CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3_3a Ambt Delden.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2023, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 8: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden28.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxBloksteg2018-VS30

BESTEMMINGSPLAN

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Inhoudsopgave

2

Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

8 8 8 9 10 10

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie

11 11 11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid

14 14 15 21

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieuzonering Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

23 23 24 25 26 28 29 31 32 34 36

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische toelichting Planopzet en systematiek Toelichting op de regels

37 37 37

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

40

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen

41 41 41

Bijlagen toelichting

43

Bijlage 1

44

Erfinrichtingsplan

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek en aanvullend asbestonderzoek

48

Bijlage 3

Bodemonderzoek stortlocatie

113

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

186

Bijlage 5

Watertoets

269

Bijlage 6

Natuurwaardenonderzoek

272

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Bijlage 7

Zienswijzennota

Regels

vastgesteld

303

305

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

306 306 316

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Bedrijf Groen Waarde - Archeologische verwachting 2

317 317 319 322 323

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels

325 325 326 328 329 330 331 332

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

333 333 334

Bijlagen regels

335

Bijlage 1

Landschapsplan

336

Bijlage 2

Staat van bedrijven

340

3

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

4

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Vaststellingsbesluit

vastgesteld

5

Dummy: te vervangen door het vaststellingsbesluit van burgemeester en wethouders

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Toelichting

vastgesteld

7

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voor de locatie Blokstegenweg 3/3a in Ambt Delden, buurtschap Azelo, is een plan ontwikkeld ten behoeve van BS Green en Het Erfgoed Bouw en Handelsonderneming BV. Het betreft een onderneming die ruimte nodig heeft voor de opslag van windmolen onderdelen en een aannemersbedrijf met minder dan 1000 m2 BVO. Het vigerende bestemmingsplan maakt overige bedrijvigheid mogelijk, waarbij maximaal 3100 m2 ten behoeve van vishandel, kweek, opslag van vis mag worden bebouwd. Het gewenste gebruik is in strijd met de bestaande situatie, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit het perceel kadastraal bekend als nummer 647, sectie B in de gemeente Ambt Delden, aan de Blokstegenweg 3/3a in Ambt Delden. Het plangebied ligt ca.1.7 kilometer ten westen van Borne en 3.8 kilometer ten noorden van Delden. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied rode locatie (bron: atlasvanoverijssel.nl) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een kadastrale kaart weergegeven waarop het plangebied te zien is. De plangrens komt overeen met de kadastrale lijnen van perceelnummer 647. Zie de digitale verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

8

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied rode lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Voor de Blokstegenweg 3/3a in Ambt Delden geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente'. Het bestemmingplan 'Buitengebied Hof van Twente' is door de gemeenteraad van de gemeente Hof van Twente op 09-12-2015 vastgesteld.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan (bron: ruimtelijk eplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Agrarisch met waarden' en 'Bedrijf' toegekend met een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' , 'Waarde - Ehs' en de aanduiding specifieke vorm van bedrijf - overige bedrijvigheid. Daarnaast zijn er twee gebiedsaanduidingen 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied en vrijwaringszone - radar. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor 'specifieke vorm van bedrijf - overige bedrijvigheid': de ter plaatse gevestigde overige bedrijvigheid als bedoeld in bijlage 4a kolom “aard bedrijvigheid”, in dit geval 'Vishandel, kweek en opslag van vis, verstrekken van informatie en het geven van rondleidingen'. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden voor een bedrijf met opslag van windturbine-onderdelen en een aannemersbedrijf kleiner dan 1000 m2 BVO .

vastgesteld

9

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding, schaal 1:2000 (identificatie NL.IMRO.1735.BGxBloksteg2018-VS30); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

10

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie In de huidige situatie is er aan de Blokstegenweg 3/3a in het buitengebied van Ambt Delden sprake van een bedrijfsperceel met een bedrijfswoning en enkele opstallen. In onderstaande afbeelding is een luchtfoto opgenomen van het bedrijfsperceel en bijbehorende gronden.

