CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11_Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 13 april 2021, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 10: Vaststelling Bestemmingsplan20.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1.2

Scope

In dit rapport is een quickscan Wet natuurbescherming beschreven. Hierin is onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde soorten en zo ja, of nader soortgericht onderzoek noodzakelijk is. Bij ruimtelijke ingrepen moet vooraf worden getoetst of schade op kan treden aan bestaande Natura 2000-gebieden. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Opgemerkt wordt dat deze rapportage geen verstorings- of verslechteringstoets of AERIUS-berekening bevat. In dit rapport is beoordeeld of significante effecten op Natura 2000-gebied verwacht kunnen worden en of er nadere toetsing met betrekking tot Natura 2000-gebieden noodzakelijk is.

1.3

Kwaliteitsborging

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 5 van 23

verplichtingen. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en maakt gebruik van een overkoepelende ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 9 van de Flora- en faunawet voor zover dit betreft het vangen, bemachtigen en met het oog daarop opsporen van beschermde inheemse soorten (ontheffing FF/75A/2014/061, geldig tot 16 maart 2020).

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de locatie, omgeving en het ontwikkelingsplan beschreven. In dit hoofdstuk wordt tevens aangegeven welke beschermde gebieden in de directe omgeving aanwezig zijn. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van de regelgeving uit de Wet natuurbescherming die hier relevant is. In hoofdstuk 4 worden de gebruikte onderzoeksmethoden beschreven. De resultaten van de toets aan de Wet natuurbescherming worden beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 worden conclusies weergegeven en aanbevelingen gedaan. Besloten wordt met een overzicht van geraadpleegde bronnen.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 6 van 23

2. ONDERZOEKSLOCATIE EN NABIJE OMGEVING In dit hoofdstuk wordt de huidige en toekomstige situatie van de onderzoekslocatie beschreven en wordt een overzicht gegeven van de beschermde gebieden in de omgeving van de onderzoekslocatie.

2.1

Beschrijving onderzoekslocatie en nabije omgeving

De onderzoekslocatie is gelegen aan het Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo en heeft een oppervlakte van ca. 3.500 m2. Ter plaatse is sprake van een tijdelijk schoolgebouw, daarvoor in gebruik als kantoor. Men is voornemens de locatie te verbouwen tot appartementen. In onderstaande figuur 2.1 is de onderzoekslocatie aangegeven.

Figuur 2.1 Plangebied rood omlijnd (bron achtergrondkaart: ArcGIS).

Figuur 2.2 tot en met 2.5 zijn overzicht foto’s opgenomen van de onderzoekslocatie.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 7 van 23

Figuur 2.2. Noordoostzijde van de onderzoekslocatie.

Figuur 2.3. Zuidzijde van de onderzoekslocatie.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 8 van 23

Figuur 2.4. Oostzijde van de onderzoekslocatie.

Figuur 2.5. Groen in het zuidzijde van de onderzoekslocatie.

2.2

Beschrijving toekomstige plannen

De opdrachtgever is voornemens om de locatie te verbouwen tot appartementen.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 9 van 23

2.3

Beschermde gebieden in de omgeving

2.3.1 Natura 2000 De onderzoekslocatie is gelegen ten zuiden van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Borkeld (zie figuur 2.6). De afstand tussen de onderzoekslocatie en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa drie kilometer. Gelet op de afstand tot het gebied, de aard van het tussenliggende gebied (wegen, bebouwing en watergangen) de kernopgave van het gebied en de aard van de geplande ingreep wordt er geen onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie ook paragraaf 1.2 scope).

Figuur 2.6 Afstand tussen onderzoekslocatie en dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: Rijksoverheid).

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 10 van 23

2.3.2 Natuurnetwerk Nederland Op de kaart in figuur 2.7 is te zien dat in de directe omgeving van het plangebied (binnen rode contour) geen sprake is van een gebied uit de het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien de afstand tussen het plangebied en het NNN wordt een aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van NNN gebieden niet verwacht.

Figuur 2.7 Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het NNN (bron: provincie Overijssel).

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 11 van 23

3. NATUURWETGEVING In Nederland is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Wet natuurbescherming. De provincies zijn bevoegd gezag met betrekking tot het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor soortenbescherming en vergunningen ten behoeve van gebiedsbescherming.

3.1

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. Binnen de Wet natuurbescherming wordt bij ruimtelijke ingrepen onderscheid gemaakt tussen Europees beschermde soorten (artikel 3.5 soorten) en nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 soorten). De lijst Europees beschermde soorten bestaat uit soorten die genoemd zijn in: • • •

Habitat Richtlijn bijlage IV onderdeel a Bijlage 2 verdrag van Bern Bijlage 1 verdrag van Bonn

3.1.1 Vogels Ten aanzien van vogels is in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming het volgende opgenomen: • • • •

Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te storen.

Verstoren mag wel indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Bovenstaande houdt in dat de nesten van alle inheemse soorten zijn beschermd indien deze in gebruik zijn. Voor het verstoren van broedende vogels is een ontheffing nodig. Net als onder de Flora- en faunawet, zijn nestplaatsen van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd (mits niet definitief verlaten). Het betreft nesten van de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw.

3.1.2 Overige soorten Voor overige Europees beschermde soorten (uit bijlage IV, onderdeel a van de Habitatrichtlijn) is artikel 3.5 van toepassing. Volgens dit artikel is het verboden Europees beschermde soorten: • • • • •

opzettelijk te doden of te vangen; opzettelijk te verstoren; eieren opzettelijk te vernielen of te rapen; voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen; planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 12 van 23

In de Wet natuurbescherming is een lijst met nationaal beschermde soorten opgenomen. Hierop is artikel 3.10 van deze wet van toepassing. Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming houdt in dat het verboden is nationaal beschermde soorten: • opzettelijk te doden of te vangen; • voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen; • planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies beslissen zelf voor welke soorten van deze lijst een vrijstelling geldt.

