08 TAM-omgevingsplan Kanaalweg 2 Markelo Bijlage - Quickscan natuurwaarden.pdf
Tekst van het document
Beschermde vlinders Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Reptielen Mogelijk wordt een hazelworm gedood en een verblijfplaats van hazelwormen beschadigd en vernield door het uitvoeren van grondverzet. Ook gaat functioneel leefgebied verloren. Om de aan- of afwezigheid van hazelwormen in het plangebied vast te kunnen stellen, dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Het met zekerheid vaststellen van de afwezigheid van de soort is lastig, zeker in gebieden met een lage dichtheid aan dieren. Mogelijk gaat bevoegd gezag akkoord met het direct aanvragen van een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Nader onderzoek naar de betekenis van het plangebied voor de hazelworm;
Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit is niet noodzakelijk
2
Dit mag pas nadat de aanwezigheid van de kamsalamander is uitgesloten. 26
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep
Functie
Beschermde soorten planlocatie
Verbodsbepalingen (Omgevingswet)
Aandachtspunt
Grondgebonden zoogdieren
Foerageergebied
Diverse soorten
Nader onderzoek
Grondgebonden zoogdieren
Rust- en voortplantingsplaats
Diverse soorten
Grondgebonden zoogdieren
Doden van dieren
Diverse soorten
Vogels
Foerageergebied
Diverse soorten
Vogels
Diverse soorten Huismus
Art. 11.37 lid 1b Bal
Vogels Vleermuizen
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren Verblijfplaats
Art. 11.54 lid 1b Bal (functionaliteit leefgebied egel en wezel); overige soorten: n.v.t. Egel, wezel en steenmarter: Art. 11.54 lid 1b Bal. Boommarter: art. 11.46 lid 1d Bal Art. 11.46 lid 1a Boommarter en Art 11.54 lid 1a Bal voor overige soorten Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Art. 11.37 lid 1d Bal
Art. 11.37 lid 1a Bal Niet van toepassing
Vleermuizen
Foerageergebied
Diverse soorten Mogelijk diverse soorten Diverse soorten
Vleermuizen Vleermuizen Amfibieën
Vliegroute Doden van dieren Foerageergebied
Niet aanwezig Diverse soorten Diverse soorten
Amfibieën
Rustplaats
Diverse soorten
Amfibieën
Voortplantingsplaats
Amfibieën
Doden van dieren
Vlinders Reptielen Overige soorten
Alle functies Alle functies Dieren en overige functies
Mogelijk diverse soorten Mogelijk diverse soorten Niet aanwezig Hazelworm Niet aanwezig
Vogels
Nader onderzoek
Nader onderzoek
Geen Geen bezette nesten negatief beïnvloeden Nader onderzoek huismus Geen vogels doden Geen
Niet van toepassing; er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke plannen
Geen
Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke plannen Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Art 11.54 lid 1a Bal
Geen
Geen Geen Geen
Geen Geen dieren opzettelijk doden Geen Nader onderzoek Geen
Niet van toepassing Art. 11.54 a en b (Bal) Niet van toepassing
Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep
Grondgebonden zoogdieren Vogels Vleermuizen
Rustplaats
Voortplantingsplaats
Vliegroute (vleermuizen)
Ja
Ja
n.v.t.
Essentieel foerageergebied Mogelijk
Ja Mogelijk
Ja Mogelijk
n.v.t. Nee
Nee Nee
Wettelijke consequenties Ja
Nader onderzoek vereist Ja
Omgevingsvergunning vereist
Ja Nee
Nee Nee
Nee Nee Nee
Mogelijk
Amfibieën
Ja
mogelijk
n.v.t.
Mogelijk
Ja
Nee
Vlinders
Nee
Nee
n.v.t.
Nee
Nee
Nee
Nee
Reptielen
mogelijk
mogelijk
n.v.t.
Mogelijk
Ja
Ja
Mogelijk
6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.
HOOFDSTUK 7
CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die 27
in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd.3 Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de rustplaats en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode.4 In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland hoeft het voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking).
Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied, zoals geluid, trillingen of optische verstoring kunnen ook worden uitgesloten. Soortenbescherming Het plangebied bestaat bebouwing, oud loofbos, struweel en extensief beheerd grasland en ligt in een oud agrarisch cultuurlandschap. De inrichting, het gevoerde beheer en de ligging in de buurt van leefgebied van verschillende beschermde diersoorten, maakt het plangebied tot functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Het merendeel van de beschermde soorten staat op de lijst van Nationaal beschermde soorten met vrijstelling in verband met een ruimtelijke ontwikkeling. Voor deze soorten geldt een minder streng juridische kader. Mits deze dieren niet opzettelijk gedood worden, geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van de voortplantings- en rustplaats. Deze vrijstelling geldt in Overijssel niet voor steenmarter, hazelworm, wezel en egel. Voor de in het gebied nestelende vogels geldt dat de bezette nesten niet beschadigd of vernield mogen worden. Geadviseerd wordt de beplanting te verwijderen buiten de voortplantingsperiode.
Op basis van het uitgevoerde onderzoek kunnen de wettelijke consequenties niet volledig vastgesteld worden. Er dient daarom nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de betekenis van het plangebied voor hazelworm, egel en wezel of er dient direct een Omgevingsvergunning aangevraagd te worden.
3 De lijst met soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, is per 1-12-2019 aangepast. Egel en
kleine marterachtigen vallen vanaf die datum niet meer onder de vrijstellingsregeling van de provincie Overijssel. 4 Voor dit type activiteit is geen toepasbare gedragscode beschikbaar.
28
Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:
29
Bijlage 2 Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of Omgevingsvergunning. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een Omgevingsvergunning moet aan drie criteria zijn voldaan: -
-
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. In het Besluit activiteit leefomgeving is het als volgt verwoord: Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a.
voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1°.van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2°.van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°.dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 4°, van de wet; en 4°.voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; 30
d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. Ook zijn voor beschermde soorten andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.
Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ (Nationaal beschermde soorten) waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Art. 11.37 Bal Art. 11.37 lid 1a. Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden en vangen.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Art. 11.46. Bal art. 11.46 lid 1a. Het verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime andere soorten. Art. 11.54 Bal Art. 11.54 lid 1a. Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk nesten en eieren te vernielen en te beschadigen
Art. 11.46 lid 1d. Het is verboden de Art. 11.54 lid 1b. Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk eieren te rapen of bij zich te hebben
art. 11.46 lid 1 Bal. Het is verboden eieren niet van toepassing van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Art. 11.37 lid d. Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art. 11.46 lid 1b. Het is verboden dieren niet van toepassing opzettelijk te verstoren.
niet van toepassing
Art. 11.46 lid e. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art. 11.54 lid c. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Verbodsbepalingen omgevingswet
31
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden is het toegestaan om van de onderstaande soorten de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -
de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
32
33
Legenda ‘Overzicht algemene vrijstelling soorten per provincie’.
34
Bijlage 3. Fotobijlage
35
36
37
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/ kennisdocument Kamsalamander (BIJ12)
38
Bijlage 5. Jaarrond beschermde vogelnesten in Overijssel
39
40