02 TAM-omgevingsplan Winterkamperweg 24a-26 Toelichting
Tekst van het document
Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier - en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel - en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 53 Toetsing plan Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000 -gebied betreft ‘Borkeld’ dat ligt op 360 meter ten noordoosten van het plangebied.
Ter impressie zie navolgende afbeelding. Tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn, ondanks de geringe afstand, diverse functies en activiteiten gelegen die als maatgevend dienen worden beschouwd ten aanzien van het Natura 2000 -gebied ‘Borkeld’. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde in relatie tot onderhavig plangebied. Ook zijn in het Natura 2000 -gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen uitgesloten worden. De voorgenomen ontwikkeling betreft het uitsluiten van vee door het agrarisch bedrijf als onderdeel van de LBV -regeling. Als onderdeel van dit beleid word en daarnaast landschapsontsierende bedrijfsgebouwen gesloopt. Het doel van de regeling is om de stikstofuitstoot vanuit de veehouderij te verlagen, zodat natuur die daarvoor gevoelig is, kan herstellen. Met voorliggende plan wordt het houden van vee uitgesloten, waardoor de stikstofuitstoot van het bedrijf wordt gereduceerd. Gezien de afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de tussenliggende functies, kan een negatief effect in het kader van stikstofdepositie worden uitgesloten.
Om de stikstofeffecten van het plan op Natura 2000 -gebieden in beeld te brengen, zijn berekeningen uitgevoerd met het programma AERIUS-Calculator (zie bijlage 4). Uit de stikstofberekeningen volgt dat er geen sprake is van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in relatie tot onderhavig planvoornemen. Met het planvoornemen zullen de instandhoudingsdoelstellingen, wezenlijke kenmerken en waarden van Natura 2000 - Afbeelding 15 Uitsnede kaart ‘Natura 2000’ Atlas Leefomgeving met aanduiding plangebied (rode pijl)
Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 54 gebieden niet worden aangetast. Nader onderzoek in het kader van het Natura 2000 - gebieden wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied li gt direct nabij gronden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland, zie onderstaande afbeelding. Met het planvoornemen worden geen activiteiten uitgevoerd die een negatieve invloed zouden kunnen hebben op het Natuurnetwerk. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Beschermde houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden gelegen. Daarnaast heeft het voornemen geen negatieve invloed op omliggende beschermde houtopstanden. Een toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming is in dit voornemen dan ook niet aan de orde. Soortenbescherming In voorliggend project wordt het veehouderijbedrijf op locatie gestaakt. De bebouwingsmogelijkheden voor het akkerbouwbedrijf blijven behouden, maar door sloop van tenminste 1.128 m² vindt er een afname in bebouwing plaats. Hierdoor neemt de verstening in de groene omgeving af. Door het staken van de veehouderij activiteiten neemt de bedrijfsomvang af. In dit kader wordt in voorliggend plan de tweede bedrijfswoning #24a qua functie gewijzigd naar plattelandswoning.
Het initiatief vindt plaats binnen het reeds bestaande perceel en bestaande bebouwing. Voorafgaand aan het slopen van de bestaande bebouwing is een flora en fauna onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd in bijlage 5. Samenvattend zijn de resultaten als volgt, zie tabel. Afbeelding 16 Uitsnede kaart ‘ Natuurnetwerk Nederland’ Atlas Leefomgeving met aanduiding plangebied (rode pijl)
Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 55 Kortom, ten aanzien van broedvogels (algemeen en jaarrond beschermd) wordt geadviseerd te werken buiten het broedseizoen. Daarnaast is een vrijblijvend advies opgenomen wat betreft natuurinclusief bouwen en het ophangen van een nestkast ten behoeve van een steenuil op of rond het erf. Voor de voorgenomen ontwikkeling is geen toestemming op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig. De algemene zorgplicht dient te allen tijde in acht worden genomen. Conclusie Vanuit het aspect ecologie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 4.3.3 Water en watersystemen In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundige systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Algemeen Sinds 1 november 2003 was het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Vanaf 1 januari 2024, tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is de oude term ‘watertoets’ overgegaan in ‘weging van het waterbelang’. De Waterschapsverordening – Waterschap Vechtstromen is van kracht sinds 17 april 2025.
Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 56 In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: beschrijving waterrelevant beleid en beschrijving kenmerken van de ruimtelijke kenmerken ter plaatse van het plangebied. De weging van het waterbelang is als instructieregel voor overheden vastgelegd in het Bkl en luidt: “in een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen en daarbij worden de opvattingen van de waterbeheerder betro kken.” Beleidskader EU- en Rijksniveau De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet gaat grotendeels op in de Omgevingswet. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte - en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in di verse plannen beschreven.
