10. bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxMKxOvinksweg6-VS10
BESTEMMINGSPLAN
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer
6 6 6 7 8 8
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid
13 13 14 21
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieuzonering Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
27 27 28 30 30 32 33 35 36 37 38 40
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische toelichting Planopzet en systematiek Toelichting op de regels
41 41 41
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
44
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen
45 45 45
Bijlagen toelichting
47
Bijlage 1
Erfinrichtings- en beeldkwaliteitsplan
48
Bijlage 2
Watertoets
60
Bijlage 3
quickscan natuurwaarden
76
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
2
107 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
108 108 116
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
vastgesteld
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologische verwachting 1
117 117 120 123
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Regels in verband met vrijkomende agrarische bebouwing Strekking algemene regels
125 125 126 127 128 129 132 133 134 138
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
139 139 140
Bijlagen bij de regels
141
Bijlage 1
Erfinrichtings- en beeldkwaliteitsplan
142
Bijlage 2
Staat van bedrijsactiviteiten
154
3
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
4
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Toelichting
vastgesteld
5
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Voor de locatie Ovinksweg 6 in Markelo heeft initiatiefnemer een plan ontwikkeld om landschapsontsierende bebouwing te slopen en een nieuwe woning te bouwen (toepassing rood voor rood regeling). De landschapsontsierende bebouwing is elders in Hof van Twente gesloopt (Stokkumerbroekweg 12). Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken en hiervoor een passend juridisch-planologische regeling te geven.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied ligt in het buitengebied ten noorden van de kern Markelo, op circa 700 m afstand van de bebouwde kom. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Markelo, sectie O nummer 645 (gedeeltelijk). In figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven (rode aanduiding).
Figuur 1: Ligging plangebied (www.GoogleMaps.nl)
6
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven. In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied te zien is. De erfgrenzen vormen de grens van het plangebied. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: PDOKviewer.nl)
1.3
Vigerend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019'. Dit plan is op 15 oktober 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Hof van Twente. Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Wonen", 'Agrarisch' en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachting 1'. Daarnaast heeft het plangebied de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. In figuur 1.3 is een uitsnede weergegeven van het vigerende bestemmingsplan.
vastgesteld
7
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Figuur 1.3: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De gronden zijn in eerste instantie bestemd voor het wonen en het agrarisch gebruik. Het geldende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om een extra woning te realiseren. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.
1.4
De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BGxMKxOvinksweg6-VS10); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5
Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
8
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie Het plangebied ligt in het buitengebied, ten noorden van Markelo. De functionele structuur van dit gebied bestaat voornamelijk uit verspreid liggende agrarische bedrijven en erven met burgerwoningen. Op het perceel bevinden zich een woning met enkele bijgebouwen. Het erf was niet meer in gebruik voor de agrarische functie.
Figuur 1.3: Aanzicht huidige situatie vanaf Ovinksweg (bron: GoogleStreetview) In figuur 1.4 is de schuur te zien die wordt gesloopt. Op de luchtfoto is deze rood
vastgesteld
9
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
omcirkeld.
Figuur 1.4 Te slopen schuur (bron: GoogleStreetview)
2.2
Toekomstige situatie Sloop bebouwing De nieuwe woning die wordt gebouwd is ter compensatie 1.000 m²
10
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
landschapsontsierende bebouwing die elders is gesloopt en wel op de locatie Stokkumerbroekweg 12 in Markelo. Daar heeft de sloop van de landschapsontsierende bebouwing reeds plaats gevonden en is op 25 april 2022 een sloopvoucher toegekend. Op het erf aan de Ovinksweg wordt één schuur van 172 m² gesloopt (zie figuur 1.4), op deze plek wordt de nieuwe woning gerealiseerd.
