CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

13. bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo toelichting, regels en bijlagen.pdf

Gemeenteraad 13 september 2022, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 13: Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele-Hengelo28.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De watergang is over meerdere kilometers onderzocht waarbij (plaatselijk) een verontreiniging met kwik is aangetoond. Tevens is bekend dat er saneringen hebben plaatsgevonden. Alle watergangen die door de ondergrondse 110kV kabelverbinding in open ontgraving worden gekruist (waaronder genoemde watergang) worden verkennend onderzocht. Dit onderzoek (waarbij onderzoek naar kwik onderdeel van uitmaakt) is voldoende intensief om de actuele kwaliteit van de waterbodem vast te leggen. Verder zijn er op de ondergrondse 110kV kabelverbinding (zowel HDD als open ontgraving) geen verdachte activiteiten en/of bekende bodemverontreinigingen naar voren gekomen op basis van onderhavig vooronderzoek. Ten behoeve van het voorgenomen verkennend bodemonderzoek worden de volgende aanbevelingen gedaan: Voor het onverdachte deel van het tracé kunnen de graafwerkzaamheden worden uitgevoerd op basis van de bodemkwaliteitskaart. Op aangeven van de opdrachtgever wordt op alle tracégedeelten die in open ontgraving worden aangelegd een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Deze tracédelen kunnen worden onderzocht conform de strategie voor een onverdachte lijnvormige locatie (ONV-L). Verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd, zie bijlage 5. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende.

In de grond zijn maximaal licht verhoogde gehalten (overschrijding streefwaarde) aan cadmium, kobalt, kwik, nikkel en PCB gemeten. In alle mengmonsters van de bovengrond en in het mengmonster MMOG2B van de ondergrond zijn één of meerdere PFAS componenten in gehalten hoger dan de detectiegrens zijn aangetoond. GenX is in geen van de onderzochte grondmonsters gemeten. De grond is op basis van PFAS over het algemeen beoordeeld als Landbouw/Natuur en plaatselijk als Wonen/Industrie. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan barium aangetoond, de verhoogde concentraties hebben naar verwachting een natuurlijke

ontwerp

27

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

herkomst. Op basis van de CROW400 is voor het gehele tracé de basishygiëne van toepassing. 4.3.2

Conclusie De resultaten van dit bodemonderzoek vormen geen belemmeringen voor de aanleg van de 110 kV kabelverbinding, met het volgende aandachtspunt: tijdens de uitvoering van de graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de kabels dient men alert te blijven op bodemvreemde materialen. Op basis van de CROW-publicatie 400 is voor alle onderzochte tracédelen de 'basishygiëne' van toepassing. Eventueel af te voeren grond kan op basis van de bodemkwaliteitskaart binnen het gebied van de bodemkwaliteitskaart worden afgevoerd. Voor het afvoeren van grond naar een erkende verwerker wordt aanbevolen om de af te voeren grond eerst in depot te plaatsen en om de kwaliteit conform een AP04 keuring vast te stellen.

4.4

Ecologie In projecten is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Er dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. Het doel van de uitgevoerde natuurtoets, zie bijlage 6, is het opsporen van (eventuele) strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland en te bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk en eventueel vervolgonderzoek nodig is. Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan.

4.4.1

Onderzoek De voorgenomen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd indien deze niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedssfeer van werkzaamheden en de effecten hierop. Dit is gedaan op basis van een Natuurtoets. De conclusies hiervan zijn hieronder uiteengezet. Conclusies gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland Het voorgenomen tracé loopt op een aantal plaatsen door NNN-gebieden. Op plaatsen waar het tracé NNN-gebieden doorkruist wordt de kabel aangelegd door middel van een gestuurde boring. Op een aantal plaatsen die vlak langs NNN-gebieden lopen wordt het tracé echter door middel van een open ontgraving aangelegd. Lokaal vormt de waterhuishouding een aandachtspunt bij de open ontgravingen, waarbij de werkzaamheden grondwaterneutraal moeten worden uitgevoerd. Indien deze maatregelen niet opgevolgd worden dan is mogelijk sprake van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de aangrenzende NNN-gebieden. De werkzaamheden hebben een tijdelijk karakter waardoor geen langdurig ruimtebeslag plaatsvindt in een gebied dat is aangewezen onder het NNN. Door het tijdelijke karakter en de aard van de werkzaamheden kan de huidige situatie na afronding van de werkzaamheden hersteld worden.

28

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

In het geval van aantasting van een NNN-gebied dienen vervolgstappen genomen te worden en is een aanvullende uitwerking en afstemming met het bevoegd gezag noodzakelijk. Ter plaatse van de locaties waar de kabels door middel van een open ontgraving worden aangelegd, wordt het grondwater door middel van bronbemaling tot een diepte van twee meter onder het maaiveld weggepompt. Hierdoor kan schade ontstaan aan de nabij gelegen NNN-gebieden. Wanneer aan de volgende voorwaarde wordt voldaan zullen negatieve effecten op de wezenlijke en kenmerkende waarden van NNN gebieden nihil zijn. Het onttrokken grondwater ter hoogte van het tracé langs de Dekkersweg in Delden moet in de greppel die langs de Dekkersweg loopt worden gepompt, zodat het weggepompte grondwater direct in het NNN-gebied terugvloeit. De maatregel wordt getroffen. Natura 2000 Het projectgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. In de omgeving van het projectgebied worden wel Natura 2000-gebieden aangetroffen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Lonnekermeer op een afstand circa vijf kilometer ten oosten van het eindstation in Hengelo. Verder liggen op meer dan zes kilometer vanaf het tracé de natura 2000-gebieden Lemselermaten, Wierdenseveld en Borkeld.