3.2

Gebiedsbescherming

3.2.1 Natura 2000 Met de Wet natuurbescherming is de gebiedsbescherming van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De beschermde gebieden uit de beide richtlijnen worden aangeduid als Natura 2000-gebieden. In het aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied zijn zowel de te beschermen waarden van de Vogelrichtlijn- als het Habitatrichtlijngebied opgenomen. Dit zijn habitattypen of soorten die typerend zijn voor een bepaald gebied. Deze kwalificerende habitattypen en soorten zijn in het aanwijzingsbesluit opgenomen als zogenaamde instandhoudingsdoelen. Elk gebied is specifiek voor een of meer van deze instandhoudingsdoelen aangewezen. Met deze nationale deelverplichtingen wordt bijgedragen aan de Europese verplichting die beoogt het goede voortbestaan van deze natuurwaarden zeker te stellen. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Deze wordt aangevraagd bij de provincie waar de ingreep plaatsvindt. De effecten op de beschermde waarden kunnen zowel direct als indirect (externe werking) zijn. “Extern” betekent zowel dat instandhoudingsdoelen beschermd moeten zijn tegen invloed van buiten het gebied als dat soorten die een levensfunctie buiten het gebied hebben, daar ook volledige bescherming genieten.

Bij het bepalen of de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben, moet ook rekening gehouden worden met de overige ontwikkelingen in de omgeving van het beschermde gebied. Door een combinatie (cumulatie) van activiteiten kunnen namelijk ook negatieve effecten optreden. Hierbij wordt als richtlijn gehanteerd dat alleen plannen en projecten, waarover een definitief besluit is genomen, bij deze beoordeling worden betrokken.

3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van gebieden met veel natuurwaarden. Het NNN moet voorkomen dat planten en dieren door isolatie van gebieden uitsterven en dat de Nederlandse biodiversiteit afneemt. In het NNN zijn opgenomen: • • •

Natura 2000-gebieden, bestaande natuurgebieden, reservaten en natuurontwikkelingsgebieden en (robuuste) verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheersgebieden); grote wateren.

Voor het NNN geldt het toetsingskader van het Structuurschema Groene Ruimte 1995 (SGR). Dit is overgenomen in de Nota Ruimte. Deze nota stelt dat ruimtelijke ingrepen moeten worden getoetst op mogelijk negatieve effecten voor de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Voor het hele Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 13 van 23

NNN geldt een ‘nee, tenzij beginsel’. Op grond hiervan dient directe of indirecte aantasting van bosen natuurgebied waar mogelijk te worden voorkomen. Er is vrijwel altijd een compensatieverplichting in het provinciaal beleid opgenomen.

3.3

Zorgplicht

In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Deze geldt voor zowel soorten als gebieden. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In artikel 1.11 is het als volgt verwoord: De zorg houdt in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt (…); a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 14 van 23

4. METHODE 4.1

Literatuurstudie

Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van flora en fauna ter plaatse van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving. Deze bureaustudie heeft bestaan uit het opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen tien jaar. Hierin is een overzicht gegeven van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van ongeveer één kilometer rond de onderzoekslocatie. Deze staan weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1. Beschermde soorten binnen één kilometer van het onderzoeksgebied.

Soort Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Grondgebonden zoogdieren Egel

Bescherming HR IV Bern II, HR IV Wnb art. 3.10

Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuur (verspreidingsatlassen en dergelijke). Er zijn geen gegevens aangekocht van bijvoorbeeld PGO’s (Particuliere Gegevensbeherende Organisaties).

4.2

Veldbezoek

De uitvoering van het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2019 en is uitgevoerd door de heer M. Vos van Eco Reest. Het veldbezoek heeft overdag plaatsgevonden. Tijdens de inventarisatie waren de weersomstandigheden als volgt: regenachtig, bewolkt, windkracht 2 Bft, temperatuur 9 graden Celsius. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of de onderzoekslocatie geschikte biotopen bevat voor beschermde dier- en plantensoorten. Hiervoor zijn de onderzoekslocatie en de nabije omgeving onderzocht op potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 15 van 23

5. RESULTATEN Onderstaand zijn de resultaten van zowel het literatuuronderzoek als het veldbezoek weergegeven.

5.1

Vaatplanten

De NDFF maakt geen melding van beschermde vaatplanten binnen een straal van een kilometer rond de onderzoekslocatie. In het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie staan zes Amerikaanse eikenbomen. Daarnaast staan rondom het pand veelal gecultiveerde soorten. De onderzoekslocatie is grotendeels verhard en bebouwd. Er worden gezien de verhardingen en de voedselrijke omstandigheden geen beschermde soorten vaatplanten rondom de onderzoekslocatie verwacht.

Figuur 5.1. Tuinvlak binnen de onderzoekslocatie.

5.2

Vogels

In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn gedurende het veldbezoek geen vogelsoorten aangetroffen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten waargenomen. Deze worden gelet op het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht. In een van de Amerikaanse eiken is een nest aanwezig (zie figuur 5.2). Opgemerkt wordt dat het groen rondom het pand in het broedseizoen geschikt is als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten. Echter als de verbouwing alleen tot het pand betreft en het groen rondom het pand behouden blijft, wordt er geen verstoring verwacht.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 16 van 23

Figuur 5.2. Nest in een van de bomen binnen de onderzoekslocatie.

Uit de NDFF kwam naar voren dat er een aantal vogels van categorie 5 in of in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waargenomen. Er zijn in (de omgeving van) het plangebied voldoende alternatieven aanwezig voor categorie 5 soorten. De nesten van deze vogels zijn dan ook niet jaarrond beschermd.

5.3

Grondgebonden zoogdieren

De NDFF maakt melding van de egel binnen een straal van een kilometer rond de onderzoekslocatie. In de tuinvlakken rondom het gebouw is er sprake van potentiele schuilplekken voor de egel. Als de werkzaamheden alleen tot het pand worden gericht, is er geen verstoring van schuilplaatsen voor de egel te verwachten. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van grondgebonden zoogdieren ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt overigens opgemerkt dat sporen van kleine zoogdieren in vegetatie lastig zichtbaar zijn. Gelet op het habitattype zou de onderzoekslocatie en directe omgeving, onderdeel kunnen uitmaken van het leefgebied van algemene zoogdieren zoals diverse algemene muizensoorten. De bovengenoemde en verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten of soorten die alleen onder de zorgplicht vallen waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.