Figuur 2.1: slooplocatie Stokkumerbroekweg 12 Markelo (www.GoogleMaps.nl) In ruil voor de sloop van de bebouwing zal een extra woning van maximaal 900 m³ met een bijgebouw van 150 m² op het perceel worden gerealiseerd, ten noordoosten van de bestaande woning. Vanwege de extra sloopoppervlakte van het bestaande bijgebouw op het erf, krijgt de woning een grotere inhoud van 900 m² in plaats van de reguliere 750 m². In figuur 2.2 is de nieuwe erfinrichting weergegeven.
vastgesteld
11
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Figuur 2.2: Toekomstige situatie Ovinksweg 6 Markelo (bron: Eeckhof) Erfinrichting Op het perceel worden de aanwezige historische schöppe en kookhuis in ere hersteld. De nieuwe woning is wat noordelijker gesitueerd dan de plek van de te slopen schuur. Dit vanwege de afstand tot het zuidelijk gelegen agrarisch bedrijf. Het bijgebouw bij de nieuwe woning wordt ten noorden van de bestaande woning gerealiseerd om het ensemble optisch te verbinden. Tevens worden bij de toegang vanaf de Ovinksweg meidoornhagen aangelegd. De bestaande ligusterhaag wordt vervangen door een meidoornhaag. De bestaande boomgaard wordt uitgebreid met meer beplanting in de vorm van fruitbomen, vlierbessen en wilde bloemen. In figuur 2.4 is de toekomstige erfindeling inclusief landschappelijke inpassing te zien. Deze is ook opgenomen in Bijlage 1 Erfinrichtings- en beeldkwaliteitsplan van de toelichting. Verkeer en parkeren De nieuwe woning wordt ontsloten via een bestaande inrit vanaf de Ovinksweg. Aan de westzijde is eveneens nog een bestaande inrit. Op het erf is voldoende ruimte om te parkeren ten behoeve van de woningen.
12
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een rood voor rood ontwikkeling, waarbij landschapsontsierende schuren worden gesloopt en een nieuwe woning wordt gerealiseerd in ruimtelijke kwaliteit, past in de prioriteit om een toekomstbestendig landelijk gebied te ontwikkelen. Daarmee past het binnen de prioriteiten van de NOVI.
vastgesteld
13
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Onderhavig plan Onderhavig plan maakt de bouw van een nieuwe woning mogelijk ter compensatie van de sloop van landschapsontsierende bebouwing. De benodigde sloop van (een deel van) de bebouwing wordt eveneens vastgelegd in dit bestemmingsplan. Uit afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De realisatie van één nieuwe woning wordt derhalve niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In de navolgende paragrafen wordt de ontwikkeling getoetst aan verschillende beleidsaspecten vanuit de provincie en gemeente en in hoofdstuk 4, 6 en 7 wordt de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan beoordeeld aan de hand van omgevingsaspecten, economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Daarmee wordt geacht dat er een goede invulling wordt gegeven aan de uitspraak van de ABRvS.
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
14
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch
vastgesteld
15
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd
16
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Er is sprake van een ontwikkeling op een bestaand erf, waarbij de rood voor rood regeling wordt toegepast. Sloop van landschapsontsierende schuren vindt plaats, waarbij een nieuwe extra woning op een bestaand erf wordt gerealiseerd. Er wordt geen nieuw beslag op de Groene Omgeving gelegd. Vastgesteld kan worden dat er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: In paragraaf 3.2 wordt nader ingegaan op de gebiedskenmerken en wordt het plan getoetst aan de ter plaatse geldende kenmerken. Het toekomstige erf wordt op zorgvuldige wijze ingepast in het landschap.
Vastgesteld kan worden dat wordt voldaan aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening. artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is in onderhavig geval niet van toepassing, aangezien de ontwikkeling aangemerkt kan worden als een kleinschalige ontwikkeling. Daarnaast wordt met de toepassing van de gemeentelijke rood voor rood regeling en landschappelijke inpassing reeds een tegenprestatie geleverd. artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.
lid 2 In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. lid 3 In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken.
vastgesteld
17
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
lid 4 De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. lid 5 Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. lid 6 In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Doorwerking voor voorliggend plan: In het woningbouwprogramma Hof van Twente 2018-2027 zijn voor de verschillende kernen binnen de gemeente en het buitengebied de aantallen toe te voegen woningen opgenomen. Voor rood voor rood projecten geldt dat hiervoor een aantal van 28 woningen is opgenomen. Onderhavig bestemmingsplan maakt een rood-voor-rood-woning mogelijk. Er is sprake van de bouw van één woning. Deze past binnen het woningbouwprogramma.
Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de
18
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) De gebieden met ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' omvatten gebieden waar verder modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Initiatieven binnen dit ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer-routes. Met de toepassing van rood voor rood wordt een bestaand erf herontwikkeld door sloop van landschapsontsierende bebouwing en wordt een extra woning gerealiseerd, Het erf wordt daarbij voorzien van een passende landschappelijke inrichting. Het perceel heeft in de huidige situatie reeds een woonbestemming. De toevoeging van de woning zal geen belemmeringen geven voor de bestaande functies in de omgeving. In paragraaf 4.2 en 4.3 wordt hier nader op ingegaan. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'stuwwallen' (zie figuur 3.3).
