CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Woningbouwlocatie Oud-Cromstrijensedijk OZ Klaaswaal (plan Blom) ontwerp

Oordeelsvormende vergadering 6 september 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan woningbouwlocatie Oud-Cromstrijensedijk OZ Klaaswaal28.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

WONINGBOUWLOCATIE OUD‐CROMSTRIJENSEDIJK OZ KLAASWAAL (PLAN BLOM) Gemeente Hoeksche Waard bestemmingsplan 23 februari 2022

1/2

2/2

DATUM KENMERK

23 februari 2022 NL.IMRO.1963.BPOCSDKLW21‐ON01

PROJECT PROJECTLEIDER

Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde Klaaswaal W. Groenen

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Hoeksche Waard 20201761

AUTEUR STATUS

R. van Oosterhout Ontwerp

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Ligging plangebied

9

1.3

Geldend bestemmingsplan

10

1.4

Leeswijzer

11

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

13

2.1

Bestaande situatie

13

2.2

Toekomstige situatie

14

Hoofdstuk 3

Planologische toets

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

26

3.3

Gemeentelijk beleid

32

3.4

Conclusie

36

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

37

4.1

Verkeer en parkeren

37

4.2

Geluid (wegverkeerslawaai)

43

4.3

Water

45

4.4

Ecologie

50

4.5

Luchtkwaliteit

54

4.6

Bedrijven en milieuhinder

55

4.7

Externe veiligheid

62

4.8

Kabels en leidingen

65

4.9

Bodemkwaliteit

66

4.10

Cultuurhistorie en archeologie

68

4.11

Duurzaamheid

69

4.12

Vormvrije m.e.r.‐ beoordeling

71

3/139

Hoofdstuk 5

Juridische regeling

73

5.1

Algemeen

73

5.2

Inleidende regels

73

5.3

Bestemmingsregels

73

5.4

Algemene regels

74

5.5

Overgangs‐ en slotregels

75

Uitvoerbaarheid

77

6.1

Economische uitvoerbaarheid

77

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

77

Hoofdstuk 6

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Omgevingskwaliteitsvisie Blom Klaaswaal

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek omgevingslawaai

Bijlage 4

Onderzoek veldverlichting van voetbalvereniging

Bijlage 5

Aerius memo

Bijlage 6

Stikstofberekening gebruiksfase

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

Bijlage 8

Onderzoek magneetveldzone

Bijlage 9

Verkennend bodemonderzoek Oud‐Cromstrijensedijk OZ 44 te Klaaswaal

Bijlage 10

Asbestinventarisatie

Bijlage 11

Archeologisch onderzoek

Bijlage 12

Communicatie‐ en participatie plan

Bijlage 13

Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

Bijlage 14

Ontwerpbesluit hogere waarde

4/139

Regels Hoofdstuk 1

109 Inleidende regels

111

Artikel 1

Begrippen

111

Artikel 2

Wijze van meten

114

Bestemmingsregels

115

Artikel 3

Groen

115

Artikel 4

Verkeer

116

Artikel 5

Water

117

Artikel 6

Wonen

118

Artikel 7

Leiding ‐ Hoogspanningsverbinding

121

Artikel 8

Waarde – Archeologische verwachting middelhoog

123

Artikel 9

Waterstaat ‐ Waterkering

125

Hoofdstuk 3

Algemene regels

127

Artikel 10

Antidubbeltelregel

127

Artikel 11

Algemene bouwregels

128

Artikel 12

Algemene aanduidingsregels

129

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

130

Artikel 14

Algemene wijzigingsregels

131

Artikel 15

Overige regels

132

Overgangs‐ en slotregels

133

Artikel 16

Overgangsrecht

133

Artikel 17

Slotregel

134

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

bijlage bij regels Bijlage 1

Omgevingskwaliteitsvisie Blom Klaaswaal

Bijlage 2

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen

5/139

6/139

TOELICHTING

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Om in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte van Klaaswaal te kunnen voorzien, hebben Novaform Vastgoedontwikkelaars West (hierna: Novaform) en haar partner Bouw‐ & aannemingsbedrijf Gebrs. Hooghwerff B.V. (hierna: Hooghwerff) het voornemen een woonbuurt te realiseren in Klaaswaal. Met de plannen wordt ingespeeld op de vraag naar nieuwe woningen in het dorp. Ten noorden van de Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde te Klaaswaal zijn gronden gelegen die voor ontwikkeling in aanmerking komen. Er wordt, in overleg met o.a. een lokale werkgroep, gewerkt aan een verkaveling en stedenbouwkundig ontwerp, uitgaande van 120 woningen. Omdat woningbouw niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan, is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied van dit bestemminsplan is gelegen ten noorden van de Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde te Klaaswaal (gemeente Hoeksche Waard, provincie Zuid‐Holland). Het plangebied wordt globaal begrensd door de Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde aan de zuidzijde met daaraan lintbebouwing van woningen en bedrijven, hoofdzakelijk op dijkniveau. Langs de westrand van het plangebied staan onderaan de dijk eveneens woningen met tuinen (en beroep aan huis). De bestaande woonhuizen behoren niet tot het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. In noordelijke richting gaat dit langs de westrand over in volkstuinen en het terrein van de voetbalvereniging in de noordwestelijke hoek. De noordelijke rand grenst hoofdzakelijk aan achtertuinen van woningen. De oostelijke rand grenst aan een agrarisch perceel (akkerbouw). De exacte ligging en begrenzing is weergegeven op figuur 1.1.

9/139

Figuur 1.1 Ligging plangebied.

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het vigerende planologische regime bestaat ter plaatse van het plangebied uit twee bestemmingsplannen. Voor het westelijke deel is dat het bestemmingsplan ‘Dorp Klaaswaal 2013’ dat op 2 juli 2013 is vastgesteld. Voor het oostelijke deel is dat het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2013’ dat op 2 juli 2013 is vastgesteld. De verbeelding van deze twee bestemmingsplannen tezamen, wordt weergegeven in figuur 1.2, hierin is het plangebied aangegeven met rood. De gronden binnen het plangebied hebben de bestemming ‘Agrarisch’. Deze gronden mogen gebruikt worden voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met de daarbij behorende voorzieningen. Onderaan de Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde, naast de woning op nummer 44b, is een klein bouwvlak opgenomen binnen de bestemming ‘Agrarisch’. Ter plaatse van dit bouwvlak mogen gebouwen worden gerealiseerd tot een goothoogte van 4 meter. Ter plaatse van de gronden zonder bouwvlak, zijn afhankelijk van het geldende bestemmingsplan, uitsluitend mogelijkheden voor het realiseren van kleine gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.