5.4

Vleermuizen

In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende vleermuizen bekend uit de NDFF: gewone dwergvleermuis en laatvlieger.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 17 van 23

5.4.1 Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek bleek dat er in de noordgevel van het pand open stootvoegen in de muur aanwezig zijn. Tevens is er op verschillende plekken ruimte tussen de daklijst en gevel, waar eventueel toegang is tot het gebouw voor kleine vleermuissoorten. Het pand is daarmee potentieel geschikt als paar- zomer-, kraam- of overwinteringslocatie van gebouwbewonende soorten, zoals de in de directe omgeving bekende gewone dwergvleermuis. Laatvlieger wordt echter niet verwacht, daarvoor zijn de aangetroffen openingen voor te klein. Gewone dwergvleermuizen kunnen een in grote groepen overwinteren. In de nazomer worden deze massawinterverblijfplaatsen in grote groepen verkend door voor een dergelijke verblijfplaats te zwermen. Dit gedrag is tot nu toe met name aangetoond bij grotere, hoge gebouwen, zoals flats of kerken. Een zwermlocatie van gewone dwergvleermuizen kan niet worden uitgesloten binnen het onderzoeksgebied. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in de aanwezige bomen geen sprake van loszittende schorsdelen. Tevens zijn er geen holtes of gaten waargenomen in de bomen. Door het ontbreken van geschikte bomen ter plaatse van der onderzoekslocatie is de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen in de bomen binnen de onderzoekslocatie uitgesloten. Opgemerkt wordt verder dat de bodem binnen het herinrichtingsvoornemen blijven gehandhaafd.

5.4.2 Vliegroute De aanwezigheid van vliegroutes kan niet worden uitgesloten. Echter gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving zal het hier niet gaan om essentiële vliegroutes. Bovendien zullen bij de werkzaamheden geen vliegroutes worden aangetast.

5.4.3 Foerageergebied Mogelijk maakt de onderzoekslocatie deel uit van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Daar de geplande werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt zullen blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.

5.5

Amfibieën en reptielen

Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën of reptielen waargenomen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Gelet op de aard van de onderzoekslocatie wordt het voorkomen van reptielen ter plaatse van de onderzoekslocatie uitgesloten. Mogelijk is er in de plantvakken met ondergroei onder de bomen sprake van incidentele verblijfplaatsen (landhabitat) van algemeen voorkomende amfibieën (bijvoorbeeld bruine kikker, gewone pad, kleine water salamander). De bovengenoemde en verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 18 van 23

5.6

Vissen

Omdat er op de onderzoekslocatie geen permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van vissen worden uitgesloten.

5.7

Overige soorten

Door het ontbreken van sleutelfactoren zoals waardplanten speelt onderhavig onderzoekslocatie geen cruciale rol voor plaatselijke beschermde vlinderpopulaties. Omdat er op de onderzoekslocatie geen geschikte permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van beschermde libellen worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn geen algemene diersoorten uit de overige soortgroepen aangetroffen. Zeldzame, beschermde of Rode Lijstsoorten zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Belangrijke reden hiervoor is dat ter plaatse geen geschikt habitat aanwezig is voor deze soorten. De overige in de Wet natuurbescherming opgenomen ontheffingsplichtige soorten zijn dusdanig zeldzaam en grotendeels gebonden aan specifieke biotopen zoals heide, hoogveen, laagveen en beken, dat het onwaarschijnlijk is dat de onderzoekslocatie voor deze soorten een functie vervult.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 19 van 23

6. SAMENVATTING EN CONCLUSIE 6.1

Samenvatting

In opdracht van EDOK-RO is door Eco Reest BV een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo. Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen verbouw van het aanwezige schoolgebouw (voorheen kantoorpand) tot appartementen. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is een beeld te krijgen van de aanwezige habitats en de voorkomende beschermde dier- en plantensoorten ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 3.500m2 en bestaat uit een voormalig schoolgebouw, voorheen een kantoorpand.

6.2

Conclusie soortenbescherming

Binnen de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels als beschreven in de Wet natuurbescherming aangetroffen. Er kunnen zich verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden in de spouw van het pand. Nader onderzoek naar deze soort is daarom nodig. De overige te verwachten diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen. In de omgeving kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. Alle in gebruik zijnde vogelnesten zijn beschermd. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden.

6.3

Conclusie gebiedsbescherming

De onderzoekslocatie is gelegen ten zuiden van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Borkeld. De afstand tussen de onderzoekslocatie en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa drie kilometer. Gelet op de afstand tot het gebied, de kernopgave van het gebied en de aard van de geplande ingreep is er geen onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Daarnaast is de locatie gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland. Daar er geen sprake is van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN is verder onderzoek naar invloeden op het NNN niet van toepassing.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 20 van 23

6.4

Aanbevelingen en advies

6.4.1 Nader onderzoek Het kan niet worden uitgesloten dat er verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn streng beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien de potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen worden aangetast (beschadigd of verbouwd) is nader onderzoek noodzakelijk. Indien deze gehandhaafd blijven bij de verbouw is nader onderzoek niet noodzakelijk. Om te bepalen of er al dan geen vleermuisverblijfplaatsen in de bebouwing aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Leidraad voor vleermuisonderzoek is het vleermuisprotocol van 2017. Voor een volledig vleermuisonderzoek zijn meerdere veldbezoeken nodig in de periode half mei - september. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn.

6.4.2 Broedvogels Opgemerkt wordt dat de omgeving van de onderzoekslocatie in het broedseizoen tevens geschikt is als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd. Indien er geen kapwerkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen wordt er geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht wat betreft nestlocaties voor vogels. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden moet voorafgaand hieraan de locatie worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Aangeraden wordt om geen renovatiewerkzaamheden uit te voeren binnen het broedseizoen (globaal 1 maart tot en met 1 september). Indien binnen het broedseizoen ontwikkelingen plaatsvinden moet voorafgaand hieraan de locatie worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog.

