CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting on bp Keizersdijk 82 Strijen juni 2023 - Toelichting

Besluitvormende raad 7 november 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Keizersdijk 82 Strijen11.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting Bestemmingsplan ‘Keizersdijk 82 Strijen’ Gemeente Hoeksche Waard

juni 2023 1

Bestemmingsplan ‘Keizersdijk 82 Strijen’ Gemeente Hoeksche Waard

Toelichting Regels Verbeelding Datum: Status:

juni 2023 ontwerp

Identificatienummer: NL.IMRO.1963.BPKeizersd82STR22-ON01

2

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Het bestemmingsplan 1.3 Leeswijzer 2. Beschrijving plangebied en bouwplan 2.1 Inleiding 2.2 Omgeving plangebied 2.3 Huidige situatie 2.4 Doel bestemmingsplan 2.5 Stedenbouwkundige aspecten 3. Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 4. Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Verkeer 4.3 Flora en fauna 4.4 Archeologische waarden 4.5 Waterhuishouding 4.6 Milieuzonering 4.7 Geluid 4.8 Bodem 4.9 Geur 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Externe veiligheid 4.12 Kabels en leidingen 4.13 Milieueffectrapportage 5. Juridische toelichting 5.1 Juridische planopzet 5.2 Bestemmingswijzer 5.3 Plantoetsing en handhaving 6. Uitvoering 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Planschade 7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

PAG.

4 4 5 5 6 6 6 6 8 8 12 12 12 13 19 24 24 24 24 25 26 27 29 31 32 32 33 35 36 37 37 37 37 38 38 38 39 39 39

Bijlagen: - verkennend bodemonderzoek (Linge milieu b.v., januari 2017, nr. 16-2206) - asbest bodemonderzoek (Linge Milieu b.v., 25 januari 2018, nr. 16-2206A) - archeologisch onderzoek (SOB Research, januari 2018, nr. 2507-1706) - akoestisch onderzoek (Kraaij akoestisch advies, 2 februari 2021, nr. VL.20102.R01) - ontheffing Wet natuurbescherming (23 oktober 2018, nr. 00513835) - AERIUS-berekening (Ad Fontem, 10 februari 2023, nr. 20AF289) - advies landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit (Wissing, 8 mei 2023, nr. 609) - notitie externe veiligheid (Adromi, 5 november 2021, kenmerk M202146/2101b - notitie berekening groepsrisico (Adromi, 22 april 2022, kenmerk M202146/2201 3

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Initiatiefnemer is eigenaar van gronden aan de Keizersdijk 82 te Strijen. Het perceel heeft in het ter plaatse geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijf’.

Figuur 1.1 perceel Keizersdijk 82 Strijen

In 2012 is het plan opgevat om de bestaande, zeer verouderde, bedrijfsbebouwing op het perceel Keizersdijk 82 te Strijen af te breken. Daarvoor in de plaats zou nieuwe bedrijfsbebouwing worden opgericht voor een fouragebedrijf. Na uitvoerig overleg met de gemeente, is er uiteindelijk in 2016 in principe medewerking toegezegd aan dat plan. Daarna is gewerkt aan de voorbereiding van de bouwplannen. Onderdeel daarvan vormde het uitvoeren van ecologisch onderzoek. De aanwezigheid van een kerkuil en een steenuil in de bestaande bedrijfsbebouwing maakten, dat er tijdelijke vervangende huisvesting gecreëerd moest worden voor de uilen en dat er ontheffing moest worden gevraagd van de Wet natuurbescherming (Wnb). De ontheffing Wnb is uiteindelijk op 23 oktober 2018 verleend. Mede vanwege veiligheidsredenen is de bebouwing begin 2019 afgebroken. De gevraagde omgevingsvergunning is op 19 november 2019 door burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard verleend. Tussen het moment van het eerste initiatief en het moment van verlening van omgevingsvergunning ligt ruim 7 jaar. Het bedrijf dat de fouragehandel uitoefent en in de nieuwe bebouwing zou worden gehuisvest, had op enig moment lopende de termijn van genoemde 7 jaar, dringend behoefte aan vervangende bedrijfshuisvesting.

4

De lange doorlooptijd met onzekerheid over een goede afloop van het vergunningsproces, heeft het bedrijf doen besluiten zich elders te gaan vestigen. Toen de omgevingsvergunning in 2019 werd verleend was het beoogde bedrijf buiten beeld geraakt. Er is getracht om andere bedrijven te interesseren voor vestiging op deze plaats. De situering van het bedrijfsperceel in combinatie met de beperkingen die vestiging in het buitengebied met zich brengt, maakte dat er geen reële gegadigde zich heeft gemeld. Dit leidde tot de situatie dat het vergunde bouwplan niet gerealiseerd kon worden. Er is met de gemeente Hoeksche Waard overleg gevoerd over de ontstane situatie. Daarbij is het plan geboren om drie woningen te bouwen in plaats van de vergunde bedrijfsbebouwing. 1.2

Het bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisering van drie vrijstaande woningen mogelijk.

-

Dit bestemmingsplan is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende stukken: Verbeelding (plankaart); Regels. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van deze toelichting.

1.3

Leeswijzer

Deze toelichting omvat een omschrijving op hoofdlijnen van het plangebied en het plan (hoofdstuk 2). Het relevante beleid voor het plangebied (hoofdstuk 3) en een omschrijving van de verschillende omgevingsaspecten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 wordt een juridische toelichting gegeven. Hoofdstuk 6 omvat de aspecten planschade en economische uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 het overleg ex artikel 3.1.1 Bro beschreven, alsmede de uitkomst van het vooroverleg en de zienswijzenprocedure.

5

2. Beschrijving plangebied en gebruiksplan 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het plangebied en het aangepaste plan beschreven.

2.2 Omgeving plangebied Het perceel aan de Keizersdijk 82 ligt in het landelijk gebied van de Hoeksche Waard, tussen de woonkernen van Strijen en Maasdam in. Het perceel ligt in de oksel van de Hoekseweg en de Keizersdijk. Direct ten noorden ligt de buurtgemeenschap Cillaarshoek. De omliggende bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit een diversiteit aan woningen op afstand in lintbebouwing langs een dijk. Aan de meeste zijden is er vrij uitzicht over het polderlandschap.

Figuur 2.1 luchtfoto plangebied en omgeving

2.3

Huidige situatie

Voorheen was er op het perceel aan de Keizersdijk 82 te Strijen een fouragebedrijf in de vorm van een bedrijfswoning met verschillende bedrijfsgebouwen aanwezig. Het buitenterrein bij de bebouwing was volledig verhard. Deze bebouwing is vanwege veiligheidsoverwegingen reeds afgebroken.

