08. Toelichting en regels bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxDeldnsstr158160-VS10
BESTEMMINGSPLAN
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Inhoudsopgave
Vaststellingsbesluit
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer
8 8 8 9 10 10
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie
11 11 12
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid
15 15 17 23
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieuzonering Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
29 29 30 32 33 34 35 37 39 41 42 43
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische toelichting Planopzet en systematiek Toelichting op de regels
44 44 44
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
47
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen
48 48 48
Bijlage bij de toelichting Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Bijlage 2 Verkennend (asbest)bodem onderzoek Bijlage 3 Geluidsonderzoek Bijlage 4 QuickScan natuurwaardenonderzoek
49 50 52 114 139
Regels
169
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
170 170 178
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Wonen Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Archeologische verwachting 3
179 179 181 183
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Regels in verband met vrijkomende agrarische bebouwing
185 185 186 188 189 190 192 193 194
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
197 197 198
Bijlage bij de regels Bijlage 1 Erfinrichtingsplan
vastgesteld
199 200
3
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
4
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Vaststellingsbesluit
vastgesteld
5
Dummy vaststellingsbesluit
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Toelichting
vastgesteld
7
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Voor de locatie 'Deldensestraat 158-160' in Goor is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemer wil een nieuwe woning toevoegen aan een bestaand erf gelegen in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Om dit mogelijk te maken wil de initiatiefnemer gebruik maken van de rood voor rood regeling van de gemeente Hof van Twente. De rood voor rood regeling van de gemeente Hof van Twente is in het leven geroepen om de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied te verbeteren. Dit wordt gedaan door landschapsontsierende bedrijfsgebouwen in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente te slopen. In ruil voor de sloop van de agrarische gebouwen krijgt de sloper recht op een bouwkavel. Doordat de betreffende gronden, dus de plek waar de nieuwe schuurwoning wordt beoogd, niet de juiste planologische mogelijkheden (bouw- en gebruiksmogelijkheden) hebben, past de voorgenomen ontwikkeling niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Omdat het vigerende bestemmingsplan geen relevante afwijkingsen wijzigingsbevoegdheden bevat om de ontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit het perceel aan de Deldensestraat 158-160 in Goor. Het plangebied ligt op circa 210 meter ten noordoosten van de kern Goor. Binnen het plangebied komen de percelen voor die kadastraal bekend staan als gemeente Goor, sectie A en perceelnummer 4052. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 750 m². In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied middels een rode ster weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: pdok viewer).
8
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 globaal weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto opgenomen waarop het plangebied te zien is. Het plangebied wordt aan alle zijden (noord, oost, zuid en west) begrensd door agrarische weilanden en door een aantal woonfuncties. Verderop liggen enkele bedrijfsfuncties en een camping. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: pdok viewer).
1.3
Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied, zoals in figuur 1.2 weergegeven, geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente 2019' vastgesteld op 15 oktober 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Hof van Twente. In figuur 1.3 is een uitsnede opgenomen van de verbeelding van dit bestemmingsplan. Het plangebied is globaal weergegeven middels een rode pijl.
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019' (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Aan het plangebied is de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' toegekend, eveneens de dubbelbstemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 2 en verwachting 3' en de gebiedsaanduidingen 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied en vrijwaringszone - radar'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor het behoud van de aanwezige landschapswaarden zijnde: beeldbepalende
vastgesteld
9
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
landschapselementen, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, natuur en waterhuishouding. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, de uitoefening van een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, het hobbymatig agrarisch gebruik buiten het bouwvlak, het bestaande en legale aantal bedrijfswoning(en), de bestaande en legale nevenactiviteiten, aan huis verbonden beroepen, bed & breakfast, extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, de bestaande nutsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen, ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen bestemmingen en met bjibehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen en erven. Op de tot 'Agrarisch met waarden' bestemde gronden mogen bedrijfsgebouwen, teeltondersteunende voorzieningen, bedrijfswoningen en recreatiewoningen gebouwd worden. Tevens bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen dienen in het bouwvlak te worden gebouwd en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen zowel in het bouwvlak, direct aansluitend aan het bouwvlak als buiten het bouwvlak gerealiseerd worden. Het voornemen is om een nieuwe schuurwoning te bouwen ten behoeve van regulier woongebruik op de tot 'Agrarisch met waarden' bestemde gronden.