Figuur 2.1: Huidige situatie plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl) Op het perceel is een hal aanwezig ten behoeve van het bedrijf ter plaatse. Aan de zuidzijde van de hal is een bedrijfswoning aanwezig met bijgebouw. Ten westen van de bestaande bedrijfshal is een vijver aanwezig. Er zijn meerdere houtopstanden aanwezig zoals te zien is op bovenstaande luchtfoto. Het bedrijfsperceel wordt via de zuidzuide van het perceel, langs de bedrijfswoning, ontsloten via de Blokstegenweg die aansluit op de Bornerbroeksestraat richting de A1.

2.2

Toekomstige situatie Initiatiefnemers zijn voornemens ter plaatse van de Blokstegenweg 3/3a het bedrijfsperceel te herontwikkelen ten behoeve van de opslag van windmolenonderdelen alsmede een aannemersbedrijf met een oppervlak van minder dan 1000 m2.

vastgesteld

11

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Figuur 2.2: Toekomstige situatie (bron: Erfontwikkelaar) In bovenstaande figuur en Bijlage 1 is de toekomstige situatie afgebeeld. De natuurvijver wordt behouden en zal een functie hebben voor de retentie van natuurlijk water. Ter plaatse zullen de landschappelijke structuren binnen het plangebied worden versterkt. De houtsingel aan de noordzijde van de bedrijfsbestemming zal worden doorgetrokken en er zullen meerdere solitaire bomen worden toegevoegd. Hierdoor zullen de landschappelijke structuren aanzienlijk worden versterkt. Daarnaast geeft de figuur de locatie van de opslaghal en opslagterrein weer. Het bedrijfsperceel geeft ruimte aan 3100 m2 bedrijfsbebouwing. Naast een windmolenbedrijf is er tevens een aannemersbedrijf aanwezig. De oppervlakte van het aannemersbedrijf is kleiner dan 1000 m2 en valt daarmee onder een categorie 2 bedrijf. Daarnaast zullen er opslagmogelijkheden gecreëerd worden ten behoeve van het windmolenbedrijf op het terrein. De bestaande woning bij het bedrijf zal door de nieuwe eigenaar in gebruik worden genomen als bedrijfswoning met kantoor. Onlangs is door de gemeente een vergunning verleend voor het vergroten van de woning tot en met een inhoud van 1304 m3.

Deze inhoud van de woning is ontstaan door de bestaande inhoud van de woning in de boerderij, de ontheffingsmogelijkheid in het huidige bestemmingsplan om inpandige bedrijfsruimte te gebruiken voor woondoeleinden, aangevuld met de aangekochte sloopmeters. Er sprake is van functionele gebondenheid doordat de eigenaar van BS-Green de woning gebruikt (door o.a. een inpandig kantoor) voor de duurzame bedrijfsvoering van BS-Green en het ontvangen van zakelijke relaties. De werkzaamheden kunnen efficiënt worden verricht doordat woon-, kantoor- en bedrijfsfunctie direct bij elkaar zijn gegroepeerd. Bovendien is bewoning van de bedrijfswoning functioneel gebonden doordat direct toezicht op de (inpandige) opslag van onderdelen van windturbines gewenst is. Toezicht op het bedrijf door menselijke waarneming en aanwezigheid is van belang om een preventieve werking te verschaffen zodat inbraken, diefstal en vernieling

12

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

voorkomen kunnen worden.

vastgesteld

13

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijken mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit deze Structuurvisie heeft het Rijk op basis van de Wet ruimtelijke ordening, twee besluiten waarmee dat mogelijk is.

Deze twee besluiten zijn verschillend van elkaar in aard (beleidsmatig versus procesmatig): Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk beleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden.

14

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Het bedrijf beschikt op deze locatie reeds over bestaande bedrijfsgebouwen.

Op deze locatie zijn de planologische mogelijkheden voor de totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen niet geheel ingevuld. Het vigerende bestemmingsplan maakt overige bedrijvigheid mogelijk, waarbij maximaal 3100 m2 ten behoeve van vishandel, kweek, opslag van vis mag worden bebouwd. Het maximaal bebouwd oppervlak in m2 zal gelijk blijven. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarmee is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling ter plaatse van de Blokstegenweg 3/3a en toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking kan achterwege blijven.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur.

vastgesteld

15

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit.

Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat

16

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: provincie Overijssel)

vastgesteld

17

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. In dit geval wordt er middels dit bestemmingsplan een reeds bestaande bedrijfslocatie hergebruikt door twee bedrijven. Zo vindt er geen extra ruimtebeslag plaats in de Groene omgeving dan dat reeds mogelijk was in het bestaande bestemmingsplan. Bovendien wordt onderbouwd met het landschappelijke ontwerp en de bijbehorende landschappelijke inpassing dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Hier is tevens het artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de verordening van toepassing daar er compensatie plaats vindt door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving, gericht op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Binnen het plangebied zijn twee ontwikkelperspectieven voor de Groene Omgeving aanwezig: (geruit groen) de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) en (licht groen) wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het NNN (donker groen) zal behouden blijven en worden versterkt. Het erf wordt landschappelijk ingepast waarbij

18

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

landschappelijke elementen worden toegevoegd aan het erf. De bedrijfsbestemming ligt in het kleinschalige mixlandschap. Het plan sluit aan bij het kleinschalige mixlandschap als bedrijfslocatie in een gebied met een mix van functies. Het plan van de initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor omliggende functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. In de occupatiegeschiedenis zijn de dekzandgebieden voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heideontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Op deze locatie is van dit laatste sprake. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de ambities die horen bij het gebied met de kenmerken van dekzandvlaktes en ruggen. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'jong heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

vastgesteld

19

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap was oorspronkelijk de grote oppervlakte aan (voormalige) natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. In het jonge heide- en broekontginningslandschap werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal. Veel heidegebieden en nattere delen van het landschap zijn ontgonnen en/of vergaand ontwaterd. Daarmee is een nieuw landschap ontstaan. De dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende grote ruimtematen bepalen nu het beeld. Het oude hoevenlandschap heeft in de basis hetzelfde patroon als het essenlandschap, maar is wat jonger en kleinschaliger, opgebouwd vanuit individuele erven. De ontwikkelingen in het onderhavig plan doen geen afbreuk aan de kenmerken van het agrarisch cultuurlandschap. Door de landschappelijke inpassing wordt recht gedaan aan de bestaande structuren en opbouw van het landschap. Stedelijke laag De 'Stedelijke laag' heeft binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijft daarom verder buiten beschouwing. Laag van de beleving De 'Laag van de beleving' heeft binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijft daarom verder buiten beschouwing.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

20

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Landelijk gebied Hof van Twente In de structuurvisie landelijk gebied Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Dit integratiekader schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood voor rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft de visie de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden.Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in dit bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.

De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur. Over bestaande niet-agrarische bedrijven wordt het volgende gezegd in de structuurvisie. In het buitengebied zijn diverse niet-agrarische bedrijven gevestigd.

Een groot aantal van deze bedrijven hebben zich vanuit een voormalig agrarisch bedrijf geleidelijk ontwikkeld. Dit vloeit voort uit de sterke ondernemersgeest die in het gebied aanwezig is en die gekoesterd wordt. Op enkele plekken in het landelijk gebied bevindt zich een grootschalig niet-agrarisch bedrijf. De bedrijvigheid wordt positief gewaardeerd vanwege de bijdrage aan een sterke plattelandseconomie en de werkgelegenheid. Vanwege hun sponsoractiviteiten dragen ze bij aan het lokale verenigingsleven. Echter, om het karakter van het landelijk gebied te behouden kan er maar beperkt ruimte worden geboden voor groei van niet-agrarische bedrijvigheid. Voor iedere uitbreiding geldt dat het terrein zorgvuldig dient te worden ingepast, waarbij aansluiting wordt gezocht met de identiteit van het omringende landschap. Er wordt aansluiting gezocht bij de in de provinciale Omgevingsvisie genoemde Kwaliteitsimpuls Groene omgeving. In aanvulling op de landschappelijke inpassing van het bedrijf kan bij een uitbreiding een bijdrage worden gevraagd in het gemeentelijk landschapsfonds. Toets

vastgesteld

21

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

De ontwikkeling bestaat uit hergebruik van een bedrijfslocatie en de bijbehorende bedrijfsgebouwen door een niet-agrarisch bedrijf. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in het landschap. Middels deze herziening worden de bouwmogelijkheden echter niet verruimt. De bedrijvigheid in het buitengebied wordt positief gewaardeerd. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Structuurvisie Landelijk gebied Hof van Twente'. 3.3.2