6

Figuur 2.2 voormalige woning en omliggende schuren

Figuur 2.3 voormalige bedrijfsbebouwing

Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Strijen, sectie S, nrs. 943 (845 m2), 1138 (870 m2) en 1139 (5.100 m2), derhalve een totale oppervlakte van 6.815 m2.

7

Figuur 2.4: omvang plangebied met kadastrale aanduiding

2.4

Doel bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan geeft aan het gedeelte van het plangebied waar de woningen worden gebouwd de bestemming ‘Wonen’. De bouwmogelijkheden voor bedrijfsdoeleinden verdwijnen geheel.

2.5 Stedenbouwkundige aspecten Ten aanzien van de opzet van het plan, de landschappelijke inpassing en de gewenste beeldkwaliteit is het document ‘Situering en landschappelijke inpassing Keizersdijk 82 Strijen (Wissing, 8 mei 2023, 609-Keizersdijk 82 Strijen-Situering en landschappelijke inpassing+bkp) gemaakt. Dit stedenbouwkundig advies is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Daarnaast is het document opgenomen als bijlage bij de regels, waarbij met een opgenomen voorwaardelijke verplichting is geborgd dat de gekozen opzet ook daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden en in stand wordt gehouden. De in het stedenbouwkundig advies opgenomen ruimtelijk- en beleidsanalyse heeft geleid tot het maken van een passende schetsverkaveling die aansluit bij de aanwezige beleidsuitgangspunten.

8

In het schetsmodel worden de woningen gegroepeerd rond een erf centraal op de kavel. Als ontsluiting wordt aangesloten de zuidelijke entree aan de Keizersdijk. Er ligt één woning aan de Keizersdijk, die zich voegt naar de lintbebouwing langs de dijk. De andere twee woningen liggen aan een compact gezamenlijk erf, meer naar achter op de kavel. Dit erf is voldoende groot dat bezoekers er kunnen parkeren. Het erf heeft een toegang in de vorm van een groen laantje met streekeigen opgaande beplanting, zoals bijvoorbeeld zwarte populier. De toegang loopt via de bestaande inrit via de dam over de sloot. Bij de dam kan de toegang voorzien worden van een poort ter versterking van het beeld van een gezamenlijk erf. Rondom de kavel ligt een sloot. Deze is grotendeels bestaand. De sloot wordt voorzien van brede slootranden met natuurvriendelijke oevers met rietkragen en een rij knotwilgen of essen. Aan de oostkant van de kavel is ruimte voor een schapenweide. Dit deel van de kavel kan ook agrarisch gebruikt worden, als uitbreiding van het aansluitende land. Aan de westkant wordt minimaal 9 meter vrijgehouden van bebouwing, vergelijkbaar met de zone tussen het bouwvlak van het voormalige bedrijf en de buurkavel. Het schetsmodel ziet er als volgt uit.

Figuur 2.5 opzet verkaveling perceel

In het stedenbouwkundig advies worden criteria genoemd voor de na te streven beeldkwaliteit. Hierna worden deze criteria genoemd. Het gaat over de woningen en de daarbij behorende erven met landschappelijke inpassing. 9

Karakteristiek erf * het erf bestaat uit een ensemble van gebouwen rondom een gemeenschappelijk erf; * de bebouwing bestaat uit één hoofdwoning (boerderij) en twee overige woningen die ondergeschikt zijn aan de hoofdwoning (schuurwoningen); * korrelgrootte van de bebouwing past bij een boerenerf en is groter dan de woningen langs het lint; * de architectuur van hoofdwoning en overige woningen is op elkaar afgestemd, familie van elkaar; * de toegang tot het erf onderaan de dijk voorzien van een poort en eventueel een hekwerk; * de weg begeleiden met bomen of hagen. Kavels * groene erfafscheiding grenzend aan de toegangsweg en het erf aanplanten; * verharding op eigen kavel zoveel mogelijk aan het zicht onttrekken door groen; * op eigen kavel 2 parkeerplaatsen realiseren.

Landschappelijke inpassing * groene omlijsting met streekeigen beplanting als hoog opgaande zwarte populieren of gemengde windsingels; * langs de slootrand knotwilgen en/of knotessen aanplanten; * op het erf, in de tuinen flinke solitaire (sier-) bomen als essen, kastanjes en notenbomen; * bestaande sloten behouden; * sloot aan de Hoekseweg voorzien van een flauwe natuurvriendelijke oever; * bloemrijke randen langs het erf aanleggen; * de randen van de kavel aan de achterzijde zijn groen vormgegeven met streekeigen beplanting; * verstoring van de gevelkarakteristieken door uitbouwen en bijgebouwen aan de achterzijde dient voorkomen te worden.

Hoofdwoning Positionering * de hoofdwoning is primair gericht op de dijk en secundair op de ontsluitende weg; * de woning heeft haar voorgevel aan de dijkzijde; * de woning staat evenwijdig of haaks op de dijk; * de woning heeft een tuin van maximaal 5 meter aan de ontsluitende weg en mag ook direct aan de ontsluitende weg naar het erf staan; * de voortuin bepaalt grotendeels het beeld vanaf de dijk; * bijgebouwen liggen achter de voorgevellijn. Volume * de woning bestaat uit één bouwlaag met forse kap; * eenvoudige opbouw, terughoudend met uitbouwen als erkers en andere aan- en uitbouwen; * voorzien van een zadeldak, eventueel met wolfseind; * het dakvlak en eventuele toevoegingen aan het dakvlak zorgvuldig vormgeven. Architectuur * het uitgangspunt is de traditionele uitstraling zoals ook de woningen in de omgeving hebben; * een kloeke en eigentijdse vormgeving is mogelijk mits passend bij de traditionele uitstraling; * gevels zijn in samenhang en evenwichtig; * rijkheid aan detaillering.

10

Materiaal- en kleurgebruik * divers materiaalgebruik bij voorkeur natuurlijke materialen als metselwerk, keramische pannen en houten delen; * het kleurgebruik is streekeigen; * toepassing van wit pleisterwerk is mogelijk. Overige woningen Positionering * de overige woningen op het erf zijn gericht op het gezamenlijk erf; * de woningen op het erf staan evenwijdig of haaks op elkaar (en daarmee evenwijdig of haaks op de dijk); * de woningen hebben een voortuin van maximaal 5 meter, ze mogen direct aan het erf of de ontsluitingsweg staan; * bijgebouwen liggen achter de voorgevellijn. Volume * de overige woningen zijn ondergeschikt aan de hoofdwoning de woningen op het erf; * eenvoudige opbouw, refererend aan een agrarische schuur; * terughoudend met uitbouwen als erkers en andere aan- en uitbouwen; * bij voorkeur één laag met kap hoog; * voorzien van een zadeldak, waarbij de nokrichting haaks of evenwijdig is aan de toegangsweg; * geen wolfseinden of samengesteld dak; * het dakvlak en eventuele toevoegingen aan het dakvlak zorgvuldig vormgeven en zijn duidelijk ondergeschikt aan het dakvlak. Architectuur * het uitgangspunt is de traditionele uitstraling refererend aan een agrarische schuur; * een kloeke en eigentijdse vormgeving is mogelijk mits passend bij de traditionele uitstraling; * gevels zijn in samenhang en evenwichtig; * sobere detaillering.

