11. Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden_Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
www.bodemloket.nl
E. Provinciale bodematlas
geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1
F. Ligging kabels en leidingen
www.klic-online.nl
G. Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
bagviewer.kadaster.nl
5
Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie
Locatiebezoek is uitgevoerd op 13 september 2019 met de eigenaar en tevens gebruiker heer B. Mets. Gegevens zijn verwerkt in dit hoofdstuk
6
Eigen archief Ortageo
Verwerkt in dit hoofdstuk
4
Rapporten en beschikking
7
Onderzoekslocatie A. Verkennend bodemonderzoek Langenhorsterweg 6 te Ambt Delden
Tauw, projectnummer 3877205, 14 november 2000
B. Actualisatie onderzoek Langenhorsterweg 6 te Ambt Delden
Tauw, projectnummer R002-3877205, 14 november 2000
C. Neder onderzoek Langenhorsterweg 6 te Ambt Delden
Tauw, projectnummer 3901386, 5 januari 2001
D. Aanvullend bodemonderzoek Langenhorsterweg 6 te Ambt Delden
Tauw, projectnummer 3943364, 16 augustus 2001
E. Verkennend bodemonderzoek op het perceel Langenhorsterweg 6 te Ambt Delden
Dibec, projectnummer 461.241/MBW, 10 oktober 2002
F. Historisch onderzoek Langenhorsterweg 6 te Ambt Delden (gemeente Hof van Twente)
Combinatie Consulmij Milieu & MUG Ingenieursbureau, rapportnummer HOOV001, december 2008
G. Beschikking saneringsplan
Provincie Overijssel, WH/2001/2255, 21 juni 2001
Zuidelijk aangrenzend perceel H. Historisch onderzoek C1735021196 te Ambt Delden (gemeente Hof van Twente)
211079/R01
Combinatie Consulmij Milieu & MUG Ingenieursbureau, rapportnummer HOOV099, oktober 2008
2/18
Algemene gegevens De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres
Langenhorsterweg 6 in Ambt Delden
Kadastrale aanduiding
Gemeente Delden, sectie P, nummer 468
Oppervlakte
Circa 7.721 m²
Eigenaar
BM Vastgoed B.V.
Algemene omschrijving
Buiten gebruik zijnde bedrijfsterrein
Bebouwing
Op het noordelijke deel van het perceel hoofdgebouw met diverse bijgebouwen. Het zuidelijke deel is onbebouwd, braakliggend.
Terreinverharding
Noordelijk deel: klinkers, stelconplaten en inpandig beton of klinkers Zuidelijk terreindeel: stelconplaten of onverhard
De globale situering van de onderzoekslocatie is op onderstaande afbeelding met een gele lijn aangegeven.
Afbeelding 1: Luchtfoto onderzoekslocatie (bron Google Maps)
Bodemgebruik In de tabel op de volgende pagina zijn de beschikbare gegevens weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van respectievelijk de onderzoekslocatie en de directe omgeving. In bijlage 7a zijn plattegronden opgenomen met de indeling van de bebouwing en de verdachte activiteiten.
211079/R01
3/18
Tabel 3: Beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie
Historisch
Zuivelfabriek en graanmalerij • 1914 - 1982: Cooperatieve Stoomzuivelfabriek en landbouwvereniging De Vooruitgang Ontsmettings- en reinigingsmiddelenproductie: • 1984: Delco Chemie • 1993: Kleencare Hygiëne Overige kunstofproductenindustrie • 2003: Desmepol (geen productie op deze locatie)
• Kolenopslag (1914 - 1955) • Opslag koperslakkenbloem (voor 1965) • Ondergrondse diesel en benzinetank met pompeiland vanaf 1963,(in 1980 verwijderd en gesaneerd) • (Voormalige) bovengrondse stookolietank (onbekend 1982) en hbo-tank (2005 - nu) • Brandplaats • Bedrijfsriool • Opslag logen en zuren, reinigings- en ontvettingsmiddelen • Calamiteit in 1995: 500 kg fosforzuur van de heftruck gevallen • Opslag kunststofgranulaat en chemicaliën
Huidig
• Buiten gebruik zijnde bedrijfslocatie Desmopol
• Opslag granulaat in big bags en op diverse plaatsen opslag chemicaliën.
Toekomstig
• Woningbouw
• Geen
Directe omgeving Historisch
• Bos
Huidig en toekomstig
• Noord - en zuidzijde: bos • Oostzijde: straat en bos • Westzijde: woningen
• Zuid: In het historisch onderzoek van het zuidelijk aangrenzende perceel (bron 7G) wordt gesproken over een ophooglaag met industrieel en bedrijfsafval vanaf 1981 • Overige zijden: geen
Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de onderzoekslocatie Uit de beschikbare bodemonderzoeksrapporten(bron 7A t/m 7G) blijkt het volgende: • Nabij de voormalige ondergrondse brandstoftanks was de bovengrond sterk verontreinigd met minerale olie. Het grondwater is licht verontreinigd met aromaten (bron 7A). Tijdens de verwijdering van de ondergrondse tanks is de grond gesaneerd. In het nadien uitgevoerde aanvullende onderzoek (bron 7D) is dit geverifieerd. Hierbij zijn geen gehalten aan minerale olie boven de tussenwaarde aangetoond (zie bijlage 6D). De exacte locatie van de uitgevoerde sanering is niet bekend. Er is geen tekening beschikbaar. In de Omgevingsrapportage wordt geconcludeerd dat 1.162 ton verontreinigde grond is afgevoerd naar Boeldershoek, • Op het noordelijke deel van de locatie zijn lichte tot matige gehalten aan PAK in de grond aangetoond. Deze zijn waarschijnlijk gerelateerd aan de visueel waargenomen sintels, kolenresten, slakken en puindeeltjes tot een diepte van 0,5 à 1,0 m -mv (bron 7A en 7D). • Op het noordelijke terreindeel is sprake van een sterke verontreiniging met koper in het grondwater, waarvan de globale verontreinigingscontour is aangegeven in de afbeelding op de volgende pagina. De verontreiniging is waarschijnlijk veroorzaakt door de opslag van koperslakkenbloem (bron 7C).
Het betreft een geval van ernstige verontreiniging, meer dan 100 m3 grondwater is verontreinigd, Het geval is in juni 2001 beschikt als ernstig, maar niet urgent (bron 7G). • In het grondwater aan de noordzijde is de concentratie trichloormethaan in 1992 licht verhoogd. Dit is in 2001 niet bevestigd (bron 7D). • In de bovengrond van het zuidelijke braakliggende terreindeel is in 2002 een licht verhoogd gehalte aan EOX gemeten (bron 7E). De overige parameters zijn niet verhoogd. De ondergrond is niet verontreinigd. In het grondwater is de concentratie zink matig tot sterk verhoogd. Op basis van informatie van de gemeente blijkt dat zink binnen de gemeente vaker zonder duidelijke aanwijsbare bron verhoogd aanwezig is.
211079/R01
4/18
Afbeelding 2: Streefwaarde-contour verontreiniging met zware metalen in het grondwater
In de directe omgeving Voor zover bekend is er in de directe omgeving alleen een historisch onderzoek uitgevoerd en zijn er geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Op het zuidelijk aangrenzende perceel wordt in het historisch onderzoek (bron 7F) gesproken van een ophooglaag met industrieel en bedrijfsafval. Als startjaar wordt 1981 aangegeven.
Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geo(hydro)logische bodemopbouw is weergegeven in de figuur op de volgende pagina. De grondwaterstand van het eerste watervoerende pakket bedraagt regionaal gezien circa 1,5 m –mv. Regionaal gezien is de stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerend pakket westelijk. Nabij de onderzoekslocatie is oppervlaktewater aanwezig, de Twickeler vaart. Deze heeft mogelijk invloed op de grondwaterstanden en de –fluctuaties. De locatie ligt voor zover bekend niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied. Voor zover bekend wordt er op en in de directe omgeving van de locatie niet op relevante schaal grondwater door bedrijven en particulieren onttrokken.
211079/R01
5/18
Figuur 1: Geohydrologisch model gebaseerd op REGIS II.1 (bron 4) Diepte (m -mv) Lithologie Geologische formatie 0,0 - 0,5
Zandige eenheid
Geohydrologische eenheid
Antropogeen
Deklaag
0,5 - 2,0
Zandige eenheid
1
Boxtel
1ste watervoerend pakket
2,0 - 8,3
Zandige eenheid 2
Drente
1ste watervoerend pakket
8,3 - 9,8
Kleiige eenheid 3
Drente, laagpakket Gieten
1ste scheidende laag
9,8 - 10,5
Zandige eenheid
2
Drente
2de watervoerend pakket
10,5 - 20,7
Kleiige eenheid 4
Breda
slecht doorlatende basis
1
hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
2
hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
3
hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei weinig klei, fijn, midden en grof zand, een spoor grind en een kans op stenen, keien en blokken
4
211079/R01
hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei, weinig fijn en midden zand en een spoor bruinkool en glauconietzand
6/18
3
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Hypothese
Chemische parameters (NEN 5740) De locatie is ‘verdacht’ voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging met zware metalen, PAK en/of minerale olie; op basis van het vooronderzoek wordt verwacht dat sprake is geweest van een diffuse of lokale bodembelasting gedurende de lange periode dat op de locatie bedrijvigheid heeft plaatsgevonden. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende verdachte deellocaties onderscheiden: A. het spoellokaal (opslag koperslakkenbloem); B. bedrijfsriolering; C. voormalige bovengrondse brandstoftank én ondergrondse brandstoftanks en pompeiland; D. voormalige kolenopslag; E. opslag zuren (2x). Ter plaatse van de eerder geconstateerde grondwaterverontreiniging met koper is een actualisatie-onderzoek uitgevoerd. Het overige, zuidelijke deel van de onderzoekslocatie kent geen bedrijfsmatig gebruik en heeft braak gelegen. Dit terreindeel is ‘onverdacht’ voor grond- en/of grondwaterverontreiniging en is als aparte deellocatie beschouwd. Asbest (NEN 5707) De locatie is als ‘verdacht’ aangemerkt ten aanzien van verontreiniging met asbest in de bodem omdat/vanwege: • tijdens eerdere bodemonderzoeken een bijmenging met puin is waargenomen, • op de asbestkansenkaart is aangegeven dat een grote kans op de aanwezigheid van asbest bestaat en • vanwege de asbestproblematiek in de gemeente Hof van Twente.
Een verontreiniging met asbest is mogelijk diffuus en heterogeen verspreid aanwezig in de bovengrond.
Onderzoeksstrategie Chemische parameters (NEN 5740) In onderstaande tabel zijn per (verdachte) deellocatie de strategie en verdachte parameters weergegeven. Daar waar mogelijk zijn potentieel verdachte deellocaties gecombineerd omdat deze naast elkaar of op korte afstand van elkaar zijn gelegen. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL) gekozen. Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch is onderzocht. Tabel 4: Onderzoeksstrategie deellocaties Oppervlakte (m2)
Deellocatie
Strategie NEN 5740
A B
Spoellokaal Bedrijfsriolering (deels)
750
VED-HE-NL
B C
375
VED-HE-NL
D
Bedrijfsriolering (deels), Voormalige bovengrondse en ondergrondse brandstoftanks en pompeiland Voormalige kolenopslag
E
Opslag zuren (2x)
150 en 50
VED-HE-NL
F
Overig deel inclusief brandplaats
6.400
VED-HE-NL
G
Laboratorium in hoofdgebouw
50
maatwerk
H
Ondergrond
7.700
ONV-NL
ONV-NL
Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie
VED-HE-NL
Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming
211079/R01
7/18
Op verzoek van de eigenaar is vanwege de aanwezigheid van chemicaliën en een dichte (vloeistofdichte/ vloeistofkerende) betonvloer inpandig vrijwel geen onderzoek uitgevoerd. Via een kruipruimteluik in het laboratorium is een peilbuis geplaatst en bemonsterd in de voormalige melkfabriek (hoofdgebouw, onderzoekspunt 22). Daarnaast zijn ter plaatse van een niet in gebruik zijnde opslagruimte een boring en peilbuis uitgevoerd (onderzoekspunten 06 en 07). Omdat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS. Voor de actualisatie van de grondwaterverontreiniging is slechts één van de in 2001 geplaatste peilbuizen (bron 7C in tabel 1) tijdens het veldwerk teruggevonden. De overige peilbuizen bleken niet meer aanwezig of niet meer bruikbaar. Hierop zijn enkele nieuwe peilbuizen geplaatst. De geplande peilbuis in de kern van de grondwaterverontreiniging met koper is niet geplaatst vanwege meerdere gestaakte boringen (onderzoekspunt 43). Asbest (NEN 5707) Op basis van de hypothese is de locatie conform NEN 5707 onderzocht volgens de strategie voor een ’verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. Het onderzoek naar asbest en chemische parameters is gecombineerd uitgevoerd.
211079/R01
8/18
4
VELDWERKZAAMHEDEN Opzet
Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De locaties van de onderzoekspunten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 5: Uitvoeringsgegevens Datum
16-9-2019, 4-10-2019, 11-10-2019, 14-11-2019 15-10-2019, 3-12-2019
Werkzaamheden
Beoordelingsrichtlijn/ protocol
Erkende organisatie
Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
2000/2018
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Nemen van grondwatermonsters
2000/2002
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Verantwoordelijk medewerker
R.F.A. Rieschke, A.H. Vrugteman, R. van der Horst
A.H. Vrugteman
Ten behoeve van het onderzoek naar het voorkomen van asbest is op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie een maaiveldinspectie uitgevoerd waarbij het maaiveld van de gehele onderzoekslocatie systematisch is afgezocht op asbestverdacht (plaat)materiaal. Vanwege de volledige verharding van het noordelijke deel van de onderzoekslocatie met klinkers, beton en stelconplaten is hier geen maaiveldinspectie uitgevoerd. De monstername voor onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform specifieke eisen volgens veldwerk-protocol “bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater” vastgesteld door expertisecentrum PFAS (juli 2019). In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur, kleur, humusgehalte). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De opgeboorde grond ter plaatse van het voormalige pompeiland en de ondergrondse tanks en de nog aanwezige bovengrondse tank is met behulp van de olie-water-reactie getest op de aanwezigheid van olie-achtige stoffen. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest in de bodem.