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. De stuwwallen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. In de loop van de tijd hebben de verschillende stuwwallen zich allemaal anders ontwikkeld. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving.
vastgesteld
19
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Ze dragen eveneens aan versterking van potentiële natuurlijke kwaliteiten van de 'natte voet' van de stuwwal en deze beter zichtbaar maken. Toets Bij de voorgenomen ontwikkeling is er sprake van een toename van bebouwing. Op het perceel wordt een bestaande schuur van 172 m² gesloopt. De nieuwbouw bestaat uit een woning van 900 m³ en een bijgebouw van 150 m². Deze nieuwe bebouwing blijft binnen de contouren van het bestaande erf en gaat niet verder de es op. Het bestaande reliëf blijft behouden. De oprit naar het nieuwe bijgebouw toe, zal waterdoorlatend zijn. Tevens zal er extra beplanting in de vorm van bomen en struiken worden aangeplant. Het watersysteem zal niet belemmerd worden door de nieuwe bebouwing en erfinrichting. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'essenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, voormalige heidevelden en kernmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Toets De bouw van de nieuwe woning met bijgebouw vindt plaats binnen het bestaande erf, waarbij de woning op de plek van te slopen schuur wordt gebouwd. Het erf bevindt zich
20
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
onderaan de flank van de es (de Noordachteres). Door de nieuwe bebouwing wordt geen extra ruimtebeslag gelegd op de es, deze blijft behouden. Laag van de beleving In de Laag van de beleving heeft het plangebied heeft het plangebied geen specifiek kenmerk gekregen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030 Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeelden, 10, 11 en 14 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld. Streefbeeld: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat.
In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap. Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. Nieuw evenwicht in functies in het buitengebied is ontstaan met een nieuwe toeristisch-recreatieve publiekstrekker Hof van Twente kenmerkt zich door kleinschalige initiatieven en een hoge mate van vakmanschap. In deze combinatie zijn in 2030 veel kleine innovaties gemaakt. Denk aan knooperven waar eigenaren zorgdragen voor landschapselementen als paden en houtwallen. Of verschillende vormen van CO, reductie bij agrarische bedrijven en hun toe- en afvoer.
Of de kennis die we opbouwen in het toekomstbestendig maken van onze gemeente in het licht van vergrijzing en krimp.
vastgesteld
21
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Het aandeel van recreatie en toerisme in de lokale economie is in 2030 onverminderd groot in Hof van Twente. De toeristisch-recreatieve infrastructuur is geoptimaliseerd. Het landschap is de belangrijkste drager voor recreatie en toerisme en is daarom sturender in de mogelijkheden die er zijn. Kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de mark t/behoefte van inwoners, maar toch betaalbaar gebleven De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Toets en conclusie De voorgenomen ontwikkeling betekent een impuls in de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, omdat er vrijkomende ontsierende agrarische bebouwing wordt gesloopt en een bestaand erf wordt herontwikkeld, waarbij een nieuwe woning op het erf wordt gebouwd.
De ontwikkeling wordt landschappelijk op passende wijze ingepast middels een erfinrichtingsplan. Vastgesteld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als bedoeld in de 'Hof van Twente, zicht op 2030'. 3.3.2
Structuurvisie Landelijk Gebied In 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.
De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur.
22
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Om de karakteristiek van het landelijk gebied te behouden geldt als uitgangspunt dat zo min mogelijk niet functioneel aan het buitengebied gebonden bebouwing wordt toegevoegd. Dit kan ten koste gaan van de aanwezige landschapswaarden. Er wordt daarom geen mede- werking verleend aan het toevoegen van nieuwe woningen door het realiseren van geheel nieuwe solitair gelegen woonerven. Dit hangt ook samen met het beschermen van agrarische bedrijvigheid tegen beperkingen die uit de nabijheid van woningen voortkomen. Het omvormen van voormalige agrarische erven, naar woonerven wordt ondersteund, mits er tevens een aantoonbare verbetering van ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit komt hoofdzakelijk tot uitdrukking in de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, de realisatie van nieuwe landschapselementen rond het erf en het behoud van cultuurhistorische bebouwing. Toets en conclusie Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt met toepassing van de gemeentelijke rood voor rood regeling een compensatiewoning toegevoegd op een bestaand erf aan de Ovinksweg 6 te Markelo. De ontwikkeling wordt landschappelijk goed ingepast middels een erfinrichtingsplan.