10/139

Verder geldt voor een groot deel van het plangebied de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – straalpad’. Hieruit volgt een beperking van de bouwhoogte van bouwwerken tot 20 meter. Ter plaatse van de Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde geldt ten slotte de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’.

Figuur 1.2 Uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het te realiseren plan. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de sectorale aspecten, zoals milieu, verkeer, ecologie, water en archeologie. Daaropvolgend komt in hoofdstuk 5 de juridische regeling aan bod. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het plan toegelicht.

11/139

12/139

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het plangebied Het hoofdgebruik van het plangebied is in de huidige situatie agrarisch (akkerbouw en fruitteelt). Het plangebied wordt doorsneden door een watergang in de noord‐zuid richting, lopend parallel langs de westkant van het perceel Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde 44c. Ook langs de zuid‐, west‐ en noordranden zijn watergangen aanwezig. In de zuidwestelijke hoek van het plangebied staat een hoogspanningsmast. De hoogspanningsverbinding gaat schuin over een gedeelte van het plangebied heen richting het transformatorstation aan de rand van het dorp en ten westen van het plangebied. Het plangebied (kadastraal bekend als Klaaswaal C 801, 834, 835 en 836) wordt vanuit vogelvlucht weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Plangebied met omgeving vanuit vogelvlucht (bron: Omgevingskwaliteitsvisie Blom Klaaswaal) De omgeving Het plangebied wordt aan de zuidzijde omsloten door de Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde met daaraan lintbebouwing van woningen en bedrijven, hoofdzakelijk op dijkniveau. Langs de westrand van het plangebied staan onderaan de dijk eveneens woningen met tuinen (en beroep aan huis). In noordelijke richting gaat dit langs de westrand over in volkstuinen en het terrein van de voetbalvereniging in de noordwestelijke hoek. De noordelijke rand grenst hoofdzakelijk aan achtertuinen van vrijstaande woningen en twee‐onder‐één‐kapwoningen in een woonwijk uit de jaren '90. De oostelijke rand grenst aan een agrarisch perceel (akkerbouw).

13/139

2.2

Toekomstige situatie

Voor de ontwikkeling van de woonbuurt “BPlocatieBlomKLW21” is een omgevingskwaliteitsvisie opgesteld, boek is opgenomen in bijlage 1. In de visie wordt ingegaan op het ontwerp en hoe dit tot stand is gekomen. In dit hoofdstuk worden de voor dit bestemmingsplan relevante punten uitgelicht.

2.2.1 Stedenbouwkundig plan Dit bestemmingsplan maakt een woongebied van 120 woningen mogelijk. In deze woonbuurt is ruimte voor groen en water en de benodigde infrastructuur. De ontwikkeling is uitgewerkt in een kaderkaart zoals weergegeven op figuur 2.2, deze figuur is tevens in hogere kwaliteit opgenomen in Bijlage 1 Omgevingskwaliteitsvisie Blom Klaaswaal op pagina's 28 en 29. Basisgedachte De basisgedachte van het plan is dat de bewoners hier goed kunnen wonen. Een landelijke sfeer van wonen in een klein dorp. De woningdichtheid ligt rond de dertig woningen per hectare en er is veel ruimte voor groen en water. Het ontwerp heeft een autoluwe opzet met een groen/blauw raamwerk in het hart. Het wonen in een landelijke setting betekent ook dat er veel ruimte is voor water en groen. Centraal in het plan komt een brede watergang in het verlengde van de Burgemeester Korstanjestraat. Deze nieuwe watergang is niet recht als een kanaal maar kent een natuurlijkere inrichting zoals de authentieke kreken in de Hoeksche Waard. Een aantal knotwilgen horen hier ook bij. Deze watergang is de ruggengraat van het plan. De openbare ruimte richt zich daarom naar deze watergang en staat er haaks op zodat er overal in het plan zicht is op de watergang. Centraal in het plan is er ook ruimte voor recreatief groen.

Er is ruimte voor natuurlijk spelen voor verschillende leeftijden in de groenstroken haaks op de watergang. Hier is ook ruimte om informeel te voetballen op het gras en er is ruimte voor beplanting. Dat de dorpsuitbreiding gepositioneerd wordt op de huidige boomgaard moet terug te lezen zijn in de wijk en mag niet worden vergeten. In de openbare ruimte moeten elementen van de boomgaard meegenomen en gebruikt worden in het ontwerp. Dat kan bijvoorbeeld zijn door een aantal bomen te behouden en of door het thema van fruitbomen te gebruiken in de keuze voor de bomen. Met de verkaveling wordt rekening gehouden met een goede oriëntatie op de zon, voor zowel de woning als de buitenruimte is dat belangrijk. In het geval van grondgebonden woningen met een tuin op het noorden zou dat bijvoorbeeld kunnen resulteren in een tweede buitenruimte op het zuiden.

14/139

Figuur 2.2 Kaderkaart 'Blom Klaaswaal' (bron: Omgevingskwaliteitsvisie Blom Klaaswaal). 2.2.2

Woningbouwprogramma

Het beoogde woningbouwprogramma bestaat uit 120 woningen in diverse categorieën, met zowel grondgebonden woningen als appartementen met een beperkte bouwhoogte. Er is nog geen exacte verkaveling of programma beschikbaar, wel is vastgelegd dat de verdeling in prijscategorie 40% duur, 40% middelduur en 20% van de woningen betaalbaar dienen te zijn. Dit woningbouwprogramma dient ook als basis voor de toetsing van het beleid en de diverse omgevingsaspecten. 2.2.3

Omgevingskwaliteitsvisie

Er is een omgevingskwaliteitsvisie gemaakt voor de beoogde ontwikkeling. Deze is opgenomen in Bijlage 1.

15/139

16/139

Hoofdstuk 3

Planologische toets

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land:  dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;  met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;  waar het goed wonen en werken is.

Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;  met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;  waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten;  dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;  waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;  dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem‐verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

17/139

Voor dit project relevante nationale belangen zijn:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.  Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn:  Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit.  Ruimte voor overgang naar een circulaire economie.  Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden.  Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets‐ en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd.

