Toelichting en Regels Definitieve ontwerpversie RO-BP-621.116.40-TOTAAL-ON02
Tekst van het document
21
4x QS Hoekse Waard
22
4x QS Hoekse Waard
4.
Methode In het kader van de Wet natuurbescherming zijn 4 quickscans flora en fauna uitgevoerd. Deze quickscans bestonden uit literatuuronderzoek en een veldbezoek. Voor het literatuuronderzoek is gebruikgemaakt van verspreidingsgegevens van soorten verzameld door de verschillende soortenorganisaties. Op basis van het literatuuronderzoek is o.a. bepaald voor welke soortgroepen de aanwezigheid en/of de geschiktheid van het plangebied onderzocht diende te worden. Tijdens de quickscan is daarom specifiek rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, vogels met een vaste verblijfplaats en grondgebonden zoogdieren. De plangebieden vormen geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders omdat de bodem te voedselrijk is om als biotoop voor de waardplanten van deze vlindersoorten te kunnen dienen. Bovendien komen de meeste beschermde vlindersoorten op slechts een aantal locaties in Nederland voor (voornamelijk natuurgebieden). Om deze redenen is deze soortgroep buiten beschouwing van de quickscans gelaten. Beschermde reptielen worden op basis van habitateisen, verspreidingsgegevens en/of kenmerken van de plangebieden niet verwacht. Om deze reden kon de aanwezigheid van beschermde soorten uit deze soortgroep eveneens op voorhand worden uitgesloten. Het veldbezoek is op 18 mei 2021 uitgevoerd door medewerkers van het NWC.
De temperatuur tijdens het veldbezoek bedroeg ongeveer 17 °C, het was licht bewolkt en de wind had een kracht van 3 Bft. Deze gegevens zijn door de medewerkers in het veld gemeten of ingeschat. Vleermuizen Alle vleermuissoorten worden beschermd door de Wet natuurbescherming. De plangebieden zijn daarom beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is beoordeeld in hoeverre de gebouwen en bomen binnen de plangebieden geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Er is onder andere gelet op de aanwezigheid en kenmerken van holtes in de bomen en de spouwgang in de bebouwing. Ook is gelet op sporen van vleermuizen, zoals keuteltjes, afgebeten insectenvleugels en aanwezigheid van meststrepen bij eventuele invliegopeningen. Daarnaast is er tijdens het veldbezoek beoordeeld of er in en in de directe omgeving van de plangebieden potentieel belangrijke vliegroutes en/of foerageergebied aanwezig zijn, zoals bomenrijen, andere groene, lijnvormige landschapselementen en (kleinschalige) weilanden en andere half open gebieden. Hierbij is tevens gelet op het aanbod van geschikt foerageergebied in en in de omgeving van de plangebieden.
23
4x QS Hoekse Waard
Vogels met een vaste verblijfplaats Vogels met een vaste verblijfplaats worden jaarrond beschermd door de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving (bijlage 3). Voorbeelden van deze soorten zijn de Buizerd (Buteo buteo), de Huismus (Passer domesticus) en de Gierzwaluw (Apus apus). Tijdens de quickscan zijn de plangebieden onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats en is bepaald welke gevolgen de voorgenomen plannen voor deze vogels met zich meebrengen (zoals verstoring door geluid). Er is ondermeer gelet op sporen (braakballen, veren, uitwerpselen, etc), nesten (o.a. oude kraaiennesten) en waarnemingen van de betreffende vogelsoorten (geluid/zicht/ territoriumindicerend gedrag). Tevens is bekeken of de plangebieden een significant onderdeel zou kunnen zijn van de functionele leefomgeving van een vogelsoort met een vaste verblijfplaats. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek is er beoordeeld in hoeverre de plangebieden geschikt leefgebied vormt voor strikt beschermde marterachtigen en andere beschermde grondgebonden zoogdieren. Hierbij is onder andere gelet op de aanwezigheid van sporen van deze soorten, holtes in de bomen en bebouwing, holen, burchten en de aanwezigheid van functionele leefomgeving voor deze soorten.
24
4x QS Hoekse Waard
5. Resultaten Plangebied 1, Klaaswaal: Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen bomen met vleermuisgeschikte holtes aangetroffen. Hierdoor kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uitgesloten worden. De bebouwing in het plangebied is wel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn openingen tussen de hoekpannen en onder de dakgoot aanwezig die mogelijk toegang bieden tot de spouwmuur. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen niet uitgesloten worden. De dieren zullen het plangebied mogelijk ook gebruiken om te foerageren vanwege de aanwezigheid van bomen. Als vliegroute heeft het gebied geen essentiële waarde; er zijn geen aaneengesloten lijnvormige elementen aanwezig. Vogels met een vaste verblijfplaats Nesten van vogels met een vaste verblijfplaats zijn jaarrond beschermd. Ook nesten van kraaiachtigen zijn jaarrond beschermd als ze in gebruik zijn door een vogelsoort met een vaste verblijfplaats zoals Buizerd (Buteo buteo) of Sperwer (Accipiter nisus). Binnen het plangebied is een eksternest en een duivennest aangetroffen. Echter zijn deze niet bewoond door vogels met vaste verblijfplaats. Het woonhuis en de grote schuur zijn geschikt voor Huismus (Passer domesticus), er zit namelijk voldoende ruimte tussen de dakpannen voor huismussen om de gebouwen te betreden.
