CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

10. bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo.pdf

Gemeenteraad 13 september 2022, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo27.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" voor de gehele onderzoekslocatie dient formeel te worden verworpen, aangezien er een overschrijding van de streefwaarde is aangetoond. De hypothese “verdacht van aanwezigheid van asbest” voor de bovengrond van de onderzoekslocatie als voor de druppelzones kan worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In het grondwater (PB 1) is een licht verhoogde concentratie aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de boven- en ondergrond (BG I en OG I) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en A - MM FF (druppelzones) is

vastgesteld

31

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

geen asbest aangetoond. Vastgesteld is dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.

4.5

Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Het plangebied ligt aan de Ovinksweg, een weg met een maximumsnelheid van 60 km/uur. Deze weg wordt gebruikt door bestemmingsverkeer, het is geen doogaande route. Een woning is een geluidgevoelige functie. Er is onderzocht welke geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe woning aanwezig is. Uit gegevens van de Atlas leefomgeving blijkt dat er ter plaatse van de nieuwe woning sprake is van een geluidbelasting van 39 dB (ter plaatse van de blauwe druppel in figuur 4.2). Er wordt daarmee voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.

32

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Figuur 4.2: geluidbelasting plangebied (www.atlasleefomgeving.nl/kaarten) Er kan worden vastgesteld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten behoeve van de nieuwe woning.

4.6

Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen;

vastgesteld

33

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets De herontwikkeling van het perceel waarbij landschapsontsierende bebouwing gesloopt wordt, een nieuwe woning wordt gerealiseerd, geeft per dag 8,6 verkeersbewegingen. Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op gemiddeld 8,2 per dag gesteld worden (uitgaande van het maximum conform CROW-publicatie).

Er zal sporadisch sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 2% gezet kan worden (worst-case). In figuur 4.3 is de worst-case berekening weergegeven met 24 extra voertuigbewegingen.

Figuur 4.3: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: Infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.

34

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

4.7

Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.

Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Zie figuur 4.4 voor een fragment van de risicokaart met de aanwezige risicobronnen.

vastgesteld

35

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Figuur 4.4: Uitsnede Risicokaart Nederland (Bron: risicokaart.nl). Uit de inventarisatie van figuur 4.4 blijkt dat er een risicobronnen is gelegen in de omgeving van het plangebied (gasleiding). Deze ligt op ca. 1,9 kilometer afstand. Het plangebied ligt niet binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen of binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid en dit aspect geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.

4.8

Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterschap Rijn en IJssel Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Voor Rijn en IJssel is dit vervat in het Waterbeheerplan 2016-2021. Het waterschap laat in dit waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten we in de samenwerking met onze partners willen leggen.

Vanuit die omgevingsverkenning wordt vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor de primaire taakgebieden: - Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water.

36

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

- Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water. - Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water. - Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater. - Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Watertoetsproces Op 15 april 2022 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 2 Watertoets en de uitkomst hiervan is dat de 'normale procedure' van toepassing is. Uit contact met het Waterschap is gebleken dat het aspect 'wateroverlast/hoe omgaan met hemelwater' het relevante aspect is. Initiatiefnemer zorgt voor infiltratie van het hemelwater op eigen terrein, waarbij een overloop wordt gemaakt naar de naastliggende sloot. Als deze sloot vol is, loopt het water verder naar de voglende sloten. Op deze wijze is er geen sprake van wateroverlast voor het eigen terrein noch de omgeving. Deze wijze van opvang van hemelwater is akkoord wat betreft het waterschap. Gezien het vorenstaande vormt het aspect 'water' geen belemmering voor het uitvoeren van het bestemmingsplan.

4.9

Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Dit bestemmingsplan maakt de bouw van een (compensatie)woning mogelijk nabij bestaande bebouwing. Daarbij wordt een schuur gesloopt en op die plek wordt de nieuwe woning gerealiseerd. Het erf wordt landschappelijk ingepast. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Voor het plangebied heeft Natuurbank Overijssen een quickscan natuurwaarden uitgevoerd (d.d. 20-4-2022, projectnummer 4282), zie ook Bijlage 3 quickscan natuurwaarden Het plangebied is op 14 april 2022 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland.

Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt zoals aangegeven niet in of direct grenzend aan beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Borkeld) ligt ten noorden van het plangebied op circa 1,8 km afstand. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van het project, kan op voorhand uitgesloten worden.

vastgesteld

37

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels. Beschermde grondgebonden zoogdier-, amfibie- en vleermuissoorten benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied en bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de aanbouw gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.

Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels; Conclusie Vastgesteld kan worden dat de Wet natuurbescherming geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Archeologie Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

38

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Figuur 4.5: uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: gemeente Hof van Twente) Toets Het plangebied is in figuur 4.5 aangegeven met een blauwe ster. Ter plaatse geldt een 'hoge verwachting in zone om historisch element'. Voor deze gebieden geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 40 centimeter en een oppervlakte groter dan 2.500 m² archeologisch onderzoek nodig is. De oppervlakte bodemingrepen dieper dan 40 centimeter (funderingen bebouwing) die in het kader van de uitvoering van dit bestemmingsplan worden uitgevoerd bedraagt ruim minder dan de grens van 2.500 m². Archeologisch onderzoek is niet vereist. In het bestemmingsplan zijn de beleidsuitgangspunten vertaald, in de bestemmingen 'Waarde-archeologische verwachting 1'. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.

Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat er in het plangebied of directe omgeving van het plangebied geen monumenten aanwezig zijn. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

vastgesteld

39

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

4.11

Verkeer / parkeren Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Ovinksweg, een weg die wordt gebruikt door bestemmingsverkeer. De weg heeft een maximumsnelheidsregime van 60 km/u. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie als gevolg van het gebruik van de woning, wordt gebruik gemaakt van CROW-uitgave 381 'toekomstbestendig parkeren'. Wonen Het plangebied is gelegen in het buitengebied en het gebied kent een niet-stedelijke stedelijkheidsgraad. Voor een vrijstaande woning geldt derhalve een gemiddelde dagelijkse verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen. Vastgesteld wordt dat de verkeersbewegingen van de nieuwe woning eenvoudig via de huidige weg kunnen worden afgewikkeld en het aspect 'verkeer' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. Parkeren Wonen Het parkeren vindt, net als in de huidige situatie, plaats op eigen terrein. Op basis van de 381e CROW uitgave bedraagt de parkeernorm voor 1 vrijstaande woning minimaal 2 parkeerplaatsen. Ten behoeve van de nieuwe woning worden 2 parkeerplaatsen op het erf aangelegd. Bij de bestaande woning zijn eveneens 2 parkeerplaatsen aanwezig. Geacht wordt dat het aspect 'parkeren' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.

40

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Toelichting op de regels

5.2.1

Opbouw In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de

vastgesteld

41

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van

42

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Agrarisch De voor 'Agrarisch'' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, hobbymatig agrarisch gebruik, extensieve dagrecreatie, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, de bestaande nutsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Verder zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan, met een maximale bouwhoogte van 1 meter. Voor druivenranken geldt een hogere bouwhoogte. In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming is een zogenaamde voorwaardelijke verplichting opgenomen. De voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging van de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in de bijlage bij de regels (erfinrichtingsplan). Tevens is in de specifieke gebruiksregels een voorwaardelijke verplichting voor de sloop van de voormalige agrarische bebouwing opgenomen. Hierbij wordt verwezen naar de bijlage sloopopgave die bij de regels hoort.

Waarde Archeologische verwachting-1 De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Ter bescherming van deze gronden zijn bepalingen en voorwaarden opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor maximaal één woning per bestemmingsvlak, aan huis verbonden beroepen, bed & breakfast, bestaande en legale paardenbakken en ontsluitingsvoorzieningen. Deze bestemming maakt ook de bouw van de nieuwe woning mogelijk. Voor bijgebouwen is opgenomen dat de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m² bedraagt. De goot- en bouwhoogte van bijgebouwen zijn gelimiteerd tot 3 en 6 meter. In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging van de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in het erfinrichtingsplan (bijlage bij de regels). Tevens is in de specifieke gebruiksregels een voorwaardelijke verplichting voor de sloop van de voormalige agrarische bebouwing opgenomen.

Deze voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging van de sloop van de bebouwing zoals opgenomen in de sloopopgave (bijlage bij regels).

vastgesteld

43

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Met initiatiefnemer is een exploitatie- en planschadeovereenkomst gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

44

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Hoofdstuk 7 7.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B onder 1, waardoor vooroverleg niet nodig is. Waterschap Rijn en IJssel Op 15 april 2022 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Rijn en IJssel. De conclusie van die digitale toets is dat de normale procedure moet worden doorlopen. Na contact met waterschap blijkt dat het waterschap zich kan vinden in de voorgenomen wijze van opvang van het hemelwater.