Toetsing Een woningbouwontwikkeling van 120 woningen binnen bestaand stedelijk gebied is in Klaaswaal niet mogelijk. Het plangebied grenst wel aan het bestaande dorp en ligt gunstig ten opzichte van de ontsluiting van het dorp. Door deze woningbouwontwikkeling is het behoud en verbeteren van het voorzieningenniveau kansrijker. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De omgevingsvisie is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit besluit omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings‐ en inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het gaat om kaders voor bijvoorbeeld rijksvaarwegen, het kustfundament, project Mainportontwikkeling Rotterdam en grote rivieren. Toetsing Niet de gehele woningbouwopgave kan worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Het voorliggende plan maakt woningbouw mogelijk aansluitend aan het dorp Klaaswaal en aan de ontsluitingsweg. Hierdoor is de bereikbaarheid goed. De gebiedsontwikkeling is daarmee in lijn met de NOVI.

18/139

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten beschrijven waarom er behoefte is aan de ontwikkeling en als die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, motiveren waarom er niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van meer dan 11 woningen wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. De geldende planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Toetsing In het kader van de ladder is het met name van belang dat er met voorliggend bestemmingsplan 120 woningen mogelijk gemaakt worden. In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Het gaat om meer dan 11 woningen op een gebied met voornamelijk een agrarische bestemming (zie paragraaf 1.3).

Er dient daarom beschreven te worden waarom er behoefte is aan de ontwikkeling en er dient gemotiveerd te worden waarom er niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing woningbouwbehoefte Woningbehoefte en woningbouwprogrammering Uit de nieuwste provinciale woningbehoefteraming (WBR 2021) blijkt dat er in de Hoeksche waard behoefte is aan 3.300 woningen. Deze raming komt hoger uit dan de raming uit 2019. Bovendien is een deel van de provinciale behoefte nog niet toebedeeld aan woonregio's. De Hoeksche waard kan hiermee ook een grotere rol spelen in de invulling van de behoefte uit de Rotterdamse regio.

Figuur 3.1 Gewenste woningvoorraadtoename (Bron: WBR2021)

19/139

In het Woningbehoefteonderzoek 2019 is onderzocht wat de woningbehoefte per dorp is en hoe deze zich ontwikkelt in de toekomst (tot 2040). Denk hierbij aan aantallen woningen, typen, huur of koop, prijsklassen en voor welke doelgroepen. Ook is er onderzocht wat de behoeften zijn op het gebied van wonen en zorg, speciale woonvormen of wonen voor speciale doelgroepen. Het Woningbehoefteonderzoek geeft richting aan de Woningbouwprogrammering. De gemeente Hoeksche Waard wil komen tot een integraal gemeentelijk woonbeleid, met een op de individuele dorpen afgestemde woningbouwprogrammering die recht doet aan de verschillen tussen de dorpen. Daarbij vinden de gemeente en woningcorporatie HW Wonen het essentieel dat bij de gesprekken rond het maken van nieuwe prestatieafspraken, gesproken wordt vanuit een gezamenlijk beeld van de volkshuisvestelijke opgave. Daarom is een actualisering uitgevoerd van de in 2016 door Companen uitgevoerde woningmarktanalyse. Aanvullend daarop is de woonbehoefte in beeld gebracht van ouderen met een zorgvraag, andere kwetsbare groepen en van enkele bijzondere doelgroepen binnen de gemeente. Demografische ontwikkeling  De gemeente Hoeksche Waard kent een positieve bevolkingsontwikkeling. Voor 2014 was dit niet het geval, maar sinds dat jaar stijgt de bevolking van de gemeente jaarlijks.

De bevolking groeit vooral door de toename in de binnenlandse migratie. Tijdens de economische crisis had de gemeente Hoeksche Waard een negatieve migratie. Het binnenlands migratiesaldo is na de crisis sterk toegenomen van ‐200 personen in 2013 tot +500 personen in 2018.  De gemeente Hoeksche Waard is aantrekkelijk voor gezinnen. Inwoners in de leeftijd van 20 tot 50 jaar en 0 tot 15 jaar vestigden zich de afgelopen jaren per saldo het meest.  De Hoeksche Waard had op 1 januari 2019 zo'n 86.650 inwoners en 36.450 huishoudens. De provinciale Trendprognose laat een groei zien van de bevolking tot 2030 (naar zo'n 87.200 inwoners), waarna de bevolking weer wat gaat afnemen. Het aantal huishoudens groeit volgens de prognose tot 2035, tot zo'n 39.400 huishoudens. De toename van het aantal huishoudens in de periode 2019‐2030 bedraagt ongeveer 2.300 huishoudens.  De huishoudensgroei is naar verhouding groter dan de bevolkingsgroei. Dit heeft te maken met de vergrijzende bevolking en de daarmee samenhangende huishoudensverdunning. Het aandeel oudere huishoudens in de gemeente neemt toe en in toenemende mate blijven oudere huishoudens alleen achter. Dit leidt tot meer, kleinere, huishoudens.  De provinciale Trendprognose 2019 laat een beduidend positiever beeld zien voor de huishoudens‐ontwikkeling in de Hoeksche Waard dan de prognose die bij het onderzoek in 2016 is gehanteerd.

Deze beweging is ingegeven door de positieve bevolkingsontwikkeling door de toegenomen migratie naar de Hoeksche Waard in de afgelopen jaren. De prognose in 2016 liet een afname zien met 3.240 huishoudens in de leeftijd tot 55 jaar in de periode 2015 ‐ 2035. Dat was een afname met zo'n 2.600 huishoudens in de periode 2020 ‐ 2035. De nieuwe prognose laat voor deze huishoudensgroep nog steeds een afname zien, maar deze afname is beduidend kleiner; zo'n 1.800 huishoudens in de leeftijd tot 55 jaar in de periode 2020 ‐ 2035.

20/139

Samenstelling van de woningvoorraad  Tweederde van de woningen in de gemeente Hoeksche waard is een koopwoning, een kwart van de voorraad is in bezit van woningcorporatie HW Wonen en zo'n 5% van de voorraad bestaat uit particuliere huurwoningen.  Het grootste deel van de woningvoorraad in de gemeente bestaat uit rij‐/hoekwoningen. Ruim de helft van de woningen in de gemeente is dit woningtype. In sommige dorpen is de voorraad vrijstaande woningen (18% van de woningvoorraad in de gemeente) groter dan gemiddeld. Dit is het geval in Maasdam, Zuid‐Beijerland en Goudswaard waar ongeveer een derde van de woningvoorraad een vrijstaande woning is. Tweekappers vormen 13% en appartementen 15% van de woningen in de gemeente. De meeste appartementen staan in Oud‐Beijerland, 's‐Gravendeel en Puttershoek.  Een koopwoning in de Hoeksche waard heeft een gemiddelde WOZ‐waarde van € 278.000,‐. Een gemiddelde rij‐/hoekwoning heeft een WOZ‐waarde van € 215.000,‐, een appartement € 265.000,‐, een tweekapper € 305.000,‐ en een vrijstaande woning € 400.000,‐. In 's‐Gravendeel, Westmaas, Nieuw‐Beijerland, Zuid‐Beijerland, Goudswaard, Piershil, Klaaswaal en Strijen staan naar verhouding meer woningen onder de € 200.000,‐ dan gemiddeld in de gemeente. De duurdere woningen boven de € 400.000,‐ zijn meer dan gemiddeld in Mijnsheerenland en Maasdam te vinden.