Op een dergelijke afstand kan een groot aantal verstoringsfactoren op voorhand uitgesloten worden, zoals oppervlakteverlies, versnippering, verstoring door geluid, verstoring door licht en verstoring door trillingen. Negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen als gevolg van verzuring en vermesting door stikstof uitstoot tijdens de uitvoeringsfase kunnen niet worden uitgesloten. In het Lonnekermeer komen de stikstofgevoelige habitattypen H7230 Kalkmoerassen, H6410 Blauwgraslanden en H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen voor. Toetsing van deze effecten dient plaats te vinden op basis van de geldende stand van wetgeving rond stikstofdepositie met behulp van het voorgeschreven rekeninstrumentarium. De berekeningen zijn uitgevoerd en worden verderop in deze paragraaf beschreven. Tabel 4.1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden.

ontwerp

29

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Bescherming houtopstanden Opgemerkt wordt dat de ligging van de ondergrondse 110kV kabelverbinding naar aanleiding van het natuuronderzoek is aangepast, waarbij rekening is gehouden met voorkomen van negatieve gevolgen voor bomen. Stikstofonderzoek De stikstofberekeningen zijn conform het advies uit de natuurtoets uitgevoerd; de resultaten zijn als bijlage 7 bijgevoegd. Uit de met AERIUS Calculator uitgevoerde berekeningen blijkt dat als gevolg van het project de stikstofdepositie ter plaatse van relevante Natura 2000-gebieden toeneemt. Uit de berekening van het project blijkt dat het extra verkeer dat van en naar de projectlocatie gaat rijden en het gebruik van mobiele werktuigen leidt tot een maximale depositie van 0,01 mol N/ha/jaar. Gezien deze bijdrage kunnen significante negatieve effecten op voorhand niet worden uitgesloten. Deze bijdrage is berekend voor het stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden Lonnekermeer, Lemselermaten en Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek.

Ten aanzien van projecten met een kleine, tijdelijke depositie zegt BIJ12 het volgende: Voor tijdelijke projecten met een geringe toename van de stikstofdepositie kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar over een periode van twee jaar in de aanlegfase (of een equivalent daarvan), kan er tegenwoordig, vanuit onder andere de spreiding van mobiele werktuigen, beredeneerd worden dat negatieve gevolgen op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten2. De berekende deposities vallen binnen de gestelde drempelwaarde. Het is aan de betreffende omgevingsdienst (Omgevingsdienst Achterhoek) om te bepalen of zij bovenstaande redeneerlijn volgen. De bovenstaande redeneerlijn heeft betrekking op mobiele werktuigen en ander materieel, die tijdelijk stikstofemissies veroorzaken. Dit materieel wordt, verspreid over Nederland, telkens opnieuw ingezet voor verschillende projecten. De emissies van dit materieel vormen daardoor bestaande emissiebronnen die al sinds de aanwijzing van

30

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

de Natura 2000-gebieden onderdeel uitmaken van de bestaande achtergronddepositie. Dit materieel veroorzaakt ten opzichte van de totale achtergronddepositie een minieme deken die, voor wat betreft de ruimtelijke verdeling, vrijwel constant is. De emissie veroorzaakt door dit materieel is bovendien in de loop van de tijd steeds lager geworden door het schoner worden van motoren en het toepassen van emissie reducerende technieken. Conclusies soortenbescherming In het projectgebied komen beschermde soorten voor die mogelijk negatieve effecten ondervinden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. In de nabijheid van het projectgebied zijn tevens mogelijk jaarrond beschermde vogelnesten aanwezig. Verder kunnen er verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes van vleermuizen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Mogelijk zijn beschermde soorten uit de volgende soortgroepen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig: amfibieën, reptielen, libellen, dagvlinders en vaatplanten. In tabel 4.2 is aangegeven welke gevolgen de mogelijke aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is.

In Hoofdstuk 5 van de Natuurtoets (bijlage 6) staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies. Na het terreinbezoek kan pas op een realistische wijze beoordeeld worden voor welke soorten binnen het projectgebied potentieel geschikt leefgebied aanwezig is. Tabel 4.2: Mogelijk voorkomen van en effecten op beschermde soorten in het projectgebied.

ontwerp

31

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

4.4.2

Conclusie Op grond van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect natuur de uitvoering van het bestemmingsplan niet belemmert. De voorgestelde maatregelen worden genomen.

32

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Bureauonderzoek Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In figuur 4.2. zijn deze bronnen zichtbaar. De ondergrondse 110kV kabelverbinding kruist een aardgasleiding (NEN 3650-leiding). Dit betreft de volgende aardgasleiding: Naam A-670, diameter 762 mm, wanddikte 10 mm, maximale werkdruk 80 bar. De aardgasleiding (buisleiding) is met een rode stippellijn in figuur 4.2 weergegeven. Bij de keuze voor de ligging van de ondergrondse 110kV kabelverbinding is rekening gehouden met de veiligheidsafstanden uit het Handboek Risicozonering Windturbines. Aan de veiligheidsafstand van minimaal 245 meter wordt voldaan. De aanwezigheid van de aardgasleiding brengt risico's met zich mee. In paragraaf 4.8 wordt hier verder op ingegaan.

Figuur 4.2: uitsnede risicokaart 4.5.2

Conclusie Assets van TenneT vallen zelf niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. De realisatie van de ondergrondse 110kV kabelverbinding heeft geen gevolgen voor het risiconiveau (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van de hiervoor vermelde risicobron. Er is geen sprake van vaststelling van een ruimtelijk besluit, dat betrekking heeft op de gronden in de omgeving van een (niet) basisnetroute en die de bouw, vestiging of aanleg van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toelaat. Er worden met dit plan geen nieuwe kwetsbare bestemmingen mogelijk gemaakt. Een nadere verantwoording hoeft dan ook niet te worden opgesteld.

ontwerp

33

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

De realisatie van de ondergrondse 110kV kabelverbinding is vanuit het aspect externe veiligheid planologisch aanvaardbaar.

4.6

Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. De ondergrondse 110kV kabelverbinding is geen geluidgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Voor de aanleg van de ondergrondse 110kV kabelverbinding vinden de nodige werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. De effecten vanwege de geluidshinder op omwonenden treden alleen op tijdens de aanleg van de ondergrondse 110kV kabelverbinding. De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte. Het gaat hierbij om tijdelijk geluid veroorzaakt door vrachtverkeer, graven en boren. De Wet geluidhinder bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties. De uiteindelijke ondergrondse kabels zijn volledig geluidloos. Mogelijk is wel de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing op de aanlegfase. De werkzaamheden zullen binnen de gestelde normen van de APV worden uitgevoerd. De realisatie van de ondergrondse 110kV kabelverbinding is vanuit het aspect geluid planologisch aanvaardbaar.