Materiaal- en kleurgebruik * divers materiaalgebruik bij voorkeur natuurlijke materialen als metselwerk, keramische pannen en houten delen; * het kleurgebruik is streekeigen; * geen keimwerk of stucwerk.

11

3. Beleidskader 3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen beschreven van het relevante beleid van het rijk, provincie en gemeente.

3.2

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Daarnaast beschrijft de NOVI nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft het NOVI geen directe implicaties voor de ontwikkeling en kan de voorgenomen ontwikkeling in algemene zin bijdragen aan de belangen uit het NOVI. Het NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen.

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Beoordeling Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt ten aanzien van de werking van de ladder, dat de ladder toegepast moet worden bij bestemmingsplannen, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening wordt verstaan onder stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. 12

Uit jurisprudentie blijkt dat de bouw van enkele woningen niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening wordt beschouwd (zie ABRvS d.d. 28 juni 2017, nr. 201608869/1/R3). Om deze reden hoeft de ladder der duurzame verstedelijking in dit geval niet te worden ‘afgelopen’. De beoogde ontwikkeling valt immers onder de ondergrens die is gegeven door de Afdeling (betreft: niet meer dan 11 woningen die gelet op hun afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt). Het plan voldoet dan ook aan dit onderdeel. 3.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening en de omgevingsvisie Zuid-Holland zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Deze vervangen de Verordening Ruimte en de Visie Ruimte. Het nieuwe omgevingsbeleid bestaat uit de volgende onderdelen: *De introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur, een overzicht van de samenhangende beleidskeuzes per provinciale beleidsopgave en de ontwikkelrichting die is opgenomen onder ‘Ambities en sturing’. *Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Geen stedelijke ontwikkeling Nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) zijn op basis van artikel 6.10 van de verordening pas mogelijk als na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat dit binnen bestaand stads- en dorpsgebied niet mogelijk is. Zoals onder 3.2.3 is beargumenteerd, is er in onderhavig plan geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.

Het perceel Keizersdijk 82 ligt buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

13

Figuur 3.1 deel tekening bestaand stads-en dorpsgebied provincie Zuid-Holland

In de Omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen (artikel 6.9). Inpassing In lid a is bepaald dat een ruimtelijke ontwikkeling moet passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging voorziet op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een nieuwe woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Aanpassing Dit betreft een ontwikkeling van relatief beperkte omvang die niet past bij de aard van het landschap of een gebiedseigen ontwikkeling die niet past bij de schaal van het landschap. Transformatie Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap ontstaat. In de toelichting wordt bij de omschrijving van ‘inpassing’ aangegeven dat dit een ontwikkeling betreft die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel.

Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de provinciale kwaliteitskaart. 14

De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met topkwaliteit. Hier is sprake van het toevoegen van drie woningen in het lint, daar waar altijd al bebouwing heeft gestaan. Dit kan worden gekwalificeerd als ‘inpassen’. Hierna wordt ingegaan op de richtpunten van de provinciale kwaliteitskaart. Kwaliteitskaart Zuid-Holland De integrale kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. De kwaliteitskaart is uitgewerkt in een aantal specifieke richtpunten per laag. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Ten aanzien van de integrale kwaliteitskaart zijn voor het plangebied de Laag van de ondergrond, Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en Laag van de beleving van belang, nu er bij die lagen richtpunten worden genoemd voor het gebied waar Keizersdijk 82 onderdeel van vormt. Het gaat om de volgende richtpunten: Bij de Laag van de ondergrond is voor het plangebied het richtpunten ‘Rivierdeltacomplex’ vermeld: Rivierdeltacomplex Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie.

Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden. Jonge zeeklei De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Richtpunt Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Beoordeling De ruimtelijke ontwikkeling die in dit bestemmingsplan is opgenomen legt geen groot beslag op het zeekleigebied. De bestaande lintbebouwing in de vorm van bedrijfsbebouwing wordt vervangen door drie burgerwoningen in datzelfde lint. De waarde van het gebied en de kleigronden worden niet nadelig beïnvloed. Tussen de woningen wordt voldoende ruimte gelaten voor doorkijken naar de achterliggende gronden. Dit wordt geborgd via een in de regels opgenomen voorwaardelijke verplichting.

15

Bij de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen is voor het plangebied het richtpunt ‘Linten’ en ‘Zeekleipolderlandschap’ vermeld:

Linten Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag. Op kaart zijn zowel de linten buiten als binnen het stedelijk gebied aangegeven. De linten binnen het stedelijk gebied zijn met name opgenomen om de relatie met het lint in het buitengebied aan te geven. Er kunnen verschillende typen linten onderscheiden worden. 1. Dijklint: de bebouwing staat op of tegen de dijk. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. 2. Polderlint: de bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. 3. Boerenervenlint (niet opgenomen op de kaart): het lint als kralensnoer van losse boerderijen met hun erven wordt in stand gehouden, verdere verdichting van dit type lint verstoort de kenmerkende openheid van het landschap en kan alleen daar waar zeer ruime doorzichten bewaard blijven. Met name kenmerkend voor droogmakerijen, zeekleipolders en ruilverkavelingslinten.

Boerenerven zelf kunnen uitbreiden onder de voorwaarde dat dit aansluit bij de karakteristieke erfindeling met een landelijke uitstraling en dient ter ondersteuning van de (verbrede) functie van het landbouwbedrijf. Richtpunten: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Zeekleipolderlandschap Zeekleipolders Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaande polders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen.

Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. 16

De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken. Richtpunten: Zeekleipolders algemeen: • Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. • Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren. • Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. • Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap. • Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. • Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur.

