1. Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3_3a Ambt Delden.pdf
Tekst van het document
hogedruk aardgasleidingen aanwezig zijn, is de zelfredzaamheid van de mensen echter wel van belang. Er zijn echter voldoende wegen om van de risicobron af te vluchten. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.
4.7
Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.
De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem
vastgesteld
31
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.
Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Watertoetsproces Op 11-10-2018 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 5. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
4.8
Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden [projectnummer 1675, versie 1.0], zie ook Bijlage 6. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in of direct grenzend aan beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, Lonnekermeer, ligt op een afstand van 10 kilometer van het plangebied. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Dat wil zeggen dat er geen negatief effect op natuurgebied buiten het onderzoeksgebied op treedt. Gelet op de invloedsfeer en de ligging op enige afstand van Natura 2000-gebied, wordt gesteld dat de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied niet negatief beïnvloed wordt. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de
32
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) Het plangebied behoort deels tot het Natuurnetwerk Nederland en behoort deels tot de zone 'Ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland', maar ligt op enige afstand van Natura2000-gebied. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt bos, welke een beschermde status heeft in de Wet natuurbescherming, mogelijk gerooid. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten, neemt het areaal bos af. Voor het rooien en elders herplanten van bos dient een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming verkregen te worden. Om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingsverordening Overijssel inzichtelijk te krijgen, wordt geadviseerd om een nadere effect-analyse op te stellen. De Omgevingsverordening staat kleinschalige ontwikkelingen in het Natuurnetwerk toe, mits voldaan wordt aan de gestelde criteria. Soortenbescherming De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'.
Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden, verwonden en het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties', als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verwonden en doden of om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te mogen beschadigen en te vernielen. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort vermoedelijk tot het functionele leefgebied van verschillende vogel-, amfibieen-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk nestelen er ieder broedseizoen vogels in het plangebied en bezetten verschillende grondgebonden zoogdier- en amfibieensoorten er een rust- en/of voortplantingslocatie. Van de vogelsoorten die in het plangebied nestelen, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.
Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. Voor de grondgebonden zoogdiersoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden en verwonden' en het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties (of de soort is niet beschermd). Voor sommige amfibieensoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden en verwonden' en het 'beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties', maar deze vrijstelling geldt niet voor de poelkikker en de kamsalamander. Gelet op de inrichting en beheer van het plangebied en de ligging nabij actueel verspreidingsgebied, kan op basis van het uitgevoerde onderzoek de aanwezigheid van deze soorten in het plangebied niet uitgesloten worden. Omdat deze dieren en hun functionele leefgebied beschermd is, is nader onderzoek noodzakelijk om de wettelijke consequentie van de voorgenomen activiteiten volledig inzichtelijk te krijgen. De voorgenomen activiteit is echter aangepast op verzoek van de opdrachtgever waardoor de bestemming agrarisch met waarden blijft bestaan ter plaatse van de vijver.
Op voorhand wordt de Wet natuurbescherming niet als een belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten beschouwd. Conclusie Geadviseerd wordt om een effectanalyse op te stellen in het kader van gebiedsbescherming (specifiek Natuurnetwerk Nederland en behoud areaal bos) indien
vastgesteld
33
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
er sprake is van het rooien van houtopstanden op het terrein. Verwacht wordt dat dit niet noodzakelijk is voor de voorgenomen ontwikkelingen. Voorgenomen activiteit heeft geen negatief effect op Natura2000-gebied. Op voorhand wordt de Wet natuurbescherming niet als een belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten beschouwd.
4.9
Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De archeologische verwachtingskaart van de gemeente Hof van Twente geeft aan dat de locatie een middelhoge verwachting heeft.
34
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
Figuur 4.4: uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: gemeente Hof van Twente) Toets Het plangebied heeft een middelhoge verwachting voor het aspect archeologie. Bij ingrepen dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 5000 m² is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Omdat op deze locatie ter plaatse van de te bouwen schuur de bodem in het verleden al verstoord is, wordt een archeologisch onderzoek hier niet noodzakelijk geacht. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat in het plangebied zelf geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten aanwezig zijn. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden.
Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.
vastgesteld
35
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
4.10
Verkeer / parkeren Het plangebied wordt ontsloten via de Blokstegenweg. De weg betreft een 60 km/h erftoegangsweg die toegang geeft tot meerdere woningen en agrarische percelen. Een beperkte toename van 50 verkeersbewegingen, bestaande uit zowel personen auto's, bestelwagens en vrachtwagens kunnen eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. Echter wordt verwacht dat er, ten opzichte van de voorgaande bestemming, geen toename van verkeer zal plaatsvinden. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien voor de verscheidenheid aan voertuigen die gebruikt worden door de bedrijven. De vier parkeerplaatsen voor auto's zijn gesitueerd bij de ingangsdeur van de hal/kantineruimte (zie witte auto's op de afbeelding hieronder). Het gebruik van de parkeerplaatsen varieerd van 1 tot 4 auto's per dag. De werkbussen met aanhanger zullen met name op het achterterrein worden geparkeerd om hout in te laden of de steigers op en af de aanhangers te pakken indien nodig. (zie werkbus met aanhanger op onderstaande afbeelding).
Figuur 4.5: parkeer- en manoeuvreerruimte (bron: gemeente Hof van Twente) Tevens is er voldoende ruimte om te laden en lossen op eigen terrein waarbij de voertuigen voldoende ruimte hebben om te manoeuvreren en te parkeren. De parkeerruimte ofwel manouvreerruimte kan verduidelijkt worden aan de hand van een casus. Op een dinsdagmorgen is om ca 8 uur een kraan opgesteld op het achterterrein. Vervolgens zijn er twee vrachtwagens met opleggers op het terrein gereden. Éen van deze vrachtwagens is op het terrein gedraaid en achterwaarts richting de windmolenonderdelen gereden zodat de kraan eenvoudig kan opladen. Tijdens het opladen van de eerste vrachtwagen, is vervolgens de andere vrachtwagen bij de hal gedraaid en heeft zich achterwaarts naast de andere vrachtwagen gezet. Er is dus geen enkele verkeersbeweging op de openbare weg geweest tijdens het laden. Op de foto is de opstelling van de vrachtwagens en kraan op het achterterrein alsmede waarna ze beladen zijn en geparkeerd staan bij de hal op eigen terrein. Dus wederom er worden geen verkeersmanoeuvres op de openbare weg gedaan en er wordt niet op de openbare weg geparkeerd. De aanwonende buurvrouw en buurman zijn de avond voorafgaand aan het laden geïnformeerd dat er s'morgens een kraan en twee vrachtwagens op het bedrijf actief zullen zijn. De dag erna is gevraagd of zij geluidshinder hebben ondervonden.
Men heeft geen overlast ondervonden. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.
36
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
Toelichting op de regels
5.2.1
Opbouw In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de
vastgesteld
37
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.
De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel:
38
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
Bestemmingen Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Agrarisch met waarden De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische gronden met een landschappelijk waarde. De bestemming zal worden gebruikt voor de agrarische gronden rondom de bedrijfslocatie. Bedrijf De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven met categorieën 1 en 2 van de als bijlage 2 bij de regels toegevoegde “Staat van Bedrijven”. Er wordt in dit geval ruimte gegeven aan het windmolen opslag bedrijf en tevens aan een aannemersbedrijf <1000 m2. Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere groenvoorzieningen en waterpartijen. De robuuste landschappelijke elementen worden aangegeven met de bestemming 'Groen'. Deze groenvoorzieningen worden behouden of aangelegd in het kader van de landschappelijke inpassing van de Blokstegenweg 3/3a te Ambt Delden.
vastgesteld
39
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
40
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
Hoofdstuk 7 7.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. In de reactie van 22 november geeft de provincie aan dat het plan niet in strijd is met het provinciale ruimtelijk beleid. Indien het plan ongewijzigd in procedure wordt gebracht ziet de provincie vanuit het provinciale belang geen beletselen voor het verdere vervolg van deze procedure. Hiermee is, voor zover het de provinciale diensten betreft, voldaan aan het ambtelijke vooroverleg als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening.