4.7

Gezondheid Magneetvelden hoogspanningsverbindingen De sterkte van elektrische en magnetische velden is afhankelijk van de aanwezige spanning (elektrisch veld) of de stroomsterkte (magnetisch veld), maar is ook sterk afhankelijk van de afstand tot de bron. Net als bij een warmtebron geldt voor elektrische en magnetische velden dat de veldsterkte snel afneemt wanneer de afstand tot de bron groter is. Bij ondergrondse hoogspanningskabels spelen elektrische velden geen rol. Door de metalen beschermingsmantel om de kabel wordt het elektrisch veld volledig afgeschermd. Voor wat betreft magneetvelden rond hoogspanningsinfrastructuur geldt een grenswaarde van maximaal 100 microtesla. Deze waarde komt voort uit aanbevelingen van de Europese Unie en geldt als norm voor de maximale blootstelling aan burgers. Het volledige hoogspanningsnet van TenneT voldoet aan deze norm op alle voor publiek toegankelijke plaatsen. Het toenmalige ministerie van VROM (nu ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) heeft aanvullend in 2005 een beleidsadvies aan gemeenten, provincies en netbeheerders voor bovengrondse hoogspanningslijnen gegeven.

De kern van het beleidsadvies luidt als volgt: Op basis van het voorgaande adviseer ik u om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone).

34

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Het beleidsadvies is alleen van toepassing op bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Andere elektrische infrastructuur of voorzieningen zoals ondergrondse hoogspanningsverbindingen, hoogspanningsstations, transformatorhuisjes, spoorlijnen, tramwegen en dergelijke vallen niet onder het beleidsadvies. Het beleidsadvies is dus niet van toepassing op de ondergrondse kabelverbinding die in dit bestemmingsplan planologisch mogelijk wordt gemaakt. De realisatie van de ondergrondse 110kV kabelverbinding is vanuit het aspect gezondheid aanvaardbaar. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat er binnen de belemmerende strook geen gevoelige objecten aanwezig zijn.

4.8

Kabels en leidingen Bij de aanleg van een ondergrondse 110kV kabelverbinding is het belangrijk te bezien of er andere ondergrondse infrastructuur aanwezig is in de vorm van kabels en leidingen die nadelig kunnen worden beïnvloed door de ondergrondse 110kV kabelverbinding. Het is ook mogelijk dat het functioneren van de ondergrondse 110kV kabelverbinding nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van kabels en leidingen. Bij de aanleg wordt rekening gehouden met kabels- en leidingverordening van de betrokken gemeenten. Kruisingen worden uitgevoerd door middel van een boring en vormen daarmee geen belemmering. Bij het kruisen van gasleidingen door middel van boringen wordt een afstand van 5 meter boven of onder de gasleiding aangehouden. Bij conventionele aanleg (open ontgraving) kan de afstand beperkt blijven tot 0,5 à 1 meter. De ondergrondse 110kV kabelverbinding kruist in de gemeente Hengelo een aantal gasleidingen. De betrokken beheerders, TenneT en Gasunie, stemmen een en ander op elkaar af. Daar waar noodzakelijk worden maatregelen getroffen. In de NEN norm 3654 zijn afstandsnormen en richtlijnen opgenomen voor gewenste afstanden tussen hoogspanningsverbindingen en andere kabels en leidingen. Daarnaast is een richtlijn opgenomen om te komen tot een ideale afstand. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij aanleg en instandhouding van nieuwe verbindingen van TenneT.

Worden deze afstanden aangehouden dan is de noodzaak tot het treffen van maatregelen geminimaliseerd en kan de ongestoorde ligging beter worden geborgd. .

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1

Onderzoek Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma

ontwerp

35

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM10). In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase. Vervolgens vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Naar verwachting is het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase dermate laag dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

Er worden geen ontwikkelingen toegelaten die leiden tot een substantiële toename van het verkeer. 4.9.2

Conclusie Bovenstaande overwegingen laten zien dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.

4.10

Aanwezigheid conventionele explosieven (CE) Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog conventionele explosieven (hierna CE) in het gebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. In dat kader is onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 9).

4.10.1

Bureauonderzoek Het doel van het vooronderzoek is om aan de hand van een breed scala aan historisch feitenmateriaal een zo genuanceerd mogelijk beeld met betrekking tot het onderzoeksgebied in de Tweede Wereldoorlog te verkrijgen. Aan de hand van deze gegevens wordt een antwoord gegeven op de vraag of en zo ja in welke delen van het onderzoeksgebied er sprake is van een verhoogd risico op het aantreffen van CE. Er wordt daarnaast ingegaan op de te verwachten soort(en) CE, de verschijningsvorm en de mogelijke hoeveelheid. Het onderzoek resulteert in een horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied door middel van GIS kaartmateriaal en het advies om de werkzaamheden onder reguliere omstandigheden uit te voeren, of om vervolgstappen te zetten in de vorm van bijvoorbeeld een (projectgebonden) risicoanalyse of direct een detectieonderzoek.

36

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

4.10.2

Conclusie Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE. De volgende gevechtshandelingen / CE gerelateerde handelingen hebben in en/of nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: het neerkomen van afwerpmunitie. De volgende CE kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: afwerpmunitie. Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op CE. Het CE verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de CE-bodembelastingkaart. De horizontale en verticale afbakening van de CE verdachte gebieden wordt besproken in hoofdstuk 4.5 van het bijgevoegd rapport (zie Bijlage 9). In figuur 4.5 is een uitsnede van de bodembelastingkaart opgenomen.