Gelet op de bouwen gebruiksmogelijkheden kan ter plaatse van de beoogde plek voor de schuurwoning geen reguliere woning gebouwd worden. Dit omdat de gronden geen bouwvlak hebben en regulier wonen niet past binnen de gebruiksmogelijkheden van de gronden. Door het ontbreken van relevante afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019' is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.
1.4
De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BGxDeldnsstr158160-VS10); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5
Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
10
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie In de huidige situatie is er aan de Deldensestraat 158-160 in Goor sprake van een woonerf met bijbehorende bouwwerken. De erf is gelegen aan de Deldensestraat, via waar de ontsluiting van het erf plaatsvindt en van de beoogde schuurwoning zal plaatsvinden. Het parkeren geschiedt op eigen terrein en ter plaatse van de beoogde schuurwoning is voldoende ruimte om extra/nieuwe parkeerplaatsen te realiseren. De erf wordt begrensd door agrarische weilanden en woonfuncties. Verderop zijn nog enkele bedrijfsfuncties en een camping gelegen. In onderstaande afbeeldingen is het erf nader in beeld gebracht door middel van een vogelaanzicht en streetviews.
Figuur 2.1: Vogelaanzicht van Deldensestraat 158-160 Goor (bron: Cyclomedia).
Figuur 2.2: Streetview van Deldensestraat 158-160 Goor (bron: Cyclomedia).
vastgesteld
11
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
2.2
Toekomstige situatie De initiatiefnemer wil op het bestaande erf aan de Deldensestraat 158-160 in Goor een nieuwe schuurwoning bouwen. De schuurwoning krijgt een maximale bouwhoogte van circa 8 meter en bestaat uit een beganegrond waar de woonkamer, badkamer, keuken, slaapkamer, berging en entree/hal worden gesitueerd en op de verdieping logeerkamer/techniek kamer, slaapkamers, badkamer en een overloopruimte. De totale gebruiksoppervlakte van de woning bedraagt circa 200 m². In onderstaande afbeeldingen is de ontwerptekening van de beoogde schuurwoning en een algehele impressie van de woning opgenomen.
Figuur 2.4: Ontwerptekening van de schuurwoning (bron: initiatiefnemer).
12
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Figuur 2.5: Algehele impressie van de te bouwen schuurwoning (bron: initiatiefnemer). Zoals reeds beschreven wordt voor de voorgenomen ontwikkeling de gemeentelijke rood voor rood regeling toegepast. De bedoeling van de rood voor regeling is kort gezegd dat de gemeente Hof van Twente voor de sloop van minimaal 1.000 m² aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen een bouwkavel voor een woning kan toekennen. De inhoud van de woning mag maximaal 750 m³ bedragen en er dient te worden voldaan aan de algemene welstandcriteria. Voor het afwijken van het welstandsbeleid dient er een beeldkwaliteitsplan te worden opgesteld. Als gevolg van de rood voor rood ontwikkeling dient de ruimtelijke kwaliteit van alle betrokken locaties te zijn gewaarborgd. Dit moet worden gedaan door middel van een erfinrichtingsplan. De initiatiefnemer beschikt over 5 sloopvouchers, samen goed voor het verkrijgen van één bouwkavel. Deze vouchers kunnen op verzoek bij de initiatiefnemer worden opgevraagd. De realisatie van de schuurwoning wordt landschappelijk ingepast. Voor het borgen van de landschappelijke inpassing is een erfinrichtingsplan opgesteld, zie Bijlage 1. In figuur 2.6 is hier een fragment van weergegeven.