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen die tot een aanpassing van het veldwerkprogramma heeft geleid. In de tabel op de volgende pagina is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Daar waar mogelijk zijn de proefgaten en boringen op dezelfde locaties uitgevoerd. Gestaakte boringen In verband met de aanwezigheid van een ondoordringbare laag in de ondergrond op delen van de onderzoekslocatie of een leiding, zijn de boringen 02, 04, 08, 14 op een diepte van 0,5 à 0,7 m -mv gestaakt. Boring 43 is op drie locaties gestaakt op maximaal 3,15 m -mv, waardoor het niet mogelijk was een peilbuis te plaatsen.
211079/R01
9/18
Tabel 6: Overzicht veldwerkprogramma Deellocatie Diepte (m-mv)
Proefgaten gecombineerd met boringen 0,5
1,0
2,0
Boringen 0,5
1,0
Peilbuis 2,0
3,5 - 4,5
Verkennend onderzoek A. Vm. spoellokaal
06
07 2
02 , 04
B. Bedrijfsriool (deels)
01
2
08
B. Bedrijfsriool (deels)
C.
2
Vm. pompeiland en ondergrondse tanks
03, 05 12
11
10 43
Bovengrondse tank 09
D: Vm kolenopslag E. Vm opslag zuren (noord)
2
14
E. Vm opslag zuren (zuid) F. Overige deel
21, 25, 26, 28, 30, 31, 32, 34, 36, 38, 39
16 18
17, 19
29
24, 33, 37, 40
15
13 20
27
41
G. Laboratorium (vm. melkfabriek)
23, 35
22
Actualisatie-onderzoek grondwater Noordzijde 1
proefgaten zijn vanaf circa 0,5 m –mv dieper doorgeboord
2
Boringen zijn eerder gestaakt
432
07, 10, 22, 44
Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Er is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000.
Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw De bodem is tot de maximaal onderzochte diepte opgebouwd uit zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand. Lokaal is het zand zwak grindig en is op wisselende diepte een leemlaag aangetroffen met een dikte van 0,6 à 1,0 meter. Ter plaatse van de verharding is onder het straatzand veelal een humeuze laag aanwezig tot 0,5 à 1,5 m -mv. Opgemerkt wordt dat deze classificatie conform de NEN 5104 voor milieukundig onderzoek is beschreven. Het betreft geen classificatie voor civieltechnische hergebruiksmogelijkheden; hiervoor dienen de boorbeschrijvingen op de juiste wijze geïnterpreteerd te worden en kan (aanvullend) civieltechnisch onderzoek nodig zijn. Visueel waargenomen bijzonderheden Ter plaatse van het noordelijke (bebouwde) terreindeel zijn in de bovengrond tot overwegend maximaal 1,0 m -mv bijmengingen met puin, baksteen en kolengruis waargenomen. Enkele boringen zijn gestaakt. Ter plaatse van onderzoekspunt 01, gelegen nabij het riool, is de laag van 0,7 – 1,4 m -mv sterk baksteenhoudend en bestaat deze verder uit los zwart fijn materiaal. Het grondwater is eveneens zwart gekleurd. Er is geen oliefilm aanwezig. Nabij de bovengrondse en voormalige ondergrondse tanks met pompeiland is geen water-olie reactie waargenomen.
Ter plaatse van de voormalige brandplaats (onderzoekspunt 26) zijn geen bijzonderheden waargenomen. Waarschijnlijk is door het leggen van de stelconplaten en de aanleg van de silo’s de grond deels verwijderd en door elkaar geraakt, waardoor eventuele verbrandingsresten verwijderd zijn of verspreid zijn over een groter oppervlak.
211079/R01
10/18
Op het maaiveld van de locatie en aan de uitkomende grond van het zuidelijke terreindeel zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van asbest en/of overige verontreinigende stoffen op en in de bodem. Op het maaiveld en in de grond van de gehele locatie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de volgende tabel zijn de visueel waargenomen bijzonderheden per onderzoekspunt weergegeven. Tabel 7: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Deellocatie
Boring
Einddiepte (m -mv)
A. Vm. spoellokaal
06
0,5
07
4,5
01
1,4
02
0,7
B. Bedrijfsriool
E. Vm opslag zuren (noord)
F. Overige deel
G.Laboratorium/, vm. melkfabriek
Actualisatie grondwater
04
0,5
05
1,0
08
0,5
13
4,5
14
0,4
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
0,20 - 0,5
Sporen puin
Zand
0,20 - 1,0
Sporen puin
Zand
0,2 - 0,7
Resten baksteen
Zand
0,7 - 1,4
Sterk baksteenhoudend, Zeer losse laag met baksteen en kleurt zwart
Zand
Gestaakt, vermoedelijk op leiding
N.v.t.
0,08 - 0,5
0,7
Resten baksteen, sporen kolengruis,
Zand
0,5
Gestaakt op ondoordringbare laag
N.v.t.
0,08 - 0,5
Sporen baksteen
Zand
0,5 - 0,8
Sporen kolengruis
Zand
0,2 - 0,5
Sporen kolengruis, sporen baksteen
Zand
0,5
Gestaakt
N.v.t.
0,08 - 1,0
Sporen puin
Zand
0,08 - 0,4
Sporen baksteen
Zand
0,5
Gestaakt op ondoordringbare laag.
N.v.t.
0,2 - 0,5
Sporen kolengruis, sporen baksteen
Zand
21
1,0
0,5 - 0,7
Sporen kolengruis, sporen baksteen
Zand
23
4,5
0,07 - 0,4
Sporen puin
Zand
24
0,5
0,08 - 0,5
Resten baksteen
Zand
25
0,5
0,0 - 0,5
Resten glas
Zand
22
4,5
0,0 - 1,0
Kruipruimte
N.v.t.
0,08 - 1,0
Sporen puin
Zand
43
3,15
Gestaakt na 2 eerdere pogingen boringen in directe omgeving
N.v.t.
44
4,5
Sporen puin
Zand
3,15 0,08 - 1,0
Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in de tabel op de volgende pagina. De zuurgraad nabij de voormalige opslag van zuren is lager dan elders op het terrein, maar valt binnen de normale waarden voor grondwater. De zuurgraad van het grondwater uit peilbuis 44 is relatief hoog. Mogelijk is dit gerelateerd aan het nabijgelegen riool. Het geleidingsvermogen is als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. Ondanks het lage afpompdebiet overschrijdt de troebelheid de maximaal gewenste waarde van 10 NTU. Als dit consequenties heeft voor de conclusie van het onderzoek, is dit in paragraaf 5.4 beschreven.