Als bij de controle nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is.

6.4.3 Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 21 van 23

6.5

Verantwoording

De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies, indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Eco Reest BV J.R.W. Staal

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 22 van 23

LITERATUURLIJST Boeken / documenten BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017 Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Soortenstandaard Gierzwaluw, versie 2.0, december 2014 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Soortenstandaard Huismus, versie 2.0., december 2014 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017 Websites www.avifaunagroningen.nl www.BIJ12.nl www.libellennet.nl www.NDFF.nl1 www.natuurloket.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.synbiosis.alterra.nl www.ravon.nl www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdierenatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Pagina 23 van 23

BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE OVERIJSSEL Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) Provincie Overijssel Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)

Quickscan Wet natuurbescherming Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo (kenmerk: 191940)

Rapport Verkennend bodemonderzoek Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo

Projectnummer:

19204

Datum:

04 november 2019

Rapport Verkennend bodemonderzoek Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo

Opdrachtgever: EDOK-RO Dhr. E. Dokter Van Breugelplantsoen 81 3771 VN BARNEVELD Projectnummer: 19204 Datum:

04 november 2019

Status:

Definitief

Opgesteld door:

Paraaf:

F. H. de Vries

Goedgekeurd door: ing. G. van Dijk

1 Boluwa, rapportnummer 19204

Paraaf:

Inhoud 1 Inleiding .................................................................................................................................. 3 2 Inventarisatie ........................................................................................................................... 4 2.1 Historisch gebruik. ............................................................................................................... 4 2.2 Huidig gebruik ..................................................................................................................... 6 2.3 Toekomstig gebruik ............................................................................................................. 7 2.4 Geohydrologische gegevens ................................................................................................ 7 2.5 Hypothese ............................................................................................................................ 7 3 Uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek .......................................................................... 9 4 Resultaten veldonderzoek ..................................................................................................... 11 5 Resultaten laboratoriumonderzoek .......................................................................................

13 5.1 Toetsingskader ................................................................................................................... 13 5.2 Analyseresultaten ............................................................................................................... 13 6 Conclusie............................................................................................................................... 16 6.1 Toetsing van de onderzoekshypothese............................................................................... 17 6.2 Aanbeveling ....................................................................................................................... 17 7 Zorgvuldigheid onderzoek .................................................................................................... 18

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Topografisch en kadastraal overzicht Situatietekening Monsternemingsformulieren (grond en grondwater) Boorbeschrijvingen Toegepaste methoden/normen veldwerk en laboratorium onderzoek Analyseresultaten + toetsing bodeminformatie

2 Boluwa, rapportnummer 19204

1 Inleiding Door dhr. E. Dokter van EDOK-RO uit Barneveld is op 25 september 2019 opdracht verleend tot het instellen van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van een gedeelte van een locatie aan Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo. Voor de ligging van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 1. De inrichting van de locatie is weergegeven in bijlage 2. Het verkennend bodemonderzoek dient voor de voorgenomen functieverandering van de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van eventuele verontreiniging van grond en grondwater van de locatie en een globaal inzicht te verschaffen in de aard, plaats en concentratie van eventuele verontreinigende stoffen. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Norm NEN 5725. (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) Gezien de aanleiding van dit onderzoek is een standaard vooronderzoek uitgevoerd. In dit vooronderzoek hebben wij informatie verzameld over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de locatie. Daarnaast hebben wij informatie verzameld over de bodemopbouw en geohydrologie. Ook hebben wij de omvang van de onderzoekslocatie afgebakend en een onderzoekshypothese opgesteld.

Ten behoeve van dit vooronderzoek hebben wij de volgende bronnen geraadpleegd: - Informatie verstrekt door de opdrachtgever - Kadaster - Topografische Dienst - Grondwaterkaart Nederland - www.bodemloket.nl - www.dinoloket.nl - www.topotijdreis.nl - Omgevingsrapportage provincie Overijssel Uit deze gegevens kan worden opgemaakt dat er mogelijk bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie hebben plaatsgevonden. In de volgende hoofdstukken zal achtereenvolgens worden ingegaan op de verrichte veld- en laboratoriumwerkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. In hoofdstuk 6 worden de bevindingen geïnterpreteerd, alsmede conclusies getrokken over de actuele kwaliteit van de grond en het grondwater op de locatie.

3 Boluwa, rapportnummer 19204

2 Inventarisatie De onderzoekslocatie ligt op het perceel Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo. Het perceel is kadastraal bekend als de gemeente Markelo, sectie I, nr’s. 3867, 3868, 3869, 3352 en 4726 (ged.). x-coördinaat = 230.651 en y-coördinaat = 472.361. Het onderzoek wordt uitgevoerd i.v.m. de voorgenomen functieverandering van de locatie.

2.1 Historisch gebruik. De locatie is gelegen in het centrum van Markelo. Op historisch kaartmateriaal is het Burgemeester de Beaufortplein in de huidige vorm vanaf 1977 waarneembaar. Op de locatie bevindt zich bebouwing in de vorm van een schoolgebouw. Dit is in het verleden in gebruik geweest als bankgebouw en nadien als kantoorgebouw. Vanaf 1969 was op de locatie een auto-onderdelen servicebedrijf met een benzineservicestation gevestigd. Dit is tot omstreeks 1991 op de locatie aanwezig geweest. De eerste melding van de Rabobank op de locatie dateert van 1995. De huidige bebouwing op de locatie dateert volgens Basisregistraties Adressen en Gebouwen uit 1996. Er hebben zich voor zover bekend geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan op de locatie. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hof van Twente blijkt dat de ontgravingskwaliteit van de bovengrond voldoet aan de kwaliteitsklasse stedelijk wonen. De ontgravingskwaliteit van de ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen met tuin.