Figuur 4.5: Uitsnede CE-bodembelastingkaart Er kan op basis van het onderzoek direct tot opsporing van CE worden overgegaan. De opsporingsfase omvat het geheel van organisatie en uitvoering, achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detecteren, interpreteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie tot aan overdracht aan de EOD en proces-verbaal van oplevering aan TenneT en de gemeente. Wanneer de opsporingsfase voor de relevante gebieden is afgerond is het aspect CE geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Er kan ook worden gekozen om eerst om via verder onderzoek een nadere verdiepingsslag te maken en te kijken of de verdachte gebieden kunnen worden verkleind. Uitgangsunt is dat eventuele detectiewerkzaamheden voorafgaand aan de realisatie

ontwerp

37

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

worden uitgevoerd.

4.11

Waterhuishouding

4.11.1

Onderzoek De Watertoets is een procesinstrument om wateraspecten een plaats te kunnen geven in de planvorming. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Met de watertoets worden afspraken gemaakt over de wijze waarop in ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het belang van water. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Vechtstromen. Een legger is een aanvulling op de Keur. Een keur is een stelsel van gebods- en verbodsbepalingen voor het in stand houden van de waterkeringen, waterhuishouding en wegen. In de Legger zijn de watergangen opgenomen, waarop de keur van toepassing is. Uit de Legger blijkt dat voor de ondergrondse 110kV kabelverbinding in de gemeente Hof van Twente geen eisen zijn opgenomen. De ondergrondse 110kV kabelverbinding leidt verder niet tot effecten op het grondwater. Het deel van de kabelverbinding dat met gestuurde boringen, persingen en open ontgravingen onder de grond wordt aangelegd leidt niet tot extra verhard oppervlak op maaiveld.

4.11.2

Conclusie Het aspect water is geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening wordt door de gemeente advies gevraagd aan het Waterschap (zie paragraaf 7.2).

4.12

Milieu-effectrapportage

4.12.1

Besluit m.e.r. Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De milieueffectrapportage is geregeld in de Wet milieubeheer en nader uitgewerkt in de AMvB Besluit m.e.r. De categorieën van activiteiten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en een bijlage. De activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, staan genoemd in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage. Het gaat om de C-lijst en de D-lijst waarin alle activiteiten staan genoemd waarvoor m.e.r.-verplichtingen kunnen gelden. De aard en omvang van de activiteit bepaalt in belangrijke mate welke verplichtingen gelden ten aanzien van de rapportages. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling, een m.e.r.-beoordeling of een m.e.r.-plicht. De gevallen waarvoor een milieueffectrapportage verplicht is, staan in onderdeel C. De gevallen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is, staan in onderdeel D.

De gevallen in onderdeel D zijn overigens indicatief. De verplichting voor een m.e.r.-beoordeling geldt ook wanneer op grond van de selectiecriteria in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.

38

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Deze omstandigheden zijn: 1. de kenmerken van de projecten (omvang project, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico en ongevallen en de cumulatie met andere projecten); 2. de plaats van de projecten (bijzondere gebieden, bestaand grondgebruik, rijkdom/kwaliteit/regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijk milieu); 3. de kenmerken van de potentiële effecten (in samenhang met de eerste twee criteria: bereik, grensoverschrijdende karakter van het effect, orde/grootte/complexiteit effect, waarschijnlijkheid effect, duur/frequentie/onomkeerbaarheid van het effect). Gelet op de wetswijziging per 16 mei 2017 moet er voor de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsleiding op grond van het Besluit m.e.r. bijlage D een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling door de initiatiefnemer worden opgesteld, op basis waarvan de gemeente een besluit neemt over de m.e.r.-beoordelingsplicht. Tabel 4.3: Besluit m.e.r. bijlage D24.2

4.12.2

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling De aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling is als bijlage 8 bijgevoegd. Geconcludeerd wordt, dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer. Het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het plan is niet nodig.

ontwerp

39

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Hoofdstuk 5

Juridische plantoelichting

Dit hoofdstuk beschrijft de plansystematiek van het bestemmingsplan. Eerst wordt ingegaan op de planopzet, waarna een toelichting volgt op de planregels.

5.1

Verantwoording planvorm Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) en voldoet aan de vereisten op het gebied van digitalisering. Het bestemmingsplan voldoet tevens aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die per 1 oktober 2010 in werking is getreden. Opzet van de planregels De planregels van dit bestemmingsplan zijn als volgt opgezet: Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden de in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Bestemmingsregels: bevat de bestemmingsregels. Hierin worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Het betreft in dit bestemmingsplan de dubbelbestemming Leiding-Hoogspanning. Algemene regels: bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in een afzonderlijk hoofdstuk onder te brengen. Overgangs- en slotregels: bevat de overgangs- en slotregels. Hierin is het overgangsrecht geregeld alsmede de titel.

Bij de opzet van de planregels is het aantal regels zo beperkt mogelijk gehouden en slechts datgene geregeld, wat werkelijk noodzakelijk is. Er is daarom gekozen voor een zogenaamde facetregeling. Dat betekent dat de onderliggende bestemmingen van de vigerende bestemmingsplannen blijven gelden voor deze gronden voor zover dit niet in strijd komt met de regeling uit dit bestemmingsplan. Er wordt als het ware alleen een dubbelbestemming overheen gelegd. In de vigerende bestemmingsplannen zijn is de bestemmingen 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' opgenomen voor bestaande (bovengrondse) kabelverbindingen. Deze bestemmingen blijven zo gelden. Voor de nieuwe ondergrondse 110kV kabelverbinding geldt de bestemming Leiding Hoogspanning 1.

5.2

Toelichting op de planregels De planregels zijn als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen: de in de regels gebezigde begrippen worden hierin omschreven ter verduidelijking van de betekenis en ter voorkoming van verschil in interpretatie. Artikel 2 Wijze van meten: een omschrijving van de wijze waarop het meten dient plaats te vinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Leiding - Hoogspanning toepassingsbereik en partiële herziening In dit artikel is aangegeven op welke wijze dit plan doorwerkt in relatie met de vigerende bestemmingsplannen.

