02 Enterbroekweg 8-10 Markelo Motivering.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
ontwerp NL.IMRO.1735.BGxEnterbroekweg8-OP10
TAMOMGEVINGSPLAN
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing Geldend omgevingsplan Doelen van de wet TAM-IMRO Omgevingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer
6 6 6 8 10 10 10 11
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Het plan Ontstaansgeschiedenis Markelo Huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
12 12 12 14
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleid en regelgeving Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid
16 16 18 25
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Aspecten fysieke leefomgeving Plan milieueffectrapportage Milieubelastende activiteiten Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Omgevingsveiligheid Water Natuurwaarden Archeologie en erfgoed Trillingen Verkeer / parkeren Gezondheid
29 29 31 33 34 35 37 38 40 42 46 47 48 49
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Toelichting op de regels Inleiding Opzet regels
51 51 51
Hoofdstuk 6
Kostenverhaal
55
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voorkantsamenwerking Participatie Zienswijzen
56 56 56 56
Bijlagen bij de motivering Bijlage 1 Landschappelijk inrichtingsplan Bijlage 2 Onderzoek naar geurhinder en veehouderij Bijlage 3 Akoestisch onderzoek Bijlage 4 Verkennend bodem- en asbestonderzoek
2
57 58 60 80 155
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
Luchtkwaliteitsonderzoek Watertoets Quickscan flora en fauna Nader onderzoek kerkuil AERIUS-rapport
Regels
457
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Algemene bepalingen Begrippen Toepassingsbereik Wijze van meten Aanvraagvereisten Algemeen gebruiksverbod
458 458 468 469 470 471
Hoofdstuk 2 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Functies en activiteiten Agrarisch Sport Wonen Waarde - Archeologische verwaching 1 Waarde - Archeologische verwachting 3
472 472 474 476 478 480
Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene beoordelingsregels Algemene functieregels Algemene aanduidingsregels Algemene omgevingsplanactiviteiten Algemene procedureregels Overige regels
482 482 483 485 486 487 489 490
Hoofdstuk 4 Artikel 18 Artikel 19
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
491 491 492
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Landschappelijk inrichtingsplan
ontwerp
243 272 279 324 329
493 494
3
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
4
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Motivering
ontwerp
5
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Voor de locatie aan de Enterbroekweg 8-10 in Markelo is een plan ontwikkeld. Het plan heeft enerzijds betrekking op het wijzigen van de functie van bebouwing en gronden en anderzijds op de toevoeging van twee reguliere woningen. Zo is het plan om de ligboxenstal op het adres Enterbroekweg 8 te gebruiken ten behoeve van de manege en deze enigszins uit te breiden, de bestaande boerderij te splitsen in twee reguliere woningen en de schöppe (schuur) te gebruiken als reguliere woning. Voor het adres Enterbroekweg 10 is het plan om de functie van de gronden ter hoogte van het manege bedrijf en achter dit bedrijf te wijzigen, zodat het feitelijke gebruik in overeenstemming is wat er planologisch is toegestaan en ook aansluit bij de functie van andere maneges in de gemeente Hof van Twente. Het gebruik van de gronden ten behoeve van het manege bedrijf past immers niet binnen de huidige functie 'Recreatie Verblijfsrecreatie'. De bestaande woningen, groepsaccommodatie en bijbehorende bebouwing/voorzieningen blijven daarbij gehandhaafd. Het voorgenomen plan past niet bij recht binnen het geldende omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. Binnen dit omgevingsplan zijn ook geen mogelijkheden opgenomen om het plan mogelijk te maken.
De gemeente Hof van Twente heeft aangegeven dat het voorgenomen plan onder bepaalde voorwaarden door middel van het doorlopen van een TAM-omgevingsplan procedure mogelijk gemaakt kan worden. Om deze procedure te mogen opstarten is het opstellen van een TAM-omgevingsplan noodzakelijk, waarin wordt aangetoond dat er voldaan wordt aan de voorwaarden van de gemeente en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). In dat kader is voorliggend TAM-omgevingsplan opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing Ligging Het plangebied bevindt zich aan de Enterbroekweg 8-10 in Markelo en ligt ten noorden van het buurtschap 'Elsen' en ten zuiden van de A1. Binnen het plangebied komen de volgende percelen (deels) voor die kadastraal bekend staan als: gemeente Markelo, sectie M, perceelnummer 44; gemeente Markelo, sectie M, perceelnummer 644; gemeente Markelo, sectie M, perceelnummer 665; gemeente Markelo, sectie M, perceelnummer 1317; gemeente Markelo, sectie M, perceelnummer 1318; gemeente Markelo, sectie M, perceelnummer 1329; gemeente Markelo, sectie M, perceelnummer 1330. In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven met een rode cirkel.