Er zijn ook kieren tussen de hoekpannen van het woonhuis aangetroffen waardoor Gierzwaluw (Apus apus) het gebouw zou kunnen betreden. Echter is alleen aan de zuidzijde een vrije aanvliegroute voor gierzwaluwen aanwezig. De schuren zouden mogelijk door Steenuil (Athene noctua) of Kerkuil (Tyto alba) gebruikt kunnen worden doordat er openingen aanwezig zijn. Echter vallen deze schuren buiten het plangebied. Er zijn tijdens de quickscan geen sporen van vogels met vaste verblijfplaats aangetroffen Grondgebonden zoogdieren Hoewel er tijdens het veldbezoek geen sporen zijn aangetroffen zou het plangebied onderdeel kunnen uitmaken van de functionele leefomgeving voor marterachtigen. Er is voldoende foerageerterrein in de vorm van struiken en oude schuren aanwezig. Ook zouden de schuren verblijfsmogelijkheden kunnen bieden aan marterachtigen aangezien er verschillende openingen aanwezig zijn. Echter vallen de schuren buiten het plangebied, waardoor eventuele verblijfplaatsen niet verstoord kunnen worden, maar mogelijk alleen de functionele leefomgeving.
25
4x QS Hoekse Waard
Plangebied 2, s’ Gravendeel: Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen bomen met vleermuisgeschikte holtes aangetroffen. Hierdoor kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uitgesloten worden. De bebouwing in het plangebied is wel mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn openingen tussen de hoekpannen aanwezig die mogelijk toegang bieden tot het gebouw. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen niet uitgesloten worden. De dieren zullen het plangebied mogelijk ook gebruiken om te foerageren vanwege de aanwezigheid van bomen. Als vliegroute heeft het gebied geen belangrijke waarde; er zijn geen aaneengesloten lijnvormige elementen aanwezig. Vogels met een vaste verblijfplaats Het woonhuis is mogelijk geschikt voor Huismus (Passer domesticus), er zit namelijk voldoende ruimte tussen de dakpannen voor huismussen om de gebouwen te betreden. Mogelijk zou Gierzwaluw (Apus apus) hierdoor ook het gebouw kunnen betreden. De omringende tuin zou als functionele verblijfplaats voor huismussen kunnen dienen door de aanwezigheid van struiken en bomen. Er zijn geen openingen aangetroffen waardoor uilen de bebouwing zouden kunnen betreden. Er zijn echter geen nesten of sporen van vogels met vaste verblijfplaats aangetroffen.
Grondgebonden zoogdieren Er is voor marterachtigen geen mogelijkheid voor het betreden van het woonhuis. Echter zouden marterachtigen via een opening het schuurtje kunnen betreden. Het valt dus niet uit te sluiten dat het schuurtje in gebruik word genomen door marterachtigen. Ook zouden de struiken beschutting en foerageergebied kunnen bieden aan marterachtigen. Er zijn echter geen sporen aangetroffen van beschermde grondgebonden zoogdieren.
26
4x QS Hoekse Waard
Plangebied 3, Oud-Beijerland: Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen bomen met vleermuisgeschikte holtes aangetroffen. Hierdoor kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uitgesloten worden. De bebouwing in het plangebied is wel mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn openingen tussen de hoekpannen en spouwgaten aanwezig die mogelijk toegang bieden tot het gebouw. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen niet uitgesloten worden. De dieren zullen het plangebied mogelijk ook gebruiken om te foerageren vanwege de aanwezigheid van bomen. Als vliegroute heeft het gebied geen essentiële waarde; er zijn geen aaneengesloten lijnvormige elementen aanwezig. Vogels met een vaste verblijfplaats Het woonhuis is mogelijk geschikt voor Huismus (Passer domesticus), er zitten namelijk enkele kieren tussen de hoekpannen, hierdoor zouden huismussen de gebouwen kunnen betreden. Echter is er voor Gierzwaluw (Apus apus) geen vrije aanvliegroute aanwezig. Er zijn geen sporen van vogels met vaste verblijfplaats aangetroffen. Er zijn geen openingen aangetroffen waardoor uilen de bebouwing zouden kunnen betreden. Ook zijn er geen nesten van kraaiachtigen aangetroffen in het plangebied.
Grondgebonden zoogdieren Hoewel er tijdens het veldbezoek geen sporen zijn aangetroffen zou het plangebied onderdeel kunnen uitmaken van de functionele leefomgeving voor marterachtigen. Ook zou het woonhuis verblijfplaats kunnen bieden aan marterachtigen aangezien er een opening aanwezig is. Het valt dus niet uit te sluiten dat de bebouwing in gebruik is door marterachtigen.
27
4x QS Hoekse Waard
Plangebied 4, Mijnsheerenland: Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen bomen met vleermuisgeschikte holtes aangetroffen. Hierdoor kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uitgesloten worden. De bebouwing in het plangebied is wel mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn openingen tussen de hoekpannen aanwezig die mogelijk toegang bieden tot het gebouw. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen niet uitgesloten worden. De dieren zullen het plangebied mogelijk ook gebruiken om te foerageren vanwege de aanwezigheid van bomen. Als vliegroute heeft het gebied geen belangrijke waarde; er zijn geen aaneengesloten lijnvormige elementen aanwezig. Vogels met een vaste verblijfplaats Het woonhuis is geschikt voor Huismus (Passer domesticus), er zit namelijk voldoende ruimte tussen de dakpannen voor huismussen om de gebouwen te betreden. De tuin kan als functionele verblijfplaats bieden voor huismus aangezien er voldoende beschutting aanwezig is als struiken en bomen. Ook voor Gierzwaluw (Apus apus) zou het gebouw geschikt kunnen zijn aangezien er ruimte tussen de hoekpannen aanwezig is. Er zijn tijdens het veldbezoek 2 huismussen aangetroffen waarvan een zingend op de dakgoot. Verder zijn er geen openingen aangetroffen waardoor uilen de bebouwing zouden kunnen betreden.