Waterschap Vechtstromen Op 11-10-2018 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
7.2
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 29 november 2018 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn negen zienswijzen binnengekomen. De toelichting en de regels zijn op basis van de zienswijzen aangepast. Er is een maximale hoogte opgenomen voor buitenopslag. Het bouwvlak ter plaatse van de vijver is verwijderd en behoud zijn huidige bestemming. De toelichting is hierop aangepast. Voor een samenvatting van de zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording hierop wordt verwezen naar de reactienota zoals opgenomen in Bijlage 7 bij deze toelichting.
vastgesteld
41
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
42
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
Bijlagen toelichting
vastgesteld
43
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
Bijlage 1 Erfinrichtingsplan
44
vastgesteld
1 : 2000
1.0
laat je erf groeien! www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
bestaande grondwal schaal
bestaande grondwal a3
formaat
herbert
door
27 mrt 2023
datum
A'
versie
tekeningno
A
1 (3)
A'
2458-eip-1.vwx
bestand
2458
project
hoogte opslag max. 4 (m) vanaf maaiveld
Profiel Blokstegenweg 3 Ambt Delden
A
hoogte beplanting min. 6 (m) vanaf grondwal gemeten
5,00m
45
Legenda
55 m
1. Buitenopslag max. 4 (m) hoog
2458-eip-1.vwx
35
bestand
25
2458
15
project
0 5
herbert 1 : 1000 1.0
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
door schaal versie
27 mrt 2023 a3 2 (3)
6. Aanplant kersenboom
5
1
7. Aanplant Ruwe berk 8. Bestaande poel behouden 9. Bestaande bomenrij met deels onderbeplanting behouden 5,0
0m
9 1
10.Bestaande struiken behouden 11. Bestaande inrit 12. Bestaande appelboom
3
8 4
12
3 2
6
7
7 11
laat je erf groeien!
Erfinrichtingsplan Blokstegenweg 3 Ambt Delden
5,0 0m
5. Bestaande grondlichaam aanvullen met gebiedseigen beplanting (zie landschapsmaatregelen) de bestaande bomen zijn indicatief ingetekend. De uitgegroeide beplanting is min. 5 (m) breed en de uitgegroeide beplanting 6-8 (m) hoog
formaat
4. Bestaande opslaghal
tekeningno
3. Bestaande schuur
datum
2. Bestaande bedrijfswoning
10
2458-eip-1.vwx herbert 1.0
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
1 : 1000
2458
bestand door
27 mrt 2023
schaal
Binnen 7 jaar moet het eindbeeld bereikt zijn. Daarna jaarlijks 1/7 van de beplanting verspreid door de singel afzetten zodat het een gesloten landschapselement blijft. 2. Aanplant Prunus 'Early Rivers' - Kers Aanplantmaat 10-12 (handelsmaat) Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitaire boom 3. Aanplant ruwe berk - Betula pendula Aanplantmaat 12-14 met een onderlinge afstand van 8-10 (m) Eindbeeld is een boomgroep van 2 stuks
0m 2
laat je erf groeien!