Daarbij worden bestaande landschapselementen behouden en worden er nieuwe passende elementen toegevoegd, teneinde het landschap ter plaatse te versterken en de biodiversiteit te vergroten. Daarmee wordt geacht dat deze ontwikkeling past binnen het streefbeeld als bedoeld in de 'Structuurvisie Landelijk Gebied'. 3.3.3
Beleidsnota Grond voor gebruik Algemeen De gemeente Hof van Twente staat voor een enorme opgave als het gaat om het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Tot 2030 komt naar verwachting meer dan 300.000 m² aan agrarische bebouwing leeg te staan. Deze vrijkomende erven bieden volop kansen voor nieuwe ontwikkelingen. Om een objectieve en eenduidige toepassing van instrumentarium mogelijk te maken is een duidelijke integrale benadering van nieuwe initiatieven van belang. In het bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente is een aantal regelingen opgenomen die ontwikkelingen in het buitengebied eenvoudig mogelijk maken en het versterken van ruimtelijke kwaliteit (sloop en nieuwe functies) als doel hebben. Voor grootschalige projecten is echter een bestemmingsplanprocedure (herziening of wijziging) nodig. In voorliggend geval is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. De beleidsnotitie 'grond voor gebruik' voorziet in de kaders om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Deze beleidsnotitie voorziet in de kaders met betrekking tot het VAB-beleid, Rood voor Rood beleid, beleid omtrent veldschuren, landgoederen, niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied en de sloopvoucher-regeling. In dit geval zijn de kaders van het Rood voor Rood beleid van belang.
Rood voor Rood Het doel dat de gemeente voor ogen heeft, is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. Dit doel is onder andere te bewerkstelligen door de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen. De regeling Rood voor Rood gaat uit van de sloop van een minimum oppervlakte van 1.000 m², waarvoor ter compensatie een nieuwe woning kan worden gerealiseerd. De maximale inhoud van de te realiseren woning op de compensatiewoning bedraagt 900 m³. De compensatiekavel wordt bij voorkeur toegekend aan de locatie waar het meest wordt gesloopt en wordt gesitueerd in de directe omgeving van de te handhaven bedrijfswoning, om de erfstructuur te handhaven en de daarbij behorende clustering van bebouwing (ensemble) te bewerkstelligen. De compensatiekavel mag nabijgelegen (agrarische) bedrijven niet hinderen in hun
vastgesteld
23
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
bedrijfsvoering. Het erf en de tuin worden samen met de nieuwe woning en het daarbij behorende bijgebouw op de compensatiekavel gerealiseerd. Uitgangspunt voor de grootte van het bijgebouw is 150 m². De ruimtelijke kwaliteit moet voor alle betrokken locaties zijn gewaarborgd. In dat kader dient een landschapsplan (erfinrichtingsplan) te worden opgesteld, evenals dat een beeldkwaliteitsplan/schetsplan van de nieuwe bebouwing vereist is. Toets en conclusie Met de uitvoering van het voorliggende bestemmingsplan wordt sloop van een landschapsontsierende schuur mogelijk gemaakt, waarvoor in ruil de realisatie van een compensatiewoning mogelijk wordt gemaakt. Op een andere locatie in Markelo is de benodigde oppervlakte aan landschapsontsierende bebouwing reeds gesloopt en een sloopvoucher afgegeven. Op deze locatie was geen behoefte aan een compensatiewoning. De compensatiewoning wordt gerealiseerd op een locatie waar eveneens wordt gesloopt. De bouwlocatie van de nieuwe woning is gesitueerd binnen de contouren van het bestaande erf, op de plek van de te slopen schuur. Met het bouwen op dit erf worden er geen solitaire woonbestemmingen opgericht die de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Hof van Twente verslechteren. Uit de milieutoets (paragraaf 4.2 en 4.3) blijkt dat omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmerd worden.