211079/R01
11/18
Tabel 8: Bijzonderheden en resultaten veldmetingen grondwater Deellocatie
Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Monster code
Waargenomen bijzonderheden
Grondwaterstand (m -mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidingsvermogen (µs/cm)
Troebelheid (NTU)
Verkennend onderzoek A. Vm. spoellokaal
07
3,5 - 4,5
07-1-1
Geen
2,94
7,2
463
92
C. Vm. pompeiland en tanks
10
3,5 - 4,5
10-1-1
Geen
2,69
6,8
389
26
E. Vm. opslag zuren (noord)
13
3,5 - 4,5
13-1-1
Geen
3,00
5,8
152
57
E. Vm. opslag zuren (zuid)
20
3,5 - 4,5
20-1-1
Geen
3,10
5,2
99
5
23
3,5 - 4,5
23-1-1
Geen
3,00
6,5
203
88
35
3,5 - 4,5
35-1-1
Geen
2,40
6,7
447
66
22
3,5 - 4,5
22-1-1
Geen
4,00
7,3
440
332
44-1-1
Geen
2,50
8,3
437
77
F. Overig terrein G. Laboratorium/ melkfabriek
Actualisatie-onderzoek grondwater 441 1
3,5 - 4,5
Overige peilbuizen zijn gecombineerd met het verkennende onderzoek (07, 10 en 22)
211079/R01
12/18
5
LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma
Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. In aanvulling op de geplande analyses zijn extra analyses uitgevoerd in verband met het gemeten verhoogde gehalte aan PAK (uitsplitsing MM10). Vanwege het sterk verhoogde gehalte aan PFAS in de grond op het noordelijke terreindeel zijn drie grondwatermonsters geanalyseerd op PFAS. In de verzameltabel in bijlage 4 is een totaal overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma (inclusief analyseresultaten) weergegeven.
Analyseresultaten en toetsing De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 5. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 6. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In de tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen het gestandaardiseerde gemeten gehalte en de achtergrondwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grond) en tussen de gemeten concentratie en de streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grondwater). Een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde. Hoe dichter de index in de buurt van de 1 komt, hoe dichter de interventiewaarde wordt benaderd. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. In bijlage 4 zijn de resultaten samengevat in een verzameltabel voor het verkrijgen van een totaaloverzicht. Opgemerkt wordt dat voor PFAS-verbindingen in grond sprake is van voorlopige achtergrondwaarden en (nog) geen interventiewaarden (en derhalve ook geen tussenwaarden) zijn vastgesteld.
Wel zijn in het tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond voorlopige toepassingsnormen vastgesteld. De resultaten voor PFOA en PFOS in grondwater zijn getoetst aan de toetsingswaarden die zijn aangegeven in het document ‘Aanwezigheid van PFAS in Nederland. Deelrapport A - PFAS in grondwater en oppervlaktewater’ (Expertisecentrum PFAS, DDT219-1/18-008.233, Definitief - 1 juni 2018). Dit zijn: • de drinkwatertoetsingswaarden; • de afgeleide risicogrenswaarden op interventiewaardeniveau. Voor de overige PFAS zijn geen toetsingswaarden beschikbaar. Deze zijn getoetst aan de signaleringswaarde voor drinkwater, welke is vastgesteld op 0,1 µg/l (100 ng/l). Daarnaast is getoetst aan de interventiewaarde zoals genoemd in de notitie “Ad-hoc Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX” van het Expertisecentrum PFAS (versie 1, d.d. 17 oktober 2019). Opgemerkt wordt dat deze waarden geen formele status hebben. De waarden zijn middels de gebruikelijke systematiek (NOBO 2008) afgeleid en gebaseerd op de meest recent afgeleide risicogrenswaarden.
5.2.1 Chemische parameters Grond Noordelijk terreindeel In de bovengrond zijn lokaal matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK gemeten (respectievelijk MM07 en MM10). Ter plaatse van de voormalige kunstmestopslag en opslagruimte voor verpakkingen ten zuiden van het spoellokaal (deellocatie A) is de bovengrond met sporen puin matig verontreinigd met PAK en licht met minerale olie (MM07). Het mengmonster MM10 van de bovengrond met een bijmenging van resten of sporen baksteen en kolengruis nabij het riool (deellocatie B, MM10) is sterk verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met lood, PCB en minerale olie. Uit de uitsplitsing blijkt dat in de onderzoekspunten 04 en 08 het gehalte aan PAK ruim boven de
211079/R01
13/18
interventiewaarde ligt, terwijl in onderzoekspunt 21 het gehalte PAK niet verhoogd is. De onderzoekspunten 04 en 08 liggen op het bedrijfsterrein nabij het riool, terwijl 21 aan de buitenzijde nabij het riool langs de weg ligt. Omdat in alle deelmonsters visueel een lichte bijmenging met kolengruis en baksteen is waargenomen, blijkt uit de resultaten van de uitsplitsing dat er niet altijd een relatie is tussen de aanwezigheid van PAK en een bijmenging met baksteen en kolengruis. In voorgaande onderzoeken zijn verspreid over het noordelijke deel van de onderzoekslocatie eveneens matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK aangetoond in de bovengrond. Deze zijn gerelateerd aan een bijmenging met puin. In de bovengrond bij het voormalige pompeiland (deellocatie C) is de grond niet verontreinigd met minerale olie. De grond van de zwart gekleurde laag bij onderzoekspunt 01 langs het riool is sterk verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met enkele andere zware metalen en PAK. Gezien de ligging van het onderzoekspunt nabij de voormalige kolenopslag (deellocatie D) werd aangenomen dat de zwarte kleur veroorzaakt zou zijn door kolengruis, maar aangezien het gehalte aan PAK slechts licht verhoogd is, lijkt dit niet het geval. Mogelijk is de aanwezigheid van nikkel gerelateerd aan de bijmenging met baksteen of aan lekkage van rioolwater.
Aan de buitenzijde van de voormalige opslagplaatsen voor loog en zuren (deellocatie E, 2x, MM4, MM5 en MM6) zijn geen verhoogde gehalten aan zware metalen gemeten. De zuurgraad van de grond is bij de noordelijke opslag 8,7 en bij de zuidelijke opslag 4,6 en 7,9. De hogere waarden zijn gemeten in niet-humeus zand, terwijl de lagere waarde is gemeten in humeus zand. Normaal varieert de zuurgraad in de Nederlandse bodem tussen 3 (veen) en 8 (klei), afhankelijk van het bodemtype. De zuurgraad van een humeuze zandgrond bedraagt normaal 4,5 à 6. Wanneer geen humus aanwezig is, zal de zuurgraad hoger zijn. Voor niet-humeus zand zijn de gemeten waarden van 7,9 en 8,7 relatief hoog. Mogelijk is dit een gevolg van de opslag/lekkage van loog. In de overige onderzochte mengmonsters van de bovengrond zijn geen of is een licht verhoogd gehalten aan PCB gemeten. De ondergrond (MM09) is niet verontreinigd. De gehalten aan PFAS zijn, met uitzondering van het mengmonster van de noordelijke rand van de locatie (MMPFAS-04), niet of licht verhoogd en worden beoordeeld als landbouw/natuur (MM-PFAS-03 en MM-PFAS-05) of wonen/industrie (MM11). Het mengmonster aan de noordelijke rand is beoordeeld als ‘Niet toepasbaar’. In het mengmonster van de noordelijke rand zijn naast verhoogde gehalten aan PFOA (som) en PFOS (som) verhoogde gehalten aan N-Et FOSAA en PFOSA gemeten.