6
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Figuur 1.1: ligging plangebied (bron: Google Maps Streetview) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is globaal in figuur 1.2 weergegeven met rode lijnen. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door een bestaande woonfunctie en een agrarisch bedrijf, aan de zuid- en westzijde door bestaande functies en aan de oostzijde door agrarische gronden.
Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: PDOK)
ontwerp
7
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
1.3
Geldend omgevingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het zogenoemde omgevingsplan van rechtswege. Elke gemeente heeft met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) op 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege, welke bestaat uit een tijdelijk en nieuw deel. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit: (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen; rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Het wijzigingen/vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan kan ook thematisch gebeuren. Deze overgangsfase duurt tot eind 2031. Op grond van het omgevingsplan van rechtswege, tijdelijke onderdelen 'Buitengebied Hof van Twente (2015-12-09)' en 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023 (2024-06-04)' gelden in hoofdzaak de volgende functies voor het plangebied: Agrarisch (Enterbroekweg 8). Recreatie - Verblijfsrecreatie (Enterbroekweg 10).
Daarnaast geldt voor beide adressen een dubbelfunctie, te weten: Waarde - Archeologische verwachting 1. Naast deze functies is voor het adres Enterbroekweg 8 voor een deel van de hierbij horende percelen een bouwvlak opgenomen en gelden voor beide adressen ook nog een aantal functieaanduidingen en gebiedsaanduidingen: kampeerboerderij (Enterbroekweg 10); reconstructiewetzone - verwevingsgebied (beide adressen); vrijwaringszone - radar (beide adressen). In figuur 1.3 is een uitsnede opgenomen van de geldende plankaart waarop de voornoemde functies, functie- en gebiedsaanduidingen en het bouwvlak te zien zijn. Het plangebied is globaal aangegeven met rode lijnen.
8
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Figuur 1.3: uitsnede geldende plankaart (bron: Omgevingsloket, regels op de kaart) De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor de uitoefening van een grond gebonden agrarisch bedrijf, waarbij binnen bedrijfsgebouwen die binnen het bouwvlak gebouwd moeten worden, uitsluitend één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren. De voor Recreatie - Verblijfsrecreatie aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor verblijfsrecreatie in de vorm van een kampeerboerderij ter plaatse van de aanduiding 'kampeerboerderij'. De voor Waarde - Archeologische verwachting 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, bedoeld voor de bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Een omgevingsvergunning is noodzakelijk wanneer nieuwe gebouwen worden gebouwd of bestaande gebouwen worden uitgebreid.
Een omgevingsvergunning is niet noodzakelijk als wordt aangetoond dat: op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek er geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn op de betrokken locatie; het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande en legale fundering wordt benut; de, voor het bouwen benodigde, grondbewerkingen niet dieper zijn dan 0,40 meter vanaf maaiveld of het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m². Gelet op de planologische mogelijkheden die hierboven beschreven zijn, past het voorgenomen plan hier niet binnen. Zoals reeds beschreven, zijn er ook geen mogelijkheden opgenomen om het plan mogelijk te maken. De gemeente Hof van Twente heeft aangegeven dat het voorgenomen plan onder bepaalde voorwaarden door middel van het doorlopen van een TAM-omgevingsplan procedure mogelijk gemaakt kan worden. Om deze procedure te mogen opstarten is het opstellen van een
ontwerp
9
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
TAM-omgevingsplan noodzakelijk, waarin wordt aangetoond dat er voldaan wordt aan de voorwaarden van de gemeente en sprake is van een ETFAL. In dat kader is voorliggend TAM-omgevingsplan opgesteld.
1.4
Doelen van de wet Het vaststellen van een omgevingsplan staat volledig in het teken van het bereiken van de maatschappelijke doelen van de Ow. Artikel 1.3 van de Ow geeft aan dat de wet, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, is gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Artikel 2.1, eerste lid, van de Ow schrijft voor dat bestuursorganen, dus ook het gemeentebestuur, de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen.