40

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Met dit artikel wordt ten eerste aan de vigerende bestemmingsplannen een dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning 1 toegevoegd, waarvan de regels in artikel 4 zijn opgenomen. Dit maakt de aanleg van de ondergrondse 110kV kabelverbinding mogelijk. Daarnaast voegt het bestemmingsplan aan de volgende plannen regels toe: bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, vastgesteld op 16 december 2014; bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, vastgesteld op 9 december 2015; bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening regels beleid KGO, vastgesteld op 7 maart 2017; bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2018, vastgesteld op 10 juli 2018 bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019, vastgesteld op 15-10-2019, zodat bij de aanleg van de ondergrondse 110kV-kabelverbinding geen omgevingsvergunningen nodig zijn die in verschillende bestemmingen in de geldende bestemmingsplannen zijn opgenomen: 1. Aan de bestaande regels van artikel 4 'Agrarisch met waarden' wordt in lid 4.5.3 een nieuw sub e toegevoegd die als volgt luidt: "e. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding en de daarbij horende constructies, installaties en apparatuur betreffen".

Het geldende bestemmingsplan vereist een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. Deze moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ter plaatse aanwezige landschappelijke waarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. Aangezien de kabelverbinding op die gronden ondergronds wordt aangelegd, waarbij de situatie weer in de oude staat wordt hersteld, worden geen landschappelijke waarden aangetast. 2. Aan de bestaande regels van artikel 16 'Natuur' wordt in lid 16.3.3 onder een nieuw sub e toegevoegd die als volgt luidt: ".e. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding en de daarbij horende constructies, installaties en apparatuur betreffen." Het geldende bestemmingsplan vereist een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Deze omgevingsvergunning moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en landschapswaarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. Aangezien de kabelverbinding op die gronden ondergronds wordt aangelegd, waarbij de situatie weer in de oude staat wordt hersteld, worden geen landschappelijke waarden aangetast. Of er geen natuurwaarden worden aangetast moet volgen uit de natuurtoets. Vooruitlopend daarop wordt deze regeling alvast opgenomen. 3. Aan de bestaande regels van artikel 37 'Waarde - Archeologische verwachting 1' wordt in lid 37.4.3 onder een nieuw sub e toegevoegd die als volgt luidt: "e. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die de aanleg van een

ontwerp

41

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

ondergrondse hoogspanningsverbinding en de daarbij horende constructies, installaties en apparatuur betreffen". Het geldende bestemmingsplan vereist een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. Uit het archeologisch onderzoek volgt dat er geen archeologische waarden worden geschaad. 4. Aan de bestaande regels van artikel 38 'Waarde - Archeologische verwachting 2' wordt in lid 38.4.3 onder een nieuw sub f toegevoegd die als volgt luidt: "f. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding en de daarbij horende constructies, installaties en apparatuur betreffen". Het geldende bestemmingsplan vereist een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies.

Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. Vooruitlopend op de resultaten van het archeologisch onderzoek wordt deze regeling alvast opgenomen. Artikel 4 Leiding - Hoogspanning 1: Dit artikel bevat de bepalingen die direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven dubbelbestemming Leiding Hoogspanning 1. De regeling voor de ondergrondse 110kV kabelverbinding is een zogenaamde facetregeling. Dat betekent dat de onderliggende bestemmingen van de vigerende bestemmingsplannen blijven gelden voor deze gronden, met inachtneming van hetgeen hierboven is beschreven. Er wordt als het ware alleen een dubbelbestemming overheen gelegd. Uitgangspunt van de dubbelbestemming is een zone van 11 meter breed. Deze 11 meter is opgebouwd uit een beschermingszone van maximaal 5,5 meter aan weerszijden vanaf de hartlijn. Binnen dit gebied wordt de ondergrondse 110kV kabelverbinding aangelegd. Het toepassen van deze zone levert geen onevenredige belemmeringen op voor de overige aanwezige bestemmingen. Ter plaatse van deze gronden geldt, dat er alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming.

Voor bepaalde werken en werkzaamheden is een vergunningenstelsel opgenomen. In de regels is opgenomen dat een vergunning voor werken en werkzaamheden kan worden verleend indien de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad. Daarmee wordt gedoeld op ontwikkelingen in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding die van invloed kunnen zijn op de ongestoorde ligging, maar die niet per se noodzakelijkerwijs op die locatie moeten worden gerealiseerd. Een voorbeeld hiervan is de aanleg van een bos of realisatie van bepaalde bouwwerken. Voor de aanleg van de hoogspanningsverbindingen zelf is geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk. Het vergunningenstelsel is uitsluitend opgenomen om de aangelegde hoogspanningsverbinding te beschermen. Het is immers de bedoeling om de aanleg van de hoogspanningsverbinding direct mogelijk te maken. Zo wordt de aanleg van de hoogspanningsverbinding niet gefrustreerd door een omgevingsvergunningenstelsel. Ten behoeve van de aanleg is immers voldoende onderzoek uitgevoerd. Via een afwijking van de bouwregels kan, mits de veiligheid van de hoogspanningsverbinding niet onevenredig wordt geschaad, op of in de

42

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

beschermingszone worden gebouwd ten behoeve van de primaire bestemming. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel: deze bepaling (conform het Besluit ruimtelijke ordening) dient om te voorkomen dat situaties ontstaan die niet in overeenstemming zijn met de bedoeling van het plan. Via de anti-dubbeltelregeling wordt voorkomen dat eenzelfde terrein twee keer wordt ‘meegenomen’ bij de beoordeling van een bouwaanvraag. Grond die al eerder moest worden meegeteld bij de beoordeling van een bouwplan mag niet nog eens worden meegeteld bij een nieuwe bouwaanvraag. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 6 Overgangsrecht: in deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Het overgangsrecht is conform het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Artikel 7 Slotregel: dit artikel haalt de naam aan van het bestemmingsplan.

ontwerp

43

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Hoofdstuk 6 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Grondexploitatiewet Op grond van artikel 6.12 Wro, lid 1 (afdeling 6.4 grondexploitatie) stelt de gemeenteraad bij de vaststelling van (onder meer) een bestemmingsplan een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, indien het kostenverhaal niet op een andere wijze is verzekerd. Het moet gaan om een bouwplan, omdat de effectuering van het kostenverhaal op grond van het exploitatieplan altijd gekoppeld is aan de verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. In het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven wat onder een bouwplan moet worden verstaan (Art. 6.2.1 Bro): de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m2 of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor kantoor- of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 (was 1.000 m2) bedraagt;' de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2.