7.2

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ......... voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn ......... zienswijzen binnengekomen.

vastgesteld

45

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

46

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Bijlagen toelichting

vastgesteld

47

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Bijlage 1 Erfinrichtings- en beeldkwaliteitsplan

48

vastgesteld

Erfinrichtings- en Beeldkwaliteitsplan Ovinksweg 6 Markelo

Inleiding Dit document beschrijft en onderbouwt het erfinringsplan en beelkwaliteitsplan, benodigd voor de voorgestelde bestemingsplan wijziging, voor Ovinksweg 6 te Markelo. Op het erf aan de Ovinksweg 6 wordt bebouwing gesloopt, om in het kader van de rood voor rood regeling een compensatie woning te realiseren. Er wordt een sloopvoucher van een andere lokatie gebruikt om te voldoen aan de gestelde eisen van 1000 m2. De voorgenomen verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en biodiversieteit wordt aangegeven in het erfinrichtingsplan. Het beeldkwaliteitsplan geeft aan hoe de nieuwe woning word ingepast in de efinrichting, en geeft inzicht in de beoogde kleuren en materialen.

Ligging Het erf aan de Ovinksweg 6 ligt ten noordoosten van Markelo in een buurtschap aan de voet van een es.

FIGUUR 1: LOCATIE Binnen het buurtschap ligt het perceel in de buurt van twee agrarische bouwblokken, en heeft de omgeving een specifieke aanduiding “Openheid”.

FIGUUR 2: SITUATIE Het landschap behoort tot het ‘kampen en essen’ landschap. In dit gebied, rond Markelo zijn essen dominant. De gemeente HvT heeft voor dit deelgebied welstandscriteria opgesteld. Deze zullen aan bod komen in het hoofstuk Beeldskwaliteitsplan.

Sloopopgave De te slopen bebouwing staat in rood op onderstaande situatieschets aangegeven.

FIGUUR 3: TE SLOPEN BEBOUWING AANGEGEVEN IN ROOD De schuur is gedekt met damwand dakplaten en is aan te merken als landschap ontsierend. Het te slopen schuur heeft een totale oppervlakte van 172 m². Hiervoor is inmiddels een sloopvoucher verleend. Deze wordt niet ingezet op deze locatie. De vereiste 1000 m² komen van de Stokkumerbroekweg 12 te Markelo.

Erfinrichtingsplan Bij de erfstructuur is uitgegaan van een opzet waarbij de nieuwe bebouwing ondergeschikt is, en in de omgeving wordt ingepast door versterking van huidige kenmerkende erfbeplanting.

FIGUUR 4: ERFINRICHTINGSPLAN (ZIE OOK BIJLAGE 1) De huidige boerderij, bijbehorende schöppe, kookhuis en garage blijven behouden. Een voormalige kippenschuur wordt afgebroken en op die plek wordt via rvr een woning toegevoegd op het erf. De nieuwe woning zal een aantal meter naar het noorden geplaatst worden ten opzichte van de huidige zuidgevel van de te slopen schuur, om ver genoeg van het agrarische bouwblok ten zuiden van het perceel te blijven. Dit creeërt tevens extra privacy voor beide woningen op het erf. Tussen de huidige en nieuwe woning staan een aantal bestaande bijgebouwen die gehandhaafd blijven. Ten noorden van deze bebouwing (achter op het erf) wordt het nieuwe bijgebouw toegevoegd, om het ensamble optisch te verbinden. De bijgebouwen worden door middel van een groene overkapping verbonden voor de privacy van beide woningen. Dit gedeelte zal vanaf geen van de omliggende wegen zichtbaar zijn.

De huidige oprit wordt gedeeld door beide erven. Een waterdoorlatende uitbreiding van de oprit (geen grind) zal de nieuwe woning en bijgebouw verbinden met de huidige oprit. De bestaande boomgaard wordt uitgebreid. Daarmee wordt de woning minder dominant aanwezig vanaf omliggende wegen. Het vrije uitzicht op de es wordt, door de ruime opzet van de boomgaard behouden. De biodiversiteit wordt op diverse manieren versterkt zoals door de aanplant van inheemse wilde bloemen, uitbreiding van de boomgaard, en het vervangen van een ligusterhaag door een gemengde bessenhaag.