Ook zijn er geen nesten van kraaiachtigen aangetroffen in het plangebied die in gebruik kunnen zijn door vogelsoorten met een vaste verblijfplaats. Grondgebonden zoogdieren Er is voor marterachtigen geen mogelijkheid tot het betreden van de gebouwen aangezien er geen geschikte openingen aanwezig zijn. Verder zijn er geen sporen aangetroffen van beschermde grondgebonden zoogdieren.
28
4x QS Hoekse Waard
6.
Effecten, verplichtingen en aanbevelingen Plangebied 1, Klaaswaal: Vleermuizen De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet met zekerheid uitgesloten worden. De bebouwing is door alle kieren en openingen geschikt om door meerdere soorten vleermuizen zoals de Laatvlieger (Eptesicus serotinus), Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) gebruikt te worden als verblijfplaats. Het is onwaarschijnlijk dat het pand gebruikt wordt als massawinterverblijfplaats. Om deze redenen dient aanvullend vleermuisonderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol (2021) uitgevoerd te worden. Dergelijk onderzoek moet bestaan uit vijf vleermuisinventarisaties die in de periode half mei tot en met eind september uitgevoerd worden. Vleermuizen gebruiken gedurende het jaar namelijk een netwerk van verschillende verblijfplaatsen (i.e. kraamplaats, zomerverblijfplaats, paarverblijf, (massa) winterverblijfplaats). Het vleermuisprotocol stelt daarom dat vijf inventarisatiemomenten nodig zijn om de functies, die de bebouwing mogelijk jaarrond voor vleermuizen vervult, zo goed mogelijk te inventariseren. Op basis van de uitkomsten van het aanvullende onderzoek wordt duidelijk of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn.
Vogels met een vaste verblijfplaats Het woonhuis en de schuur zouden door de Huismus (Passer domesticus) gebruikt kunnen worden als verblijfplaats. Daarnaast zou de aanwezige begroeiing kunnen fungeren als een essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving. Hierdoor dient er aanvullend onderzoek plaats te vinden in de periode van 1 april tot en met 15 mei of door vier gerichte veldbezoeken in de periode 1 maart tot en met 20 juni met een tussenperiode van minimaal 10 dagen tussen de verschillende onderzoeksmomenten. Het woonhuis zou voor de Gierzwaluw (Apus apus) mogelijk geschikt kunnen zijn, hiervoor dienen er drie veldbezoeken plaats te vinden in de periode van 15 mei tot en met 15 juli rond de avondschemer. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied maakt mogelijk onderdeel uit van de functionele leefomgeving van marterachtigen. Voor de Steenmarter (Martes foina) is nader onderzoek benodigd met behulp van wildcamera’s. Dit zijn infrarood camera’s die beginnen met opnemen zodra ze beweging en/of een warmtebron detecteren. Op deze manier kunnen dieren op een minder arbeidsintensieve manier en zonder stress in hun natuurlijke habitat bestudeerd worden. De camera’s dienen op verschillende locaties in het onderzoeksgebied ingezet te worden gedurende zes weken tussen 1 maart en 31 augustus. Tijdens deze bezoeken zal ook
29
4x QS Hoekse Waard
naar sporen gezocht worden. Voor de Bunzing, Hermelijn en Wezel gelden er in ZuidHolland geen andere verplichtingen dan de zorgplicht. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: •
Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen;
•
in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd.
30
4x QS Hoekse Waard
Plangebied 2, s’ Gravendeel: Vleermuizen De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet met zekerheid uitgesloten worden. De bebouwing is door alle kieren en openingen geschikt om door meerdere soorten vleermuizen zoals de Laatvlieger (Eptesicus serotinus), Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) gebruikt te worden als verblijfplaats. Vanwege het ontbreken van een geschikte spouwmuur is het onwaarschijnlijk dat het pand gebruikt wordt als massawinterverblijfplaats. Om deze redenen dient aanvullend vleermuisonderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol (2021) uitgevoerd te worden. Dergelijk onderzoek moet bestaan uit vijf vleermuisinventarisaties die in de periode half mei tot en met eind september uitgevoerd worden. Vleermuizen gebruiken gedurende het jaar namelijk een netwerk van verschillende verblijfplaatsen (i.e. kraamplaats, zomerverblijfplaats, paarverblijf, (massa) winterverblijfplaats). Het vleermuisprotocol stelt daarom dat vijf inventarisatiemomenten nodig zijn om de functies, die de bebouwing mogelijk jaarrond voor vleermuizen vervult, zo goed mogelijk te inventariseren. Op basis van de uitkomsten van het aanvullende onderzoek wordt duidelijk of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn.