Van de locatie zijn de volgende mogelijk verontreinigende activiteiten uit het verleden bekend: - Auto-onderdelen servicebedrijf, vanaf 1969, eind onbekend; - Benzine-service-station, vanaf 1969 tot 1991; - Benzinetank (ondergronds), 8000 liter, ubi-code 631246; - Brandstoftank (ondergronds), 6000 liter, ubi-code 631241; - Dieseltank (ondergronds), vanaf 1982, eind onbekend, 12000 liter, ubi-code 631246. De ondergrondse tanks op de locatie zijn niet meer aanwezig (zie: Meetrapport Burgemeester De Beaufortplein 8 te Markelo, Tauw, kenmerk OV173500789, 23 augustus 2010). 4 Boluwa, rapportnummer 19204

Op het digitale bodemloket is geen bodeminformatie van de locatie en/of directe omgeving bekend. In de Omgevingsrapportage van de provincie Overijssel worden van de locatie en de nabije omgeving de volgende onderzoeken/gegevens vermeld: Burgemeester de Beaufortplein 8 Markelo, locatiecode AA173500789: - Historisch onderzoek HO De Beaufortplein 8, Consulmij/MUG, kenmerk OV173500789, 17 december 2008. Uit de rapportage blijkt dat dat op basis van vergunde of aantoonbare bedrijfsactiviteiten potentieel spoedeisende (bedrijfs)activiteiten zijn aangetoond (benzine-service-station met 2x ondergrondse benzinetank, ondergrondse dieseltank en bezinepompinstallatie). Op het terrein is een auto onderdelen servicebedrijf gevestigd geweest. Er dient op de locatie een oriënterend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. - Versnellingsprotocol spoedlocaties, Tauw, 17-12-2009. Nadere gegevens zijn niet bekend. - Meetrapport Burgemeester De Beaufortplein 8, Tauw, kenmerk 0170.001, 23-082010. In dit onderzoek is het voormalig pompeiland onderzocht. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het grondwater geen verhoogde concentraties van de onderzochte parameters zijn gemeten. - Historisch onderzoek, KRW puntbronnen onderzoek kwetsbare winningen Herikerberg-Goor, Tauw, kenmerk 4789794, 26-07-2012. Nadere gegevens zijn niet bekend.

Van de nabije omgeving zijn eveneens diverse onderzoeken/gegevens bekend: Schoolstraat en Roosdomsweg 6-8 te Markelo, locatiecode AA173505861: - Verkennend onderzoek NEN 5740, Mos Grondmechanica BV, kenmerk 2329.001, 10-01-2008. Conclusie: Lichte verontreiniging groter dan streefwaarde, vervolgonderzoek niet noodzakelijk. - Verkennend onderzoek NEN 5740, Aveco de Bondt, kenmerk 150229, 02-02-2015. Conclusie: De resultaten geven geen aanleiding voor nader onderzoek of bestemmingsplanwijziging. Kerkplein 41 Markelo, locatiecode AA173505915: - Verkennend onderzoek NEN 5740 Kerkplein 41 te Markelo, Van der Poel, kenmerk 2269.001, 01-02-2008. Conclusie: Lichte verontreiniging groter dan streefwaarde. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk, de locatie is voldoende onderzocht. Grotestraat 3/Kerkplein 1 Markelo, locatiecode AA173506333: - Verkennend onderzoek NEN 5740 Kerkplein 1 te Markelo, Geofox, kenmerk 1840.001, 07-06-2001. Conclusie: Lichte verontreiniging groter dan streefwaarde. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk, de locatie is voldoende onderzocht. Schoolstraat te Markelo (Dorpsschool), locatiecode AA173506603: - Verkennend onderzoek NEN 5740 Schoolstraat te Markelo, Geofox, kenmerk 1561.001, 05-10-1992. Conclusie: Niet verontreinigd, geen vervolgonderzoek noodzakelijk. 5 Boluwa, rapportnummer 19204

Grotestraat 3 te Markelo, locatiecode AA173506954: - Verkennend onderzoek NEN 5740 Grotestraat te Markelo, Tauw, kenmerk 1361.003, 01-09-1991. Conclusie: ABC-waarden, niet ernstig, licht tot matig verontreinigd, geen vervolgonderzoek noodzakelijk. - Verkennend onderzoek NEN5740 Grotestraat te Markelo, Aveco de Bondt, kenmerk 1361.002, 15-06-1993. Conclusie: ABC-waarden, niet ernstig, licht tot matig verontreinigd, geen vervolgonderzoek noodzakelijk. - Verkennend onderzoek NEN5740 Grotestraat te Markelo, Geofox, kenmerk 1361.001, 07-06-2001. Conclusie: Lichte verontreiniging groter dan streefwaarde, niet ernstig verontreinigd, geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Schoolstraat 13A te Markelo, locatiecode AA173507645: - Nader asbestonderzoek NEN 5707 Schoolstraat 13a te Markelo, Tebodin, kenmerk 4280.001, 16-04-2013. Conclusie: Geen verontreiniging, geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Burgemeester de Beaufortplein 5-5a te Markelo, locatiecode AA173507754: - Verkennend onderzoek NEN 5740, Terra Agribusiness, 30-03-2018. Conclusie: Niet ernstig, licht tot matig verontreinigd. Er zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen bouw. Voor nadere informatie wordt verwezen naar bovenstaande onderzoeken.

Invloeden van de omgeving op de huidige onderzoekslocatie worden niet verwacht Op of nabij de onderzoekslocatie zijn geen activiteiten of historische activiteiten bekend welke de bodem verdacht maken voor PFAS verbindingen. Op basis van het handelingskader PFAS wordt de kans op het vrijkomen van PFAS in het milieu verwaarloosbaar geacht. De locatie is niet gelegen in een gebied met specifiek beleid voor PFAS. Een overzicht van de beschikbare bodeminformatie is opgenomen in bijlage 7.

2.2 Huidig gebruik Voor de ligging van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 1. De inrichting van de locatie is weergegeven in bijlage 2. De onderzoekslocatie betreft het gedeelte rond de bebouwing en van heeft een oppervlakte van ca. 2100 m² (rond de bebouwing). Het buitenterrein is verhard met klinkers/tegels, afgewisseld met groenstroken. De onderzoekslocatie is in gebruik als onderwijsinstelling.