1.5
TAM-IMRO Omgevingsplan Een TAM-IMRO omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat los staat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Een TAM-IMRO Omgevingsplan maakt gebruik van de techniek voor planvorming zoals dat gebruikt werd onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze techniek betreft de uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening Ruimtelijkeplannen.nl. De TAM-IMRO plannen maken deel uit van het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het is immers een wijziging van het omgevingsplan van rechtswege, alleen wordt die opgesteld, bekendgemaakt en beschikbaar gesteld met de IMRO-techniek. TAM-IMRO plannen hebben weliswaar de technische vorm van de bestemmingsplannen die deel zijn van het tijdelijk deel, maar juridisch gezien vallen ze onder het nieuwe deel. Ze moeten dus ook voldoen aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en van de provincie.
1.6
De bij het plan behorende stukken Het onderhavige TAM-IMRO omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo' bestaat naast deze motivering uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BGxEnterbroekweg8-OP10); Bijlagen bij de motivering; Regels; Bijlage bij de regels.
10
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
1.7
Leeswijzer De toelichting van het omgevingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleids- en wettelijke kader van het rijk, provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten belicht. In hoofdstuk 5 wordt het omgevingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het kostenverhaal en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
ontwerp
11
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Ontstaansgeschiedenis Markelo Markelo ligt in een aantrekkelijk landschap dat wordt gekenmerkt door glooiingen, zoals de Markelose Berg, en vruchtbare gronden in de nabijheid van beekdalen. Deze natuurlijke kenmerken vormden een belangrijke reden waarom al vroeg bewoning plaatsvond in dit gebied. Archeologische vondsten tonen aan dat Markelo een van de oudste dorpen van Twente is, met sporen van bewoning die teruggaan tot de prehistorie. Markelo ontwikkelde zich in de Middeleeuwen als een esdorp. Esdorpen waren typisch voor Twente en kenmerken zich door een compacte kern met omliggende esgronden (akkers), omgeven door uitgestrekte gemeenschappelijke gronden (marken). De markeorganisatie speelde een cruciale rol in het beheer van de gronden en gemeenschappelijke hulpbronnen. Vanaf de 19e eeuw kreeg de landbouw een meer commerciële inslag, en Markelo werd een centrum voor agrarische bedrijvigheid. Met de opkomst van transportmogelijkheden, zoals de aanleg van wegen en later spoorlijnen, werd Markelo beter bereikbaar, wat de economische ontwikkeling stimuleerde. In de loop van de 20e eeuw veranderde de rol van Markelo.
Waar het dorp oorspronkelijk een agrarisch karakter had, heeft het zich steeds meer ontwikkeld tot een plek met gemengde functies: Woonkern: De komst van nieuwe woonwijken heeft de bevolking laten groeien, maar de schaal is relatief kleinschalig gebleven, wat bijdraagt aan de dorpssfeer. Toerisme en recreatie: Het omliggende landschap, met natuurgebieden zoals de Borkeld en de Markelose Berg, heeft Markelo tot een aantrekkelijke plek gemaakt voor recreatie. Lokale economie: Het midden- en kleinbedrijf en een beperkt aantal industriële activiteiten hebben zich ontwikkeld, vaak passend bij de schaal van het dorp.
2.2
Huidige situatie plangebied In de huidige situatie van het plangebied aan de Enterbroekweg 8-10 in Markelo bevinden zich drie woningen, een manege bedrijf en een groepsaccommodatie. Daarnaast is binnen het plangebied diverse bijbehorende bebouwing aanwezig, waaronder bijgebouwen zoals de karakteristieke schuur (schöppe), een overkapping, een ligboxenstal, een paardenstal en een paardenbak. Verder omvat het plangebied ook verhardingen en groenvoorzieningen. Langs de Enterbroekweg en Oomsdijk is een houtsingel aanwezig. De ontsluiting van het plangebied wordt gerealiseerd via een T-splitsing die de Oomsdijk verbindt met de Enterbroekweg. Vanaf de Enterbroekweg is de provinciale weg N752 bereikbaar. Daarnaast bevindt de A1 zich op korte afstand, wat de bereikbaarheid van het plangebied versterkt. In figuur 2.1 is een vogelperspectief opgenomen van het plangebied vanuit het zuiden. In figuur 2.2 en 2.3 zijn twee straatbeelden opgenomen van het plangebied, vanaf de Enterbroekweg en Oomsdijk.