Vogels met een vaste verblijfplaats Het woonhuis zou door de Huismus (Passer domesticus) gebruikt kunnen worden als verblijfplaats. Daarnaast zou de aanwezige begroeiing kunnen fungeren als een essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving. Hierdoor dient er aanvullend onderzoek plaats te vinden in de periode van 1 april tot en met 15 mei of vier gerichte veldbezoeken in de periode 1 maart tot en mat 20 juni met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Voor de Gierzwaluw (Apus apus) dienen er drie veldbezoeken plaats te vinden in de periode van 15 mei tot en met 15 juli rond de avondschemer. Het plangebied is niet geschikt voor uilen aangezien er geen openingen zijn aangetroffen waardoor uilen de bebouwing zouden kunnen betreden. Ook zijn er binnen het plangebied geen nesten van kraaiachtigen aangetroffen. Aanwezigheid van uilen en andere vogels met een vaste verblijfplaats valt dan ook uit te sluiten. Vanuit de Wet natuurbescherming zijn er voor deze soorten geen andere verplichtingen dan de zorgplicht. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied maakt mogelijk onderdeel uit van de functionele leefomgeving van marterachtigen. Voor Steenmarter (Martes foina) is nader onderzoek benodigd met behulp van wildcamera’s. Dit zijn infrarood camera’s die beginnen met opnemen zodra ze beweging en/of een warmtebron detecteren.
Op deze manier kunnen dieren op een minder arbeidsintensieve manier en zonder stress in hun natuurlijke habitat bestudeerd worden. De camera’s dienen op verschillende locaties in het onderzoeksgebied ingezet te worden gedurende zes weken tussen 1 maart en 31 augustus. Tijdens deze bezoeken zal ook naar sporen gezocht worden. 31
4x QS Hoekse Waard
Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: •
Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen;
•
in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd.
32
4x QS Hoekse Waard
Plangebied 3, Oud-Beijerland: Vleermuizen De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet met zekerheid uitgesloten worden. De bebouwing is door alle kieren en openingen geschikt om door meerdere soorten vleermuizen zoals de Laatvlieger (Eptesicus serotinus), Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) gebruikt te worden als verblijfplaats. Het is onwaarschijnlijk dat het pand als massawinterverblijfplaats gebruikt wordt. Om deze redenen dient aanvullend vleermuisonderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol (2021) uitgevoerd te worden. Dergelijk onderzoek moet bestaan uit vijf vleermuisinventarisaties die in de periode half mei tot en met eind september uitgevoerd worden. Vleermuizen gebruiken gedurende het jaar namelijk een netwerk van verschillende verblijfplaatsen (i.e. kraamplaats, zomerverblijfplaats, paarverblijf, (massa) winterverblijfplaats). Het vleermuisprotocol stelt daarom dat vijf inventarisatiemomenten nodig zijn om de functies, die de bebouwing mogelijk jaarrond voor vleermuizen vervult, zo goed mogelijk te inventariseren. Op basis van de uitkomsten van het aanvullende onderzoek wordt duidelijk of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Vogels met een vaste verblijfplaats Het woonhuis zou door de Huismus (Passer domesticus) gebruikt kunnen worden als verblijfplaats.
Daarnaast zou de aanwezige begroeiing kunnen fungeren als een essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving. Hierdoor dient er aanvullend onderzoek plaats te vinden in de periode van 1 april tot en met 15 mei of vier gerichte veldbezoeken in de periode 1 maart tot en met 20 juni met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Het plangebied biedt echter geen mogelijkheid voor verblijf van Gierzwaluw (Apus apus), aangezien er geen gierzwaluwgeschikte openingen in het gebouw met vrije aanvliegroute beschikbaar zijn binnen het plangebied. Er zijn geen nesten van kraaiachtigen of verblijfplaatsen van andere vogels met een vaste verblijfplaats aangetroffen in het plangebied. Vanuit de Wet natuurbescherming gelden er voor deze soorten geen andere verplichtingen dan de zorgplicht. Grondgebonden zoogdieren Omdat het plangebied mogelijk onderdeel uitmaakt van de functionele leefomgeving van kleine marterachtigen is er voor deze soorten nader onderzoek benodigd met behulp van wildcamera’s. Dit zijn infrarood camera’s die beginnen met opnemen zodra ze beweging en/of een warmtebron detecteren. Op deze manier kunnen dieren op een minder arbeidsintensieve manier en zonder stress in hun natuurlijke habitat bestudeerd worden. De camera’s dienen op verschillende locaties in het onderzoeksgebied ingezet te worden gedurende zes weken tussen 1 maart en 31 augustus.
Tijdens deze bezoeken zal ook naar sporen gezocht worden.
33
4x QS Hoekse Waard
Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: •
Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen;
•
in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd.
34
4x QS Hoekse Waard
Plangebied 4, Mijnsheerenland: Vleermuizen De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet met zekerheid uitgesloten worden. De bebouwing is door alle kieren en openingen geschikt om door meerdere soorten vleermuizen zoals de Laatvlieger (Eptesicus serotinus), Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) gebruikt te worden als verblijfplaats. Het is onwaarschijnlijk dat het pand als massawinterverblijfplaats gebruikt wordt. Om deze redenen dient aanvullend vleermuisonderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol (2021) uitgevoerd te worden. Dergelijk onderzoek moet bestaan uit vijf vleermuisinventarisaties die in de periode half mei tot en met eind september uitgevoerd worden. Vleermuizen gebruiken gedurende het jaar namelijk een netwerk van verschillende verblijfplaatsen (i.e. kraamplaats, zomerverblijfplaats, paarverblijf, (massa) winterverblijfplaats). Het vleermuisprotocol stelt daarom dat vijf inventarisatiemomenten nodig zijn om de functies, die de bebouwing mogelijk jaarrond voor vleermuizen vervult, zo goed mogelijk te inventariseren. Op basis van de uitkomsten van het aanvullende onderzoek wordt duidelijk of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Vogels met een vaste verblijfplaats Het woonhuis zou door de Huismus (Passer domesticus) gebruikt kunnen worden als verblijfplaats.