Beeldkwaliteitsplan Het perceel aan de Ovinksweg 6 te Markelo behoort tot het ‘kampen en essen’ landschap. De gemeente Hof van Twente heeft voor dit deelgebied welstandscriteria opgesteld. Doel van de regels voor dit deelgebied is om de karakteristieke vervlechting van bebouwingsensembles met het omliggende landschap te behouden en te versterken. In de erfinrichting en uitstraling voegt de nieuwbouw zich op een aantal essentiële punten naar de bestaande kenmerken. De nieuwe bebouwing en het landschap moeten een eenheid gaan vormen. In het essenlandschap dienen de open essen behouden te blijven. De huidige boerderij, bijbehorende schöppe, kookhuis en garage blijven behouden. Op de plek van de te slopen lanschap ontsierende bebouwing wordt in het kader van rvr een woning toegevoegd op het erf. De toe te voegen bebouwing wordt op het noorden, oftewel achter op het erf gesitueerd.

Plaatsing - De opzet van het erf blijft losjes - De nieuwbouw voegt zich in het ensamble en is vanaf omliggende wegen niet dominant aanwezig - De nieuwe woning zal minimaal 50 meter van omliggende argarische bouwblokken geplaatst worden. Hoofdvorm - Eenvoudige hoofdvorm, bestaande uit een enkele bouwlaag met zadelkap - Sluit aan bij de oorspronkelijke architectuur van het gebied

Gevel - Gevel van de gebouwen zijn bescheiden en evenwichtig - Gevelbekleding van de woning in licht of blank hout, eventueel stukken metselwerk - Bijgebouw kan in alle, mits deugdelijke, materialen worden uitgevoerd Aan-, uit-, en bijgebouwen en dakkapellen - Eventuele aan-, of uitbouwen dienen ondergeschikt te zijn aan de eenvoudige hoofdvorm. - Geen dakkapel op het bijgebouw Detaillering - Gevels van alle gebouwen worden in gedekte kleuren gehouden - Daken worden uitgevoerd in in de omgeving passende materialen, bijvoorbeeld matte gebakken pannen, donker aluminium golfplaatprofiel, zonnepanelen of sedem. - Geglazuurde dakpannen, zink en leitjes zijn uitgesloten - De gekozen detaillering, materialen en kleuren ondersteunen het karakter van het bouwwerk - Felle kleuren en sterk glimmende materialen zijn uitgesloten Referenties

https://www.jacobveltmanarchitect.nl/wp-content/uploads/2019/04/1602-017.jpg

https://www.foreco.nl/nl/houten-gevelbekleding/schuurwoning

https://www.groenveste.nl/referentieprojecten/levensloopbestendige-schuurwoning/

http://woonsubliem.qreateit.nl/projecten/moderne-schuurwoning-in-westendorp/

https://www.architom.nl/

Knooperf Landgoed Nijenhuis & Westerflier Diepenheim, Ten Dam Architecten

Bijlage 1: Erfinrichtingsplan

Erfinrichtingsplan ten opzichte van de kadastrale percelen behorende bij het erf:

Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo

Bijlage 2 Watertoets

60

vastgesteld

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 15-04-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

normale procedure

2.

Advies klimaatadaptie

3.

Advies afvalwaterketen

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

15-04-2022, 07:19

P agina 1 van 15

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? nee

2.

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? nee

3.

Is er in of rondom het plangebied wel eens s prake (gewees t) van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee

4.

Ligt in of nabij het plangebied een watergang? nee

5.

Ligt in of nabij het plangebied een waterkering? nee

6.

Ligt in of nabij het plangebied natte landnatuur? nee

7.

Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een mas terplan/ s tedenbouwkundige vis ie? nee

8.

Wordt water aangelegd, gedempt of aangepas t? nee

9.

Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waters chap mogelijk gemaakt? nee

10.

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? nee

15-04-2022, 07:19

P agina 2 van 15

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 11.

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 500m2? nee

12.

Bedraagt het vers chil tus s en de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee

13.

Is de afs tand tus s en de gemiddeld hoogs te grondwaters tand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 100cm? nee

14.

Z ijn er kans en voor afkoppelen van bes taand verhard oppervlak? ja

15.

Wordt regenwater ges cheiden van het afvalwater afgevoerd? ja

16.

Worden bedrijfs matige activiteiten uitgevoerd? nee

17.

Worden er materialen gebruikt waardoor het afs tromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee

18.

ligt in het plangebied een bes chermd watererfgoed? nee

19.

ligt het plangebied in een grondwaterbes chermings gebied in Overijs s el nee

20.

ligt het plangebied in een grondwaterbes chermings gebied in Gelderland nee

21.