vastgesteld
13
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Figuur 2.6: Fragment erfinrichtingsplan (bron: Ad Fontem). Het erf aan de Deldensestraat 158-160 te Goor ligt in een landschap met verspreide liggende erven behorende bij de ontgininingen in het gebied Gijminkshoek. De erven in het 'oude hoevenlandschap' werden ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze op hoger gelegen gronden in het landschap die individueel werden ontgonnen. Deze kleine schaal van ontginning leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Een samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en - voormalige - heidevelden met lijnen in het landschap, geaccentueerd met begroeiing, die die de 'organische' vormen volgen. De landschapselementen volgen deze lijnen in het landschap. Door andere landbouwmethoden, prikkeldraad, ruilverkaveling en het gebruik van kunstmest zijn veel van deze houtwallen en bosschages verdwenen. De nieuwe woning zal qua hiërarchie op het erf ondergeschikt worden aan het hoofdgebouw aan de noordzijde van het erf. De woning heeft een opzichzelf staande kavel maar heeft een ruimtelijke relatie met de overige bebouwing.
Erfbeplanting is streekeigen, inheems, versterkt het karakter van het erf en sluit aan op bestaande landschapselementen. Op het erf worden diverse beplantingsmaatregelen getroffen om de nieuwe situatie in te passen, passend in het oude hoevenlandschap. De perceelsgrenzen zijn grotendeels reeds voorzien van houtsingels die worden versterkt. Diverse solitaire bomen en heesters markeren het erf en benadrukken het kleinschalige karakter. De nieuwe aanplant sluit aan op de reeds gemaakte plannen van het westelijk naastgelegen perceel en de onlangs aangeplante bomen door initiatiefnemer. Een hagenstructuur wordt aangebracht als markering van de kavelgrenzen en draagt bij aan de herkenbaarheid van het erf. Geacht wordt hiermee dat de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk goed en zorgvuldig wordt ingepast.
14
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.
De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale,
vastgesteld
15
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van één woning in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Zoals hierboven beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de navolgende paragrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het provinciale beleid. Daarin wordt aangetoond dat het past binnen het provinciale beleid ten aanzien van wonen. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid Geacht wordt hiermee dat voorliggend plan in overeenstemming is met de prioriteiten van de NOVI en er geen rijksbelangen worden geraakt. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Onderhavig plan Voorliggend plan heeft betrekking op de bouw van een nieuwe schuurwoning in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, nabij de kern Goor. De realisatie van de schuurwoning wordt mogelijk gemaakt middels de rood voor rood regeling van de gemeente. De initiatiefnemer heeft vijf sloopvouchers in bezit die hij zal inzetten voor het verkrijgen van een bouwkavel aan de Deldensestraat 158-160 in Goor. Op basis van vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2015:2921 en ECLI:NL:RVS:2015:953) blijkt dat woningbouwontwikkelingen pas tot een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt, wanneer er meer dan 11 woningen worden toegevoegd. In onderhavig plan wordt er één woning toegevoegd. Geacht wordt hiermee dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Bro. Daarnaast kan worden opgemerkt dat de woning wordt toegevoegd met toepassing van de gemeentelijke rood voor regeling, waarbij elders in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente landschapsontsierende bedrijfsgebouwen zijn gesloopt. Per saldo is er dus geen sprake van een extra ruimtebeslag en wordt de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de gemeente verhoogd.
Ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In de navolgende paragrafen (zie paragraaf 3.2 en 3.3) wordt de ontwikkeling zowel getoetst aan provinciaal als gemeentelijk beleid getoetst en wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die een rol spelen bij de voorliggende ontwikkeling en wordt getoetst of er sprake van een
16
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
goede ruimtelijke ordening. Op voorhand worden voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan geen belemmeringen verwacht. Gelet op het feit dat in het onderhavige plan: er geen sprake is van nieuw beslag op de ruimte; er sprake is van een relatief kleinschalige ontwikkeling waarbij de gemeentelijke rood voor rood regeling wordt toegepast; er sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling, die in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' aanvaardbaar is; kan gesteld worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig
vastgesteld
17
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.
Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel)
18
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuwe schuurwoning mogelijk aan de Deldensestraat 158-160 in Goor. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, waardoor er in principe nieuw ruimtebeslag wordt gelegd op de Groene Omgeving. Echter wordt de nieuwe woning mogelijk gemaakt middels de toepassing van de gemeentelijke rood voor rood regeling. De initiatiefnemer beschikt over vijf sloopvouchers die hij gaat inzetten voor het verkrijgen van een bouwkavel. Per saldo wordt er meer gesloopt dan dat er teruggebouwd wordt, dus kan worden gesteld dat er geen sprake is van een toename in het ruimtebeslag. Verder wordt de schuurwoning landschappelijk goed ingepast en wordt de woning gebouwd op een bestaand erf. Geacht wordt hiermee dat er voldaan wordt aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.
artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Naar aanleiding van het plan worden vijf sloopvouchers ingezet voor het verkrijgen van een bouwkavel. Met de bouw van een nieuwe woning die landschappelijk wordt ingepast en de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen wordt de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied verhoogd. artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene
vastgesteld
19
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is in onderhavig geval niet van toepassing, aangezien de ontwikkeling aangemerkt kan worden tot een kleinschalige ontwikkeling. Daarnaast wordt met de toepassing van de gemeentelijke rood voor rood regeling en landschappelijke inpassing reeds een tegenprestatie geleverd. artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. lid 2 In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. lid 3 In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken.
lid 4 De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. lid 5 Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. lid 6 In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Doorwerking voor voorliggend plan: In paragraaf 3.3 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de woonvisie c.q. woningbouwprogramma van de gemeente Hof van Twente. Daarbij wordt tevens ingegaan op de behoefte aan nieuwe woningen binnen de gemeente. Geacht wordt daarmee dat voldaan wordt aan artikel 2.2.2 uit de omgevingsverordening van provincie Overijssel.
Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Gezien de ligging van het plangebied, zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
20
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, plangebied globaal aangegeven met een rode markering, (Bron: provincie Overijssel). Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Schaalvergroting in de landbouw en opwekking van hernieuwbare energie krijgen ruimte in het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap, onder de voorwaarde van zorgvuldige inpassing in het kleinschalige landschap. Ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden.
Met name de verschuiving van eenzijdige volumeproductie en kostprijsreductie naar specialisatie en omgevingsgericht ondernemen in de landbouw is hier kansrijk voor het behouden van een sterke concurrentiepositie. Waardevermeerdering ontstaat door het benutten van de specifieke gebiedskwaliteiten, en van het maatschappelijk draagvlak voor kwaliteitsproductie en -producten. Ook verbreding van economische activiteiten op het erf, bijvoorbeeld met zorg, recreatie of landwinkels, krijgt de ruimte. Door directe verkoop bij de boer ontstaan korte ketens en meer waardering voor het agrarisch product. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Naar aanleiding van het plan wordt een nieuwe schuurwoning op een bestaand erf gerealiseerd.
De schuurwoning wordt landschappelijk goed en zorgvuldig ingepast. Om
vastgesteld
21
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
de landschappelijke inpassing te borgen, is een erfinrichtingsplan opgesteld. De beoogde ontwikkeling zal dus geen belemmeringen opleveren voor het landschap en het eigen karakter van het gebied/erf. Daarnaast wordt met de beoogde woonfunctie geen belemmeringen verwacht voor agrarische functies in de omgeving van het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan in lijn is met de ambities van het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Gebiedskenmerken Op voorhand kan worden opgemerkt dat de gebiedskenmerken van de stedelijke laag niet binnen het plangebied zichtbaar zijn, waardoor deze laag buiten beschouwing is gelaten. Dit omdat het plangebied gelegen is in het buitengebied op een braakliggend stuk grond waar de gronden nog niet bebouwd zijn. De laag van de beleving (lustleisurelaag) is eveneens niet zichtbaar en is deze laag tevens buiten beschouwing gelaten. Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel). De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)-richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. De kenmerken van de natuurlijke laag, hoog en laag, zijn in de omgeving goed zichtbaar. Echter wel vervlakt door de landbouw. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de kenmerken van de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude hoevelandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
22
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel). De kenmerken van het oude hoevenlandschap zijn verspreide erven. Het landschap werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Het oude hoevenlandschap kent dezelfde opbouw als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Als er ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Ontwikkelingen vergroten daarnaast de toegankelijkheid van erven en erfroutes. De nieuwe woning zal qua hiërarchie op het erf ondergeschikt worden aan het hoofdgebouw aan de noordzijde van het erf. De woning heeft een opzichzelf staande kavel maar heeft een ruimtelijke relatie met de overige bebouwing. Erfbeplanting is streekeigen, inheems, versterkt het karakter van het erf, sluit aan op bestaande landschapselementen en is dus conform de gebiedskenmerken van het oude hoevenlandschap.