Daarnaast zou de aanwezige begroeiing kunnen fungeren als een essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving. Hierdoor dient er aanvullend onderzoek plaats te vinden in de periode van 1 april tot en met 15 mei of vier gerichte veldbezoeken in de periode 1 maart tot en mat 20 juni met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Voor de Gierzwaluw (Apus apus) dienen er drie veldbezoeken plaats te vinden in de periode van 15 mei tot en met 15 juli rond de avondschemer. Aanwezigheid van uilen en andere vogels met een vaste verblijfplaats valt uit te sluiten. Vanuit de Wet natuurbescherming zijn er voor deze soorten geen andere verplichtingen dan de zorgplicht. Grondgebonden zoogdieren De bebouwing binnen het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats en/of functionele leefomgeving voor marterachtigen. Hierdoor zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen ten aanzien van grondgebonden zoogdieren. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld:
35
4x QS Hoekse Waard
•
Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen;
•
in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd.
36
Referenties
Database NWC Ravon.nl Telmee.nl Vlindernet.nl Zoogdiervereniging.nl
Bijlage 2: Beschermde soorten Wet natuurbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming worden alle in Europa voorkomende en in het wild levende vogels beschermd en onderstaande soorten uit overige soortgroepen:
Amfibieën Alpenwatersalamander Bastaard kikker1 Boomkikker Bruine kikker1 Geelbuikvuurpad Gewone pad1
Heikikker Kamsalamander Kleine watersalamander1 Knoflookpad Meerkikker1 Middelste groene kikker
Poelkikker Rugstreeppad Vinpootsalamander Vroedmeesterpad Vuursalamander
Grote vos Grote vuurvlinder Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Moerasparelmoervlinder Pimpernelblauwtje Sleedoornpage
Spiegeldikkopje Tijmblauwtje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Zilverstreephooibeestje
Dagvlinders Aardbeivlinder Apollovlinder Bosparelmoervlinder Boszandoog Bruin dikkopje Bruine eikenpage Donker pimpernelblauwtje Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder
Haften Oeveraas
Kevers Brede geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever Juchtleerkever
Vermiljoenkever Vliegend hert
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Landzoogdieren Aardmuis1 Bever Boommarter Bosmuis1 Bunzing3 Damhert Das Dwergmuis1 Dwergspitsmuis1 Edelhert Eekhoorn Egel1 Eikelmuis Gewone bosspitsmuis1
Gewone zeehond Grote bosmuis Haas1 Hamster Hazelmuis Hermelijn3 Huisspitsmuis1 Konijn1 Lynx Molmuis Noordse woelmuis Ondergrondse woelmuis4 Otter Ree1
Rosse woelmuis1 Steenmarter5 Tweekleurige bosspitsmuis4 Veldmuis1 Veldspitsmuis Vos1 Waterspitsmuis Wezel3 Wilde kat Wild zwijn6 Woelrat1 Wolf
Gevlekte Witsnuitlibel
Noordse winterjuffer
Libellen Beekrombout
Bosbeekjuffer Bronslibel Donkere waterjuffer Gaffellibel Gevlekte glanslibel
Gewone Bronlibel Groene glazenmaker Kempense heidelibel Mercuurwaterjuffer Hoogveenglanslibel
Oostelijke witsnuitlibel Rivierrombout Sierlijke witsnuitlibel Speerwaterjuffer
Kemp´s zeeschildpad Lederschildpad Levendbarende hagedis Muurhagedis
Ringslang Soepschildpad Zandhagedis
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Reptielen Adder Dikkopschildpad Gladde slang Hazelworm
Sporenplanten Varens Kleine vlotvaren Blaasvaren Groensteel Schubvaren
Bladmossen Geel schorpioenmos Tonghaarmuts
Vissen Beekdonderpad Beekprik Elrits
Gestippelde alver Grote modderkruiper Houting
Kwabaal Steur
Weekdieren Bataafse stroommossel
Platte schijfhoren
Vaatplanten Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Drijvende waterweegbree Echte gamander Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groen nachtorchis
Groenknolorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruipend moerasscherm Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende raket Naaldenkervel
Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits Havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Zomerschroeforchis
Vleermuizen Baardvleermuis Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandts vleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis
Grote hoefijzerneus Grote rosse vleermuis Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus Laatvlieger Meervleermuis
Mopsvleermuis Noordse vleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis
Gewone vinvis Griend Grijze dolfijn Kleine zwaardwalvis Narwal Noordse vinvis Orca Potvis
Spitsdolfijn van gray Tuimelaar Walrus Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn Witte dolfijn
Zeezoogdieren Bruinvis Bultrug Butskop Dwergpotvis Dwergvinvis Gestreepte dolfijn Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn
1 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies. 2 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Flevoland. 3 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Gelderland, Noord-Holland en
Noord-Brabant. 4 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Zuid-Holland. 5 Voor deze soort geldt enkel in Friesland een vrijstelling. 6 Voor deze soort geldt enkel in Noord-Brabant een vrijstelling.