Toekomstvisie 'zicht op 2030' In 2010 heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgesteld. Het doel van deze toekomstvisie is om de grote lijnen te schetsen: wat kenmerkt de gemeente nu en straks? Daarnaast geeft de toekomstvisie een mogelijk toekomstperspectief, met vernieuwende ideeën en kansrijke oplossingsrichtingen. De politiek en de burgers zullen de toekomstvisie een verdere concrete invulling geven. Dit kan in de komende jaren gestalte krijgen door de visie te gebruiken als toetsingskader voor sectorale beleidsontwikkeling (beleidsplannen) en meerjarige planvorming (programmabegrotingen). Voor de gemeente Hof van Twente is het van belang voor meerdere sectoren het veelzijdige landschap te behouden, te herstellen en te ontwikkelen. De landschappelijke kwaliteit bij ontwikkelingen is dan ook van belang. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan werkgelegenheid in het buitengebied. Toets Met dit initiatief is sprake van een ontwikkeling in het buitengebied. De ontwikkeling wordt zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Voor de ontwikkeling is daarom een erfinrichtingsplan opgesteld (zie Bijlage 1). Hiermee wordt de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze in het landschap geïntegreerd. Het initiatief is niet in strijd met het toekomstperspectief van de gemeente.

Conclusie gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid vormt het kader waarbinnen de ontwikkeling plaats kan vinden. Het voornemen is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

22

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Er wordt middels dit bestemmingsplan een bedrijfsvestiging mogelijk gemaakt ter plaatse van de Blokstegenweg 3/3a te Ambt Delden. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2. Ter plaatse is reeds een bedrijfsbestemming aanwezig, echter specifiek voor een vishandel bedoeld.

Het begrip 'industrieterrein' is beperkter dan het begrip 'bedrijventerrein' dat voor de wijziging van het Besluit m.e.r. in 2011 in deze categorie was opgenomen. Blokstegenweg 3/3a betreft geen industrieterrein waardoor categorie D11.3 niet van toepassing is. Voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2) kan volgens de voorzieningenrechter van de Afdeling (Vzr. ABRvS, ECLI:NL:RVS:2016:3279, d.d. 7 december 2016) aansluiting worden gezocht bij de definitie van het begrip 'stedelijke ontwikkeling' in art. 1.1.1, eerste lid onder i. van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze definitie luidt als volgt: "stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Daarnaast blijkt uit jurisprudentie dat als een project voorziet in een gedeeltelijke functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

Echter kan van een stedelijk ontwikkelingsproject wel sprake zijn indien geen nieuwe voorzieningen en andere bebouwing mogelijk worden gemaakt, maar het toegestane gebruik zodanig wijzigt dat het nieuwe plan voorziet in een gewijzigde activiteit die wezenlijk andere en aanzienlijke milieueffecten kan hebben ten opzichte van de huidige situatie (ABRvS 201503801/1/R2, d.d. 1 juni 2016).

vastgesteld

23

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Gezien de functiewijziging van een categorie 3.1 bedrijf naar een categorie 2 bedrijf waarbij de beschikbare buiten ruimte met name wordt gebruikt voor opslag en de werkzaamheden met betrekking tot het repareren van onderdelen alleen in een bedrijfshal wordt uitgevoerd, zal de nieuwe functie geen aanzienlijke milieueffecten hebben ten opzichte van het huidige gebruik door het vishandelbedrijf. Dit wordt ook onderbouwd door de onderzochte omgevingsaspecten in de onderstaande paragrafen. Op basis van het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling aan de Blokstegenweg 3/3a niet aan te merken is als een stedelijk ontwikkelingsproject en dus is beoordeling niet aan de orde.