a3
1
versie
Aanplantmaat 80-100
3 (3)
Betula pendula - Ruwe berk 15% Ilex aquifolium - Hulst 10% Crataegus monogyna - Eénstijlge meidoorn 15% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 25% Sambucus nigra - Gewone Vlier 10% Corylus avalana - Hazelaar 10% Sorbus acucuparia - Gewone lijsterbes 15%
Landschapsmaatreglen Blokstegenweg 3 Ambt Delden
1. Bestaand grondlichaam omvormen tot een gesloten landschapselement van min. 5 (m) breed en met uitgegroeide beplanting 6-8 (m) hoog. De bestaande beplanting kan behouden blijven maar de onbeplante plekken (groter dan 3 meter) moeten aangevuld worden met de volgende soorten:
project
Legenda
55 m
datum
45
formaat
35
tekeningno
25
5,0
15
5,0 0m
0 5
3
3
Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek en aanvullend asbestonderzoek
48
vastgesteld
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Blokstegenweg 3 - Ambt Delden
Opdrachtgever: BS Green Locatie: Blokstegenweg 3 7495 TK Ambt Delden
Januari 2018
Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Tel: 0546 - 63 96 63
KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Blokstegenweg 3 - Ambt Delden
Opdrachtgever: BS Green Blokstegenweg 3 7495 TK Ambt Delden
Locatie: Blokstegenweg 3 7495 TK Ambt Delden Projectcode: 17077016 Rapportagedatum: 19 januari 2018 Auteur: Ing. J.L. Kienstra
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 4
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
5 5 6 7 8 9
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses
10 10 10 12 13 13
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
14
6
Literatuur en bronvermelding
16
2
3
4
Bijlagen I
II III IV V
Regionale ligging locatie Kadastrale kaart 2 tekeningen evaluatierapport saneringsregeling asbestwegen, Arcadis, juli 2013 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, januari 2018 Boorstaten en legenda boorstaten Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses Resultaten asbestanalyses Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 17077016
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van BS Green op 3 terreindelen aan de Blokstegenweg 3 in Ambt Delden door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging (deellocaties A en B) en de geplande uitbreiding van de woning (deellocatie C). Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. De deellocaties A en C worden beschouwd als onverdacht. Omdat elders op de locatie asbestsaneringen hebben plaatsgevonden en plaatselijk (buiten de te onderzoeken terreindelen) nog asbest aanwezig is, wordt de bovengrond van deellocatie A en C aanvullend onderzocht op asbest. Deellocaties B wordt beschouwd als (asbest)verdacht.
De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2015; - de aanvulling NEN 5707/C1, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2016; - NEN 5897, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015; - NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.
De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in december 2017 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 1 van 16
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De te onderzoeken terreindelen zijn gelegen aan de Blokstegenweg 3, aan de rand van de bebouwde kom van Azelo. De centrale punten binnen de te onderzoeken delen van het terrein hebben de volgende RD-coördinaten: Deellocatie A: x = 245.280 en y = 479.980; Deellocatie B: x = 245.271 en y = 479.957; Deellocatie C: x = 245.365 en y = 479.850. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Ambt Delden, sectie B, nummer 647 (ged.). De Blokstegenweg is ten zuiden van de locatie gelegen en de Borgsweg ten noordoosten van de locatie. Bebouwing en verharding Binnen de locatie staat een woning, een bedrijfshal, een schuur en een stroomhuisje. Deellocatie A: is grotendeels onverhard en onbebouwd. Centraal binnen de onderzoekslocatie ligt een vijver. Een klein gedeelte is verhard met puingranulaat, dat recent is aangebracht (met certificaat). Deellocatie B: is onbebouwd en grotendeels verhard met puin. Er liggen enkele gronddepots opgeslagen. Aan de zuid-, west en noordzijde bevindt zich een grondwal. Deellocatie C: de uitbreidingslocatie is onbebouwd en braakliggend.