Gebiedsprofiel Hoeksche Waard Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 24 mei 2013 het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard vastgesteld. Het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard is één van de 16 gebiedsprofielen die voor Zuid- Holland worden gemaakt. Met de introductie van deze profielen wil de provincie ruimtelijke kwaliteit als belangrijke voorwaarde stellen voor nieuwe gebiedsontwikkelingen. Het gebiedsprofiel verbeeldt en beschrijft de ruimtelijke kwaliteiten en ambities voor het landelijke gebied. Hierdoor wordt duidelijk waar rekening mee moet worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ingrepen. De Hoeksche Waard is een uniek agrarisch polderlandschap en als representant van de bedijkingsgeschiedenis van Nederland ook op internationale schaal bijzonder. De schoonheid van het landschap zit in de eenvoud: een weids en open landschap waarin dorpen, dijken, polders en kreken de ingrediënten van een leesbaar landschap zijn. De landschappelijke identiteit van de Hoeksche Waard wordt sterk bepaald door de ligging in het deltagebied. Een eiland tussen de grote wateren, waar het land is gewonnen op het water. De vruchtbare kleigronden hebben van de Hoeksche Waard een sterk landbouwgebied gemaakt. Door de rust en de ruimte is het een aantrekkelijk gebied voor recreatie, toerisme en wonen in de nabijheid van de stad.

17

Kwaliteiten In samenwerking met SOHW, Waterschap Hollandse Delta en maatschappelijke organisaties, heeft de provincie Zuid-Holland de kwaliteiten in de Hoeksche Waard bepaald. De ambities in het gebiedsprofiel richten zich op: • de herkenbaarheid van de structuur van dijken en kreken; • de openheid van de polders; • de ontwikkeling van hoogwaardige dorpsranden; • een zonering van het landschap; • het versterken van de verbindingen tussen dorp en landschap; • de verdere ontwikkeling van buitendijkse natuur. Nieuwe ontwikkelingen dienen met deze kwaliteiten rekening te houden. Uit het Gebiedsprofiel blijkt dat het hier gaat om de volgende karakteristieken ‘Herkenbaar open zeekleipolderlandschap’ en ‘Linten blijven Linten’. Bij hetgeen hiervoor is geschreven over de richtpunten van de kwaliteitskaart is op deze karakteristieken al ingegaan. De provincie heeft gebieden ingedeeld in drie beschermingscategorieën: 1. Beschermingscategorie 1: gebieden met topkwaliteit (bv. Natuur Netwerk Nederland, Natura2000 en cultuurhistorische kroonjuwelen). Ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met beschermingscategorie 1 zijn in beginsel alleen mogelijk voor zover ze bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de specifieke waarden; 2.

Beschermingscategorie 2: gebieden met bijzondere kwaliteit (weidevogelgebieden buiten NNN, groene buffers, graslanden in Bollenstreek en openbare recreatiegebieden). Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden; 3. Beschermingscategorie 3: overige gebieden. Het perceel Keizersdijk 82 ligt in gebied met beschermingscategorie 3. De bouw van de woningen verstoort daarmee geen waardevol gebied.

Figuur 3.2 deel kaart 14 ‘ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën’ provincie Zuid-Holland

18

Klimaatadaptie In artikel 6.35a van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is bepaald dat in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, uitgewerkt in de thema’s: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Ad a. In onderhavige situatie gaat het om het bouwen van drie woningen op een plaats waar eerst een groter areaal aan bedrijfsbebouwing aanwezig was. Dit levert minder verharding op in het plangebied, hetgeen een positieve bijdrage heeft op het opname vermogen van neerslag. Bij de uitwerking van de bouwplannen zal aandacht worden besteed aan de gemeentelijke- en provinciale leidraden voor klimaatadaptief bouwen. Ad b. De te realiseren bebouwing tast de kwaliteit van een waterkering niet aan. Ad c en d. Door de beperkte omvang van het bouwplan en de ligging in agrarisch gebied is er ook geen sprake van invloed op toename van hitte of droogte.

Conclusie Aan alle voorwaarden wordt voldaan zodat het provinciale beleid de voorgestane ontwikkeling niet in de weg staat.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard De Omgevingsvisie is door de gemeenteraad van Hoeksche Waard op 17 december 2019 vastgesteld. In de Omgevingsvisie is er voor gekozen een uitnodiging te doen aan de samenleving om bij te dragen aan de Hoeksche Waard. Het accent is gelegd op wat de Hoeksche Waard wil; niet op wat niet mag. Of in Omgevingswet termen: ‘Ja mits’, in plaats van ‘Nee, tenzij’. Het gaat dus om een gewenste koers, niet om een alomvattend beleid. Het is niet nodig gevonden om nu al alle aspecten die in het Omgevingsplan worden uitgewerkt te benoemen. Alle beleidsaspecten opnemen zou ten koste gaan van het karakter van de visie: gericht op inspireren en uitnodigen. • De Omgevingsvisie richt zich op de gewenste koers van de gemeente; • De Programmaplannen richten zich er op hoe daar te komen; • Het Omgevingsplan geeft aan binnen welke regels dit gaat gebeuren. In de Omgevingsvisie is o.a. aangegeven dat er gestreefd wordt naar een krachtige en vitale participatiesamenleving waarin inwoners zelfbewust en in samenwerking met maatschappelijke organisaties en de gemeente regie voeren op het eigen bestaan, waarin voldoende vangnetten zijn ingericht en waarin preventie een grote rol speelt. Inzet is dat er voor alle inwoners een duurzaam veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit aanwezig is.

Partijen worden uitgenodigd om vooral zelf met concrete uitwerkingen te komen. 19

Daarbij is het van belang om de Hoeksche Werken te noemen, waaraan het initiatief een bijdrage levert. Daarnaast moet worden gekeken naar het gebied waar het initiatief aan de orde is. Daarbij dienen de Hoeksche Waarden te worden benoemd, die met het initiatief behouden of versterkt worden. Hoeksche Werken Bij de Hoeksche Werken zijn er diverse enkele maatschappelijke opgaven die de aandacht vragen de komende jaren. De bijdrage van het initiatief aan de Keizersdijk 82 aan de Hoeksche Werken is als volgt te omschrijven: - Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig Duurzaamheid en toekomstbestendigheid voor zowel mens als dier staat bij deze ontwikkeling centraal. Hiervoor worden meerdere maatregelen getroffen welke tevens aansluiten bij de duurzaamheidsambities van de Gemeente Hoeksche Waard. Energieneutraal bouwen In het Bouwbesluit is bepaald dat nieuwe woningen minimaal moeten worden uitgevoerd als Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Mede gezien de eisen van uit de gemeente, zullen de woningen worden uitgevoerd als energie neutrale woningen. Dit zal worden bereikt door diverse maatregelen, waar onder het toepassen van een warmtepomp en lage temperatuurverwarming mechanische ventilatie met warmteterugwinning. Gezien de duurzaamheidsambities van de Gemeente Hoeksche Waard worden zonnepanelen toegepast voor het creëren van energieneutrale (ENG) woningen.