4.2

Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering

24

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

Toets In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied'. De bedrijvigheid die plaats zal vinden op de bedrijfslocatie zal bestaan uit het opslaan en repareren van windmolen onderdelen. De opgeslagen onderdelen zullen worden ingezet ten behoeve van de handel en ten behoeve van de eigen windmolens van het bedrijf. Het gaat zowel om nieuwe onderdelen als gebruikte onderdelen die verkregen zijn door demontage van windmolens. Demontage van de windmolens vindt overigens niet plaats op de Blokstegenweg, maar op de locatie waar de f zich bevinden. Gelet op de aard en omvang van de werkzaamheden is het bedrijf qua aard en omvang vergelijkbaar met een categorie bedrijf 2 zoals genoemd in de Staat van Bedrijven. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft voor categorie 2 bedrijven een grootste afstand van 30 meter. In dit geval zal het aspect geluid enige milieuhinder kunnen veroorzaken. Binnen een straal van 30 meter van het bestemmingsvlak worden echter geen nieuwe gevoelige functies ontwikkeld. Voor de woningen aanwezig ten zuiden van het bedrijf zal de bestemming 'Bedrijf' verder van de woningen komen te liggen. Op basis van het vorenstaande is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast zal een aannemersbedrijf zich vestigen op het genoemde adres.

Het aannemersbedrijf heeft een maximum oppervlak van 1000 m2 wat betekent dat er tevens sprake is van een categorie 2 bedrijf met een grootste richtafstand van 30 m voor geluid, gebaseerd op de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering'. Binnen 30 meter van het bedrijfsvlak zijn geen gevoelige objecten aanwezig. Voor wat betreft bedrijven en milieuzonering blijft sprake van een aanvaardbare situatie.

4.3

Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin van de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de eventuele bodemsaneringskosten en de verwerkingskosten voor verontreinigde grond worden opgenomen. Verkennend bodemonderzoek en nader (asbest)onderzoek - Algemeen Op het terrein aan de Blokstegenweg 3 zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken en - saneringen uitgevoerd.

Voor de beoordeling van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de meest recent beschikbare bodemonderzoeken, een verkennend bodemonderzoek en nader (asbest)onderzoek (projectcode 17077016 , d.d. januari 2018, Kruse Milieu en Advies) om ter plaatse de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te

vastgesteld

25

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

stellen, zie Bijlage 1 voor de volledige rapportage. Aanvullend is er een onderzoek uitgevoerd ter plaatse van een voormalige stortlocatie (projectcode JKI/b/18/507, d.d. 12 oktober 2018, Kruse Milieu en Advies), zie Bijlage 2. Dit onderzoek is uitgevoerd omdat op een deel van de locatie een aantal boringen in het eerste onderzoek waren gestaakt en omdat er signalen waren dat er op de locatie in het verleden afval gestort is waarover duidelijkheid gewenst was. Verkennend en nader asbestbodemonderzoek Kruse Milieu en Advies (januari 2018). Het bodemonderzoek van Kruse is opgesplitst in een aantal deellocaties. Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging (deellocatie A) en de voorgenomen uitbreiding van de woning (deellocatie C). De onderzochte terreindelen (deellocatie A en C) hebben een oppervlakte van circa 2050 en 25 m². Deellocaties A en C zijn momenteel onbebouwd en grotendeels onverhard. Uit het bodemonderzoek blijkt dat de bestemmingsplanwijziging (financieel) uitvoerbaar is. Het onderzoek op deellocatie B kon vanwege aanwezige puinlagen niet volledig worden onderzocht en is op een beperkt deel van het terrein gestaakt, nadat bleek dat er puinlagen aanwezig zijn die niet handmatig te doorboren waren. Op dit deel van het terrein is al eerder bodemonderzoek en - asbestsanering uitgevoerd. Het gesaneerde deel is met een puinlaag afgewerkt.