Onderzoekslocatie In het kader van de bestemmingsplanwijziging ter plekke van deellocatie A en B en de aanvraag van de omgevingsvergunning ter plekke van deellocatie C dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op de 3 terreindelen. De oppervlaktes van de 3 te onderzoeken terreindelen bedragen: Deellocatie A: 2050 m² (exclusief de vijver); Deellocatie B: 2000 m²; Deellocatie C: 25 m². De vijver binnen deellocatie A vormt geen onderdeel van de onderzoeksinspanningen (dit is in overleg met de gemeente). In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende tekeningen opgenomen. - Kadastrale kaart; - 2 tekeningen evaluatierapport saneringsregeling asbestwegen, Arcadis, juli 2013; - Boorplan verkennend bodemonderzoek, Kruse Milieu BV, januari 2018. 2.2
Vooronderzoek
In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever (de heer M. Boermans) en bij de gemeente Hof van Twente. De heer P. Haverkort van Kruse Milieu BV heeft samen met de M. Boermans, de heer P. de Rooij (van ILT) en mevrouw J. Bolink (van de gemeente Hof van Twente) de locatie bezocht. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. Sinds jaren is de locatie in gebruik door Twente Vis. BS Green heeft de locatie recent aangekocht. Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 2 van 16
Op het terrein heeft in het verleden een transportbedrijf gezeten (naam onbekend, bron: Asbestonderzoek, UDM Midden, oktober 2005). De voormalige bedrijfsruimte van het transportbedrijf is afgebrand en is opnieuw opgebouwd. Tijdens de brand is er asbestverdacht materiaal vrijgekomen. Ook tijdens de sloop van het geheel is asbestverdacht materiaal vrijgekomen. Een deel daarvan is niet afgevoerd maar verwerkt in de grond ter plaatse van het onverharde deel van het erf (dit betreft de puinstort ter plekke van deellocatie B, bron: Asbestonderzoek, UDM Midden, oktober 2005). Er worden door de huidige huurder (Twente Vis) geen verdachte bedrijfsactiviteiten verricht. - Voor zover bekend zijn er op de te onderzoeken terreindelen nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - De deellocaties A en C zijn voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. Deellocatie A was voor 2012 weiland en deellocatie C vermoedelijk tuin. Ter plekke van deellocatie B is onder een laag puingranulaat een puinstort aanwezig. - Voor zover bekend hebben ter plekke van deellocaties A en C in het verleden geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. Er zijn geen ophooglagen aangebracht.
Door Twente Vis is op deellocatie B puingranulaat aangebracht (leverbonnen en een kwaliteitscertificaat zijn niet bekend). - Voor zover bekend zijn de te onderzoeken terreindelen niet eerder bebouwd geweest. - Op de locatie hebben in het verleden asbestsaneringen plaatsgevonden. Plaatselijk zijn restverontreinigingen achtergebleven, waaronder ter plekke van deellocatie B. Op basis van de beschikbare informatie zijn plaatselijk (buiten de te onderzoeken terreindelen) nog asbestverontreinigingen aanwezig. Ter plekke van deellocatie A en C wordt geen asbest verwacht. - De volgende bodemonderzoeken zijn van de locatie bekend: Asbestonderzoek in het kader van de Saneringsregeling asbestwegen derde fase, Blokstegenweg 3 te Ambt Delden, UDM Midden BV, projectnummer 10010741 d.d. 5 oktober 2011 Uit het onderzoek blijkt dat er op het erf asbest is aangetroffen, plaatselijk boven de 100 mg/kg droge stof. Plaatselijk zijn licht verhoogde gehaltes minerale olie, PAK en zink aangetoond. Rapportage partijkeuring, Blokstegenweg 3 te Ambt Delden, Kruse Milieu BV, projectnummer 12031271 d.d. juli 2012 Het gronddepot lag op het zuidelijke deel van de locatie. Buiten enkele lichte verontreinigingen met chemische componenten is het depot sterk verontreinigd met asbest. Het gekeurde gronddepot had een omvang van circa 266 m3.