Daarnaast worden de woningen voorzien van duurzame materialen waarbij het streven is dat deze in de toekomst hergebruikt kunnen worden (circulariteit). Klimaatadaptiviteit, biodiversiteit, natuurinclusief en circulaire economie Niet alleen de woningen maar met name ook de ruimtelijke invulling van het plangebied staat centraal. Om die reden is het ruimtelijk ontwerp als voorwaardelijke verplichting opgenomen. Daarnaast is er ook uitgebreid stilgestaan welke duurzaamheidsmaatregelen in het plangebied genomen worden. Hieronder is een beknopte samenvatting weergegeven. -

Door het toepassen van bomen en hagen worden koele plekken gecreëerd voor mens en dier (voorkomen van hittestress); Op het perceel worden voornamelijk waterdoorlatende materialen toegepast; Regenpijpen worden niet aangesloten op rioolstelsel maar vloeien af richting bestaand oppervlaktewater óf worden gebruikt voor besproeien van beplanting (regenton); Toepassen haagbiotopen en streekeigen erfbeplanting langs de randen van het plangebied zorgen voor prettige leefomgeving voor insecten; Daarnaast worden er op diverse plekken in het plangebied nestkasten toegepast; Het natuurlijke talud langs het plangebied blijft behouden waardoor er ook ruimte is voor dieren op het perceel.

Ten aanzien van het aspect ‘circulaire economie’ het volgende. Er zijn op dit moment nog geen concrete bouwplannen voor de woningen. De inzet is er op gericht zijn om de woningen te realiseren zonder schadelijke emissies naar lucht, water en bodem. De uitgangspunten van de gemeente ten aanzien van circulair bouwen worden in het realisatieproces meegenomen. 20

- Vitale dorpen en actieve samenleving De bedrijfsfunctie van het perceel is niet meer aanwezig, door de bestemmingswijziging wordt meegewerkt aan het blijvend saneren van verouderde bedrijfsbebouwing en de nieuwbouw van drie woningen. Het verbeterde aanzicht van het plangebied heeft een positieve uitstraling voor de omgeving.

Hoeksche Waarden De Hoeksche Waard is bij het maken van de Omgevingsvisie ingedeeld in vijf gebieden. Elk deelgebied bestaat uit eigen Hoeksche Waarden, bestaand en verder te ontwikkelen. Het perceel Keizersdijk 92 Strijen ligt in het gebied ‘Natuurlijk! Verbonden’. De Hoeksche Waarden waar het initiatief aan de Keizersdijk 82 een bijdrage aan levert betreft: - Versterken en in stand houden van het patroon van groene dijken en kreken Er waren in het plangebied diverse bedrijfsgebouwen aanwezig, bebouwing die zich in slechte bouwkundige staat bevond. In de nieuwe situatie zijn zichtlijnen naar het achtergelegen open agrarische landschap meer aanwezig. Het groene dijkenpatroon wordt hiermee in stand gehouden. Omgevingsdialoog Voorheen was er op het perceel agrarisch gerelateerde bedrijfsbebouwing aanwezig. Eerst was het plan om die bedrijfsbebouwing te vernieuwen. Er is indertijd overleg geweest met omwonenden. Het nu voorliggende plan voor de bouw van de drie woningen is door initiatiefnemer individueel besproken met omwonenden. De contacten met de bewoner van de direct ten noorden aanwezige woning Keizersdijk 84 heeft er toe geleid dat er in het advies voor de landschappelijke inpassing een strook is aangeduid met een breedte van 9 m die niet bebouwd mag worden. Voor het overige zijn de reacties op de plannen ook positief.

Het plan tot het saneren van de bedrijfsbebouwing en -bestemming en de nieuwbouw van de woningen is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

3.4.2 Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ Het plangebied is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De gemeenteraad van de toenmalige gemeente Strijen heeft het bestemmingsplan op 25 mei 2010 vastgesteld. Uit de verbeelding blijkt dat de gronden de bestemming ‘Bedrijf’ hebben.

21

Figuur 3.4: deel verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied’

In paragraaf 2.4 is uitvoering ingegaan op de aspecten beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing. De gemeente vindt dat met de gekozen opzet en uitwerking sprake is van een ontwikkeling met voldoende ruimtelijke kwaliteiten.

3.4.3 Verleende omgevingsvergunning bedrijfsbebouwing Eerder, op 19 november 2019, is omgevingsvergunning verleend voor het nieuwbouwen van een bedrijfsgebouw met bedrijfswoning. Tussen het moment van het eerste initiatief en het moment van verlening van omgevingsvergunning ligt ruim 7 jaar. Het bedrijf dat de fouragehandel uitoefent en in de nieuwe bebouwing zou worden gehuisvest, had op enig moment lopende de termijn van genoemde 7 jaar, dringend behoefte aan vervangende bedrijfshuisvesting. De onzekerheid over een goede afloop van het vergunningsproces, heeft het bedrijf doen besluiten zich elders te gaan vestigen. Toen de omgevingsvergunning in 2019 werd verleend was het beoogde bedrijf buiten beeld geraakt. Er is getracht om andere bedrijven te interesseren voor vestiging op deze plaats. De situering van het bedrijfsperceel in combinatie met de beperkingen die vestiging in het buitengebied met zich brengt, maakte dat er geen reële gegadigde zich heeft gemeld. Dit leidde tot de situatie dat het vergunde bouwplan niet gerealiseerd kon worden. Er is met de gemeente Hoeksche Waard overleg gevoerd over de ontstane situatie. Daarbij is het plan geboren om drie woningen te bouwen in plaats van de vergunde bedrijfsbebouwing.

22

3.4.4 Woningbehoefte Woningbehoefteonderzoek 2019 In het Woningbehoefteonderzoek 2019 is onderzocht wat de woningbehoefte per dorp is en hoe deze zich ontwikkelt in de toekomst (tot 2040). Het ging daarbij o.a. om aantallen woningen, typen, huur of koop, prijsklassen en voor welke doelgroepen, terwijl ook is onderzocht wat de behoeften zijn op het gebied van wonen en zorg, speciale woonvormen of wonen voor speciale doelgroepen. Het Woningbehoefteonderzoek geeft richting aan de Woningbouw- programmering. De gemeente Hoeksche Waard wil komen tot een integraal gemeentelijk woonbeleid, met een op de individuele dorpen afgestemde woningbouwprogrammering die recht doet aan de verschillen tussen de dorpen. Er is een actualisering uitgevoerd van de in 2016 door Companen uitgevoerde woningmarktanalyse. Aanvullend daarop is de woonbehoefte in beeld gebracht van ouderen met een zorgvraag en andere kwetsbare groepen, en van enkele bijzondere doelgroepen binnen de gemeente. Ontwikkeling van de woningbehoefte Eén van de uitkomsten van het onderzoek is dat er o.a. in Strijen een behoorlijke aanvullende behoefte bestaat aan luxere koopwoningen (pag. 48 rapport Companen). Woningbouwprogrammering 2019-2030 In de Woningbouwprogrammering 2019-2030 staat waar binnen de gemeente nieuwe woningen worden gebouwd. Het zijn de afspraken tussen gemeente Hoeksche Waard en provincie Zuid-Holland.