Het maximaal gemeten gehalte betreft N-ET FOSAA en bedraagt 150 ug/kg d.s. Visueel zijn in dit mengmonster geen bijzonderheden waargenomen. Zuidelijk, onbebouwd terreindeel (deellocatie F) In de bovengrond (MM01 en MM02) zijn licht verhoogde gehalten aan PCB of PAK gemeten. Het mengmonster van de ondergrond (MM03) is niet verontreinigd. De gehalten aan PFAS in de bovengrond zijn niet of licht verhoogd. De gemeten gehalten zijn lager dan de voorlopige toepassingsnormen, zodat de grond wordt beoordeeld als landbouw/natuur. Grondwater Verkennend onderzoek Het grondwater uit peilbuis 22 in de kruipruimte van het laboratorium in de voormalige melkfabriek is sterk verontreinigd met lood en matig verontreinigd met koper. Daarnaast zijn de concentraties barium en zink licht verhoogd. De gemeten concentraties PFAS-verbindingen zijn lager dan de toetsingswaarden, risicogrenswaarden en de signaleringswaarde. In de kruipruimte zijn diverse leidingen aanwezig. Omdat in het verleden leidingen gemaakt werden van koper of lood, kan niet worden uitgesloten dat uitloging naar het grondwater heeft plaatsgevonden. Daarnaast blijkt uit de beschikbare informatie dat de voormalige opslag van koperslakkenbloem naast het laboratorium aanwezig was. Opgemerkt wordt dat vanwege de slechte toestroming van het grondwater het monster niet in het veld is gefiltreerd, maar op het laboratorium.
Mogelijk heeft dit effect op de analyseresultaten. Het grondwater nabij het voormalige pompeiland (deellocatie C, peilbuis 10) is niet verontreinigd met minerale olieproducten, maar is matig verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met barium en molybdeen. In de overige geanalyseerde peilbuizen zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan barium, koper, zink, naftaleen en minerale olie gemeten.
211079/R01
14/18
Onderzoekspunt/peilbuis 10 maakt deel uit van het mengmonster waar een sterk verhoogd gehalte aan PFAS in de bovengrond is gemeten. Peilbuis 13 bevindt zich nabij de onderzoekspunten 15 en 16, die eveneens bij dit mengmonster horen. Ter verificatie is het grondwater geanalyseerd op PFAS. De gemeten concentraties PFAS in het grondwater van de peilbuizen 10 en 13 zijn lager dan de toetsingswaarden, risicogrenswaarden en de signaleringswaarde. Actualisatie-onderzoek koper-verontreiniging In het grondwater op het noordelijke terreindeel zijn maximaal licht tot matig verhoogde concentraties koper gemeten in de peilbuizen 22 en 44. In de peilbuizen 07, 10 en 23 is de concentratie koper niet verhoogd. De resultaten zijn globaal vergelijkbaar met de resultaten uit het actualisatie-onderzoek in 2000.
5.2.2 Asbest In de analysemonsters is geen asbest aangetoond.
Toetsing aan de gestelde hypothesen Chemische parameters (NEN 5740) De hypothese 'verdachte locatie' voor de deellocaties A, B, C, D, E en F is een correcte hypothese, omdat er verontreinigende parameters zijn aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarde en in concentraties boven de betreffende streefwaarde. De hypothese 'onverdachte locatie' voor de ondergrond (deellocatie H) is voor het noordelijke deel niet correct, omdat in de ondergrond een sterk verhoogd gehalte aan nikkel is gemeten. Voor het zuidelijke deel is de hypothese wel correct. Asbest (NEN 5707) De hypothese ‘verdachte locatie’ is niet correct en wordt verworpen omdat geen asbest is aangetoond in de bodem.
Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Chemische parameters (NEN 5740) Verspreid over de locatie zijn in de grond matig tot sterk verhoogde gehalten PAK gemeten. Deze zijn in eerder uitgevoerde bodemonderzoeken eveneens aangetoond en zijn waarschijnlijk gerelateerd aan bijmengingen met kolengruis, puin of baksteen. In de ondergrond nabij de voormalige kolenopslag wordt voor nikkel de interventiewaarde overschreden. Daarnaast overschrijden de concentraties nikkel of koper en lood in het grondwater nabij respectievelijk het pompeiland en het laboratorium de tussenwaarde of interventiewaarde. Hierdoor kan niet met voldoende zekerheid gesteld worden dat op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit vormt een aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek naar de mate, ernst en omvang van de verontreinigingen. Asbest (NEN 5707) Omdat geen asbest is aangetoond in de bodem, is er geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen.
211079/R01
15/18
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Sigma Bouw & Milieu is door Ortageo Noordoost B.V. in de periode september - december 2019 een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op de locatie Langenhorsterweg 6 in Ambt Delden (gemeente Hof van Twente). Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw woningen). Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Er is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000. Strategie Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van het (historische) gebruik zijn de (verdachte) deellocaties A t/m G gedefinieerd. In onderstaande tabel zijn deze deellocaties beschreven. De deellocaties welke op korte afstand van elkaar zijn gelegen, zijn zover mogelijk gecombineerd (als één deellocatie) onderzocht. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de gehele locatie voor de ondergrond de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL) gekozen (deellocatie H).
Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch is onderzocht. Tabel 9: Onderzoeksstrategie NEN 5740 Oppervlakte (m2)
Deellocatie
Strategie NEN 5740
A B
Spoellokaal Bedrijfsriolering (deels)
750
VED-HE-NL
B C
375
VED-HE-NL
D
Bedrijfsriolering (deels), Voormalige bovengrondse en ondergrondse brandstoftanks en pompeiland Voormalige kolenopslag
E
Opslag zuren (2x)
150 en 50
VED-HE-NL
F
Overig deel inclusief brandplaats
6.400
VED-HE-NL
G
Laboratorium in hoofdgebouw
50
maatwerk
H
Ondergrond
7.700
ONV-NL
ONV-NL
Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie
VED-HE-NL
Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming
Op verzoek van de eigenaar is vanwege de aanwezigheid van chemicaliën en een (mogelijk vloeistofdichte/ vloeistofkerende) betonvloer inpandig vrijwel geen onderzoek uitgevoerd. Via een kruipruimteluik in het laboratorium is een peilbuis geplaatst en bemonsterd in de voormalige melkfabriek (hoofdgebouw, onderzoekspunt 22). Daarnaast zijn ter plaatse van een niet in gebruik zijnde opslagruimte een boring en peilbuis uitgevoerd (onderzoekspunten 06 en 07). Omdat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS.
211079/R01
16/18
Voor de actualisatie van de grondwaterverontreiniging is slechts één van de in 2001 geplaatste peilbuizen (bron 7C in tabel 1) tijdens het veldwerk teruggevonden. De overige peilbuizen bleken niet ten tijde van dit onderzoek niet meer aanwezig of niet meer bruikbaar. Hierop zijn enkele nieuwe peilbuizen geplaatst. De geplande peilbuis in de kern van de grondwaterverontreiniging met koper is vooralsnog niet geplaatst vanwege meerdere gestaakte boringen (onderzoekspunt 43). Asbest (NEN 5707) De locatie is conform NEN 5707 onderzocht volgens de strategie voor een ’verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. Het onderzoek naar asbest en chemische parameters is gecombineerd uitgevoerd. Resultaten Plaatselijk zijn in de boven- en ondergrond bijmengingen met puin, baksteen en/of kolengruis waargenomen. Enkele boringen zijn hierop gestaakt. Op het maaiveld van de locatie en aan de uitkomende grond van het overige deel van de locatie zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van asbest en/of overige verontreinigende stoffen op en in de bodem. Verspreid op de locatie zijn in de grond matig tot sterk verhoogde gehalten PAK en/of nikkel aangetoond. Daarnaast is in het grondwater sprake van een sterk verhoogde concentratie aan lood en matig verhoogde concentraties aan nikkel en koper.