Ligt het plangebied nabij een rioolwaterzuivering? nee

15-04-2022, 07:19

P agina 3 van 15

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 22.

Ligt het plangebied nabij een rioolgemaal? nee

23.

Ligt in of nabij het plangebied een pers leiding? nee

24.

Ligt in of nabiji het plangebied een rioolwaterovers tort? nee

25.

Ligt in of nabij het plangebied een beperkingengebied voor drainage? nee

15-04-2022, 07:19

P agina 4 van 15

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

normale procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.

Wat moet ik doen? Gebruik als tublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om een advies aan te vragen bij het waters chap. Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd. In een s tartoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateras pecten een rol s pelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuis houdkundig plan, een geohydrologis ch onderzoek of een uitgebreide analys e van het huidige waters ys teem noodzakelijk is . Gezamenlijk wordt er invulling gegeven aan de wateras pecten. Als er overeens temming is over de inhoud van de waterparagraaf kan u de teks t opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan. Onder het kopje Achtergrond hebben wij onze uitgangs punten toegevoegd. U kunt ook contact opnemen via info@wrij.nl of met onze advis eurs : Marieke Brouwer-te Molder (m.brouwer@wrij.nl) voor de gemeenten: Deventer, Rijs s en-Holten, Hof van Twente, Haaks bergen, Z utphen, Lochem, Berkelland, Winters wijk. Jan van der Schoot (j.vanders choot@wrij.nl) voor de gemeenten: Does burg, Bronckhors t, Oos t Gelre, Oude IJs s els treek, Doetinchem, Aalten. Henk Meulenveld (h.meulenveld@wrij.nl) voor de gemeenten: Arnhem, Rozendaal, Rheden, Wes tervoort, Duiven, Z evenaar, Montferland.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie Water in ruimtelijke plannen; uitgangs punten van waters chap Rijn en IJs s el 5-3-2021 Over dit document In 2015 is de beleids notitie Water Raakt! bes tuurlijk vas tges teld. De waters chappen Vechts tromen (WVS), Drents Overijs s els e Delta (WDOD) en Rijn en IJs s el (WRIJ) hebben in Water Raakt! bes chreven wat hun vis ie is ten aanzien van s tedelijk waterbeheer. In deze uitgangs puntennotitie wordt dit uitgewerkt tot concrete uitgangs punten voor de weging van het waterbelang bij ruimtelijke plannen (watertoets ). Ook de uitgangs punten voor waterbeheer in het landelijk gebied zijn hierin opgenomen. Doelgroep en toepas s ing De uitgangs punten in dit document vormen het vertrekpunt voor het overleg tus s en waters chap en initiatiefnemer en/of gemeente over de gewens te ruimtelijke ontwikkelingen en hun effect op het waters ys teem. Lees wijzer Per thema wordt bes chreven welke uitgangs punten het waters chap hanteert in de weging van het waterbelang bij ruimtelijke plannen (Watertoets ). 1.

Doel

15-04-2022, 07:19

P agina 5 van 15

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 2.

Uitgangs punten

3.

Vragen voor de bepaling van de weging van het waterbelang

4.

Welke ontwikkelingen voorzien we de komende jaren ?

Ontwikkelingen / vervolg Bij het ops tellen van deze notitie is waar mogelijk rekening gehouden met de aankomende invoering van de Omgevings wet. 1.

Samenwerken aan ruimte voor water In dit hoofds tuk gaan we in op de bedoeling van de weging van het waterbelang en hoe we dat vormgeven.

1.1. Doel Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water, dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Es s entieel is dat het as pect water vanaf de s tart van de ontwikkeling van een ruimtelijk plan goed aan de orde komt. Elke ruimtelijke ontwikkeling biedt de kans om de wateras pecten integraal mee te nemen, zodat de doels tellingen van het plan optimaal gerealis eerd kunnen worden, zonder dat dit nadelen heeft voor de omgeving, zoals verdroging of wateroverlas t. De Watertoets is één van de ins trumenten om dit te bereiken. De watertoets is het middel om de afweging van waterbelangen in ruimtelijke plannen en bes luiten te waarborgen. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk s tadium van de planvorming met elkaar in ges prek brengt. In het gezamenlijk ges prek kan ook onderzocht worden of er kans en zijn om andere maats chappelijke doelen mee te koppelen. Het waters chap wil s amen met gemeenten werken aan een gezamenlijke vis ie op water. Ook bewoners en andere belanghebbenden kunnen meewerken aan de uitwerking hiervan. We advis eren in de omgevings vis ie en omgevings plannen in de waterparagraaf een s taps gewijze benadering van het huidige en toekoms tige waters ys teem op te nemen. Deze bes taat uit de volgende s tappen: 1.