Het Woningbehoefteonderzoek geeft richting aan wat er in het programma wordt opgenomen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met kwaliteit, zoals duurzaamheid, toekomstbestendigheid, meerwaarde voor de omgeving, de manier waarop de nieuwbouw past binnen het dorp of het landschap en de kernkwaliteiten van de Hoeksche Waard behoudt én versterkt. Plan voor drie woonkavels Het betreft een plan voor de bouw van 3 vrije sectorkoopwoningen. De doelgroep van de woningen is doorstromers die een vrijstaande woning willen bouwen. De woningen worden levensloopbestendig/nultreden, energiezuinig en duurzaam. Ervaringen uit de woningmarkt Op basis van informatie vanuit de makelaardij blijkt dat er in de Hoeksche Waard behoefte bestaat aan de zelfbouw van een woning in het buitengebied. Conclusie Op basis van het woningbehoefteonderzoek, als ervaringen uit de woningmarkt, blijkt dat er in Strijen vraag is naar luxere koopwoningen. Het initiatief aan de Keizersdijk 82 sluit hier goed op aan. Met het plan is rekening om die reden gehouden met de gemeentelijke woningbouwprogrammering. Het plan voorziet in de aanwezige woningbehoefte. Daarmee draagt het plannen bij aan het realiseren van het overheidsbeleid op het terrein van de volkshuisvesting. 23

4.

Omgevingsaspecten

4.1 Inleiding In dit hoofdstuk zullen de verschillende omgevingsaspecten nader worden beschreven en toegelicht.

4.2 Verkeer/parkeren Ontsluiting De woningen worden ontsloten via de Keizersdijk. Bij een woning kan worden uitgegaan van een aantal verkeersbewegingen per auto per etmaal van circa 7, derhalve in totaal 21 vervoersbewegingen per etmaal. Dit is vergelijkbaar met het aantal verkeersbewegingen dat het voormalige agrarische bedrijf ter plaatse genereerde. De Keizersdijk is voldoende gedimensioneerd om dit te verwerken. Parkeren Initiatieven voor het realiseren van een ontwikkeling moeten in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid. De gemeente hanteert bij de beoordeling van het aspect ‘parkeren’ de uitgangspunten die zijn opgenomen in de ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen’. In deze beleidsregel is opgenomen, dat bij vrijstaande koopwoningen in Strijen en buiten de bebouwde kom gebouwd, een parkeernorm gehanteerd wordt van 2,4 parkeerplaatsen per woning.

Op eigen terrein is voldoende ruimte aanwezig voor het parkeren van minimaal 3 auto’s per woning. De parkeernorm is in de regels vastgelegd.

4.3. Flora en fauna In het kader van de verscherpte natuurwetgeving (Wet natuurbescherming: Wnb) dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. In het kader van de ruimtelijke herontwikkeling van het perceel met bebouwing is indertijd gekeken naar de ecologische gevolgen van die herontwikkeling. In de voorheen aanwezige bebouwing waren nestlocaties van een kerkuil en steenuil aanwezig. 24

Uit controlebezoeken werd de aanwezigheid van deze uilen bevestigd. Als gevolg van sloop gingen deze twee nestlocaties verloren en zou het in artikel 3.1, tweede lid, van de Wnb genoemde verbod worden overtreden. Om die reden is op basis van de Wnb ontheffing aangevraagd bij de provincie Zuid-Holland (Omgevingsdienst Haaglanden). Bij beschikking d.d. 23 oktober 2018 is de gevraagde ontheffing onder voorwaarden verleend. De voorwaarden zagen onder andere toe op de vervangende huisvesting voor deze uilen. Daarbij zou in de fase dat de bebouwing zou zijn verwijderd, tijdelijke vervangende huisvesting (nestkasten) geïnstalleerd worden in de directe omgeving van het plangebied. Dit is ook gebeurd en de uilen hebben gebruik gemaakt van deze nestkasten. In de nieuwe bebouwing zou aan de achtergevel in de nok een gat worden gemaakt waar aan de binnenzijde een nestkast voor de kerkuil wordt bevestigd. Daarnaast zou ook een nestkast voor de steenuil worden aangebracht tegen de nieuwe bebouwing. De aanwezige bebouwing is mede vanwege veiligheidsredenen begin 2019 afgebroken. Door de al eerder vermelde reden wordt er echter geen nieuwe bedrijfsbebouwing gerealiseerd. Dit maakt dat er niet kan worden voldaan aan de voorwaarde dat in die nieuwe bedrijfsbebouwing nestkasten voor de uilen moeten worden aangebracht.

Om die reden is gezocht naar een alternatief voor deze vervangende huisvesting van de uilen. Het plan is nu om op de zolder van een bijgebouw van één van de woningen nestkasten aan te brengen. Daarnaast zijn er twee tijdelijke uilenkasten geplaatst voor de periode tot de nieuwe woningen gereed zijn. Deze tijdelijke kasten zijn op locaties aan de Keizersdijk geplaatst. Hierover is contact geweest tussen de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid als controlerende instantie en Bureau Stadsnatuur. De Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid heeft ingestemd met de gekozen aanpak en heeft het dossier van de verleende ontheffing Wet natuurbescherming om die reden verder gesloten. Stikstof Vanwege recente jurisprudentie moet er ook aandacht worden besteed aan de vraag of bij een ruimtelijke ontwikkeling sprake zal zijn van een toename van stikstofdepositie in een Natura 2000 gebied. Om die reden is een zogenaamde AERIUS-berekening gemaakt (Ad Fontem, 10 februari 2023, nr. 20AF289). De uitkomst van deze berekening laat zien, dat de totale stikstofemissie op Natura 2000-gebieden, als gevolg van zowel de aanlegfase, als de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling, volgens de AERIUS Calculator 2020 nergens hoger is dan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Conclusie is dat er geen frictie ontstaat met de natuurwetgeving op het terrein van stikstofdepositie.