Op basis van het evaluatierapport van de uitgevoerde sanering was bekend is dat er verontreiniging in de puin/bodem laag is achter gebleven op meer dan 0,5 m onder maaiveld. Onderzoek en sanering is uitgevoerd in het kader van de Saneringsregeling Asbestwegen fase 3 en voldeed aan het Besluit asbestwegen. Omdat het bestemmingsplan niet voorziet in bebouwingsmogelijkheden maar alleen opslag op dit deel van het perceel (deellocatie B), is het bestemmingsplan uitvoerbaar. Aanvullend bodemonderzoek stortlocatie (Kruse Milieu en Advies) Vanwege de gewenste duidelijkheid over meldingen en over het mogelijk aanwezig zijn van een vuilstort op een deel van het perceel, is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Belangrijke vraag hierbij was of mogelijke verontreiniging van het grondwater zich verspreidt richting de omgeving. De onderzoeksresultaten zijn verwerkt in een briefrapportage (Kruse Milieu en Advies, 12 oktober en kenmerk JKI/b/18/507). Uit het onderzoek blijkt dat op een deel van het perceel (deellocatie B) (al lang geleden) bouw- en sloopafval gestort is. In het grondwater zijn, in een aantal peilbuizen, verhoogde concentraties van verschillende stoffen gemeten. Hierop is het instrumentarium van de Wet bodembescherming van toepassing.

Op basis van het aanvullende onderzoek en de toetsing die heeft plaatsgevonden, kan dit deel van de locatie worden gebruikt voor opslag van materialen en goederen.

4.4

Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen.

26

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets In opdracht van BS Green Group heeft Munsterhuis Geluidsadvies een akoestisch prognose onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie van de toekomstige situatie bij BS Green Group, gevestigd aan de Blokstegenweg 3a te Azelo. Daarnaast is de geluidbelasting ten gevolge van het Aannemersbedrijf in beschouwing genomen. Zie Bijlage 4 voor het volledige akoestische onderzoek. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999. De relevante geluidbronnen die in beschouwing zijn genomen betreffen vaste bronnen zoals de afstralende relevante geveldelen tijdens gebruik van houtbewerkingsmachines in een deel van de bedrijfshal, en mobiele geluidbronnen zoals vrachtwagens, een telescoopkraan, een elektrisch aangedreven heftruck, bestelwagens en personenauto’s.

Het onderzoek is gebaseerd op een inventarisatie van de bedrijfsvoering, leveranciergegevens, literatuurgegevens en Munsterhuis Geluidsadvies -expertise. Aan de hand van de verkregen gegevens is een akoestisch rekenmodel vervaardigd waarmee de geluidniveaus zijn berekend. Op basis van onderhavig akoestisch onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De woningen die zich in de gebiedstypering “rustige buitengebied” zijn gesitueerd in de omgeving van de twee bedrijven (categorie 2), bevinden zich op een richtafstand van minimaal 30 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand uit Bedrijven en milieuzonering (stap 1). Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, ten gevolge van BS Green Group, bedraagt ter plaatse van de nabij gelegen (toekomstige) woningen maximaal 39 en 17 dB(A) in de dag en avondperiode. De ambitiewaarde uit het geluidbeleid wordt niet overschreden en de geluidnormen uit het activiteitenbesluit wordt ter plaatse van woningen van derden eveneens niet overschreden. Het maximale geluidniveau, ten gevolge van BS Green Group, bedraagt ter plaatse van de nabij gelegen (toekomstige) woningen maximaal 61 en 49 dB(A) in de dag en avondperiode waarbij de telescoop kraan en de personenauto de maatgevende geluidbron is. De geluidnormen uit het activiteitenbesluit worden niet overschreden.

Als gevolg van het indirecte geluidhinder afkomstig van BS Green Group bedraagt het equivalente geluidniveau LAeq maximaal 29 dB(A). Het blijkt dat de voorkeurswaarde niet wordt overschreden. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, ten gevolge van het Aannemersbedrijf, bedraagt ter plaatse van de nabij gelegen (toekomstige) woningen maximaal 36 en 17 dB(A) in de dag en avondperiode. De ambitiewaarde uit het geluidbeleid wordt niet overschreden en de geluidnormen uit het activiteitenbesluit wordt ter plaatse van woningen van derden eveneens niet overschreden. Het maximale geluidniveau, ten gevolge van het Aannemersbedrijf, bedraagt ter plaatse van de nabij gelegen (toekomstige) woningen maximaal 61 en 49 dB(A) in

