring. Resten van de havezate Graes: nabij de Azelerbeek. De resten worden echter ontzien middels een gestuurde boring. Uiterlijke kenmerken Paleolithicum tot laat neolithicum: vuursteenverspreiding, indicaties van bewerking van vuursteen, halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties van kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling en –bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers etc. Laat neolithicum tot en met late middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan. Nederzettingen: paalgaten (huizen, spieker, opstallen, schuren), greppels, waterputten (met of zonder houten beschoeiingen) en afvalkuilen. Tussen het laat neolithicum en de bronstijd/ijzertijd: periodespecifieke wijze van het begraven/cremeren van de doden. Middeleeuwen en nieuwe tijd: nederzetting- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting, landweer, bebouwingsresten.
Blad 19 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
Mogelijke verstoringen Het is mogelijk dat de bodem deels verstoord is geraakt door reeds aanwezige infrastructuur. Overige verstoringen zijn niet bekend binnen het plangebied.
2.4
Conclusies en advies voor vervolgonderzoek Binnen het tracé in de gemeente Hof van Twente wordt de nieuwe ondergrondse 110kV kabelverbinding over een lengte van circa 2.112 m in open ontgraving aangelegd, en over een lengte van 1.614 m door middel van een gestuurde boring. De werkbreedte ter plaatse van de open ontgravingen bedraagt circa 25 m. Het plangebied loopt door verschillende archeologische verwachtingszones (1, 2 en 3). Bij de gestuurde boringen zijn de verstoringen zodanig beperkt dat archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht, afgezien van de in- en uittredepunten. Voor de gebieden die in open ontgraving worden aangelegd adviseren we een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uit te voeren. Antea Group adviseert om de boringen van het verkennende veldonderzoek om de 50 m te zetten, tot maximaal 2,1 m –mv of tot 0,3 m in de ongeroerde ondergrond (C-horizont). Op die manier kan een gefundeerd advies worden gegeven over de impact van de graafwerkzaamheden in het plangebied en de noodzakelijke archeologische onderzoeken die daarvoor moeten worden uitgevoerd. Dit is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Hof van Twente.
Antea Group Oosterhout/Heerenveen, september 2019
Blad 20 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
Literatuur en geraadpleegde bronnen Bergman, W.A., 2009. Gemeente Hof van Twente. Plangebied Blokstegenweg/Kuipersweg te Azelo. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (karterende fase). BAAC rapport V09.0290. BAAC BV, Deventer. Breda, W. van en J. Huizer, 2011. Borne, Azelerbeek. Een bureauonderzoek. ADC-rapport 1474. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Halverstad, R.N., 2010. Azelo/Azelerbeek. Een archeologische begeleiding. ADC Rapport 2161. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Nater, C.I. en A.J. Brokke, 2018a. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. 110 kV kabeltracé Almelo-Hengelo, deelgebied gemeente Borne en Hengelo. Antea Group Archeologie 2018/125. Antea Group, Oosterhout (concept). Nater, C.I. en A.J. Brokke, 2018b. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. 110 kV kabeltracé Almelo-Hengelo, deelgebied gemeente Almelo. Antea Group Archeologie 2018/121. Antea Group, Oosterhout (concept). Projectspecificatie veld- en bodemonderzoeken. Aanleg 110 kV kabelverbindingen NijverdalRijssen, Hengelo/Oele-Hengelo/Weideweg en Hengelo/Weideweg-Almelo/Mosterdpot. 2018, versie 1.0. TenneT TSO B.V. Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. SIKB. Vosselman, J., 2011.
Plangebied Azelerbeek, gemeente Borne en gemeente Hof van Twente; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-notitie 3863. RAAP, Weesp. Zielman, G., 2013. Van oale groond. Nieuwe vondsten op de Azeler Esch. Aardgastransportleidingtracé Bornerbroek-Epe (A-670), catalogusnummer 1. Gemeente Hof van Twente Archeologisch onderzoek: opgraving en begeleiding. RAAP-rapport 2395. RAAP BV, Weesp. Kaarten Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet ahn.maps.arcgis.com beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.aardeopdekaart.nl www.archis.cultureelerfgoed.nl www.atlasleefomgeving.nl
Blad 21 van 22
Antea Group Archeologie 2018/123 Bureauonderzoek projectnummer 432422 13 september 2019 revisie 04 TenneT TSO B.V.
www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl www.molendatabase.org http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/cwk_discipline/v1
Blad 22 van 22
Bijlage 1: Archeologische perioden
Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.
Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)
Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.
Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.
De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.
Kaartbijlagen
245000
246000
247000
2141504100
2374875100
2768121100
Legenda
2706067100
( !
481000
2886074100
3070089100
3986168100 4037772100
2698479100
( !
Monumenten
2702 ( ! ( !
2700389100
3294435100
2258956100
3294427100
2258964100
2098584100 ! (
WAARDE
Terrein van archeologische waarde
2219654100 480000
( !
Gemeentegrens
2250100100 2203145100
2258972100
3094924100
( (! !
Gestuurde boring
2306794100
( !
( !
Open ontgraving
( ! ( ! 2414418100 2409680100
2029855100 2231852100
2832824100
Tracélijn
( !
3986946100
248000
481000
244000
2200286100
2184281100 ( ! 2357784100 Terrein van hoge archeologische waarde ( ! 3297821100 ( ! ! ( Terrein van zeer hoge archeologische waarde 2233050100
480000
243000
3165401100
Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd ( !
2209197100 ( ! Vondstmeldingen
2001309100
Onderzoeksmeldingen 2331044100 2050996100
2287573100
2700242100
2700291100
2112814100
( !
2350736100 2128391100
( !
2700250100
2920563100
478000
( !
13810
C0
NR
12-9-2019
2051002100
DATUM
! ° DEF
OPDRACHTGEVER
P.C. Teekens PROJECTLEIDER
R.S. Raap
PROJECTOMSCHRIJVING
Aanleg 110 kV kabelverbinding Almelo-Hengelo, gemeente Hof van Twente
KAARTTITEL
SArcheologische monumenten, vondstmeldingen en onderzoeken
KAARTNUMMER
244000
245000
246000
247000
GET.
GIS SPECIALIST
TenneT TSO B.V.
432422-ARCHIS
(ABC)
WIJZIGING
SCHAAL
1:15.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
12-9-2019 DEF
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors R:\00430000\00432422\Archeologie\GIS Almelo\MXD\432422-ARCHIS Hof van Twente.mxd
248000
478000
3208623100
( !
243000
2179721100
2179713100
75
( !
2167652100 2198440100
2098657100 2185861100
( ! 13798
2700267100
2390418100
479000
479000
2259060100 2195849100
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. (0162) 48 70 00 E. reinier.raap@anteagroup.com
www.anteagroup.nl
Copyright © 2015 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Almelo - Hengelo
Bijlage 2 Archeologisch veldonderzoek
82
voorontwerp
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot -Hengelo Weideweg, deelgebied gemeente Hof van Twente
projectnummer 432422 definitief revisie 01 17 september 2019
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot -Hengelo Weideweg, deelgebied gemeente Hof van Twente projectnummer 432422 definitief revisie 01 17 september 2019
Auteurs P.C. Teekens
Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Postbus 718 6800 AS Arnhem
datum vrijgave
beschrijving revisie 01 definitief
goedkeuring A.J. Brokke
vrijgave R.S. Raap
Inhoudsopgave
Blz.