6 Boluwa, rapportnummer 19204

2.3 Toekomstig gebruik Het huidige schoolgebouw op de locatie zal worden verbouwd tot appartementencomplex. Tot heden is er in deze situatie geen wijziging.

2.4 Geohydrologische gegevens De geohydrologische lithologie rond de locatie in Markelo is volgens DINO loket als volgt:

Het freatisch grondwater bevindt zich op ca. 4,34 m-mv. Volgens de Grondwaterkaart van Nederland is de stromingsrichting globaal in noord/noordwestelijke richting.

2.5 Hypothese Uit voorgaande informatie kan worden opgemaakt dat er geen verdachte punten op de locatie meer aanwezig zijn. Het voormalige pompeiland is in het verleden reeds onderzocht. Er zijn op de onderzoekslocatie geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van asbest in de bodem. De onderzoeksstrategie voor het terrein is gebaseerd op verkennend bodemonderzoek, zoals 7 Boluwa, rapportnummer 19204

is beschreven in de NEN-5740 voor een niet lijnvormige onverdachte locatie (ONV-NL). Wel is van de boringen ter plaatse van het voormalige benzine-service-station een separaat mengmonster samengesteld en is de bestaande peilbuis op de deellocatie meegenomen in het onderzoek. Indien tijdens het veldwerk aanwijzingen worden aangetroffen van een mogelijke verontreiniging wordt de onderzoeksstrategie alsnog aangepast. De relevante resultaten van het zintuiglijk en chemisch onderzoek van de bovengenoemde onderzoekspunten zijn mede in dit rapport opgenomen om een totaalbeeld te krijgen van de locatie.

8 Boluwa, rapportnummer 19204

3 Uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het onderzoek is een programma voor veld- en laboratoriumonderzoek opgesteld. Het veldwerk, de analyses en de voorbehandeling zijn uitgevoerd conform de geldende NENnormen. [zie bijlage 5.2] De veldwerkzaamheden zijn op 02-10-2019 en 09-10-2019 uitgevoerd door F.H. de Vries en A. de Graaf en hebben bestaan uit:[zie voor de situatie van de boringen bijlage 2] -

het verrichten van 14 handboringen variabel van 0 – 6,00 m beneden maaiveld [m.v.]; het zintuiglijk beoordelen van de uit de boringen vrijkomende grond op bodemkundige eigenschappen en op eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken; het nemen van grondmonsters; het plaatsen van 1 peilbuis; het doorpompen van de geplaatste peilbuis en de reeds bestaande peilbuis; het nemen van een grondwatermonster uit de doorgepompte peilbuizen, minimaal een week na plaatsing.

Uit het materiaal van de boringen B01 t/m B14 zijn van de verschillende bodemlagen mengmonsters samengesteld, deze mengmonsters met de verschillende analyses zijn: Overig terrein: Analysemonster MM1

Traject (m -mv) 0,00 - 0,60

MM2

0,08 - 0,50

MM3

0,50 - 2,00

Deelmonsters

Analysepakket

B01 (0,00 - 0,50) B02 (0,20 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B06 (0,20 - 0,50) B07 (0,20 - 0,50) B08 (0,30 - 0,60) B09 (0,30 - 0,60) B13 (0,10 - 0,50) B14 (0,08 - 0,50) B03 (0,08 - 0,50) B04 (0,08 - 0,50) B10 (0,08 - 0,50) B11 (0,08 - 0,50) B12 (0,08 - 0,50) B01 (0,50 - 1,00) B01 (1,00 - 1,50) B01 (1,50 - 2,00) B06 (0,50 - 1,00) B06 (1,00 - 1,50) B06 (1,50 - 2,00) B14 (0,50 - 1,00) B14 (1,00 - 1,50) B14 (1,50 - 2,00)

Standaardpakket incl. lu/os

Standaardpakket incl. lu/os

Standaardpakket incl. lu/os

9 Boluwa, rapportnummer 19204

Voormalig benzine-service-station: Analysemonster MM4

Traject (m -mv) 2,00 - 3,00

Deelmonsters

Analysepakket

B12 (2,00 - 2,50) B12 (2,50 - 3,00) B13 (2,00 - 2,50) B13 (2,50 - 3,00)

Min.olie GC (C10-C40), Pakket lutum en organische stof

Uit boring B01 [peilbuis] en de reeds bestaande peilbuis zijn grondwatermonsters genomen en geanalyseerd, deze grondwatermonsters met analyses zijn: Analysemonster B01-1-1 Bestaande peilbuis-1-1

Filterdiepte (m -mv)

Analysepakket

5,00 - 6,00 -

Standaard pakket olie/arom.

zie bijlage 6 voor de analyse uitslagen van dit rapport. De bemonstering en analyse zijn uitgevoerd conform het protocol voor verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740, onder certificaat van de BRL SIKB 2000 (nr. ECSIK-20249). Tijdens het onderzoek is gelet op afwijkingen, die duiden op de aanwezigheid van milieuvreemde en/of schadelijke stoffen. Per boring is een profielbeschrijving gemaakt, welke zijn vermeld in de bijlage 4.

10 Boluwa, rapportnummer 19204

4 Resultaten veldonderzoek De resultaten van de bodemkundige beoordeling van de boringen zijn weergegeven in de vorm van boorprofielen met beschrijving. [bijlage 4] De boringen zijn verspreid over de locatie genomen. De bodemopbouw bestaat globaal uit:

De boringen tot 2,0 m-mv worden in trajecten van ten hoogste 0,5 m bemonsterd, of anders, afhankelijk van de bodemgesteldheid en/of de veldwaarnemingen. De genomen grondmonsters met de betreffende dieptes van de diverse boringen zijn terug te vinden in de boorstaten. De boringen worden verdeeld over de onderzoekslocatie, waarbij tijdens het onderzoek naar aanleiding van de aangetroffen bevindingen, de strategie aangepast kan worden. Tijdens het veldonderzoek zijn bij de boringen de volgende zintuiglijke waarnemingen gedaan: B01 B02 B03

6,00 0,50 0,50

B04 B06

0,50 2,00

B07 B08

0,50 0,60

3,50 - 3,90 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,08 - 0,50 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 1,00 - 1,50 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08