Provincie Overijssel Het beleid van de provincie Overijssel is samengevat in het ‘Regionaal waterprogramma’. Water is onderdeel van de fysieke leefomgeving. Hoe hiermee wordt omgegaan heeft gevolgen voor onder meer de natuur, landschap, bodem en landbouw. Het waterbeleid heeft drie uitgangspunten: • Voldoende water, ook in droge periodes • Schoon water dat voldoet aan de Europese normen • Veilig water, met bescherming tegen overstromingen • Een robuust en natuurlijk watersysteem, dat bestand is tegen extreme weersomstandigheden Het Regionaal waterprogramma is het onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Het geeft opvolging aan de doelen die op Europees - en rijksniveau zijn gesteld. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in het RWP stelt. Het RWP is enkel voor de provincie Overijssel zelf bindend. Voor wat betreft het plangebied geldt dat het gebied niet is gelegen in een waterwingebied, grondwater-beschermingsgebied, regionale waterberging dan wel reservering waterberging. Waterschap Vechtstromen Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in | het | Waterbeheerprogramma | 2022-2027.
| Het | staat | de | komende | jaren | voor | grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de | opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder | wordt | de | Watervisie | 2050 | en | het | Waterbeheerprogramma | 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: • | de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; • | de waterkwaliteit die onder druk staat: • | de transitie naar een duurzame ontwikkeling.
De Watervisie is doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het | Waterschap | in | de | periode | 2022-2027 | gaat | werken | aan | haar | opgaves. | In | het beheerprogramma zijn het beleid en de maatregelen opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen | bestuur | van | Vechtstromen. | Het | waterbeheerprogramma | gaat | in | op | alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het 57 Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 58 Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe.
Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog voor al ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: • Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast.
Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. • Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. • Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Weging van het waterbelang in voorliggend plan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de watertoets vervangen door de term 'weging van het waterbelang'. Het begrip houdt in dat de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente is verplicht om de waterbelangen mee te nemen in het omgevingsplan. Dit is een instructieregel van het Rijk die volgt uit artikel 5.37 Besluit kwaliteit leefomgeving. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de opvattingen van de waterbeheerder betrokken worden bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: • grondwater; • oppervlaktewater; • regenwater en; • afvalwater. Toetsing In voorliggend project wordt het veehouderijbedrijf op locatie gestaakt. De bebouwingsmogelijkheden voor het akkerbouwbedrijf blijven behouden, maar door sloop van tenminste 1.128 m² vindt er een afname in bebouwing plaats.
Hierdoor neemt de Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 59 verstening in de groene omgeving af. Door het staken van de veehouderij activiteiten neemt de bedrijfsomvang af. In dit kader wordt in voorliggend plan de tweede bedrijfswoning #24a qua functie gewijzigd naar plattelandswoning. Op 15-10-2025 is een digitale watertoets uitgevoerd waaruit blijkt de normale procedure van toepassing is. Zie hiervoor bijlage 6. In dit kader is het Waterschap De Vechtstromen om advies gevraagd (d.d. 27-11-2025) in relatie tot de normale procedure. Het Waterschap heeft niet gereageerd op dit advies en heeft ook niet gereageerd tijdens de ontwerpprocedure van het ontwerp wijzigin g omgevingsplan . In lijn met de gedachtegang van “stilzwijgend instemmen” wordt derhalve aangenomen dat het Waterschap De Vechtstromen akkoord is met voorliggend plan. Conclusie Gezien het bovenstaande wordt het aspect waterhuishouding in voldoende mate geborgd in onderhavig plan. Ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied worden er geen belemmeringen verwacht voor toekomstige ontwikkelingen. 4.3.4 Verkeer en parkeren Verkeer Het erf wordt ontsloten via de Winterkamperweg. De Winterkamperweg is een erftoegangsweg waarvoor een 60 km/u snelheidsregime van toepassing is.
Om de verkeersgeneratie te berekenen die de beoogde ontwikkeling te weeg brengt zijn als uitgangspunt de kengetallen van de 381e CROW uitgave aangehouden. Het plangebied ligt in het buitengebied van Markelo. De omgeving kent een niet stedelijk stedelijkheidsgraad (<500 adressen per km2) en is en is gelegen in het gebiedstype buitengebied. Voorliggend plan maakt mogelijk dat er niet langer vee mag worden gehouden op de locatie. De functiewijziging in de zin van de voortzetting van het agrarisch bedrijf, behouden bedrijfswoning en omzetting tweede bedrijfswoning naar een plattelandswoning zal niet leiden tot een toename van verkeersgeneratie. Immers zal door het staken van de intensieve veehouderij sprake zijn van een afname van de verkeersgeneratie door een kleinere bedrijfsomvang. Parkeren Voor het bepalen van de benodigde parkeercapaciteit voor een bouwplan, wordt door de gemeente Hof van Twente een parkeertoets uitgevoerd. In het Gemeentelijk Mobiliteitsplan staat aangegeven dat hierbij de parkeerkencijfers worden gehanteerd zoals die door het CROW zijn gepubliceerd waarbij het midden van de bandbreedte wordt aangehouden en de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk’. In voorliggend geval wordt niet gebouwd, of uitgebreid. Het plan maakt mogelijk dat er niet langer vee mag worden gehouden op de locatie .
