Toelichting ontwerp bestemmingsplan
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Bedrijfslocatie Van Iperen
Bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen
Projectnummer 468337 Revisie 5.2 Datum 23-11-2021
Auteur(s) M. Fransen
Opdrachtgever Van Iperen
datum vrijgave 23-11-2021
beschrijving revisie ontwerp
goedkeuring Heijkant A.E.A. van den
vrijgave Sloof R.J.P.
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemminsplan Leeswijzer
5 5 5 7 7
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Huidige situatie Beoogde situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijke beleid
15 15 19 24
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Randvoorwaarden Akoestiek Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Ecologie Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Milieuhinderlijke bedrijvigheid Kabels en leidingen Ladder voor duurzame verstedelijking Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
25 25 27 30 36 38 42 45 47 48 51 52 53 54 54
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische aspecten Ruimtelijk plan Juridische regeling
57 57 57
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
59
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Vooroverleg en inspraak voorontwerpbestemmingsplan
61 61
Toelichting
blad 3 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
blad 4 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding Van Iperen B.V. aan de Smidsweg 24 te Westmaas (hierna: de initiatiefnemer) wil de bestaande bedrijfsactiviteiten uitbreiden. Uitbreiding van de bedrijfslocatie is noodzakelijk omdat de bedrijfsvoering de afgelopen jaren is gegroeid en het bedrijf in de huidige vorm niet genoeg opslagcapaciteit heeft en het terrein van de huidige inrichting niet meer efficiënt kan gebruiken. Om de voorgenomen uitbreiding mogelijk te maken heeft de initiatiefnemer drie naastgelegen percelen gekocht. In het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Binnenmaas' hebben deze percelen de bestemming 'Agrarisch met waarden' en 'Detailhandel'. Binnen deze bestemmingen is de uitvoering van het initiatief niet mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in de gemeente Hoeksche Waard, ten noorden van de kern Klaaswaal en ten westen van de kern Westmaas, aan de zuidkant van het dijkdorp Greup. Greup wordt doorsneden door de Stougjesdijk. Het plangebied bevindt zich op de hoek waar de Stougjesdijk samenkomt met de Smidsweg waar Van Iperen aan is gevestigd (zie figuur 1.1). In dit bestemmingsplan wordt de bedrijfslocatie integraal herzien, waarbij het plangebied bestaat uit de huidige inrichting (bestemming Bedrijf) van de bedrijfslocatie (paarse kleur in figuur 2.1 is huidige bedrijfsbestemming) en de drie percelen die worden toegevoegd aan de inrichting (perceel 579 met groene kleur, perceel 390 met rode kleur en perceel 392 met blauwe kleur in figuur 1.2). Het perceel 579 gelegen aan de Stougjesdijk ligt ten westen van de huidige inrichting en perceel 392 ligt ten noorden van de huidige inrichting. Deze percelen hebben nu de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Het andere perceel 390 gelegen aan de Smidsweg ligt ten zuiden van de huidige locatie en heeft nu de bestemming 'Detailhandel'. Daarnaast wordt vanwege de aanwezige Bevi-contour een zone (gebiedsaanduiding) om de bedrijfsbestemming opgenomen.
Deze contour is samengesteld uit de plaatsgebonden risicocontouren 10-6 per jaar die voor het plan zijn berekend, samenhangend met de bestaande/reeds vergunde activiteiten waar deze buiten de inrichting is gelegen. De onderliggende bestemmingen buiten de inrichtingsgrens van de bedrijfslocatie blijven volgens het huidige bestemmingsplan in stand, waarbij alleen de gebiedsaanduiding wordt opgenomen buiten de bedrijfspercelen van Van Iperen. De begrenzing van het plangebied (exclusief bevi-contour) van dit bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2.
blad 5 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
Figuur 1.1: ligging plangebied (rode lijn)
Figuur 1.2: begrenzing plangebied (zwarte lijn, dit is exclusief bevi-contour)
blad 6 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
1.3
Vigerend bestemminsplan Tot op het moment dat dit bestemmingsplan is vastgesteld, is het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Binnenmaas' van toepassing. Dat bestemmingsplan is vastgesteld op 24 december 2013. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de volgende bestemmingen: Bedrijf; Detailhandel; Agrarisch met waarden. Het vigerende bestemmingsplan kent ook de volgende dubbelbestemming aan het plangebied toe: Waarde – Archeologische verwachtingswaarde middelhoog 1. Daarnaast kent het bestemmingsplan Bevi-contouren op twee locaties van de huidige bedrijfslocatie toe in de vorm van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone – bevi'. Ook is binnen het gehele plangebied van dit plan de gebiedsaanduiding 'openheid' opgenomen. Deze is van toepassing binnen de bestemming "Agrarisch met waarden" en niet van toepassing binnen de bestemmingen "Bedrijf" en "Detailhandel".
1.4
Leeswijzer Het volgende hoofdstuk beschrijft het gebied waar het plangebied in ligt en bevat een beschrijving van de toekomstige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt ook de beschrijving van het plangebied uit de voorgaande paragraaf aangevuld. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid dat van toepassing is op het initiatief dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Hoofdstuk 4 beschrijft en analyseert de planologische aspecten en milieuaspecten die van toepassing zijn op het initiatief en op basis van die analyse worden randvoorwaarden gesteld. De juridische planbeschrijving is opgenomen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische uitvoerbaarheid. Tot slot licht hoofdstuk 7 toe hoe andere bestuursorganen, omwonenden en overige belangstellenden gereageerd hebben op het initiatief en welke gevolgen deze reacties hebben gehad voor de planvorming. Bij deze toelichting hoort een aantal bijlagen. Waar nodig wordt in de toelichting naar deze bijlagen verwezen. Naast de toelichting bestaat dit bestemmingsplan uit twee andere delen: Verbeelding: geeft de bestemmingen in het plangebied weer; Regels: beschrijven de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de bestemmingen die de verbeelding weergeeft. Gezamenlijk vormen de verbeelding en de regels het juridisch bindend deel uit dit bestemmingsplan. Deze toelichting is niet juridisch bindend.
De toelichting is een beschrijving en verantwoording van de keuzen die in het planvormingsproces en bij het maken van de verbeelding en regels gemaakt worden.
blad 7 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
blad 8 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het initiatief. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie. Vervolgens wordt ingegaan op het initiatief en wordt beschreven hoe de toekomstige situatie na realisatie van het initiatief eruit gaat zien.
2.1
Huidige situatie Het plangebied is gelegen in de gemeente Hoeksche Waard, ten westen van de kern Westmaas en aan de zuidkant van het dijkdorp Greup. Greup wordt doorsneden door de N488 en is gelegen aan de N489. Het plangebied bevindt zich op de hoek waar deze twee provinciale wegen kruisen. De gemeente Hoeksche Waard wordt gekenmerkt door het nationaal landschap de Hoeksche Waard. De gemeente vormt een schakel tussen stad en land. De Hoeksche Waard is een polderlandschap nabij het stedelijke gebied. Kreken, dijken, dorpsgezichten en een open, agrarisch landschap bepalen het aanzicht. Het plangebied bestaat uit de huidige bedrijfslocatie van Van Iperen, de initiatiefnemer. Het bedrijf van Iperen is als leverancier van o.a. gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen werkzaam in de agrarische sector en gevestigd in het buitengebied. Gelet op de aard en karakter van de bedrijfsactiviteiten en de doelgroep is de vestiging aan de rand van een klein dijkdorp in het buitengebied van oudsher verklaarbaar. De huidige vestiging is gelegen op de percelen (gemeentecode WMS01, sectie D, nummers 451, 467, 468, 388 en 391) en de drie bij de bedrijfslocatie toe te voegen percelen betreft gemeentecode WMS01, sectie D, nummers 579, 390 en 392 (zie figuur 1.2 voor de perceelnummers).
Een uitsnede van de verbeelding bij het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Binnenmaas' met daarop de bestemmingen van de gronden die in dit bestemmingsplan betrokken worden is weergegeven in figuur 2.1.
F iguur 2.1: vigerend bestemmingsplan (plangebied binnen rode contour) De huidige bedrijfslocatie van de initiatiefnemer nabij de A29, aan de Smidsweg (N489) en blad 9 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
de Stougjesdijk (N488): in de hoek waar deze twee provinciale wegen kruisen. Perceel 390 is momenteel bestemd als "Detailhandel". Hier was een Pet Supply Store gevestigd. Ten noorden van de huidige bedrijfslocatie is een agrarische bedrijf gevestigd. Aan de overzijde van de Smidsweg is lichte industrie gevestigd: een aannemingsbedrijf en in de oksel van de Smidsweg en Molendijk een woonperceel. Ten zuidoosten van het plangebied ligt momenteel de milieustraat, RAD Hoekschewaard. Aan de Stougjesdijk zijn diverse woningen gelegen. Verder liggen rondom het plangebied agrarische gronden. Op onderstaande figuur 2.2 is de huidige situatie in het plangebied weergegeven.
Figuur 2.2: vogelvlucht van bestaande situatie Aanvullend op bovenstaande situatie heeft Van Iperen een tijdelijke tent (systeemhal) geplaatst (middels tijdelijke vergunning). Deze tent dient voor bescherming van opgeslagen productiemiddelen tegen weersomstandigdheden. Na de bouw van de loods die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt kan deze opslag worden verplaatst naar de vaste loods. Daarmee komt de noodzaak voor gebruikmaking van de tent te vervallen. In dit bestemmingsplan is dan ook een voorwaardelijke verplichting en aanduiding op de verbeelding opgenomen om die tijdelijke tent weg te halen binnen 6 maanden nadat de nieuwe loods in gebruik is genomen. Daarmee is geborgd dat de tent niet langer dan noodzakelijk zal worden gebruikt.
2.2
Beoogde situatie
Het huidige bedrijfsoppervlak is circa 4,2 ha. In de beoogde situatie komen daar drie percelen bij, waardoor het totale oppervlak circa 6,5 ha wordt. De nieuwe bedrijfssituatie maakt het mogelijk de bouwopzet te wijzigen en het bedrijfsperceel efficiënter te gebruiken. De initiatiefnemer is voornemens een gedeelte van perceel 579 te verharden voor parkeeren opslaggelegenheden voor niet ADR-geclassificeerde goederen. Op de nieuwe parkeerplaats op een zo efficiënte manier te bereiken is aan de noordzijde perceel 392 opgenomen om de nieuwe routering mogelijk te maken.
blad 10 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
Perceel 390 is aangekocht van Blijdorp Veevoeder. In de koopovereenkomst staat vastgelegd dat Blijdorp tot april 2019 gebruik kon maken van het perceel met opstallen. Inmiddels zijn de bedrijfsactiviteiten beëindigd en wil de initiatiefnemer overgaan tot sloop van de panden. Na de sloop zal op het perceel een nieuw opslag magazijn worden geplaatst. Onderstaande inrichtingsschets geeft een mogelijke weergave van de toekomstige situatie. De precieze uitwerking moet nog plaatsvinden. Initiatiefnemer wil ten behoeve van een betere en veiligere routing over het terrein een bestaande loods slopen van circa 2.000 m2 en daarvoor in de plaats een nieuwe loods terugbouwen. Vanwege de groei in de afgelopen jaren is het wenselijk de opslagcapaciteit daarbij te vergroten en is een loods van circa 8.000 m2 voorzien.
Figuur 2.3: impressie toekomstige situatie Landschappelijke inpassing Ten aanzien van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit plan zorgt voor behoud van ruimtelijke kwaliteit door een zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving. Onderstaand is daarvan een samenvatting opgenomen, in bijlage 2 van de regels van dit bestemmingsplan is het volledige rapport te zien met gedetailleerd kaartmateriaal. Omgevingsanalyse De Hoeksche Waard is een uniek agrarisch polderlandschap. De schoonheid van het landschap zit in de eenvoud: een weids en open landschap waarin dorpen, dijken, polders en kreken de ingrediënten van een leesbaar landschap zijn. De openheid van het landschap, het reliëf van dijken en kreken en het polderpatroon zijn de kernkwaliteiten van het landschap. De volledige landschapsanalyse is opgenomen in bijlage 2 van de regels. Toekomstige situatie Gezien de ontwikkeling van gedeeltelijke omvorming van het bedrijventerrein (van detailhandel naar industrie) en toevoeging van een perceel aan de Stougjesdijk wordt de blad 11 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
voorgenomen ontwikkeling gezien als 'aanpassing', zoals bedoeld in artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening . De bestemming 'Groen', zoals vastgelegd op de verbeelding van het bestemmingsplan wordt hiervoor ingezet. In de regels wordt de landschappelijke inpassing met een voorwaardelijke verplichting geregeld. Perceel 390 (voormalige locatie “Blijdorp”) Perceel 390 is in de huidige situatie bestemd voor detailhandel. De herbestemming naar de bestemming 'bedrijf' heeft een geringe impact op het landschap, omdat het perceel in de huidige situatie wordt omsloten door bedrijvigheid. Hoewel het bouwvlak op dit perceel niet aangepast wordt, wordt wel de mogelijkheid geboden hier meer bebouwing te plaatsen na opname in het bouwvlak van Van Iperen. Ook wordt de bouwhoogte voor een deel van het perceel aangepast overeenkomstig de huidige bouwmogelijkheden van Van Iperen. Daarom is ook voor dit perceel goed gekeken hoe dit goed landschappelijk kan worden ingepast. Op onderstaande figuur 2.3 is dit weergegeven en wordt vervolgens nader toegelicht.
Figuur 2.3: situatie en landschappelijke inpassing perceel 390 In figuur 2.3 is de nieuwe situatie weergegeven van perceel 390. Doordat de nieuwe opslagloods wordt gerealiseerd op een open plek, centraal op het bedrijfslocatie is de impact op de omgeving relatief beperkt. Er wordt geen afbreuk gedaan aan bestaande zichtlijnen naar de achterliggende polder, doordat het geheel al als een afgebakend bedrijventerrein functioneert. Wel wordt er een strook beplanting toegevoegd aan de rand vanhet perceel (naast de rode lijn op figuur 2.3) en aan de zijde van de Smidsweg wordt extra beplanting aangebracht. Dit op basis van Landschappelijke inpassing Bedrijfslocatie Van Iperen. Conform de gebiedsprofielen Hoeksche Waard kan de Smidsweg worden gezien als een boerenervenlint, waarbij een duidelijk verschil is tussen de 1e lijnsbebouwing (woonhuis) en de 2e lijn (grote schuur). Om invulling te geven aan dit principe wordt de bouwhoogte van de 1e lijnsbebouwing begrensd op 10 meter. Voor de 2e lijn (achterste gedeelte perceel) wordt een bouwhoogte van 16 meter toegestaan. Op deze manier is de 1e lijnsbebouwing in overeenstemming met de overige bebouwing in de omgeving. Op circa 28 meter vanaf de Smidsweg wordt een bouwhoogte van 10 meter toegestaan, op circa 53 meter vanaf de Smidsweg wordt een bouwhoogte van 16 meter toegestaan.
Op deze manier is bij bebouwing in de 1e lijn aansluiting gevonden bij de maat en schaal van het landschap. Verder zijn de karakteristieken van een boerenervenlint, dat het perceel (erf) wordt blad 12 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
afgebakend met erfbeplanting en hiermee één ensemble vormt. In de huidige situatie is de beplanting rondom het bedrijventerrein niet uniform en niet robuust genoeg. Om die reden wordt de erfbeplanting rondom het gehele bedrijventerrein versterkt, waardoor het plangebied beter ingepast is in de omgeving. De bebouwing kan echter met erfbeplanting niet helemaal uit het zicht worden ontnomen, om die reden is de dakvorm, materialisatie en terughoudend kleurgebruik belangrijk bij de realisatie van realisatie van de nieuwe opslagloods. Perceel 579 (parkeerterrein) en routing via perceel 392 In figuur 2.4 wordt het ontwerp voor de landschappelijke inpassing getoond van perceel aan de Stougjesdijk. Aangezien het parkeerterrein grenst aan de Stougjesdijk is het belangrijk om de balans te vinden tussen landschappelijke inpassing en het behouden van de zichtrelaties op de achterliggende polder. Tussen Stougjesdijk 42 en het parkeerterrein wordt een bufferzone gecreëerd die vrij blijft van beplanting (breedte ca. 20 m). In deze zone wordt een wadi gerealiseerd. Al het afstromend hemelwater vanaf het parkeer- en opslagterrein wordt opgevangen in de wadi. De wadi is hiermee een functioneel, maar ook een landschappelijk element. Via de bufferzone is zicht op de achterliggende polder.
De randen van het parkeerterrein worden ingepast met een bomenrij met onderbeplanting, om zo het zicht op het parkeerterrein vanaf te Stougjesdijk zoveel mogelijk te beperken. Hiermee wordt de balans gevonden tussen landschappelijke inpassing en de kernkwaliteiten van het gebied (openheid).
Figuur 2.4: Het ontwerp voor de landschappelijke inpassing van de voorgenomen ontwikkeling. Beeldkwaliteit Architectuur en vormgeving De architectuur van de opslagloods zal gebaseerd zijn op eenvoudige, geometrische vormen en een moderne industriële uitstraling. De bebouwing straalt hierdoor rust en ingetogenheid uit. Als hoofdrichting van de gevelvlakken zal zoveel mogelijk de richting evenwijdig of haaks op de rooilijn worden aangehouden. De entree dient duidelijk herkenbaar te zijn. Vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt zijn de bouwhoogtes en de afstand tot de Smidsweg vastgelegd in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Het definitieve ontwerp van de opslagloods wordt nader uitgewerkt en bijgevoegd bij de omgevingsvergunning. Daarbij wordt rekening gehouden met de karakteristieken van het landschap. Kleur- en materiaalgebruik Er wordt gestreefd naar een voldoende gevarieerd kleur- en materiaalgebruik binnen een duidelijke bandbreedte om voldoende samenhang te waarborgen. Het materiaalgebruik is hoogwaardig en mag geen goedkope uitstraling hebben. blad 13 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
blad 14 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie is de rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving en de opvolger van de Structruurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationaal belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.
Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Sterke en gezonde steden en regio's Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en breidt deze uit, waarbij de richting blad 15 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
van de verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-)infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar er vraag is. Om het netwerk als geheel te benutten, zijn goede verbindingen tussen de stedelijke regio's nodig. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio. Bij de invulling van de integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet-stedelijk gebied moet plaatsvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en versterkt het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad. Daarbij worden steden en regio's klimaatbestendig ingericht. ad 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen landgebruik en de kwaliteit van lanschap, bodem, water en lucht. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten.
Het landgebruik moet meer afgestemd worden op zoetwaterbeschikbaarheid en -gebruik. Middels een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van wateroverlast en tekorten. Het Rijk maakt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal wordt duurzaam benut. Het Rijk zet in op het versterken en beschermen van unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Hierbij wordt het omgevingsbeleid landschapsinclusief. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Figuur 3.1 Afweging met NOVI De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven. blad 16 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
De ontwikkeling die met bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, doet op geen enkele wijze afbreuk aan het ruimtelijk beleid van het Rijk.
3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in welke infrastructuurprojecten zij de komende jaren wil investeren en op welke manier de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. De SVIR biedt een nieuw en integraal kader voor het rijksbeleid over de ruimte en mobiliteit. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Zij verdienen het vertrouwen dat ze dat op een goede manier doen. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie en natuur. Ook waterveiligheid en milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem, water en externe veiligheid) horen daarbij, evenals de bescherming van het Nederlands werelderfgoed (zoals de Waddenzee en de Nieuwe Hollandse Waterlinie). Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten.
Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Het roer moet om in de gebiedsontwikkeling. De daadwerkelijke vraag van bewoners, bedrijven en organisaties wordt daarin leidend. Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd (zie verder paragraaf 3.1.4). Dat betekent: eerst onderzoeken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaand stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en bereikbaarheid. De SVIR verstevigt het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. De verantwoordelijkheid om te sturen in de ruimtelijke ordening wordt door de SVIR nog meer bij de provincies en gemeenten gelegd. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Dit houdt in dat de betekenis van de nationale structuurvisie voor het bestemmingsplangebied zodoende zeer beperkt blijft. De SVIR richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan.
Door decentralisatie van bevoegdheden wordt het relevante afwegingskader gevormd door het beleid van de provincie Zuid-Holland, het Waterschap Hollandse Delta en de gemeente Hoeksche Waard. Conclusie Het beleid zoals vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft geen gevolgen voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor die ontwikkeling vindt de afweging decentraal plaats.
blad 17 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (ook wel AMvB Ruimte genoemd) stelt het Rijk regels die betrekking hebben op de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen waar het Rijk regels over stelt zijn beperkt. De onderwerpen zijn: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna afgekort tot Barro) genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Geen van de in onderwerpen die genoemd worden in het Barro hebben echter betrekking op onderhavig bestemmingsplan. Conclusie Het Barro heeft geen betrekking op het onderhavig bestemmingsplan.
3.1.4
Besluit ruimtelijke ordening Het Besluit ruimtelijke ordening is een nadere uitwerking van bepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt hoe ruimtelijke plannen tot stand moeten komen en welke overheidslaag waarvoor verantwoordelijk is. De bepalingen in het Besluit ruimtelijke ordening hebben onder andere betrekking op structuurvisies, bestemmingsplannen en andere planologische besluiten. Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 oktober 2012 is een motiveringsplicht opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen, de ladder voor duurzame verstedelijking. Per 1 juli 2017 is de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking gewijzigd omdat er in de praktijk enkele knelpunten in de toepassing van de ladder ervaren worden. De meeste knelpunten hebben betrekking op de begrippen die in de huidige ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd worden, de toepassing van de ladder bij flexibele bestemmingsplannen, onderzoekslasten en regionale afstemming. De doelen van de ladder worden echter onderschreven. Dus ook in de gewijzigde ladder staan een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten, duurzaam ruimtegebruik en het tegengaan van overprogrammering centraal.
Betekenis wijziging ladder voor duurzame verstedelijking Uit de wijziging van het tweede lid van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening kan afgeleid worden dat het in de gewijzigde ladder voor duurzame verstelijking gaat om het aantonen van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in plaats van om het aantonen van de actuele regionale behoefte. In de gewijzigde versie van de ladder ontstaat een onderscheid tussen de toetsing van de behoefte en de reikwijdte waarin die behoefte afgestemd moet worden (een voorgenomen ontwikkeling die uitsluitend gevolgen heeft voor een gemeente hoeft niet in regionaal verband afgestemd te worden). De aard en omvang van een stedelijke ontwikkeling vragen immers niet altijd om afstemming in regionaal verband. De wijziging van het derde lid van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening betekent dat de ladder voor duurzame verstedelijking het ook mogelijk maakt om toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de ladder voor duurzame verstedelijking door te schuiven naar een wijzigings- of uitwerkingsplan. In het moederplan kan dan volstaan worden met een meer globale toetsing. De begrippen “nieuwe stedelijke ontwikkeling” en “bestaand stedelijk gebied” worden door
blad 18 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
de wijziging van de ladder niet gewijzigd omdat zij inmiddels uitgekristalliseerd zijn in jurisprudentie. Met deze wijzigingen wordt de ladder voor duurzame verstedelijking teruggebracht naar de essentie. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is bepalen of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een behoefte vervult en indien nodig motiveren waarom de voorgenomen ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat een uitgebreide toepassing van de ladder alleen nog maar plaats hoeft te vinden bij ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied en dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd moeten worden. In de nieuwe vorm richt de ladder voor duurzame verstedelijking zich op het aantonen van het nut en de noodzaak van de voorgenomen ontwikkeling, in plaats van op het aantonen van de actuele regionale behoefte. Dit omdat dat laatste begrip leidde tot allerlei interpretatieverschillen. Een andere reden is dat een stedelijke ontwikkeling niet altijd om regionale afstemming vraagt. Conclusie Toetsing van het initiatief dat in dit bestemmingsplan beschreven wordt aan de vereisten die de ladder voor duurzame verstedelijking stelt, is noodzakelijk. De toetsing vindt plaats in paragraaf 4.12.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsverordening en omgevingsvisie Zuid-Holland De omgevingsverordening en de omgevingsvisie Zuid-Holland zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Deze vervangen de Verordening Ruimte en de Visie Ruimte. Het nieuwe omgevingsbeleid bestaat uit de volgende onderdelen: De introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur, een overzicht van de samenhangende beleidskeuzes per provinciale beleidsopgave en de ontwikkelrichting die is opgenomen onder ‘Ambities en sturing’. Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de onderdelen uit het provinciaal beleid die van toepassing zijn op onderhavig bestemmingsplan.
Stedelijke ontwikkeling Nieuwe stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) zijn op basis van artikel 6.10 van de verordening pas mogelijk als na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat dit binnen bestaand stads- en dorpsgebied niet mogelijk is. In paragraaf 4.12 is toepassing gegeven aan de laddertoets en onderbouwd dat de beoogde uitbreiding van het bedrijf niet elders mogelijk is.
blad 19 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
Ruimtelijke ontwikkeling De provincie ziet bebouwing of gebruik van bebouwing of grond als een ruimtelijke ontwikkeling. Dit is anders dan het begrip stedelijke ontwikkeling zoals hierboven behandeld. Op dit bestemmingsplan is het begrip ruimtelijke ontwikkeling wel van toepassing. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid, hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. In de Omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen (artikel 6.9): 1.
2.
3.
Inpassing: In lid a is bepaald dat een ruimtelijke ontwikkeling moet passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging voorziet op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een nieuwe woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Aanpassing: Dit betreft een ontwikkeling van relatief beperkte omvang die niet past bij de aard van het landschap, of een gebiedseigen ontwikkeling die niet past bij de schaal van het landschap. Transformatie: Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap ontstaat.
Gezien de ontwikkeling van gedeeltelijke omvorming van het bedrijventerrein (van detailhandel naar industrie) en toevoeging van een perceel aan de Stougjesdijk en perceel aan de noordzijde kan de ontwikkeling gezien worden als 'aanpassing' als bedoeld in artikel 2.2.1 van de omgevingsverordening. Het hier voorliggende plangebied ligt niet in een gebied met een bijzondere beschermingscategorie. Immers de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, en de bestaande structuur verandert niet wezenlijk. Hierna wordt ingegaan op de richtpunten van de provinciale kwaliteitskaart. Kwaliteitskaart Zuid-Holland De integrale kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. De kwaliteitskaart is uitgewerkt in een aantal specifieke richtpunten per laag. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Voor het plangebied zijn richtpunten opgenomen in de Laag van de ondergrond, de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en de Laag van de stedelijke occupatie. Het gaat om de volgende richtpunten:
blad 20 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
Bij de Laag van de ondergrond is voor het plangebied het richtpunten ‘Rivierdeltacomplex’ vermeld: Rivierdeltacomplex Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden. Jonge zeeklei De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Richtpunt Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Beoordeling De ruimtelijke ontwikkeling die in dit bestemmingsplan is opgenomen legt geen groot beslag op het zeekleigebied. Binnen bestaand bebouwingscluster wordt detailhandel omgezet in bedrijf en wordt een parkeerplaats gerealiseerd met nieuwe routering over het terrein naar de parkeerplaats waarvoor een perceel wordt toegevoegd aan het bedrijfsperceel.
De waarde van het gebied en de kleigronden worden niet nadelig beïnvloed. Bij de Laag van de cultuur- en natuurlandschappenis voor het plangebied de richtpunten 'Zeekleipolder' en 'linten' vermeld: Zeekleipolderlandschap Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaande polders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken. Richtpunten Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen.
Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren. Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) blad 21 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap. Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur. Beoordeling De ruimtelijke ontwikkeling die in dit bestemmingsplan aan de orde is, betreft het toevoegen van een perceel bestemd voor detailhandel dat wordt bestemd naar bedrijf met inachtneming van de bestaande bebouwingsmogelijkheden. Verder wordt binnen het bebouwingscluster een parkeerplaats toegevoegd met nieuwe routering naar deze parkeerplaats waarvoor een perceel wordt toegevoegd aan het bedrijfsperceel. De ontwikkeling ligt niet in het open middengebied van de polders. Het open karakter van de achterliggende zeekleipolder wordt niet aangetast. Dit is verder uitgewerkt en toegelicht in 'Landschappelijke inpassing Bedrijfslocatie Van Iperen'. Linten Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag.
Op kaart zijn zowel de linten buiten als binnen het stedelijk gebied aangegeven. De linten binnen het stedelijk gebied zijn met name opgenomen om de relatie met het lint in het buitengebied aan te geven. Richtpunten Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Beoordeling Relevant voor de ontwikkeling is de Stougjesdijk die als lint is aangewezen in op de kwaliteitskaart. De Smidsweg is niet aangewezen als lint. Aandacht is daarom, zeker langs de Stougjesdijk, nodig voor de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint. Voor de inpassing van de ontwikkeling is daar in het rapport Landschappelijke inpassing Bedrijfslocatie Van Iperen rekening mee gehouden.
Bij de Laag van de stedelijke occupatie is voor het plangebied het richtpunt ‘infrastructuur, provinciale wegen’ vermeld: Provinciale wegen Bij bestaande wegen kunnen inpassingsmaatregelen overwogen worden, bij voorkeur in blad 22 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
combinatie met groot onderhoud. Per project en weg zal steeds maatwerk geleverd moeten worden om tot een goede inpassing te komen. Belangrijk daarbij is het vroegtijdig meenemen van ruimtelijke kwaliteit in het ontwerpproces en ruimtelijke kwaliteit als afwegingscriterium meenemen bij de beoordeling van inschrijvingen van projecten door aannemers. Daarbij spelen omgeving, landschap, barrièrewerking en de hoge verstedelijkingsgraad van Zuid-Holland een grote rol. Richtpunten infrastructuur: Een visuele relatie tussen weg en omgeving is gewenst. Waar wegen landschappelijke hoofdstructuren kruisen, dient de landschappelijke lijn als afzonderlijke structuur zichtbaar en herkenbaar te blijven. Deze ‘contactpunten’ (bijvoorbeeld tunnels, viaducten, aquaducten) worden met zorg ontworpen en komen terug in de beeldkwaliteitsparagraaf. Buiten het stedelijk gebied worden rijks- en provinciale -wegen niet als verstedelijkingsas benut. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen die een relatie met de weg hebben concentreren zich bij de op –en afritten van de weg. Daar waar een weg tegelijkertijd de rand van bebouwing vormt, is extra aandacht vereist voor de kwaliteit van de stads- of dorpsrand, waaronder doorgaande verbindingen tussen stad en ommeland. Beoordeling Het raakvlak met dit richtpunt is beperkt, maar daar is in de landschappelijk inpassing wel aandacht aan geschonken.
Zo zijn de volgende bouwstenen voor het ontwerp benoemd: Het nieuwe parkeerterrein inpassen in het landschap met respect voor de kwaliteiten van de Stougjesdijk. Hierin de balans vinden tussen inpassen en behouden van zichtrelaties naar het open landschap. De Smidsweg zoveel mogelijk vrijhouden van dichte beplanting en obstakels. De Smidsweg vormt een doorsnijding van het landschap, door dichte beplanting aan te brengen wordt dit meer aangezet en vormt het geen eenheid met het omliggende landschap. Beplanting is mogelijk in de vorm van een bomenrij zonder onderbeplanting. Bij invulling van deze bouwstenen zoals opgenomen in Landschappelijke inpassing Bedrijfslocatie Van Iperen voldoet het plan aan dit richtpunt. Beeldkwaliteitsparagraaf Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf of -plan, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Dit is nodig als het gaat om een ontwikkeling waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn, of als het gaat om een ontwikkeling die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie. Dit betekent dat bij een bestemmingsplan voor een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stads- en dorpsgebied vrijwel altijd een beeldkwaliteitsparagraaf nodig is.
Bij een bestemmingsplan voor een ruimtelijke ontwikkeling binnen bestaand stads- en dorpsgebied, is dat vaak niet het geval. Er zijn namelijk minder richtpunten voor het bestaand stads-en dorpsgebied dan voor het gebied daarbuiten. Het plangebied bevindt zich voor een deel buiten bestaand stedelijk gebied. Voor dit plan is door middel van een inpassingsplan invulling gegeven aan de wens om aan te tonen dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Zoals door de provincie aangeven is dit men name nodig indien de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn. Zoals in bovenstaande paragrafen toegelicht is dat voor dit bestemmingsplan niet het geval. Toch is invulling gegeven om de inpassing zorgvuldig uit te werken en daarbij aandacht te hebben voor beeldkwaliteit. Dit is opgenomen in paragraaf 2.2 en verder blad 23 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
gedetailleerd in het rapport Landschappelijke inpassing Bedrijfslocatie Van Iperen. De inpassingsopgave is in de regels voorwaardelijk opgenomen, zie artikel 9.2.1 van de regels. Daarmee is in voldoende mate de benodigde ruimtelijke kwaliteit geborgd conform beleid van de provincie. Bij verdere uitwerking van het plan dienen de opgenomen inpassingseisen in acht te worden genomen. Conclusie Het bestemmingsplan past binnen het provinciaal beleid en is derhalve uitvoerbaar.
3.3
Gemeentelijke beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Hoeksche Waard De Omgevingsvisie is door de gemeenteraad van Hoeksche Waard op 17 december 2019 vastgesteld. In de Omgevingsvisie is er voor gekozen een uitnodiging te doen aan de samenleving om bij te dragen aan de Hoeksche Waard. Het accent is gelegd op wat de Hoeksche Waard wil; niet op wat niet mag. Of in Omgevingswet termen: 'Ja mits', in plaats van 'Nee, tenzij'. Het gaat dus om een gewenste koers, niet om een alomvattend beleid. Het is niet nodig gevonden om nu al alle aspecten die in het Omgevingsplan worden uitgewerkt te benoemen. Alle beleidsaspecten opnemen zou ten koste gaan van het karakter van de visie: gericht op inspireren en uitnodigen. De Omgevingsvisie richt zich op de gewenste koers van de gemeente. De Programmaplannen richten zich er op hoe daar te komen. Het Omgevingsplan geeft aan binnen welke regels dit gaat gebeuren. In de Omgevingsvisie is o.a. aangegeven dat er gestreefd wordt naar een krachtige en vitale participatiesamenleving waarin inwoners zelfbewust en in samenwerking met maatschappelijke organisaties en de gemeente regie voeren op het eigen bestaan, waarin voldoende vangnetten zijn ingericht en waarin preventie een grote rol speelt. Inzet is dat er voor alle inwoners een duurzaam veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit aanwezig is.
Partijen worden uitgenodigd om vooral zelf met concrete uitwerkingen te komen. Dit aan de hand van Hoeksche Waarden en Hoeksche werken. Het plan om de detailhandelslocatie in het buitengebied te betrekken bij de bestaande bedrijfsactiviteiten van Van Iperen zorgt voor een duurzame voortzetting van een lang op deze locatie gevestigd bedrijf binnen de gemeente. Met de uitbreiding zorgt Van Iperen voor betere toekomstbestendigheid van het bedrijf en groei van de werkgelegenheid in de regio. Daarmee levert het plan een bijdrage aan de Hoeksche werken. Op basis van de Omgevingsvisie is detailhandel in het buitengebied is niet langer wenselijk en daarmee zorgt de ontwikkeling voor een verbetering van de omgevingskwaliteit ter plaatse. Daarnaast wordt een agrarisch perceel omgezet tot parkeerplaats en een perceel toegevoegd om de routering naar de nieuwe parkeerplaats mogelijk te maken, dit in combinatie met landschappelijke inpassing waardoor de omgevingskwaliteit niet verslechtert en waar mogelijk zelfs verbetert. Vanwege de ontwikkeling wordt ook rondom het perceel van de voormalige detailhandel gezorgd voor goede landschappelijke inpassing waarmee het plan een positieve bijdrage levert aan de Hoeksche waarden. Zoals hierboven beschreven levert het plan een bijdrage aan zowel de Hoeksche werken als de Hoeksche waarden is het plan daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
blad 24 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
Hoofdstuk 4
Randvoorwaarden Algemeen Dit hoofdstuk toetst het initiatief aan de milieuaspecten en planologische aspecten die relevant zijn voor het initiatief. Waar nodig worden de resultaten van de toetsing aan deze aspecten vertaald naar randvoorwaarden voor het initiatief.
4.1
Akoestiek Inleiding In opdracht van het bedrijf “Van Iperen B.V.” is een akoestisch onderzoek (zie bijlage 1) uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de beoogde bedrijfsvoering/ ontwikkelingen geprojecteerd ter plaatse van Smidsweg 24 in Westmaas. Beoordelingskader Voor de bestemmingsplanwijziging moet er in het kader van de Wet ruimtelijke ordening worden aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De VNG-publicatie "Bedrijven en Milieuzonering" is een handreiking voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. In deze handreiking is een stappenplan voor de beoordeling van geluid opgenomen. Dit stappenplan bestaat uit 4 stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. Het betreffend stappenplan staat hieronder vermeld. Stap 1: Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven. Echter, de richt-afstanden die in de handreiking staan vermeld zijn indicatief en komen vaak niet overeen met de werkelijkheid. Hierdoor is het raadzaam om in geval van twijfel een akoestisch onderzoek uit te voeren.
Stap 2: Indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een gebiedstype rustige woonwijk maximaal: 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Stap 3: Indien stap 2 niet toereikend is, is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk maximaal: 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze belasting in de concrete situatie mogelijk acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Stap 4: Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 is inpassing doorgaans niet mogelijk. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen, en motiveren. Gelet op de milieucategorie in relatie tot de activiteiten van Van Iperen adviseert de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” een richtafstand tot woningen te hanteren van ten minste 30 m (SBI-code 46751). De dichtstbij gelegen woning van derden is op een
blad 25 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
afstand van circa 20 m gesitueerd. Vergunning De inrichting aan de Smidsweg 24 in Westmaas is Wabo-vergunningplichtig (voor het onderdeel Milieu). Vanwege de meest recent verleende milieuvergunning is in 2017 een akoestisch onderzoek uitgevoerd dat destijds onderdeel vormde van de daaraan ten grondslag gelegen aanvraag. In dat akoestisch onderzoek is een beoordelingskader toegepast van Letmaal = 45 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en LAmax = 70 dB(A)/65 dB(A)/60 dB(A) voor het maximale geluidsniveau in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Dit toetsingskader komt overeen met het beoordelingskader voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau uit stap 2 en het beoordelingskader voor de maximale geluidniveaus uit stap 3. Onderzoek De resultaten van de representatieve bedrijfssituatie zijn weergegeven in deze paragraaf. Allereerst is de bedrijfssituatie doorgerekend zonder maatregelen. Zie voor de rekenresultaten paragraaf 3.1 van het onderzoek. Omdat de maximale geluidniveaus niet passen binnen het beoordelingskader van stap 3 van het VNG-stappenplan, zijn maatregelen gewenst om deze pieken te verminderen. De te treffen maatregelen moeten de geluidbelasting veroorzaakt door het opslag- en parkeerterrein in de avond- en nachtperiode beperken. De volgende twee maatregelen kunnen ruimtelijk daartoe worden getroffen: 1.
Om de maximale geluidsniveaus op de gevels van de in de nabijheid gelegen woningen te beperken, wordt gedurende de avond- en nachtperiode enkel geparkeerd in de in figuur 4.1 (van bijlage 1) aangegeven gearceerdezone aan de voorkant van het parkeerterrein. Voor het niet gearceerde deel is in het bestemmingsplan uitgesloten dat hier in de avond en nachtperiode gebruik van wordt gemaakt door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - parkeren dagperiode'. 2. Het transporteren en manoeuvreren van goederen op het terrein met een heftruck gebeurt alleen in de dagperiode. Dit wordt geborgd in de vergunning van het bedrijf. Beide maatregelen zijn op bovenstaande wijze uitvoerbaar en ge(waar)borgd. Ook zijn deze praktisch en realistisch uitvoerbaar door het aanbrengen van bebording, belijning en werkinstructies aan het personeel. Met deze maatregelen zijn vervolgens berekeningen uitgevoerd voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, de maximale geluidsniveaus en de incidentele bedrijfssituatie. De resultaten zijn onderstaand samengevat. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van de representatieve situatie inclusief maatregelen is weergegeven in tabel 4.4 van het onderzoek. De geluidbelasting ten gevolge van de volledige inrichting past voor alle woningen in stap 2 van het VNG-stappenplan.
Maximale geluidsniveaus De maximale geluidsniveaus van de representatieve situatie zijn weergegeven in tabel 4.5 van het onderzoek. De geluidbelasting ten gevolge van de volledige inrichting past voor de meeste woningen binnen stap 2 van het VNG-stappenplan. Het maximale geluidniveau op de perceelsgrens en de zijgevel van de woning aan de Stougjesdijk 42C en op de gevels van de woningen aan de Stougjesdijk 23 en 25 voldoen niet aan de het beoordelingskader van stap 2. Wel voldoet de maximale geluidsniveau van al deze woningen aan stap 3 van het blad 26 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bedrijfslocatie Van Iperen Gemeente Hoeksche Waard Projectnummer 468337
VNG-stappenplan. Incidentele bedrijfssituatie Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van de incidentele bedrijfssituatie inclusief maatregelen is weergegeven in tabel 4.6 van het onderzoek. In het VNG-stappenplan is geen beoordelingskader voor deze bedrijfssituatie opgenomen. Beschouwd als representatieve bedrijfssituatie, past deze binnen het beoordelingskader van stap 3 voor een gemengd gebied uit het VNG-stappenplan. De geluidbelasting ten gevolge van de incidentele situatie kent een beperkte toename in de beoogde situatie. De geluidbelasting ten gevolge van de incidentele bedrijfssituatie zal in de nieuwe situatie (na in gebruik name van het opslag- en parkeerterrein en de nieuwe loods) toenemen. Deze toename valt echter binnen het beoordelingskader van stap 3 voor een gemengd gebied van het VNG-stappenplan. Omdat deze situatie maar slechts 12 keer per jaar voor zal komen en er voldaan wordt aan stap 3 wordt de situatie aanvaardbaar geacht. Conclusie Op basis van deze rapportage en de daarin opgenomen analyse is de conclusie dat alle beoogde ontwikkelingen aan de Smidsweg 24 in Westmaas leiden tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat na implementatie van de twee genoemde maatregelen. Voor de incidentele situatie is in het VNG-stappenplan geen beoordelingscriteria opgenomen. Deze is in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel beschouwd.
Hieruit is gebleken dat de hiermee samenhangende geluidniveaus van de incidentele bedrijfssituatie past binnen stap 3 van het VNG-stappenplan voor een gemengd gebied. Het voorgaande in ogenschouw nemende zal er sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening en is het bestemmingsplan voor het aspect geluid uitvoerbaar.