Geacht wordt dat de voorgenomen ontwikkeling hiermee geen afbreuk doet aan de kenmerken van de laag van het agrarische cultuurlandschap. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Hof van Twente, zicht op 2030 Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van
vastgesteld
23
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 10 is voornamelijk van belang. Deze wordt hierna behandeld. Streefbeeld: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd.
Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap. Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. Toets en conclusie Middels de voorgenomen ontwikkeling wordt er bijgedragen aan het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied, omdat landschapsontsierende bedrijfsgebouwen zijn gesloopt en de vouchers daarvan worden ingezet voor het verkrijgen van een bouwkavel waarop een nieuwe schuurwoning wordt gebouwd die landschappelijk wordt ingepast. Gelet erop dat de ontwikkeling gekoppeld wordt met het landschap, kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als bedoeld in de 'Hof van Twente, zicht op 2030'. 3.3.2
Structuurvisie Landelijk Gebied In 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt. De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk
24
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur. Om de karakteristiek van het landelijk gebied te behouden geldt als uitgangspunt dat zo min mogelijk niet functioneel aan het buitengebied gebonden bebouwing wordt toegevoegd. Dit kan ten koste gaan van de aanwezige landschapswaarden. Er wordt daarom geen mede- werking verleend aan het toevoegen van nieuwe woningen door het realiseren van geheel nieuwe solitair gelegen woonerven. Dit hangt ook samen met het beschermen van agrarische bedrijvigheid tegen beperkingen die uit de nabijheid van woningen voortkomen. Het omvormen van voormalige agrarische erven, naar woonerven wordt ondersteund, mits er tevens een aantoonbare verbetering van ruimteijke kwaliteit plaatsvindt.
Dit beleid is uitgewerkt in de beleidsregel Rood voor Rood met gesloten beurs. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit komt hoofdzakelijk tot uitdrukking in de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, de realisatie van nieuwe landschapselementen rond het erf en het behoud van cultuurhistorische bebouwing. Toets en conclusie Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de realisatie van een nieuwe schuurwoning mogelijk gemaakt door toepassing van de gemeentelijke rood voor rood regeling, waarbij vijf sloopvouchers worden ingezet voor het verkrijgen van een bouwkavel op een bestaand erf aan de Deldensestraat 158-160 in Goor. Voor de ontwikkeling is een erfinrichtingsplan opgesteld waarin de landschappelijke inpassing van de beoogde ontwikkeling wordt geborgt. Geacht wordt hiermee dat onderhavige ontwikkeling binnen het streefbeeld als bedoeld in de 'Structuurvisie Landelijk Gebied' past. 3.3.3
Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025 De gemeente Hof van Twente heeft voor de periode 2021-2025 een nieuwe woonvisie vastgesteld. De woonvisie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met bewoners, woningcorporaties, zorginstellingen, makelaars en met de gemeenteraad van gemeente Hof van Twente. Deze woonvisie behandelt de belangrijkste ambities, speerpunten en acties van de gemeente Hof van Twente op het gebied van wonen (o.a. versnelling van de woningbouwproductie, meer betaalbare woningen realiseren en waarborgen van leefbaarheid en vitaliteit in de kernen en het buitengebied etc.). De gemeente Hof van Twente heeft gekozen voor een woonvisie waarin doelstellingen niet 'in beton gegoten zijn'. Zo wordt bijvoorbeeld ruimte gehouden om in te spelen op constante veranderingen op de woningmarkt. Tot en met 2030 is er in de gemeente Hof van Twente een woningbehoefte van circa 675 tot 730 woningen. Deze aantallen zijn niet in beton gegoten en vormen een leidraad voor de woningbouwplannen. De woningbehoefte is gebaseerd op de huishoudensprognose Primos2020 en houdt daarnaast rekening met een aanvullende woningvraag. De oplopende woningbehoefte vraagt om voortdurende aandacht en om concrete acties. Versnelling van de nieuwbouw in de kernen en het buitengebied is nodig om te voorzien in de woningbehoefte.