D aarnaast zal er als gevolg van voorliggend plan bedrijfsbebouwing worden gesloopt. De parkeerbehoefte zal als gevolg Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 60 van voorliggend plan dan ook gelijk blijven ter plaatse van het plangebied. Bestaande aanwezige parkeervoorzieningen, laad- en losmogelijkheden, blijven ongewijzigd. Conclusie Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen voorliggende ontwikkeling. 4.3.5 Kabels en leidingen Er zijn blijkens het geldende omgevingsplan en de risicokaart via Atlas van de leefomgeving in of rond het plangebied geen kabels of leidingen gelegen met een planologische beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Vanwege het aspect kabels en leidingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 61 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Financieel-economische uitvoerbaarheid De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen.
Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken en de kosten voor het opstellen van de onderbouwing. 5.1.1 Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Ow is de gemeente verplicht kosten bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. De gemeente maakt voor dit gebied verhaalbare kosten (conform de kostensoortlijst, bijlagen IV bij art. 8.15 Ob). Dit houdt in dat de een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow) moet afgeven om haar kostenverhaal publiekrechtelijk te waarborgen, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte en/of een anterieure overeenkomst, cofinanciering, subsidies, gemeentelijk krediet, de k osten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn. Deze verhaalbare kosten worden verhaald middels een anterieure overeenkomst (zoals bedoeld in artikel 13.13 Ow). Het is daardoor niet noodzakelijk om kostenverhaalsregels op te stellen. Het verhaal van kosten is daarmee anderszins verzekerd. Met deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot een wijziging van het omgevingsplan-procedure een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en de toegedachte functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan in het verlengde daarvan aangenomen worden dat realisatie economisch uitvoerbaar is.
Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegedachte functies om financiële redenen op langere termijn niet zullen worden gerealiseerd. 5.1.2 Nadeelcompensatie Ingeval voor realisatie van het onderhavige initiatief een schadeveroorzakend besluit nodig is als bedoeld in artikel 15.1, eerste lid de Omgevingswet, kan dit tot voor vergoeding in aanmerking komende schade leiden. De gemeente verhaalt de kosten die zij hiervoor maakt middels de hiervoor genoemde anterieure overeenkomst. Zodoende is voor wat betreft nadeelcompensatie de uitvoerbaarheid van het initiatief geborgd (zoals bedoeld in artikel 13.3C Ow). 5.2 Participatie Algemeen Participatie bij het planvormingstraject geeft in een vroegtijdig stadium meer inzicht in de belangen en wensen van betrokken partijen en meer gelegenheid om deze in dat traject mee te wegen. Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van het participatieproces en de wijze Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 62 waarop er invulling is gegeven aan het toepassen van participatiebeleid van de gemeente Hof van Twente (conform art. 10.2 Omgevingsbesluit). Aangegeven wordt hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
Omgevingsdialoog Gemeente en initiatiefnemers achten het van belang dat de ontwikkeling vroegtijdig aan omwonenden wordt toelicht en met de omgeving wordt besproken. Doel van een omgevingsdialoog is om omwonenden de informeren en in gelegenheid te stellen hun bezwaren hiertegen kenbaar te maken en verbeterpunten op te halen. Voorafgaand aan de formele voorbereidingsprocedure is een omgevingsdialoog gevoerd met de buurtbewoners nabij Winterkamperweg 24a – 26 te Markelo . Zaterdag 1 november heeft initiatiefnemer een feest gehad waar alle buren aanwezig waren. Initiatiefnemers hebben het hier uitgebreid over de verbouwing en het stoppen van de veehouderij gehad en over wat de verdere plannen zijn. De buren reageerde begripv ol, maar vonden het jammer dat de veehouderij stopt. De buurt wensten initiatiefnemer succes met het voltooien van het plan. Omwonenden hebben daarnaast de mogelijkheid om formeel te reageren tijdens de procedure wijziging van het omgevingsplan. Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 63 6 Toetsing evenwichtige toedeling van functies aan locaties Algemeen Conform artikel 4.2 van de Omgevingswet bevat het omgevingsplan in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook beleidskader Rijk en provincie ). Bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met (milieu -) invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Conclusie Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het voorgenomen initiatief vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar en haalbaar is. Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 64 7 Toelichting op de regels 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied, het relevante beleid en de relevante milieu - en omgevingsaspecten.