Leem

Zand

Zand

11 Boluwa, rapportnummer 19204

zwak roesthoudend Klinker Klinker zwak asfalthoudend Klinker Klinker zwak roesthoudend Klinker Klinker

Boring B09 B10 B11 B12 B13 B14

Diepte boring (m -mv) 0,60 0,50 0,50 3,50 3,50 2,00

Traject (m -mv) 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,05 0,00 - 0,08

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden Klinker Klinker Klinker Klinker Tegel Klinker

Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen. Tevens zijn geen puinresten e.d. aangetroffen in de bodem welke kunnen duiden op het voorkomen van asbest in de bodem. Er heeft echter geen onderzoek conform NEN 5707 naar asbest plaatsgevonden. Uit de veldwaarnemingen blijkt verder: Watermonster Filterdiepte (m -mv) B01-1-1 5,00 - 6,00 Bestaande peilbuis-1-1

Grondwater-stand (m -mv) 4,46 4,23

pH (-) 4,9 5,0

EC (µS/cm) 529 1455

Troebelheid (NTU) 1,06 0,34

De toegepaste methoden met betrekking tot het veldwerk en het laboratoriumonderzoek van de grondmonsters zijn beschreven in bijlage 5.

12 Boluwa, rapportnummer 19204

5 Resultaten laboratoriumonderzoek De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn volgens de NEN 5740 geanalyseerd door het AS 3000 erkende laboratorium van Synlab uit Rotterdam op de onderstaande parameters en de bijbehorende toetsingswaarden. De analyseresultaten van de monsters zijn weergegeven in bijlage 6. 5.1 Toetsingskader De analyseresultaten zijn met behulp van de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) getoetst aan het kader uit de circulaire bodemsanering 2013, waarin een toetsingskader staat vermeld voor een aantal verontreinigende stoffen waarbij men onderscheid maakt in twee toetsingswaarden met concentratieniveau: achtergrondwaarde [S] en interventiewaarde [I]. De achtergrond- en de interventiewaarde zijn gerelateerd aan het humus- en lutumgehalte van de grondmonsters. [S]achtergrondwaarde: geldt als referentiewaarde en komt overeen met de gemiddelde achtergrondconcentratie waarbij er sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. [I]nterventiewaarde: is te beschouwen als de toetsingswaarde waarboven, afhankelijk van de situatie of er risico’s zijn voor schade aan gezondheid en/of milieu, veelal een saneringsonderzoek c.q. sanering wordt uitgevoerd.

[>25 m³ grond of >100 m³ grondwater] 1/2[S+I]=[N]ader: bij gehaltes boven deze grens is er sprake van een matige verontreiniging en dient een nader onderzoek [N] uitgevoerd te worden naar de aard en de omvang van de aangetroffen verontreiniging.

5.2 Analyseresultaten De grondmengmonsters zijn getoetst aan de toetsingswaarden met gehalten in mg/kg droge stof. De toetsingswaarden zijn gecorrigeerd voor het gehalte organische stof en de zware metalen zijn tevens gecorrigeerd voor het lutumgehalte. Alle parameters worden omgerekend naar gestandaardiseerde waarden (GSSD), zie bijlage 6.

Grond Overig terrein: In het onderzochte grondmengmonster van de bovengrond van MM1 is een licht [>achtergrondwaarde] verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetoond. Alle overige gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. 13 Boluwa, rapportnummer 19204

In het onderzochte grondmengmonster van de bovengrond van MM2 en de ondergrond van MM3 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. Analysemonster MM1 MM2 MM3 MM4 > AW >I Index

Traject (m -mv) 0,00 - 0,60 0,08 - 0,50 0,50 - 2,00 2,00 - 3,00

> AW (+index)

> I (+index)

PAK 10 VROM (0,03) -

-

BBK monster-conclusie (indicatief) Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

: > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

Voormalig benzine-service-station: In het onderzochte grondmengmonster van de ondergrond van MM4 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. Analysemonster MM4 > AW >I Index

Traject (m -mv) 2,00 - 3,00

> AW (+index)

> I (+index)

-

-

BBK monster-conclusie (indicatief) Altijd toepasbaar

: > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

Dit blijkt uit de analyseresultaten, welke getoetst zijn aan de toetsingstabel uit de circulaire bodemsanering 2013, 1 juli 2013. Opgemerkt dient te worden, dat bij analyses van mengmonsters de gehalten in individuele deelmonsters, zowel hoger als lager kunnen zijn dan het gemeten gehalte in het mengmonster.

Grondwater Overig terrein: In het grondwatermonster afkomstig uit de peilbuis bij de boring B01 zijn licht [>streefwaarde] verhoogde gehalten barium en cadmium aangetoond. Alle overige gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. Watermonster Filterdiepte (m -mv) B01-1-1 5,00 - 6,00

> S (+index)

> I (+index)

Cadmium (0,02) Barium (0,05)

-

14 Boluwa, rapportnummer 19204

>S >I Index

: > Streefwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - S) / (I - S)

Voormalig benzine-service-station: In het grondwatermonster afkomstig uit de bestaande peilbuis zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. Watermonster Filterdiepte (m -mv) Bestaande peilbuis-1-1 >S >I Index

> S (+index)

> I (+index)

-

-

: > Streefwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - S) / (I - S)

Dit blijkt uit de analyseresultaten, welke getoetst zijn aan de toetsingstabel uit de circulaire bodemsanering 2013, 1 juli 2013

15 Boluwa, rapportnummer 19204

6 Conclusie In opdracht van dhr. E. Dokter van EDOK-RO uit Barneveld heeft Boluwa Eco Systems BV een verkennend bodemonderzoek verricht naar eventuele aanwezigheid van verontreiniging van de grond en grondwater van een gedeelte van een locatie aan Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo. Voor de opzet van het onderzoek is uitgegaan van een onverdachte locatie conform de NEN5740 norm. Uitgevoerd zijn in totaal 14 boringen tot een variabele diepte van 0 tot 6,00 m-mv. Geanalyseerd zijn:

- 2 grondmengmonsters bovengrond [0 - 0,50 m]; - 1 grondmengmonster ondergrond [0,50 - 2,00 m]; - 1 grondmengmonster ondergrond [2,00 - 3,00 m]; - 1 grondwatermonster uit de peilbuis bij boring B01; - 1 grondwatermonster uit de bestaande peilbuis.