Oms chrijf het huidig waters ys teem

2.

Oms chrijf de vis ie op het waters ys teem in het plangebied. Houdt hierbij rekening klimaatontwikkeling en benut uitkoms ten uit s tres s tes ten voor wateroverlas t, droogte, hitte en overs troming.

3.

Oms chrijf de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op het waters ys teem

4.

Oms chrijf welke maatregelen worden genomen om met de gevolgen om te gaan. Hierbij geldt als uitgangs punt, dat de ontwikkeling waterneutraal en klimaatrobuus t is .

1.2. Weging van het waterbelang (watertoets ) Een goed ges prek tus s en initiatiefnemer, gemeente en waters chap over de kans en en aandachts punten van water in een plangebied in de s tartfas e van de planvorming maakt een integrale aanpak mogelijk. Met behulp van de watertoets kan eenvoudig worden bepaald welke wateras pecten van belang zijn. Naarmate er een groter waterbelang is , zal een uitgebreidere procedure van de watertoets moeten worden doorlopen. We maken onders cheid in de volgende drie res ultaten van de watertoets : 1.

Plan raakt geen wateras pecten: geen wateradvies van Waters chap nodig

2.

Korte procedure: plan pas t binnen uitgangs punten van het waters chap, per omgaande pos itief wateradvies .

3.

Normale procedure: afs temming met initiatiefnemer om tot maatwerk te komen. Opties in beeld brengen en keuzes motiveren.

1.3. Welke ontwikkelingen voorzien we de komende jaren? De implementatie van de Omgevings wet zal veel veranderen. De gemeenten moeten de wateras pecten in hun 15-04-2022, 07:19

P agina 6 van 15

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets omgevings vis ies opnemen, en het overleg met de waters chappen s peelt hierin een belangrijke rol. Goede afs temming vanaf het begin van het planproces is belangrijk voor het s tellen van lokale prioriteiten, lokale s turing en duidelijkheid voor initiatiefnemers . De waters chappen kunnen een eigen vis ie ops tellen en de aan water gebonden waarden vas tleggen. 2.

Beheer en onderhoud (en inrichting) Het waters chap is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van oppervlaktewater.

2.1. Doel Het beheer en onderhoud van het waters ys teem is erop gericht om de waterhuis houding op orde te houden of te verbeteren. Het gaat bij watergangen zowel om waterkwantiteit en -kwaliteit, als om beeldkwaliteit en waterbeleving. Het reguliere onderhoud bes taat voornamelijk uit het maaien van de water- en oevervegetatie. 2.2. Uitgangs punten Het beheer en onderhoud van het waters ys teem dient met het reguliere onderhouds materieel van het waters chap (of zijn aannemers ) mogelijk te zijn. In s ituaties waar de ruimte beperkt is , bijvoorbeeld bij s tedelijke herontwikkeling, is vroegtijdige afs temming met het waters chap nodig om te komen tot maatwerk. In de Legger zijn kern- en bes chermings zones vas tgelegd, waarin de breedte van onderhouds s troken is opgenomen. De onderhouds s troken dienen vrij gehouden te worden van obs takels . De beheervorm en -frequentie wordt afges temd op de functie die aan de watergang is toegekend. Hierbij wordt ook rekening gehouden met recreatief medegebruik en natuurwaarden. Dit wordt in een s treefbeeld voor het onderhoud vas tgelegd. Met name in s tedelijk gebied wordt daarbij ook afges temd met de gemeentelijke onderhouds diens ten. Ook kunnen afs praken gemaakt worden over onderhoud door andere partijen. 2.3.

Vragen voor de weging van het waterbelang • Overweegt u water aan te leggen of te dempen, of aan te pas s en? • Ligt in of nabij het plangebied een watergang? NB. Bij wijzigingen aan het waters ys teem en werkzaamheden in de kern- en bes chermings zone is de Keur van het waters chap van toepas s ing en gelden algemene regels of een vergunningplicht. 3.