Administratieve gegevens
1
Samenvatting
2
1
Inleiding
4
2
Bureauonderzoek
6
2.1 2.2 2.3 2.4
Begrenzing plangebied Huidig en toekomstig gebruik Landschappelijke situatie Gespecificeerde archeologische verwachting
6 6 7 9
3
Veldonderzoek
12
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2
Doel- en vraagstelling Onderzoeksopzet en werkwijze Resultaten Bodemopbouw Archeologie
12 12 13 14 17
4
Conclusies en advies
18
4.1 4.2
Conclusies (Selectie)advies
18 19
Literatuur en geraadpleegde bronnen Bijlagen 1 2 3
Archeologische perioden AMZ-cyclus Boorbeschrijvingen
Kaartbijlagen 432422-S12 t/m –S17 432422-GEOM7 t/m –GEOM9 432422-BODEM1 t/ -BODEM3
Situatiekaarten met ligging boorpunten Boorpunten geprojecteerd op de geomorfologische kaart Bodemkwaliteitskaarten
23
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem
432422 4642656100 Overijssel Hof van Twente Azelo kabeltracé Almelo-Hengelo
Kaartblad 28G Coördinaten 243400/480625 247491/478130 Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering oktober 2018/mei-juli 2019 Projectteam A.J. Brokke (projectleider) P.C. Teekens (senior KNA-prospector) Vrijgave conform KNA A. Brokke (senior KNA-archeoloog) Bevoegd gezag gemeente Hof van Twente Deskundige Bevoegd gezag Dhr. A. Vissinga, regio-archeoloog Twente (Het Oversticht) Beheer documentatie Antea Group Vondstdepot Niet van toepassing
Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart 1:25.000 met ligging plangebied (noord gericht maar niet op schaal). Rode lijn = open ontgraving. Zwarte lijn = gestuurde boring. Paarse lijnen = gemeente grenzen.
Blad 1 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Samenvatting In november 2018 en mei-juli 2019 heeft Antea Group in opdracht van TenneT een archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen uitgevoerd in de gemeente Hengelo. Dit conform BRL 4000 en KNA 4.1. Omdat er binnen het tracédeel Harculo-Hengelo diverse knelpunten zijn gesignaleerd die een risico kunnen vormen voor de elektriciteitsvoorziening worden drie nieuwe ondergrondse kabelverbindingen aangelegd die het hoogspanningsnet rond Hengelo moeten verbeteren.1 Eén van deze kabeltracés zal tussen het 110 kV station Almelo Mosterdpot (AMLM110) en Hengelo Weideweg (HGLW110) worden aangelegd over een afstand van circa 16.234 m. Hiervan zal 8.217 m door middel van open ontgraving worden aangelegd en 8.017 m door middel van gestuurde boringen. Het kabeltracé als geheel zal door drie afzonderlijke gemeentes lopen, namelijk Almelo, Hof van Twente en Hengelo. Dit rapport heeft alleen betrekking op de gemeente Hof van Twente. De overige gemeentes worden in andere rapporten besproken.2 In dit kader heeft Antea Group in de periode juli-augustus 2018 een bureauonderzoek uitgevoerd.3 Hieruit is gebleken dat binnen het plangebied in de gemeente Hof van Twente kunnen er binnen het plangebied resten worden aangetroffen uit alle perioden vanaf het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.
Meer specifiek worden op de Azeler Esch resten uit de (vroege en midden) ijzertijd en de (laat) Romeinse tijd verwacht alsmede uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Op de dekzandrug Buren-De Haar worden resten verwacht uit het mesolithicum, de vroege bronstijd en de late middeleeuwen. Daarnaast worden uit de middeleeuwen-nieuwe tijd (resten van) een landweer en resten van de havezate Graes. Deze resten worden echter ontzien middels een gestuurde boring. Het veldonderzoek heeft aangetoond dat binnen het grootste gedeelte van het plangebied sprake is van een (laaggelegen) gebied met grondmorenewelvingen en –ruggen en/of (ten dele) verspoelde dekzanden. De kans dat hier archeologische vindplaatsen aanwezig zijn wordt laag ingeschat. Ter plaatse van boringen 129, 141, 154, 154a, 155a en 155 is sprake van een dekzandopduiking of –rug één een deels intact podzolprofiel. De kans bestaat dat hier nog sprake is van een (deels intacte) vindplaats. Er zijn evenwel geen archeologische resten tijdens het verkennende booronderzoek aangetroffen. (Selectie)advies Op basis van het veldonderzoek kan het onderstaande, 2-delige, (selectie)advies worden geformuleerd:
Geadviseerd wordt om het grootste gedeelte van het plangebied (vanaf boring 120 – 125, 133 – 140 en 146 – 151 vrij te geven ten gunsten van de voorgenomen ontwikkeling; Geadviseerd wordt om voorafgaan aan de werkzaamheden de archeologisch verwachting in het gebied tussen boringen 125 – 132, 140 – 144a en 153a – 155a nader vast te stellen, door middel van het uitvoeren van karterende boringen dan wel een archeologisch proefsleuvenonderzoek. Voor het proefsleuvenonderzoek dient een door de bevoegde overheid beoordeeld en goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Het is overigens aan te bevelen om deze zones middels gestuurde boringen te kruisen waardoor een mogelijke vindplaats wordt ontzien (en vervolgonderzoek niet nodig is).