De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen va n dit TAM-IMRO Omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM -IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Voorliggend plan betreft een wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente dat technisch opgesteld is conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar inhoudelijk uitgewerkt is op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet. 7.2 Opzet regels Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidssch at zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.
Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wro gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook daarna worden afgemaakt met TAM-IMRO. Werkingsgebied De regels in dit TAM -IMRO omgevingsplan zijn van toepassing het plangebied, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML -bestand zoals vastgelegd op Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 65 https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In hoofdstuk 1 van deze motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen.
7.2.1 Preambule In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. 7.2.2 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • Artikel 1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. • Artikel 2 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. • Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft meetvoorschriften aan. • Artikel 4 Aanvraagvereisten: In dit artikel is aangegeven dat de aanvraagvereisten uit artikel 22.5.2 van het omgevingsplan van rechtswege ook van toepassing zijn verklaard op omgevingsvergunningaanvragen vereist op basis van het TAM -IMRO omgevingsplan. • Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod: Dit artikel geeft aan dat gebruik zoals niet omschreven in de regels van dit hoofdstuk, als strijdig wordt aangemerkt.
7.2.3 Functies en activiteiten In Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten is opgenomen welke functie binnen het plangebied toegestaan is. Hierbij is ook aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. 7.2.4 Algemene bepalingen Hoofdstuk 3 Algemene regels bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • Artikel 9 Anti -dubbeltelregel: grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. • Artikel 10 Algemene beoordelingsregels: dit artikel bevat algemene beoordelingsregels ten aanzien van het bouwen. • Artikel 11 Algemene functieregels: in dit artikel worden de algemene functieregels beschreven. Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming de ter plekke toegestane functies. Dit artikel bevat algemeen geld ende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het omgevingsplan toegekende functies.
Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 66 • Artikel 12 Algemene omgevingsplanactiviteiten: dit artikel bevat bepalingen ten aanzien van beperkte omgevingsplanactiviteiten ten opzichte van de in hoofdstuk 2 toegestane functies en bouwmogelijkheden, waarvoor een omgevingsvergunningplicht geldt. • Artikel 13 Overige regels: dit artikel bevat overige regels. 7.2.5 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving is dat er sprake is van een ‘ja, mits’ -principe. Het omgevingsplan geeft voor veel functies aan onder welke voorwaarden ze voorstelbaar/inpasbaar zijn binnen het werkingsgebie d of specifieke deelgebieden binnen het werkingsgebied. Het omgevingsplan vormt het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan welke functies op welke locaties binnen het werkingsgebied voorstelbaar worden geacht (en onder welke voorwaarden).
Toelichting op de regels Functies Artikel 6 Agrarisch met waarden De functie 'Agrarisch met waarden' is voor het grootste gedeelte opgenomen conform de bestaande planregels op basis van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente, tijdelijk onderdelen 'Buitengebied Hof van Twente' en 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023', waarbij de regels m et betrekking tot het houden van vee binnen het agrarische bouwperceel zijn verwijderd. Om extra te borgen dat er geen vee gehouden kan worden, bevat de verbeelding de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – houden van vee uitgesloten’ , die aan de planregels gekoppeld is. Daarnaast is een plattelandswoning toegestaan, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - plattelandswoning". De aanduiding 'overige zone – voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing' is opgenomen, om uitvoering van het erfinrichtingsplan te borgen. De gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - verwevingsgebied’ wordt verwijderd, omdat deze aanduiding niet relevant is in relatie tot onderhavig plan. Artikel 7 Waarde - Archeologische verwachting 2 De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
De planregels sluiten één op één aan bij de planregels , zoals opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente, tijdelijk onderdelen 'Buitengebied Hof van Twente' en 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023'. Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 67 Artikel 8 Leiding - Water De voor ‘Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de leiding, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. De planregels sluiten één op één aan bij de planregels, zoals opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente, tijdelijk onderdelen 'Buitengebied Hof van Twente' en 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023'. Motivering ten behoeve van: TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo 68 8 Bijlagen 1. Impressie bestaande- en toekomstige situatie 2. Landschappelijke inpassing 3. Bodemonderzoeken 4. Stikstofberekeningen Aerius 5. Quickscan flora en fauna 6. Watertoets