Bijlage 3: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen
Vleermuizen en hun leefgebied worden beschermd door de Wet natuurbescherming. In deze wet is bepaald dat in het geval van een ruimtelijke ingreep ruim van tevoren bekeken moet worden of de ingreep nadelige invloed kan hebben op vleermuizen en hoe hiermee omgegaan moet worden. Verblijfplaatsen Vleermuizen maken het hele jaar door gebruik van verschillende verblijfplaatsen (o.a. in bomen en gebouwen). Vleermuisverblijfplaatsen zijn op te delen in verschillende typen: winterverblijfplaats (waar overwinterd wordt), dagkwartieren (waar de mannetjes in de kraamkolonieperiode overdag zitten, alleen of in kleine groepjes), kraamkolonies (vrouwtjes en hun jongen, vaak in grote groepen), paar-verblijven (waar gepaard wordt, vaak in het najaar, soms gelijk aan de winterverblijfplaats) en tussenkwartieren (gebruikt in de periode tussen overwinteren en de zomerperiode in). Per type verblijfplaats gebruiken vleermuizen vaak meerdere verblijven waar tussen gewisseld wordt, bijvoorbeeld wanneer elders het klimaat geschikter is of om aan parasieten te ontkomen. Vleermuizen zijn wel zeer honkvast wat betreft de typen verblijven die ze gebruiken. Dit betekent dat hun verblijven belangrijk zijn voor instandhouding van de populatie en dat deze daarom beschermd worden door de wet. Sinds mei 2009 is het Vleermuisprotocol vastgesteld.
Dit is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging VZZ in overleg met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Het protocol dient als leidraad voor het bepalen hoe en hoe vaak geïnventariseerd moet worden om te voldoen aan de wetgeving. Voor het bepalen of een gebouw of een potentieel geschikte boom van belang is als vleermuisverblijfplaats, is over het algemeen een langlopend onderzoek nodig (van april/mei t/m september/oktober) en zijn 4 tot 7 bezoeken nodig. Om onnodige vertraging te voorkomen, wordt daarom aangeraden om in de planning van de voorgenomen plannen rekening te houden met deze onderzoeksperiode. Maatregelen ten behoeve van vleermuizen zijn nodig: •
indien sprake is van een verblijfplaats die van significant belang is of zou kunnen zijn en/of;
•
indien vleermuizen aangetroffen zijn.
Er is sprake van een significant belangrijke verblijfplaats (ook wel vaste verblijfplaats genoemd, een verblijfplaats die van belang is voor een populatie) als: •
er sprake is van een kraamkolonie;
•
er sprake is van een belangrijke overwinteringsplaats of paarplaats;
•
er geen alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving beschikbaar zijn;
•
de gunstige staat van instandhouding van de (populatie van) de soort in het geding is bij het verdwijnen van de verblijfplaats.
De te nemen maatregelen moeten er voor zorgen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet overtreden worden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze behouden moeten blijven of anders tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De functie die het leefgebied voor de betreffende populatie vervult, moet onverminderd blijven bestaan.
Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen de volgende mitigerende maatregelen nodig zijn: •
niet slopen in de winterslaapperiode (in deze periode kan zelden met zekerheid worden vastgesteld dat vleermuizen afwezig zijn in een potentieel geschikt en onoverzichtelijk object, omdat ze dan ook ’s nachts passief zijn. Dat maakt ze in deze periode overigens extra kwetsbaar);
•
vlak voor de sloop onderzoeken of er individuen aanwezig zijn in het te slopen object. Zijn deze wel aanwezig dan geldt dat gewacht moet worden tot het dier of de dieren weg zijn.
Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn kan een ontheffing aangevraagd worden bij de provincie waarin de ingreep plaatsvindt. Een afwijzingsbrief, die stelt dat geen ontheffing nodig is, ‘omdat als de voorgestelde maatregelen genomen worden er immers geen verboden overtreden worden’ geldt als goedkeuring van de voorgestelde maatregelen. Zijn de maatregelen niet voldoende, dan moeten deze aangepast worden. Als dat niet mogelijk is of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), is een ontheffing nodig. Deze wordt alleen verstrekt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang. Jachtgebied en vliegroutes Naast verblijfplaatsen bestaat het leefgebied van vleermuizen ook uit foerageergebied en vliegroutes (vaak bomenrijen of waterlopen). Deze zijn ook beschermd als zij van significant belang zijn. Zij gelden als significant belangrijk indien bij aantasting de functionaliteit van de verblijfplaats(en) in het geding komt. Is dat het geval, dan zijn maatregelen nodig die dit voorkomen, anders is een ontheffing nodig. Ook hier geldt dat deze alleen verstrekt wordt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang.
Bijlage 4: Vogels en ruimtelijke ingrepen
Als mitigerende maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen, hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn en er inderdaad geen ontheffing nodig is, kan een ontheffing aangevraagd worden om de maatregelen (goed) te laten keuren. Indien goedgekeurd, wordt door de provincie een “positieve afwijzing” afgegeven. Als geen maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of rusten verblijfplaats te garanderen of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), dient een ontheffing aangevraagd te worden op grond van een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn. De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende punten: •
Is er een wettelijk belang?