Op basis van de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat: Overig terrein: In de bovengrond van MM1 is een licht verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetoond. Het licht verhoogde gehalte PAK (10-VROM) kan te maken hebben met menselijke activiteiten op de locatie. De gemeten gehalten zijn niet ongewoon op plaatsen waar mensen wonen en/of werken. In de bovengrond van MM2 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de ondergrond van MM3 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater van de peilbuis B01-1-1 zijn licht verhoogde gehalten barium en cadmium aangetoond. De aangetroffen licht verhoogde gehalten barium en cadmium zijn waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. Zware metalen kunnen van nature in de ondergrond aanwezig zijn. In de loop der jaren zijn deze metalen uitgespoeld naar het grondwater. Mede gezien de relatief lage pH is het aannemelijk dat zware metalen in het grondwater in oplossing voorkomen.

Voormalige benzine-service-station: In de ondergrond van MM4 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. 16 Boluwa, rapportnummer 19204

In het grondwater van de bestaande peilbuis zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.

6.1 Toetsing van de onderzoekshypothese Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese, dat er wordt uitgegaan van een onverdachte locatie verworpen voor de bovengrond van MM1 en het grondwater afkomstig uit de peilbuis bij boring B01. De hypothese onverdacht wordt aangenomen voor de bovengrond van MM2, de ondergrond van MM3 en MM4 en het grondwater afkomstig uit de bestaande peilbuis. Met betrekking tot de gevolgde onderzoeksstrategie wordt gesteld dat op basis van de beschikbare gegevens, de strategie voldoende van opzet is geweest om de toetsing te verrichten.

6.2 Aanbeveling Volgens het toetsingskader uit de circulaire bodemsanering 2013, gedateerd van 1 juli 2013, behoeft op de betreffende locatie geen nader onderzoek plaats te vinden, aangezien geen van de onderzochte parameters zich boven het gemiddelde van 1/2{S+I} bevindt. Hergebruik van eventueel bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond op het eigen terrein is zondermeer toegestaan. Eventueel vrijkomende grond mag echter tegenwoordig niet zondermeer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit Bodem Kwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. Voor meer informatie hierover kunt u zich wenden tot de gemeente Hof van Twente.

17 Boluwa, rapportnummer 19204

7 Zorgvuldigheid onderzoek Het in dit rapport beschreven onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht. Een bodemonderzoek is echter gebaseerd op door bevoegd gezag en opdrachtgever verstrekte informatie en/of aanwijzingen, zintuiglijke waarnemingen en een beperkt aantal controlemonsters van de bodem. Hierdoor blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de bodem kunnen voorkomen, die tijdens dit onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Boluwa Eco Systems BV acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voort kan vloeien. Hierbij wordt er tevens op gewezen, dat een op enig moment uitgevoerd bodemonderzoek een momentopname is, waarbij diverse invloeden van belang zijn, zoals: ophogingen met grond van elders, storende lagen in de bodem, gebruik van het perceel, lozingen e.d. of van naburige terreinen via het grondwater. Naarmate de termijn tussen de uitvoering van het bodemonderzoek en het interpreteren van de resultaten van dit rapport groter wordt, dient meer voorzichtigheid te worden betracht bij het beoordelen en het gebruik van de onderzoeksresultaten.

18 Boluwa, rapportnummer 19204

Bijlagen

Bijlage 1 Topografisch en kadastraal overzicht

Bijlage 1: Onderzoekslocatie Gemeente Hof van Twente Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo Sectie: I nr.: 3867 e.a. Project nr.: 19204 Schaal: 1 : 25000 Get: G. van Dijk

Uw referentie: boluwa

4938

Uittreksel Kadastrale Kaart

87 43

4536

4534

1-3a

4537

4386 4518

4643 4535

4937

3352 10-11

3868

3869

de Beau fortp le in

6

Bu rgem eest er

3867

4726

Bu rgem eest er

de Beau fort pl

ei n

1 0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 5 november 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

5m

25 m

Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

M arkelo I 3869

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 2: Situatietekening

Situering meetpunten Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo

Legenda

Situering meetpunten Boring 0 – 0.5 m-mv Boring 0 – 2.0 m-mv Peilbuis Inspectiegat Inspectiesleuf

Terreingrens Onderzoeksgebied

Opdrachtgever EDOK-RO Projectnummer 19204 Datum 17-10-2019

Bijlage 3: Monsternemingsformulieren (grond en grondwater)

Monsternemingsformulier grond Projectgegevens Opdrachtnummer Contactpersoon locatie Opdrachtgever

Uitvoerde organisatie Monsternemer(s) Datum monstername

19204 Dhr. E. Dokter Naam EDOK-RO Contactpersoon Dhr. E. Dokter Adres, plaats Van Breugelplantsoen 81, 3771 VN BARNEVELD Telefoon 06 13950955 Boluwa Eco Systems BV F.H. de Vries / A. de Graaf 02-10-2019

Locatiegegevens Adres Oppervlakte Oppervlakte bepaald door Grondsoort Bebouwing anders dan op tek. Bijzonderheden locatie Bijmengingen aangetroffen Veiligheids klasse

Burgemeester de Beaufortplein 6 te Markelo Te onderzoeken ca. 2100 m² Opmeten zand / kleiig zand / zandige klei / klei / veen / anders, nl. Geen Basispakket

Monsterneming Wijze van monsterneming Motivatie afwijkingen Aantal verrichte boringen Grondwaterstand (m-mv) Diepte onderkant peilbuis (t.o.v. mv.) Filterlengte peilbuis Traject filtergrind Traject bentoniet Werkwater gebruikt Ec grondwater Verloren casing gebruikt Monstername materiaal Monsterverpakking Monstertransport Monstercodering Soort onderzoek Soort analyses Aangeleverd aan Levertijd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3752/documents/51094