Voor de beoogde ontwikkeling is een erfinrichtingsplan opgesteld, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. De uitvoering daarvan, evenals de sloop van de landschapsontsierende bebouwing, is gewaarborgd via een voorwaardelijke verplichting in de regels. Op grond van voorgaande wordt geacht dat het plan past binnen de beleidsnota 'Grond voor gebruik'. 3.3.4
Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen en Hof van Twente In 2005 is een landschapsontwikkelingsplan opgesteld en vastgesteld. Per landschapstype is aangegeven welk kenmerken dienen te worden behouden en/of versterkt. De uitwerking is gebaseerd op vier thema's: - behoud en versterking van waardevolle ensembles: behoud, herstel, aanleg en onderhoud van een samenhangend patroon van landschapselementen (beplantingen inclusief lanen, historische elementen met name in het kampenlandschap, open essen en erfbeplantingen) is het speerpunt; - landschappelijke versterking van het watersysteem; - zorg voor het agrarisch werklandschap: Dit doel uit zich met name in het behouden van relicten van het voormalige kampenlandschap, zonder de patronen te willen herstellen; - inpassen van kernen en routes. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan deze visie. Inrichtingsvoorstellen krijgen als leidraad deze visie mee. Het plangebied is gelegen binnen het gaaf essenlandschap (op de overgang van het grootschalig naar het gaaf kampenlandschap). In de afbeelding hieronder is de ligging aangegeven met een rode cirkel.
24
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Figuur 3.6: uitsnede landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen en Hof van Twente (bron: gemeente Hof van Twente) Bij het ensemble van de stuwwal rond Markelo is het reliëf een belangrijk kenmerk dat goed waarneembaar moet zijn waardoor openheid is gewenst of beplanting zorgvuldig moet worden aangelegd om het reliëf te accentueren. Toets Middels het opgestelde erfinrichtingsplan blijven de voor het gebied kenmerkende landschapselementen behouden en worden deze aanzienlijk versterkt. Verschillende elementen van gebiedseigen beplanting zorgen voor de begrenzing van het erf, waardoor een passend voor het essenlandschapsinrichting wordt gerealiseerd. Er wordt een solitaire boom geplant, de boomgaard wordt versterkt. De zichtlijnen blijven overeind, tussen de bebouwing door, maar ook vanuit de woningen. Op grond van het vorenstaande wordt de planontwikkeling passend geacht binnen het Landschapontwikkelingsplan. 3.3.5
Welstandsnota De gemeenteraad van Hof van Twente heeft voor de hele gemeente een welstandsnota vastgesteld met criteria voor de welstandstoets. Daarbij is zowel het buitengebied als de kernen ingedeeld in verschillende gebieden aan de hand van karakteristieken van de bestaande bebouwing. Per gebied zijn criteria opgesteld die door de welstandscommissie worden gebruikt bij het beoordelen van aanvragen om vergunning. Daarbij wordt onder andere gelet op de plaats, de hoofdvorm en de detaillering. Er zijn geen welstandsvrije gebieden. Naast de gebiedscriteria zijn objectgerichte criteria opgesteld die niet voor een gebied, maar voor een bouwwerk gelden. Het plangebied is gelegen in het gebied dat aangemerkt is als 'westelijke ontginningen'. De criteria voor de 'kampen en essen' zijn als volgt: Plaatsing:
vastgesteld
25
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
- losse opzet erf - nieuwbouw niet dominant in zicht vanaf omliggende wegen Hoodvorm: - volumes in passende verhouding tot elkaar - huis met dominante kap - aansluiten bij oorspronkelijke architectuur - huis, stal en schuureenvoudige hoodvorm - stal en schuur met kap Gevel: - gevel hoofdgebouw verticale elementen - huis in baksteen, hout - alle gebouwen bescheiden, harmonisch, evenwichtig - stal en schuur in alle materialen, mits deugdelijk Detaillering: - gevel huis en boerderij in gedekte kleur - daken huis en boerderij in matte gebakken pannen, riet - stal en schuur in gedekte kleuren - daken stal en schuur in donkergrijs en rood Aan-, bijgebouwen en dakkapellen: - toegevoegde elementen moeten ondergeschikt zijn aan een hoofdvolume - vormgeving in lijn met architectuur van het geheel - geen dakkapel op bijgebouw. Het doel is om karakteristieke vervlechting van bebouwingsensembles met het omliggende landschap te behouden en te versterken. In dit landschap dienen de open essen behouden te blijven. Doorwerking voor dit plan De huidige boerderij, bijbehorende schöppe, kookhuis en garage blijven behouden. Op de plek van de te slopen lanschapsontsierende bebouwing wordt in het kader van rood-voor-rood, een woning toegevoegd op het erf. De toe te voegen bebouwing wordt op het noorden, oftewel achter op het erf gesitueerd.