De overige onderzochte chemische parameters zijn in de grond en in het grondwater niet of licht verhoogd aangetoond. Aan de noordelijke rand van de locatie zijn in de grond gehalten aan PFAS aangetoond boven de toepassingsnorm. Ook op basis van de overige onderzochte parameters is niet alle grond zondermeer elders toepasbaar. Er is in de grond geen asbest aangetoond. Conclusies De aangetoonde matige en sterke verontreinigingen in de grond en in het grondwater geven aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Op basis daarvan kan worden vastgesteld of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging welke een belemmering kan vormen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Vanwege de aanwezigheid van voorgenoemde verontreinigingen en de gehalten aan PFAS, is de grond niet zondermeer elders toepasbaar. De sterk met PAK en nikkel verontreinigde grond en de met PFAS-verontreinigde grond aan de noordelijke rand van de locatie is beoordeeld als ‘Niet toepasbaar’. Omdat geen asbest is aangetoond in de bodem, is er voor asbest geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. Vanwege de voormalige potentiele verdachte bedrijfsactiviteiten (o.a.
opslag van chemicaliën) is de milieuhygiënische bodemkwaliteit inpandig onvoldoende onderzocht om een uitspraak te kunnen doen over de bodemkwaliteit ter plaatse van de bebouwde terreindelen. Actualisatie-onderzoek koper-verontreiniging in het grondwater op het noordelijke terreindeel zijn maximaal licht verhoogde concentraties koper gemeten. De resultaten zijn globaal vergelijkbaar met de resultaten uit het actualisatie-onderzoek in 2000. De geplande peilbuis in de kern van de grondwaterverontreiniging met koper is vooralsnog niet geplaatst vanwege meerdere gestaakte boringen. Aanbevelingen Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt nader en/of aanvullend onderzoek aanbevolen naar: • de verontreiniging met nikkel in de ondergrond nabij de voormalige kolenopslag en het riool; • de verontreiniging met PAK verspreid over de locatie; • de verontreiniging met nikkel in het grondwater ter plaatse van het pompeiland; • de verontreiniging met zware metalen in het grondwater ter plaatse van het laboratorium; • de verontreiniging met PFAS in de grond aan de noordelijke rand van de locatie; • de bodemkwaliteit onder de gebouwen, met name ter plaatse van de verdachte deellocaties; • grondwateronderzoek in kern van de eerder vastgestelde grondwaterverontreiniging met koper.
211079/R01
17/18
Op basis van de Wet bodembescherming is bij een historische verontreiniging (ontstaan voor 1987) een nader onderzoek nodig om de omvang en risico's van de verontreiniging vast te stellen. Op basis daarvan kunnen de ernst en spoedeisendheid worden vastgesteld. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging als meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater sterk is verontreinigd. In dat geval moet voorafgaand aan eventuele werkzaamheden in de verontreinigde bodem een melding worden gedaan aan het bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming. Dit kan een middels een BUS-melding of saneringsplan. Met betrekking tot overschrijding van de tussenwaarde of interventiewaarde voor zware metalen in het grondwater kan overwogen worden eerst een herbemonstering uit te voeren. Omdat dat gehalte PFAS in het mengmonster van de bovengrond van de noordelijke rand de maximale waarde voor de functieklassen wonen en industrie overschrijdt, zijn er consequenties voor de afvoer en verwerking van deze grond. Op dit moment worden de mogelijkheden om PFAS-houdende grond te reinigen nog onderzocht waardoor de grond niet zondermeer kan worden hergebruikt of gestort. Eén en ander hangt bovendien samen met de vergunningen van de acceptant.
Aanbevolen wordt om voor het noordelijke deel de consequenties van de verontreiniging met PFAS vast te stellen in relatie tot het huidige en toekomstige gebruik, de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden en beoogde bestemming van de grond. De (on)mogelijkheden dienen te worden afgestemd met de bevoegde gezagen en acceptant van de grond. Er dient er rekening mee te worden gehouden dat het vigerende beleid op dit gebied continue in ontwikkeling is: dit heeft voortdurend effect op alle (on)mogelijkheden. Om inzicht te krijgen in de omvang van de verontreiniging met PFAS kan overwogen worden om een nader onderzoek uit te voeren. Hoewel geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen, dient er rekening mee te worden gehouden dat dergelijke materialen heterogeen verspreid en/of lokaal aanwezig kunnen zijn in de bodem. Plaatselijk zijn boringen gestaakt op obstakels in de bodem, dit kan beperkingen en extra kosten opleveren voor de geplande herontwikkeling. Geadviseerd wordt om bij toekomstige (graaf)werkzaamheden hiermee rekening te houden en hierop alert te zijn. Eventueel visueel waarneembaar asbestverdacht materiaal dient voorafgaande aan en tijdens de werkzaamheden conform de vigerende richtlijnen en protocollen op een verantwoorde wijze te worden verwijderd en afgevoerd.
Indien tijdens de graafwerkzaamheden het vermoeden ontstaat dat (lokaal) sprake is van een bodemverontreiniging met asbest, dienen aanvullende (veiligheids)maatregelen te worden genomen om de graafwerkzaamheden te kunnen voortzetten. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken. Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden in het kader van de voorgenomen herinrichting, de lokaal aanwezige puinhoudende grond en matig/sterk verontreinigde grond gescheiden te ontgraven. Vermenging met schone(re) grond moet worden vermeden. Conform art. 28 van de Wet bodembescherming moet bij het bevoegd gezag melding worden gedaan van de voorgenomen werkzaamheden. Deze melding hoeft niet als geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en: • de betreffende hoeveelheid te ontgraven grond niet meer bedraagt dan 50 m3 en/of de hoeveelheid verontreinigd grondwater niet meer bedraagt dan 1.000 m3; • de grond slechts tijdelijk wordt verplaatst en na verplaatsing in zijn geheel wordt teruggebracht.
211079/R01
18/18
BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie en uittreksel kadastrale kaart
211079
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 211079
137
6-6b
455
454
453 6a
14 12
468 508 aat el st r Zu i v
487 458 1
3
452
2 5
Lan gen
451 4
h orsterw
507
eg
0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 12 januari 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
10 m
50 m
Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Ambt-Delden P 468
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Omgevingskaart
Klantreferentie: 211079
0m
125 m
625 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Ambt-Delden P 468 Langenhorsterweg 6, 7495RD Ambt Delden CC-BY Kadaster.