•
Is er een andere bevredigende oplossing?
•
Komt de gunstige staat van instandhouding in gevaar?
“Ruimtelijke inrichting en ontwikkeling” of een “dwingende reden van groot openbaar belang” gelden echter niet als een wettelijk belang. Dit betekent dat de provincie in het kader van ruimtelijke ingrepen alleen een positieve afwijzing af kan geven. Bescherming van vogelnesten Artikel 3.1 lid 2 uit de Wet natuurbescherming luidt: “Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen”. Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met eventueel aanwezige vogelnesten. Er is sprake van een nest wanneer er nestindicatief gedrag is waargenomen en/of er een broedsel aanwezig is. Het vernielen of beschadigen van een nest is verboden. Dit geldt voor alle vogelsoorten. De meeste vogels maken echter elk broedseizoen een nieuw nest of zijn goed in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen onder de bescherming van de Wnb wanneer het in gebruik is (tijdens het broedseizoen). Wanneer een dergelijk nest niet in gebruik is, is geen ontheffing nodig voor het vernielen of beschadigen ervan. Verstoring van vogels is ook verboden, maar er bestaat een uitzondering voor verstoring die niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 5 Wnb).
Dit betekent dat verstoring tijdens het broedseizoen toegestaan is, mits de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort gewaarborgd blijft. Een (beperkt) aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. Verblijfplaatsen van deze vogelsoorten zijn niet alleen beschermd wanneer ze in gebruik zijn, maar het hele jaar: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: Steenuil).
2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Roek, Gierzwaluw en Huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Ooievaar, Kerkuil en Slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: Boomvalk, Buizerd en Ransuil). Tot slot is er nog een categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is extra onderzoek nodig, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd; deze soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Hieronder de lijst met jaarrond beschermde vogelnesten:
Nesten van de volgende soorten zijn jaarrond beschermd indien ze nog in functie zijn: Boomvalk
Falco subbuteo
Buizerd Gierzwaluw
Buteo buteo Apus apus
Grote gele kwikstaart
Motacilla cinerea
Havik Huismus
Accipiter gentilis Passer domesticus
Kerkuil Oehoe
Tyto alba Bubo bubo
Ooievaar Ransuil
Ciconia ciconia Asio otus
Roek
Corvus frugilegus
Slechtvalk Sperwer
Falco peregrinus Accipiter nisus
Steenuil Wespendief
Athene noctua Pernis apivorus
Zwarte wouw
Milvus migrans
Nesten van de volgende soorten zijn niet jaarrond beschermd (categorie 5), maar hiervan is inventarisatie wel gewenst: Blauwe reiger
Ardea cinerea
Boerenzwaluw
Hirundo rustica
Bonte vliegenvanger Boomklever
Ficedula hypoleuca Sitta europaea
Boomkruiper Bosuil
Certhia brachydactyla Strix aluco
Brilduiker Draaihals
Bucephala clangula Jynx torquilla
Eider
Somateria mollissima
Ekster Gekraagde roodstaart
Pica pica Phoenicurus phoenicurus
Glanskop Grauwe vliegenvanger
Parus palustris Muscicapa striata
Groene specht Grote bonte specht
Picus viridis Dendrocopos major
Hop
Upupa epops
Huiszwaluw IJsvogel
Delichon urbica Alcedo atthis
Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger
Dendrocopos minor Ficedula parva
Koolmees Kortsnavelboomkruiper
Parus major Certhia familiaris macrodactyla
Oeverzwaluw
Riparia riparia
Pimpelmees Raaf
Parus caeruleus Corvus corax
Ruigpootuil Spreeuw
Aegolius funereus Sturnus vulgaris
Tapuit Torenvalk
Oenanthe oenanthe Falco tinnunculus
Zeearend
Haliaeëtus albicilla
Zwarte kraai Zwarte mees
Corvus corone Parus ater
Zwarte roodstaart Zwarte specht
Phoenicurus ochruros Dryocopus martius
Bijlage 2 Aerius berekening
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RzTAn9mogNms (10 juni 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
KuiperCompagnons
1, 1 1
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Sloop 4 woningen onder hoogspanningsverbinding Hoeksche Waard
RzTAn9mogNms
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
10 juni 2021, 15:31
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
200,00 kg/j
NH3
2,00 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Sloop gebouwen op 4 adressen onder hoogspanningsverbinding Hoeksche Waard
Situatie 1
RzTAn9mogNms (10 juni 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Sloop Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
50,00 kg/j
Sloop Strijenseweg 141 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
50,00 kg/j
Sloop Zinkweg 197 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
50,00 kg/j
Sloop Stougjesdijk 137 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
50,00 kg/j
RzTAn9mogNms (10 juni 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam
Situatie 1
Locatie (X,Y) NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
AFW
Sloop OudCromstrijensedijk Oostzijde 44b
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
50,00 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
AFW
Sloop Strijenseweg 141
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
50,00 kg/j < 1 kg/j
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Omschrijving
AFW
Sloop Zinkweg 197
Situatie 1
Sloop Strijenseweg 141 101431, 419448 50,00 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Naam
Voertuig
Sloop Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b 90406, 420372 50,00 kg/j < 1 kg/j
Sloop Zinkweg 197 86244, 424935 50,00 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
50,00 kg/j < 1 kg/j
RzTAn9mogNms (10 juni 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Sloop Stougjesdijk 137
Situatie 1
Sloop Stougjesdijk 137 89312, 424214 50,00 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
50,00 kg/j < 1 kg/j
RzTAn9mogNms (10 juni 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RzTAn9mogNms (10 juni 2021) pagina 6/6
REGELS
2
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 7
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch met waarden Groen - 1 Groen - 2 Verkeer Leiding - Hoogspanningsverbinding 1 Leiding - Hoogspanningsverbinding 2 Leiding - Hoogspanningsverbinding 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1 Waterstaat - Waterkering 1 Waterstaat - Waterkering 2
8 8 9 10 11 12 13 14 16 18 21 23 24
Hoofdstuk 3 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17
Algemene regels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
26 26 27 28
Hoofdstuk 4 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Slotregel
30 30
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
3
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
4
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé van de gemeente Hoeksche Waard. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1963.BPuitkooptrceHW2-ON01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen). 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.6
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering, in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is. 1.7
bestaand