12
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Figuur 2.1: vogelperspectief van het plangebied, vanuit het zuiden (bron: Cyclomedia)
Figuur 2.2: straatbeeld van het plangebied vanaf de Enterbroekweg (bron: Cyclomedia)
ontwerp
13
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Figuur 2.3: straatbeeld van het plangebied vanaf de Oomsdijk (bron: Cyclomedia)
2.3
Toekomstige situatie plangebied Het voorgenomen plan omvat wijzigingen voor de twee adressen binnen het plangebied, Enterbroekweg 8 en 10. De beoogde ontwikkelingen voor elk adres worden in de onderstaande alinea's beschreven en het geheel wordt in figuur 2.4 weergegeven door middel van een landschappelijk inrichtingsplan. Daarnaast vindt middels dit plan de juridische borging van de benodigde landschapsmaatregelen plaats voor een goede landschappelijke inpassing en tevens het vastleggen van de toekomstige situatie van de twee adressen. Het landschappelijk inrichtingsplan is als Bijlage 1 opgenomen bij de motivering van voorliggend TAM-omgevingsplan.
Figuur 2.4: landschappelijk inrichtingsplan (bron: Green & More) Enterbroek weg 8
14
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Aan de Enterbroekweg 8 bestaat het plan uit de bestaande ligboxenstal die voor het manege bedrijf aan de Enterbroekweg gebruikt zal worden. Om meer recht te doen aan de beoogde functie, wordt de ligboxenstal uitgebreid met een binnenrijbak en een aantal pensionstallen. Rondom de ligboxenstal is het de bedoeling om de gronden te gaan gebruiken voor beplanting en voor het weiden van paarden. De uitbreiding heeft een oppervlak van circa 310 m². Tevens bestaat het plan aan de Enterbroekweg 8 uit het splitsen van de bestaande woning en het omzetten van de karakteristieke schöppe (schuur) naar een reguliere woning. Bij het splitsen van de bestaande woning wordt het karakteristieke deel behouden en de buitenmuren zullen intact blijven. Het bestaande bijgebouw die voor de schöppe staat moet worden gesloopt. Verder wordt voor elke woning een eigen inrit gerealiseerd met parkeerplaatsen en wordt er een bijgebouw gesloopt om ruimte te maken voor de inrit van de oostelijke woning. In totaal bedraagt het te slopen oppervlak aan bijgebouwen circa 200 m². Zowel de woningen als ligboxenstal worden landschappelijk ingepast. Er komt een nieuwe bomen structuur met inheemse beplanting ten zuiden van de ligboxenstal, zoals kruiden, heesters en bomen. Deze zorgen naast een beschutting voor de paarden, voor het versterken van de biodiversiteit.
Ook rondom de overige bebouwing komen diverse groenelementen met inheemse beplanting. Enterbroek weg 10 Zoals reeds beschreven is er een manege bedrijf aanwezig aan de Enterbroekweg 10 en een groepsaccommodatie. Binnen de huidige functie 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' is een manege niet toegestaan, waardoor dit strijdig is met het geldende omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. De functie wordt veranderd naar de functie 'Sport', net als bij andere manege bedrijven in de gemeente. De groepsaccommodatie blijft behouden. Daarnaast is het de bedoeling dat de agrarische gronden ten oosten van het manege bedrijf gebruikt worden voor hooiwinning en weidegang voor de paarden en pony's. Het gebruik van de gronden voor hooiwinning en weidegang is vergunningsvrij. Tevens worden er houtwallen beoogd en diverse groenelementen. Ook dit is vergunningsvrij. Ze zijn wel opgenomen in het landschappelijk inrichtingsplan.
ontwerp
15
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Hoofdstuk 3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets Middels dit TAM-omgevingsplan wordt enerzijds een steentje bijgedragen aan de verwezenlijking van de nationale doelstelling om meer woningen te realiseren voor de inwoners van Nederland. Anderzijds voorziet dit plan in de juiste juridische en planologische vastlegging van een reeds bestaand gebruik binnen het plangebied, waarmee een strijdigheid met het geldende omgevingsplan van de gemeente wordt beëindigd.
Daarnaast worden enkele kleinschalige wijzigingen beoogd ten aanzien van de bestaande bebouwing, waarbij deze wijzigingen gepaart gaan met een goede landschappelijke inpassing. Door het treffen van landschapsmaatregelen wordt het aanwezige landschap en de natuur versterkt, hetgeen bijdraagt aan het behoud en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Dit plan sluit derhalve aan bij de prioriteiten uit de NOVI, waaronder 'Sterke en gezonde steden en regio's' en 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied'. Daarmee wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de NOVI.
16
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. In artikel 5.129g Bkl staat dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorzieninig of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. De Ladder toets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Het gaat dus om een stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft.
Voor de Ladder is van belang in hoeverre het plan: in vergelijking met het vorige plan, voorziet in een functiewijziging; en welk planologisch beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan. Daarbij gaat het enerzijds over bestaande bebouwing en ook over de bebouwing die op grond van het geldende omgevingsplan nog gebouwd kan worden, inclusief verleende omgevingsvergunningen voor een omgevingsplan activiteit waarbij is afgeweken van het omgevingsplan. Ook als de Ladder niet van toepassing is. Dan moet wel de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden gemotiveerd. Toets Middels voorliggend TAM-omgevingsplan worden onder andere twee extra woningen toegevoegd. Daarnaast vinden er onder andere wijzigingen plaats op het erf ten aanzien van de huidige bebouwing, zoals het uitbreiden van de bestaande ligboxenstal en het slopen van twee bijgebouwen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt een plan aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, indien meer dan 11 woningen mogelijk worden gemaakt. Tevens wordt een plan aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, indien een bedrijfsgebouw wordt uitgebreid met een oppervlakte van meer dan 400 m². Gelet op het vorenstaande in relatie tot voorliggend plan wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Dit komt doordat er minder dan 11 woningen en minder dan 400 m² aan bedrijfsbebouwing gerealiseerd worden. Gesteld wordt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing is. Als de Ladder niet van toepassing is, dan moet altijd nog wel gemotiveerd worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de voorliggende motivering wordt daarin voorzien. De toetsing aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten vindt plaats in Hoofdstuk 4.
3.1.3
Conclusie Rijksbeleid De in voorliggend TAM-omgevingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling is volledig in overeenstemming met het Rijksbeleid.
ontwerp
17
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in de Ow . In de omgevingsvisie bekijken we onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Ons beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaal-economische ontwikkeling van Overijssel. Ontwikkeling die nodig is om Overijssel toekomstbestendig te houden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening richt zich - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Daarmee geeft de provincie invulling aan de opdracht van artikel 2.6 van de Ow om één omgevingsverordening vast te stellen met daarin alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving in Overijssel.
3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden,
18
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn normstellend en betreffen randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities.
Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype verstaan, die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
ontwerp
19
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De generieke beleidskeuzes zijn bepalend voor de vraag of een initiatief mogelijk is. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Artikel 4.5 zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toets Het plangebied ligt in de Groene Omgeving, maar is al reeds bebouwd. Er vindt geen uitbreiding plaats. Middels voorliggend plan wordt slechts de ruimte binnen het plangebied benut. Aan artikel 4.5 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' uit de Omgevingsverordening provincie Overijssel wordt derhalve voldaan.
Artikel 4.6 toekomstbestendigheid In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders
20
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toets Middels de juridische planologische juiste vastlegging van het huidige gebruik aan de Enterbroekweg 10 wordt een strijdigheid met het geldende omgevingsplan van de gemeente beëindigd, waardoor ook derden bij een eventuele opvolging de bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Tevens wordt de leefbaarheid binnen het plangebied versterkt door extra woningen toe te voegen. De woningen zullen permanent bewoond worden en zijn ook geschikt voor derden, als besloten wordt om de woningen over te dragen. Gelet hierop wordt aan artikel 4.6 'toekomstbestendigheid' derhalve voldaan. Artikel 4.8 ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Artikel 4.9 onderbouwing ruimtelijke kwaliteit Lid 1 Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: a.
het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; b. wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c. inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagen benadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (Bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toets In voorliggend TAM-omgevingsplan wordt rekening gehouden met de toetsing van het plan aan het uitvoeringsmodel (OF-, Waar- en HOE-benadering). Daarbij wordt aan de hand van het geldende ontwikkelingsperspectief gemotiveerd dat het plan passend is. En wordt er getoetst aan de geldende gebiedskenmerken. Aan artikel 4.8 'ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit' en 4.9 'onderbouwing ruimtelijke kwaliteit' wordt derhalve voldaan. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang, oftewel Groene Omgeving. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
ontwerp
21
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: Provincie Overijssel) Zoals uit figuur 3.2 blijkt is er sprake van een overlapping tussen twee ontwikkelingsperspectieven, te weten: Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap en Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. In de onderstaande alinea's wordt aan beide ontwikkelingsperspectieven getoetst. Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap Het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Initiatieven binnen dit ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Toets Het voorgenomen plan doet geen afbreuk aan de ambities binnen dit ontwikkelingsperspectief. Binnen het plangebied wordt de landbouw niet beperkt als gevolg van de ontwikkeling. Het feitelijke gebruik is al sport gerelateerd, en middels voorliggend plan wordt dit gebruik juridisch planologisch vastgelegd, waarnaast ook woningen worden toegevoegd.
Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van vernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Toets
22
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Het voorgenomen plan doet geen afbreuk aan de ambities binnen dit ontwikkelingsperspectief. Binnen het plangebied zijn de functies 'Wonen', 'Sport' en Recreatie' aanwezig, die passend zijn binnen dit ontwikkelingsperspectief. Ze belemmeren elkaar niet. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. Natuurlijke laag. 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. 3. Stedelijke laag. 4. Laag van de beleving. Gelet op de ligging van het plangebied in het landelijk gebied, zijn er voor de stedelijke laag en laag van de beleving geen kenmerken zichtbaar. Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het plangebied het kenmerk 'Beekdalen en natte laagten' (zie figuur 3.3.).
Figuur 3.3.: Fragment natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Toets Geacht wordt dat de kenmerken van de natuurlijke laag binnen het plangebied niet meer zichtbaar zijn, omdat het gaat om een reeds bebouwd gebied. Onderhavig plan
ontwerp
23
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
heeft derhalve geen effect meer op de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent aan het plangebied het kenmerk 'Essenlandschap' toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
Figuur 3.4: Fragment Laag van het agrarische cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, - voormalige - heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. De samenhang hiertussen krijgt opnieuw vorm en inhoud door accentuering van de verschillende onderdelen en overgangen. De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. Dit betekent dat de es en de flanken slecht geschikt zijn voor het plaatsen van windturbines.
Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk Toets Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld en als Bijlage 1 opgenomen bij deze motivering. In dit plan is rekening gehouden met de geldende gebiedskenmerken, waaronder die voor de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de in dit TAM-omgevingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
24
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030 Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeelden 10 en 14 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld. Streefbeeld 10: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat.
In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinder veroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap. Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. Streefbeeld 14: Kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners,maar toch betaalbaar gebleven De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap.
Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Toets De voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, omdat het plangebied landschappelijk wordt ingepast. Deze inpassing wordt door middel van een voorwaardelijke verplichting juridisch geborgd in de regels van dit TAM-omgevingsplan. Verder wordt in het volgende hoofdstuk aangetoond dat sprake is van een zorgvuldige afweging voor wat betreft de toevoeging van de extra woningen en bebouwing en dat dit in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
ontwerp
25
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Gelet op het vorenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat voorliggend plan past binnen de streefbeelden, zoals geformuleerd in de strategische visie 'Hof van Twente, zicht op 2030' van de gemeente Hof van Twente. 3.3.2
Structuurvisie Landelijk Gebied In 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.
De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur. Om de karakteristiek van het landelijk gebied te behouden geldt als uitgangspunt dat zo min mogelijk niet functioneel aan het buitengebied gebonden bebouwing wordt toegevoegd. Dit kan ten koste gaan van de aanwezige landschapswaarden.
Er wordt daarom geen mede- werking verleend aan het toevoegen van nieuwe woningen door het realiseren van geheel nieuwe solitair gelegen woonerven. Dit hangt ook samen met het beschermen van agrarische bedrijvigheid tegen beperkingen die uit de nabijheid van woningen voortkomen. De nieuwe woning kan elders in het buitengebied worden gerealiseerd, indien de nieuwe woning deel uit maakt van een bestaand bebouwingscluster, zoals een buurtschap. Het omvormen van voormalige agrarische erven, naar woonerven wordt ondersteund, mits er tevens een aantoonbare verbetering van ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit komt hoofdzakelijk tot uitdrukking in de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, de realisatie van nieuwe landschapselementen rond het erf en het behoud van cultuurhistorische bebouwing. Een steeds groter deel van de inwoners van het buitengebied bestaat uit ouderen. Om hen in staat te stellen zelfstandig te wonen zijn aanpassingen nodig; het aanbod van mantelzorg en welzijnsdiensten dat aan huis geleverd kan worden kan verbeterd worden. Inwoning (bewoning van een woning door twee huishoudens) wordt gefaciliteerd. Toets
26
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen een reeds bebouwd gebied en in principe binnen de bestaande bebouwing. Er wordt dus geen beslag gelegd op extra ruimte in het buitengebied. Zoals reeds beschreven is er een landschappelijk inrichtingsplan voor deze ontwikkelingen opgesteld en als Bijlage 1 opgenomen bij de motivering van voorliggend TAM-omgevingsplan. Door het landschappelijk inpassen van de ontwikkelingen binnen het plangebied zal de ruimtelijke kwaliteit versterkt worden. Met het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit TAM-omgevingsplan wordt de landschappelijke inpassing juridisch geborgd. Verder wordt in het volgende hoofdstuk aangetoond dat sprake is van een zorgvuldige afweging voor wat betreft een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend plan niet in strijd is met de 'Structuurvisie Landelijk Gebied' van de gemeente Hof van Twente. 3.3.3
KGO beleid 2023
3.3.3.1
Hergebruik Vrijkomende Agrarische Bebouwing VAB) Het hoofddoel van het Vab-beleid is sociaal- economisch van aard, met andere woorden: het leveren van een bijdrage aan de versterking van de vitaliteit van het platteland; het behouden van de sociale structuren; het realiseren van nieuwe economische dragers in het landelijk gebied; het benutten van de resterende economische waarde van Vab voor andere bedrijvigheid; Het versterken van de biodiversiteit van het landelijk gebied. Tevens voorkomt hergebruik kapitaalsvernietiging en worden startende bedrijven gestimuleerd. Het buitengebied wordt daardoor een streekgebonden werkgebied in plaats van woongebied voor niet streekgebonden forensen. De terugloop in de landbouw maakt het voor de leefbaarheid en de economische vitaliteit van het landelijk gebied noodzakelijk dat zich in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen hierna te noemen Vab’s andere functies kunnen vestigen. Een bijkomende doelstelling is het verbeteren van de omgevingskwaliteit en biodiversiteit eventueel in combinatie met de regeling Rood voor Rood. Immers een blijvende landelijke uitstraling van de gebouwen en omgeving is gewenst. Nieuwe functies kunnen worden toegelaten afhankelijk van de situering in het landschap, aanwezige natuur- en landschapswaarden en bijvoorbeeld de ligging ten opzichte van een woonkern.
Toets De in dit TAM-omgevingsplan besloten ontwikkeling wordt grotendeels op basis van 'Hergebruik Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB)' mogelijk gemaakt dat onderdeel is van het gemeentelijke KGO-beleid. De gebouwen zijn minstens 3 jaar oud en in agrarisch gebruik geweest. Het geven van een andere functie aan de ligboxenstal ten behoeve van het manege bedrijf is een voorbeeld van een VAB-functie. Ook het splitsen van de bedrijfswoning naar twee reguliere woningen is passend binnen dit beleid. De splitsing heeft geen extra ruimtebeslag in de Groene Omgeving tot gevolg. Daarbij worden sloopmeters ingebracht ter compensatie wat ook tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit zal leiden elders in het buitengebied. Verder past het omzetten van de schöppe (schuur) naar een reguliere woning binnen het VAB-beleid. Normaal gesproken is daarbij sloopcompensatie benodigd, zoals bij het splitsen van de bedrijfswoning naar twee reguliere woningen. Echter heeft de erfgoedcommissie de schöppe bestempeld als karakteristiek, waardoor geen sloopcompensatie benodigd is. Wel moet de schuur gesloopt worden die naast de
ontwerp
27
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
schöppe staat en de ontbrekende dwarsrit in het gebouw moet worden teruggebracht. Tot slot wordt opgemerkt dat het geheel landschappelijk wordt ingepast binnen het plangebied, waar een landschappelijk inrichtingsplan voor is opgesteld. De landschappelijke inpassing en benodigde maatregelen worden door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels bij dit TAM-omgevingsplan juridisch geborgd. Daarnaast wordt in het volgende hoofdstuk een ruimtelijke afweging gemaakt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend plan niet in strijd is met het 'KGO-beleid 2023' van de gemeente Hof van Twente.
28
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
Hoofdstuk 4
Aspecten fysieke leefomgeving
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manier bij de voorgenomen activiteiten rekening is gehouden met diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een aantal aspecten zijn nadere onderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze ruimtelijke motivering toegevoegd.