vastgesteld

27

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

de dag en avondperiode waarbij de vrachtwagen en de personenauto de maatgevende geluidbron is. De geluidnormen uit het activiteitenbesluit worden niet overschreden. Als gevolg van het indirecte geluidhinder afkomstig van het Aannemersbedrijf bedraagt het equivalente geluidniveau LAeq maximaal 28 dB(A). Het blijkt dat de voorkeurswaarde niet wordt overschreden. Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat het aspect ‘Geluid’ geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Het in gebruik nemen van de bedrijfslocatie door het windmolen opslag bedrijf en het aannemersbedrijf <1000 m2 geeft extra verkeersbewegingen met zich mee. Er wordt echter geen extra verkeer verwacht ten opzichte van het huidige gebruik.

Handel in levensmiddelen vergt immers een frequenter gebruik van vervoersmiddelen dan onbedervelijke handelswaren. Het aantal verkeersbewegingen voor het windmolenbedrijf

28

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

kan gesteld worden op 26 per dag en het aantal verkeersbewegingen voor het aannemersbedrijf op 18 per dag. Een totaal van 44 verkeersbewegingen per dag. Deze verkeersbewegingen zullen voornamelijk bestaan uit personen auto's. Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario in weinig stedelijk gebied, waarbij het aantal gestelde verkeersbewegingen naar boven in tientallen wordt afgerond, kan het aantal verkeersbewegingen op 50 per dag gesteld worden. Er zal sprake zijn van vrachtverkeer voor de toevoer en vervoer van materiaal ten behoeve van de categorie 2 bedrijven, waardoor het percentage vrachtverkeer op 30% gezet kan worden. In figuur 4.2 is de worst-case berekening weergegeven met 50 extra voertuigbewegingen.

Figuur 4.2: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.

4.6

Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit

vastgesteld

29

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen.

Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets

Figuur 4.3: uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl). Op de risicokaart van de provincie Overijssel is te zien dat er in de nabijheid van het plangebied aan de Blokstegenweg 3/3a geen externe veiligheidsrisico's aanwezig zijn (zie afbeelding 4.3), anders dan drie aardgastransportleiding ter hoogte van de A1 en de rijksweg A1 zelf. De gasleidingen liggen op circa 320 meter afstand van het plangebied. Het betreffende gasleidingen A-508 met een maximale druk van 66,2 bar, A-646 met maximaal 79,9 bar en de A-670 met maximaal 79,9 bar. De risicokaart toont dat er geen sprake is van een PR 10-6/jaar contour buiten de leiding. Het plaatsgebonden

30

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Blokstegenweg 3/3a Ambt Delden

risico voldoet. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de gasleidingen. Het basisnet-wegtraject betreft de A1/A35 tussen knooppunt Azelo - knooppunt Buren. Het PR-plafond betreft 1 meter, het GR-plafond betreft 82 meter en er is een plasbrandaandachtsgebied aanwezig. Het plangebied ligt niet binnen deze afstanden. Uit de berekening van de groepsrisico's in het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente' blijkt bovendien dat de curven van de A1 en A35 de oriëntatiewaarden van de groepsrisico's niet overschrijden. Als gevolg van de ligging binnen deze 100%-letaliteitsgrens geldt een verantwoordingsplicht voor de gevolgen op het groepsriscio. Aannemelijk kan gemaakt worden dat de ontwikkeling ter plaatse van de Blokstegenweg 3/3a geen significante invloed heeft op het groepsrisico. In onderhavig plan is er sprake van een functieverandering. Deze functieverandering brengt geen extra aanwezigheid van mensen met zich mee. De populatie en/of persoonsdichtheid (en daarmee het groepsrisco) ter plaatse neemt zodoende niet toe. Er is geen sprake van een verhoogd groepsrisco als gevolg van het plan. Het plangebied zal voornamelijk bestaan uit bedrijvigheid waarbij aangenomen kan worden dat deze groep mensen zelfredzaam is. Daarnaast wordt er met het plan geen kwetsbaar object toegevoegd. Aangezien in en in de nabijheid van het plangebied risicobronnen in de vorm van o.a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3967/documents/54927