 In de sociale huursector heeft 13% van de woningen van HW Wonen een huur in de goedkoopste huurprijsklasse tot € 424,‐ per maand. Nog eens ruim de helft van de woningen (56%) heeft een huur tot de eerste aftoppingsgrens. Dit segment is van groot belang voor het passend kunnen toewijzen van woningen aan huurders met een laag inkomen die behoren tot de huurtoeslagdoelgroep. HW Wonen verhuurt een klein deel van haar woningen in de vrije huursector. Het gaat om 7% van het bezit van de corporatie. Geschiktheid van de woningvoorraad  In het onderzoek uit 2016 is de geschiktheid van de woningvoorraad voor mensen met een lichte functiebeperking in beeld gebracht. Deze analyse in is 2019 niet herhaald, maar het beeld is dat de bevindingen van toen nog steeds grotendeels van toepassing zijn. Op basis van de bevindingen van destijds is 17% van de woningvoorraad geschikt voor mensen met een lichte fysieke beperking. Daarnaast is 37% van de woningvoorraad met eenvoudige aanpassingen geschikt te maken. Bij de overige 46% ontbreekt het potentieel om ze geschikt te maken.  In de sociale huurwoningvoorraad woont ruim de helft van de mensen boven de 60 jaar in een woning die reeds geschikt is, in de koopsector is dit aandeel veel lager (minder dan 10%).  In de sociale huurwoningvoorraad woont ruim een derde van de 60‐plussers in een woning die niet geschikt te maken is.

Terwijl in de koopsector het aandeel reeds geschikte woningen klein is, is het potentieel aan geschikt te maken woningen juist heel groot. De potentieel geschikte woningen worden echter ook bewoond door jongere doelgroepen, waardoor op dit moment bijna de helft van de 60‐plussers toch in een koopwoning woont die niet geschikt te maken is.  In de particuliere huursector woont ongeveer één op de vijf 60‐plus‐huishoudens in een geschikte woning. Een ongeveer even grote groep woont in een woning die geschikt is te maken. Ruim de helft van de voorraad particuliere huurwoningen in de gemeente is niet geschikt te maken. Van de woningen die bewoond worden door huishoudens in de leeftijd tot 60 jaar, is eveneens ruim de helft niet geschikt te maken.

21/139

Verhuizingen  De huishoudens in de Hoeksche Waard zijn sterk gebonden aan het dorp waar zij wonen. De meeste verhuizingen in de periode 2006 tot en met 2017 vonden plaats binnen het eigen dorp of naar buiten de gemeente. In Oud‐Beijerland is de dorpsbinding het sterkst. Hier was de helft van de verhuizingen, een verhuizing binnen het dorp. Als huishoudens binnen de gemeente naar een ander dorp verhuizen, is dat vaak Oud‐Beijerland, maar ook naar Puttershoek en 's‐Gravendeel wordt relatief vaak verhuisd binnen de gemeente.  Lange tijd was sprake van een vertrekoverschot uit de Hoeksche Waard. De laatste jaren is het beeld ten aanzien van vestiging en vertrek in de gemeente aan het veranderen. Het migratiesaldo met Rotterdam en Barendrecht is de laatste drie jaar structureel positief en neemt in omvang toe. Marktkenners geven aan dat in hun beleving de laatste tijd een groot deel van de vrijkomende koopwoningen wordt verkocht aan huishoudens die zich van buiten de gemeente vestigen in de Hoeksche Waard. Het gaat vaak om huishoudens uit de regio Rotterdam. Oud‐Beijerland is bij deze groep in trek vanwege de gunstige ligging ten opzichte van Rotterdam en de snelweg. Huishoudens die zich van uit de regio Rotterdam vestigen, zijn vaak jongere gezinnen. Numansdorp trekt in de beleving van de marktkenners naar verhouding veel huishoudens uit Barendrecht en Ridderkerk.

De instroom van huishoudens van buiten de gemeente richt zich met name op de koopsector; in de sociale huursector ervaart men maar beperkt instroom van buiten de gemeente. Ontwikkeling van de woningbehoefte  Op basis van de provinciale Trendraming groeit de Hoeksche waard in de periode 2019 tot 2025 met 1.640 huishoudens. Tot 2030 komen daar naar verwachting nog 700 huishoudens bij. De gemeente Hoeksche Waard heeft zoals aangegeven net als in veel gemeenten van Nederland te maken met vergrijzing. Waar momenteel 30% van de huishoudens in de gemeente een leeftijd heeft van 65 jaar of ouder, loopt dit naar verwachting in 2040 op tot ruim 40% van de huishoudens. Het aandeel gezinnen neemt de komende jaren wat af, evenals het aandeel jonge huishoudens, maar deze afname is minder groot dan de toename van het aandeel (oudere) ouderen.  Van alle huishoudens in de gemeente heeft 36% een inkomen tot € 38.035,‐ en behoort daarmee tot de corporatiedoelgroep. Bijna de helft van deze groep (17% van alle huishoudens in de gemeente) behoort tot de doelgroep voor de huurtoeslag. Niet elk huishouden dat behoort tot de corporatie‐doelgroep woont in een corporatiewoning. Een deel woont in een particuliere huurwoning of een koopwoning. Van de corporatiewoningen in de gemeente wordt 78% bewoond door huishoudens met een inkomen tot € 38.035.‐.