Een exploitatieplan is niet vereist, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld via gronduitgifte, precarioverordening of (exploitatie)overeenkomsten. Uiteraard is een exploitatieplan ook niet noodzakelijk, als realisering van het bouwplan geen kosten vergt van de overheid. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen bouwplannen in de zin van de Grondexploitatiewet mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan of anterieure overeenkomst is dan ook niet aan de orde.

6.2

Kosten van aanleg en instandhouding De kosten voor de aanleg van de een ondergrondse 110kV kabelverbinding komen uit het investeringsfonds van TenneT (CAPEX) en de kosten voor het instandhouden komen uit de aansluitkosten (OPEX). De leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT op grond van de Elektriciteitswet 1998. Indien nut en noodzaak van een project zijn aangetoond kan TenneT de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.

6.3

Vestiging zakelijk recht Voor de aanleg en instandhouding van de ondergrondse 110kV kabelverbinding moet TenneT gebruik kunnen (blijven) maken van een strook grond ter plaatse van de ondergrondse 110kV kabelverbinding. Deze strook (de zakelijk rechtstrook) is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen. Om gebruik te kunnen (blijven) maken van de grond in deze strook wil TenneT bij

44

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

voorkeur een zakelijk rechtovereenkomst (inclusief gebruiksovereenkomst) afsluiten met de eigenaar, de eventuele overige zakelijk gerechtigden (erfpachters, opstalhouders, et cetera) en de eventuele persoonlijk gerechtigden (huurder, pachters, et cetera). In deze overeenkomsten worden de afspraken vastgelegd over het gebruik van de grond en welke vergoeding en welke rechten op toekomstige vergoedingen de rechthebbende van TenneT zal ontvangen. Het zakelijk recht betreft een opstalrecht en is een zelfstandig recht dat een inbreuk vormt op het exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar en de overige zakelijk gerechtigden. TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent. Schadeloosstelling betekent dat de rechthebbenden vóór en ná de vestiging van het zakelijk recht in een gelijkwaardige vermogens- en inkomenspositie dienen te verkeren. Schadeloosstelling geschiedt in beginsel ongeacht het moment waarop schade zich voordoet. Belemmeringenwet Privaatrecht TenneT tracht op minnelijke wijze met grondeigenaren, overige zakelijk gerechtigden en gebruikers overeenstemming te bereiken over het gebruik van een strook grond (de zakelijk rechtstrook) ter plaatse van de ondergrondse 110kV kabelverbinding door middel van het vestigen van een zakelijk recht.

In het geval op minnelijke wijze geen overeenstemming kan worden bereikt, kan voor aanleg en instandhouding van de verbinding een beroep worden gedaan op de Belemmeringenwet Privaatrecht. Middels deze wet kan door de Minister van I&W aan de rechthebbenden op de grond een zogenaamde gedoogplicht worden opgelegd. In artikel 20 van de Elektriciteitswet 1998 is onder meer de toegang tot de Belemmeringenwet Privaatrecht vastgelegd voor de aanleg van elektriciteitsnetten als hier aan de orde.

ontwerp

45

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Hoofdstuk 7 7.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Communicatie Ter voorbereiding van de aanleg van de ondergrondse 110kV kabelverbinding hebben de betrokken gemeenten met TenneT samengewerkt om het bestemmingsplan vorm te geven. TenneT heeft bovendien uitgebreid en zorgvuldig gecommuniceerd met de grondeigenaren waar de leiding wordt aangelegd.

7.2

Vooroverlegprocedure ex art. 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijke procedure. Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties.

7.3

Zienswijzenprocedure P.M.

7.4

Vaststelling P.M.

46

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Bijlagen bij toelichting

ontwerp

47

Buitengebied Hof van Twente, herziening hoogspanning tracé Oele - Hengelo

Bijlage 1 Archeologisch bureauonderzoek

48

ontwerp

Antea Group Archeologie 2019/72 Bureauonderzoek t.b.v. aanleg 110 kv kabelverbinding Hengelo Weideweg (HGLW) - Hengelo Oele (HGLO) gemeente Hof van Twente

projectnummer 452535 revisie 02 1 maart 2021

Antea Group Archeologie 2019/72 Bureauonderzoek t.b.v. aanleg 110 kv kabelverbinding Hengelo Weideweg (HGLW) - Hengelo Oele (HGLO) gemeente Hof van Twente projectnummer 452535 revisie 02 1 maart 2021 doc.nummer 452535-Arch-BO02-01

Auteurs I. Fleuren R.L. Fens

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR Arnhem

datum vrijgave 01‐03‐2021

beschrijving revisie 02 Akkoord door adviseur BG

goedkeuring A.J. Brokke

vrijgave R.S. Raap

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

2

1

Inleiding

4

2

Beschrijving onderzoekslocatie

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1

Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen

5 5 6 6 8

3

Bekende waarden

9

3.1 3.2

Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden

9 10

4

Archeologische verwachting

11

4.1 4.2

Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting

11 12

5

Conclusies en advies

14

5.1 5.2

Conclusies (Selectie)advies

14 14

Literatuur en geraadpleegde bronnen

16

Lijst met afbeeldingen

17

Bijlagen 1 2

Archeologische perioden AMZ-cyclus

Kaartbijlagen 452535-ARCHIS 452335-AHN 452535-BOD 452535-BON 452535-GKN 452335-deelgebieden

Gegevens uit ARCHIS Actueel Hoogtebestand Nederland Bodemkaart Bonnebladen Geomorfologische kaart Deeltracés

Antea Group Archeologie 2019/72 Bureauonderzoek projectnummer 452535 1 maart 2021 revisie 02 TenneT TSO B.V.

Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem

452535 4680767100 Overijssel Hof van Twente div. Hengelo-Oele

Kaartblad 28G/34E Coördinaten N. 247970/476540 Z. 247600/474640 Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering april 2019 Projectteam R. Raap I. Fleuren R. Fens A. Brokke Vrijgave conform KNA A. Brokke (senior KNA-archeoloog) Bevoegd gezag gemeente Hof van Twente Deskundige Bevoegd gezag A. Vissinga (Het Oversticht) Beheer documentatie Antea Group

Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met ligging van het totale plangebied in de gemeentes Hof van Twente en Hengelo (Bron: Esri & Partners). Rood: open ontgraving; zwart: gestuurde boring.