Het bovenstaande advies is afhankelijk van het oordeel van de bevoegde overheid, in dezen de gemeente Hof van Twente. De op- en aanmerkingen van de heer Vissinga van Het Oversticht zijn in de huidige rapportage verwerkt en heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de bovenstaande adviezen.
1
Projectspecificatie veld- en bodemonderzoeken. Aanleg 110 kV kabelverbindingen Nijverdal-Rijssen, Hengelo/OeleHengelo/Weideweg en Hengelo/Weideweg-Almelo/Mosterdpot. 2 In voorbereiding. 3
Nater en Brokke, 2018a, 2018b en 2018c.
Blad 2 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Blad 3 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
1
Inleiding In november 2018 heeft Antea Group in opdracht van TenneT een archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen uitgevoerd in de gemeente Hengelo. Dit conform BRL 4000 en KNA 4.1. Omdat er binnen het tracédeel Harculo-Hengelo diverse knelpunten zijn gesignaleerd die een risico kunnen vormen voor de elektriciteitsvoorziening worden drie nieuwe ondergrondse kabelverbindingen aangelegd die het hoogspanningsnet rond Hengelo moeten verbeteren.4 Eén van deze kabeltracés zal tussen het 110 kV station Almelo Mosterdpot (AMLM110) en Hengelo Weideweg (HGLW110) worden aangelegd over een afstand van circa 16.234 m. Hiervan zal 8.217 m door middel van open ontgraving worden aangelegd en 8.017 m door middel van gestuurde boringen. Het kabeltracé als geheel zal door drie afzonderlijke gemeentes lopen, namelijk Almelo, Hof van Twente en Hengelo. Dit rapport heeft alleen betrekking op de gemeente Hof van Twente. De overige gemeentes worden in andere rapporten besproken.5 Het tracé dat door de gemeente Hof van Twente loopt is 3.726 m lang. Daarvan wordt 2.112 m door open ontgravingen aangelegd. Naar verwachting wordt de sleuf ca. 5 m breed (bovenin 5 m; onderin 1,5 m) en zal er tot een diepte van 2,1 m –mv grond worden ontgraven.
Het overige gedeelte van het tracé, 1.614 m, zal worden aangelegd door middel van gestuurde boringen (HDD). Het tracé loopt door verschillende zones met een dubbelbestemming waarde – archeologie, wat inhoudt dat voor (delen van) het plangebied archeologisch (voor)onderzoek verplicht is gesteld. Daar waar de kabel wordt aangelegd door middel van gestuurde boringen is, met uitzondering van het in- en uittredepunt, geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. In dit kader heeft Antea Group in de periode juli-augustus 2018 een bureauonderzoek uitgevoerd.6 Hieruit is gebleken dat binnen het plangebied in de gemeente Hof van Twente vooral resten kunnen worden verwacht uit de prehistorie en de late middeleeuwen/nieuwe tijd. Voor de gebieden die in open ontgraving worden aangelegd is derhalve geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uit te voeren. In de onderhavige rapportage worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd en worden conclusies getrokken en zal een advies worden geformuleerd over hoe om te gaan met eventueel aanwezige kansrijke zones op archeologische waarden binnen dit deel van het plangebied.
In totaal gaat het om een tracé lengte van circa 2.112 m in de gemeente Hof van Twente dat middels verkennende boringen in dit onderzoek onderzocht is. Dit onderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4003 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor het KNA-protocol 4003 (inventariserend veldonderzoek) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
4
Projectspecificatie veld- en bodemonderzoeken. Aanleg 110 kV kabelverbindingen Nijverdal-Rijssen, Hengelo/OeleHengelo/Weideweg en Hengelo/Weideweg-Almelo/Mosterdpot. 5 In voorbereiding. 6
Nater en Brokke, 2018a, 2018b en 2018c.