Uit oogpunt van de Wet natuurbescherming is het plan, met inachtneming van de eis van het genoemde vervolgonderzoek, uitvoerbaar. 4.4 Archeologische waarden en cultuurhistorie. Archeologie De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valletta (Malta, 1992) en de Erfgoedwet. De bescherming van het archeologische erfgoed is een taak van de gemeente. 25

Er dient bij ruimtelijke ontwikkelingen als de onderhavige, aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ blijkt dat een deel van het perceel, met name een zone van circa 50 m uit de Keizersdijk de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ kent. Om die reden is er voor het oorspronkelijke plan een archeologisch onderzoek uitgevoerd (SOB Research, januari 2018, nr. 2507-1706). In het rapport wordt geconcludeerd, dat de planrealisatie kan leiden tot de aantasting van behoudenswaardige archeologische resten. Om die reden moeten civieltechnische graafwerkzaamheden onder Archeologisch Begeleiding worden uitgevoerd. De uitvoering van de genoemde werkzaamheden zal om die reden onder bedoelde archeologische begeleiding worden uitgevoerd. In het bestemmingsplan is voor de hiervoor bedoelde zone de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 1’ opgenomen. Bij verstoringen van de bodem die groter zijn dan 100 m2 en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek nodig. Uit de beleidsadvies- en verwachtingenkaart Hoeksche Waard blijkt dat op het restant van het plangebied ook een middelhoge verwachting aanwezig is. Als er verstoringen van de bodem aan de orde zijn groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm, dan geldt er ook een onderzoeksplicht. Om die reden is voor dat restant van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ opgenomen.

Op deze wijze worden de mogelijk aanwezige archeologische waarde afdoende beschermd. Ook voor deze zone zullen civieltechnische graafwerkzaamheden onder archeologische begeleiding worden uitgevoerd. Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen beschermde cultuurhistorische elementen, zoals monumenten of molenbiotopen aanwezig. Het plan is ook niet in strijd met de gebiedskarakteristieken zoals reeds verwoord. Conclusie Dit betekent dat dit onderdeel de planvorming niet in de weg staat, met dien verstande dat de civieltechnische graafwerkzaamheden in het plangebied onder archeologische begeleiding zullen plaatsvinden.

4.5 Waterhuishouding De watertoets ten behoeve de voorgestane ontwikkeling wordt uitgevoerd om inzicht te krijgen in de waterhuishoudkundige consequenties van het plan en het vaststellen van eventuele mitigerende of compenserende maatregelen. Op 10 november 2021 is het nieuwe Waterbeheerprogramma unaniem door het algemeen bestuur van het waterschap Hollandse Delta vastgesteld. Dat programma geldt voor de periode 2022-2027. Het waterbeheerprogramma heeft betrekking op drie kerntaken: • veilige dijken en duinen; • voldoende en schoon water; • het schoonmaken van afvalwater. Om deze taken ook in de toekomst goed te kunnen blijven uitvoeren, wordt door het waterschap 26

rekening gehouden met klimaatverandering, duurzaamheid, energietransitie en biodiversiteit. Voor zover voor dit plan relevant wordt ten aanzien van wateraspecten het volgende vermeld.

Watergang Het plangebied grenst aan enkele sloten. Voor het onderhoud van deze sloten blijft voldoende vrije ruimte beschikbaar, nu aan de zuidzijde van de sloot geen bebouwing aanwezig zal zijn. Waterveiligheid Het plan wordt niet gerealiseerd binnen de beschermingszone van een waterkering. Voldoende water - wateroverlast Het watersysteem van het Waterschap wordt niet aangetast door het bouwplan. Er is ter plaatse ook geen sprake van wateroverlast. Uit de ‘Nota toetsingskaders en beleidsregels voor het watersysteem 2014’van het Waterschap blijkt dat 10 % van de toename van het verhard oppervlak moet worden gecompenseerd in open water. In buitenstedelijk gebied geldt die eis pas bij een toename van verharding van 1.500 m², in stedelijk gebied bij een toename van 500 m². Oorspronkelijk was er op het perceel een bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing aanwezig met een oppervlakte van circa 1.400 m2, met daarnaast terreinverharding van ongeveer 1.000 m2. In totaal derhalve ongeveer 2.400 m2 aan verharding.

Figuur 4.1 luchtfoto oorspronkelijke bebouwing

In de nieuwe situatie worden er 3 woningen gebouwd van maximaal 200 m2 aan bebouwingsoppervlakte per woning/bijgebouwen. Aan terreinverharding zal er ten hoogste 600 m2 aan toegangsweg en 250 m2 per kavel aan tuinverharding aanwezig zijn. In totaal derhalve ongeveer 1.950 m2 aan verharding. De verharde oppervlakte op het perceel neemt ten opzichte 27

van de voorheen aanwezige situatie af. Het realiseren van compenserend water is om die reden niet vereist. Schoon water De woningen worden aangesloten op de bestaande riolering. Het hemelwater zal worden afgekoppeld en worden geloosd op aanwezig open water. Met het oog op de waterkwaliteit van het te lozen hemelwater geldt dat ook de daken van de woningen worden uitgevoerd in niet-uitlogende materialen. Wegen Het Waterschap Hollandse Delta is beheerder van de Keizersdijk en de Hoekseweg. De woningen worden ontsloten op de Keizersdijk. Conclusie Het bouwplan is in overeenstemming met de geldende normen en beleidsuitgangspunten van het aspect ‘water’.

4.6 Milieuzonering Bij de ontwikkeling van nieuwe functies moet rekening worden gehouden met milieuhinder ten opzichte van bestaande gevoelige functies (zoals woningen). Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Afstemming van bestaande en nieuwe functies gebeurt door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (herziene versie, 2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof- en geluidshinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden. De afstemming van bestaande en nieuwe functies is mogelijk door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering (herziene versie, 2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als gevaar, geur-, stof en geluidhinder. In de toelichting behorende bij de VNG-publicatie zijn twee verschillende omgevingstyperingen opgenomen, omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied en de omgevingstype gemengd gebied.

Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. 28

Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Hier is sprake van lintbebouwing in het buitengebied langs hoofdinfrastructuur in het buitengebied (Hoekseweg), waardoor er sprake kan zijn van een omgevingstype ‘gemengd gebied’. Voor de volledigheid is echter ook gekeken naar het type ‘rustige woonwijk’. Het bestemmingsplan zelf ziet niet toe op het realiseren van milieubelastende functies. Het gaat om het realiseren van milieugevoelige functies, te weten woningen. Er is bezien of er milieubelastende functies in de omgeving aanwezig zijn die invloed kunnen hebben op het woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen. Uit het hierna opgenomen overzicht blijkt dat de nieuwe woningen op voldoende afstand komen van de omliggende bedrijven. Bedrijf

Cate gorie

Zone gemengd gebied

Zone rustige woonwijk

Feitelijke afstand

voldoet

Keizersdijk 78a (paardenhouderij) Keizersdijk 135 (stalling/opslag) Keizersdijk 141/141a (hovenier) Kartbaan Strijen Hoekseweg , 8 uur/week in gebruik