Blad 1 van 16

Antea Group Archeologie 2019/72 Bureauonderzoek projectnummer 452535 1 maart 2021 revisie 02 TenneT TSO B.V.

Samenvatting In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de geplande aanleg van een 110 kV kabeltracé tussen station Hengelo Weideweg en Hengelo Oele (HGLW-HGLO). Het geplande tracé is in twee gemeentes gelegen, namelijk gemeente Hengelo en gemeente Hof van Twente. De totale geplande lengte van dit tracé is circa 5.900 m, waarvan circa 2.800 m in open ontgraving plaatsvindt (zie afbeelding 1). Het onderhavige rapport heeft als zwaartepunt het gedeelte van het tracé dat zich bevindt in de gemeente Hof van Twente. De opgetelde lengte van dit tracé is circa 2.270 m. Circa 715 m van dit tracé vindt plaats in open ontgraving. Het grootste gedeelte van het tracé doorkruist gebieden waarvoor een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt. Deze gebieden zijn gelegen op relatief hoog gelegen gronden in het landschap (al dan niet beschermd door een esdek). Vanaf de prehistorie vormden dergelijke hoger gelegen gebieden geliefde woon en verblijfplaatsen. Tevens geldt er een hoge verwachting voor gebieden in de directe omgeving van een historisch object. Binnen het plangebied kunnen met name resten van oude boerderijerven worden aangetroffen. De oorsprong van veel van deze boerderijen gaat terug tot in de late middeleeuwen.

In de bestemmingsplannen is voor de zones met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen dieper dan 0,4 m –mv en een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 5.000 respectievelijk 2.500 m2. Deze gezamenlijke vrijstellingsgrenzen worden overschreden voor de delen van het tracé waar de werkzaamheden in open ontgraving plaatsvinden. Een gedeelte van het tracé bevindt zich in een gebied met een lage archeologische verwachting. Gemeente Hof van Twente stelt dat voor deze zones archeologische onderzoek verplicht is bij grootschalige ingrepen (met een gezamenlijke oppervlakte van 10 ha of groter). Deze grens wordt met het totale project mogelijk overschreden en de lage verwachtingszone wordt daarom meegenomen in het advies voor vervolgonderzoek om vast te stellen of er sprake is van afwijkende landschappelijke kenmerken. Geadviseerd wordt om de gebieden waar in open ontgraving wordt aangelegd een verkennend booronderzoek uit te voeren met boringen om de 50 m. In totaal betreft dit een te onderzoeken lengte van circa 715 m. Het booronderzoek bestaat hiermee uit in totaal 15 tot 20 verkennende boringen. Een verkennend boordonderzoek heeft als doel te bepalen in hoeverre het bodemprofiel intact is en of er in het bodemprofiel aanwijzingen zijn voor archeologisch relevante lagen (zie afbeelding 3).

Hierbij dient te worden opgemerkt dat in een eerder ontwerp van het plangebied uitdrukkelijk rekening werd gehouden met de aanleg van tijdelijke werkwegen in het kader van de graaf- en aanlegwerkzaamheden. Deze tijdelijke werkwegen zijn echter niet vermeld in het nieuwste ontwerp van het tracé. Indien de bodem ter plaatse van de mogelijke werkwegen dieper dan 0,4 m verstoord wordt, geldt ook voor deze gebieden een onderzoeksplicht. In dat geval adviseren wij om ook deze gebieden een verkennend boordonderzoek uit te voeren. Revisiebeheer

Blad 2 van 16

Antea Group Archeologie 2019/72 Bureauonderzoek projectnummer 452535 1 maart 2021 revisie 02 TenneT TSO B.V.

Het bovenstaande selectieadvies is voorgelegd aan en goedgekeurd door de deskundige van het bevoegd gezag, in deze dhr. A. Vissinga (Het Oversticht), d.d. 23-09-2020. Het huidige rapport betreft revisie 02.

Blad 3 van 16

Antea Group Archeologie 2019/72 Bureauonderzoek projectnummer 452535 1 maart 2021 revisie 02 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Antea Group in april 2019 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de geplande aanleg van een 110 kV kabeltracé tussen station Hengelo Weideweg en Hengelo Oele (HGLW-HGLO). Het geplande tracé is in twee gemeentes gelegen, namelijk gemeente Hengelo en gemeente Hof van Twente. Het geplande tracé heeft een totale lengte van circa 5900 m, waarvan circa 2800 m in open ontgraving plaats (zie afbeelding 1). Het onderhavige rapport heeft als zwaartepunt het gedeelte van het tracé dat zich bevindt in de gemeente Hof van Twente. De opgetelde lengte van dit tracé is circa 2270 m. Circa 715 m van het tracé vindt plaats in open ontgraving. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Waar kunnen we wat verwachten? Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.

Dit onderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.

Blad 4 van 16

Antea Group Archeologie 2019/72 Bureauonderzoek projectnummer 452535 1 maart 2021 revisie 02 TenneT TSO B.V.

2

Beschrijving onderzoekslocatie

2.1

Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen onderzoeksgebied enerzijds en plangebied anderzijds. Het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde plannen betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord. Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen over de mogelijk aanwezige archeologische sporen in het plangebied. Een onderzoeksgebied van 250 m rondom het gehele plangebied wordt daarom voldoende geacht om een indruk te krijgen van het archeologisch potentieel van het plangebied. Het beginpunt van het tracé is gelegen bij 110 kV station Hengelo Weideweg (gemeente Hengelo) aan de Generatorstraat huisnummer 61 te Hengelo. Van hieruit loopt het tracé in westelijke richting en kruist deze de A35 en de gemeentegrens met de gemeente Hof van Twente. Vervolgens loopt het tracé in zuidelijke richting en kruist de N346, de spoorlijn en het Twentekanaal (tevens gemeentegrens tussen Hof van Twente en Hengelo). Ten zuiden van het Twentekanaal loopt het tracé in oostelijke richting, kruist de A35 weer, naar het 110kV-station Hengelo Oele aan de Vöckersweg huisnummer 3 (gemeente Hengelo). De totale lengte van het tracé is circa 5.900 m, waarvan circa 2800 m in open ontgraving plaatsvindt.