Blad 4 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Voor de plaats van het huidige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 2. Voor de in de tekst genoemde (archeologische) perioden/dateringen wordt verwezen naar bijlage 1.
Blad 5 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
2
Bureauonderzoek Zoals in de inleiding reeds is aangegeven is er in een eerder stadium al een bureauonderzoek uitgevoerd door Antea Group.7 In het onderstaande volgen enkele noodzakelijke (administratieve) gegevens alsmede het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek. Voor nadere details wordt echter verwezen naar de genoemde rapportage en het PvA.
2.1
Begrenzing plangebied Het deel van het plangebied in de gemeente Hof van Twente begint ten oosten van de Rijksweg A1, aan de zuidkant van het knooppunt Azelo. Vanaf daar loopt het parallel aan de Arkmansweg, waarna het in zuidoostelijke richting afbuigt bij de zessprong. Daarna loopt het plangebied verder tot het aan de zuidkant van het knooppunt Buren de gemeente Hengelo raakt. Voor de ligging van het plangebied wordt verwezen naar afbeelding 1 alsmede de kaartbijlagen.
2.2
Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het tracé loopt voornamelijk door weide- en akkerland, en kruist op aan aantal plaatsen wegen en sloten. Consequenties toekomstig gebruik Een deel van het tracé wordt in open ontgraving aangelegd en een deel door middel van gestuurde boringen. De sleufbreedte van de open ontgraving zal ca. 5 m breed zijn (bovenin 5m; onderin 1,5 m) en er zal tot een diepte van 2,1 m –mv grond worden ontgraven. Het overige gedeelte van het tracé zal worden aangelegd door middel van HDD-boringen. Het gedeelte van het tracé dat onder slootjes door gaat zal door middel van persing worden aangelegd. Voor het in- en uittredepunt van de gestuurde boring zullen putten moeten worden gegraven die naar verwachting 5 bij 5 m groot gaan worden. Daarnaast zullen er verschillende toegangswegen worden gerealiseerd voor het werkverkeer. Naast de sleufbreedte van 5 m wordt een werkstrook van circa 25 m breed aangehouden op plaatsen waar het tracé door weilanden en akkers loopt. Ten behoeve van de werkstrook wordt de bouwvoor (en mogelijk de B-laag hieronder) afgegraven (tot zeker 50 cm – mv).Voor het aanleggen van de 110 kV kabelverbinding wordt dus uitgegaan van een voorlopige werkbreedte van 25 m (afbeelding 2). Langs wegen wordt alleen uitgegaan van alleen de sleufbreedte van 5 m.
De hierboven genoemde geplande werkzaamheden kunnen eventueel archeologische resten in de bodem verstoren.
7
Nater en Brokke, 2018.
Blad 6 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 2. Schematische weergave sleufdoorsnede inclusief ligging/aard werkstrook (werkweg inclusief grondopslag en werkpad) (bron: TenneT).
2.3
Landschappelijke situatie Geomorfologie en AHN Op de geomorfologische kaart (afbeelding 3) is te zien dat het landschap voornamelijk bestaat uit grondmorenewelvingen, afgewisseld met grondmoreneruggen, een beekdalbodem en gordeldekzandruggen. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) zijn de grondmoreneruggen terug te zien als verhogingen in het landschap (afbeelding 4). De beekdalbodem is zichtbaar als een verlaging. Het hoogste deel van het plangebied ligt op ongeveer 17 m +NAP, het laagste op 12 m +NAP.
Blad 7 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 3. De locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart (schaal 1:60.000; bron: archis.cultureelerfgoed.nl). Rode lijn = open ontgraving. Zwarte lijn = gestuurde boring. Paarse lijnen = gemeente grenzen.
Blad 8 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 4. De locatie van het plangebied (rode lijn) op het AHN (schaal 1:50.000; bron: ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer). De groene lijnen geven de gemeentegrenzen aan (van links naar rechts: Almelo, Hof van Twente, Borne en Hengelo). De afbeelding is noord gericht maar niet op schaal.