Waterveiligheid en waterkeringen Het waters chap bes chermt zijn inwoners tegen overs tromingen

3.1. Doel Met de aanleg en ins tandhouding van waterkeringen bes chermen we inwoners tegen overs tromingen door rivieren. Primaire en regionale waterkeringen hebben een functie voor de waterveiligheid, overige keringen en kades voor het beperken van wateroverlas t. Met de benadering van meerlaags e veiligheid waarborgen we niet alleen het veiligheids niveau van de dijken, maar bevorderen we ook het vers tandig gebruik van de ruimte die bes chermd wordt door waterkeringen. We willen de gevolgen van overs tromingen beperken door een pas s ende ruimtelijke inrichting en calamiteitenbes trijding. 3.2. Uitgangs punten Het winterbed van rivieren en waterkeringen met bijbehorende bes chermings zones hebben als primaire functie het bieden van veiligheid tegen overs tromingen. Ontwikkelingen in deze gebieden zijn enkel toeges taan, als ze het functioneren ervan niet belemmeren. Z o mag de s terkte van een waterkering niet aangetas t worden en het onderhoud aan de waterkering niet belemmerd worden. Bij werkzaamheden in de keurzone van de waterkering dient in overleg met het waters chap een watervergunning aangevraagd te worden. We s taan open voor robuus te oplos s ingen waarin de veiligheid is geïntegreerd in 15-04-2022, 07:19

P agina 7 van 15

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets het ontwerp, bijvoorbeeld multifunctionele waterkeringen. Z o kunnen we vers chillende ruimtelijke opgaven combineren. Het werken aan meerlaags e veiligheid is maatwerk. We advis eren gemeenten en ontwikkelaars om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig vorm te geven dat de gevolgen van een overs troming en wateroverlas t beperkt blijven. Dit betekent o.a. dat bij voorkeur niet gebouwd wordt in laaggelegen gebieden; dat kwets bare functies en vitale infras tructuur aangelegd worden boven het niveau waarop het water kan komen in geval van een overs troming. 3.3. Vragen voor de weging van het waterbelang • Ligt in of nabij het plangebied een waterkering (primaire waterkering, regionale waterkering, overige kering of kade) ? • Ligt het plangebied in winterbed van een rivier of een overs tromings gevoelig gebied? 3.4. Welke ontwikkelingen voorzien we de komende jaren ? Primaire keringen worden in de periode 2017 – 2023 voor de eers te keer beoordeeld op bas is van de nieuwe normen. We verwachten dat veel keringen niet voldoen aan de nieuwe normen en vers terkt moeten worden. Dit betekent dat het profiel kan wijzigen en bes chermings zones aangepas t (lees verbreed) kunnen worden. 4.

Klimaatadaptatie Het waters chap anticipeert s amen met de gemeente op klimaatverandering

4.1. Doel Het waters ys teem zo inrichten, dat het beter bes tand is tegen de effecten van de verwachte klimaatverandering, zoals zwaardere buien en langere droge perioden. Bevorderen om bewus te keuzes te maken om ris ico’s te beperken of accepteren. De klimaatverandering heeft betrekking op onze taken voor waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Om inzicht te krijgen in de kwets baarheid voor weers extremen brengen alle gemeenten, waters chappen, provincies en het Rijk s amen met de betrokkenen in hun gebied de kwets baarheid voor weers extremen in beeld met een s tres s tes t, voor zover dat nog niet is gebeurd. De s tres s tes ten worden vervolgens iedere zes jaar herhaald. In de gemeentelijke s tres s tes ten worden de volgende effecten van klimaatverandering in beeld gebracht: wateroverlas t (door zowel hoos buien als langdurige regen), hittes tres s , droogte en overs tromingen. Het waters chap advis eert en onders teunt gemeenten bij de s tres s tes ten. 4.2. Uitgangs punten Een ruimtelijk plan is in principe waterneutraal, dus veroorzaakt geen wijziging van waterpeilen of aan-/afvoer van water. Een toename in het verharde oppervlak res ulteert in een vers nelde afvoer van hemelwater. Door vers nelde afvoer van hemelwater wordt het waters ys teem zwaarder belas t en het waterbezwaar op benedens trooms e gebieden afgewenteld.

Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Om vers nelde afvoer tegen te gaan hanteren we bij ruimtelijke plannen de trits vas thouden-bergen-afvoeren. Dit betekent dat hemelwater zoveel mogelijk wordt vas tgehouden op de plek waar het valt. Hiervandaan kan het infiltreren in de bodem of vertraagd worden afgevoerd naar het waters ys teem. In ruimtelijke plannen met een toename van verharding zijn infiltratie- of waterbergende voorzieningen nodig om het plan waterneutraal te maken. Uitgangs punten voor het ontwerp van infiltratie- en waterbergings voorzieningen zijn: In landelijk gebied is een regenbui T=10+10% maatgevend. De hoeveelheid neers lag die valt in deze bui moet in het plangebied worden geborgen, waarna dit kan infiltreren of vertraagd wordt afgevoerd. In bebouwd is een regenbui T=100+10% maatgevend voor de dimens ionering 15-04-2022, 07:19

P agina 8 van 15

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets van de waterhuis houdkundige voorzieningen. Hierbij mag het waterpeil vanuit het oppervlaktewater tot aan s traatpeil s tijgen, waarbij geen waters chade aan bouwwerken, hoofdinfras tructuur en s poorwegen mag onts taan. Een uitgebreidere toelichting op de uitgangs punten en de berekening van de bergings opgave is te lezen in de bijlage Uitgangs punten voor waterneutraal bouwen. Bij ontwikkelingen met een toename van verharding groter dan 1500 m2 kan het waters chap vragen om waterhuis houdkundig plan, dat aantoont dat de wijze van berging effectief is , en dat er geen effecten zijn op het omliggende gebied. Daarnaas t vraagt in s tedelijk gebied ook de interactie met riolering om bijzondere aandacht. Verder advis eren we om bewus t te zijn van de gevolgen van (kortdurende) extreme buien met een intens iteit van 60 – 150 mm/uur. Bij deze buien kan niet al het water verwerkt worden door de riolering en zal water op s traat kunnen onts taan. Het ontwerp van een wijk bepaalt waar het water naar toe kan s tromen en waar s chade onts taat. Door middel van een s tres s tes t kan een beeld gevormd worden van de robuus theid en klimaatbes tendigheid van het s ys teem. We s treven naar afkoppeling van bes taand verhard oppervlak van het riools tels el.

Z o ontlas ten we het riools tels el en de rioolwaterzuiveringen en verminderen we de kans op vervuilende overs torten van het gemengd riool. Bij afkoppeling van bes taand verhard oppervlak moet minimaal 20 mm hemelwater in een infiltratievoorziening geborgen worden. Als de overlaat van het hemelwaterriools tels el op dezelfde watergang loos t als voorheen de gemengde overs tort, dan is geen extra berging noodzakelijk. Als de overlaat loos t op een andere watergang, dan zal bui T=100+10% vertraagd afgevoerd moeten worden. Bij voorkeur worden natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, regionale waterbergings gebieden en overs tromings vlaktes niet bebouwd. In waterbergings gebieden zijn ontwikkelingen enkel toeges taan, als ze het functioneren van het waterbergings gebied niet belemmeren. 4.3. Vragen voor de weging van het waterbelang • Heeft het plan uitbreiding van het verhard oppervlak met meer dan 1500 m2 tot gevolg ? • Bevindt het plan zich in een laaggelegen gebied of beekdal ? • Is er in of rondom het gebied wel eens s prake (gewees t) van wateroverlas t? • Is het plangebied gevoelig voor hittes tres s ? • Onts taat s chade aan bouwwerken als enkele uren 30 cm water op s traat s taat? 4.4.

Welke ontwikkelingen voorzien we? Wanneer met de s tres s tes ten de kwets bare plekken voor weers extremen in kaart zijn gebracht, zal gewerkt gaan worden aan een aanpak om te komen tot een meer waterrobuus te en klimaatbes tendige inrichting. Hiervoor zal een s amenwerking tus s en de vers chillende overheden en betrokkenen in het gebied nodig zijn. 5.

Waterkwaliteit (Schoon water) Waters chappen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater

5.1. Doel De kwaliteit van het oppervlaktewater op orde brengen en houden. Hiervoor zijn afs praken vas tgelegd in de Kaderrichtlijn Water (KRW). De waters chappen hebben voor alle wateren in hun beheers gebied aangegeven wat de ecologis che doels tellingen zijn. Voor de chemis che kwaliteit zijn normen vas tgelegd door de EU. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen vers lechtering van de waterkwaliteit tot gevolg hebben en de doels tellingen vanuit de KRW niet belemmeren. De oppervlaktewaterkwaliteit kan een ris ico vormen voor de volks gezondheid. Bij ontwikkelingen in s tedelijk gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke kwets baarheid van de waterkwaliteit voor droge perioden. Met name ondiepe, 15-04-2022, 07:19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3875/documents/53736