Ruim één op de vijf (22%) corporatiewoningen met een sociale huur wordt bewoond door een huishouden dat niet behoort tot de corporatiedoelgroep. Deze huishoudens wonen 'scheef'. Naast deze goedkope scheefheid is er ook sprake van dure scheefheid. Dit betreft huishoudens die behoren tot de huurtoeslagdoelgroep, maar wonen in een woning met een huur boven de voor hen geldende aftoppingsgrens. In de Hoeksche Waard woont 8,1% van de huishoudens in een corporatiewoning volgens deze definitie duur scheef.  Per 1 januari 2019 waren er in de gemeente Hoeksche Waard zo'n 8.500 corporatiewoningen met een sociale huurprijs (tot € 720,‐). Bij een gelijkblijvende scheefheid is de benodigde kernvoorraad naar verwachting tussen de 8.370 en 8.815 woningen in 2035, afhankelijk van de koopkrachtontwikkeling (jaarlijks 0,8% koopkrachtontwikkeling versus jaarlijks 0,0% koopkrachtontwikkeling). Bij een trendmatige koopkrachtontwikkeling (jaarlijks 0,4%) zijn de benodigde toevoegingen 4% van de totale woningbehoefte in de periode. Bij een afname van de scheefheid naar 20% is de benodigde omvang van de kernvoorraad naar verwachting tussen de 8.140 en 8.575 woningen.

22/139

De meeste additionele woningbehoefte ontstaat er in de koopsector, in rij‐/hoekwoningen, maar ook in het luxere segment. Bij de rijwoningen in de koopsector is veel vraag in het goedkopere segment tot € 200.000,‐ (woning voor starters en koopstarters), maar ook in de wat duurdere segmenten. Naast rij‐ en hoekwoningen is er een aanzienlijke vraag naar tweekappers en vrijstaande woningen in het middeldure tot duurdere segment. Deze vraag is afkomstig van gezinnen die een volgende stap in de wooncarrière willen zetten. Dit zijn eigen inwoners of gezinnen vanuit de Randstad die vanwege de betere prijs‐kwaliteitverhouding een woning in de Hoeksche Waard zoeken. Marktkenners signaleren een behoefte aan kleine woningen voor jonge (alleenstaande) huishoudens. Tegelijk wordt ook geconstateerd dat veel jongeren in de Hoeksche Waard kritisch en veeleisend zijn ten aanzien van een woning. Men geeft aan dat starters in de Hoeksche Waard het kopen van een woning lang uitstellen omdat ze gelijk een grote woning willen kopen, maar relatief beperkte financiële middelen hebben. Dit resulteert er in dat jongeren lang thuis wonen. De vraag in de sociale huursector spitst zich per saldo toe op appartementen. In de vrije huursector is er zowel een aanzienlijke extra behoefte aan grondgebonden woningen als aan appartementen. Een deel van de startende huishoudens richt zich op de vrije huursector.

Zij verdienen te veel om in de sociale huursector terecht te kunnen, maar door strenge hypotheekeisen is het voor hen moeilijk om een woning te kunnen kopen. Zij hebben met name behoefte aan een huurwoning met een huur tussen € 650,‐ en de € 900,‐. Marktkenners herkennen de vraag naar huurwoningen in de vrije huursector, maar constateren ook dat Hoeksche Waard voor beleggers minder aantrekkelijk is dan de Randstad. De vraag is welke partijen de vraag in dit segment zullen oppakken. Marktkenners geven ook aan dat in een koopgeoriënteerde gemeente als de Hoeksche Waard het middenhuursegment voor veel huishoudens een tussenstap is, tot het wél mogelijk is een woning te kopen. Het beeld van de ontwikkeling van de woningbehoefte laat zien dat tussen 2030 en 2035 de top in de woningbehoefte wordt bereikt, waarna de woningbehoefte zal gaan dalen. Als op termijn meer mensen die behoren tot de grote generatie ouderen gaan overlijden, verandert de samenstelling van de bevolking van de gemeente en daarmee ook aard van de woningbehoefte. Woningen die de komende periode worden toegevoegd, moeten ook aansluiten bij de behoefte van toekomstige huishoudens. Het is daarom zaak om aandacht te hebben voor flexibele woonvormen die voor huishoudens in verschillende levensfasen aantrekkelijk zijn.

Bij het toevoegen van op ouderen gerichte woningen, is het van belang dat ouderen eisen stellen ten aanzien van de nabijheid van dagelijkse voorzieningen. Met het oog op de toenemende behoefte aan geclusterde woonvormen voor ouderen.

Vraag naar collectieve woonvormen  Op basis van De Grote Omgevingstest (DGOT) die in Zuid‐Holland is uitgevoerd, kan worden geconcludeerd dat de inwoners van de Hoeksche Waard open staan voor verschillende vormen van collectief wonen. De meest aansprekende vorm is het wonen in een hofje. Ruim de helft van de deelnemers aan DGOT vindt dit een aansprekend woonconcept. Ook de concepten 'voorzieningen delen' en 'gezamenlijk wonen' spreken aan. Een kleiner deel vindt 'Friends Wonen', het samen met vrienden delen van een woning en de woonlasten, een interessant concept.  Ook het WoON2018 geeft inzicht in de behoefte aan alternatieve woonvormen. Op basis van het WoON is de vraag van verhuisgeneigde huishoudens naar een woning met gedeelde voorzieningen met anderen beperkt (0,3%). Ook de vraag naar een woonruimte met gedeelde voorzieningen samen met een woongroep is een concept waar een woningzoekende in de Hoeksche Waard niet als eerste aan denkt.

23/139

Uit de uitkomsten van DGOT kunnen we opmaken dat een substantieel deel van de mensen verschillende vormen van woonconcepten aansprekend vindt. Op basis van inschattingen uit het WoON2018 verwachten we dat de concrete vraag naar collectieve woonvormen relatief beperkt zal zijn in de Hoeksche Waard. We verwachten dat een concept als wonen in een hofje wel erg zal aanslaan. Dit concept combineert het gemeenschappelijke van wonen met gelijkgestemden met de privacy van een eigen woning, in een aansprekende woonvorm. Concepten als Tiny Houses, Friends wonen en voorzieningen delen zullen kleine groepen mensen daadwerkelijk aanspreken. Het betreft niche‐concepten.