a. ten aanzien van bebouwing: een bouwwerk dat op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen dat bestaat op het moment van het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en in overeenstemming is het voorheen geldende planologisch regime. 1.8
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.9
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.10
bijgebouw
een aangebouwd of op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.11
bouwen: Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
5
plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten. 1.12
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.13
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.14
bouwperceelsgrens:
een grens van een bouwperceel. 1.15
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.16
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.17
extensief dagrecreatief medegebruik / extensieve dagrecreatie:
recreatief medegebruik van gronden, dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen. 1.18
gebouw:
bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.19
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het percee; aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.20
hoofdverblijf
het gebouw op een agrarisch perceel waarin de bedrijfswoning is gevestigd. 1.21
landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde wat betreft het waarneembare deel van het aardoppervlak, welke waarde wordt bepaald door de herkenbaarheid en identiteit van bodem, water, terreinvormen, niet-levende en levende natuur en het menselijk grondgebruik in onderlinge samenhang en wisselwerking. 1.22
milieucategorie
een aan een bedrijfsactiviteit toegekende categorie volgens de in de bij deze regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. 1.23
peil
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
6
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. voor woningen die langs de dijk zijn gebouwd: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de hoofdtoegang van de bijbehorende woningen; c. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; d. voor stacaravans: de bovenzijde beganegrondvloer. 1.24
recreatief medegebruik
het geven van gelegenheid tot recreatieve activiteiten, met dien verstande dat deze functie van beperkt bedrijfsmatige - en/of ruimtelijke omvang is, zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm als hoofdfunctie herkenbaar blijft. 1.25
uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat door zijn constructie of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, dat een vergroting van de bestaande ruimte in dat hoofdgebouw is en direct daarmee in open verbinding staat. 1.26
voorerf
het gedeelte van het erf dat is gelegen voor de voorgrens van het hoofdgebouw en dat grenst aan dan wel zich oriënteert op openbaar gebied. 1.27
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, welke als belangrijkste is aan te merken en waarvan de gebouwen in hoofdzaak toegankelijk zijn.
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
7
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling, alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
8
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3
3.1
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en toegangswegen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van erfafscheidingen op gronden voor de naar de weg gekeerde gevel bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
a. kassen zijn niet toegestaan; b. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan; c. intensieve veeteelt is niet toegestaan.
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
9
Artikel 4
4.1
Agrarisch met waarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de bescherming van landschapswaarde openheid ter plaatse van de aanduiding "overige zone openheid"; b. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; c. extensieve dagrecreatie; d. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; e. hobbymatig houden van dieren; met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Er mogen geen gebouwen mogen worden gebouwd. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende bouwregels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m; b. regenkappen, boog- en tunnelkassen zijn niet toegestaan.
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
10
Artikel 5
Groen - 1
5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1
Algemeen
De voor 'Groen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
groenvoorzieningen; bermen en beplanting; paden; beeldende kunst; waterlopen en waterpartijen; waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen;
5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Er mogen geen gebouwen mogen worden gebouwd. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
11
Artikel 6
6.1
Groen - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
groenvoorzieningen, bermen en beplanting; parken en plantsoenen; water en voorzieningen voor de waterhuishouding; ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': tevens nutsvoorzieningen; een en ander met bijhorende bouwwerken en voorzieningen waaronder wegen en paden.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m.
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
12
Artikel 7
7.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, wandel- en fietspaden; b. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen; c. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; een en ander met bijhorende bouwwerken en voorzieningen. 7.2
Bouwregels
Uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan: a. verwijsborden met een bouwhoogte van maximaal 10 m; b. lichtmasten met een bouwhoogte van maximaal 18 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 2 m.
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
13
Artikel 8
8.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding van ten hoogste 50 kV. 8.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 8.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 50 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bouwhoogte niet wordt vergroot. 8.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 8.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoog opgroeiende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 8.4.2
Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 8.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 8.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 8.4.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 8.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021
14
Artikel 9
9.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een bovengrondse hoogspanningsleiding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding hoogspanningsverbinding'; b. het beheer en onderhoud van de leiding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming nieuw worden gebouwd. 9.2.2
Gebouwen
Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 9.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van hoogspanningsmasten mag niet meer bedragen dan 60 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 9.3
Afwijken van de bouwregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits advies is verkregen van de leidingbeheerder. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1
Omgevingsvergunningplichtige werken