Bodem Het merendeel van het plangebied is gelegen op veldpodzolgronden. Verder komen er beekeerdgronden, venige beekdalgronden, leek-/woudeerdgronden, gooreerdgronden en hoge zwarte enkeerdgronden voor binnen het plangebied. Beekeerdgronden komen meestal voor in beekdalen, op plaatsen waar een wisselende grondwaterstand gold. Veldpodzolgronden komen voor op de lager gelegen gronden, waar relatief hoge grondwaterstanden van toepassing waren. Deze grondwaterstanden zijn ook terug te zien in de grondwatertrappenkaart. Een klein deel van het tracé ligt op hoge zwarte enkeerdgronden. Zwarte enkeerdgronden zijn ontstaan door het gebruik van heideplaggen binnen het potstalsysteem. Voor deze gronden geldt vaak een hoge archeologische verwachting.
2.4
Gespecificeerde archeologische verwachting Datering Op basis van de onderzoeken die in de omgeving zijn uitgevoerd, kunnen er binnen het plangebied resten worden aangetroffen uit alle perioden vanaf het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Meer specifiek worden op de Azeler Esch resten uit de (vroege en midden) ijzertijd en de (laat) Romeinse tijd verwacht alsmede uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Op de dekzandrug Buren-De Haar worden resten verwacht uit het mesolithicum, de vroege bronstijd en de late middeleeuwen.
Blad 9 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Late middeleeuwen-nieuwe tijd: (resten van) de landweer, resten van de havezate Graes. Deze resten worden echter ontzien middels een gestuurde boring. Complextype Uit het paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen in deze regio resten worden verwacht die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk (en/of periodiek) werden bewoond. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen. Uit de ijzertijd en Romeinse tijd kunnen in oude beekbeddingen depositievondsten voorkomen. Vanaf het laat neolithicum tot en met de late middeleeuwen/nieuwe tijd kunnen, op de hoger gelegen delen in het landschap resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Ook off-site materiaal kan worden verwacht. Uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd kunnen bovendien resten van de landweer en de havezate worden aangetroffen. Deze resten worden echter ontzien middels een gestuurde boring. Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters.
Diepteligging Sporen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen direct in of onder de moderne bouwvoor verwacht worden. Oudere sporen worden verwacht in de top van de C-horizont en op of in de oude beekbodem. Locatie Archeologische resten worden vooral verwacht op do hogere delen van het plangebied: grondmoreneruggen en -welvingen. Ook in de lagere gebieden en beekbeddingen kunnen archeologische vondsten evenwel niet worden uitgesloten. De landweer: aan de oostkant van het plangebied. De resten worden echter ontzien middels een gestuurde boring. Resten van de havezate Graes: nabij de Azelerbeek. De resten worden echter ontzien middels een gestuurde boring. Uiterlijke kenmerken Paleolithicum tot laat neolithicum: vuursteenverspreiding, indicaties van bewerking van vuursteen, halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties van kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling en –bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers etc. Laat neolithicum tot en met late middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan. Nederzettingen: paalgaten (huizen, spieker, opstallen, schuren), greppels, waterputten (met of zonder houten beschoeiingen) en afvalkuilen.
Blad 10 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Tussen het laat neolithicum en de bronstijd/ijzertijd: periodespecifieke wijze van het begraven/cremeren van de doden. Middeleeuwen en nieuwe tijd: nederzetting- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting, landweer, bebouwingsresten. Mogelijke verstoringen Het is mogelijk dat de bodem deels verstoord is geraakt door reeds aanwezige infrastructuur. Overige verstoringen zijn niet bekend binnen het plangebied.
Blad 11 van 25
Antea Group Archeologie 2018/179 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 432422 17 september 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.
3
Veldonderzoek
3.1
Doel- en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld. Het uitgevoerde onderzoek betreft een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase. Een verkennend onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodem, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en aldus het in kaart brengen van kansrijke en kansarme zones wat betreft archeologie. Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen:
3.2
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Is er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig en/of zijn er archeologische indicatoren aangetroffen die hierop kunnen wijzen? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Indien archeologische lagen aanwezig zijn; op welke diepte bevinden deze zich en wat is de maximale diepte? Waaruit bestaat of bestaan deze archeologische laag of lagen? In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van de bureaustudie? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan?