toelichting on bp Keizersdijk 82 Strijen juni 2023 - Toelichting
Tekst van het document
Er is in februari 2019 een BUS-melding ingediend bij de gemeente/Omgevingsdienst ZuidHolland-Zuid. Daarna is de grond, in 2021, gesaneerd. Hierdoor staat het aspect bodem de bouw van drie woningen niet in de weg. 4.9 Geur Geurhinder heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de leefomgeving. Geurhinder is tevens een belemmerende factor voor ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid voor gemeenten om af te wijken van de wettelijk vastgestelde geurnormen. Deze afwijkende normen moeten vastgesteld worden in een geurverordening die voorzien is van een ruimtelijke onderbouwing. Op het perceel Keizersdijk 78a is een paardenhouderij gevestigd. Uit het daarvoor gemaakte bestemmingsplan ‘Keizersdijk 78a’, vastgesteld 27 september 2016, blijkt dat er geuronderzoek is ingesteld voor dat bedrijf. Uit dat uitgevoerd geuronderzoek bleek, dat de ontwikkeling voor een geringe voorgrondbelasting (maximaal 0,5 ouE/m³) bij de omliggende geurgevoelige objecten (woningen en bedrijfspanden) zorgt. Er wordt ruim voldaan aan de norm van 2,0 ouE/m³ en is er sprake van een goede milieukwaliteit bij de omliggende gevoelige bestemmingen. De afstandsnorm van emissiepunt (stal) tot geurgevoelige objecten (woningen en bedrijfspanden) bedraagt 50 meter. De afstand van de stal tot de nieuwe woningen is ten minste 70 m.
Het aspect ‘geur’ levert geen beperking op bij de realisering van de drie nieuwe woningen.
4.10 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het nemen van een projectbesluit, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. b.
Er is geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; De concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c. Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. De ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. 32
Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Voorheen werd het perceel gebruikt voor agrarisch bedrijfsmatige doeleinden.
Daarvoor in de plaats komen drie woningen met circa 7 vervoersbewegingen per etmaal van en naar elke woning. Er kan worden geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Heersende luchtkwaliteit Voor de volledigheid is uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening ook de heersende luchtkwaliteit in ogenschouw te nemen. Op basis van de landelijk beschikbare GCN- waarden (Grootschalige Concentratiekaarten Nederland) kan gesteld worden dat de jaargemiddelde achtergrondconcentratie voor stikstofdioxide 18,3 (2019, gebaseerd op gegevens gcn 2019) microgram per kubieke meter lucht bedraagt en voor fijn stof pm 10 is dit 16,8 (2018, gebaseerd op gcn 2018) microgram per kubieke meter en voor fijn stof pm 2,5 is dit 9,6 (2018, gebaseerd op gen 2018). Hieruit kan geconcludeerd worden dat de luchtconcentraties ruim voldoen aan de normering Wet milieubeheer onderdeel luchtkwaliteit (grenswaarde voor stikstofdioxide en fijn stof bedragen 40 microgram per kubieke meter). Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van drie woningen. Gezien die beperkte omvang van het plan, behoeft er geen specifiek luchtkwaliteitsonderzoek te worden uitgevoerd. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit worden geen belemmeringen ondervonden.
4.11 Externe veiligheid Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) van kracht geworden. In overeenstemming met artikel 5 van dit BEVI dient bij een besluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) onderzocht te worden in hoeverre er sprake is van aanwezigheid van risicovolle inrichtingen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen de risicocontour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6 contour) en het groepsrisico (GR) met de eventuele toename hiervan berekend te worden. Het GR dient in de toelichting op het besluit te worden verantwoord. Eenzelfde aanpak dient gevolgd te worden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door de lucht en door buisleidingen en het besluit externe veiligheid transportroutes. Het kader hiervoor wordt gegeven in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Gemeenten en provincies zijn in dat kader verplicht de normen uit het BEVI na te leven. Dit houdt onder meer in dat er voldoende afstand aangehouden moet worden tussen kwetsbare objecten en risicovolle bedrijven en transportroutes. Tevens houdt dat in dat rekening moet worden gehouden met het totale aantal aanwezige personen in de directe omgeving van een risicovol bedrijf of transportroute. 33
Het aspect externe veiligheid brengt zodoende met zich mee dat afstemming tussen de drie taakvelden ruimtelijke ordening, milieu en rampenbestrijding van groot belang is. Uit de risicokaart Nederland blijkt het volgende.
Figuur 4.1: deel risicokaart Nederland
Buisleiding vervoer ethyleenoxide Ten zuiden van de Hoekseweg is een transportleiding van Shell aanwezig met een plaatsgebonden risicocontour van 40 m. De leiding wordt gebruikt voor het vervoer van ethyleenoxide. Bij een breuk in de leiding kan ethyleenoxide vrijkomen. Om die reden is er enerzijds berekend wat het effect van het bouwplan is op het groepsrisico (Adromi, 22 april 2022, kenmerk M202146/2201). Daarnaast is het groepsrisico verantwoord (Adromi, 5 november 2021, kenmerk M202146/2101b). Uit de berekening van het groepsrisico blijkt het volgende. Het groepsrisico (GR) is het risico dat een groep van meer dan 10 personen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Omdat er sprake is van minder dan 10 potentiële slachtoffers, is het op voorhand duidelijk dat deze locatie op zichzelf een zeer beperkte bijdrage levert aan het groepsrisico, zowel in de huidige als toekomstige situatie. Op basis van bovenstaande gegevens kan geconcludeerd worden dat de extra bijdrage van deze ontwikkeling aan het mogelijk aantal slachtoffers bij een leidingbreuk, minder dan 5 bedraagt waardoor er dus geen sprake is van een relevante toename van het groepsrisico.
Uit de notitie over de verantwoording van het groepsrisico blijkt, dat dat de bouw van woningen in het plangebied alleen kan worden overwogen als er aanvullende bouwkundige, organisatorische en/of omgevingsmaatregelen worden genomen die de bewoners voldoende beschermen en/of in staat stellen zichzelf in veiligheid te brengen. In die notitie is dat verder uitgewerkt in maatregelen. Bij bouwkundige maatregelen gaat het o.a. om het aanbrengen van een uitschakelbaar ventilatiesysteem in de woningen, het situeren van de inlaat van lucht aan de kant van de woningen die het verst van de buisleiding af ligt, het goed tocht- en luchtdicht uitvoeren van de woningen. Via een voorwaardelijke verplichting zijn deze maatregelen bindend opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Bij organisatorische maatregelen gaat het om het proactief informeren van de bewoners over de risico’s van een ethyleenoxide gifwolk. Hiervoor vond afstemming plaats met betrokken instantie, Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid . 34
Bij omgevingsmaatregelen kan worden gedacht aan het uitvoeren van maatregelen bij de leiding zelf (bijv. afdekken met platen ter bescherming bij graafwerkzaamheden). Aangezien de leiding niet in het plangebied ligt maar aan de overzijde van de Hoekseweg is dit geen maatregel die bij de uitvoering van het bouwplan uitgevoerd kan worden. Met de andere maatregelen wordt het groepsrisico echter al in voldoende mate verantwoord. Shell Chemie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het groepsrisico van Shell Chemie (Moerdijk), de afstand tot het plangebied bedraagt ruim 9 km. Het plangebied kent vluchtmogelijkheden en de bewoners en bedrijfsmedewerkers zijn zelfredzaam c.q. kunnen vanuit zorgoogpunt geholpen worden bij eventuele evacuatie. Hierbij wordt nog opgemerkt dat het enkel om toxische scenario's gaat waarbij zelfredzaamheid ook behaald kan worden door deuren en ramen te sluiten en de mechanische ventilatie af te schakelen. Om deze reden is er geen strijd met veiligheidsrisico’s ten gevolge van Shell Chemie en de Shell transportleiding. En overigens worden de woningen al voorzien van bouwkundige maatregelen in relatie tot de eerder genoemde ethyleenleiding. Vervoer gevaarlijke stoffen Over de Trambaan worden op beperkte schaal gevaarlijke stoffen getransporteerd.
Gezien de afstand tot de woning (bijna 500 m) vormt deze weg geen belemmering voor de realisatie van het plan. Explosieven De Hoeksche Waard is in het noorden oorlogsgebied geweest in de meidagen 1940. Het zuiden is frontlinie geweest in 1944. Gezien de gevoeligheid van het projectgebied in WOII kan het voor de veiligheid gewenst zijn dat er een historisch NGE onderzoek wordt uitgevoerd. In dit kader wordt overwogen dat het terrein bebouwd was en dat deze bebouwing inmiddels is verwijderd. Daarnaast hebben er saneringswerkzaamheden plaatsgehad in de bodem. Vanwege de gevoeligheid van het projectgebied in WOII is het uitvoeren van een historisch NGE onderzoek vanuit de Arbeidsomstandighedenwet en OOV oogpunt noodzakelijk. Hieruit kan blijken of er sprake is van een verdachte locatie. Aan de initiatiefnemer van het project is door de gemeente geadviseerd, om door een erkend bedrijf een historisch NGE (voor)onderzoek te laten uitvoeren en dit ter toetsing aan te bieden.
Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling, dit met in achtneming van de constatering dat er maatregelen vereist zijn in relatie tot de aanwezigheid van de ethyleenleiding.
4.12 Kabels en leidingen Binnen of langs het plangebied liggen diverse kabels en leidingen, zoals elektriciteit, telefoon en kabeltelevisie. Er zijn, behoudens de in paragraaf 4.11 genoemde olieleidingen, geen kabels of leidingen aanwezig die een specifieke bescherming hebben in het bestemmingsplan, het gaat om ‘gewone’ leidingen waar bij de uitvoering van een eventueel bouwplan rekening mee wordt gehouden. 35
4.13
Milieueffectrapportage
Het plan maakt ontwikkelingen mogelijk die vallen onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Een m.e.r. beoordeling is in dat geval op basis van de Wet milieubeheer verplicht. In dit plan is al ingegaan op de verschillende onderdelen. Echter hieronder motiveren wij nogmaals dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het plan optreden een en ander overeenkomstig de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn.
1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: De omvang van het project betreft de bouw van 3 woningen. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreft het afvoeren van hemelwater in de nabij gelegen watergang, er worden geen uitlogende materialen gebruikt. De productie van afvalstoffen is niet aanwezig. Huishoudelijk afvalwater wordt via de riolering afgevoerd. Er is geen sprake van verontreiniging en hinder. Verwezen wordt naar onderdeel bedrijven en milieuzonering onder 4.6. Er is geen risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. Verwezen wordt naar het onderdeel externe veiligheid zoals beschreven onder 4.11. Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid. Verwezen wordt naar het onderdeel externe veiligheid, zoals beschreven onder 4.11. 2. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: Het voorheen aanwezige grondgebruik betreft een bedrijfsmatig gebruik. Het gebied ligt niet in een beschermingszone. Het gebied heeft geen hoge bevolkingsdichtheid.
Het gebied heeft archeologisch gezien een middelhoge verwachting, de ingreep is zodanig dat het vereist is, dat het uitvoeren van grondwerkzaamheden moet geschieden onder archeologische begeleiding. Verwezen wordt naar paragraaf 4.4. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, te weten ‘Oudeland Strijen’ ligt op circa 100 m ten westen van het plangebied. De beëindiging van het agrarisch gerelateerde bedrijf heeft tot gevolg dat er geen bedrijfsactiviteiten en daaraan gerelateerde verkeersbewegingen meer zullen plaatsvinden. De drie woningen hebben geen nadelig effect op het Natura 2000 gebied. 3. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de beperkte omvang van het project zijn er geen potentiële aanzienlijke effecten te verwachten. Dit is ook beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Op basis van de bovenstaande zal het college van burgemeester en wethouders voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit nemen omtrent het ontbreken van de noodzaak om een milieueffectrapport op te stellen. 36
5.
Juridische toetsing
5.1 Juridische planopzet Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht bestemmingsplannen geheel digitaal op te stellen en vast te stellen. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
5.2 Bestemmingswijzer 5.2.1 Inleidende bepalingen De artikelen 1 en 2 bevatten de algemene regels zoals de begripsbepalingen en de wijze van meten. 5.2.2. Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Binnen het plangebied worden de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’, ‘Tuin’ en ‘Wonen’ gelegd. In de regels bij de bestemming ‘Wonen’ worden de bouwregels en de gebruiksmogelijkheden geregeld. De woningen met bijbehorende bebouwing mogen een maximale inhoud hebben van 775 m³. Tevens moet worden voldaan aan het advies landschappelijke inpassen en beeldkwaliteit. Daarnaast moeten de te bouwen woningen in bouwkundig opzicht voldoen aan de eisen zoals genoemd in de notitie externe veiligheid. Ten slotte zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ op het plangebied gelegd, dit ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. 5.2.3 Algemene bepalingen De Anti-dubbeltelregel en de overgangsregels zijn overgenomen uit het Bro. Daarnaast is een artikel opgenomen voor de titel van het plan, voor toegelaten overschrijdingen, algemene afwijkingsbepalingen en aanvullende werking van de bouwverordening. In de algemene aanduidingsregels is de geluidszone van de in de omgeving aanwezige kartbaan geregeld.
5.3 Plantoetsing en handhaving De gemeente Hoeksche Waard is belast met het toezicht op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden overeenkomstig het bepaalde in dit bestemmingsplan.
37
6.
Uitvoering
6.1 Economische uitvoerbaarheid Het bouwplan omvat de bouw van drie woningen. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hoeksche Waard. Het perceel Keizersdijk 82 is in eigendom bij de initiatiefnemer. Met initiatiefnemer is een zogenaamde anterieure exploitatieovereenkomst afgesloten. Dit betekent dat het kostenverhaal is verzekerd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro te worden vastgesteld. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemers. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.
6.2 Planschade Tussen de gemeente en de ontwikkelaar zijn ex artikel 6.4a Wro in de gesloten exploitatieovereenkomst ook afspraken gemaakt over het afwentelen door de gemeente op de initiatiefnemer van eventueel toe te kennen tegemoetkomingen in planschade.
38
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening hebben de volgende instanties een vooroverlegreactie gegeven: pm Van andere vooroverlegpartners is geen reactie ontvangen.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Keizersdijk 82 Strijen’ heeft vanaf xx-xx-2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon door eenieder mondeling of schriftelijk een zienswijze tegen het ontwerpplan bij de gemeenteraad worden ingediend. Conform de wettelijke bepalingen is de ter inzage legging op xx 2023 aangekondigd in de Staatscourant, de gemeentelijke advertentie in nieuws- en advertentieblad Het Kompas en op de gemeentelijke website. De terinzagelegging heeft analoog en digitaal plaatsgevonden in het gemeentehuis en digitaal op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl en via de gemeentelijke website www.gemeentehw.nl. Gedurende de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen zijn er wel/geen zienswijzen ingediend.
39