De opgetelde lengte van het tracé dat zich bevindt in de gemeente Hof van Twente, inclusief tijdelijke werkwegen, is circa 2.270 m. Circa 715 m van het tracé vindt plaats in open ontgraving.

2.2

Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het grootste gedeelte van het tracé (in open ontgraving) is in gebruik als landbouwgrond. Consequenties toekomstig gebruik Opgeteld circa 715 m vindt in open ontgraving plaats. Naar verwachting wordt de sleuf 4 m breed (bovenin, op de bodem 1,5 m) en zal er tot een diepte van 2,1 m –mv grond worden ontgraven. Naast de sleufbreedte wordt een werkstrook van minimaal 10 m breed aangehouden op plaatsen waar het tracé door weilanden en akkers loopt. Voor het aanleggen van de kabel wordt uitgegaan van een voorlopige werkbreedte van 30 m. Langs wegen wordt alleen uitgegaan van de sleufbreedte. De oppervlakte van het tracé in open ontgraving bedraagt circa 2 ha (30 m breedte bij 715 m lengte). Daarnaast zullen er verschillende tijdelijke werkwegen worden gerealiseerd voor het werkverkeer. Het overige gedeelte van het tracé zal worden aangelegd door middel van HDD-boringen. Voor het in- en uittredepunt van de gestuurde boringen zullen putten moeten worden gegraven die naar verwachting 5 bij 5 m groot gaan worden. De hierboven genoemde geplande werkzaamheden kunnen eventueel archeologische resten in de bodem verstoren.

Blad 5 van 16

Antea Group Archeologie 2019/72 Bureauonderzoek projectnummer 452535 1 maart 2021 revisie 02 TenneT TSO B.V.

2.3

Archeologisch beleid Op www.ruimtelijkeplannen.nl is te zien dat het tracé onderdeel is van verschillende bestemmingsplannen. Binnen het totale plangebied, dus inclusief het gedeelte dat onderdeel is van gemeente Hengelo, zijn negen zones aan te wijzen waar werkzaamheden in open ontgraving plaatsvinden. In dit bureauonderzoek zijn deze zones onderverdeelt in zogenaamde ‘deeltracés’ (zie kaartbijlage 452535-deelgebieden). Deeltracés 4 en 5 zijn bevinden zich in gemeente Hof van Twente1 en zijn onderdeel van bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente (2015) Deeltracé 4 Voor het meest noordelijke gedeelte van het tracé geldt een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologische verwachting 2’. Daarbij geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 m -mv en met een grotere oppervlakte dan 5.000 m.2 Voor het middelste gedeelte van deeltracé 4 geldt een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’. Hierbij is archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 m mv en met een grotere oppervlakte dan 10 ha. Voor het meeste zuidelijke gedeelte van deeltracé 4 geldt een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologische verwachting 1’. Daarbij geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 m -mv en met een grotere oppervlakte dan 2.500 m2.

Deeltracé 5 Voor het gedeelte van het tracé dat plaatsvindt in open ontgraving geldt een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’. Daarbij geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 m -mv en met een grotere oppervlakte dan 2.500 m2.

2.4

Landschappelijke situatie Geologie Het plangebied is gelegen in het Oost-Nederlandse zandgebied. Het oostelijk zandgebied vertoont in vergelijking met de andere zandgebieden van Nederland een sterk verbrokkeld reliëf.2 Er zijn grote plaatselijke verschillen in hoogte, maar ook in de vorm van de ondergrond. Dit reliëf is voor een groot deel veroorzaakt door de ijsbedekking in het Saalien. Zo liggen de plaatsen Oldenzaal, Ootmarsum, Markelo, Lemele op, of aan de rand van stuwwallen. De meest oostelijk gelegen stuwwallen bevatten gestuwde tertiaire afzettingen bestaande uit fijnzandige en kleiige mariene sedimenten uit het Eoceen, Oligoceen en Mioceen. Behalve stuwwallen zijn er ook grondmorenes aanwezig in de vorm van keileemafzettingen (Formatie van Drenthe). De overige stuwwallen bestaan net als de stuwwallen van Midden-Nederland uit grofzandige en grindrijke gestuwde sedimenten. Het grootste deel van het oostelijk zandgebied bestaat echter uit dekzand en fluvioperiglaciale afzettingen (Formatie van Boxtel). Het plangebied ligt op een dergelijke dekzandondergrond. Het dekzandlandschap bestaat uit een afwisseling van dekzandvlaktes en dekzandruggen. Het dekzandgebied wordt doorsneden door beekafzettingen (Laagpakket van Singraven, Formatie van Boxtel).3 Geomorfologie en AHN Deeltracés 1, 2, 3, 6 en 7 zijn gelegen in gemeente Hengelo. Berendsen, 2000. 3 Fens, 2017. 1 2

Blad 6 van 16

Antea Group Archeologie 2019/72 Bureauonderzoek projectnummer 452535 1 maart 2021 revisie 02 TenneT TSO B.V.

Geomorfologisch gezien is het plangebied onderdeel van een landschap van hooggelegen grondmoreneruggen en gordeldekzanden, die worden doorsneden door beekdalen. Op de geomorfologische kaart is te zien dat het plangebied verschillende geomorfologische zones doorkruist (zie kaartbijlage 452535-GKN). Over het algemeen worden hoger gelegen delen een hogere archeologische verwachting toegekend, aangezien deze zones vanaf de prehistorie geliefde woon- en verblijfplaatsen vormden (zie ook hoofdstuk 2.4.1). Dekzandrug (4B53yc) Gordeldekzandrug (3B56yc) Grondmorenewelvingen (3L11H) Dekzandwelvingen (3L51yc) Beekdaloverstromingsvlakte (2M44) Beekdalbodem (22R42L) Dalvormige laagte (22R23)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3875/documents/53753