Voor het plangebied is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, zie Bijlage 1 Erfinrichtingsen beeldkwaliteitsplan. Bij de realisatie van nieuwe bebouwing op het erf wordt rekening gehouden met deze welstandscriteria. Het voornemen is om een schuurwoning te realiseren. In het beeldkwaliteitsplan zijn referenties weergegeven. Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen de welstandscriteria.
26
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels dit bestemmingsplan wordt een rood voor rood project (sloop landschapsontsierende bebouwing en bouw nieuwe woning) mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is beschreven in hoofdstuk 2.
Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarden. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen
vastgesteld
27
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Gelet op de toename van de bebouwde oppervlakte kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879).
In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Aangezien het plan betrekking heeft op de toevoeging van slechts één woning op agrarische gronden, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte uitbreiding van de bebouwing op het perceel. Uit voorgaande volgt dat de bouw van één woning in algemene zin niet te kwalificeren is als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft er geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt.
Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.
4.2
Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en
28
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied'. In het kader van dit bestemmingsplan is gekeken naar de functies in de omgeving van het plangebied. Daarbij worden twee vragen gesteld: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Met de toevoeging van een nieuwe woning wordt geen nieuwe milieubelastende functie toegevoegd. Een nadere beschouwing op dit onderdeel is niet nodig. Interne werking Voor het fokken en houden van rundvee gelden voor de aspecten stof en geluid een richtafstand van 30 meter. Aan de richtafafstanden voor deze aspecten wordt ruimschoots voldaan. Voor geur geldt een richtafstand van 100 meter. De Wet geurhinder en veehouderij is van toepassing, waardoor een andere kortere afstand geldt voor geur. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele agrarische bedrijven. De afstand van de nieuwe woning tot het bouwvlak van het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf Ovinksweg 3 ligt dichtbij, op een afstand van minimaal 51 meter. De bestaande woning op het erf Ovinksweg 6 ligt dichterbij met een afstand van ruim 10 meter. Voor dit agrarisch bedrijf is binnen het plangebied, de bestaande woning de beperkende
vastgesteld
29
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
factor. Evenwel is de nieuwe woning op een afstand van minimaal 50 meter gesitueerd. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich een melkveehouderij, Ovinksweg 8. De nieuwe woning bevindt zich op een afstand van minimaal 60 meter tot het bouwvlak van dit agrarische bedrijf. Het aspect 'milieuzonering' levert geen belemmeringen op voor het realiseren van dit bestemmingsplan.
4.3
Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Toets De nieuwe woning is als geurgevoelig aan te merken, omdat het bouwwerk permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze voor menselijk verblijf wordt gebruikt. Buiten de bebouwde kom geldt dat een veehouderij geen grotere geurbelasting op geurgevoelige objecten mag hebben van 14 odourunits/m³ lucht. De afstand van het plangebied tot aan de dichtstbijzijnde veehouderij (melkveebedrijf), gelegen aan de Ovinksweg 3, bedraagt meer dan 51 meter en ligt daarmee op ruim voldoende afstand. De andere naburige veehouderij (noordzijde) ligt op minimaal 60 meter. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor deze planontwikkeling.
4.4
Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het
30
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Ovinksweg 6 Markelo
bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Voor de locatie is een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd door Kruse Milieu en Advies (d.d. 12 mei 2022, projectcode 22024016). Voorafgaand aan het bodemonderzoek heeft vooronderzoek plaatsgevonden op basis van NEEN5725. Daaruit bleek dat er een druppelzone aanwezig is en die wordt beschouwd als een asbestverdachte deellocatie. De bovengrond van de onderzoekslocatie wordt als 'verdacht' beschouwd voor de aanwezigheid van asbest. De onderzoekslocatie wordt als 'onverdacht' beschouwd voor chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; NEN5725, “Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte(deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. Uit het onderzoek is het volgende naar voren gekomen. Resultaten chemische en asbestanalyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; de ondergrond (OG I) is niet verontreinigd; het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium; MM FF - 01 bevat geen asbest. Deellocatie A: Druppelzones - A - MM FF bevat geen asbest.