Woningmarktopgaven Ontwikkelingen in de huursector  Er is geen sprake van een grote druk op de sociale huurmarkt in Hoeksche Waard, van tekorten in de breedte lijkt geen sprake. Bij een verdere afname van de goedkope scheefheid zijn er meer sociale huurwoningen in de gemeente dan waar behoefte aan is. Als het economisch minder gaat, stijgt het aantal mensen dat behoort tot de corporatiedoelgroep sterker dan bij een trendmatige ontwikkeling van de koopkracht. Dan zijn er juist wat extra sociale huurwoningen nodig. In kwalitatieve zin is sprake van een mismatch; er is per saldo meer vraag naar sociale huurappartementen dan er appartementen vrijkomen, terwijl er juist overschotten dreigen aan eengezinswoningen. De vraag naar sociale huurappartementen is afkomstig van zowel ouderen die de stap willen zetten naar een meer geschikte woning, als van jonge, vaak startende, huishoudens die een betaalbare woonruimte zoeken en daarbij inzetten op een appartement.  Hoewel het aantal woningen in de sociale huursector in absolute zin voldoende is om te kunnen blijven voorzien in de vraag, is de beschikbaarheid van huurwoningen voor kwetsbare groepen een aandachtspunt. Hoewel het om relatief kleine groepen gaat, vraagt de 'gespikkelde' huisvesting in de wijken van kwetsbare groepen om het tijdig beschikbaar komen van woningen die passen bij de vraag van deze mensen.

Vaak gaat het om goedkope sociale huurwoningen met één of twee kamers, vaak in een prikkelarme woonomgeving.  Er is in Hoeksche Waard een behoorlijke vraag naar huurwoningen in de vrije huursector, een vraag die vaak afkomstig is van huishoudens met een middeninkomen die niet kunnen kopen, maar ook geen toegang hebben tot de sociale huursector. De vraag naar vrije sectorhuurwoningen heeft in Hoeksche Waard vaak betrekking op eengezinswoningen, maar er is ook een behoorlijke vraag naar appartementen. De vraag naar vrije sectorhuur wordt in de markt duidelijk herkend. In de vraag kan worden voorzien door corporaties vanuit de niet‐DAEB portefeuille en door commerciële verhuurders. Het is zaak er oog voor te houden dat de gevraagde woningen ook gaan worden aangeboden. Marktkenners geven aan dat Hoeksche Waard voor beleggers minder interessant is dan de Randstad.  In principe biedt de verkoop van eengezinswoningen door de corporaties mogelijkheden om te sturen op de dreigende mismatch tussen vraag en aanbod. Hiermee kan worden ingespeeld op de vraag naar goedkopere koopwoningen, maar wellicht ook aan vrije sector huurwoningen. Het biedt de corporaties mogelijkheden bij het realiseren van de verduurzamingsopgave. Ook kan worden nagegaan of het geschikt maken van grondgebonden corporatiewoningen voor de bewoning door ouderen kan bijdragen aan het verminderen van de mismatch.

Ontwikkelingen in de koopsector  In de koopsector is er de komende jaren eigenlijk in alle segmenten een behoorlijke aanvullende woningvraag. De meeste vraag is er naar rij‐ en hoekwoningen, maar ook in het duurdere segment tweekappers en vrijstaande woningen is er veel extra vraag.

24/139

Ten opzichte van het onderzoek uit 2016 is de vraag naar koopappartementen toegenomen. Deze vraag is afkomstig van oudere huishoudens die, nu de marktomstandigheden gunstig zijn, hun huidige koopwoning willen verkopen en de stap willen zetten naar een appartement. Zij zijn doorgaans op zoek naar specifieke locaties dichtbij voorzieningen en verwachten een goede prijs‐kwaliteitverhouding. Met name dagelijkse voorzieningen zijn een pullfactor. Een aandachtspunt is de gevraagde koopprijs en verhouding tot de stichtingskosten van nieuwbouwwoningen. Er is veel vraag naar goedkope rijwoningen (tot € 200.000,‐). De praktijk leert dat het in de huidige markt lastig is om woningen in dat prijssegment te bouwen met een kwaliteit die aansluit bij de vraag. Zoals aangegeven biedt de verkoop van corporatiewoningen mogelijkheden om in (een deel van) de vraag te voorzien.

Verdere aandachtspunten  Er zijn de komende jaren behoorlijke aantallen extra woningen nodig in de Hoeksche Waard. De extra woningbehoefte zoals die uit de nieuwe prognoses blijkt, is beduidend hoger dan ten tijde van het onderzoek in 2016 werd voorzien. Ook het moment dat de groei van de woningbehoefte in de gemeente afvlakt en de vraag naar woningen gaat afnemen, ligt verder in de toekomst dan uit de vorige prognose bleek. Dat moment komt echter wel. Als de grote babyboomgeneratie verdwijnt, gaat de behoefte aan woningen getalsmatig afnemen. In de tijd dat er sprake is van groei, is er geld en momentum om te sturen op de woningvoorraad. Als de woningbehoefte afneemt, is dat veel minder makkelijk. Het is daarom zaak om de komende periode te gebruiken om klaar te zijn voor de periode dat de gemeente niet meer groeit, en te sturen op een woningvoorraad die aansluit op de toekomstige behoefte van een bevolking die wat kleiner is, en een meer gelijkmatige leeftijdsopbouw kent. Dat vraagt aandacht voor levensloopbestendigheid van woningen die worden toegevoegd, de geschiktheid voor huishoudens in verschillende levensfasen. Appartementen zijn aantrekkelijk voor een deel van de jonge huishoudens en voor oudere huishoudens.

Kleinere grondgebonden woningen zijn nu aantrekkelijk voor oudere huishoudens die een levensloopgeschikte woning zoeken met een kleinere tuin, maar zijn daarnaast (nu en op termijn) ook aantrekkelijk voor startende huishoudens met beperkte financiële mogelijkheden.  Momenteel trekt de Hoeksche Waard veel huishoudens van buiten de gemeente. Het gaat in belangrijke mate om jonge huishoudens, die ervoor zorgen dat de gemeente minder 'ontgroent'. Om als gemeente van dit momentum te kunnen profiteren, moeten deze huishoudens een aantrekkelijke woning in de gemeente kunnen vinden. Veelal gaat het om betaalbare eengezinswoningen in de koopsector. Van dit woningtype zijn er al veel in de Hoeksche Waard aanwezig. Het toevoegen van dergelijke woningen sluit aan bij de directe vraag in de markt. Echter, door te sturen op het laten doorstromen van huishoudens naar een meer aantrekkelijke en/of meer geschikte woning, wordt het effect van nieuwbouw vergroot. Immers, door te sturen op doorstroming draagt het toevoegen van een nieuwbouwwoning bij aan het invullen van de woonbehoefte van twee of meer huishoudens. Dat vraagt een ander bouwprogramma.  De vraag naar ruime eengezinswoningen van instromende jongere huishoudens richt zich in belangrijke mate op de dorpen binnen de gemeente die gunstig liggen ten opzichte van de snelweg naar de omliggende regio's, waar veel van hen werkzaam zijn.