Schaal 1: 12500
BIJLAGE 2 Situatietekening met onderzoekspunten
211079
13
15
14
16
ho
Sc
t ols
at
ra
12 10 11 6-6b 09 23 22 01 08
43 02
44
03 05 21 6a
07 06
14
04
24
12 27 26 25 31 30
28
29
19 18 h Langen
20 1
32
33
eg orsterw
17 3
36
Zuiv
37
34
aat
elstr
35
41 39 40 5 38
Legenda proefgat asbest
BR
braak
boring tot 0,5 m-mv
betonplaten
boring tot 1,0 m-mv
klinkers
boring tot 2,0 m-mv
beton
5 0 Titel:
Projectnaam:
perceelnummer kadastrale grens 123
huisnummer waterloop
O:\Ortageo\211079\Tekeningen\211079_V1.2.dwg
25 meters
peilbuis onderzoekslocatie
15
Gecontroleerd:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever:
X:
242430
Y:
477340
Sigma Bouw & Milieu
Schaal:
1:500
Datum:
28-10-2019
10
20
Project:
Bijlage:
Formaat:
211079
2
A3
BIJLAGE 3 Bodemprofielbeschrijvingen
211079
Meetpunt: 01
Meetpunt: 02
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
2
50
0 8 20
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, resten baksteen, neutraal bruinoranje
0 8
140
2
70
Meetpunt: 04 Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
klinker Volledig klinkers Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin
50
0 8
1 50
50 2
klinker Volledig klinkers Zand, matig fijn, zwak siltig, resten baksteen, sporen kolengruis, zwak grindhoudend, donker grijsbruin, Gestaakt op 50 cm-mv op ondoordringbare laag
100
100
Meetpunt: 05
Meetpunt: 06
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
0 8
1 50
50 2
80
3 100
Projectlocatie:
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, neutraal bruinoranje, Gestaakt op vermoedelijk leiding
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk baksteenhoudend, zwak grindhoudend, donker zwartbruin, Zeer losse laag met baksteen en kleurt zwart (oude kolen schuur)
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
Volledig klinkers
50
50
Meetpunt: 03
0 8
klinker
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal bruingrijs
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, resten baksteen, neutraal bruinoranje
3
4
Volledig klinkers Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Opvulzand
70
100
klinker
klinker Volledig klinkers Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, sporen roest, licht beigebruin
2 50
0 8
klinker
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgeel
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, donkerbruin, >20mm 2%bvm
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, sporen kolengruis, donkerbruin
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs
Langenhorsterweg
6
Ambt-Delden
Projectcode: 211079 Pagina: 1 / 9
Meetpunt: 07
Meetpunt: 08
Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
0 8 20
2
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgeel Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, donkerbruin
50
0 8 20
klinker Volledig klinkers Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin
2 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen kolengruis, sporen baksteen, donker grijsbruin, Gestaakt op massief iets
3 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, donkerbruin
4 150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgeel
5 200 6 250 7 300
300
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs 350
400
450
450
Meetpunt: 09
Meetpunt: 10
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 8
klinker Volledig klinkers Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, licht witgeel, Opvulzand
1 50
50
0 8
klinker Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgeel, Vulzand
1 50 2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
3 150 4 200 5 250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs 300
350
400
450
Projectlocatie:
Langenhorsterweg
6
Ambt-Delden
450
Projectcode: 211079 Pagina: 2 / 9
Meetpunt: 11
Meetpunt: 12
Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 8
klinker Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgeel, Vulzand
1 50
0 8
klinker Volledig klinkers Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal oranjebruin
1 50
50 2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
3 150 4 200
200
Meetpunt: 13
Meetpunt: 14
Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 8
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, donkerbruin
1
0 8
1 40
50
klinker Volledig klinkers Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, zwak roesthoudend, sporen baksteen, neutraal oranjebruin, Gestaakt op ondoordringbare laag
2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
3 150 4 200 5 250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindhoudend, licht grijsgeel
6 300
300
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, licht 350
400
450
450
Projectlocatie:
Langenhorsterweg
6
Ambt-Delden
Projectcode: 211079 Pagina: 3 / 9
Meetpunt: 15
Meetpunt: 16
Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 8
klinker Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgeel, Vulzand
1 50
0 8
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgeel
1 50
50 2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
3 150 4 200
200
Meetpunt: 17
Meetpunt: 18
Datum meting: 16-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
Datum meting: 16-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
0
braak
20
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgeel
2 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin
0
braak
20
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgeel
2 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgeel
3 100 4 150 5 200
Projectlocatie:
Langenhorsterweg
6
Ambt-Delden
200
Projectcode: 211079 Pagina: 4 / 9
Meetpunt: 19
Meetpunt: 20
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 10
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
1 50
50
0 10
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
1 50
2 100 120
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin
3 170
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht oranjegeel
4
250
300 320
Leem, zwak zandig 350 380
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsgeel
400
450
500
510
Meetpunt: 21
Meetpunt: 22
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
50
2
0 8 20
0
Volledig klinkers
beton Kruipruimte
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin 50 70
3 100
100
klinker
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen kolengruis, sporen baksteen, donker grijsbruin Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen kolengruis, sporen baksteen, donker grijsbruin Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegeel
50
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgeel
1 150 2 200 3 250 4 300
350
400
450
Projectlocatie:
Langenhorsterweg
6
Ambt-Delden
450
Projectcode: 211079 Pagina: 5 / 9
Meetpunt: 23
Meetpunt: 24
Datum meting: 16-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 7
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen puin, bruingeel
1
1
40
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruinzwart
50 2
0 8
50
50
klinker Volledig klinkers Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, resten baksteen, neutraal grijsbruin
80
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht bruingeel
3
150
4
5 200
250 280
Zand, matig fijn, matig siltig 300
350
400
450
450
Meetpunt: 25
Meetpunt: 26
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, resten glas, donker grijsbruin
1 50
50
Meetpunt: 28
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
1 50
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin
1 50
Volledig klinkers
50
50
10
klinker
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin
1
Meetpunt: 27
0
0 8
50
2 100
100