4.1
Plan milieueffectrapportage Met de Ow verandert de grondslag van de milieueffectrapportage (mer). Afdeling 16.4 van de Ow bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De regels voor de milieueffectrapportage (mer) staan in afdeling 16.4 van de Ow. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. Het gaat hier om de implementatie van 2 richtlijnen: de EU-richtlijn mer (mer-richtlijn): richtlijn over de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en private projecten de EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling (smb-richtlijn): richtlijn over de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's De regels schrijven voor bepaalde plannen, programma's en projecten een zogenoemde milieubeoordeling voor. Deze mer-procedure gaat vooraf aan het nemen van een besluit over het vaststellen van het plan of het toestaan van een project. In een aantal situaties is het mogelijk om een plan-mer-beoordeling te doen in plaats van een milieueffectrapportage. Voor een plan-mer-plicht gelden de volgende eisen: De eerste eis is dat het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma (artikel 16.34, eerste lid Omgevingswet).
In de Omgevingswet is opgenomen dat een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing aan die vereisten voldoen. De tweede eis is dat het plan of programma een kader vormt voor besluiten voor mer-(beoordelings)plichtige projecten (artikel 16.36 Omgevingswet) of dat er een passende beoordeling voor een plan of programma nodig is. In kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn de mer-(beoordelings)plichtige projecten opgenomen. De inhoud van een plan bepaalt mede de eventuele mer-plicht. In een aantal gevallen is het echter mogelijk om eerst een plan-mer- beoordeling te doen. Uit een plan-mer-beoordeling blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-mer-beoordeling kan in de volgende twee situaties aan de orde zijn: 1. Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het gaat om projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan. Het plan is niet direct plan-mer-plichtig, maar er moet wel een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd. De mer-(beoordelings)plichtige projecten zijn opgenomen in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 2. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V Omgevingsbesluit.
Daarnaast komen de projecten waarvoor het omgevingsplan het kader vormt niet boven de drempel van kolom 2 uit bijlage V Omgevingsbesluit. Er kan dan volstaan worden met een plan-mer-beoordeling als: a. het plan een kleine wijziging van een plan of programma is; b. het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is.
ontwerp
29
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente 22e Enterbroekweg 8-10 Markelo
In een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36, lid 3 en 4 Omgevingswet) toetst het bevoegd gezag of er bij het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee mogelijke resultaten: Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. Toets De eerste vraag die beantwoord moet worden is of het project voldoet aan de omschrijving die is opgenomen in kolom 1 van bijlage V van het Ob. Een dergelijk project wordt niet expliciet benoemd in kolom 1 van bijlage V van het Ob, de meest logische aansluiting kan worden gevonden onder nummer J11, een 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen'. Het begrip 'Stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd, wel zijn er een aantal voorbeelden van bouwprojecten die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. Dit betreft o.a. woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.
Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Wanneer sprake is van een zogenaamde 'kleine wijziging' of voor situaties waarbij het voorgenomen plan of programma betrekking heeft op 'kleine gebieden op lokaal niveau', dan is het toegestaan om eerst een plan-mer-beoordeling uit te voeren. Als uit deze plan-mer-beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben, bestaat er geen verplichting een plan-MER te maken( art. 16.36, lid 3, Ow). Als niet gekozen wordt voor de plan-mer-beoordeling, geldt een plan-mer-plicht. Wanneer de ontwikkeling van zodanig kleinschalige aard is kan het zo zijn dat geen sprake is van een project in de zin van m.e.r. onder het Ob. Dit kan in sommige gevallen gemotiveerd worden op basis van jurisprudentie. In de uitspraak van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879) heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.
Het voorliggende plan maakt de realisatie van twee extra woningen en de uitbreiding van een bestaande ligboxenstal binnen het plangebied mogelijk. Daarbij zullen enkele bijgebouwen worden gesloopt. Daarnaast vindt er een functiewijziging plaats. Aangezien het plan betrekking heeft op een reeds bebouwd gebied, de woningen binnen de bestaande bebouwing worden gerealiseerd, een aantal bijgebouwen wordt gesloopt, en het geheel landschappelijk wordt ingepast, wordt aangenomen dat er geen sprake is van een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject. Dit mede vanwege het feit dat de ruimtelijke impact van het bouwen van twee nieuwe woningen op (hobbymatige) agrarische gronden, waarop nog nooit is gebouwd, groter is in vergelijking met de impact van het voorliggende plan. Daarbij heeft de Raad van State een dergelijk plan niet als stedelijk ontwikkelingsproject aangemerkt. Conclusie