Het ligt voor de hand om in deze dorpen de nadruk te leggen op het bouwen voor de directe vraag en, in de dorpen die minder huishoudens van buiten trekken meer in te zetten op het faciliteren van doorstroming. Daarbij moet niet uit het oog verloren worden dat ook in de voor instromende huishoudens aantrekkelijke dorpen sprake is van een vergrijzing van de autonome bevolking, met de ontwikkeling van de woonbehoefte die daar mee gepaard gaat.

25/139

Woningbouwprogrammering 2019‐2030 In de Woningbouwprogrammering 2019‐2030 staat op welke locaties binnen de gemeente nieuwe woningen worden gebouwd. Het zijn de afspraken tussen de gemeente Hoeksche Waard en de provincie Zuid‐Holland. Het Woningbehoefteonderzoek geeft richting aan wat er in het programma wordt opgenomen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met kwaliteit, zoals duurzaamheid, toekomstbestendigheid, meerwaarde voor de omgeving, de manier waarop de nieuwbouw past binnen het dorp of het landschap en de kernkwaliteiten van de Hoeksche Waard behoudt én versterkt. Voorliggend plan is met 120 woningen opgenomen. Conclusie Met dit plan wordt invulling gegeven aan diverse typen woningen waar in de Hoeksche Waard en specifiek in Klaaswaal behoefte aan is. Locatiekeuze (waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied) De huidige druk op de woningmarkt maakt dat de noodzaak voor uitbreiding nu zeer actueel is. Er is binnen het stedelijk gebied van de kern Klaaswaal geen ruimte voor hoofdzakelijk grondgebonden woningbouw in de beoogde omvang. Het plangebied dat grenst aan de kern biedt voldoende ruimte voor grondgebonden woningen in diverse typologieën en de benodigde openbare ruimten. Ook in de andere kernen binnen de woonregio is onvoldoende ruimte om in de woningbehoefte aan grondgebonden woningen te voorzien. De locatiekeuze is nader gemotiveerd in paragraaf 3.2. 3.1.4

Conclusie

Het rijksbeleid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid‐Holland (geconsolideerde versie 2021)

De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads‐ en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen:  Bouw naar behoefte;  Bouw binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied;  Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties  Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten;  Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang.

26/139

Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads‐ en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads‐ en dorpsgebied ligt bij de provincie. Deze worden door de provincie afgewogen en afhankelijk daarvan opgenomen op de 3 hectare kaart. Als een locatie is opgenomen op de ‘3 ha kaart’ betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat de gemeente bij de verdere detaillering van de betreffende ontwikkeling (in het kader van het omgevingsplan) nog wel rekening moet houden met specifieke onderdelen van het provinciaal beleid, bijvoorbeeld het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Toetsing De locatie is opgenomen op de 3‐hectarekaart. Op het kwaliteitsbeleid wordt ingegaan bij de toetsing aan de omgevingsverordening 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid‐Holland (geconsolideerde versie 2021) In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor dit bestemmingsplan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1.

Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:  zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.

als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:  een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. 2. Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën: niet van toepassing 3. Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: a. de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van  duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom‐ en sierteelt;  wegnemen van verharding;  toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen;  andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert.

27/139

b. de onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken; c. in afwijking van onder b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door provinciale staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd. 4. Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. 5. tm 7 zijn niet van toepassing. Toetsing artikel 6.9 De beoogde ontwikkeling valt in de categorie transformatie.

Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Het integraal ontwerp wordt beschreven in paragraaf 2.2. Hier wordt ook ingegaan op o.a. de omgevingskwaliteitsvisie en de landschappelijke inpassing van de woonbuurt en het behouden en versterken van de gebiedsidentiteit In de Omgevingsvisie is voor ruimtelijke ontwikkelingen, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, een kwaliteitsbeleid opgenomen. Dit 'ja, mits‐beleid' houdt in dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, mits er sprake is van behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Met behulp van een kwaliteitskaart (toetsingskader) en een gebiedsprofiel (handreiking) is invulling gegeven aan dit kwaliteitsbeleid. De kwaliteitskaart waarnaar in artikel 6.9 lid 3 sub 1 wordt verwezen is de kaart die bij de Omgevingsvisie hoort en is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur‐ en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving.

Voor het plangebied zijn de volgende richtpunten relevant: Laag van de ondergrond Richtpunten Jonge zeeklei:  Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet‐zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Laag van de cultuur‐ en natuurlandschappen Richtpunten Zeekleipolders algemeen:  Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen.

28/139

 

Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas‐ en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur.

Richtpunten linten:  Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied.  Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst.  Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.  Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Laag van de stedelijke occupatie Richtpunt stads‐ en dorpsrand  Ontwikkelingen aan de stads‐ of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Richtpunt bouwwerken voor energie‐opwekking  Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie‐opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Laag van de beleving Richtpunten recreatie:  Ontwikkelingen vergroten de diversiteit in ruimtelijke inrichting en programma tussen de verschillende recreatie‐ en groengebieden.

 Recreatieve routes dragen bij aan een betere verbinding van de buitenstedelijke groengebieden onderling en met de stedelijke groen‐ en waterstructuur.  Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het binnenstedelijk en buitenstedelijk groen.  Her)inrichting van recreatiegebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen.  Ontwikkelingen behouden of versterken de openbaarheid van recreatiegebieden. Toetsing Vanwege de ligging in de 'dorpsrand' is aandacht nodig in het ontwerp voor het creëren van een passende overgang van landschap naar bebouwd gebied. Verder is het plangebied aangemerkt als 'recreatiegebied', wat inhoudt dat er aandacht moet zijn voor het versterken van bijvoorbeeld recreatieve routes door of langs het plangebied. Hiervoor is aandacht in het ontwerp, met routes en speelnatuur.

29/139

In de omgevingskwaliteitsvisie zoals opgenomen in bijlage 1 wordt ingegaan op de mogelijkheden tot wandelroutes en de inpassing van de woonbuurt in het landschap en benutting van de kwaliteiten. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. Toetsing artikel 6.10: 6.10 a: De Ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen in paragraaf 3.1.3. 6.10 b: Binnen de kern Klaaswaal is één project aangegeven met een omvang van 7 hectare onder de werknaam 'De Bonger III'. Deze locatie is globaal aangegeven en komt overeen met de locatie van het plangebied (zie figuur 3.2). Daarmee wordt voldaan aan het gestelde in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.