Eindrapport sanering Blokstegenweg 3 te Ambt Delden, Arcadis, projectnummer 076922226:B (MPA-nummer 0856) d.d. 22 juli 2013 Plaatselijk zijn restverontreinigingen achtergebleven in de ondergrond en in de wanden. Deze staan weergegeven in het boorplan. Een deel van de restverontreiniging in de ondergrond bevindt zich ter plekke van deellocatie B (zie boorplan). Briefrapport afvoer gronddepot Blokstegenweg 3 te Ambt Delden, Envita, kenmerk 20446710/B01 d.d. 2 oktober 2014 In dit briefrapport wordt de afvoer van het gronddepot beschreven, dat in 2012 door Kruse Milieu BV is gekeurd. Tevens is de bodem onder het depot onderzocht om na te gaan of het depot in voldoende mate is verwijderd. Hier bleek een puinlaag aanwezig te zijn, die na onderzoek sterk verontreinigd blijkt te zijn met asbest. Het verontreinigde puin is afgedekt door folie.
Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 3 van 16
2.3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 13 meter boven NAP. - De deklaag bestaat uit kwartair zand en is ter plaatse 5 tot 10 meter dik. Het doorlatend vermogen bedraagt ongeveer 100-150 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.0 meter onder het maaiveld. - De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk (bron: wateratlas Overijssel) - Er bevindt zich geen waterwingebied in de directe omgeving van de locatie.
Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 4 van 16
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2015; - de aanvulling NEN 5707/C1, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2016; - NEN 5897, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015; - NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010. Ondergenoemde onderzoeksstrategie is besproken met ILT en de gemeente Hof van Twente Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kunnen deellocaties A en C als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 (onverdachte niet-lijnvormige locatie, ONV-NL) en NEN 5707 (ONV) worden voor deellocatie A en C gebruikt.
Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Omdat elders op de locatie asbestsaneringen hebben plaatsgevonden en plaatselijk nog asbest aanwezig is (buiten de te onderzoeken terreindelen), wordt de bovengrond van deellocatie A en C aanvullend onderzocht op asbest. Deellocatie B is (asbest)verdacht. Voor deellocatie B wordt eveneens de strategie onverdacht (ONV-NL) gehanteerd om een zo goed mogelijk beeld te vormen van de gemiddelde bodemkwaliteit met betrekking tot de chemische componenten uit het standaard pakket en asbest. De restverontreiniging in de ondergrond en de gronddepots op deellocatie B vallen buiten de scope van dit onderzoek. De boringen ter plekke van de restverontreiniging worden verricht tot aan het worteldoek, die tussen de afdeklaag en de restverontreiniging is aangebracht tijdens de sanering. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (puin) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015 De onderzoekstrategie per deellocatie is als volgt: Deellocatie A - de uitbreiding van het bestemmingsplan aan de westzijde De uitbreiding van de industriebestemming is circa 3350 m2, waarvan circa 1300 m2 in gebruik is als vijver. Er dient dus circa 2050 m2 te worden onderzocht. Op basis van norm NEN5740 en norm NEN5707 dienen er 12 gaten te worden gegraven van 0.3x0.3 meter tot 0.5 m-mv. Er worden 3 gaten doorgeboord tot 2.0 m-mv en 1 boring wordt afgewerkt met een peilbuis. Alle opgeboorde grond wordt gezeefd en visueel beoordeeld. Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 5 van 16
Er worden 6 analyses uitgevoerd: 2x bovengrond, 1x ondergrond en 1x grondwater op het standaard pakket en 2x bovengrond op asbest (10 kilogram grond). Deellocatie B - de uitbreiding van het bestemmingsplan aan de noordzijde De uitbreiding van de industriebestemming is circa 2000 m2. Het aantal boringen en analyses is gelijk aan deellocatie A. Deellocatie C - de uitbreiding van de woning De uitbreiding van de woning is circa 25 m2. Op basis van norm NEN5740 en norm NEN5707 dienen er 3 gaten te worden gegraven van 0.3x0.3 meter tot 0.5 m-mv. Alle gaten worden doorgeboord tot in de ongeroerde ondergrond en 1 boring wordt afgewerkt met een peilbuis. Alle opgeboorde grond wordt gezeefd en visueel beoordeeld. Er worden 4 analyses uitgevoerd: 1x bovengrond, 1x ondergrond en 1x grondwater op het standaard pakket en 1x bovengrond op asbest (10 kilogram grond). In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van een omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht.
Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan.
Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2
Veldwerkzaamheden
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN 5740 en NEN 5707. Beide onderzoeksstrategieën worden met elkaar gecombineerd. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. De boringen worden als volgt gecodeerd: Deellocatie A: A1 tot en met A12; Deellocatie B: B1 tot en met B12; Deellocatie C: C1, C2 en C3. Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 6 van 16
3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door ACMAA Asbest BV, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 13 (meng)monsters (waarvan 5 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld en er worden 3 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket Deellocatie A
Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (2x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Deellocatie B
Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (2x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 7 van 16
Vervolg tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Deellocatie C Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (1x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 8 van 16
De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. 3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.
Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 9 van 16
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses en de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.3. en 4.5 en in paragraaf 4.4. worden de resultaten besproken. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in december 2017 uitgevoerd door de heren J. Hartman en R. Veltmaat. De veldwerker is conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/07). Er zijn op 12 december 2017, na het inspecteren van het maaiveld, handmatig 3 inspectiegaten (deellocatie C) gegraven en er is 1 boring verricht voor het plaatsen van de peilbuis A1 op deellocatie A. Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring A1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring A1 (met inspectiegat) zal opnieuw worden geplaatst voor het nemen van grondmonsters (die zal worden gecodeerd als boring A1A). Het plaatsen van peilbuis B1 op 12 december ter plekke van deellocatie B is niet gelukt vanwege de ondoordringbare puinlaag. De graafwerkzaamheden zijn gestaakt op 0.4 m-mv. De opdrachtgever heeft vervolgens gaten in de puinlaag van deellocatie B gemaakt. De werkzaamheden op deellocatie B zijn op 19 december voortgezet, maar wederom gestaakt (op 0.9 m-mv), nadat bleek dat ook onder de puinstort stortmateriaal aanwezig is. In de puinstort is (veel) asbestverdacht materialen en verbrandingsresten waargenomen. De toplaag (5 tot 10 centimeter dik) betreft zintuiglijk schoon puingranulaat (dit puingranulaat is vermoedelijk door Twente Vis opgebracht).
Het maaiveld van deellocatie B was grotendeels niet te inspecteren, door de aanwezigheid van de gronddepots en plassen water. Op 19 december 2017 zijn, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 12 inspectiegaten (deellocatie A) gegraven en is het grondwater bemonsterd (deellocaties A en C). Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld ter plekke van deellocatie A, vanwege de aanwezigheid van gras, (plaatselijk) niet goed geïnspecteerd kon worden (minder dan 25 % van de toplaag kon worden geïnspecteerd; er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie). Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. Het maaiveld ter plekke van deellocatie C was vrij van obstakels en begroeiing en was goed te inspecteren (inspectie-efficiëntie: 100%). De weersomstandigheden tijdens de inspectie van deellocatie A en C waren goed (goed zicht, geen neerslag). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot 2.2 meter min maaiveld (m-mv) is overwegend matig fijn zand aangetroffen. In de ondergrond zijn roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen.
Er zijn, met uitzondering van sporen puin in de bovengrond van deellocatie C, geen bodemvreemde materialen waargenomen. In verband met de grondwaterstand zijn grondmonsters genomen tot maximaal 1.5 meter Kruse Milieu BV
Project: 17077016
Pagina 10 van 16
diepte. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem van deellocatie A en C. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven. Tabel 2: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
Deellocatie A A-BG I
A1A A9 A10, A11 en A12 A8
0 - 0.2 0 - 0.5 0 - 0.4 0.2 - 0.6
Standaard pakket
A-BG II
A2, A5 en A7 A3, A4 en A6