Projectlocatie:
Langenhorsterweg
6
Ambt-Delden
Projectcode: 211079 Pagina: 6 / 9
Meetpunt: 29
Meetpunt: 30
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin
1
0 10
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
1
50
klinker
50
50 2 90
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
100 3 150 4 200
200
Meetpunt: 31
Meetpunt: 32
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 10
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
1 50
50
50
50
Meetpunt: 34
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin
1 50
50
Projectlocatie:
braak
Langenhorsterweg
6
Ambt-Delden
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin
1 50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin
1
Meetpunt: 33
0
0
50
Projectcode: 211079 Pagina: 7 / 9
Meetpunt: 35
Meetpunt: 36
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 16-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin
1
0
braak
20
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgeel
2 50
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin
0
braak
2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin
3 150 4
170
Leem, zwak zandig, zwak grindig, sporen roest, licht oranjegeel
5 200
250 270
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs 300
350
400
450
500
500
Meetpunt: 37
Meetpunt: 38
Datum meting: 16-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak
20
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgeel
2 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin
1 50
50
Meetpunt: 39
Meetpunt: 40
Datum meting: 17-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 16-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin
1 50
50
Projectlocatie:
braak
Langenhorsterweg
6
50
Ambt-Delden
0
braak
20
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgeel
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin
Projectcode: 211079 Pagina: 8 / 9
Meetpunt: 41
Meetpunt: 43
Datum meting: 16-9-2019 Veldwerker: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak
20
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgeel
2 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin
100
50 2 100
100 4
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
3
150
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, donkerbruin
1
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgeel
3
0 8
150 5
4 200
200
200 5 250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindhoudend, licht grijsgeel, Gestaakt na 2 pogingen eerder
6 300 315
Meetpunt: 44 Datum meting: 4-10-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 8
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen puin, donkerbruin
1 50 2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
3 150 4 200 5 250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindhoudend, licht grijsgeel
6 300
300
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, licht 350
400
450
450
Projectlocatie:
Langenhorsterweg
6
Ambt-Delden
Projectcode: 211079 Pagina: 9 / 9
Meetpunt: MM-01 PFAS
Meetpunt: MM-02 PFAS
Datum meting: 18-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 18-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
0
weiland
0
weiland
20
1 50
50
Meetpunt: MM-AS-01
Meetpunt: MM-AS-02
Datum meting: 18-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 18-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0 1
0
weiland 29+35+33+39+38+34+32+28 ( 0-50)
1
0 20
50
50
50
Meetpunt: MM-AS-03
Meetpunt: MM-AS-04
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
klinker
0
26+02 0% > 20 mm
klinker 01+04+24 2%> 20 mm
1
1 50
50
18+17+36+37+41+40 18+17+36+37+41+40
2 50
weiland
50
50
Meetpunt: MM-AS-05 Datum meting: 11-10-2019 Veldwerker: Roy van der Horst Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
klinker 08+14+21 0%>20mm
1 50
50
Projectlocatie:
Langenhorsterweg
6
Ambt-Delden
Projectcode: 211079 Pagina: 1 / 1
211079
BIJLAGE 4 Samenvattende tabellen met samenstelling mengmonsters, uitgevoerde analyses en toetsingsresultaten
211079
Tabel 1: Overzicht analyseprogramma en toetsing chemische parameters in grond Deellocatie
Wbb: overschrijding van de
Monster code
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
Achtergrondwaarde (index <= 0,5)
Tussenwaarde (index > 0,5)
Interventiewaarde (index > 1)
Indicatieve toetsing BBK inclusief PFAS
Bepalende parameter
MM07
0,2 - 0,5
06-2, 07-2
Sporen puin
Standaardpakket grond1
Minerale olie (0,04)
PAK (0,51)
-
Industrie
PAK
MM10
0,08 - 0,7
04-1, 08-2, 21-2
Resten en sporen baksteen, sporen kolengruis
Standaardpakket grond
Lood (0,03), PCB (0,02), Minerale olie (0,24)
-
PAK(10) (2,21)
Niet toepasbaar > Interventiewaarde
PAK
04-1
0,08 - 0,5
04-1
Resten baksteen en sporen kolengruis
PAK(10) en organische stof
-
-
PAK(10) (7,57)
Niet toepasbaar > Interventiewaarde
PAK
08-2
0,2 - 0,5
08-2
Sporen baksteen en kolengruis
PAK(10) en organische stof
-
-
PAK(10) (3,39)
Niet toepasbaar > Interventiewaarde
PAK
21-2
0,2 - 0,7
21-2
Sporen baksteen en kolengruis
PAK(10) en organische stof
-
-
-
Niet toepasbaar > Industrie
Minerale olie in MM10
0,08 - 0,5
02-1, 03-1, 12-1, 26-1
Geen
Standaardpakket grond
PCB (0,01)
-
-
Wonen
PCB, PFOS
-
Nikkel (10,2)
Niet toepasbaar > Interventiewaarde
Nikkel
N-Et FOSAA, PFOSA
A. Vm. spoellokaal
B. Bedrijfsriool
Uitsplitsing MM10 PAK
NEN 5740
MM11
C. Vm. pompeiland en tanks E. Vm. opslag zuren (zuid)
01 (70-120)
0,7 - 1,2
01-3
Sterk baksteenhoudend, Zeer losse laag met baksteen en kleurt zwart
Standaardpakket grond
Kobalt (0,08), molybdeen (0), zink (0,12) PAK(10) (0,01)
MM08
0,08 - 0,5
10-1, 11-1
Geen
Standaardpakket grond
-
-
-
Niet toepasbaar
MM04
0,2 - 0,5
17-2, 18-2
Geen
Metalen pakket (9)2 , pH
-
-
-
Landbouw/natuur
MM05
0,1 - 0,5
19-1, 20-1
Geen
Metalen pakket (9), pH
-
-
-
Landbouw/natuur
-
-
-
Niet toepasbaar
MM06
0,0 - 0,5
15-1, 16-1
Geen
Metalen pakket (9), lutum en organische stof, pH
MM01
0,1 - 0,5
27-1, 30-1, 31-1
Geen
Standaardpakket grond
PCB (0,01)
-
-
Landbouw/natuur
MM02
0,0 - 0,5
32-1, 36-2, 39-1, 41-2
Geen
Standaardpakket grond
PAK (0,01)
-
-
Landbouw/natuur
MM12
0,08 - 0,7
01-2, 14-1, 24-1
Resten en sporen baksteen
Standaardpakket grond
PCB (0,01), minerale olie (0,01)
-
-
Industrie
MM03
0,5 - 2,0
29-3, 29-4, 35-3, 35-4, 41-3, 41-4, 41-5
Geen
Standaardpakket grond
-
-
-
Altijd toepasbaar o.b.v. standaardpakket6
MM09
1,0 - 2,0
10-3, 10-4, 13-3, 13-4, 22-1, 22-2, 44-3, 44-4
Geen
Standaardpakket grond
-
-
-
Altijd toepasbaar o.b.v. standaardpakket6
Zuidwestzijde
MM-01 PFAS
0,0 - 0,5
MM-01 PFAS4
Geen
PFAS (30, adviestlijst)3
PFOA (som): 0,23 PFOS (som): 0,36
Niet vastgesteld
Landbouw/natuur
Zuidoostzijde
MM-02 PFAS
0,0 - 0,2
MM-02 PFAS5
Geen
PFAS (30, adviestlijst)
PFOA (som): <0,1 PFOS (som): <0,1
Niet vastgesteld
Landbouw/natuur
A. Vm. spoellokaal
MM-PFAS-03
0,08 - 0,2
06-1, 07-1
Geen
PFAS (30, adviestlijst)
PFOA (som): <0,1 PFOS (som): <0,1
Niet vastgesteld
Landbouw/natuur
B. Bedrijfsriool
MM11
0,08 - 0,5
02-1, 03-1, 12-1, 26-1
Geen
PFAS (30, adviestlijst)
PFOA (som): <0,1 PFOS (som): 1,2
Niet vastgesteld
Wonen/Industrie
Noordzijde
MM-PFAS-04
0,0 - 0,5
10-1, 11-1, 15-1, 16-1
Geen
PFAS (30, adviestlijst)
PFOA (som): 0,15 PFOS (som): 4,0 N-Et FOSAA; 150 PFOSA: 4,8
Niet vastgesteld
Niet toepasbaar
G. Laboratorium/ vm. melkfabriek
M-PFAS-05
1,0 - 1,5
22-1
Geen
PFAS (30, adviestlijst)
PFOA (som): <0,1 PFOS (som): 0,12
Niet vastgesteld
Landbouw/natuur
E. Vm. opslag zuren (noord)
F. Overig terrein B/F. Bedrijfsriool/ overig
H. Ondergrond
N-Et FOSAA, PFOSA
Minerale olie
PFAS
1
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte
2
Barium, cadmium, kobalt, koper, kwik. lood, molybdeen, nikkel, zink