Daarbij zorgt de gemeente voor een evenwichtige verhouding in nieuwbouw voor nieuwkomers en de lokale bevolking. Voor het buitengebied van de gemeente Hof van Twente geldt een woningprogramma van
vastgesteld
25
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
tussen de 160 tot 165 woningen. Bij de realisatie van een nieuwe woning dient de woning bij de locatie passend te zijn. Per locatie wordt daarom bepaald welk woonmilieu het meest passend is. Ruimtelijk wordt allereerst ingezet op transformatie, inbreiding, en verdichting en als laatste op uitbreiding. Zo wordt niet alleen het waardevolle groen behouden, maar wordt tevens gezorgd voor verdichting. Verder is het van belang dat er duurzaam wordt gebouwd (o.a. energieneutraal bouwen, klimaat adaptief bouwen en duurzame bouwmaterialen). De gemeente wil in de komende jaren een inhaalslag maken om het aanbod in alle segmenten te vergroten. Hierbij wordt de nadruk voornamelijk gelegd op het toevoegen van meer middenhuur en betaalbare koop in alle kernen en het buitengebied. Afwegingskader voor woningbouwplannen Bij het beoordelen van nieuwbouwplannen wordt het afwegingskader voor nieuwbouw opgenomen als bijlage 1 bij de Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025 gebruikt. Dit kader geeft aan op welke criteria woningbouwplannen worden getoetst. In figuur 3.5 is daar een fragment van weergegeven.
Figuur 3.5: Afwegingskader voor woningbouwplannen in gemeente Hof van Twente (bron: Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025).
26
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Toets en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuwe schuurwoning in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente mogelijk. Voor het buitengebied bestaat er in de periode van 2021-2025 een woningbehoefte van tussen de 160 tot 165 woningen. Met de realisatie van de woning kan daaraan worden bijgedragen. De woning zal worden gerealiseerd op een bestaand erf en zal landschappelijk worden ingepast. De nieuwe woning zal voldoen aan de eisen van het bouwbesluit, wat onder andere inhoudt dat de woning gasloos moet worden gebouwd en 'bijna energie neutraal' (BENG) moet zijn. De woning kan in de toekomst indien noodzakelijk eenvoudig volledig energie neutraal worden gemaakt. Gelet op dat de realisatie van een nieuwe woning in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente binnen het woningprogramma voor het buitengebied past, landschappelijk wordt ingepast, voldoet aan duurzaamheideisen en toekomstbestendig is, wordt geacht dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met de woonvisie van de gemeente Hof van Twente. 3.3.4
Beleidsnota Grond voor gebruik Algemeen De gemeente Hof van Twente staat voor een enorme opgave als het gaat om het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Tot 2030 komt naar verwachting meer dan 300.000 m2 aan agrarische bebouwing leeg te staan. Deze vrijkomende erven bieden volop kansen voor nieuwe ontwikkelingen. Om een objectieve en eenduidige toepassing van instrumentarium mogelijk te maken is een duidelijke integrale benadering van nieuwe initiatieven van belang. In het bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente is een aantal regelingen opgenomen die ontwikkelingen in het buitengebied eenvoudig mogelijk maken en het versterken van ruimtelijke kwaliteit (sloop en nieuwe functies) als doel hebben. Voor grootschalige projecten is echter een bestemmingsplanprocedure (herziening of wijziging) nodig. In voorliggend geval is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. De beleidsnotitie 'grond voor gebruik' voorziet in de kaders om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Deze beleidsnotitie voorziet in de kaders met betrekking tot het VAB-beleid, Rood voor Rood beleid, beleid omtrent veldschuren, landgoederen, niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied en de sloopvoucher-regeling. In dit geval zijn de kaders omtrent het Rood voor Rood beleid van belang.