Figuur 3.2 Omgevingsverordening Kaart 19 Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen

30/139

Artikel 6.50 Risico’s van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Toetsing artikel 6.50 Het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie wordt behandeld in paragraaf 4.11 van voorliggend bestemmingsplan. 3.2.3 Regionaal beleid 3.2.3.1 Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 In de Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 staat de vitaliteit van de regio centraal. Om die te bewaken, zet de gemeente in op meer kwaliteit en extra woningbouw om de instroom van gezinnen te bevorderen. De vijf voormalige gemeenten in de Hoeksche Waard hebben gezamenlijk een nieuwe woonvisie en bijbehorend woningbouwprogramma opgesteld. De visie kwam tot stand in samenwerking met diverse partijen. De nieuwe visie speelt in op veranderingen in de woningmarkt en kansen die er liggen om toekomstige krimp tegen te gaan. De verwachting is dat de regio na 2035 te maken krijgt met een dalend aantal huishoudens. Bijkomende uitdaging is het feit dat het aantal jongere huishoudens onder de 55 jaar tot die tijd al afneemt met bijna 20%. Die gezinnen zijn heel belangrijk voor de vitaliteit van de gemeente.

Als er meer jonge gezinnen naar de Hoeksche Waard komen, helpt dat niet alleen om de voorzieningen in stand te houden; het is ook goed voor het geboortesaldo en daarmee gaat het de krimp tegen. De bouw van extra woningen maakt het eiland interessant voor jonge mensen om hier te blijven, dan wel hier te komen wonen. De instroom van gezinnen is de laatste jaren al gaande en makelaars bevestigen dat de belangstelling voor de Hoeksche Waard blijft groeien. Het gaat met name om consumenten uit de regio's Rotterdam en Drechtsteden die bewust kiezen voor een betaalbaar, groen en landelijk woonmilieu in de nabijheid van de Randstad. Vitaliteit vraagt ook om een toekomstbestendige woningvoorraad. Naast meer kwantiteit besteedt de nieuwe woonvisie dan ook veel aandacht aan kwaliteit. De gemeente zetten in op de volgende kwaliteitscriteria: 1. op energie omdat we op weg zijn een energieneutrale regio te worden; 2. op geschiktheid vanwege het groeiend aantal oudere huishoudens; 3. op bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer; 4. op de ruimtelijke kwaliteit die ons onderscheidt van de grote stad. De gemeente kijkt daarbij niet alleen naar nieuwbouw maar ook naar de bestaande woningvoorraad.

Om de regionale economie en vitaliteit, de omgevingskwaliteit en het welzijn van de inwoners te verbeteren, hebben de voormalige Hoeksche Waardse gemeenten en de provincie uitgesproken dat zij de samenwerking willen intensiveren in een integraal gebiedsprogramma. Het programma speelt in op de toekomst van de Hoeksche Waard. Hierbij staan vijf thema's centraal: duurzame landbouw, energie, bereikbaarheid, natuur en recreatie en demografische ontwikkelingen.

31/139

Toetsing Het toevoegen van nieuwbouwwoningen in diverse categorieën zal helpen aan het behouden en aantrekken van (nieuwe) inwoners van de Hoeksche Waard. Daarmee wordt bijgedragen aan het in stand houden van de leefbaarheid in de Hoeksche waard en specifiek in Klaaswaal. 3.2.4 Conclusie provinciaal‐ en regionaal beleid De locatie 'De Bonger III' is globaal aangegeven Omgevingsverordening Kaart 19 Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen en komt overeen met de locatie van het plangebied. Het provinciaal‐ en regionaal beleid staat de ontwikkeling niet in de weg.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Hoeksche Waard

De gemeenteraad van de Hoeksche Waard stelde de Omgevingsvisie Hoeksche Waard op 17 december 2019 vast. De omgevingsvisie is te raadplegen op www.omgevingsvisiehoekschewaard.nl/. Lange tijd nam de overheid in haar beleid het voortouw als het ging om het bepalen van kwaliteit in de leefomgeving. De Omgevingsvisie biedt handvatten en inspiratie aan iedereen die een bijdrage wil leveren aan de Hoeksche Waard. Dat noemt de gemeente Waardmaken. Identiteit Klaaswaal ligt centraal in de Hoeksche Waard. Het is een landelijk gelegen dorp en grenst aan grote open ruimten van een schilderachtig landschap. Kenmerkend zijn de doorzichten 'van dijk tot dijk'. De voormalige watertoren en de kerktoren van de Nederlands Hervormde kerk vormen de herkenningspunten van Klaaswaal. Klaaswaal kent een sterk dorpsgevoel en een bloeiend verenigingsleven. Het voorzieningenniveau is relatief goed. Opvallend zijn de restaurants, de ambulancepost en de huisartsenpost. Doorgaande wegen gaan dwars door het dorp. Bouwstenen voor de kern Klaaswaal De gemeente Hoeksche waard heeft voor het opstellen van de omgevingsvisie bouwstenen voor elke kern vastgelegd. De belangrijkste elementen voor Klaaswaal worden als volgt benoemd.

 Gelegen in de noordelijke aanwaspolder op een driesprong van dijken  Voorstraat dorp;  Voorstraat en Kerkstraat;  Water: haven, kanaal en vliet;  Kerk en watertoren;  Plus met appartementengebouw;  Lintbebouwing langs de dijken;  Planmatige naoorlogse woningbouwuitbreiding parallel aan de Voorstraat en Molendijk;  Richtingen aansluitend bij het polderpatroon;  Bedrijvigheid in de zuidelijke aanwaspolder;  Veel boomgaarden rondom bebouwde kom.

32/139

De opgave voor Klaaswaal De ruimtelijke opgave voor Klaaswaal is in figuur 3.3 weergegeven.

Figuur 3.3 Opgave voor Klaaswaal (bron: omgevingsvisie Hoeksche Waard). Maatschappelijke opgaven De relevante maatschappelijke opgave in de Hoeksche Waard is als volgt geformuleerd: Als de trend zich doorzet, krijgt de Hoeksche Waard te maken met krimp van de bevolking. Als gevolg van de vergrijzing raakt de verhouding tussen jongere en oudere huishoudens dusdanig uit balans dat het draagvlak voor bepaalde voorzieningen verder onder druk komt te staan. Wanneer een evenwichtig samengestelde samenstelling van de bevolking het doel is, is het nodig dat er tot 2035 circa 3.500 nieuwe huishoudens instromen in de Hoeksche Waard. Dat komt bovenop de vraag naar circa 3.100 woningen die tot 2030 nodig zijn als gevolg van gezinsverdunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11732585/1