2 2 3.1 5.1

10 m 10 m 30 m 500 m

30 m 50 m 50 m 1.000 m

50 m 80 m 40 m 1.300 m

Ja Ja Nee Ja

Ten aanzien van het hoveniersbedrijf aan de Keizersdijk 141/141a geldt het volgende. De nieuwe woningen worden ten zuiden van dat bedrijfsperceel gerealiseerd. Tussen de nieuwe woningen en het bedrijfsperceel is al een woning aanwezig, te weten Keizersdijk 84. Die woning grenst aan het bedrijfsperceel. Het hoveniersbedrijf moet derhalve thans al rekening houden met de aanwezigheid van een woning op het perceel direct grenzend aan het bedrijfsperceel. Daar moet worden voldaan aan de milieunormen uit het Activiteitenbesluit. Het gevolg is dat er ter plaatse van de op grotere afstand te realiseren woningen in ieder geval ook zal worden voldaan aan de eisen uit het Activiteitenbesluit. In relatie tot het hoveniersbedrijf zal er bij de nieuwe woningen sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten aanzien van de kartbaan wordt nog opgemerkt, dat er naast de richtafstand uit de VNGuitgaven ‘Bedrijven en milieuzonering’ ook een geluidszone aan de orde is op basis van de Wet geluidhinder. In paragraaf 4.7 wordt daar nader op ingegaan. Derhalve is het plan in overeenstemming met het aspect milieuzonering.

4.7 Geluid De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh) en de Wet milieubeheer. 29

De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai door middel van zonering. Er is een aantal geluidsbronnen te onderscheiden: - Kartbaan Hoekseweg De woningen liggen net buiten de geluidszone van de kartbaan. Dit blijkt uit het advies landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit (Wissing, 8 mei 2023, nr. 609). Via een in de planregels opgenomen voorwaardelijke verplichting is geborgd dat de woningen gesitueerd moeten worden zoals in dat document is opgenomen. Uit de daarin opgenomen tekening blijkt expliciet dat de woningen buiten de geluidszone van de kartbaan moeten worden gesitueerd. Het is uiteraard mogelijk dat in de tuinen bij de woningen incidenteel geluid van de kartbaan te horen zal zijn. Door bijvoorbeeld het zetten van afschermende beplanting als afschermend groen kan het waarnemen van geluid verminderd worden.

Figuur 4.2: tekening situering woning en ligging geluidszone kartbaan

Om deze reden is de geluidbelasting aan de gevel van de nieuw te bouwen woning niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB en derhalve in overeenstemming met de hiervoor geldende regels.

- Wegverkeerslawaai De voorkeursgrenswaarde op grond van de Wet geluidhinder bedraag 48 dB. De maximale ontheffingswaarde (hogere grenswaarde) is in buitenstedelijk gebied 53 dB. Er is akoestisch onderzoek ingesteld naar wegverkeerslawaai (Kraaij akoestisch advies, 2 februari 2021, nr. VL.20102.R01). Uit het onderzoek blijkt, dat het geluid van de Keizersdijk ruim beneden de voorkeursgrenswaarde blijft. Het geluid van de Hoekseweg bedraagt bij 1 woning ten hoogste 52 dB en bij een andere woning ten hoogste 51 dB bij woning 3. Daarmee wordt niet overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldaan. De overschrijding bedraagt 1 tot 4 dB bij de ene woning en 1 tot 3 dB bij de andere woning. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt niet overschreden.

30

Uit het maatregelenonderzoek kan worden opgemaakt dat maatregelen om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet doeltreffend zijn of stuiten op overwegende bezwaren van financiële, verkeerskundige, stedenbouwkundige of landschappelijke aard. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is, naast toetsing aan de Wgh, ook toetsing aan het hogere waardenbeleid van de gemeente van toepassing. In navolging van het gemeentelijk geluidbeleid dient in ieder geval een goede ruimtelijke ordening te worden gegarandeerd bij de nieuwbouwwoningen. Om dit te bepalen wordt uitgegaan van de cumulatieve geluidbelasting zonder aftrek art. 110g Wgh. Ondanks dat in het onderzoek geen sprake is van relevante blootstelling aan meerdere geluidbronnen, is wel de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle in de omgeving van de planlocatie gelegen wegverkeerslawaaibronnen berekend om deze te kunnen betrekken in het gemeentelijk beleid hogere grenswaarden. De cumulatieve geluidbelasting ex aftrek bedraagt in voorliggende situatie 35 – 57 dB op de gevels van de nieuwe woningen, hetgeen resulteert in een kwalitatieve beoordeling van het akoestisch woon- en leefklimaat van overwegend ‘zeer goed’ aan de noordzijde van de woningen tot ‘redelijk en matig’ aan de zuidzijde.

Ondanks dat de geluidbelasting aan de zuidzijde van twee woningen (geheel) en aan de westgevel ven één woning (in zeer geringe mate) de voorkeursgrenswaarde overschrijdt, wordt het woon- en leefmilieu bij deze woningen wel acceptabel geacht aangezien er, ook na cumulatie van geluid, sprake is van minimaal één geluidluwe gevel en één geluidluwe buitenruimte. Deze is gelegen aan de noord- en oostzijde van de woningen. Bij de meest zuidelijke woning kan ook de westgevel geluidluw worden gemaakt. De aanwezigheid hiervan is een gemeentelijke voorwaarde voor het verlenen van een hogere waarde. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het college van burgemeester en wethouders onder de in het geluidbeleid uitgewerkte voorwaarden een hogere waarde kan vaststellen. Gezien bovenstaande staat het aspect geluid de bouw van drie woningen niet in de weg, met dien verstande dat wel een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld.

4.8 Bodem Bij de nieuwbouw van woningen moet worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor de verwezenlijking van de woonbestemming. Om deze reden is verkennend bodemonderzoek ingesteld voor het oorspronkelijke plan (Linge milieu b.v., januari 2017, nr. 16-2206). In het rapport wordt geconcludeerd, dat de algemene bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor realisatie van de beoogde bedrijfs- en woonbestemming. Er is nog wel nader onderzoek ingesteld naar asbest in de bodem (Linge milieu b.v., 25 januari 2018, nr. 16-2206A). Er zijn voor het asbest-onderzoek vier deellocaties onderzocht. Op één daarvan is asbest boven de 100 mg/kg ds vastgesteld. Dat is de achterzijde en langs de zijkant (de oostkant) van de bestaande grote schuur. Het asbest vormt daar daarmee een ernstig geval van bodemverontreiniging. Voor de herontwikkeling van het terrein zal deze strook naast en achter de grote schuur gesaneerd moeten worden. Het volume van de verontreiniging is geschat op 8.5 m³ (losse kuubs). Sanering zal geschieden op basis van een BUS-melding. 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13283079/1