Rood voor Rood Het doel dat de gemeente voor ogen heeft is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. Dit doel is onder andere te bewerkstelligen door de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen. De regeling Rood voor Rood gaat uit van de sloop van een minimum oppervlakte van 1.000 m2, waarvoor ter compensatie een nieuwe woning kan worden gerealiseerd. De maximale inhoud van de te realiseren woning op de compensatiewoning bedraagt 750 m3. De compensatiekavel wordt bij voorkeur toegekend aan de locatie waar het meest wordt gesloopt en wordt gesitueerd in de directe omgeving van de te handhaven bedrijfswoning, om de erfstructuur te handhaven en de daarbij behorende clustering van bebouwing (ensemble) te bewerkstelligen. De compensatiekavel mag nabijgelegen (agrarische) bedrijven niet hinderen in hun bedrijfsvoering. Het erf en de tuin worden samen met de nieuwe woning en het daarbij behorende bijgebouw op de compensatiekavel gerealiseerd. Uitgangspunt voor de grootte van het bijgebouw is 150 m2. Toets en conclusie De initiatiefnemer heeft vijf sloopvouchers die hij wil inzetten voor het verkrijgen van een bouwkavel, als bedoeld in de beleidsnota 'Grond voor gebruik'. De gezamenlijke
vastgesteld
27
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
sloopoppervlakte van de vouchers bedraagt 1.018 m²: Roosdomweg 32 te Markelo, circa 274 m² aan sloopmeters; Goorseweg 37 te Markelo, 120 m² aan sloopmeters; Ovinksweg 1a te Markelo, 107 m² aan sloopmeters; Petersweg 4 te Markelo, 107 m² aan sloopmeters; Kooidijk 7 te Markelo, 410 m² aan sloopmeters. Aan de minimum sloopvereiste van 1.000 m² voor het verkrijgen van een bouwkavel wordt derhalve voldaan. Volgens de beleidsnota' Grond voor gebruik' dient de bouwkavel bij voorkeur gesitueerd te zijn waar het meest wordt gesloopt. In dit geval komen de meeste sloopmeters van de slooplocatie aan de Kooidijk 7 te Markelo. De initiatiefnemer wil echter een bouwkavel aan de Deldensestraat 158-160 in Goor. De gemeente Hof van Twente kan bij bepaalde gevallen een uitzondering geven voor de situering van de bouwkavel. Bijvoorbeeld wanneer bestaande erven en bebouwingstructuren zoals lintbebouwing worden versterkt. Aangezien de initiatiefnemer de nieuwe schuurwoning op een bestaand erf aan de Deldensestraat 158-160 in Goor wil bouwen en de woning landschappelijk wordt ingepast, wordt geacht dat het erf wordt versterkt en de situering van de bouwkavel elders dan de slooplocatie wenselijk is. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling aan de beleidsnota 'Grond voor gebruik' voldoet.
28
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets en conclusie Er wordt middels dit bestemmingsplan één compensatiewoning in het kader van de rood voor rood regeling van de gemeente Hof van Twente aan de Deldensestraat 158-160 mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied is agrarisch met waarden.
Woningbouw kan in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage geschaald worden bij 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject'. De m.e.r.plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Wanneer een project in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage benoemd wordt en de drempelwaarden niet worden overschreden, dan bestaat er geen m.e.r.-plicht maar een m.e.r.-beoordelingsplicht. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig
vastgesteld
29
Buitengebied Hof van Twente, herziening Deldensestraat 158-160 Goor
milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt dus af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Gelet op de toename van de bebouwde oppervlakte kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879).
In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Aangezien het plan betrekking heeft op de toevoeging van slechts één woning op agrarische gronden, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte uitbreiding van de bebouwing op het perceel. Uit voorgaande volgt dat de bouw van één woning in algemene zin niet te kwalificeren is als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft er geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt.